zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
CD Reviews
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 30 oktober 2019 12:54

The Murder Capital - Straffe Ieren

The Murder Capital uit Dublin heeft met ‘When I Have Fears’ één van de meest opwindende debuutplaten van het jaar uit. De band grossiert daarop in een soort postpunk die flirt met de eighties (The Sound, Joy Division) maar die wel degelijk met zijn poten in het heden staat. De jongens mogen met trots het rijtje vervoegen van bruisende nieuwe bands als Shame, Idles en Fontaines DC.

Met amper één album op hun conto kon men maar moeilijk voor een marathonoptreden gaan. The Murder Capital maakte het dan ook kort, na amper drie kwartiertjes was de zaak al beklonken. Maar intens was het wel. En zeer de moeite!
In die beknopte tijdspanne wurmden ze zich door quasi het ganse album, waarbij ze begonnen met de meest intieme en zweverige songs, een heerlijk golvend “Slowdance” en een verstild en prachtig “On Twisted Ground”. Zo bouwde de band de set gestaag op om via gloedvolle songs als “Love, Love, Love”, “Green and Blue” en “For Everything” steeds iets steviger uit de hoek te komen.
Met een paar heuse punk-kopstoten als “Don’t CLing To Life”, “More is Less” en “Feeling Fades” kwam het allemaal in een wilde stroomversnelling en ging de zanger op het eind nog eens als een volleerde slingeraap aan de verlichting hangen. De organisatoren zullen wel even de adem hebben ingehouden, maar er is niets naar beneden gekomen. De nieuwe zaal bleek dus meteen bestand tegen een losgeslagen frontman.
Amper drie kwartiertjes hete postpunk waren genoeg om ons te overtuigen. Dit was inderdaad kort, maar ook krachtig, heftig en bij momenten heel intens en bloedmooi.

‘When I Have Fears’ vonden wij al telkens beter worden bij elke beluistering. Na dit bruisende concertje krijgen wij er nog veel meer zin in. The Murder Capital zal allicht nog groeien en weldra voor grotere zalen staan. Het is hen gegund. Eerstdaags op Sonic City in Kortrijk!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

De jaren tachtig. Een tijdperk waarin, in de naweeën van de punk, heel wat rotzooi gemaakt werd maar eveneens een pak interessante muziek. De new wave kwam de kop opsteken, en dat zorgde in het beste geval voor heel wat goede bands die de furie van de punk geen vaarwel hadden gezegd maar die gewoon in andere banen leidden. In het slechtste geval daarentegen hadden we bands die aan de hand van veel te veel synthesizers een soort plastieken popsound creëerden waar wij nu nog van huiveren.

Neem nu Psychedelic Furs, een band wiens eerste twee platen duidelijk tot die eerste categorie behoorden, maar bij wie het latere werk meer een meer naar de andere kant overhelde.
Dit optreden zou dus een dubbeltje op zijn kant worden, te meer daar we weten dat de band sinds al die jaren eigenlijk weinig of niks heeft zitten uitvreten.

The Psychedelic Furs gooiden meteen twee van hun beste songs in de strijd, “Dumb Waiters” en “Mr Jones”, maar dat bleek geen goeie zet te zijn. De sound zat nog niet goed, de sax worstelde met de mix en Richard Butler zijn stembanden waren duidelijk nog aan een smeerbeurt toe. De songs mankeerden volledig het vuur en de vinnigheid waarmee ze op het album ‘Talk Talk Talk’ staan te schitteren.
Valse start dus. En eigenlijk werd het daarna niet veel beter. Met “Love My Way”, destijds een hit (maar niet in onze perceptie), begon men al vroeg met de door ons gevreesde plastieken slijmbalpop. De band kreeg hiermee wat herkenningsapplaus, maar de uitbundigheid was in het publiek toch ver te zoeken. “Heaven” onderging een beetje hetzelfde lot, ook zo een hitje die eigenlijk altijd al geflirt heeft met een overdosis aan meligheid, niet bepaald het soort song waarvoor wij vanavond naar hier gekomen waren.
Een klassieker als “Pretty In Pink” kwam er wat belabberd uit, de gitaren zaten achteraan in de mix en dat was hoegenaamd niet de behandeling die zo een song verdiende. Jammer.
Nu goed, het was nu ook niet allemaal slappe kost, Psychedelic Furs hadden er eigenlijk wel zin in en voor het grote deel klonken ze best wel vrij entertainend, maar ook niet meer dan dat. Lichtpuntjes voor ons waren een meer dan behoorlijk “Sister Europe”, een ietwat steviger “Into You Like A Train” en een gedreven “President Gas”.
Met de sterke bis “India” (dit moet zowat hun beste song zijn) kwam er nog het meest pit in de zaak, maar toen was voor ons part het kalf al lang verdronken.

Natuurlijk blijven we die eerste twee platen een warm hart toedragen, maar deze makke live vertoning sprak niet echt in hun voordeel.

De support act Red Zebra mocht vanavond wel terugkijken op een geslaagd concertje. Al vrij snel wisten zij het publiek in te palmen met sterke versies van “The Ultimate Stranger”,  “Man Comes From Ape” en “I’m Falling Apart”. Alleen het obligate “I Can’t Live In A Living Room” had niet meer de stuwkracht van weleer en werd hier eerder als een verplicht nummertje afgehaspeld. Maar voor de rest bracht Red Zebra een pittig half uurtje eighties-entertainment die iedereen tevreden stemde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-psychedelic-furs-25-10-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/red-zebra-25-10-2019.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Lawijt 2019 - III - Zoekend naar de uppercuts van de underground
Lawijt 2019
Centrale
Gent
2019-10-16
Sam De Rijcke

Voor de derde keer al organiseert Democrazy ‘Lawijt’ en vormt daarmee een platform voor bands die niet gekozen hebben voor de makkelijkste weg. De term ‘Lawijt’ doet vermoeden dat hier de meest gure noise de revue passeert, maar afgezien van het uitzinnige Youff is er niet zo gek veel verzengende noise te bespeuren. Een overzichtje.

Het Nederlandse bandje Charlie & The Lesbians brengt hitsige punk, dit met een zanger die zichzelf in een Brits groepje waant, althans voortgaande op zijn attitude en zijn snerende Johny Rotten-vocals. Vinnige punkrock, best wel appetijtelijk, helaas voor een quasi lege zaal. Beetje ondankbaar.

King Dick is een buitenbeentje in de Belgische rock. De band gaat steeds zijn eigen vaak geschifte weg en vult zijn songs met humor, geflipte psychedelica en onverwachte breaks. De gekte van Ariel Pink vermengt zich soms met tintelende gitaartjes à la Television. De heren van King Dick blijken stuk voor stuk puike muzikanten te zijn die zichzelf niet al te serieus nemen en ze zorgen voor een best wel originele en gevarieerde set. Toch weet King Dick niet over gans de lijn te boeien, niet alle songs zijn met name even sterk.

De Franstalige vrienden van Mountain Bike spelen een soort potige garage rock met wat pophooks. Klinkt bij momenten best wel stevig, maar helaas ook totaal ongevaarlijk. Dit hebben we al veel te dikwijls gehoord. Niettemin vertonen de kerels een aanstekelijk enthousiasme en razen ze bijzonder driftig doorheen hun set. Vermakelijk en verdienstelijk, maar ook niet meer dan dat.

Voor Hypochristmutreefuzz zijn de verwachtingen misschien wel het hoogst gespannen. De band ziet in deze passage de ideale gelegenheid om hun nieuwe songs (het album verschijnt volgend jaar in maart) op het publiek uit te proberen. Aanvankelijk lijkt dit een voltreffer te worden, Hypochristmutreefuzz gaat furieus van start en weet met hun eerste twee uiterst energieke songs de zaal op zijn kop te zetten. Het is duidelijk dat men met het nieuwe geluid zoekt in de richting van bands als Ho99o9, Death Grips en Show Me The Body, een soort moshpit-gerichte hiphop die stevig uithaalt. Maar naarmate de set vordert begint de machine toch wat te sputteren, de aanvankelijk kwade hiphop verzandt in een soort dertien-in-een-dozijn-hiphop en de band valt te veel in herhaling. De songs klinken niet sterk genoeg en lijken op het eerste zicht onderling verwisselbaar, en dat mag de bedoeling niet zijn. Nog werk aan de winkel dus.

Als er één band is die vanavond aanspraak mag maken op de term ‘Lawijt’ dan is het Youff wel. Met hun verschroeiende noise-rock nagelen ze het overgebleven deel van het publiek (het is ondertussen al voorbij middernacht) compleet aan de grond. Dit beukt er wel heel hard in en is hoegenaamd niet geschikt voor gevoelige oortjes. Achter die verzengende wall of sound schuilt er wel een krachtige band met een gericht doel, namelijk het publiek opzuigen in een razende poel van scheurende gitaren (prille Sonic Youth in een straaljagermotor) en mokerdrums. Melodie is voor watjes, Youff is genadeloos.

Nog een tip voor de organisatie tegen de volgende uitgave van Lawijt : Bij sommige bands duurt de soundcheck langer dan de eigenlijke set. Dit is helemaal niet bevorderend voor de atmosfeer in de zaal, eerder enerverend zelfs. Kunnen we dat de volgende keer vermijden, aub ?

Organisatie: Democrazy, Gent

Föllakzoid - Twee driftige Walen spelen vier stonede Chilenen naar huis
La Jungle + Follakzoid
Botanique (Rotonde)
Brussel
2019-09-08
Sam De Rijcke

Bands kunnen evolueren, en dat is maar goed ook. Maar soms gaat het de verkeerde richting uit, of zelfs helemaal geen richting.

Wij houden nochtans van Föllakzoid omwille van die bedwelmende psychrock van de eerste twee platen. Maar die verdovende psychrock heeft nu moeten plaats ruimen voor een soort repetitieve psych-techno die niet bepaald overloopt in variatie. Op de plaat klinkt het nog zo slecht niet, best wel lekker relaxed en nog altijd een beetje spacy. Het album bevat eigenlijk ook geen songs, het is eerder één lange hypnotiserende trip in vier bedrijven, en dat is duidelijk ook de bedoeling.
Maar live is die nieuwe formule toch wat te dunnetjes. De band streeft datzelfde hypnotiserende effect na van de plaat, maar de machine sputtert hier en daar. In plaats van onder hypnose drijft het ons eerder naar een staat van verveling. Te lang dezelfde beat, te veel richtingloze gitaareffectjes en te weinig groove. Het ontploft nergens, het smeult alleen maar een beetje. Föllakzoid weet ons geduld danig op de proef te stellen. Toch voel je ergens wel dat ze het kunnen, mochten ze willen tenminste. Het voelt een beetje aan alsof Föllakzoid gans de tijd zit te hunkeren naar een hoogtepunt dat maar niet mag komen. Zijn ze dan echt impotent of doen ze gewoon alsof ? Wij vermoeden dat laatste. ’t Is eens iets anders, impotentie faken.
Föllakzoid brengt hoogstens wat voorzichtig heupwiegen teweeg, maar slaagt er nooit in de zaal in de juiste vibe te brengen. En een brandende kaars doorgeven in het publiek helpt al zeker niet, we zijn hier niet in Lourdes.

Hadden wij op voorhand een knoert van een joint door onze aderen gejaagd dan waren we misschien nog in de juiste flow geraakt, maar in nuchtere toestand kan Föllakzoid ons geenszins begeesteren. We schrijven hen echter niet af, daarvoor zijn we te veel fan van hun eerste plaatjes.

Des te pijnlijker is het dan ook voor deze Chilenen om nota bene door twee driftige Walen, die bij wijze van spreken met de vélo naar hun optreden konden komen, naar huis gespeeld te worden.
La Jungle is immers wel bij de les. Opzwepende songs, ritme en groove ten over en een uiterst energieke sound. Een opgehitste drummer en een frontman die zijn gitaar een geslaagd huwelijk doet aangaan met opwindende elektronica, meer heb je niet nodig om er een hitsig en aanstekelijk half uurtje van te maken. La Jungle is zoveel heter, pittiger en gejaagder dan de vele Vlaamse bandjes die dezer dagen zo gehyped worden. Het wordt zo stilaan tijd dat ze dat in Vlaanderen eens ontdekken.

Met dank aan La Jungle is dit toch nog een geslaagde avond. Voor Föllakzoid zullen we een kaarsje doen branden in de hoop naar beterschap.

Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 03 september 2019 15:44

Thee Oh Sees - Een vlammende rollercoaster

Onweerachtig of niet, met Thee Oh Sees op een podium mag je er altijd van uitgaan dat er elektriciteit in de lucht hangt.
Het is nu al enkele jaren dat de band 2 drummers in de rangen heeft en dat is ondertussen één van hun sterktes geworden, zeker live. Die twee onstuimige gasten zorgen voor een immer razende onderbouw waarop de Oh Sees-sneltrein lustig kan doordenderen. Voeg daarbij een ontketende frontman John Dwyer, die zijn gitaar voortdurend doet barsten, splijten en gieren, en je hebt dé formule voor een uiterst ophitsende live act. Want Dwyer, en dat weten we ondertussen al lang, is een genie. Net als Ty Segall fabriceert hij bruisende plaatjes aan de lopende band, en telkenmale zijn het opborrelende pareltjes, zo ook het laatste dubbelalbum ‘Face Stabber’. Bovendien is hij een heerlijke freaky gitarist die zonder enige vorm van guitar-hero allures zijn instrument gedurig laat ontploffen. Bij Dwyer is de energie zoveel belangrijker dan de technische hoogstandjes.

Thee Oh Sees razen als een niet aflatende rollercoaster doorheen een borrelend brouwsel van garage-rock, psychedelica, punk, hard-rock, jazz-rock en zelfs een streep blues. Lange jams (het nieuwe “The Daily Heavy” en een alweer buitenaards “The Dream”) worden afgewisseld met korte punkstoten (een furieus “Heartworm” uit de nieuwe plaat), Zappateske gitaarcapriolen doen haasje over met noise- en punkerupties, en het klinkt allemaal even geweldig. Sterkhouders en moshpit-favorieten als “Tidal Wave”, “Toe Cutter/Thumb Buster”, “Withered Hand” en “I Come From The Mountain” zitten al jaren in de set en weten ook nu weer een vlammend feestje te bouwen.
Gedurende gans de set straalt dit hitsige combo die onevenaarbare slagkracht uit die hen zo kenmerkt, gloeiend als een verhitte knalpot, driftig als een gedrogeerde springbok. Mocht u van mening zijn dat diezelfde drijfkracht elders ook wel te vinden is, zoek het dan maar in de buurt van de onvermijdelijke Ty Segall en natuurlijk ook King Gizzard & The Lizard Wizard (ga dat zien, mensen, op 08-10 en 09-10 in de AB).

OK, wat je er moet bijnemen is dat Dwyer, een keer dat hij aan het jammen slaat, soms van geen ophouden weet en een song wel eens tot 20 minuten kan rekken. Maar eigenlijk is er geen mens die daar om maalt, dit zijn immers Thee Oh Sees, en Thee Oh Sees zijn fantastisch.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Oh Sees
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/oh-sees-01-09-2019.html

Rodolphe Coster
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/rodolphe-coster-01-09-2019.html

Pow!
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/pow-01-09-2019.html

Organisatie: Botanique, Brussel

zaterdag 13 juli 2019 13:17

Meat + Bone

Het beest dat in Jon Spencer huist is lang nog niet getemd, integendeel, het briest en raast heviger dan ooit tevoren. ‘Meat + Bone’ laat een Blues Explosion horen die teruggrijpt naar de ongetemde razernij van ‘Extra Width’, ‘Orange’ en ‘Now I got worry’, drie vunzige lappen smerige garage rock. De vleeshaak en de rauwe klomp vlees op de cover liegen er niet om, dit is een brok dirty ass rock’n’roll die bloedt, krast en hard doorbijt.

Spencer mag dan al wat ouder zijn, hij is cool as fuck en gromt, raast, roept en blaft dat het geen naam heeft. De gortige rock’n’roll van de Blues Explosion is gulzig en wild als in hun beste dagen en de vuile gitaarlicks kletteren in het rond. De vette opener ‘Black mold’ (check de geweldige rauwe clip op You Tube, in de Ardennen opgenomen trouwens) sloopt al de eerste muren en daarachter dendert de trein driftig voort. “Get your pants off” is het equivalent van een superswingende funky blote tiet, “Danger” is een opgejaagde klonter adrenaline die de wildste uitspattingen van The Stooges evenaart en “Unclear” is een bluescrooner die door de vleesmolen is gedraaid.

Kortom, dit is Jon Spencer op zijn best, en u moet weten dat The Jon Spencer Blues Explosion op een podium nog een paar graden straffer en heter is, dus is het een must om dit live te gaan aanschouwen op 11 december in de AB of op 2 december in Aeronef Lille.

Na ‘Mellon Collie and The Infinite Sadness’, het laatste album dat er echt toe deed, ging het steeds verder bergafwaarts met The Smashing Pumpkins. Tot het opgezwollen ego van Billy Corgan er na enkele jaren de stekker helemaal uit trok. Corgan probeerde nadien nog van de grond te komen met enkele halfslachtige solo-pogingen of met Zwan, een nieuwe band die al was opgedoekt nog voor die echt was gelanceerd. De platen die hij nadien onder de naam Smashing Pumpkins uitbracht , waren eigenlijk ook solo-vehikels, want de originele bandleden werden gemeden als waren het besmettelijke ziektes. Die platen toonden hier en daar wat opflakkeringen maar geen van hen reikte ook maar tot aan de enkels van ‘Gish’, ‘Siamese Dream’ of ‘Mellon Collie’.

In 2018 kwam er dan toch die langverwachte reünie van de originele bandleden, met uitzondering van bassiste D’Arcy. De reünie op zich was het beste nieuws, want het nieuwe album ‘Shiny And Oh So Bright’ kon de magie van weleer geenszins terug brengen en is op een tweetal songs na totaal verwaarloosbaar.
Met enige argwaan trokken wij dus naar de Lotto Arena, maar omdat ‘Siamese Dream’ nog altijd één van onze favoriete albums aller tijden is, vonden wij dat wij hier absoluut moesten bij zijn. We hebben het ons niet beklaagd.
Ons wantrouwen werd al gauw de kiem in gesmoord, want bij momenten evenaarden The Smashing Pumpkins de magie van hun gloriejaren. Enkele zwakke momenten zorgden er voor dat dit net geen vijfsterrenset was, maar in globo mochten wij over vanavond zeer content zijn.
Dat Billy Corgan nog steeds een beetje wacko is was te merken aan zijn outfit. Gehuld in een zwart paterskleed en opgetut met een lading zwarte mascara moest hij er zogenaamd een beetje schrikwekkend uit zien. Of dat echt zo was laten we in het midden. Wij dachten eerder van : zet er nog een mijter op en je kan hem zo bij het bedenkelijke metal-groepje Ghost inlijven. Maar goed, voor de rest had hij zijn ego vanavond thuisgelaten en gaf hij een vrij losse en sympathieke indruk. Bovendien was hij prima bij stem en toverde hij een stel striemende solo’s uit zijn gitaar.
Het stemde ons al meteen tevreden dat de Pumpkins met drie gitaren in de aanslag hun set inzetten met bijzonder scherpe versies van “Siva” en “Rhinoceros” uit hun allereerste album ‘Gish’. Dit was die typische gedreven Pumpkins-sound die wij wilden horen. Toen ze daarachter “Zero” ook nog eens deden ontploffen leek het dat de Pumpkins de drive van weleer volledig hadden teruggevonden. Zouden ze dit wel volhouden ? Laat ons zeggen : bijna. Een stel  inferieure songs (“Knights Of Malta”, “G.L.O.W.”, “Tiberius”) haalden soms de vaart uit het optreden, en als absolute dieptepunt kregen we een soort Japanse karaoke versie (sorry, James Iha) van het Cure vehikel “Friday I’m In Love”. Wat daar de bedoeling van was bleef ons een volkomen raadsel, dit was ronduit beschamend. De Pink Floyd cover “Wish You Were Here” klonk dan misschien wat minder genant, maar was eigenlijk even overbodig.
Maar de zwakke passages werden telkenmale triomfantelijk hersteld met splijtende klassiekers als “Bullet With Butterfly Wings”, “Cherub Rock”, “Disarm” en “Tonight, Tonight”. Niet alle klassiekers klonken echter even geïnspireerd, “1979” bijvoorbeeld werd een beetje op automatische piloot afgehaspeld en kreeg niet de behandeling die het verdiende.
The Smashing Pumkins verrasten ons dan weer aangenaam met enkele schitterende song die destijds nooit een regulier album hebben gehaald. Met name een stevig en geweldig “Superchrist” (pure stoner!) en een wederom fantastisch “The Aeroplane Flies High”. Dit zijn afleggertjes die beter zijn dan eender wat dat na de eerste drie albums is verschenen.
De band ging er uit in stijl met een drieluik om van te snoepen, een wondermooi “Today”, een fantastisch “Muzzle” en als fenomenale afsluiter het geweldige “Hummer”.

In de Lotto Arena bleek dat die legendarische nineties band terug volop in leven was, en dat was wat telde. De schoonheidsfoutjes van dit twee en een half uur durende concert namen we er dan maar graag bij.

Oh, ja, nog dit. Een kort woordje over de support act Fangclub. Dit was van “We willen Nirvana zijn, maar we kunnen het niet”. Kijk, wij wilden destijds ook Nirvana zijn, en we speelden met behulp van onze oude tennisraket Kurtje Cobain in onze slaapkamer. Hadden die gasten van Fangclub het daar ook niet beter bij gehouden ? Idiote groepsnaam trouwens.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/smashing-pumpkins-10-06-2019
Organisatie: Live Nation

Het ziet er naar uit dat Garet Liddiard de stekker uit The Drones heeft getrokken en, geflankeerd door drie dames, definitief zijn toevlucht heeft genomen tot zijn nieuwe band Tropical Fuck Storm. Het waarom daarvan hebben wij nog niet kunnen uitpluizen, maar als Drones-fan maakt ons dat toch wel een beetje triestig. Alhoewel, het goede nieuws is dat de debuutplaat ‘A Laughing Death In Meatspace’ toch ook wel een pittig beestje is en dat Liddiard nu ook weer niet zo gek ver is afgeweken van de schurende en vaak dissonante sound van zijn voormalige band. Al zeker in de live uitvoering herkennen wij die snijdende, vaak noisy en hier en daar wat chaotische aanpak waar wij The Drones altijd voor geadoreerd hebben. De elektronica en experimentele uitstapjes, die toch wel aanwezig zijn op de nieuwe plaat, werden live blijkbaar tot een minimum beperkt. Hier kregen we meer van dat typische Australische geluid waarvan de wortels liggen bij The Birthday Party en garage-rockgroepen als The Beasts Of Bourbon of The Scientists.
Gareth Liddiard’s vocals en gitaaruithalen zijn nog steeds even intens en zorgen voor brokjes pure emotie, met name in een pareltje als “You Let My Tyres Down” of in de ontspoorde garage-punk van “Two Afternoons”.
Voor het grootste deel van het opgekomen publiek, zeg maar zowat 99 %, was deze Australische band natuurlijk de grote onbekende. Toch wist Tropical Fuck Storm met hun zinderende set een groot deel van dat publiek voor zich te winnen. Omdat wij onszelf tot die andere 1% rekenen hadden wij sowieso al vooraan postgevat om dit fameuze concertje te ondergaan, en we waren hoegenaamd niet ontgoocheld.

Over naar Raketkanon dat hier uiteraard het thuisvoordeel had en daarbij mocht rekenen op een dolenthousiast publiek met overmatige moshpit-capriolen.
Hoewel wij wel overtuigd zijn, werd hun derde plaat niet overal op even luid gejuich onthaald, het leek wel of ze een ferm stuk van hun wilde haren waren kwijtgeraakt. Dat bleek ook letterlijk zo, quasi gans de band kwam met een proper geknipt coiffuurke op het podium. Doch dit bleek maar een afleidingsmaneuver, want Raketkanon gaf er een uur lang een ferme lap op.
De laatste plaat kwam uitvoerig aan bod, maar Raketkanon had er toch grondig aan gesleuteld, ’t is te zeggen er een stuk meer power op gezet. Dingen als “Harry”, “Fons” en “Ricky” haalden verschroeiend uit, alsof ze niet wilden onderdoen voor grote broers “Florent” en “Herman”.
Vanavond bleek dat Raketkanon toch in de eerste plaats een live band is, een horde losgeslagen Gentenaren die op een podium hun songs verbouwen tot iets metal- of hardcore-achtig, maar dan met een serieuze hoek af. Raketkanon creëerde een unieke eigen sound met geschifte keyboards, destructieve gitaren en onverstaanbare schreeuwerige over the top vocals van een zanger die zichzelf maar al te graag in het uitgelaten publiek stortte.

De Gentse Vooruit smulde ervan en maakte er mee een onvergetelijk avondje van. Voor ons was dit de eerste live kennismaking met deze Gentse wildebrassen. We hebben ons laten vertellen door fans van het eerste uur dat het er vroeger nog veel heftiger aan toe ging. We proberen ons daar iets bij voor te stellen. Hitsig bandje, dat alleszins.

Organisatie: Democrazy, Gent

Raketkanon - Dissonante gitaren en manische noise-rock
Tropical Fuck Storm , Raketkanon
Vooruit (Balzaal)
Gent

donderdag 02 mei 2019 13:24

Blues Rebel

Ouwe Belgische bluesrat (Marc Claeys aka Little Jimmy en voorheen Don Croissant) laat zich producen door jonge Belgische bluesrat (Tim De Graeve aka Tiny Legs Tim). Waarbij de jonge rat laat weten dat de kunst van het producen van die ouwe rat er eigenlijk in bestaat om hem haast niet te producen. Een hard leven hebben die producers.
Maar goed, we snappen het. De blues van Little Jimmy neigt immers meer naar de ongewassen oerblues van RL Burnside of T Model Ford dan naar de design-blues van Eric Clapton of de anabole steroïden-blues van Joe Bonamassa.
Den ouwen zijn stem heeft jaren liggen rijpen in een mengsel van koffiegruis en whiskybezinksel, het resultaat is een taaie rasp die achtereenvolgens klinkt als Captain Beefheart, David Thomas en Kevin Coyne. Dat zit dus al goed.
Dan is er ook nog Little Jimmy’s gitaar die gesmeed is in de John Lee Hooker stal en die als een trouwe hond altijd blind het baasje volgt. Check het naakte “Wabash Avenue”, een puur brokje emotie die hunkert naar die stokoude John Lee Hooker platen. In “Blues Before Sunrise” mag het beestje wel een dutje doen om zich te laten vervangen door een beschonken accordeon en in “Fred Mambo” trekt Little Jimmy er zelfs zonder zijn trouwe handlanger op uit richting New Orleans.
“Everyhting Looks Spic ’n Span”, dat zich laat opfleuren door een okselfris trompetje, is qua titel de misleider van dienst.
Want als er één ding is wat Little Jimmy op dit album niet doet, dan is het zijn blues oppoetsen met javel. En dat maakt van ‘Blues Rebel’ een heerlijk plaatje. Simpel, eerlijk en op een sympathieke manier altijd een beetje bouwvallig.


Een aangename kennismaking met het lustige duo The Courettes. Die speelden dan misschien niet de meest originele garage-rock, maar ze deden het met zodanig veel punch en gedrevenheid dat quasi de ganse zaal overstag ging. Een Braziliaanse jonge deerne ging wild te keer op gitaar en een Deense drummer mepte zich de pleuris op een drumstelletje uit den Aldi. Qua gretigheid kwamen ze in de beurt van The Glucks, qua sound gingen ze nog wat verder terug in de tijd in en kwamen ze bij The Sonics terecht. The Courettes dus.

Een betere opwarmer kon Jon Spencer zich dus niet toewensen en tijdens zijn set bedankte hij dan ook volledig terecht de knappe prestatie van zijn support act. Met zijn Hitmakers zette hij het feestje in alle hevigheid verder.
Opener “Do The Trash Can” mocht hier wel letterlijk genomen worden, want dat was precies wat de percussionist van dienst deed. De man zijn instrument bestond uit een paar verhakkelde ijzeren vuilbakken aangevuld met nog wat ander metaalwerk dat rechtstreeks van de schroothoop kwam. Het leek wel alsof we op een oude set van Einstürzende Neubauten waren terechtgekomen. Twee hamers fungeerden als drumsticks om ritme uit het gevaarte te krijgen, en het klonk nog goed ook. Geen idee wat er zo allemaal op Jon Spencer zijn rider stond, maar wij hebben zo een sterk vermoeden dat de organisatoren bij de plaatselijke Brico zijn moeten langsgaan.
Spencer had ter vervanging van zijn legendarische Blues Explosion deze keer The Hitmakers meegebracht. Naast de al eerder vermelde schroothandelaar bestond die band verder nog uit een driftige keyboardspeler en een drummer die het moest doen met een naar goede Spencer-gewoonte  sober drumstelletje, zijnde drie trommels en een velletje. Volgens vaste Spencer normen was er in mijlenver wederom geen bassist te bespeuren. Dat is iets voor watjes.
Het hoeft dus niet gezegd dat de band de lo-fi aanpak waar Spencer al jaren een patent op heeft in ere hield. Jon Spencer was nog maar eens zijn eigenste zelf, een kruising tussen Elvis, Lux Interior, James Brown en een overenthousiaste predikant uit the Holy Church of Rock’n’roll. Uit zijn gitaar haalde hij behoudens het gebruikelijke vuurwerk ook nog een stel gekraakte solo’s, een resem opgefokte en bloedhete riffs en tonnen smerige rock’n’roll.
Het was al weer te lang geleden dat we onze favoriete garagerocker nog eens aan het werk zagen, ons geheugen werd dan maar eens duidelijk opgefrist : Spencer is dé verpersoonlijking van rock’n’roll.
Naar goede gewoonte waren er ook deze keer nauwelijks of geen pauzes tussen de songs, alles werd Spencergewijs met roeste prikkeldraadriffs aan elkaar gesmeed. Naast een stel oude songs uit de Pussy Galore stal en een paar Blues Explosion-krakers kwamen vanavond vooral de songs uit het voortreffelijke nieuwe album ‘Spencer Sings The Hits!’ aan bod. En dat bleken stuk voor stuk springerige duiveltjes te zijn die barstten van withete energie. Vooral dat vinnige retro orgeltje kwam hierin sterk voor de dag en bleek een aardige aanvulling te zijn voor de hakkende gitaaruithalen van Spencer. Die nieuwe bommetjes als “Ghost”, “Wilderness” of “I Got The Hits” klonken hitsig en gejaagd, vintage Spencer, zeg maar. Er zat dus hoegenaamd nog geen sleet op die gloeiende en uiterst energieke sound van Jon Spencer, wat van een deel van het instrumentarium dan weer niet kon gezegd worden. 

Een dagje ouder, dat wel, maar nog niets van zijn pluimen verloren. Spencer rockte nog even fel als in zijn beginjaren.

Jon Spencer & The Hitmakers - Do The Trash Can!
Jon Spencer & The Hitmakers
Cactus Club
Brugge

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 1 van 94