• Wilde Westen, Kortrijk: events
    Wilde Westen, Kortrijk: events Wilde Westen, Kortrijk: events afgelasting concerten tgv coronacrisis Door de aanhoudende coronacrisis werd Wilde Westen genoodzaakt de deuren te sluiten…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
CD Reviews
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 14 september 2017 03:00

Orc

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

donderdag 14 september 2017 03:00

Villains

Neen, de nieuwe QOTSA is alweer niet de verhoopte knaller geworden. De heren hebben zich nochtans niet willen bezondigen aan overdaad en hebben hier maar een schamele 9 nieuwe songs op dit album gekwakt. En dan nog zijn er een paar overbodige bij, hoe is het mogelijk. Bloedarmoede ?
Het siert Josh Homme dat hij wil evolueren, maar de nieuwe op glam en dance-rock gericht sound komt niet altijd even sterk uit de verf. ‘Villains’ opent misschien wel nieuwe deuren, maar staat nu echt wel mijlenver van de Kyuss wervelstormen ‘Blues For The Red Sun’ en ‘Welcome To Sky Valley’ of de QOTSA klassiekers ‘Rated R’ en ‘Songs For The Deaf’. Tot nader order mogen we deze vier kanjers beschouwen als het beste wat Josh Homme op de wereld heeft gebracht, en we vrezen dat daar geen verandering meer zal in komen.

Het begint nochtans veelbelovend. “Feet Don’t Fail Me Now” stelt middels een lange intro ons geduld zwaar op de proef, maar wat er na komt is een voltreffer van een song waarin een stel hete riffs, funky synths en een geweldige groove samen tot iets zeer levendigs uitgroeien. Een lekker kontschuddend “The Way You Used To Do” is al even sexy en de funrock van “Domesticated Animals” stuift ook nog lekker door. Met “Fortress”, een lauwe popsong met een zeurend melodietje, gaat QOTSA echter de eerste keer flink de dieperik in. Een haastig, fel en hitsig glampunk nummertje “Head Like A Haunted House” komt dan heel even de meubelen redden, maar helaas, van daar af is het zo goed als gedaan. “Un-Reborn Again” is een leuk ideetje dat veel te lang gerokken wordt , “Hide Away” is slappe eighties pop en afsluiter “Villains Of Circumstances” gaat wel heel ver over de slijmbalgrens. Daartussenin hebben we gelukkig nog de stevige puncher “The Evil Has Landed” gekregen, maar toch blijven we met een hongerig gevoel zitten.
Een 5 op 9 is veel te weinig voor een band van dit kaliber.

donderdag 14 september 2017 03:00

Every Country’s Sun

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

The Black Angels – De AB baadt in een psychedelisch spectrum van licht en noise
A Place To Bury Strangers + The Black Angels
Ancienne Belgique
Brussel
2017-09-19
Sam De Rijcke

Met een band als A Place To Bury Strangers als support act kunnen we maar beter op tijd komen. We stellen vast dat de heerlijke chaos, fuzz, distortion en feedback ongeschonden zijn gebleven. Dit is lawaai van het betere soort, ouwe Jesus and Mary Chain die met prille Sonic Youth in duel gaat onder een regen van fel stroboscoop licht. Oliver Ackerman is een frontman die zijn gitaar niet echt bespeelt, maar eerder geselt, molesteert en vaak ook genadeloos tegen de grond kwakt. Naar het schijnt zit hij na elk concert uren te lijmen, te herstellen en te monteren om zijn gitaren terug enigszins speelklaar te krijgen. We kunnen het best geloven, die dingen zien er inderdaad zwaar toegetakeld en terug opgelapt uit. Een beetje zoals derdehands auto’s op het Afrikaanse continent, de vehikels hangen nauwelijks nog aan elkaar maar ze rijden nog.
Dit is het soort noise rock waar wij altijd een zwak zullen voor blijven hebben. Onze drang naar nieuw werk van deze vernielzuchtige band is na deze wervelende set weer met enkele graden aangewakkerd.

Op hun vijfde plaat ‘Death Song’ zijn The Black Angels trouw gebleven aan hun gekende geluid. Er zijn geen abrupte wijzigingen of stijlveranderingen te merken maar het is alweer een intrigerend werkstukje geworden dat dweept met sixties psychedelica, VU, The Doors, BRMC en bezwerende indie rock.
Dat weerspiegelt zich ook op het podium. Wij worden niet echt meer omver geblazen maar worden wel aangenaam onthaald met een portie kwieke psychedelische rock die als welgekomen alternatief kan dienen voor al die steriele elektronica die dezer dagen tot vervelens toe op ons af komt.
The Black Angels accentueren hun meeslepende psychedelische rock nog wat meer via een podiumscherm met projecties waarop allerlei soorten hallucinogenen vat hebben gehad.
De sound is herkenbaar, met sixties gitaren en begeesterende vocals die verweven zitten in zinderende indie-rock. The Black Angels zijn er ondertussen sterk in bedreven en kunnen bovendien terugvallen op een al flink aangedikt repertoire waaruit ze vanavond een vrij indrukwekkende best of kunnen distilleren.
Natuurlijk wordt het nieuwe album hier uitvoerig voorgesteld, en we moeten eerlijk zeggen dat enkele songs daarvan een beetje te licht uitvallen, zeker wanneer men die opstelt tussen gloeiende kanjers als “The Sniper At The Gates Of Heaven”, “Black Grease” , “Entrance Song” of “You On The Run”.
Maar anderzijds zijn er dan weer bedrijvige nieuwkomers als “Currency”, “I’d Kill For Her” en “Commanche Moon”, instant klassiekers die zich langdurig kunnen vastankeren in de setlist van deze retro-indie-rockers. Dat geldt zeker ook voor de prachtig zwevende ballad “Life Song”, een plakker die een verstilde en enig mooie afsluiter is van de reguliere set.
In de bisronde komt natuurlijk een bloedstollend “Young Men Dead” de show stelen, een kanonskogel die op vandaag nog steeds het ultieme visitekaartje is van The Black Angels.

Geen wow! gevoel misschien dit keer, doch wederom een sterke set van een band die een unieke eigen sound heeft ontwikkeld en die live steeds krachtig weet neer te poten.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 07 september 2017 03:00

Machine Mass plays Hendrix

U moet weten dat deze schijf is terechtgekomen bij een doorwinterde Hendrix fan. En Hendrix fans krijgen altijd een beetje argwaan wanneer een resem covers op hen af komt, want nobody plays Hendrix better than Hendrix. Oneindig veel bands hebben de songs van het gitaargenie gecoverd, maar de magie van het origineel werd nooit geëvenaard.
Bij het gezelschap Machine Mass lijkt echter de term ‘interpretaties’ beter gekozen, en dat is meteen het goede nieuws. Dit zijn allemaal volledig instrumentale versies van onsterfelijke songs waarin Hendrix een fusion jazz vestje krijgt aangemeten, en dit van een bende rasmuzikanten die hun virtuositeit per lopende meter tentoon spreiden zonder daarbij de groove uit het oog te verliezen. De gitaar is natuurlijk één van de hoofdrolspelers, het zou er nog aan mankeren. Die klinkt iets minder rauw maar net als bij de meester zijn de snaren constant op zoek naar avontuur. Machine Mass voegt er nog een extra kleurenpalet aan toe, er wordt uitvoerig aandacht besteed aan een omlijsting van glooiende keyboards, heerlijk roffelende drums en sexy basritmes. Dit is immers een fusion-jazzband, de klasse en virtuositeit gaan perfect samen met tonnen speelplezier en spontaniteit.
Het respect voor Zijne Gitaarhoogheid is alom tegenwoordig en er wordt uitvoerig gejamd, geëxperimenteerd en op ontdekkingstocht gegaan in diens avontuurlijke songs. Opener “Third Stone From The Sun” is een heerlijke lange opener waarin Machine Mass met de geest van Hendrix het heelal in trekt. “Little Wing” is voorzien van een zwevende intro die de song de eerste twee minuten quasi onherkenbaar maakt, maar wel uiterst boeiend. Ook “Voodoo Chile” wordt op een interessante manier binnenstebuiten gekeerd, de anders zo herkenbare intro heeft hier een soort beatbox injectie gekregen. Gedurfd, zeer zeker, maar het werkt, en hetgeen er na komt is een heerlijke jam die de spirit van Hendrix alle eer aan doet. Ook “You Got Me Floatin’” begeeft zich richting space langsheen een boeiende jamweg.
Het siert de uitmuntende muzikanten van Machine Mass dat zij niet gepoogd hebben om Hendrix klakkeloos te imiteren. Zij hebben daarentegen een reeks briljante songs van Jimi ter hand genomen en zijn daarmee op een hoogst creatieve manier aan de slag gegaan zonder ook maar één seconde het genie van de grootmeester onrecht aan te doen.

donderdag 24 augustus 2017 03:00

Sketches Of Brunswick East

En hop, daar zijn ze alweer, de geschifte kerels van King Gizzard & The Lizard Wizard, het ziet er naar uit dat ze zich zullen houden aan hun belofte om dit jaar maar liefst vijf platen uit te brengen.
Na de Oosterse uitstapjes van ‘Flying Microtonal Banana’ en de heavy gitaren van ‘Murder Of The Universe’ is dit al de derde release dit jaar. De opgefokte en extatische psych-rock van die twee voorgangers is even naar de kelder verwezen. Deze keer mag er lekker achterover geleund worden in een vintage relaxzetel uit de late sixties of vroege seventies. Filmische soundscapes, jazzy geluiden, lome funky baslijntjes, een fladderend orgeltje, tintelende gitaartjes en wederom een flinke portie gekte maken hier het mooie weer. ‘Sketches Of Brunswick East’ klinkt als een soundtrack van een vintage movie waarin VW busjes en minirokjes met fleurige bloemmotiefjes weelderig floreren. En overal sijpelt die herkenbare in psychedelica gedrenkte stijl door, dit is immers een band die als een gedrogeerde kameleon zichzelf steeds een ander kostuumpje kan aanmeten en daarbij steeds herkenbaar blijft klinken.
Ook deze keer is dit eigenlijk een soort van conceptplaat die als één lange trip over 13 bedrijven is uitgespreid. Alles vloeit vlotjes in elkaar en het geheel wordt, hoewel het deze keer doorheen luilekkerland fladdert, steeds spannend en avontuurlijk gehouden. King Gizzard & The Lizard Wizard presenteert zich op dit album als een stelletje neo-hippies die zich rot amuseren met al die fraaie hooks en grooves uit de late sixties en vroege seventies.
De plaat doet ons zowel qua artwork als qua sound ook wat denken aan ‘The Grand Wazoo’, één van onze favoriete Zappa platen. Iets luchtiger dat wel, maar met een gelijkaardige geschifte genialiteit en een fijne zin voor humor. Ook de grootstadsluiheid en de Hawaii-hemdjes van Fun Lovin’ Criminals komen ons voor de geest.
Dit is tegelijkertijd relaxen en plezier maken, een mens wordt hier blij van, en zelfs een beetje high. Te consumeren met een kloeke zomerse cocktail.

donderdag 24 augustus 2017 03:00

Out Of This Blue

Is Mike Scott te productief geweest of gewoon niet selectief genoeg ? Wij vrezen voor dat laatste. Scott heeft maar liefst 23 songs op dit nieuwe album gepleurd, goed voor meer dan ruim anderhalf uur zeer herkenbare Waterboys muziek. Het klinkt dus allemaal vertrouwd in de oren, Scott begeeft zich in zijn vertrouwde biotoop en lijkt niet de intentie te hebben om daar buiten te treden. Wij hebben het echter moeilijk om de pareltjes naar boven te halen uit dit overaanbod, als die er überhaupt al zouden tussen zitten. Dit is met name een album dat uit alle poriën de Waterboys sound ademt, maar die geen instant klassiekers voortbrengt zoals die weelderig voorkwamen op ‘This Is The Sea’ en ‘Fisherman’s Blues’.
Scott lijkt de meeste songs te hebben geschreven vanuit de automatische piloot-modus. Het klinkt allemaal wel best vermakelijk maar er is niets dat blijft hangen. Er is weinig diepgang, passie of vuur te bespeuren. Het lijkt een beetje alsof Scott zijn schaapjes op het droge heeft en niet echt meer moeite doet om ons te ontroeren.
De fans hoeven daarom nog niet ontgoocheld te zijn. Zij krijgen immers de Vintage Waterboys sound die ze mochten verwachten en ze mogen dus met gerust gemoed naar De Roma trekken op 16 november. We weten maar al te goed dat dit een band is die op een podium steeds beresterk voor de dag komt, en daar zal een ietwat minder album niets aan veranderen.
Wij vrezen echter wel dat de nieuwe songs live fel zullen afsteken tegen de talrijke onsterfelijke klassiekers.

donderdag 17 augustus 2017 03:00

EP

Pop/Rock
EP Charlie Cello/Ferocious
Eigen Beheer
The Waltz
2017-08-17
Sam De Rijcke

Dubbel singletje van een nieuw Belgisch tegendraads bandje dat zich begeeft in het woelige water waarin ook groepjes als The Guru Guru en Hypochristmutreefuzz rondzwemmen. We maken kennis met twee songs met hyperkinetische trekjes,  een stel rake tempowisselingen en een portie gecontroleerde noise. Afremmen, zijwegje proberen en dan terug de hoofdweg op en nog eens flink optrekken. Zo gaat dat bij The Waltz.
Smaakt naar meer.

donderdag 27 juli 2017 03:00

Vibe Killer

Jam-rock met songs van rond de 10 minuten en wortels die liggen in de blues en de langharige boogie en rock van de seventies, het lijkt niet meer van deze tijd. Het is nochtans het handelsmerk van het Amerikaanse Endless Boogie, een band die zijn naam niet gestolen heeft. Het gezelschap heeft voor zijn inspiratiebronnen gewoon de laatste 40 jaren genegeerd en keert terug naar bands als Canned Heat, Flaming Groovies, Edgar Broughton Band, Pink Fairies en The Rolling Stones uit de tijd dat die nog volop aan de LSD zaten.
Endless Boogie doet dit nu al 10 jaar en vier platen lang, en ‘Vibe Killer’ is alweer een ferme pot groovy seventies rock. Dit langharig tuig kan als geen ander de gitaren inpluggen en dan eindeloos verder jammen op één riff en een paar akkoorden, steeds op zoek naar de goeie groove, en die weten ze verdomme altijd te vinden. Frontman Paul Major heeft de grom van Captain Beefheart in zijn stem en de spirit van Keith Richards in zijn gitaar. De riffs zijn dirty as hell, de solo’s trekken vaak een eind door en klinken altijd lekker freaky en smerig. Met songs als “High Drag, Hard Doin’” en “Vibe Killer” willen wij gerust heel de nacht over de highway scheuren. In het heerlijke “Back In ‘74” gaat Major, met een vettige riff op de achtergrond, mijmeren over toen hij Kiss zag op het Kite festival. Niet dat wij Kiss fan zijn, maar verdomme, we wouden dat we er bij waren. De song doet ons een beetje denken aan het onvolprezen ‘Southern Rock Opera’ van Drive By Truckers waarin Patterson Hood zijn bewondering voor in zijn geval Lynyrd Skynyrd niet kon wegsteken.
Het jam-gehalte wordt naar het einde toe nog wat breder uitgesmeerd. “Trash Dog” is zo vuil en vunzig als zijn naam doet vermoeden en “Warp, Weft And Pile” is een uitwaaier die goed zou gedijen in de woestijn tussen de Touareg bands als Tinariwen en Tamikrest.
Als u zich wil laten meedrijven met de vibe van deze New Yorkse retro-rockers, dan begeeft u zich best naar Het Bos in Antwerpen op 15/09 of naar Café De Zwerver in Leffinge op 16/09. We zien u daar wel.

donderdag 27 juli 2017 03:00

Murder Of The Universe

Een plaat om in één ruk te beluisteren. Gaat u er dus even voor zitten. Of neen, toch niet, gaan zitten bij King Gizzard & The Lizard Wizard is geen goed idee, daarvoor is de sound te prikkelend, te opwindend en vooral te krankzinnig.
Wij hebben ons dit plaatje aangeschaft in De Kreun, omdat wij euforisch en helemaal overdonderd waren van dat knotsgekke concertje. We voelen die opwinding meteen terug opwellen van zodra we dit ding hier opzetten.
Is dit een conceptplaat ? Misschien wel, maar dan wel eentje met een hoek af. Het is eigenlijk één kierewiet verhaal over bizarre monsters, buitenaardse wezens en weet ik veel wat nog allemaal. Een rollercoaster van een album met een voice-over die de geflipte songs aan elkaar praat. Op en top King Gizzard, geschift, opvliegend en uitnodigend tot een uitbundig rock’n’roll feestje. Er zit wederom een enorme vaart achter, het heeft de beroering van Thee Oh Sees en de gekte van Flaming Lips. Het is een sneltrein die nooit stopt maar hoogstens eventjes afremt om dan terug op ramkoers af te stevenen op een nog nader te bepalen eindbestemming.
Met het over 9 bedrijven uitgesponnen “Altered Beast/Alter Me” heeft de band er sowieso een kraker bij die menig concertzaaltje op zijn kop zal zetten, een geschifte joyride waarin meermaals plagend het gaspedaal wordt ingehouden om dan telkenmale met volle kracht terug op te trekken. Verder weet King Gizzard een soort uit zijn voegen gebarsten hardrock neer poten op het explosieve “The Lord Of Lightning”, een lading buskruit waarin zowel Black Sabbath, Arctic Monkeys en zelfs Uriah Heep vervat zitten. Al even heavy zijn “Digital Black” en vooral “Vomit Coffin”, twee ontvlambare splinterbommetjes die terloops nog een streep psychedelische punk door een metal-badje sleuren.

Dit album is na het ook al fantastische ‘Flying Microtonal Banana’, waarin de band enkele fel gesmaakte Oosterse uitstapjes maakte, al de tweede release in 2017. Er zouden er dit jaar nog enkele zitten aan te komen. Graag, want ieder album krijgt telkenmale een eigen smoel aangemeten en wij hebben geenszins de indruk dat het teveel van het goede is. King Gizzard & The Lizard Wizard blijft immers steeds boeien met die gejaagde en verslavende sound. Wij zijn er helemaal gek van. Op naar de volgende.

Pagina 10 van 94
FaLang translation system by Faboba