Talen

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait

The Detroit Cobras - Oude, vergeten parels zorgen voor een uitgelaten feestje

Geschreven door

Vooraleer het weerzien zich, na maar liefst vijftien jaar, kon voltrekken werden we nog eerst twee Parijse bands door de strot geramd. Vergeef me de wat oneerbiedige uitdrukking. Ik heb er trouwens alle begrip voor dat men beginnende groepen een kans geeft , maar ik had toch het gevoel dat er genoeg Franse groepen zijn die wat nauwer zouden aansluiten bij dit hoofdprogramma.

In de keuze voor Jack’s On Fire kon ik me nog enigszins vinden. Het viertal rond Vincent Lion en Claudia Singer hinkte wat op twee gedachten. Zanger-gitarist Lion deed hard zijn best om zo Brits mogelijk te klinken en wordt daarbij wel eens vergeleken met Arctic Monkeys maar daar had ik geen boodschap aan. Geef mij maar het zangeresje dat beschikte over een stel wonderlijke stembanden waarmee zij het eerder in de noiserock zocht. Wanneer ze het op een gillen zette , liet ze zelfs een Nele Janssen van Peuk wat verbleken.
Midden in de set hoorde ik onverwacht een vonken slaande versie van “Cherry Bomb”, dat het origineel van The Runaways ruimschoots overtrof en waardoor ik me al opmaakte voor een definitieve kentering. Helaas bleek het nummer dat erop volgde eerder op een afleggertje van The Strokes.

Met Parlor Snakes verscheen er een goed geoliede band op het podium met een onwrikbare sound waar geen millimeter van werd afgeweken en die verdomd goed wist waar ze naartoe wilde, helaas was dat niet mijn favoriete bestemming. Dit leek een kruising tussen glam en powerrock die voor weinig verrassingen zorgde , maar met Eugénie Alquezar hadden ze wel een geweldige frontvrouw in huis. Niet dat ze zo goed kon zingen of een virtuoos was op haar instrument (haar orgeltje deed trouwens meestal dienst als decoratie). Maar aan charisma had ze geen gebrek terwijl ik nooit eerder een zangeres zo gracieus zag dansen als zij en dat op torenhoge stiletto’s. En zo zorgde deze wonderlijke verschijning ervoor dat ik niet vroegtijdig de bar opzocht.

The Detroit Cobras, wie kent ze nog? Tussen 1998 en 2006 maakte deze groep rond zangeres Rachel Nagy en gitariste Mary Ramirez (de lijst met de overige groepsleden is schier eindeloos) vier LP’s en één EP vol obscure covers. Nagy en Ramirez wilden graag een band beginnen maar waren te lui om zelf nummers te schrijven. “Waarom zou je zelf een slechte song maken terwijl er al zoveel goede zijn” en dus keerden ze hun platenkast om.
Na acht jaar bleek die bron uitgeput en verdwenen de Cobras in de anonimiteit. Dus was het maar de vraag wat ze er na al die jaren nog van zouden bakken. Nieuw werk buiten een single op Jack White’s ‘Third Man Records’ is er niet.
Vergeleken met het elegante mirakel van daarnet oogde Rachel Nagy eerder een slons, maar dan wel een heel sympathieke en met tonnen meer (zang)talent. Nagy leek er al eentje op te hebben en dan druk ik me nog voorzichtig uit. Bij momenten hield ze zich nauwelijks staande, evenwichtsproblemen of straalbezopen? Gelukkig zette dat in ieder geval geen rem op het vocale werk want dat was nog steeds bijzonder indrukwekkend.
“Wie durft er Adele nog een goeie zangeres noemen nadat hij Rachel Nagy gehoord heeft” las ik ergens en daar kan ik me volledig bij aansluiten. Haar uiterlijk was misschien niet zo gracieus meer, haar stem dus te meer. Met een indrukwekkende souplesse reeg ze nonchalant maar altijd soulvol de rock-‘n-roll, rhythm-‘n-blues en soulparels aaneen. Naast haar het eeuwig goedlachse opdondertje, Mary Ramirez, die voortdurend bleef rondhossen. Het valt misschien niet meteen op maar ze is een verrekt goeie gitariste met een perfecte timing.
De rest van de groep (tweede gitaar, bas en drums) zorgde voor de vette en erg aanstekelijke garagesound. Wat was het een feest om al die oude vergeten juweeltjes, niet zelden deels door het publiek meegezongen, terug te horen. “Putty (in your hands)”( The Shirelles, ook gekend van The Yardbirds) , “Cha cha twist” (Connie Francis), de Oblivians klassieker “Bad man” (hier “Bad girl” uiteraard), “Weak spot” (Ruby Johnson) of “Leave my kitten alone” (Little Willie John) voorzien van een heerlijk “Meow”: het waren voortdurend aanslagen op de heupen.
Bij “Ya ya ya (Lookin’ for my baby)” (The Nightriders) beleefde een dame uit het publiek de tijd van haar leven toen ze mocht komen meezingen op het podium. Deze uitbundige nostalgische trip eindigde met het wat forsere “I wanna holler” (Gary U.S. Bonds) waarbij de groepsleden één voor één het podium verlieten met als laatste de drummer.
Er konden nog twee bissen af waarbij Rachel Nagy, vers drankje in de hand, haar hooggehielde laarzen had uitgetrokken en in bontgekleurde sokken verscheen. Teneinde het evenwicht wat beter te kunnen bewaren waarschijnlijk.

Organisatie: 4écluses, Dunkerque

Aanvullende informatie

  • Band Name: The Detroit Cobras
  • Date: 2019-10-29 23:00:00
  • Concert Place: Les 4 Ecluses
  • Concert City: Dunkerque
  • Rating: 8
Gelezen: 166 keer