zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Jérôme Bertrem

Jérôme Bertrem

Het indie-/internetfenomeen Boy Pablo zakte af naar Brussel waar er een aanzienlijk schare fans hem opwachtten. Hij en zijn band, bestaande uit vrienden en familie, deden ons verlangen naar de zonovergoten festivalzomer.

De band die de spits mocht afbijten was Jakomo, het Brussels viertal dat lo-fi suave rock brengt. Helaas kon de recensent ter uwer dienst slechts de laatste noten van de set meepikken. Echter, afgaande op die afsluiter en de overweldigende reactie van het thuispubliek, heeft Jakomo een uitstekende thuismatch gespeeld. Als halve finalist van Humo’s Rock Rally zullen we er nog zeker van horen!

Ook al heeft Nicolás Pablo Rivera Muñoz of wel Boy Pablo nog geen LP op zijn conto staan, was de Orangerie net niet uitverkocht. Zijn populariteit was tijdens de soundcheck al duidelijk toen enkele fans kreten slaakten terwijl hij en enkele bandleden de stage klaarmaakten. Iets later kwamen Pablo, zijn broer, neef en drie vrienden opnieuw tevoorschijn terwijl een geluidsfragment hen aankondigde alsof er een sportwedstrijd ging beginnen.
Met “Yeah (Fantasizing)” trapte de knaap en zijn kompanen af met wat eerder een zachte opwarmer is. Het melodieuze en dansbare “Feeling Lonely” zette het feestje pas echt in gang. Hij had dus niet veel nodig om de sfeer zeer frivool en opgewekt te maken. Alles behalve misselijkmakend was ook “Sick Feeling” dat ons een lach op ons gezicht toverde en tegelijk aanstekelijk op onze heupen werkte.
Boy Pablo mag dan nog over hartzeer, eenzaamheid, een wrang gevoel of besluiteloosheid zingen, toch zorgt de melodieuze muziek (denk aan Mac DeMarco, Two Door Cinema Club, Kakkmaddafakka) voor een opgewekte setting. De zomer mag dan nog niet voor morgen zijn, toch voelen en ruiken we de festivals nu al!
Natuurlijk was “Everytime” het summum van de avond dat gretig werd meegezonden door de hele zaal. Deze single is vooral populair door de ogenschijnlijke simpele virale videoclip die zijn eigen digitale leven begon te leiden. Vervolgens mocht goede vriend en backing vocalist Eric Tryland het duet “Never Cared” meezingen. Helaas legde dit pareltje ook de lichte vermoeidheid van Pablo’ stem bloot die wat moest onderdoen voor die van Eric.
We moeten ze vooral niet al te serieus nemen want het verjaardagsliedje, de ingestudeerde mopjes (inclusief corona-joke), de semi-acrobatische toeren, de bandchoreografie, de meezingmomenten en handgeklap... maakten de avond uitermate ontspannend en enorm plezant!
Bissen was niet aan de olijke bende besteed waardoor ze meteen naar het einde sprinten met een uptempo versie van “Dance, Baby”. Zowel Pablo als Eric met keytar in de hand zetten shirtloos het nummer in. Alsof dat nog niet ludiek genoeg was, werden we verzocht om door de knieën te gaan en een laatste keer alles te geven. Iets wat - bij ons weten - maar zelden met volle overgave werd gedaan in de Botanique!

Organisatie: Botanique, Brussel

Het Londense duo van Jadu Heart zakte voor het eerst af naar België om er hun psychedelische pop debuutplaat ‘Melt Away’ voor te stellen. Hoewel ze een mengelmoes van zoveel verschillende genres brengen, was het live toch een samenhangend dansbaar geheel.

Becky and The Birds, het prille selfmade project van de Zweedse Thea Gustafsson, moest het publiek in de AB Club opwarmen. Gewaad in een soort huwelijkssluier (of was het een lampenkap?) met dito kleed, probeerde ze haar obscure met soul en electro doorspekte r&b aan de man en vrouw te brengen.
Hoewel ze met haar eerste EP een duidelijk statement maakte tegen de muziekindustrie en ook zichzelf uitdrukt hoe ze met een depressie worstelt, kwam dit live helemaal niet tot zijn recht. Het geheel kwam net iets te geheimzinnig over om het echt te snappen. Dat ze wat te bieden had, was wel duidelijk door haar vernufte elektronische toetsen met samples en haar sterke zangskill. Toch doorbreekte ze af en toe de mystiek en bedankte ze het publiek uitvoerig waardoor we toch sympathie kunnen opbrengen.

Ook gewaad in enige mystiek was Jadu Heart, maar op die geheimzinnigheid waren we wel op voorbereid. Alex Headford en Diva Jeffery hebben namelijk een eigen universum gecreëerd - à la Empire of the Sun of zelfs nog Daft Punk - waar gemaskerde alter ego’s Faro en Dina bezweringen ondergaan en als personages evolueren. Live waren de maskers op lichtzuilen aangebracht, waardoor de performance meer direct en persoonlijk was en waar je eigen verbeelding ook deel uitmaakte van Jadu Heart’s wereld.

Qua muziekgenres namen ze ook een avontuurlijke tocht van jewelste. Na EP’s ‘Wanderflower’ en ‘Ezra’s Garden’ waar ze niet enkel hun stijl maar ook hun personages vormgeven, zijn ze vorige zomer met debuutplaat ‘Melt Away’ op de proppen gekomen. Allereerst hebben ze veel weg van trip-hop/chillwave als Bonobo of Tycho. In bijvoorbeeld live opener “The Cure” was de exotische ritme stevig ondersteund door zweverige lyrics en beukende samples en beats die je niet onberoerd lieten. Naadloos daarop aansluitend was “Ocra”, waar ze verder gingen naar glitch met toetsen van trap, soul en r&b. Net die genres kwamen ook uitdrukkelijk naar voren in “U Never Call Me”, waaraan Mura Masa meeschreef en ook zijn accenten duidelijk aanwezig zijn. Dit sterke nummer was trouwens een eerste hoogtepunt halfweg de set.
Ze gingen weinig genres en risico’s uit de weg, want niet alleen brachten ze nieuwe nummers zoals “Metal Violets” , maar ze speelden ook veel nummers van vóór hun debuutplaat. “Galaxy Surfing” klinkt live zo smooth alsof dat broodje nog maar net gebakken was. Als de muzikale mengelmoes nog niet genoeg was dan was daar “Purity” ofwel The XX met enkele versnellingen hoger. Of nog “Dead, Again” dat veel mee had van shoegaze à la Ride of DIIV. Eerste bisnummer “Another Life” geleek dan sterk op Tame Impala’s “Let It Happen”.

Ondanks de veel vaatjes waar ze uit tappen, klinkt Jadu Heart toch zeer verfrissend en origineel. De uitgebalanceerde zanglijnen van Alex’s ruwe en Diva’s honingzoete stemmen en het gewillig dansbare publiek, waar Alex tot tweemaal toe ook deel van uitmaakte, zorgden voor een geslaagd totaalplaatje.

Setlist: Intro, The Cure, Ocra, Meeting Faro, Metal Violets, U Never Call, Galaxy Surfing, Purity, Druns, The Love, Whitefang, Dead Again, Another Life, I’m a Kid

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Sleater-Kinney’s passage in de Botanique was een verwennerij voor zowel nieuwe als oude fans. Als er twijfel was over welke weg Sleater-Kinney was ingeslagen, dan is dat na dit optreden wel duidelijk waar ze met deze band verder willen gaan.

De support van vanavond was niemand minder dan Harkin het soloproject van Sky Larkin’s Katie Harkin uit Leeds. Als dat niet meteen een belletje doet rinkelen, dan zul je Katie Harkin vast aan het werk gezien hebben samen met Kurt Vile, Waxachatee of Courtney Barnett. Niet enkel moest ze het publiek opwarmen maar ook haarzelf aangezien ze één van de drie backing muzikanten is van Sleater-Kinney.
Nog net konden we het powerpoppy “Nothing the Night Can Change” en beukende afsluiter “Dial it Up” meepikken. Hier en daar zijn de invloeden van eerder vermelde bands herkenbaar maar anderzijds heeft ze wel een persoonlijkheid en mooie zangstem die Harkin dan toch wel uniek maken.

De Orangerie was al duidelijk goed gevuld maar uiteraard is iedereen er afgezakt voor Sleater-Kinney. De powerpunkduo van Carrie Brownstein en Corin Tucker dat vorig jaar nog een trio vormde met Janet Weiss, kwam voort uit de Riot Grrl-beweging die begin de jaren ‘90 is ontstaan. Sinds de band een comeback maakte in 2014 is er echter al veel veranderd. De laatste plaat ‘The Center of the World’ werd geproducet door St. Vincent waardoor de band een andere sonische pad inging waardoor drumster Weiss eraan moest geloven...

Door de vele licht- en podiumelementen was het op voorhand al duidelijk dat het optreden in teken stond van het laatste album. Op één nummer na werd die trouwens volledig gespeeld. En die nieuwe lading tracks moest niet onderdoen voor wat Sleater-Kinney nog voor de break-up ineen heeft gebokst. Zo zette opener “The Center Won’t Hold” meteen de thematische toon van de onzekere turbulente tijden waarin we nu leven. Zelfde verhaal in “Hurry on Home” en “The Future is Here” die al vroeg in de set kwamen.

Dan was er nog de back catalogue waaruit ze gretig konden puren. Fans van de eerste uren werden ook op hun wenken bediend. “Jumpers” weekte de eerste vreugdekreten los bij het publiek. Straf trouwens dat een single over de akelige eenzaamheid van Golden Gate Bridge-springers zo goed werkt. Ook het bijna 20 jaar oude “Start Together” en al zeker “ What’s Mine is Yours” waar Tucker de longen uit haar lijf zong, zorgde voor heel wat enthousiasme.

Er was al veel te beleven maar het duurde toch een halve set eer het duo (gesterkt door drummer en twee achtergrondmuzikanten) volledig opgewarmd was en het geheel ook minder ingestuurd overkwam.
“One More Hour”, het Sleater-Kinney-nummer bij uitstek, was een keerpunt waardoor ze naar het einde toe een hoog niveau aanhielden. Brownstein die al de hele tijd haar scherpste gitaar hooks uit haar mouw schudde, liet vanaf dan ook al haar energie de vrije loop. Nog een hoogtepunt was het nieuwe “LOVE”, over hoop en oprechte vriendschap, dat in vergelijking met het ander recent werk wat minder zwaar aanvoelt.
Met “Entertain” gingen ze voor de eerste maar niet voor de laatste keer de scène af. Ons geduld werd beloond voor wat het beste van de avond zou zijn: vijf afsluiters waaronder een “Angst in My Pants” (cover van Sparks); “Broken”, “Modern Girl”, “Words and Guitar” en “Dig Me Out”.

Zo werd iedereen vermaakt en kregen we een duidelijk beeld van welke weg Sleater-Kinney ofte Brownstein-Tucker wil verderzetten.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 20 februari 2020 19:12

(Sandy) Alex G - Deugddoende sprookjesmuziek

Er was eens… een singer-songwriter uit Philadelphia die DIY-gewijs een enorme creatieve drang had om muziek uit te brengen. (Sandy) Alex G bracht in de Orangerie allesbehalve een sereen concert, maar toch waanden we ons vaak in de living van zijn sprookjeshuis.

Pet Shimmers bestaat uit - volgens overkanaalse bronnen - zowat het sterkste wat Bristol voortbrengt op muzikaal vlak, zoals Oliver Wilde. Intussen hebben ze in Engeland al een aanzienlijke reputatie opgebouwd en kwamen begin dit jaar met een eerste langspeler op de proppen. Toegegeven: de leuke melodieën, de snedige slidepartijen van de perfect synchrone gitaristen en luchtige lyrics smaakten alvast naar meer.  Een simpele “Fuck England” als afluister levert hen alvast de prijs voor de kortste Brexit-standpunt op.

Na meerdere releases in bandcamp en uiteindelijk enkele onder verschillende labels, heeft (Sandy) Alex G met 8 platen in bijna evenveel jaar zich een weg gebaand naar een groter publiek. Zijn laatste ‘House of Sugar’ blinkt (net als de vinylhoes, trouwens) uit op meerdere vlakken en was een hoogtepunt van het afgelopen jaar.
“Gretel” legde, na op-tape-gespeelde opener “Project 2”, meteen bloot waar (Sandy) Alex G voor staat: beukende noise rock afgewisseld met eenvoudige maar doordachte melodieën en nog eens meezingbare lyrics. Het nummer met sprookjesachtige (Hans en Grietje) insteek deed ons al vroeg zweven van bittere ernst naar kinderlijke onschuld. In het americana-beladen “Southern Sky” en “Hope” waren de op plaat subtiele franjes door de ogenschijnlijk gedownstripte band anders, maar toch meesterlijk geïnterpreteerd. 
Alex’s song sieren ook in bondige doeltreffendheid. Neem nu “Taking”, die zodanig live gebracht werd dat de rauwe emoties van vraatzuchtigheid en verslaving voelbaar waren. Zelfde indruk tijdens  “Kicker” van album “Beach Music” die het heeft over de ‘s levens nietigheid.
Na het ogenschijnlijke liefelijke “Bug” en “Into My Arms” maakte Alex en Co ons warm voor een zogenaamd Belgische cover van achter zijn piano. Hij had ons goed liggen met de ruwe bolsters “Brick” en “Horse”.
Ondanks deze zware-op-de-maag-liggende songs, was de setlist toch mooi uitgebalanceerd qua intensiteit. Naar het einde toe greep hij terug naar zijn laatste plaat om er nog enkele pareltjes uit voor te dragen zoals “Walk Away” en “Crime” die gaan over emotionele lafheid (of is het verlatingsangst?).
Eens de mooi uitgebalanceerde set afgerond werd met bisnummer “Fell” stond de band open om vijftal verzoeknummertjes te spelen. De dankbaarheid voor en van (Sandy) Alex G was hartelijk en aanstekelijk. Met “Brite Boy” stuurde de band, bijgestaan door Lexi Jennings van Pet Shimmers, ons het beloofd land in waar we nog lang en gelukkig mogen leven.

Organisatie: Botanique, Brussel

Op een doodgewone maandag slaagde The Growlers om een zomers microklimaat te ontwikkelen in Leuven. Fans van het eerst uur werden verwend en nieuwkomers werden meer dan overtuigd.

De hoofdact nam als support Hot Flash Heat Wave mee uit het zonnige California. De zaal was nog maar amper gevuld waardoor de vier Wave’rs eerder ongeïnteresseerd hun set aanvatten. Gelukkig bouwden ze de spanning goed op om met opener “Hesitation” of het dansbare droevige “Lonely Times” waardoor de zaal zich met mondjesmaat vulde. Het surferpunk “Gutter Girl” en het funky Tame Impala-achtige “Head in the Clouds” wekten heel wat enthousiasme los.
Hot Flash Heat Wave is geslaagd in hun opdracht om niet alleen het publiek op te warmen maar om meer punten te scoren bij muziekfans.

Talrijk waren de muziekfans naar Leuven afgezakt om het eigengemaakte beach goth van The Growlers te bewonderen. Na de zesde plaat ‘Natural Affairs’ dat meer van hetzelfde bevat maar toch iets meer gepolijst is, willen Brooks Nielsen en Co niet anders dan hun muziek met plezier delen.
En of ze er zin in hadden! Beginnen met “Problems III” en overgaan tot “Night Ride” was niet alleen gewaagd maar ook zeer efficiënt. Frontman Nielsen had wellicht zijn stembanden met de nodige nicotine en alcohol ingesmeerd want de typerende korreligheid was ook van het begin on point. Zijn statige houding verhinderde enkele uitzinnige fans er niet van om letterlijk aan zijn voeten te liggen.
The Growlers slagen erin om surf met psychedelische toetsen van de jaren ‘60 te doen herleven. Zo herken je vleugjes van The Doors of Beach Boys in “One Million Lovers” of “Empty Bones”. Maar oubollig klinken ze allesbehalve want “When You Were Made” of “Social Made” klinken thematische als muzikaal fris en hedendaags. En toch is elk nummer zowat omzoomt met een duister randje over nietigheid, de zin van het leven of de twijfels die daarmee gepaard gaan...
Ondanks die donkere ondertoon groeide het enthousiasme van de fans van het eerste uur en deze in wording nummer na nummer. Af en toe trekkende aan een sigaret, wierp Nielsen soms onverstaanbare bindteksten het publiek in. Toch was de voldoening duidelijk zichtbaar wat voor tweede gitarist even te veel was… Hij verliet het podium halfweg de set naar verluidt omdat hij “te veel drinkt en feest en dat iedere nacht opnieuw”. Een ludieke opmerking dat de sfeer alleen versterkte.
Dat ze graag muziek maken en plezier hebben in wat ze doen, is een understatement want na liefst dik anderhalf uur, kwamen ze even terug om zomers toetjes “Shadow Woman”, “I’ll Be Around” en “Going Gets Tuff” te serveren aan een publiek dat intussen snakt naar de bruisende zomer.

Organisatie: Depot, Leuven

MNNQNS timmert al een tijdje aan enige faam, maar met de debuutplaat ‘Body Negative’ zijn ze een stabiele en goede weg ingeslagen. Ze mogen alle vier dan wel van Frankrijk zijn, toch heeft frontman Adrian D’Epinay voor de MNNQNS de boter gehaald bij de lokale muziekscene in Cardiff toen hij er voor een periode verbleef. Een mengelmoes van pulserende postpunk à la Television of Gang of Four, noestige noise à la Nirvana of Sonic Youth of zelfs een vleugje New Wave à la Talking Heads of Devo. Laat ons vooral niet te veel aan hokjesdenken doen, want naar het schijnt hebben ze er zelf een hekel aan!

UItstel is geen afstel want initieel gepland voor eind oktober moest de band noodgedwongen het concert uitstellen. Gelukkig kwam MNNQNS op Valentijnsdag om er tal van harten te veroveren en evenveel liefde terug te geven.
“Op veilig spelen” stond niet in hun woordenboek want de avond werd ingezet met een verrassende cover van Madonna’s “Material Girl”. Een bijkomend bewijs dat ze niet zomaar in een hokje willen geduwd worden. De lol was nog maar amper achter de rug en al meteen kwam daar het eerste hoogtepunt met “If Only They Could”. Een track waar het viertal het kenmerkende vraag-antwoordspel tussen vocalen maar ook tussen gitaren demonstreerden. Meer van datzelfde in het daaropvolgende “Fall Down” dat strak gebracht werd.
De energetische Fransen waren allesbehalve statige paspoppen want ze hadden er duidelijk zin. Na enkele verkennende starende blikken zochten zowel de D’Epinay als tweede gitarist Marc Lebreuilly nog meer contact op met het publiek. In het dreigende “Drinking from the Pond” sneed Lebreuilly als het ware dwars door de frontrow. Ook een fijne toevoeging waren de stroboscopen die D’Epinay via een schakelaar tijdens o.a. “Limits of Town” bediende om de hartslagen nog verder de hoogte in te jagen.
De mondige drummer Grégoire Mainot nodige de goed gevulde Witloof Bar uit om te dansen en het publiek, met fans van het eerste uur, had de boodschap duidelijk begrepen. De sfeer was te voelen tijdens “Wire (Down to the)” - eerbetoon aan Wire - en “Desperation Moon”. Tijdens “Urinals” werd de sfeer des te heviger nadat D’Epinay zijn gitaar fixeerde aan de lichtbar en wanneer Lebreuilly nog wat dichter onder het volk wou staan.

Het hoopje ongeregeld sprintte naar het einde van de set met maar liefst drie nieuwe tracks die ook zeer makkelijk bij de gegadigden binnengingen. MNNQNS had liefde in overvloed en bedankte het publiek uitvoerig. De liefde was uiteraard wederzijds na deze zinderende show.

Setlist: Material (cover - Madonna-) , If Only They Could, Fall Down, Double Visions, Drinking from the Pond,Limits of Town, Stagnant Pools, Notwhatyouthoughtyouknew, Wire (Down to the), Desperation moon , Urinals,Ttape Counter Idol Threat, Glory Paul

Organisatie: Botanique, Brussel

vrijdag 14 februari 2020 18:06

Algiers - Gemiste kans op massaprotest

Algiers is als Amerikaans-Britse protest punkband nog steeds relevant. Dezelfde ingrediënten zoals soul, gospel, industrial, punk en whatnot komen terug op hun laatste plaat ‘There Is No Year’. Helaas liet de band na de passage in de Botanique ons ongeïnspireerd achter.

Maar eerst was het de beurt aan Esya. Als zeer bedrijvige bassiste in Savages en tal van andere zijprojecten, heeft Ayşe Hassan het afgelopen jaar niet stilgezeten. Zo bleek ze ook voldoende solomateriaal te hebben om een halfuur te vullen. Met een beperkt arsenaal bestaande uit drum sequencer, synthesizers, bass en vocals, bracht ze een volle live sound van electro doorspekt met dark wave en punk. Ze stond er alles behalve statig bij, waardoor het geheel des te overtuigender bij ons binnenkwam. Met hoogtepunt “Everything” - over eeuwige en voortdurende keuzestress - pakte ze het publiek helemaal in. Een artieste om in de gaten te houden!

Zo gelaagd de muziek van Algiers wel is, zo talrijk was ook de instrumentatie op het podium van het vijftal - extra achtergrondzanger incluis. Lee Tesche baande zich een weg naar zijn gitaar- en saxofoonpost waar hij het startschot gaf. Een voor een kwamen ook Ryan Mahan (bas, synthesizers en loopers), Matt Tong (drums) en uiteindelijk Franklin James Fisher het podium op om verschroeiend “There is no Year” te brengen, de titeltrack van hun laatste langspeler.
Zo verschroeiend dat de soundmix volledig de mist in ging. Iets wat doorheen de set amper werd rechtgetrokken… Het gedrum van Tong (ex Bloc Party) leek soms van kilometers ver af te komen en Tesche had niet eens een micro nodig om zijn kreten hoorbaar te maken.
Gelukkig bracht de band ook minder overladen nummers.“Dispossession” was zo het eerste lichtpuntje van de set. In “We Can’t be Found” hoorden we Fisher eindelijk vol overgave zingen zoals we hem herkennen op de platen. Of nog het op plaat ijzersterke en swingende “The Underside of Power” dat het enig hoogtepunt was van de avond.
Ook op présence en overgave was er initieel niets op aan te merken, want het duurde niet lang eer Mahan zijn excentrieke en energetische moves bovenhaalde. Helaas voelde diezelfde energie op de duur als overdadig aan. In schril contrast stond daar tegenover Tesche die zich leek te verliezen in zijn eigen focus. Als er al een opgebouwde spanningsboog was, viel die uiteen door de onherkenbare cover van Outkast’s “Liberation” of het eerste chaotische bisnummer “Irony. Utility. Pretext.”...
Een gemiste kans dus! Algiers is en blijft relevant en heeft genoeg diepgang, creativiteit en brute eerlijkheid om een publiek van gelijkgestemden te overrompelen. Jammer genoeg ontbrak er deze avond aan finesse en vlotheid qua klank en overgave. Benieuwd hoe ze het de volgende keer er van af brengen!

Organisatie: Botanique, Brussel

Jan Verstraeten - Innemende vertwijfeling en kinderlijke ernst
Echo Beatty en Jan Verstraeten

De avond in de Handelsbeurs beloofde een te zijn van hoog niveau. Beide artiesten, allebei getekend bij Unday Records, hebben er een zeer vruchtbaar jaar op zitten. Het publiek kon in de zaal met enkele hoge tafels en stoelen in een zeer ontspannen sfeer van de muziek genieten.

Onder onwennige stilte betrad Echo Beatty met band het podium. Annelies Van Dinter is met haar twee langspeelplaten en onlangs uitgebrachte EP 'Ode to the Attempt' alvast geen groentje meer. Na samenwerkingen Mauro Pawlowski, The Black Heart Rebellion and Bed Rugs en concerten met dEUS en Trixie Whitley bouwt ze gestaag aan haar populariteit.
Al vroeg in de set was de bedoeling van Echo Beatty duidelijk. “Waking Up from a Dream” maakt je wakker in een bittere en harde realiteit. En dit bleef een thema doorheen de set: de vertwijfeling in het leven zijn niet te ontkennen en kun je maar beter koesteren. Hetzelfde gevoel tijdens “Love is all in Vain” - een treurnummer is voor de meest tedere ziel - en “Where do we go from here?” of “Big Black Hole”. Dit lijkt zwaarwichtig te zijn maar de band toonde genoeg charme en was voldoende meeslepend om niet te afstandelijk over te komen. Bij momenten kwamen er flitsen van PJ Harvey voorbij of tonen van Feist of 90s indie bands. Ook de dubbele micro (een met en één zonder effect) deed aan een jonge dEUS of zelfs Millionaire denken. Na afsluiter “Hunger, Hunger” bleven we met dit volmaakt concert niet op onze honger zitten.

Maar gelukkig hadden we nog wat plaats voor een heerlijk toetje. Jan Verstraeten heeft er ook een succesvol jaar op zitten. Niet alleen bracht hij bijna uit het niets zijn eerste EP ‘Child Play’ uit, hij gaf ook hij tal van optredens in België, Nederland en zelfs de Verenigde Staten. De visuele artiest heeft duidelijk aandacht voor detail en dat was deze avond niet anders. Of beter gezegd het was zelfs meer dan we gewoon waren!
De muzikale opstelling van Jan en friends (zoals aangekondigd op het projectiescherm) had ruim plaats op het ideale podium. Ludiek waren de kostuums waar de 7-koppige band in gedost was. Felgeel met hangende linten, bananen in western-tenue dus.
Openen deed Jan & co met "I want to be Forgotten" waar de muzikale puurheid en balans tussen het visuele en het muzikale meteen opviel. Als een echte selfmade man maakt hij trouwens de coverart van zijn singles en EP en ook videoclips die tijdens het optreden geprojecteerd werden. De strijkpartijen in bossanova-stijl gingen naadloos over in "Tropical View" dat - met bijhorende aapmasker in de videoclip - een ode is aan het mooie leven.
Dit speelse kinderlijkheid was initieel sterk aanwezig maar vanaf “Dreams”  waarbij Jan de zanglijnen liet afspelen op een speelgoedrecorder en de bandleden een zelfontworpen masker droegen, kreeg het geheel een volgroeid karakter. Achter de kinderlijke gelukzaligheid schuilt er dan toch een donker kantje… “Second Hand Novel” legde ons het zwijgen op met een duidelijke Shut your mouth. Dan was het de beurt aan zijn meest bekende single en cover “Surviver” - met bijschrijft “Beyonce Jan Verstraeten sings”.
Jan bedankte het publiek en zijn bandleden meermaals ook al was het vooral wij die hem dankbaar moeten zijn voor het prikkelrijke en fris concert! “Moon Face” is een parel van een song en daarmee werd de eindsprint ingezet. Nog voor hij het podium verliet, bracht hij Iggy Pop’s “I Wanna be your Dog”. Gelukkig kregen we als toetje nog Moby’s “Trouble So Hard” in een rock-jasje.

Het einde van 2019 zit er bijna op maar het beloofd alvast een vruchtbaar nieuw jaar te worden voor zowel Echo Beatty als Jan Verstraeten die beiden een stevige plaats innemen in de Belgische muziekscene.

Organisatie: Democrazy, Gent

De Nieuw-Zeelandse atypische indie folkster Aldous Harding streek voor de vijfde keer (!) neer in de Ancienne Belgique om haar laatste plaat ‘Designer’ voor te stellen. Voor de gelegenheid werd de zaal grotendeels gevuld met extra zitplaatsen waardoor niet enkel aandachtig geluisterd maar ook gekeken kon worden naar het optreden.

Maar eerst moest Yves Jarvis het publiek opwarmen… of toch een poging tot. Na hem aan het werk te hebben gezien op Sonic City afgelopen weekend, hield ik mijn hart vast op wat zou komen. Gelukkig leek hij nu iets beter voorbereid te zijn en kon hij behoorlijk snel zijn nummers brengen. Yves Jarvis sampelt live met een tape recorder wat soms knullig overkomt. Het is de eerste keer dat de man zijn met indie doorspekte soul in Europa brengt dus laten we hem ook deze keer het voordeel van de twijfel geven. Soit.

De zaal werd tijdens de pauze tot op de nok gevuld en iedereen zette zich klaar op de verschijning van de bosnimf die Aldous Harding wel is. Uitgedost in een clowneske tenue (haar moeder werkt trouwens als clown en poppenspeler) en met perfect neervallend haar, betrad ze het podium op om de twee openers “The World is Looking for You” en “Living the Classics” solo te brengen. Het engelachtig plaatje was compleet door de ene lichtzuil die de Nieuw-Zeelandse omringde. Nog meer ook door de bevreemdende maar trefzekere zangstijl die bij momenten aan Kate Bush of (misschien van ver) aan David Bowie doet denken.

Aldous nam haar tijd om comfortabel te zitten, keek het publiek vaak indringend aan en bouwde op die manier een soort awkwardness op die haar zo typeert. Niet dat het erg is want iedereen hing aan haar lippen en keek vol verwondering toe naar wat komen zou. Zelf de typische AB-drinkbekers leken een zachte landing te maken om het schouwspel niet te verstoren. Nu de overige bandleden erbij kwamen kon het publiek rustig meebewegen met het groovende “Designer”. Aldous maakt liefst geen woorden vuil aan de betekenis van haar songs maar “Fixture Picture” kun je zelf beschouwen als een remedie tegen chronische hartzeer. 
Na een passage in Dubai waar je je kinderlijke “Zoo Eyes” kon uitkijken, kwam “Treasure” ongenadig tot diep in je hart binnen. Aldous doet gemakkelijk veel vragen oprijzen maar haar antwoorden zijn allesbehalve vanzelfsprekend. De mysterieuze zijdezachte sfeer werd ook verder gezet in “The Barrel” dat vol bewondering aanschouwd werd door de concertgangers. Ook opmerkelijk is dat de overige bandleden en Aldous Harding sterk ingespeeld zijn op elkaar. De backing artiesten hadden weinig tot niets nodig om Aldous muzikaal te begeleiden. Dat lijkt misschien dan te veel ingestudeerd maar door zij aan zij te staan met de toetsenist tijdens “Damn” vormden ze allen een mooie en gezellige groep.

‘Muziek is mijn puurste vorm van communicatie’ was het bruggetje naar “Blend”, de lofzang voor de ideale man. En het was niet gelogen want na een uur pure eerlijke muziek sloot ze haar geweldig concert af met het nieuwe Vampire Weekend-achtige “Old Peel”. Met een laatste pantomimische zwaai stuurde ze ons de wondere wijde wereld in.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Spinvis + Jan Verstraeten - Nosta holdup! Op stap met een koffer vol poëzie!
Spinvis
CC Strombeek
Strombeek
2019-11-02
Jérôme Bertrem

Na twee succesvolle edities (Amenra en Hydrogen Sea) nam Nosta Opwijk dit jaar opnieuw CC Strombeek voor een avond over om er een hold-up te plegen. Met deze keer op het programma een double bill met Jan Verstraeten en Spinvis

Zomaar een opwarmertje was het niet wat Jan Vestraeten bracht. De graficus van opleiding gooide tijdens het maken van een film het over een andere boeg. Hij zorgde met uitgepuurde filmische muziek op zijn debuutEP ‘Cheap Dreams’ voor één van de revelaties van dit jaar. 
Moeiteloos swingde Jan van bossanova tot jazz tot pop waarbij een zevenkoppige band de finesse van zijn muziek extra in de verf zette. Het visuele ontbrak ook niet, want tijdens een bevreemdend interlude waren ze allen gemaskerd en zorgde een opname op een speelgoedrecorder voor de lyrische invulling. Jan waagde zich ook een cover van Destiny’s Child “Survivor” en Iggy Pop’s “I don’t wanna be a dog”. Een flinke pluim op de hoed voor de klankman die het plaatje van Jan Verstraeten perfect deed kloppen. Leuk detail wat Jan’s revelatie alleen maar benadrukt: hij staat geprogrammeerd op de showcasefestivals Eurosonic en SXSW. 

Na de korte koffie- en/of plaspauze was het de beurt aan Spinvis, de geliefde Nederlandstalige down-to-earth poëtische muzikant die zich omringt door topmuzikanten. Vergelijk een concert van Spinvis als een reis waar je onderweg geluk en ongeluk tegenkomt, nieuwe boeiende ontmoetingen doet terwijl je als toeschouwer je bagage aan eigen beleving meedraagt. Deze avond was het dan ook niet anders. 

Na een oprecht en terecht compliment voor Jan Verstraeten nam Spinvis ons mee op pad met de openers “De grote zon”, “Oostende” en “het voordeel van video”. In “Hallo Maandag” kwam het muzikaal vernuft van de band tot zijn recht dat bleef vanaf dan boeien. Na omwegen met “Artis” en “Herfst en Nieuwegein” maakten “Stefaan en Lisette” hun blijde doch sombere intrede. Dit weemoedig portret over een noodlottige non-relatie bezorgt je zowel een lach als en een traan, een tweeledigheid dat we vaak tegenkomen bij Spinvis. 
De band won aan charme wanneer Erik de nummers ludiek inleidde en soms ook wat - maar ook niet te veel - uit de doeken deed. Net daar schuilt ook de luisterplezier voor Spinvis: je breidt er aan wat je er persoonlijk aan wilt haken. Dit kon je naar hartenlust doen tijdens “Aan de Oevers van de Tijd” of zelfs nog met meezinger “Bagagedrager”. Met “Kom terug” kwamen we terug van een deugddoende en hartverwarmende reis. Maar eer we afscheid namen , werden we nog even verwend met “Ik wil maar alleen zwemmen” en “Wespen op de appeltaart”. 

Hoewel het een fijn optreden was, bleven we toch op onze honger aangezien er geen nieuw materiaal gebracht werd. Vol ongeduld blijven we dus uitkijken naar volgend jaar wanneer Spinvis, al zeggen ze het zelf, klaar is voor iets nieuws. Dat het maar snel al volgend jaar is!  

Setlist Spinvis: (niet in juiste volgorde): De grote zon - Oostende - Het Voordeel van video - Hallo maandag  - Artis - Herfst en Nieuwegein - Dageraadplein - Loop der dingen - Een kindje van God - Stefaan en Lisette  - Tienduizend zwaluwen - Ronnie knipt zijn haar - Astronaut - Aan de oevers van de tijd - Club Insomnia (melodica) - Bagagedrager - Kom terug - Ik wil alleen maar zwemmen - Wespen op de appeltaart

Organisatie: Nijdrop - Nosta, Opwijk ism CC Strombeek, Strombeek

FaLang translation system by Faboba