zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Marc Ribot is een eigenzinnig, dwars en briljant gitarist die niet in één hokje is onder te brengen. In zijn indrukwekkende carrière heeft hij zich ingelaten met jazz, blues, wereldmuziek, avant-garde en striemende rock, maar dat altijd op zijn eigen onconventionele wijze. Geregeld ging hij aan de slag met grote en al even eigengereide artiesten als John Zorn, Tom Waits, John Lurie, David Sylvian en Elvis Costello, om er maar enkele te noemen. Hoe uiteen liggend de diverse genres die hij speelt ook mogen wezen, zijn unieke gitaarstijl is altijd te herkennen en is nergens minder dan subliem, ook al klinkt die vaak heel hoekig, chaotisch, schots en scheef.

In Ceramic Dog vormt Marc Ribot een virtuoos trio met drummer Ces Smith en bassist Shazad Ismaily. Het zijn allen uitmuntende muzikanten die een geschiedenis hebben in de jazz maar zich ook al met volle goesting hebben gestort op tegendraadse rock. Daarin bespeuren we niet toevallig één constante : alle drie hebben ze samengewerkt met het legendarische jazz enfant terrible John Zorn. Dan weet je sowieso al dat we hier geen alledaagse cleane deuntjes moeten verwachten.
Ongeacht de muzikale achtergrond van deze voorname muzikanten is Ceramic Dog wel duidelijk hun rock project, eentje waarin virtuoos gemusiceerd wordt op een dwarse en vaak snerende wijze. Met zijn drieën hebben ze onder die naam al 3 albums uitgebracht waaronder het kersverse en alweer even geniale als intense ‘Yru Still Here’ waaruit vanavond rijkelijk geserveerd wordt. En zoals het een trio met stevige wortels in de jazz betaamt, wordt hier fel geïmproviseerd en sterk afgeweken van de albumversies. Ribot’s songs leiden op een podium een leven op zich en begeven zich naar oorden waar ze in de studio nooit geraakt zijn. Wat de heren aanvangen met “Pensylvainia 6 6666” is waanzinnig, vanuit een Cubaans aanstekelijk ritme komen we plots in een splijtende gitaarsolo terecht. Ook de titelsong van de laatste plaat “Yru Still Here” is een ongeslepen diamant die vanuit een wonderlijke akoestische gitaarintro open groeit tot een luide en hevig rockende apotheose. Een korte song op de plaat, maar een ware eruptie van tegen elkaar opspattende instrumenten in zijn lange live versie.
Het trio beperkt zich trouwens niet enkel tot het Ceramic Dog materiaal, zo krijgen we bijvoorbeeld verkapte maar geweldige versies van “The Big Fool”, “John Brown” en “We’ll Never Turn Back”, dingen uit Ribot’s laatste solo album ‘Songs Of Resistance’, waarop de meester in combinatie met een indrukwekkende reeks special guests geheel eigen interpretaties brengt van oude protestsongs. 
Wat het trio hier vanavond presteert, is tegelijk virtuoos, tegendraads, dwars en geniaal. Ribot is een gitarist die er absoluut de scherpe kantjes niet af schuurt. Integendeel, hij zoekt het experiment op en laat zijn gitaar bij momenten onbegrensde noise uitstapjes maken om ze dan te laten terugkeren naar verstilde kippenvel-passages. Zijn kompanen volgen hem daarin met branie, ze klinken al even virtuoos zonder daarbij te vervallen in ego-tripperige solo uitstapjes. Vooral Ces Smith is geniaal, een drummer waar de klasse met liter van afdruipt.

Dit is wel degelijk een rockconcert, maar dan gespeeld door een stel muzikanten die hun wortels in de jazz hebben. En dat hoor je, dat zie je, dat voel je en dat ervaar je. Die jazz toets manifesteert zich vooral in de spontaniteit, de virtuositeit en de improvisaties. Hier is immers een stel muzikanten bezig die samen voor een volstrekt uniek geluid zorgen en daar op het podium sublieme dingen mee aanvangen die ze op voorhand niet hadden afgesproken. Magie noemen ze dat ook soms.

Marc Ribot’s Ceramic Dog - Virtuoos en weerbarstig
Marc Ribot
Handelsbeurs
Gent

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 15 november 2018 20:36

Anthem Of The Peaceful Army

Het moet niet altijd uit de UK zijn dat een nieuwe hype komt overwaaien. Deze keer komt die uit de States, en daar zien ze het natuurlijk allemaal wat grootser en wordt het groepje in kwestie meteen tot mega-stadiongroep gebombardeerd. Onder het motto : “Als we er een goed gesmeerde marketing-strategie achter zetten, kunnen we alles verkopen”. Dit is immers de USA, zijnen Oranje Leeghoofdigheid is op die manier zelfs tot op het hoogste schavotje geraakt.
Greta Van Fleet is hier het uitverkoren rockgroepje dat met veel poeha wordt gelanceerd. Led Zeppelin is het grote voorbeeld, originaliteit is geen vereiste, liefst te mijden zelfs.
In het voorjaar hebben we Greta Van Fleet al eens aan het werk gezien in de bescheiden AB Club (niet meteen een stadion maar in Europa moet men toch ergens beginnen). Toen dachten we van “hmm, niet onaardig bandje, maar die jongens moeten dringend een eigen smoel krijgen en die aansteller van een zanger wat meer aan banden leggen”.
Tevergeefs, net die twee dingen hebben ze nagelaten op de nieuwe plaat. Toch hebben ze ondertussen de wereld aan hun voeten gekregen. Inmiddels heeft dit bandje miljoenen streams op Spotify en wordt het overal de hemel in geprezen, maar dan vooral door gewiekste marketeers en managers. Bij ons hebben ze nu ook al in een uitverkochte AB zaal gespeeld en is er een show in de Lotto Arena gepland. Het zou ons helemaal niet verwonderen mocht er bovendien algauw een aankondiging voor Rock Werchter komen. Yep, stadionrockband, dan toch.
Wij fronsen echter de wenkbrauwen. Hun vorige album ‘From The Fires’ kreeg van ons nog het voordeel van de twijfel dankzij toch op zijn minst een paar potente rocksongs. Maar op ‘Anthem Of The Peaceful Army’ (de titel alleen al is om mee te lachen) horen wij vooral een tribute band (je moet geen covers spelen om als tribute band te klinken) met een zanger die 100% van zijn tijd spendeert om Robert Plant te zijn. Met al dat copying en image-building vergeet dit gezelschap echter om goede songs te schrijven.
Het album staat stijf van de hard-rock clichés, verdrinkt in een geforceerde classic-rock sound en hunkert zo nadrukkelijk naar Led Zeppelin dat het op den duur strontvervelend wordt. Bands als Tenacious D, The Darkness of Airbourne komen ons voor de geest, maar die groepjes zien tenminste de humor van hun act in, wat trouwens bij elk van hen ook de bedoeling is. Greta Van Fleet lijkt zichzelf echter serieus te nemen. Humor is de jongens totaal vreemd, waardoor het allemaal een beetje beschamend wordt, er is immers een verschil tussen humoristisch en lachwekkend. Neem nu een kleffe ballad als “You’re The One”, een draak van een song waarbij je denkt “gasten, is dit nu om te lachen of menen jullie dit echt ?”. Wij vrezen voor het laatste.
Hoewel elk spoor van originaliteit of authenticiteit ontbreekt, hebben wij toch de moeite gedaan om hierin op zoek te gaan naar behoorlijke songs. Weinig gevonden. Enkel “When The Curtain Falls” en “Lover, Leaver” kunnen met een beetje goeie wil als degelijke rocksongs bestempeld worden. That’s it.
U hoeft ons niet te geloven, want Greta Van Fleet is nu al een succesverhaal en het zal hen aan hun nog jonge reet roesten dat een gans leger rockcritici dit groepje de grond in boort. De dollars lachen hen immers toe, en dat is wat telt.
Toch zouden wij de snotneuzen onder u volgende tip willen geven : laat dit onding links liggen en verdiep u in de eerste 7 platen van Led Zeppelin. Kwestie van uw tijd nuttig door te brengen.

vrijdag 23 november 2018 13:09

Kadavar - Geweldige retro heavy psych-rock

Het Zweedse Monolord mag de Kreun een eerste keer op sleeptouw te nemen. En dat slepen mag je letterlijk nemen, want Monolord doet het met trage extreem heavy sludge-metal met loodzware bassen, scheurende gitaarintermezzo's en monsterlijke hompen van songs die niet zelden de 10 minuten-grens overschrijden. Het heeft een verslavende werking op het publiek dat hier gewillig in meegezogen wordt en zich aan een potje slowmotion-headbangen waagt.
Monolord, die met het ronkende ‘Rust’ een knoert van een laatste album heeft uitgebracht, is dan ook niet zomaar een snel bij elkaar gebokste support act. Dit is immers een band die met hardvochtige doomrock de Kreun vanavond al meteen drie kwartier op zijn grondvesten doet daveren.

Het Duitse powertrio Kadavar is een band die onbeschaamd enkele decennia terug gaat in de tijd maar nooit oubollig klinkt. Zowel hun looks, hun neanderthaler-baarden als hun sound zitten diep geworteld in de vroege jaren zeventig, een tijd waarin bands als Black Sabbath, Led Zeppelin, Ten Years After en Humble Pie hoogdagen beleefden. De valkuilen uit die tijd omzeilt Kadavar echter met glans, je zal de band niet betrappen op songs van een half uur of eindeloze drumsolo’s. Het had gekund, want Kadavar heeft een verdomd ijverige en geweldige drummer in hun rangen, naar alle waarschijnlijkheid de bastaardzoon van Ginger Baker en halfbroer van onze favoriete Muppet Animal. Die kerel is een attractie op zich, hij mept zich de pleuris maar bezondigt zich nergens aan egotripperij.

Kadavar haalt het beste uit Sabbath en Hawkwind en laat dat gretig rondspartelen in een woelig bad van kolkende stoner-rock. Stevige hardrockstampers als “Skeleton Blues”, “Vampires”, “Tribulation Nation” en “Into The Wormhole”, uit die alweer steengoede laatste plaat ‘Rough Times’, harken en stampen dat het een lust is. De songs laten blijken dat Kadavar op dat laatste album misschien iets minder retro-minded is en wat meer inzet op een robuust en heavy geluid. In ieder geval klinkt het hard, gemeen en fantastisch en is het gelukkig ook volledig gevrijwaard van de alom gevreesde rockballads. Kadavar mag dan al een Duits combo zijn, ze blijven mijlenver uit de buurt van The Scorpions. En ook van de coiffeur.
Het is echter een oudje die zich als eerste absolute hoogtepunt aanbiedt, met name “Living In Your Head”, een stomende retro rocker uit hun eerste plaat. De song krijgt een lange en superbe live uitvoering waarmee Kadavar alle registers opentrekt. En op dat elan gaan ze gretig door, splijtende riffs, gierende solo’s en uitgelaten wah-wah pedalen vliegen in het rond. Het mag dan al retro klinken als de pest, hier zit flink wat vaart en power in.
Kadavar kan, Hawkwind indachtig, ook als de besten een space-rock feestje organiseren. Zo is de klassieker “Purple Sage” wederom een indrukwekkende en dreinende lange psychedelische trip die laat vermoeden dat de heren geregeld met zijn allen zwaar aan de paddo’s zitten.
Met reeds vier ijzersterke albums op hun actief kan Kadavar inmiddels al putten uit een rijke back catalogue. En daarin hebben zich mettertijd ook al een paar onsterfelijke klassiekers ontwikkeld, zoals een geweldig stomend “Doomsday Machine” dat steevast een gegeerd orgelpunt is op een Kadavar concert.
Mogen we daar ook gerust aan toevoegen : onsterfelijke vintage seventies rockers als “Black Sun” en “All Our Thoughts”. En na vanavond weten we ook dat het nieuwe “Die Baby Die”, hier als wervelende bis opgevoerd, een heuse publiekslieveling is geworden. Snedig, denderend en dodelijk heavy.

Kadavar, geweldige band die nog onbeschaamd durft rocken met de haren in de wind !

Neem gerust een kijkje naar de pics
Monolord
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/104
Kadavar
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/105

Kadavar + Monolord
Kreun
Kortrijk

Organisatie: Wilde Westen

Uncle Acid and The Deadbeats wordt nogal snel bestempeld als een metal band. Een beetje kort door de bocht is dat, vooral voor een band die net iets te graag zelf uit die bocht vliegt. Laat ons aannemen dat het hier gaat over een soort metal die bij voor voorkeur in een gammele schuur is opgenomen in plaats van in een peperdure studio. Metal ontdaan van alle bombast, kapsones, spierballen of lachwekkende haardossen. Uncle Acid houdt het liever rauw en smerig en dompelt de versterkers maar al te graag in een bad van steengruis alvorens ze volledig in het rood te laten gaan. Denk aan Black Sabbath en Blue Oyster Cult die in een vochtige kelder zijn opgesloten, of aan Ty Segall die Kyuss door een versleten vleesmolen draait.

Geen band die de lo-fi metal beter beheerst dan Uncle Acid & The Deadbeats (of het moet Fuzz zijn, niet toevallig weer een hobbyclubje van Ty Segall), getuige de vijf albums die ze inmiddels al bij mekaar gesmeed hebben. ‘Wasteland’ is daarvan de laatste en het is wederom een ferm staaltje grofkorrelige garage-metal. Daaruit zijn de gejaagde en snedige gruisrockers “I See Trough You” en “Shockwave City” blijkbaar al tot publiekslievelingen uitgegroeid, en met het slepende monstertje “No Return” wordt Black Sabbath door een toxisch bad van modder en salpeterzuur gesleurd.
Verder graait Uncle Acid ook nog flink uit hun back catalogue. Krakers als “I’ll Cut You Down”, “Mt Abraxas”, “Waiting For Blood” en een verschroeiend “Death’s Door” doen de stoom uit alle schouwen tegelijk blazen. Het klink ronduit geweldig, sneert als een heuse orkaan door de AB en laat daarbij heel wat vunzige rock’n’roll-smurrie achter.
Live weet Uncle Acid immers dat rauw en gemeen geluid nog een extra dimensie te geven. De onverstaanbare vocals klinken alsof ze uit een ondergronds buizenstelsel komen, maar ze zitten de ongepolijste powersound als gegoten. Zo ook de gitaarsolo’s, dit zijn hoegenaamd geen spreidstand-ego-trips met guitar-hero allures, ze staan daarentegen volledig in dienst van de scheurende songs. Uncle Acid creëert daarmee een sfeertje waarin het publiek wordt opgezogen in een bad van giftige stoner-rock en smerige proto-metal. De voltallige AB Ballroom laat zich er vanavond gewillig in onderdompelen.

Als dit al metal zijn, dan is Uncle Acid & The Deadbeats tenminste een band die de rock’n’roll terug in het genre heeft gebracht. En dat is meer dan welkom.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Opwarmers van de avond waren de onstuimige rockers V8 Wankers. De op basis van hun groepsnaam niet al te slimme Duitsers kwamen op de proppen met een portie extreem luide en vrij hersenloze ram-rock waar wij weinig boodschap aan hadden. In hun thuisland komen ze er misschien mee weg, maar hun poging om een zaal te doen meezingen op de woorden “We Are Wankers” kon in De Kreun niet bepaald op veel bijval rekenen. Meer dan een stel tuitende oren hebben we hier niet aan overgehouden. Bestond het genre ruk-rock al ? Bij deze.

Het Australische Rose Tattoo heeft door de jaren heen nogal wat groepsleden zien komen en gaan. Het boegbeeld van deze band, de kleine kaalkop Angry Anderson, is op vandaag de enige overgebleven krijger uit de originele bezetting die in 1978 de legendarische debuutplaat ‘Rose Tattoo’ uitbracht.

De huidige bezetting is wel volop trouw gebleven aan de rauwe spirit en rock’n’roll-oerkracht van dat onevenaarbare debuut. De fans die vanavond uit waren op een potje stampende en harde rock’n’roll-nostalgie kwamen volledig aan hun trekken. Rose Tattoo putte uitvoerig uit die plaat en dat was maar best ook want al die onsterfelijke rock’n’roll beestjes deden de rest van de setlist verbleken. Het waren vooral krakers als “One Of The Boys” en “Rock’n’roll Outlaw” die het vuur deden knetteren en met de geweldige blues “The Butcher and Fast Eddie” bracht Rose Tattoo de vlam er helemaal in. Angry Anderson had een beetje de tekst en zijn stemintonatie aangepast, maar het hield die onvergankelijke bluesparel niet tegen om uit te groeien tot één van de hoogtepunten van de avond.
De rauwe strot van Anderson, die nota bene al de 70 voorbij is, was trouwens ook nog altijd even indrukwekkend en intact. De zwaar getatoeëerde dwergrocker genoot nog evenzeer als vroeger van zijn podiumstekje. Hij wist zichzelf en zijn publiek aardig te entertainen met een uitgebreid gamma aan smoelengetrek en ondertussen dronk en spuugde hij er naarstig op los. Het leek ons best wel een sympathieke kerel, hoewel we weten dat de kleine klootzak er extreem rechtse sympathieën op nahoudt, maar daar bleef de Kreun vanavond gelukkig van gespaard.
Hoe verder in de set, hoe meer de ouwe rockers op dreef kwamen en hoe heviger en sneller de pure rock’n’roll uit de speakers spatte. “Remedy”, “Bad Boy For Love”, “Astra Wally” en natuurlijk “Nice Boys Don’t Play Rock’n’Roll” zetten De Kreun op zijn kop en maakten eens te meer duidelijk : Rose Tattoo is in de eerste plaats een pur sang rock’n’roll band, waarbij die rock’n’roll in zijn ruigste vorm de zaal wordt in gekwakt. Rauw, hard, smerig en potig.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rose-tattoo-14-09-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/v8-wankers-14-09-2018/
Organisatie: Alcatraz Music – Rock Tribune   

Terwijl elders in het land het mainstream bandje Foo Fighters een voorspelbaar blik greatest hits opentrekt en de Rode Duivels een stel Costa-Ricanen in de pan hakken, is de meeste geweldige belevenis van de avond ongetwijfeld de passage van het fantastische All Them Witches in de AB.

De band tourt momenteel in Europa voor een stel festivals, maar tussendoor is een zaalconcert natuurlijk lekker meegenomen, en al zeker als dat concert er eentje is in de AB. Hun vorige doortocht, in de sympathieke AB Club weliswaar, werd immers door AB geregistreerd en die opnames bleken de band zo goed te bevallen dat ze de hele zwik als live album hebben uitgebracht, een bijzonder sterke live plaat trouwens, als je ’t ons vraagt.

In een volgelopen AB Box blijkt dat All Them Witches zowaar nog progressie hebben gemaakt. De bedreven flow die hun sound zo kenmerkt blijft behouden maar de songs klinken precies nog strakker en intenser. Bovendien hebben ze een paar kersverse tracks meegebracht en die zijn nergens minder dan wonderlijk.

Ook al lijken ze soms te jammen in de richting van de seventies, bij All Them Witches valt alles steevast in de juiste plooi. Het is retro zonder oubollig te zijn, psychedelisch zonder de verdwalen in een veld vol verdachte paddenstoelen en heavy zonder te verdrinken in een zee van lawaai. Soms voelt het als Jim Morrison die wordt geruggesteund door Kyuss, elders als een soort avontuurlijke Black Sabbath, en tussendoor komt ook even Pink Floyd lonken. En laten we de Jimi Hendrix van Electric Ladyland niet vergeten. Jawel, gitarist Ben Mc Leod verdient echt zo veel lof, zo verheft hij de bloedmooie blues “The Marriage Of Coyote Woman” tot iets buitenaards. Iets later in de set kom All Them Witches in een nieuwe song nog een keertje met een bloedstollende blues opzetten, alle haartjes op onze armen komen recht te staan, dit is kippenvel bij de lopende meter.

De band vindt een harmonieus evenwicht tussen doom, stoner, psychedelica en blues, en steeds klinkt het alsof ze die vloeiende sound ter plaatse uitvinden. Altijd voel je dat een song zomaar kan gaan openbarsten, maar All Them Witches zijn meesters in het ophouden, ze dreigen en laten de songs opborrelen tot die knal er uiteindelijk komt. Soms komt die zelfs niet, zoals in het prachtige “Am I Going Up” dat constant blijft smeulen en gloeien. De song contrasteert perfect met de gloeiende stoner-knalpot “When God Comes Back”, die al headbangend de AB Box in de fik zet. Nog zo een briljant monster is “Swallowed By The Sea”, dat zich in verstilde modus op gang trekt en vervolgens de doom-metal wereld intrekt en uiteindelijk ergens met een noise-palet in de buurt van Swans terechtkomt. Ook dat kunnen ze, lawaai maken en dan net niet in overdrive gaan.

De schitterende bisronde is er eentje om in te lijsten, met een driftig “Mountain” en  een stomend “Charles William”. Maar vooral de afsluiter “Blood and Sand / Milk and Endless Waters” is een kwartier lang fenomenaal. Een bijzonder lange track waarbij de rillingen minutenlang over onze rug lopen, constant dreigend, met de gitaar die als een ratelslang constant doorheen de song sluimert en een basgitaar die tot diep in onze darmen dreunt.

Van AB Club tot AB Box tot AB Zaal, mogen we aannemen. Voor volgend jaar misschien, beste AB programmator ? En och ja, als er ook vanavond toevallig opnames zouden zijn gemaakt dan mag daar gerust terug een live plaatje van komen. Heel graag zelfs, want dit was een 18 karaats concert.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Supertalent is een term die soms al te gauw in de mond wordt genomen. Akkoord, de nog piepjonge Marcus King kan een verdomd potje gitaar spelen en hij is gezegend met een zeer soulvolle stem die niet aan iedereen gegeven is. Tot zover de factor talent.

Van songschrijven heeft hij echter minder kaas gegeten. Tussen alle virtuoze passages van Marcus King en zijn bandleden bespeuren wij niet echt onvergetelijke songs.

We zien eerder een band die meermaals vervalt in de clichés van het genre. Dit is immers een mengeling van zeer Amerikaans getinte bluesrock met soul-, jazz- en funkinvloeden. Een sound in het verlengde van bands als Blues Traveller, Gov’t Mule of Dereck Trucks Band, allemaal groepen die zweren bij rockmuziek met uitgesponnen songs en wel zeer lange instrumentale passages, alsof de seventies nooit zijn weggeweest. Dergelijke bands zijn dan ook groot in Amerika, maar in Europa laten ze de zalen niet met duizenden vollopen, waarschijnlijk omdat men bij ons nog efficiëntie verkiest boven muzikaal vakmanschap. Een halfvolle Zwerver lijkt hier het hoogst haalbare.

Zo komen we ook meteen bij het grootste probleem van deze band. Er moet zo nodig worden aangetoond dat alle de groepsleden meer dan aardig overweg kunnen met hun instrumenten. Uiteraard is dat zo, de blazers zijn uitmuntend, de keyboards fantastisch en het gitaarvernuft van Marcus King is van buitengewone aard. Alleen de drummer valt wat uit de toon, we zijn sowieso al niet tuk op drumsolo’s (voor ons doorgaans het ideale moment voor een sanitaire pauze), maar deze die we vanavond krijgen voorgeschoteld is één van de meest lamlendige die we ooit hebben mogen meemaken.

Maar goed, op zijn best doet dit bedreven gezelschap ons denken aan Janis Joplin, Frank Zappa, Santana, Allman Brothers Band of Ten Years After, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten. Geregeld komt ons ook SIMO voor de geest, een band die vorig jaar nog een geweldig concert verzorgde in de AB Club.

Hoezeer Marcus King ook zijn teamgenoten in de picture zet, hij is natuurlijk nog altijd zelf de ster van de avond. En dat weet hij, zijn soulstem schittert meermaals doorheen de set en zijn gitaarsolo’s vliegen per lopende meter door de zaal. Die zijn steeds genietbaar, maar wij missen in zijn gitaarspel toch wat rauwheid of hier en daar een smerige riff die de set zou kunnen openrijten.

Marcus King lijdt ook een beetje aan het Bonnamassa-syndroom, hoewel het eigenlijk nog net draaglijk blijft. Bij Bonnamassa kan je immers in een tijdspanne van één gitaarsolo achtereenvolgens de lunch nuttigen, een siësta doen en vervolgens nog gauw even de hond uitlaten. Bij Marcus King valt het dus nog best wel mee, hij streelt en omhelst zijn gitaar, maar hij neukt ze niet. Bovendien heeft hij ook niet dat gigantische ego van Joe -kijk eens wat ik allemaal kan- Bonnamassa. Toch best in de gaten houden, want het overkill-beestje lonkt.

Ondanks de soms te uitgebreide solomomentjes weet deze band ons toch meer dan anderhalf uur te entertainen met hun uiterst vaardige en soulvolle rockmuziek. Een beetje te veel van het goede, dat wel, maar dat is natuurlijk eigen aan het genre. En als we het wat bondiger willen, zetten we bij thuiskomst toch gewoon iets van The Ramones op.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

 

Hidden Trails + Colour Haze - Freaky psychedelica en ongeremde gitaren
Hidden Trails + Colour Haze
Muziekodroom
Hasselt
2018-05-25
Sam De Rijcke

Hidden Trails is een beetje een buitenbeentje in de Belgische rockmuziek, ze zijn mijlenver verwijderd van de populaire elektro-kitsch à la Oscar en andere wolven, en ze springen ook niet op de trein van rechttoe rechtaan luide gitaarbandjes als Sons, Equal Idiots of Teen Creeps.
Hidden Trails begeeft zich immers in een door lsd aangetast straatje van psychedelische rock, een plaats waar songs niet hoeven in een keurslijf van maximum vier minuten gewrongen te worden en waar gitaarsolo’s een vrijgeleide krijgen. Daarom is deze band, die ontstaan is uit de restanten van Hypnos 69, steeds een goed bewaard geheim gebleven. Ze spelen een soort muziek die helemaal niet past in de playlists van StuBru, het strookt niet met de jingles, de reclameblokken en het oeverloos gelul van de presentatoren. Bij Radio 1 zit men dan weer te weinig aan de paddenstoelen om dergelijke bands een kans te geven.
De passage in de Muziekodroom is pas onze eerste kennismaking is met Hidden Trails, vergeef het ons. We zijn in ieder geval sterk onder de indruk van de freaky songs met een prog-randje, een hallucinogene Pink Floyd toets en een hoop schitterende en zweverige gitaarsolo’s. Wij lusten hier wel pap van, wij houden met name ook van Weedpecker, Motorpsycho en Crippled Black Phoenix.
Hidden Trails krijgt een uur lang de mogelijkheid om hun kunsten te tonen, en daar maken ze gretig gebruik van. Enig minpuntje vanavond is dat de vocals er maar wat flauwtjes doorkomen, voor zover dit belangrijk is in dit genre. Daardoor komt de nadruk nog meer op de fantastisch gitaaruithalen van Jo Neyskens te liggen, en die zijn om van te smullen. Heerlijke gitarist, heerlijke band, wij gaan ons verdiepen in hun album ‘Instant Momentary Bliss’ en hopen van u hetzelfde.

Al even onhip bij populaire radiozenders is Colour Haze, een Duitse band die de door Kyuss ontworpen stonerrock hoog in het vaandel draagt en die live nog een stuk uitvergroot via minutenlange gitaarsolo’s, splijtende riffs en glooiende rustige passages. Met bovendien een heus kleurenspectrum op de achtergrond en wat heerlijk gerstenat binnen handbereik vertoeven wij zo algauw in een trance-modus. Denk bij Colour Haze qua sound gerust in de richting van Motorpsycho of Causa Sui, wij doen het ook. Maar denk vooral aan een jam-interpretatie van Kyuss ten tijde van ‘Welcome To Sky Valley’ (en vraag u tegelijkertijd eens af waarom een geniaal gitarist als Josh Homme nu zo zit te klooien op die laatste drol van QOTSA terwijl hij destijds de meeste geniale stonerrock uit zijn gitaar toverde).
Op de laatste Colour Haze plaat ‘In Her Garden’ zijn er wat strijkers en blazers binnengeslopen en die staan daar trouwens mooi op hun plaats, maar live gaat het er in de aloude bezetting gitaar-drums-keyboards-bass wat steviger en rauwer aan toe. De ritmesectie zorgt voor een solide groovy onderbouw en de keyboards creëren een knoert van een seventies sound, maar natuurlijk is het de gitaar die hoofdrol wegkaapt. Virtuoos van dienst is Stefan Koglek, een freak die geregeld de Jimi Hendrix in zich loslaat en die vervolgens inlijft bij Black Sabbath en Hawkwind. Live zijn de gitaarpartijen nog iets meer freaky, de riffs nog een stuk vetter en de songs nog een pak langer dan op de albums. En dat wil wat zeggen, want hun platen lopen zo ook al over van ontspoorde vette psychedelica en uitgesponnen stoner-songs met hoog acid-gehalte. Kun je nagaan.
Colour Haze, geen spek voor ieders bek. Wel voor de onze.

In Duitsland vind je wel vaker dit soort uitfreakende psychedelische rock, een band als Samsara Blues Experiment bijvoorbeeld mag je gerust in één adem noemen met Colour Haze. Meteen onze tip voor het najaar : Samsara Blues Experiment staat op 17/11 in Le Magasin 4. U mag eens raden wie de support act verzorgt. Yep.

Organisatie: Muziekodroom, Hasselt

De immer bedrijvige Ty Segall wordt wel eens de wonderboy van de garage-rock genoemd. Met die wonderboy gaan we volledig akkoord, maar garage-rock is een veel te eng begrip voor dit veelzijdige talent. Segall waagt zich immers evenzeer met de vingers in de neus aan hard-rock, psychrock, stoner of zelfs Beatlesque pop, en telkens komt er magie uit. De bands waarin hij de laatste tien jaren speelde , zijn veel te talrijk om op te noemen, en dan zwijgen we nog over zijn werk als producer. Ty is een genie, maar bovenal een muzikant die overloopt van de goesting en altijd en overal de pannen van het dak wil spelen. Eigenschappen die steevast terugkomen bij al zijn bands zijn spontaniteit, onbezonnenheid en tonnen speelplezier.

Een knap staaltje daarvan kregen we in l’Aeronef, waar Ty Segall en zijn opgehitste Freedom Band voor een werkelijk waanzinnig concert zorgden. Eentje waar we nog niet helemaal van bekomen zijn. Dit was uitzinnig, wild, chaotisch, luid, smerig, noisy, onstuimig, punky, uitgelaten, ruig en heavy. Kortom, fantastisch !

In het laatste album zit er behoorlijk wat variatie en zijn er zelfs pure poppareltjes te bespeuren, maar op het podium vertaalde dat zich toch naar een heuse wervelstorm met uit de bocht vliegende gitaren, uitfreakende keyboards, heavy baslijnen en ontspoorde drums. Ty Segall gaf zijn songs een dubbele adrenaline-injectie en zette er nog eens extra 1000 Volt op. The Freedom Band ging vaak helemaal loos en volgde hun frontman in vaak luide jams en improvisaties. Het was wel duidelijk dat dit een band is die je er niet zal op betrappen dat ze iedere dag dezelfde show brengen. De muzikanten wisten soms nog niet bij de aanvang van een song waar die uiteindelijk zou uitkomen. Extatische songs als “Warm Hands” en de moordende Groundhogs cover “Cherry Red” mondden uit in lange snoeiharde noise-explosies waarin de gitaren in volle razernij tegen elkaar op soleerden. Het kwam de spontaniteit van het concert alleen maar ten goede, dit was bij momenten zeer chaotisch, maar wel altijd verdomd spannend.

Na al dat onstuimig geweld mocht het toch even iets rustiger, zoals in het Beatlesque “Goodby Bread” of “My Lady’s On Fire”, maar ook aan deze songs zat een ruig en onbesuisd kantje. Ook “Alta” begon nog als een zuivere popsong maar groeide algauw uit tot een heetgebakerde hardrocker die uit al zijn voegen tegelijkertijd barste. En met de pokkenluide afsluiters “Love Fuzz” en “Girlfriend” kwam het gezelschap als een dolgedraaide punkband de boel nog eens keertje volledig op zijn kop zetten. Er kwam stoom uit.

Het enige zweempje van kritiek waarop u ons kan op betrappen is dat Ty Segall onze twee absolute favorieten uit die laatste plaat achterwege liet, met name “She” en “And Goodnight”. Doorgaans speelt hij die twee wonderlijke krakers wel. Hadden wij even pech.

Organisatie: Aéronef, Lille

 

Monster Magnet is nog zo een goeie ouwe band waarbij de rock’n’roll uit alle poriën spat. Ze hebben na al die jaren nog steeds de looks, de attitude én de strakke sound, en ze geven van jetje als een bende jonge wolven die gulzig aan de spacecake hebben gezeten. Bovendien trekken ze zich niks aan van de huidige muzikale trends, er is met name op de nieuwe plaat ‘Mindfucker’ weinig of niks veranderd aan de simpele maar uiterst efficiënte retro-rock formule. Waarom zouden ze, er zit hoegenaamd nog geen sleet op. Op ‘Mindfucker’ stuift Monster Magnet immer stevig door met een portie vuile stoner-, garage- en hardrock met hier en daar een psychedelisch randje.

Dat zet zich ook over op het podium. In de Vooruit bolt Monster Magnet op zijn doel af als een goed geoliede F1 bolide met een hevig ronkende motor en een op hol geslagen knalpot. Van een opwarmingsronde is er geen sprake, al vanaf minuut nummer één ligt het gevaarte met de klassieker ‘Dopes To Infinty’ op kruissnelheid. Daarna raast Monster Magnet door met een snerend trio uit die nieuwste plaat. “Rocket Freak”, “Soul” en “Mindfucker” zijn stuk voor stuk hete lavabrokken die de kenmerkende power, de gedrevenheid en de tomeloze energie van dit zwaar rockende gezelschap meer dan ooit uitstralen.

Er zit serieus wat vaart in de set, er worden nauwelijks pauzes genomen tussen de songs, de trein dendert stevig door en ballads zijn even ver te zoeken als goudvissen in de Nevada woestijn. De loden riffs waarop het geweldige oudje “Look To Your Orb For The Warning” voortdrijft brengen de heavyness enkele graden naar boven, en het monster graaft zelfs nog wat dieper in het verleden met een smerig “Dinosaur Vacume” uit ‘Superjudge’, een album dat onlangs 25 kaarsjes mocht uitflikkeren.

De slopende jaren lijken trouwens al bij al nog niet zo een vat te hebben gehad op de band. David Wyndorf heeft al een zwaar leven achter de rug, met onder meer overmatig drankgebruik en een gebeurlijke overdosis medicijnen, maar op zijn zestigste ziet de charismatische frontman er nog bijzonder rock’n’roll uit en lijkt hij de tijd van zijn leven te hebben. Wat trouwens ook geldt voor de voltallige band, die gasten hebben er echt goesting in.

Nog zo een klepper uit de nieuwe plaat is het wilde “When The Hammer Comes Down” dat de ideale springplank is naar de onsterfelijke beestjes als “Negasonic Teenage Warhead” en de publiekslieveling en ondertussen Monster Magnet’s ultieme lijfsong “Space Lord”, waarin de motherfuckers met honderden tegelijk de lucht invliegen.

Een bisronde kan niet uitblijven, en ook deze is uitmuntend, ruig en wild. Het nieuwe “Ejection” vliegt er snel en hard tegenaan en klinkt een stuk feller dan op plaat. Wat volgt is een verbluffend en majestueus “End Of Time”, niet meteen Monster Magnet’s bekendste song, maar wel een formidabele retro hardrocker die zich manifesteert tot één van de hoogtepunten van de avond. Als ultieme toetje mag het publiek op de tonen van een vlammend  “Powertrip” een laatste keer uit de bol gaan.

De Vooruit kan een zoveelste legendarische concertje in de boeken registreren.

Organisatie: Democrazy, Gent

 

Pagina 3 van 94