• Botanique, Brussel - concertenreeks
    Botanique, Brussel - concertenreeks Botanique, Brussel - concertenreeks Concerten Omni-woensdag 20 november 2019-Witloof Bar-20h Ezra Furman - woensdag 20 november 2019 - Rotonde -…

  • Botanique, Brussel - concertenreeks
    Botanique, Brussel - concertenreeks Botanique, Brussel - concertenreeks Concerten Omni-woensdag 20 november 2019-Witloof Bar-20h Ezra Furman - woensdag 20 november 2019 - Rotonde -…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Geert Huys

Geert Huys

Bij aanvang van de chrysantentijd bekruipt menig muziekrecensent de drang om zich stilaan het hoofd te beginnen breken over die verdomde eindejaarslijstjes. In onze voorlopige tussenstand van het albumjaar 2013 behoort ‘Light Up Gold’, wat na de cassette-only release ‘American Specialties’ het officiële debuut is van het Amerikaanse indie kwartet Parquet Courts, alvast tot één van de zekerheden voor een podiumplaats.
Na hun verhuis naar Brooklyn gaat het voor deze vier Texanen alleen maar crescendo, en hebben ze met hun onstuimige live sets inmiddels de harten van vele indiekids veroverd. Echter, op de jongste editie van Pukkelpop leek die live reputatie eerlijk gezegd noch mossel noch vis. Een veel te grote tent, een publiek dat op de eerste dag nog niet naar festivalmodus was overgeschakeld, en vooral het veel te vroege aanvangsuur maakten dat de passage van Parquet Courts er één was zonder weerhaakjes. Afgelopen zondag diende een herkansing zich aan in De Charlatan, een muziekkroeg met een roemrijk verleden dat nu wel het gedroomde decor bood voor muzikaal vuurwerk.

In Gent bulkte de groep zodanig van het zelfvertrouwen dat ze het eerste kwartier niets uit hun debuut oprakelden, maar wel een pak songs uit de kakelverse EP ‘Tally All The Things That You Broke’ plukten waaronder de straffe huidige single “You’ve Got Me Wonderin’ Now”. Fans van het eerste uur hoeven echter niets te vrezen. Net als op 'Light Up Gold' charmeert het nieuwe materiaal door een soort ongedwongen lo-fi slordigheid dat prominente 90ies indiebands als Pavement, Sebadoh en Guided By Voices als hun muzikale handelsmerk beschouwden. Verschillende nummers klokken niet zelden af na amper anderhalve minuut, maar door hun catchy hooks en speelse tempowisselingen krijg je zelden of nooit de indruk dat je slechts halve of onafgewerkte songs voorgeschoteld krijgt. Zelf noemen ze het graag ‘Americana punk’, verwijzend naar hun zuidelijke roots die nog steeds subtiel in hun sound verweven zitten.
We like your city and we like your beer” liet frontman Andrew Savage ergens tussendoor weten. Dat de vervaarlijk ogende krullebol zich leek te beperken tot Spa Blauw leek in dat verband redelijk ongeloofwaardig. De dubbele uppercut “Master Of My Craft” en “Borrowed Time” daarentegen zorgde voor wat onvervalst duw- en trekwerk in de eerste publiekslinies. Wie oud genoeg is (wat we betwijfelen op basis van de geschatte gemiddelde leeftijd in Gent) of gewoon zijn klassiekers kent kan in beide nummers trouwens de typische motorische beat van The Feelies ontwaren. Ook in de andere nummers hield drummer Max Savage (broer van) het tempo erg strak, en werd iedereen die er ook maar aan dacht om na een zwaar weekendje wat in te dommelen brutaal op andere gedachten gebracht. Met het aan Pavement schatplichtige “N Dakota” noteerden we trouwens maar één rustpuntje in een voor de rest wervelende set.
De thermostaat van De Charlatan werd na een klein uurtje uiteindelijk helemaal opengedraaid. Een opruiend baslijntje trok een broeierig “Yonder Is Closer To The Heart” op gang, waarna een ontketende groep zich vastbeet in hun voorlopige pièce de résistance “Stoned And Starving”, waar echo’s van The Feelies en Television om beurt werden opgejaagd door een ongenadig strakke Ramones beat.

Na een dergelijke uppercut bleken encores een wat overbodige luxe, en de vier kerels besloten dan ook wijselijk om wat uit te blazen in hun veel te kleine tourbus. De valse start op Pukkelpop is bij deze doorgespoeld, wat we onthouden is dat De Charlatan vanavond heel even iets weg had van CBGB's met Parquet Courts als prettig gestoord huisorkest. Volgend optreden van deze gasten, zondag in de AB Club!

Even na negenen mocht het jonge Engelse trio Mazes de dubbelaffiche openen. Dit gezelschap werd in 2009 boven de doopvont gehouden, heeft inmiddels al twee albums op de teller staan, en voegt daar later deze maand nog het mini album 'Better Ghosts' aan toe. Hun repertoire valt uiteen in korte punchy songs volgens de beste traditie van Buzzcocks en The Fall, en in lange meer trancy nummers die invloeden van krautrock en Field Music verraden. Tot die laatste categorie behoorden “Skulking” en “Bodies”, niet toevallig de twee hoogtepunten van de set. Alle twitteraars die iets hebben met hoekige gitaarpop volgen dus voortaan best ook 'mazesmazesmazes'.


Organisatie: Democrazy, Gent

Pukkelpop 2013 thru the eyes & ears of Geert Huys

Pukkelpop 2013
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit

PUKKELPOP, Kiewit, 15-17 augustus 2013

Dag 1 (15-08-2013)

PARQUET COURTS
(Marquee, ***½)
Bio
: Naar Brooklyn uitgeweken Texanen die op hun sprankelend debuut ‘Light Up Gold’ met sprekend gemak de hobbelige weg van de strakke punkpop hebben teruggevonden die The Strokes al een aantal jaren kwijt zijn.
On stage
: In een halflege tent bewees de band dat de termen ‘nonchalant’ en ‘slordig’ ook als complimenten kunnen gelden. Echter, voor zowel groep als publiek leek het nog erg vroeg dag en bleef het verwachte muzikaal vuurwerk uit. Graag een herkansing in De Charlatan (20 okt) of de AB club (27 okt).
Highlights: “Gold Record Diamond Minds”; “Borrowed Time”; “Stoned & Starving”

THE ALLAH-LAS
(Club, ***)
Bio
: Viertal waarvan een aantal leden elkaar voor het eerst tegen het lijf liepen in een legendarische platenzaak in Los Angeles én een uitgesproken interesse in de iconische 60ies garagerock verzamelaars Nuggets en Pebbles bleken te delen.
On stage
: Ze klinken niet alleen als een 60ies bandje, met hun strakke donkerblauwe denimpakjes zagen ze er ook zo uit. Net als de meeste ‘Nuggets era’ groepjes bleek dat deze vier jonge kerels behalve twee erg leuke radiohitjes vooral teren op veel afleggertjes die voortborduren op hetzelfde meerstemmige garagerock thema.
Highlights: “Tell Me (What’s on Your Mind)”; “Sacred Sands”

FEW BITS
(Wablief?!, ***½)
Bio
: Belgisch vijftal rond Karolien Van Ransbeeck, de voormalige backing vocaliste van Admiral Freebee en The Go Find. Wordt al maandenlang doodgeknuffeld op Radio 1.
On stage: De ietwat bedeesde Van Ransbeeck lonkte uitdrukkelijk naar de prille Heather Nova en Mazzy Star’s Hope Sandoval. De Antwerpse werd omringd door vier heren die haar spooky folkrock mooi gedoseerd van de nodige tristesse en melancholische weerhaakjes voorzagen. De herfst is dit jaar nog nooit zo vroeg begonnen.
Highlights
: “Shell”; “Wolves”

DEFTONES
(Main stage, ****)
Bio
: Amerikaans vijftal dat midden jaren ’90 tegen wil en dank tot nu-metal act werd gebombardeerd, maar vanaf de mijlpaal ‘White Pony’ (’00) is uitgegroeid tot een genre op zich. Bij elk optreden draagt de groep een nummer op aan de oorspronkelijke bassist Chi Cheng die na een jarenlange coma overleed op 13 april jl.
On stage
: Deftones bedankten Chokri voor hun derde ticket naar Kiewit met een ongezien enthousiasme, en vooral met een erg afwisselende set waarin hard-zacht contrasten subtieler dan ooit waren uitgewerkt. Memorabel was het moment waarop de overigens erg fit ogende brulboei Chino Moreno midden het publiek gewillig zijn kindergeld liet betasten en daarna eensklaps een verschroeiend “Elite” inzette. Een kippenvel versie van “Change (In the House of Flies)” werd opgedragen aan hun gevallen makker Cheng.
Highlights: “Poltergeist”; “Rosemary”; “Elite”; “My Own Summer (Shove It)”; “Change (In
the House of Flies)”

PHOSPHORESCENT (Club,
***½)
Bio
: Nom de plume van Matthew Houck, een minzame singer-songwriter die net als collega treurwilgen Bonnie ‘Prince’ Billy en Bon Iver de introspectie opzoekt als voornaamste inspiratiebron.
On stage
: De ranke Amerikaan koos resoluut voor de vlucht vooruit alsof hij de tent moest opwarmen als voorprogramma van Springsteen. Vergezeld van een vijfkoppige band, inclusief twee keyboardspelers, klonk de americana van Phosphorescent ongewoon extravert, groots en bijwijlen zelfs swingend. Sire, er zijn geen zekerheden meer.
Highlights: “Song for Zula”; “Terror Canyons (The Wounded Master)”

MILES KANE
(Marquee, ****)
Bio
: Amper 27, en toch heeft de frivole Brit er reeds carrières opzitten bij The Rascals en The Last Shadow Puppets én is hij net bevallen van een tweede solo album waarop merseybeat en glamrock op luchtige wijze worden gerecycleerd.
On stage
: Ontdaan van alle studio tierlantijntjes en geruggesteund door een straffe groep klonken Kane’s nummers onverwacht snedig en pretentieloos. Met dit bevlogen optreden in een volle tent nam Kane een klinkende revanche voor zijn gedwongen forfait tijdens de rampeditie van Pukkelpop twee jaar terug.
Highlights: “Rearrange”; “Better Than That”; “Don’t Forget Who You Are”; “Come Closer”

QUICKSAND
(Shelter, ***
½)
Bio
: Kortlevend 90ies gezelschap rond el sympathico Walter Schreifels dat in de voetsporen van Helmet hardcore injecteerde met alternative metal. Schreifels ging later de emo tour op met Rival Schools, en staat 19 jaar na hun eerste doortocht in Kiewit opnieuw op de affiche met zijn oude makkers van Quicksand.
On stage
: De houdbaarheidsdatum van Quicksand’s melodieuze post-hardcore bleek nog niet overschreden, getuige de uitgelezen bloemlezing uit het redelijk fantastische debuut ‘Slip’ (‘93). Anders dan bij Rival Schools kon de schreeuwzang van veteraan Schreifels dit keer wel overtuigen. Ook bassist Sergio Vega verdiende een pluim. Eerst met zijn huidige werkgever Deftones op de Main Stage, en vervolgens met zijn oude Quicksand maatjes in de Shelter speelde de man op een tijdspanne van twee uur twee denderende gigs.

Highlight
: “Dine Alone”
JOHNNY MARR
(Marquee, ****
½)
Bio
: Vormde in The Smiths samen met ene Steven Patrick Morrissey de Lennon & McCartney van de Engelse indiescene tijdens de zes glorieuze jaren ’82-’87. De briljante gitarist werd nadien tijdelijk ingelijfd bij o.a. Electronic, The The, Modest Mouse en The Cribs, en bracht dit voorjaar met ‘The Messenger’ een degelijk solo debuut uit.
On stage
: Op de tonen van John Barry’s ‘The Persuaders Theme’ en met een sneeuwwitte roos tussen de lippen begon Marr als een jonkie die nog alles te bewijzen had aan een vlammende set. Vergezeld van een straffe band etaleerde de ouderdomsdeken van Pukkelpop 2013 (50 binnenkort) zijn briljant en kristalhelder gitaargetwinkel en kwam hij ook vocaal erg aardig uit de hoek. Geen zinnig mens had echter kunnen of durven dromen dat His Godlike Genius ook een stel Smiths evergreens op het menu had gezet, vier om precies te zijn.
Emo moment van de dag: een halflege tent die “To Die By Your Side is Such a Heavenly Way to Die” acapella meebrulde tijdens “There’s a Light That Never Goes Out”.
Highlights: “The Right Thing Right”; “Stop Me if You Think You’ve Heard This One Before”; “Bigmouth Strikes Again”; “I Fought the Law”; “How Soon is Now”; “There’s a Light That Never Goes Out”

SAVAGES (Club, ****)
Bio
: All female postpunk revelatie die met ‘Silence Yourself’ hengelen naar de eretitel ‘debuut van het jaar’. Nauwelijks twee weken na de release van deze plaat scoorden deze straffe meiden ook nog eens hét concert van het voorjaar in een volgepropte Orangerie van de Botanique. U merkt het, we zijn redelijk weg van deze meisjes.
On stage
: Frontvrouw Jehnny Beth tuurde naar het publiek als betrof het een tegenstander die tegen elke prijs moest overwonnen worden. Het zorgde voor meer afstandelijkheid dan in Brussel, maar tegelijkertijd ook voor meer muzikale uitstraling. Furieuze postpunk uppercuts werden afgewisseld met broeierige gothrock die soms naar de performance art neigde. De fans weten intussen wat er hen te wachten staat als finale stroomstoot, en toch, het blijft kicken op “Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands!”.
Highlights: “City’s Full”; “I Am Here”; “She Will”; “Hit Me”; “Husbands”

MEURIS (Wablief?!, ****)
Bio
: Limburgs vat vol emotie dat zich naast Nederlandstalige rock ook onledig houdt met sterrenkunde, journalistiek en politiek incorrecte opinies. Heeft na ‘Gigant’ (‘94) met Noordkaap en ‘Grand’ (‘05) met Monza nu ook met zijn eerste echte soloschijf ‘Mirage’ opnieuw een klassieker in het genre beet.
On stage
: Voor de Stijn was Pukkelpop 2013 een soort homecoming na jaren afwezigheid. Geruggesteund door een erg straffe groep verkende de geboren entertainer met jeugdige gretigheid alle uithoeken van het podium en strooide hij kwistig met (soms gevatte, soms onfortuinlijke) one-liners. Op de nieuwste plaat omarmen Meuris & co uitdrukkelijk de donkerste en dus interessantste jaren van de 80ies. Niet alleen de recente nummers, maar ook de evergreens van weleer staken bijgevolg in een glinsterend new wave jasje dat gesneden koek bleek voor het Pukkelpop publiek.
Highlights
: “Panamarenko”; “1974”; “Gigant”; “Omerta”; “Wie Danst Er Nog?”; “Arme Joe”

GODSPEED YOU! BLACK EMPEROR (Marquee, ***½)
Bio
: Van oorsprong uit Montreal, Quebec afkomstig instrumentaal collectief dat in 2000 eigenhandig de postrock herdefinieerde met de mijlpaal ‘Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven’. Na een lange periode van muzikale bezinning, dat o.a. het zijproject Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra & Tra-La-La Band heeft gebaard, komt dit toonbeeld van de antirock haar plaats terug opeisen.
On stage
: De apocalyps is onafwendbaar, en GY!BE heeft alvast de bijhorende soundtrack gecomponeerd. De Canadezen negeren hierbij alle wetten van een conventioneel rockoptreden. De nauwelijks zichtbare muzikanten hullen zich in een waas van mystiek door niet zichzelf maar wel de muziek centraal te plaatsen, aangevuld met sobere filmprojecties. In feedback gedrenkte gitaren, jankende strijkers en tribal drums vormden de funderingen van composities die begin noch einde schijnen te kennen. Een unieke totaalervaring als afsluiter van de eerste Pukkelpopdag.
Highlights
: “Hope Drone”; “Mladic”

Dag 2 (16-08-2013)
IN THE VALLEY BELOW (Castello, ***)
Bio
: M/v duo uit Los Angeles dat dit voorjaar met ‘Hymnal’ een eerste EP vol pastorale indierock op de wereld losliet. De Passion Pit remix van hun eerste single “Peaches” groeide inmiddels uit tot een bescheiden YouTube hit.
On stage
: Aangevuld met twee extra muzikanten creëerde de van tristesse doorwrongen samenzang van Angela Gail en Jeffrey Jacobs een broeierig en mysterieus sfeertje. Hun 19de eeuwse retro outfit paste dan ook volledig in het plaatje. Fans van Aimee Mann, Cold War Kids en Woven Hand hebben er een favoriet bij.
Highlight: “Peaches”

ANiMAL MUSiC (Dance Hall, ***)
Bio
: Londens trio dat heftige dubstep door de punkmangel haalt. Bouwden eerst een stevige reputatie op in het clubcircuit als remixers en DJs, en gaan sinds kort ook als ‘live’ band de boer op.
On stage
: Deze kerels deden hard hun best om te klinken als The Prodigy in overdrive, en slaagden daar ondanks het vroege uur nog vrij goed in ook. Muzikaal viel het trio terug op pretentieloze cut’n’paste recyclage van vijf decennia popmuziekgeschiedenis, van Ray Charles over Daftpunk tot Queens Of The Stone Age. Bevorderlijk voor de feestvreugde ... en voor de vertering van een stevig ontbijtje.
Highlight: “Jump”

CLOUD BOAT (Castello, ***)
Bio
: Duo uit Noord-Londen dat na omzwervingen in metal en post-rockbandjes besloot om zich te bekeren tot een soort hybride van melancholische folk en downtempo dubstep. Brachten in 2011 hun eerste 10’’ uit op ons eigenste R&S label.
On stage
: Tom Clarke en Sam Ricketts zijn niet enkel boezemvrienden en tourcompagnons van James Blake, maar laten zich ook vocaal en muzikaal duidelijk inspireren door de Londense wonderboy van de offbeat dubstep. Hun combinatie van knisperende electronica en subtiele gitaarecho’s durfde trouwens ook wel eens te knipogen naar The Notwist en post-‘OK Computer’ Radiohead. Ingegeven door de populariteit van Blake lustte het publiek wel pap van Cloud Boat’s dramatische soundscapes. Het duo was duidelijk een beetje van zijn melk door zoveel enthousiasme, en bleef het publiek maar bedanken tot het zelfs een beetje gênant werd.
Highlight
: “Wanderlust”

LORD HURON
(Club, ***)
Bio
: Amerikaans indiefolk gezelschap dat in 2010 het daglicht zag om de muzikale ideeën van natuurfilosoof Ben Schneider aan mens en dier toe te vertrouwen. Hun debuutschijf ‘Lonesome Dreams’ is schatplichtig aan de pastorale close harmony van Fleet Foxes en de organische americana van My Morning Jacket.
On stage
: De zon bleek een prima compagnon voor de luchtige folkpop van het Amerikaanse vijftal. Paul Simon en Vampire Weekend wisten het al langer, en nu heeft ook Lord Huron ontdekt dat het verweven van Afrikaanse gitaarmotiefjes in hun wijdse sound een glimlach op het gezicht van elke festivalganger tovert.
Highlights: “The Man Who Lives Forever”; “Ends of the Earth”

NOAH AND THE WHALE (Main stage, **)
Bio
: Londense folkies die zich gaandeweg steeds meer op radiovriendelijke 80ies pop zijn gaan storten, én bijgevolg al flink wat weken in de Britse charts mochten kamperen. De nieuwe godin van de Engelse folk, Laura Marling, verliet intussen de band en uiteindelijk ook haar lief in de persoon van frontman Charlie Fink.
On stage
: Twee technische pannes zetten de groep een flinke hak onder een loden middagzon, maar ook zonder pech verdenken we Fink & co ervan met bijzonder weinig goesting naar Kiewit te zijn afgezakt. Werkelijk geen enkel nummer, zelfs niet een op stadions bemeten perfecte popsingle als “Tonight’s the Kind of Night”, klonk oprecht catchy of bleef op onze bezwete huid plakken. Ironisch genoeg kregen deze netjes uitgedoste Londenaars de meeste handen op elkaar met een leuke Daftpunk cover, maar tegen dan was Noah’s ark al lang gezonken.
Highlight
: “Digital Love”

FACTORY FLOOR (Castello, ***)
Bio
: Postindustrieel trio uit Londen met een onvoorwaardelijke adoratie voor zowat alles wat eind jaren ’70 tot begin jaren ’80 op het vermaarde Factory Records label (o.a. Joy Division en New Order) verscheen, maar uiteindelijk onderdak vond bij de hippe DFA stal van Tim Goldsworthy en James Murphy (LCD Soundsystem).
On stage
: Na een eerste ronduit indrukwekkend kwartier dachten we één van dé revelaties van Pukkelpop ‘13 beet te hebben. De combinatie van onderkoelde electronica, dubby vocals en retestrakke drumpatronen zoog het publiek steeds dieper mee in een hypnotiserende trance trip waar reguliere bezoekers van de Boiler Room een moord voor zouden begaan. Echter, waar hun inspiratiebronnen New Order en  Giorgio Moroder de nodige variaties op hetzelfde thema inbouwen reed Factory Floor zich gaandeweg vast in de monotonie. Hopelijk/mogelijks/misschien biedt hun langverwachte debuut meer soelaas.
Highlight
: “Two Different Ways”

THE BLACK HEART REBELLION (Wablief?!, ***½)
Bio
: Met deze zes men in black heeft de Gentse muziekscene terug een sensatie van formaat gebaard. In de schaduw van Amenra, sowieso al een plaats waar geen zinnig mens een nachtje wil doorbrengen, brouwt dit gezelschap een mengsel van claustrofobische postrock en gotische folk dat best niet in het bijzijn van gevoelige zielen wordt gedegusteerd.
On stage
: We verdenken frontman Pieter Yuttenhove er niet van een vrolijke jongen te zijn, maar durven wel met zekerheid stellen dat ’s mans stem zich kan meten met deze van Woven Hand’s David Eugene Edwards op een druilerige herfstdag. Maar goed dat zijn maats verscholen zaten in een dik mistgordijn, want hun dreigende postrockmetal verdraagt nu eenmaal niet het minste beetje licht. Als duivelsuitdrijvingen nog bestaan, dan is er geen betere achtergrondmuziekje te bedenken dan een plaat van BHR.
Highlights: “The Woods I Run From”; “Circe”

UNKNOWN MORTAL ORCHESTRA (Club, ***)
Bio
: Geesteskind van Ruban Nielson, een uit Portland, OR afkomstige gitaarwizard die in een vorig leven de stiel leerde bij de Nieuw-Zeelandse punkband The Mint Chicks. Na de split van die groep ontdekte Nielson de subtiliteiten van de luchtige psychedelica waarmee hij inmiddels reeds twee albums van Unknown Mortal Orchestra heeft gevuld.
On stage
: Het orkest in kwestie bleek naast Nielson ook een strakke ritmesectie in de rangen te hebben die zijn gitaaruithalen ondersteunden met een groovy upbeat. De tonnen reverb konden niet verhullen dat toonvast zingen niet het sterkste punt is van de kleine Amerikaan, dus ter compensatie stortten hij en zijn maats zich dan maar op soms ellenlange jams. Zoiets heet dan leuk maar niet onvergetelijk.
Highlights: “Swim and Sleep (Like a Shark)”; “Ffunny Ffrends”

GIRLS IN HAWAII (Marquee, ***)
Bio
: Eén van de weinige Waalse poprock bands die in Vlaanderen een zekere fanbase heeft opgebouwd. De groep vierde haar comeback op Pukkelpop na een lange periode van persoonlijke en muzikale bezinning door het tragische overlijden van drummer Denis Wielemans in een verkeersongeval in 2010.
On stage
: Ook na de wederopstanding blijven we Girls In Hawaii een sympathieke groep vinden die echter over een te hoge aaibaarheidsfactor beschikt om ons echt te beklijven. Met Lionel Vancauwenberghe en Antoine Wielemans heeft de groep 2 ideale schoonzonen in de rangen, weinig verwonderlijk dus dat hun light versie van Grandaddy meets Sparklehorse vooral door het vrouwelijke deel van het publiek erg warm werd onthaald.
Highlight: “This Farm Will End up in Fire”; “Time to Forgive the Winter”

GRUPPO DI PAWLOWSKI
(Wablief?!, ***)
Bio
: Aflevering 314 in de avonturen van de gekste en creatiefste muzikale duizendpoot die Limburg ooit heeft voortgebracht. Bijgestaan door andere veteranen uit de vaderlandse muziekgeschiedenis waaronder Elko Blijweert en Pascal Deweze tast Mauro de grenzen van de experimentele waanzin op.
On stage
: Geen zinnig mens heeft zich waarschijnlijk ooit afgevraagd hoe een jamsessie met Captain Beefheart, Frank Zappa en The Jesus Lizard zou geklonken hebben. Wel, dat is  natuurlijk buiten Mauro en zijn maats gerekend die dergelijke vraag interessant genoeg vinden om met averechtse blues, nowave, freejazz en fusion als basisingrediënten dan maar zelf een wansmakelijke doch unieke cocktail in elkaar te flansen. Anti-rock? Als het genre nog niet bestond, dan bombarderen we Mauro bij deze tot de geestelijke vader ervan.
Highlight: “Who Do You Love?”

POLIÇA (Club, ***)
Bio
: Indiepop gezelschap uit Minneapolis wiens ijle synthpop een grote commerciële toekomst wordt voorspeld. De lead single “Dark Star” uit het debuut is intussen een klassieker, benieuwd of er op de moeilijke tweede ook een dergelijke kanjer prijkt.
On stage
: Voor wie de band enkel kent van haar etherische hitjes was het toch even schrikken. Voortgestuwd door twee drummers klinkt de groep live immers een pak dynamischer en krijgt hun melancholische electropop een welgemikte triphop injectie. Als de frêle zangeres Channy Leaneagh zich een nog iets extravertere pose kan aanmeten dan komen de harde dollars van Clear Channel erg dicht binnen handbereik.
Highlights: “Dark Star”; “Wandering Star”

EELS (Main stage, ****)
Bio
: De eerste vier platen (’96-‘01) van eeuwige anti-held Mark Oliver Everett (oftewel E) als Eels zijn klassiekers waar multi-instrumentale vindingrijkheid en ontwapenend songschrijverschap elkaar wonderwel vinden. Daarna evolueerde Eels naar een muzikaal minder interessante rechttoe rechtaan rockgroep, maar dan wel één die mateloos populair blijft bij de nieuwe jeugd die intussen E’s kids hadden kunnen zijn.
On stage
: Eels besteedt tegenwoordig evenveel aandacht aan volksvermaak als aan een muzikaal sterke prestatie. Het is en blijft een lust voor oog en oor hoe de band een op voorhand strak geregisseerde show toch zo spontaan en ontwapenend kan brengen. Getooid in donkere Adidas trainingspakken en dito sunglasses zoeken en vonden de groepsleden elkaar voor knuffels, fratsen en retestrakke rock. Wetende dat op dat moment Neil Young & Crazy Horse normaal gezien alle registers hadden moeten open gooien trakteerden E en zijn maats het publiek op een fraaie date met Young’s “Cinnamon Girl”.
Highlights: “Cancer for the Cure”; “Oh Well”; “Fresh Feeling”; “That Look You Give That Guy”; “Cinnamon Girl”; “My Beloved Monster/Mr. E’s Beautiful Blues”

LOW (Club, ****)
Bio
: De spil van dit uit Minnesota afkomstig gezelschap is het Mormoonse echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker, die tegen hun zin als de grondleggers van de slowcore worden beschouwd. Het duo heeft na 20 jaar een indrukwekkende cult following opgebouwd, met als grootste compliment het feit dat ene Robert Plant twee Low originals op zijn laatste plaat had staan.
On stage
: Tegen het eind van een slopende festivaldag moet een mens soms moeilijke keuzes maken wanneer een monument als Low de tent sluit: overeind blijven om met open mond Sparhawk’s gitaarcapriolen te aanschouwen, of toch maar languit wegdromen op de plankenvloer met de hemelse vocal harmonies van dit uniek rock’n’roll echtpaar op de achtergrond. Het werd uiteindelijk een combinatie van beide. Net als Eels had ook Low een pleister op de wonde voorzien met een magische versie van Neil Young’s “Down by the River”.
Highlights: “Murderer”; “Especially Me”; “Down by the River”

JAMES BLAKE (Marquee, ***½)
Bio
: 25-jarige Londenaar die ooit op de schoolbanken zat met Katy B, zijn eerste songs opnam in de slaapkamer en intussen is uitgegroeid tot dé posterboy van de downtempo dubstep.
On stage
: Enkel vergezeld van een gitarist en een drummer ontpopte Blake zich tot een erg veelzijdige performer die er in slaagde om een groot deel van de tent in een soort collectieve trance te brengen. In wezen is de Londenaar een singer-songwriter die met behulp van atmosferische dubstep, zwoele neosoul en jachtige electro een geheel eigen geluid weet neer te zetten. De ietwat bedeesde Blake kreeg van de massaal aanwezige tentsletjes een hartverwarmend applaus, maar stuurde ons met koude rillingen de nacht in.
Highlights: “Limit to Your Love”; “The Wilhelm Scream”; “Retrograde”; “Unluck”

Dag 3 (17-08-2013)

CLOCK OPERA (Marquee, ***½)
Bio
: Viertal uit Londen dat aan de overzijde van het kanaal tot één van dé hypes van 2012 werd gebombardeerd  op grond van hun debuutschijf ‘Ways to Forget’. Hun ingenieuze doch licht verteerbare samplepop lonkt voorzichtig naar het soort stadions waar ook de jongens van
Coldplay al een paar liters hebben afgezweet.
On stage
: Elke zanger die vocaal ook maar in de buurt komt van The Blue Nile’s Paul Buchanan kan bij ons weinig verkeerd doen, en tot dat selecte gezelschap moet ook Clock Opera frontman Guy Connelly worden gerekend. Anders dan op hun debuutschijf straalden de songs overigens veel meer grandeur uit door een duidelijk klaarwakkere ritmesectie. Dat veel van hun pianospielerei voorgeprogrammeerd was deerde wonderwel niet.
Highlights: “Move to the Mountains”; “Once and for All”; “Lesson no. 7”

THE SEDAN VAULT (Wablief?, **½)
Bio
: Belgische band met een geweten rond drie telgen uit de familie Meeuwis die reeds twee albums vol experimentele/progressieve rock op hun conto hebben staan. Voor de opnames van de langverwachte derde ‘Minutes to Midnight’ gooiden de broertjes hun Vlaamse bescheidenheid overboord en gingen te rade bij sterproducer Richard Woodcraft (Radiohead, Arctic Monkeys, Duffy).
On stage
: “Goeienavond”!? Om 14u in de namiddag? De zenuwen stonden duidelijk gespannen bij The Sedan Vault, ofwel konden de gasten na een nachtje repeteren wel een stevige cafeïne shot gebruiken. De groep nam in ieder geval een verschroeiende start met een paar manische gitaar/synth/drums uppercuts die onvermijdelijk deden denken aan The Mars Volta. Naarmate hun set vorderde gingen de jongens echter gevaarlijk dicht aanleunen bij Muse, en laat dat nu net een overbevolkt eiland zijn waar ondergetekende niks verloren heeft.
Highlights
: Waren er wel, maar weinig van de nieuwe titels verstaan

I AM KLOOT
(Marquee, ***
½)
Bio
: Oorspronkelijk een trio uit Manchester dat in de begindagen werd ingedeeld bij de ‘New Acoustic Movement’, maar intussen ook het bestaan van strijkers, piano’s en blazers heeft ontdekt. Hun beste songs zijn ontstaan op weg naar, in, of op de terugweg van de pub.
On stage
:  Op Pukkelpop 2001 en 2004 blonk I Am Kloot nog uit in simpele levensliedjes die je onmiddellijk bij het nekvel grepen, maar datzelfde gevoel kregen we dit jaar maar sporadisch. Natuurlijk is en blijft de versleten stem van John Bramwell de sterkhouder van de groep, alleen vragen we ons af wat die drie extra bandleden op keyboards en blazers op het podium hadden verloren.  Less is more, dat had de groep op het eind gelukkig ook begrepen toen ze met z’n drietjes een paar oude krakers bovenhaalden en dat nekhaar alsnog ging rechtstaan.
Highlights:  “Some Better Day”; “86 TV’s”; “From Your Favourite Sky”; “Proof”

ALABAMA SHAKES (Main stage, ***)
Bio
: Een vrouwelijke postbode met het sex appeal van een nijlpaard die samen met een paar vrienden uit Athens, Alabama uit voorliefde voor zowel Led Zeppelin als Otis Redding een rock’n’soul bandje uit de grond stampt dat intussen elk groot Europees festival op de CV heeft staan? Het is en blijft één van de onwaarschijnlijkste succesverhalen uit de recente popgeschiedenis.
On stage
: Chokri luistert naar de StuBru jeugd van tegenwoordig, zoveel is zeker, want hoe kan een band wiens muzikale roots ruim een halve eeuw achter ons liggen anders op de Main stage van Pukkelpop belanden? Op Blues Peer was dit waarschijnlijk een topconcert geweest, zeker wanneer je in de imposante strot van de sympathieke Brittany Howard om de haverklap de geesten van Janis Joplin en Otis Redding ontwaard. In Kiewit luisterde de vintage rhythmn & blues van Alabama Shakes gewoon lekker weg in het gezelschap van een bordje Breydelham.
Highlights: “Hold On”; “Hang Loose”; “Be Mine”

HOLY OTHER (Castello, ***½)
Bio
: Echte naam: onbekend. Woonplaats: ergens tussen Manchester en Berlijn. Beroep: producer. Hobby: naar donkere electronica luisteren. Tja, de Jan Becaus in ons moet het soms stellen met wel heel erg beknopte CVs.
On stage
: In de donkere beslotenheid van de Castello tent ontpopte deze mysterieuze knopjesdraaier zich tot de kroonprins van de slowbeat. Stilstaand dansen was toegestaan, wegdromen met de ogen dicht een must. Hier een genre opplakken is geen sinecure, we houden het bij atmosferische postdubstep met een dramatische ondertoon. Klinkt als: Craig Armstrong, Ryuichi Sakamato en Art Of Noise in de mix.
Highlights: “Love Some1”; “Feel Something”

!!! (Dance Hall, ***½)
Bio
: Gezellige bende New Yorkers die zich ook laten aanspreken als ‘chk chk chk’ en in ’96 besloten om saaie house parties op te luisteren met funky postpunk en strakke leftfield D.I.S.C.O. Met hun vijfde album ‘Thr!!!er’ halen deze bad boys tegenwoordig zelfs Radio 1, wat niet kon verhinderen dat ze reeds voor de derde keer een telefoontje kregen van Chokri.
On stage
: Alhoewel hun platen steeds meer inwisselbaar worden valt live niet te ontkomen aan de verslavende groove van dit zestal. Zoals elke zichzelf respecterende party band heeft ook !!! in de persoon van zanger Nic Offer een volksmenner in de rangen die als een hyperkinetische Mick Jagger kloon met krullen alle uithoeken van het podium verkent. Dat Offer een foute bermuda droeg met de hoesprint van het klassieke Stones album ‘Some Girls’ leek ons overigens puur toeval.
Highlights: “Get That Rhythm Right”; “Californiyeah”

THE SOFT MOON (Castello, ***)
Bio
: Eenmansproject van de Afro-Cubaanse producer, instrumentalist en songwriter Luis Vasquez die zich onledig houdt met de erfenis van Joy Division en Suicide. Jongste album ‘Zeros’ staat dan ook stijf van de dreigende postpunk en kille new wave.
On stage
: Elke combinatie van holle drums, rubberen baslijntjes, doomy synths en uitwaaierende gitaren kan sowieso op onze aandacht rekenen, wat nog niet betekent dat we The Soft Moon daarom op handen dragen. Vocals zijn voor Vasquez immers niet meer dan een instrument zonder boodschap, dus ging de man gretig aan de slag met allerlei stemvervormers. Goed voor een half uurtje, daarna hopeloos monotoon.
Highlights
: “Parallels”; “Insides”

FOALS
(Main stage; **½)
Bio
: Hyperkinetisch indierock vijftal uit Oxford dat zich dankzij een flitsend debuut ‘Antidotes’ (‘08) ergens tussen Bloc Party, Klaxons en Talking Heads in nestelde. Na de overstap naar een major label (Warner MG) koos de groep op hun recente doorbraak album ‘Holy Fire’ voor meer hapklare songs die hen bakken airplay en de sleutel tot grote concertzalen opleverden.
On stage
: Wie niet beter weet zou Foals gemakkelijk kunnen afschilderen als een one-hit wonder. Eens publiekslieveling “My Number” de revue was gepasseerd had de groep namelijk heel wat moeite om nog meer van dat soort catchy artpop uit haar mouw te schudden. Meer dan goed voor hen was verloren Yannis Philippakis en zijn maats zich soms in te lange instrumentale stukken, en gingen hierdoor onnodig op de rem staan. De gebruikelijke duik van Philippakis in het tienerpubliek leverde leuke beelden op, maar kon een bloedeloze set niet meer redden.
Highlights: “Red Socks Pugie”; “Two Steps Twice”

BAT FOR LASHES (Marquee, ***½)
Bio
: Nom de plume van Natasha Khan, een 33-jarige Engelse deerne met Pakistaanse roots wiens etherische indiepop al twee Mercury Prize nominaties voor ‘album of the year’ opleverde.
On stage
: Toegegeven, alleen al Khan’s ontwapenende glimlach volstond om een groot deel van de tent uit haar hand te doen eten. Haar aan Kate Bush en Björk verwante sprookjespop klonk afwisselend erg breekbaar, of werd opgejut door hitsige electrobeats en percussie. Khan en haar muzikaal gevolg genoten zichtbaar van de warme ontvangst die hen te beurt viel.
Highlights: “Horse and I”; “Rest Your Head”; “Daniel”

FRANZ FERDINAND (Main stage, ****½)
Bio
: Vier vrolijke Schotten die de politieke angel uit de punkfunk van Gang Of Four haalden om er dansbare gitaarpop mee te brouwen. De band hield het na drie albums bijna voor bekeken, maar forceert met het kakelverse ‘Right Thoughts, Right Words, Right Action’ momenteel een comeback.
On stage
: De jukebox van Alex Kapranos & co stond overduidelijk in ‘party mode’ en liet in een verschroeiend tempo en met de gretigheid van een stel jonge honden al hun radiohits het publiek in knallen. Akkoord, het muzikale recept van Franz Ferdinand is intussen beproefd, maar smaakte als na een lange vastenperiode des te lekkerder. Met de mash-up van hun “Can’t Stop Feeling” en Donna Summer’s “I Feel Love” maakten deze kerels uit Glasgow hun ultieme statement: een publiek van indie kids en disco lovers zij aan zij uit de bol laten gaan, il faut le faire!
Highlights
: Teveel om op te noemen, wel meeste nekklachten overgehouden aan “This Fire” en “Ulysses”.

THE KNIFE SHAKING THE HABITUAL SHOW (Marquee, ****)
Bio
: Eigenzinnige Zweedse broer-zus combinatie die met hun unieke combinatie van oculte vocals, ratelende beats en claustrofobische soundscapes een buitenbeentje vormt in de electronica scene. Het gezelschap veroorzaakte dit voorjaar de nodige ophef toen de ‘live‘ voorstelling van hun nieuwe opus ‘Shaking The Habitual’ door de verzamelde pers als een impactloze playback show werd beschreven.
On stage
: Karin Dreijer Andersson en broer Olof Dreijer lezen ook recensies, zoveel is duidelijk. The Knife werd op grond van hun eerste concertenreeks wat te vlug met pek en veren overgoten, want dit totaalspektakel zal menige Pukkelpopper nog lang heugen. Met een eclectische mix van choreografische hoogstandjes, grillige electronica, tribal beats en bijhorende visuals kleurde het duo ver buiten de lijntjes van een klassiek festivaloptreden. Live en playback stukken wisselden elkaar regelmatig af, maar nergens kregen we de indruk in een aflevering van Top of the Pops te zijn beland.
Highlights: “A Tooth for an Eye”; “Full of Fire”; “Silent Shout”

THE XX
(Main stage, *****)
Bio
: De Londense kids Oliver Sim en Romy Madley-Croft telden amper 15 lentes toen ze The xx boven de doopvont hielden. Pas met de komst van beatmaster Jamie xx kreeg hun ongeziene symbiose van minimale new wave en onderkoelde R&B langzaam maar zeker voet aan de grond. Op Pukkelpop 2010 mochten ze de Marquee afsluiten met songs van hun titelloze ‘Mercury Prize winning’ debuut, dit jaar zijn ze gepromoveerd tot één van de headliners van het festival.
On stage
: Hoofdacts op een allerlaatste festivaldag moeten het doorgaans hebben van dreunende beats, scheurende gitaren en/of volksmennende frontmannen/vrouwen. The xx kwam, zag en overwon de anders zo rumoerige festivalmeute met geen enkele van deze ingrediënten. Hun devies luidt dan ook ‘less is more’: geen enkele beat of noot teveel, stiltes die even belangrijk bleken als de muziek zelf, en geconcentreerde blikken op oneindig. Voor ons kon dit wel tellen als emotioneel hoogtepunt van de Pukkelpop driedaagse. Zelfs het ijskonijn in Romy Madley Croft ontdooide even toen ze onder toeziend oog van tienduizenden festivalgangers een verjaardagsknuffel kreeg van Oliver Sim.
Highlights: “Heart Skipped a Beat”; “Islands”; “VCR”; “Intro”; “Infinity”; “Angels”

MIDLAKE (Club, ****)
Bio
: Texaans retro gezelschap dat Jethro Tull en Fairport Convention even hoog in het vaandel draagt als pakweg Radiohead en Grandaddy. Frontman Tim Smith verliet een jaartje terug de band om met Harp een nieuw muzikaal avontuur te starten.
On stage
: Ook met gitarist Eric Pulido als kersvers boegbeeld bleef de pastorale folk van Midlake moeiteloos overeind. De vierkoppige close harmony was even welkom als een warm deken op een frisse zomernacht, enkel het knetterende kampvuur moest je er zelf bij verzinnen. Ach, uw verslaggever ter plaatse mag al eens lyrisch worden na optreden no. 38.
Highlights: “Winter Dies”; “Roscoe”; “Rulers, Ruling all Things”

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/lowlands-2013-16-t-m-18-augustus-2013-21e-editie-pics/

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

 

Samen met generatiegenoten 10cc, Procol Harum en ELO stond Supertramp symbool voor de betere gestyleerde progpop die tijdens de jaren ’70 niet weg te denken was uit de betere platenkast. In 2010 mocht de groep 40 kaarsjes uitblazen, en om de pensioenkas van de nog overgebleven leden nog wat te spijzen werd daar uiteraard een anniversary tour aan vastgeklonken. Grote afwezige op dat verjaardagsfeest was Roger Hodgson, die 13 jaar lang een songwriting tandem vormde met oprichter Rick Davies maar in ’83 Supertramp definitief verliet.

Hoe groot de verdiensten van Davies als zanger en componist ook moge zijn, het is Hodgson die de meeste van Supertramp’s grootste hits heeft ingezongen en dus voor het grote publiek voor altijd het gezicht van de groep zal blijven. Het was dus enkel een kwestie van tijd of de naar Californië uitgeweken Brit zou op zijn beurt de erfenis van Supertramp proberen verzilveren. We troffen de 63-jarige Hodgson en zijn vierkoppige band in het statige Oostendse Kursaal voor één van de laatste Europese haltes van zijn huidige ‘Breakfast in America’ wereldtournee.
Aan de ingang kregen we een foldertje toegestopt maar daarop een lijst van 33 songs waaruit Hodgson put tijdens deze tour. De eerste op dat lijstje, “Take the Long Way Home”, is tevens steevast de opener van deze concertenreeks. Meteen werd duidelijk waarom de overigens erg relaxte Hodgson zich nog steeds met recht en rede ‘the golden voice of Supertramp’ mag noemen. De man heeft zich al die jaren duidelijk goed gesoigneerd onder de Californische zon, want zonder overdrijven kunnen we stellen dat zijn van melancholie doortrokken hoge stem werkelijk geen spat is veranderd, en misschien zelfs expressiever klinkt dan vier decennia geleden. Naast zijn karakteristieke stem is er natuurlijk dat typische vibrerende geluid van zijn onafscheidelijke Wurlitzer piano die de signature sound van de meeste Supertramp evergreens heeft bepaald. Hodgson brak ooit beide polsen, maar heeft daar zichtbaar niets aan over gehouden te oordelen aan het enthousiasme waarmee hij twee uur lang zijn ‘wurly’ betastte en bepotelde.
We kunnen ons wel inbeelden dat het bovenvermelde songlijstje een aangenaam geheugensteuntje betekende voor het 50+ deel van het publiek, maar anderzijds wisten we ook meteen welke nummers we aan onze neus zouden zien voorbij gaan. Persoonlijke Supertramp favorieten als “Bloody Well Right” en “Crime of the Century” dragen nu eenmaal de handtekening van Rick Davies, dus moeten we leren leven met Hodgson’s keuze om enkel zijn personal darlings in de set te stoppen. En waarom niet, want de man heeft op die manier nog altijd keuze te over.
Alleen al tijdens het eerste concertuur zette de man met “School”, “Breakfast in America”, “Lord is it Mine” en “Hide in Your Shell” een indrukwekkende Supertramp reeks neer. Dat die songs er nog steeds staan was trouwens niet enkel de verdienste van Hodgson, maar evenzeer van de twee Amerikaanse en twee Canadese muzikanten die de gelaagde en bijwijlen symfonische sound van Supertramp virtuoos onder de knie hadden. De grandeur die sommige songs hierdoor uitstraalden leek wel weggelopen uit de Night of The Proms, het soort nachten waar we trouwens vriendelijk voor bedanken. Terwijl al zijn muzikanten hun métier als hun broekzak kennen stak Hodgson toch expliciet een pluim op de hoed van Aaron MacDonald, een polyvalente kerel die naast extra keyboards en backing vocals ook vlotjes laveerde tussen klarinet, fluit en natuurlijk de karakteristieke saxofoon.
De eerlijkheid gebied ons om te stellen dat de ruim twee uur durende show ook een aantal minder beklijvende momenten opleverde. Niet zelden ging Hodgson daarvoor te rade bij de drie solo albums die hij in zijn post-Supertramp periode uitbracht en amper memorabele songs hebben opgeleverd. Eén opmerkelijk lichtpunt was echter “Death and a Zoo” uit zijn laatste solo exploot ‘Open the Door’ (‘00), een muzikaal erg avontuurlijke song waarin de typische progpop van zijn oude band werd gedrapeerd met geluiden uit de Afrikaanse rimboe.
Bleef het publiek aanvankelijk nog netjes in de comfortabele zeteltjes zitten, tegen het eind van de set kwam er een stuk meer beweging in de massa. Na een magistraal “The Logical Song” en een lang uitgesponnen “Child of Vision” met een schitterende piano outro ging het hek toch van de dam tijdens het nog steeds onweerstaanbare “Dreamer”. De kale en grijze herenkoppen en de wulpse dames die massaal naar het Kursaal waren afgezakt zetten het op een dansen als betrof het hun eerste T-dansant ergens in de zomer van 1974 toen dit nummer Supertramp definitief op de kaart zette. Met de progpop suite “Fool’s Overture”, volgens Hodgson het resultaat van drie onafgewerkte songs die op een dag het begin, midden en einde bleken te zijn van een groter geheel, zwaaide de groep een eerste keer af.
Ietwat voorspelbaar maar daarom niet minder doeltreffend werd de sfeer luchtig gehouden  met “Give a Little Bit” en “It’s Raining Again” als encores. Hodgson had vanavond reeds bewezen dat hij een pak betere nummers heeft gepend en gezongen, maar toch bekende hij dat net deze twee songs hem avond na avond nog erg veel voldoening geven. Ergens willen we hem wel geloven, ook toen hij twee uur ervoor het publiek had verzocht om alle dagdagelijkse problemen en zorgen even aan de kant te zetten.

De man is met verve in die opzet geslaagd, vraag dat maar aan die overjaarse dame die voor onze neus eensklaps een bloedrode paraplu tevoorschijn toverde en een averechtse regendans inzette tijdens “It’s Raining Again”.

Organisatie: Kursaal Oostende - AJA concerts

Lokerse Feesten 2013 – DAG 09: Sx – Balthazar – The B-52’s - Daan
Lokerse Feesten 2013
Grote Kaai
Lokeren
2013-08-10
Geert Huys

Niet één nationale driekleur hebben we gespot op de voorlaatste dag van de Lokerse Feesten. Met maar liefst drie Belgische acts op de affiche zou dit kleinood anders helemaal niet hebben misstaan op de Grote Kaai. SX, Balthazar en zelfverklaard nuchtere Daan moesten enkel het gezelschap van The B-52’s dulden om het feestje compleet te maken.

Tegen het felgekleurde decor van de ondergaande zon trapte het Kortrijkse trio SX (***) af met de radiohit “Gold”. Of dit nummer verwees naar de goudkleurige BH van frontvrouw Stefanie Callebaut laten we hier eventjes in het midden, feit is wel dat de indiepop van het gezelschap zowel vocaal als muzikaal al meteen een sterke indruk maakte. We verdenken Callebaut er trouwens van in een vorig leven als slangenmens of paaldanseres op deze aardkloot te hebben rondgelopen, om maar te zeggen dat naast de veelzijdige en breed galmende stem ook de mimiek van de frêle blondine volstrekt uniek is.
De pastorale pop noir van SX draagt ontegensprekelijk een 80ies stempel, en bijwijlen hoorden we zelfs een verre echo van de etherische gothic pop à la The Cranes. Een glorieus “Black Video” werd wijselijk tot op het eind opgespaard, maar die Belpop classic had het trio eigenlijk niet meer nodig om de overwinning op een eerder apathisch publiek mee naar huis te nemen.

Eveneens uit de Kortrijkse scene en misschien wel wat té enthousiast aangekondigd door de StuBru presentator van dienst als ‘de beste Belgische groep van het moment’ lokte BALTHAZAR (***) vervolgens een pak meer volk van achter de togen. Het vijftal beleeft momenteel de drukste festivalzomer uit haar bestaan, en dat leek er aanvankelijk wel wat aan te zien. Tijdens de eerste helft van de set kon hun typische meerstemmige en minimale pop maar matig boeien. Het ontbrak de groep aan dynamiek, het spel werd monotoon en de verveling begon om de hoek te gluren. En ja, wanneer festivalgangers rondom jou ineens hun mails beginnen checken dan weet je het wel.
Het kantelmoment kwam alsnog met het magistrale “Blood Like Wine” wiens indringende eindquote “Raise your glass to the nighttime and the ways to choose the mood and have it replaced” lang bleef nazinderen. Ineens was iedereen terug bij de les, inclusief de groep zelf die een magistrale finale in de vingers had met “15 Floors”, “Sinking Ship” en het van een snedige funky intro voorzien “Do not Claim Them Anymore”. Met een meer gebalanceerde setlist en op tijd wat peper in hun gat kan Balthazar de festivalzomer waarschijnlijk toch nog tot een goed einde brengen.

Wie THE B-52’s (****) al op voorhand hadden afgeschreven kreeg zonder pardon het deksel op de neus. Alhoewel originele boegbeelden Fred Schneider III, Kate Pierson en Cindy Wilson ondertussen allemaal kwieke zestigers zijn, toch zat er merkelijk weinig sleet op hun onnavolgbare party jukebox. De drie excentrieke oudjes hadden hiervoor een erg straffe band meegebracht die vanuit de achtergrond een retestrakke groove neerzette. Het was van meet af aan dan ook verdomd moeilijk stilstaan bij de creepy tonen van “Planet Claire”, het pretentieloze “Mesopotamia” en het opzwepende “Private Idaho”. Naast de groove, een unieke mix van rockabilly, new wave en 60ies pop, bleken ook de close harmony vocals van Pierson en Wilson en de nasale zegzang van Schneider na al die jaren nog redelijk intact.
Conditioneel bleek Wilson de fitste van de drie. Terwijl Schneider en Pearson nu en dan eens  de coulissen indoken voor een korte opknapbeurt bleef de blondine gedurende gans de set paraat en nam ze op haar eentje zelfs een kolderiek “Girl From Ipanema Goes to Greenland” voor haar rekening. Ook vestimentair kwam het Amerikaanse gezelschap nog even kleurrijk voor de dag als tijdens de hoogdagen. De feloranje broek en gay danspasjes van Schneider, het roze glitterpakje van Pierson en de nep SM outfit van Wilson: het waren het soort foute details die de show compleet maakten.
Gelukkig lieten ze hun laatste paar platen wijselijk links liggen, waardoor bijna vanzelf een aantal parels uit hun titelloze debuut (‘79) kwamen bovendrijven zoals “Lava” en “6060-842” uit de tijd dat The B-52’s zelfs heel even de dienst uitmaakten in de legendarische New Yorkse punkclub CBGB's. Na het ultieme party anthem “Love Shack” werd tot slot nog een straffe portie “Rock Lobster” als dessert opgediend.
Na dit bombardement door de zotste bende 60+’ers die er momenteel nog rondlopen was uw verslaggever ter plaatse eventjes stomdronken van geluk, en daar kon zelfs een nuchtere Daan niets meer aan toevoegen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2013-dag-9/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

 

Lokerse Feesten 2013 – DAG 05: Monster Magnet – Alice Cooper - Deep Purple
Lokerse Feesten 2013
Grote Kaai
Lokeren


Op de vijfde dag van de Lokerse Feesten was het in de eerste plaats verzamelen geblazen voor overjaarse bierbuikjes, kale(nde) koppen en luchtgitaar virtuozen allerhande om met Alice Cooper en Deep Purple op één avond twee classic rock iconen aan het werk te zien. Creature With The Atom Brain en Monster Magnet kregen de twijfelachtige eer om de nekspieren alvast op te warmen. Uw verslaggever ter plaatse pikte in bij deze laatste.

Met MONSTER MAGNET (***) had de organisatie één van de pioniers van de psychedelische stonerrock naar de Grote Kaai gehaald. Ondanks of misschien wel dankzij een exuberante consumptie van geestverruimende middelen kan dit gezelschap rond de charismatische space lord Dave Wyndorf na ruim twee decennia nog steeds prat gaan op een stevige live reputatie. Anders dan gewoonlijk konden Wyndorf & co in Lokeren echter slechts bij vlagen een vuist maken. Dat de frontman enkel gewapend met een flesje Spa blauw vrolijk het podium kwam opgeslenterd was misschien een veeg teken, of misschien verdragen de meeste songs van Monster Magnet gewoonweg geen daglicht en hadden de heren een uur of twee later een betere performance afgeleverd. De Amerikanen hadden nochtans een verschroeiende start gemaakt met “Hallucination Bomb”, “Dopes to Infinity” en “Look to Your Orb for the Warning”, maar daarna verdwenen zowel tempo als intensiteit als sneeuw voor de zon. De band koos moedig voor de moeilijke weg, maar verdronk bijna zelf in haar eigen futloze psychedelische brij. Voor het publiek zat er niets anders op dan de finale af te wachten. Met de driedubbele uppercut “Crop Circle”, “Powertrip” en “Space Lord” was iedereen ineens terug bij de les, en werd een totnogtoe matige set uiteindelijk toch nog een beetje gevaarlijk.

Van gevaarlijk gesproken, Vincent Furnier aka ALICE COOPER (****) lijkt ondanks zijn respectabele leeftijd (65 intussen) nog behoorlijk goed in zijn sas als het shockerende typetje dat hij begin jaren ’70 op het niets vermoedende hardrock wereldje losliet. Bijna twee uur lang schitterde de vinnige Amerikaan in een strak geregisseerd spektakel dat qua visuele amusementswaarde gestaag crescendo ging. Geruggesteund door een redelijk opzichtig maar oerdegelijk trio gitaristen en een virtuoze Belgische drummer ging Cooper tijdens de eerste concerthelft voor een rechttoe rechtaan offensief. Met “Hello Hooray”, “No More Mr. Nice Guy”, “Under My Wheels” en “Billion Dollar Babies” volgde het ene na het andere hoogtepunt uit diens glorieperiode tussen ’71 en ‘73. Het zijn stuk voor stuk shockrock evergreens die weinig gemeen hebben met meer recente niemendalletjes als “Caffeine” of “Dirty Diamonds” waarvan we ons later enkel nog de gimmick willen herinneren.
Vanaf het nog steeds geweldige “Welcome To My Nightmare” steeg de theatraliteit ten top. Achtereenvolgens waande Cooper zich Dr. Frankenstein en liet hij zich gewillig fixeren in een straight jacket om uiteindelijk toch in de guillotine te belanden. Eenmaal in het hiernamaals maakte hij allusie op een vrolijk weerzien met zijn ‘drunken dead friends’ Jim Morrison, John Lennon, Jimi Hendrix en Keith Moon. Met respectievelijk “Break on Through (To the Other Side)”, “Revolution”, “Foxy Lady” en “My Generation” brachten Cooper & co in ware jukebox stijl een muzikaal erg sterke ode aan deze notoire heren. Na de obligate afsluiter “Poison” serveerde de groep met “School’s Out” nog een fel meegebrulde encore die fraai uitmondde in een flard “Another Brick in the Wall”. Qua spektakel waarde en gevoel voor zelfrelativering kan Alice Cooper met recht en rede de Rammstein avant la lettre worden genoemd.

Met ‘Now What?!’ heeft DEEP PURPLE (***) na lange tijd nog eens een album in elkaar gebokst, maar nog belangrijker nieuws voor de liefhebbers is dat dit Engelse hardrock instituut met die nieuwe plaat ook opnieuw de wereld rond trekt. Echter, wanneer je weet dat zanger en brulboei van weleer Ian Gillan deze maand al 68 lentes op de teller heeft staan moet zelfs de zwaarste fan zijn verwachtingen misschien wel wat bijstellen. Maar kijk, alhoewel Gillan al een tijdje de hoge noten niet meer haalt schuilde er toch nog genoeg raw power in zijn strot om met “Highway Star”, een schuimbekkend “Into the Fire” en een strak “Hard Lovin’ Man” stevig en gevat uit de startblokken te schieten. Ook zijn twee resterende maatjes uit Purple’s gloriejaren, een bijzonder kwiek ogende bassist Roger Glover (67) en drummer Ian Paice (65), draaiden als ritmetandem nog redelijk soepel rond.
Echt gevaarlijk klinkt de groep anno 2013 niet meer, in plaats daarvan trekt het gezelschap resoluut de kaart van de virtuositeit in de persoon van meestergitarist Steve Morse en de klassiek geschoolde keyboard wizard Don Airey die elk ruimschoots hun solo moment kregen toebedeeld. Overbodig of niet, het zijn van die momenten waar traditioneel de vaart wat uit het optreden wordt gehaald en hun maats even aan de zuurstoftank konden.
Vooral Gillan maakte er overigens een sport van om tijdens zowat elke solo in de coulissen te verdwijnen waardoor de groep er niet echt in slaagde om contact op te bouwen met het publiek. De nummers moesten dus maar voor zich spreken, wat niet evident was tijdens de nieuwe single “Vincent Price” maar wel lukte met classics als “No One Came”, “Space Truckin’” en het onverslijtbare “Smoke on the Water”. Tijdens de encores dolde Airey wat met “Green Onions” als prelude van hun eerste hit “Hush”, gevolgd door het machtige slotakkoord “Black Night”. Het bleek een eervolle afsluiter van een avond waar een strakke regie en muzikaal vakmanschap van kranige 60+’ers het haalden van creatieve uitspattingen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2013-dag-5/

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band - Theater Aan Zee – Oostende
The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band
CC De Grote Post
Oostende

Bands of artiesten die een half jaar of meer de vaderlandse albumcharts aanvoeren zijn doorgaans niet onze cup of tea, maar gelukkig kent elke regel zo zijn uitzonderingen. Neem nu het onwaarschijnlijke succesverhaal van ‘The Broken Circle Breakdown’, oorspronkelijk een theaterstuk van Johan Heldenbergh en Mieke Dobbels dat in de competente regisseurshanden van Felix Van Groeningen werd omgetoverd tot een onvervalste blockbuster. Bij deze aangrijpende love story tussen de banjospeler van een bluegrass bandje (Heldenbergh) en een tattoo artieste (Veerle Baetens) hoort tevens een soundtrack vol country en bluegrass deuntjes bij elkaar gezocht en van frisse arrangementen voorzien door muzikaal mastermind Björn Eriksson.
Ingegeven door het immense succes van zowel prent als soundtrack is het bluegrass bandje uit de film intussen de fictie ontgroeid en een heuse Broken Circle Breakdown Bluegrass Band (BCBBB) geworden. Deze zomer zet de groep een tweede live offensief in als headliner van een handvol sfeervolle zomerfestivals. Naast Dranouter en Openluchttheater Rivierenhof stond ook Theater Aan Zee in Oostende op het programma, waarbij we het gezelschap ter hoogte van een volgepakt cc De Grote Post gingen spotten.

Tussen al het zwaar georkestreerde en digitaal (voor)geprogrammeerde geweld dat menig concertpodium tegenwoordig soms teistert is het authentieke kampvuurgevoel waarmee BCBBB op de planken staat een ware verademing te noemen. Schouder aan schouder staan zes muzikanten in een halve cirkel opgesteld, en - conform de ongeschreven wetten van de country en bluegrass - zonder enige vorm van percussie en enkel versterkt door één vintage microfoon.
La Baetens mag dan al beschikken over de knapste looks en stem, hét gezicht van de groep is ontegensprekelijk de ‘Gentsche’ praatwaterval Johan Heldenbergh die het publiek vanaf de speelse opener “Will the Circle be Unbroken” als een rasechte master of ceremony doorheen de set loodste. Bovendien is de sympathieke baardemans tijdens gans de voorstelling zo down to earth als maar kan zijn. “We spelen vanoavond een poar liedjes van diene film, ge weet wel, uit diene CD die allemaal in uldere otto zit”; doldwazer, nonchalanter en meer ontwapenend kan een introductie op een succesalbum dat de marketing jongens van Universal aanvankelijk niet eens wilden uitbrengen moeilijk zijn.
Heldenbergh is niet weinig trots dat hij de scène mag delen met een uitgelezen selectie van klassemuzikanten waaronder verschillende oude bekenden van de vaderlandse muziekscène. Bjorn Eriksson (gitaar/dobro) en Tomas de Smet (contrabas) verdienden ooit hun boterham bij Zita Swoon, terwijl mandoline virtuoos Bert Van Bortel al decennia lang de dienst uitmaakt bij de Vlaamse bluegrass trots Rawhide. Tel daarbij banjo guru Karl Eriksson (juist, vader van) en de grappige violist Nils de Caster en je hebt een virtuoos close harmony orkest dat zich met passie en een vleugje humor voluit op classics uit The Great American songbook en instrumentale traditionals stort.
Nuttig en amusant voor zowel leek als kenner was de vakkundige commentaar van Heldenbergh bij zowat elk nummer uit de anderhalf uur durende set. Zo kwamen we te weten dat de man een onvoorwaardelijke fan is van Lyle Lovett en Bruce Springsteen die respectievelijk met “Cowboy Man” en “Further on up the Road” elk hun graantje meepikken op de originele soundtrack. Op de setlist prijkten trouwens ook een pak nummers die de soundtrack om de één of andere reden niet haalden. Zo waande Heldenbergh zich heel even de Vlaamse Kris Kristofferson tijdens diens “Help Me Make it Trough the Night”, en kwam er nog vlotjes mee weg ook. Baetens van haar kant bekende dat ze Dolly Parton, en bij uitbreiding het volledige country en bluegrass genre, voordien maar niks vond maar sinds ze in de getatoeëerde huid van haar personage Elise is gekropen tot een openbaring is gekomen. Een heerlijke versie van Parton’s “Do I Ever Cross Your Mind” kon alleszins tellen als muzikale mea culpa. Ook de muzikaal sterk verwante soundtrack van ‘O Brother, Where Art Thou?’, door een gekscherende Heldenbergh beschouwd als de op één na beste bluegrass prent ooit, kwam heel even voorbij met “I’ll Fly Away” van Gillian Welch en Alison Krauss.
Hopelijk hebben de nazaten van wijlen Townes Van Zandt intussen de eerste check ontvangen van BCBBB. Zijn “If I Needed You” werd even voorspelbaar als onvermijdelijk tot op het eind van de set opgespaard waarna het gezelschap een staande ovatie te beurt viel.

Van acteurs die achter de microfoon kruipen heeft de geschiedenis ons intussen geleerd dat daar zelden of nooit spectaculaire of memorabele resultaten uit komen. Heldenbergh en Baetens mogen zich voortaan met recht en rede niks minder dan trotse uitzonderingen op die regel noemen.

Neem gerust een kijkje naar de pics van OLT Rivierenhof, Deunre en Festival Dranouter
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/the-broken-circle-breakdown-bluegrass-band-olt-rivierenhof-deurne-op-1-augustus-2013-pics/
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/festival-dranouter-2013-zaterdag-3-augustus-2013-indrukken/

Organisatie: Theater Aan Zee, Oostende

donderdag 25 juli 2013 02:00

Boomtown 2013 – Iceage - DIIV

Boomtown 2013 – Iceage - DIIV
Boomtown 2013
Handelsbeurs
Gent

Ter bevordering van het algemeen muzikaal welzijn wordt elk jaar in de rand van de Gentsche Fieste met Boomtown een alternatief op mensenmaat georganiseerd. Op en rond de Kouter, en net ver genoeg verwijderd van de mensenzee die 10 dagen lang de Gentse binnenstad overspoelt, kan de meerwaarde zoeker zich vergapen aan de ruim 50 bands en artiesten die de Boomtown programmatie uit binnen- en buitenland wist te strikken.

De eerste dag van de Boomtown vijfdaagse werd in de Handelsbeurs op gang getrokken door Iceage. Dit vierkoppige avant garde punk gezelschap uit Kopenhagen heeft inmiddels twee albums op de teller staan, waarvan vooral het vorig jaar verschenen ‘You’re Nothing’ niet bepaald in dovemansoren is beland. Wie nog aan het bekomen was van een zwoele zomernacht werd met de uppercut “Ecstasy” zonder pardon met de kater van de dag geconfronteerd. Hard, ruw en met een rotvaart raasde het onbezonnen viertal door hun set, wat met de Sturm und Drang van “Burning Hand” en “Everything Drifts” aanvankelijk nog wel op onze goedkeuring kon rekenen. Beetje bij beetje gleden de Denen echter weg van het strakke melodieuze pad, en kreeg een nihilistische attitude de overhand op muzikaal vermogen. Het publiek stond er bij en keek er naar toen na een dik half uur de groep er de brui aan gaf. Met een beetje goede wil kunnen we hierop terug kijken als een halfgeslaagde aanval van hondsdolheid, meer niet.

Als hoofdact in de Handelsbeurs werd uit Brooklyn de chillwave sensatie DIIV overgevlogen. Tussen het touren met het al even lichtvoetige indiebandje Beach Fossils door hield gitarist Zachary Cole Smith zich vorig jaar onledig met het nieuwe project Dive, dat omwille van verwarring met een gelijknamige industrial band uiteindelijk werd herdoopt tot DIIV. Debuutschijf ‘Oshin’ haalde prompt menig eindejaarslijstje, en sindsdien worden Smith & co zowat doodgeknuffeld door het Europese clubcircuit. Een blijvertje kan je ‘Oshin’ echter bezwaarlijk noemen. Daarvoor zijn diens ijle indiepop songs wat te eenvormig en missen ze de spanningsboog die het prille werk van Lush, The Chameleons en The Cure wel tijdloos en onmisbaar maken. Dankzij de knappe atmosferische gitaarpop pareltjes “Past Lives”, “Air Conditioning” en “How Long Have You Known?” bleef de band bijwijlen goed bij de les, maar daar tegenover stonden evenveel momenten waar spanning het moest afleggen tegen oppervlakkigheid.

Vanavond passeerden twee jonge bands die wel in het hetzelfde bedje ziek bleken: een beloftevolle start werd gaandeweg ingeruild voor verveling en onbezonnenheid. Terug naar dat repetitiehok dan maar?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/boomtown-2013/
Organisatie: Boomtown, Gent
 


Het Amerikaanse los-vast collectief Masters Of Reality rond frontman en gevierd producer Chris Goss wordt in kennerskringen wel eens doodgeknuffeld als peetvaders van de stonerrock, een reputatie die ze in eerste instantie hebben te danken aan hun titelloze debuut uit ’88. Dit album vol heavy bluesrock werd destijds ingeblikt door ene Rick Rubin, en heeft door de jaren heen een soort mythische status verworven. De plaat was zelfs geruime tijd onvindbaar, maar dat euvel is inmiddels verholpen. Dit voorjaar kondigde Goss immers aan dat zijn eersteling een digitale oppoetsbeurt had ondergaan, en om deze langverwachte reissue wat meer kracht bij te zetten doet de groep momenteel een aantal gigs op Europese bodem.

Enkele dagen na hun acte de présence op Pinkpop belandden Masters Of Reality afgelopen vrijdag diep in de West-Vlaamse polders ter hoogte van De Zwerver in Leffinge. De zaal zat allesbehalve afgeladen vol toen de Amerikanen van wal staken met “Always”, “Up In It” en “Absinthe Jim And Me”. Met dit openingstrio uit de recentste plaat 'Pine/Cross Dover'’, intussen ook al zo'n vier jaar oud, zetten Goss en zijn vier metgezellen meteen een bijzonder compact geluid neer. De strakke groove, de psychedelische tierlantijntjes en de diepe gebiedende stem van een in een zwart maatpak gevangen Goss klonken weliswaar meteen vertrouwd in de oren, toch misten we bij aanvang nog dat tikkeltje bezieling.
Wie Masters Of Reality al vaker aan het werk heeft gezien (Leffinge was intussen al onze zesde afspraak met Goss & co) weet echter dat de Amerikanen soms wat traag op gang komen. En kijk, drijvend op een gortdroge riff en heerlijke lalala's kreeg een snedig “Deep In The Hole” vervolgens de nodige beweging in de zaal, en ook de performer in Goss ontdooide na een wat gereserveerde start. De imposante Amerikaan is geen veelprater, maar stond er toch op om “Doraldina's Prophecies” op te dragen aan zijn Belgische vrienden. Deze epische brok bluesrock uit het debuut van de Masters met Goss in de rol van enigmatische storyteller was meteen goed voor één van de eerste hoogtepunten van de avond. Ook “Rabbit One” behoorde tot die laatste categorie. Dit schijnbaar lome funky blues niemendalletje ontaardde in het soort jamsessie die je ook wel eens op een live plaat van Cream of Ten Years After met open mond en trillende trommelvliezen kan aanhoren.

Net als tijdens vorige passages werd ook nu midden in de set een akoestisch intermezzo ingelast. Het publiek mocht even op adem komen, en Goss kon bewijzen over wat voor een fantastisch strot hij beschikt. Enkel vergezeld van oudgediende John Leamy, die zijn drumkit eventjes inruilde voor een akoestische gitaar of een soort speelgoedorgeltje, waagde Goss  zich met succes aan de fraaie kampvuurliedjes “Lookin' To Get Rite”, “Hey Diana” en “Jody Sings”.
Het publiek had intussen door dat er niet onmiddellijk nieuw werk zat aan te komen, maar nam genoegen met de 'best of' selectie die Goss zorgvuldig had samengesteld. Daar hoorden uiteraard ook klassieke album tracks als “Third Man On The Moon”, “100 Years (Of Tears On The Wind)” en “It's Shit” bij, maar allen verzonken ze in het niets toen het alles overtreffende “The Blue Garden” verrees uit de psychedelische gitaarbrij die Goss en diens sidekick Dave Catching even tevoren uit hun mouwen hadden geschud.
Na een welverdiende nicotineshot kwamen Goss en zijn maats tijdens de encores op de proppen met nog meer fraais. De brombeer in kwestie zal het misschien niet graag horen, maar ook zonder Mark Lanegan kon de boogierock van “High Noon Amsterdam” moeiteloos overtuigen. Ook rakelden de heren voor het eerst sinds heel lang nog eens de dronkemansblues “The Eyes of Texas” op, voor de gelegenheid opgedragen aan ZZ Top’s Billy Gibbons. Helemaal op het eind kondigde Goss doodleuk alsnog een nieuwe song aan, die hij en zijn maats amper een paar uur tevoren in elkaar hadden gebokst. Het resultaat, “It All Comes Back To You”, bleek een potige rocker zonder veel franjes die alleszins doet uitkijken naar een nieuwe plaat van Goss & co.

Die ene nieuwe song kon uiteraard niet verhullen dat vanavond vooral een gevoel van nostalgie de bovenhand haalde. Wie echter de jongste worp van Queens Of The Stone Age onder de loep neemt komt meermaals uit bij de psychedelische powerblues van de Masters. De meester en de leerling lijken dus wel voor eeuwig tot elkaar veroordeeld... we kennen parabels die een pak slechter aflopen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/safi-28-06-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/masters-of-reality-28-06-2013/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

We stalken de Amerikaanse indierock veteraan en singer-songwriter Steve Wynn nu inmiddels zo’n twee decennia langs clubs, festivals, parochiale centra, cafés, platenwinkels, huiskamers en ja, zelfs tot in kapellen en kerken toe. Waar en met met wie de man ook opduikt, telkens kan hij rekenen op een loyale fanbase die hij te danken heeft aan zijn verleden als bezieler van de legendarische LA band The Dream Syndicate. Met deze prominente exponent van de zogenaamde Paisley Underground scene blikte Wynn in ’82 het debuutalbum ‘The Days Of Wine And Roses’ in, een mijlpaal in het alternatieve gitaarlandschap wiens invloed achteraf nog lang bleef nagalmen in menig repetitiehok, inclusief dat van pakweg R.E.M. en Nirvana.
In september van vorig jaar zou de 30ste verjaardag van de plaat aanvankelijk met slechts één reünie concert in Spanje worden herdacht. Deze one-night stand smaakte echter meteen naar meer, met als resultaat dat Wynn en zijn oude makkers de komende weken opnieuw in een trits Europese steden worden gesignaleerd.
De opgefriste Leuvense concerttempel Het Depot kreeg afgelopen donderdag de eer om met The Dream Syndicate meteen een legendarische naam op de lichtkrant boven de ingang te projecteren.

Anno 2012 heeft de herenigde Dream Syndicate naast Steve Wynn voorts ook nog de vertrouwde ritmetandem Dennis Duck (drums) en Mark Walton (bas) in de rangen, verder aangevuld met snarenwonder Jason Victor uit Wynn’s vaste begeleidingsband The Miracle 3. De manier waarop dit gezelschap hun set had opgevat leek opvallend veel weg te hebben van een rijkelijk gevuld viersterren-menu.
In het eerste deel kreeg het overwegend 40+ publiek een uitgebreid buffet aan aperitiefhapjes voorgeschoteld uit de laatste drie Dream Syndicate platen: ‘The Medicine Show’ (‘84), ‘Out Of The Grey’ (‘86) en ‘Ghost Stories’ (‘88), waarna met de integrale versie van ‘The Days Of Wine And Roses’ de hoofdschotel werd opgediend.
De groep stak van wal met het van Blind Lemon Jefferson geleende “See That My Grave Is Kept Clean”, de countryrockabilly van “Daddy’s Girl” en het strakke FM rock anthem “Forest For The Trees”. Het zijn stuk voor stuk nummers waarvan de meeste doorgewinterde Dream Syndicate fans voor het eerst in 25 jaar nog eens live konden proeven, en hier gelukkig werden ontdaan van het overbodige laagje productionele vernis dat de oorspronkelijke studioversies wel eens durfden te ontsieren. Vooral Jason Victor, de junior in het gezelschap, kreeg van Wynn geregeld carte blanche om naar Neil Young & Crazy Horse lonkende rockers zoals “Bullet With My Name On It” en “Now I Ride Alone” te injecteren met vurig snarengeweld. Gitaargenot van de bovenste plank dus, dat culmineerde in een lang uitgesponnen versie van publiekslieveling “Boston”.
Niet dat we tijdens de eerste concerthelft niet hebben genoten van Wynn & co’s trip down memory lane, toch diende het eerste echte kippenvelmoment zich pas aan toen de groep zich na goed drie kwartier uiteindelijk op de integrale versie van ‘The Days Of Wine And Roses’ stortte. De inleiding was op zich reeds bepaald beklijvend te noemen. De ritmesectie hield zich even koest terwijl Wynn en Victor dicht tegen elkaar gingen aanleunen voor een snelcursus tegendraadse notenleer. Prompt hing er onheilszwangere atmosfeer in de zaal, en heel eventjes waanden we ons zelfs de stille getuigen van een onuitgegeven demo die Lou Reed en Sterling Morrison in het repetitiehok van The Velvet Underground  in elkaar hadden geflanst. De spanningsboog mondde uit in de beginnoten van openingsnummer “Tell Me When It’s Over”, een muzikale kruisbestuiving tussen de jingle-jangle gitaarpop van The Byrds en het rauwe nihilisme van (alweer) The Velvet Underground.
De hoogtepunten volgden elkaar daarna in ijl tempo op, kon ook moeilijk anders wanneer één van de meest bepalende schijven uit de USA gitaar underground scene van voor naar achter én zonder veel blabla worden opgediend. De storyteller en grapjas in Wynn had vanavond immers duidelijk plaats geruimd voor zijn gitaarheld alter ego.
Tijdens “That’s What You Always Say” en persoonlijke favoriet “Halloween” kon de veteraan lekker loos gaan, en ook zijn oude makkers Duck en Walton klonken net dat ietsje hechter en puntiger dan tijdens de eerste concerthelft. Bovendien hadden de heren bepaalde songs van een extra scherp randje voorzien en zo de 30 jaar oude studioversies extra nieuw leven ingeblazen.
Zo kreeg “When You Smile” een dissonante feedback intro mee van Jason Victor, en kwam The Dream Syndicate nooit eerder zo dicht in de buurt van punkrock als tijdens het ontregelde “Then She Remembers”. Wynn informeerde voor alle zekerheid of er Black Flag T-shirts in de zaal aanwezig waren, maar dat bleek al bij al nog mee te vallen. In afsluiter “The Days Of Wine And Roses”, een cowpunk anthem avant la lettre, werd dan weer een flard van de evergreen “Who Do You Love” verwerkt.
En nog was de koek niet op. Het eerste bismoment werd volledig opgehangen aan het stomende “John Coltrane Stereo Blues” dat afklokte op een slordige 10 minuten. Het gitaargefriemel duel tussen Wynn en Victor laveerde hierbij tussen pakweg Television en Sonic Youth, om maar ergens aan te geven dat beide heren in dit nummer niet vies waren van enige avantgardistische spielerei. Na al dat snarengeweld overheersten bezinning en weemoed de tweede encore ronde. “When The Curtain Falls” klonk dermate donker en bevreemdend dat dit onmogelijk de afsluiter van een geweldige avond kon zijn. Die eer bleek weggelegd voor “Merrittville”, een van melancholie doortrokken brok americana waar alweer Neil Young om de hoek kwam kijken.

Als grappenmaker in Danny & Dusty, Gutterball of The Baseball Project, samen met The Miracle 3 of gewoon in zijn dooie eentje: in welke gedaante Wynn ook opduikt, steeds staat de man garant voor zinneprikkelende sets. In het gezelschap van The Dream Syndicate willen we daar na vanavond ook de term ‘memorabel’ aan toevoegen, met de ‘M’ van Magistraal, Meeslepend en Majestueus.

Steve Wynn had eerder op de avond een paar van zijn Vlaamse vrienden opgetrommeld om het publiek alvast wat te entertainen. Piv Huvluv kreeg de eer om de boel aan elkaar te praten, terwijl Derek en Bruno Deneckere als voorprogramma een intieme akoestische set hadden voorzien. Hun close harmony folkrock riedeltjes luisterden lekker weg, en op het eind was het duo zelfs bepaald indrukwekkend te noemen toen bleek dat ze erg goed overweg konden met Dylan’s “You Ain’t Goin’ Nowhere”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dream-syndicate-23-05-2013/
Organisatie: Depot, Leuven

 

Les Nuits Botanique 2013 – Johnny Hostile – Savages (Girlpower voor gevorderden!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Orangerie)
Brussel

De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn sinds 2 oktober 2012. In het weinig benijdenswaardige gezelschap van o.a. Lisa Marie Presley, Neil Sedaka en Mumford & Sons kreeg BBC2 icoon Jools Holland die avond het Londense Savages over de vloer voor wat later een spraakmakend televisiedebuut zou blijken. Het jonge all-female kwartet kreeg toen nauwelijks drie minuten toebedeeld, maar dat bleek ruimschoots voldoende om het nietsvermoedende publiek met een furieuze versie van hun debuutsingle “Husbands” vlotjes van haar sokken te blazen.
Zowat gans postpunkminnend England heeft intussen door dat Savages misschien wel het langverwachte gezelschap is dat het ingedommelde genre nieuw leven kan inblazen. De rest van de wereld moet en zal volgen, dus waren de samenstellers van Les Nuits Botanique er zoals gewoonlijk als de kippen bij om deze nieuwe sensatie naar een net niet uitverkochte Orangerie te lokken. De timing kon echt niet beter, want Savages heeft sinds begin deze maand met ‘Silence Yourself’ een kopstoot van een eersteling gebaard die nu al druk solliciteert naar de hoogste regionen van menig eindejaarslijstje.

Met de verbeten opener “City’s Full” leverde het kwartet meteen een indrukwekkend visitekaartje af. Muzikale echo’s van iconische postpunk pioniers als Siouxsie & The Banshees, The Slits, The Fall en The Au Pairs klonken dan wel redelijk vertrouwd in de oren, toch kan je de groep bezwaarlijk een copycat noemen. Met Savages lijkt namelijk eindelijk nog eens een jonge band met een eigen filosofie te zijn opgestaan wiens songs niet zelden in de eigen ziel kerven, en die nummers live ook nog eens overtuigend en zelfverzekerd kan neerzetten.
Alhoewel de groep met Gemma Thompson (gitaar), Ayse Hassan (bas) en Fay Milton (drums) drie gepassioneerde muzikanten in huis heeft, is het toch overduidelijk dat Savages valt of staat met de enigmatische girlpower van zangeres Jehnny Beth. In een vorig leven heette deze naar Londen uitgeweken Française nog Camille Berthomier en verdiende ze de kost als actrice, maar het gitaarminnend volkje is maar wat blij dat ze de cameralens intussen heeft ingeruild voor een microfoon. Met haar tenger lijf, kort zwart piekhaar en indringende blik lijkt ze overigens wel de vrouwelijke verpersoonlijking van Ian Curtis, met dit verschil dat Beth rondhuppelt als een dartel veulen en niet vies is van een rondje shadow boxing. Vocaal leunt ze afwisselend aan bij collega drama queens Siouxsie Sioux, PJ Harvey, Anna Calvi en Yeah Yeah Yeahs’ Karen O, maar als het op emotionele geladenheid en verbetenheid aankomt wint Beth het met de vingers in de neusgaten van haar voorgangers.
Na een verschroeiende start duwde de groep met “I Am Here” en “She Will” nog eventjes verder op het gaspedaal, en liet het publiek pas na een kwartier een eerste keer op adem komen met het nieuwe en voorlopig onuitgegeven “Fuckers”. Althans, daar leek het aanvankelijk toch op. Beth dolde een beetje in het rond door het publiek te waarschuwen dat deze te mijden mensensoort altijd en overal, en ja zelfs in de Orangerie kan opduiken. Wat begon als een soort militante white rap song, drijvend op de repetitieve mission statement “Don’t Let The Fuckers Get You Down”, barstte uiteindelijk toch los in een gecontroleerde woede aanval van Beth in een decor van dissonante noise. Na de bevlogen punk van “No Face” volgden met “Strife” en “Waiting For A Sign” de enige twee relatieve rustpunten van de avond, waarin de getormenteerde uithalen van een theatrale Beth en de abstracte gitaareffecten van Thompson de hoofdrol opeisten.
Toen het tempo in de laatste concerthelft opnieuw genadeloos de hoogte werd ingejaagd kwam het gevreesde spook van de eenvormigheid toch heel eventjes de kop opsteken. Nummers als  “Flying To Berlin”, “Another War” en “Hit Me” zijn op zich prima postpunk uppercuts, maar herbergen in deze volgorde iets te weinig variatie om de opgebouwde spanning lang vast te houden. Dat laatste lukte wel met het brutale “Shut Up” en een stomende versie van “Husbands”, dat intussen is uitgegroeid tot dé signature song van Savages.
We hadden jullie maar wat graag verder laten watertanden over hoe fantastisch de bisnummers wel klonken, maar dat was buiten de eigenzinnige filosofie van Savages gerekend waarin voorlopig geen plaats is voor encores. En eigenlijk, waarom iets opsparen tot de tweede ronde als je alles in één stomend muzikaal orgasme kwijt kan? Het publiek maalde er niet om, in de wetenschap dat het net één van die zeldzame grand cru optredens had meegemaakt die nog lang zal blijven nazinderen.

Het olijke Pukkelpop duo Chokri en Eppo knikten goedkeurend vanuit een donker hoekje in de Orangerie, al zijn ze er volgens ons nog lang niet aan uit in welke tent ze Savages straks gaan huisvesten nabij het anders zo vredige Kiewit. Een middagspot op de Main Stage zou een fatale vergissing zijn, de afsluiter in de Club om Eminem door te spoelen daarentegen een zegen.

Als opwarmer hadden Savages gewoon de producer van hun viersterren debuut, ene Nicolas Congé aka Johnny Hostile, meegetroond naar Brussel. Samen met Savages frontvrouw Jehnny Beth vormde hij trouwens tot voor kort het lofi indie duo John & Jehn, en in 2011 richtten ze hun eigen Pop Noire label op waar o.a. Savages ondertussen onderdak heeft gevonden. In een pikdonkere Orangerie vergreep Hostile zich wat te vaak aan de back catalogue van Suicide om echt van een eigen muzikaal smoelwerk te kunnen spreken. Enkel bij vlagen sloeg de manische electropop wat gensters, met als enig echt memorabel moment het door Beth voorgedragen “Pricks”. Én producer, én platenbaas én performer? Een mens moet niet alles willen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/savages-13-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

 

Pagina 7 van 16