• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Concerten Fulco, Mauro Pawlowski, Handelsbeurs , Gent op 5 december 2019 The Steve Hillage Band and Gong…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Ollie Nollet

Ollie Nollet

donderdag 07 juni 2018 02:00

The Scientists - Adembenemende gitaren

Toen de N9 The Scientists aankondigden wist ik eerst niet goed wat daarvan te denken. Want nadat ik ze in 2004 zag als Kim Salmon & The Scientists (wat ik trouwens vergeten was) tijdens een korte reünietour in de 4AD , leek de groep volledig van mijn radar verdwenen. Kim Salmon zag ik wel nog met zijn andere band, The Surrealists terwijl ik enkele jaren geleden ‘True west’ kocht, een plaat (niet meteen een hoogvlieger) van Kim & Leanne ofte Salmon en de drumster van The Scientists. En daar bleef het bij.

De groep uit Perth debuteerde in 1981 met ‘The pink album’, een zwik frisse punkpop vol Ramones, Buzzcocks en Big Star invloeden. Op de volgende platen werd de sound donkerder en gruiziger en creëerden ze samen met Beasts of Bourbon (bij wie 3/4 van the Scientists wel eens gespeeld heeft) een Australische variant op de swamp rock. De groep verhuisde naar Londen, toerde met zielsverwanten als The Gun Club en Alex Chilton maar het succes bleef uit en in 1987 was het over en out.

Nadien volgde af en toe nog een occasionele reünie en werden ze in 2006 door Mudhoney uitgenodigd op het All Tomorrow’s Parties festival. Maar de groep bestaat blijkbaar opnieuw en maakte vorig jaar zelfs een single en dat in de bezetting uit hun topperiode: Kim Salmon (zang, gitaar), Tony Thewlis (gitaar), Boris Sudjovic (bas) en Leanne Cowie (drums). Iets om naar uit te kijken en gezien de mooie opkomst was ik niet alleen met die mening.

De hooggespannen verwachtingen kregen meteen een flinke knauw met het openingsnummer, “You only live twice” (Nancy Sinatra cover), een flauwe song die bovendien helemaal om zeep werd geholpen door een rampzalige klankbalans. Gelukkig mocht ik vanaf song twee mijn vloeken inslikken. Het geluid zat nu perfect en met nummers als “Braindead” en “This is my happy hour” kreeg ik hetgeen waarvoor ik gekomen was : strakke, nijdige gitaarrock die hier op veel bijval kon rekenen.

Die was er minder voor enkele nieuwe nummers, twee b-kantjes, maar Kim Salmon is eigenzinnig genoeg om die niet zomaar te laten vallen. De laatste single, het in feilloos Frans gezongen “Mini mini mini” (na “Hippie, Hippie, Hoorah” van Black Lips op Roots & Roses alweer een Jacques Dutronc cover) was wel een schot in de roos. De parels werden aaneen geregen en steeds meer werd duidelijk wat voor een schitterende band hier op het podium stond. Vier gretige muzikanten die er overduidelijk zin in hadden. Alleen drumster Leanne Cowie leek een paar keer moeite te hebben om te volgen. Slecht geslapen?

Uitblinker was wat mij betreft gitarist Tony Thewlis. De bescheidenheid zelve maar wat klonk die gitaar toch steeds meeslepend. Hij is er zeker de man niet naar om te stunten maar op een gegeven moment deed hij dat toch. Zo wisselde hij een snaar terwijl hij verder bleef spelen en duurde het verdomd lang vooraleer de anderen dat in de gaten hadden. Nooit eerder gezien.

De set kreeg een ongemeen hoogstaande finale met “Swampland” en “We had love”, twee uitgesponnen, broeierige nummers waarin de zich in alle bochten wringende gitaren geen enkele belemmering werden opgelegd. Adembenemend. De verplichte bisronde begon met het iets mindere “Hey Sydney” maar met “When fate deals its mortal blow” en “Burnout” kregen we opnieuw twee uppercuts.

Niets dan tevreden grijnzende gezichten gezien achteraf.

Organisatie: N9, Eeklo

 

Op het allerlaatste moment werd Bront nog opgetrommeld om als eerste groep te spelen en dat bleek een goede zet. Bront (Gent/Antwerpen) heeft naast leden van Moar, O’Grady, Lagüna en Voodooland ook twee broers van Leopard Skull in de rangen. Een supergroep als het ware met maar liefst drie gitaren in de frontlinie. Die gitaren eisten meteen de hoofdrol op en leken de mosterd gehaald te hebben bij Ty Segall. Maar nog voor we halfweg het eerste nummer waren kantelde alles en dreef de band richting The Abigails. Daar zal de bijzonder lage en wat zwijmelende stem van de charismatische Brent Pauwels niet vreemd aan geweest zijn. Zo bleef de groep voortdurend switchen tussen verschillende genres en bleven de tempowisselingen elkaar voor de voeten lopen. Daarbij deden ze denken aan de meest uiteenlopende namen: Butthole Surfers, Evil Superstars, The Memories of zelfs The Mothers Of Invention.  Soms werkte dat wonderwel, andere keren hing het met haken en ogen aan elkaar. Toch bleef de balans overwegend positief.

Er was iets vreemds aan de hand met The Buttertones (Los Angeles). In zowat alle artikels die ik over de band las worden ze steevast met The Cramps vergeleken, soms zelfs met The Gun Club (naast meer aannemelijke namen als The Beach Boys). Maar in Leffinge was daar tot mijn teleurstelling geen spoor van terug te vinden. Van genre veranderd? Moeilijk te geloven.
De vijf, duur gekleed (retro style) en netjes gekapt, zagen er ook niet uit alsof ze zich ooit aan zulke muzikale exploten zouden hebben vergrepen. Wat kregen we dan wel te horen? Bijzonder moeilijk te omschrijven. Verfijnde rock waarin de gitarist subtiel rockabilly en surf invloeden smokkelde terwijl de zang er dan weer onmiskenbaar een new wave draai aan gaf. Dit stond wel erg ver weg van de rauwe garagerockbands (zoals The Cramps en The Gun Club) die ik meestal ga bekijken maar naarmate de set vorderde wisten ze me steeds beter bij mijn nekvel te pakken om niet meer te lossen. Ook al omdat de groep de grandeur van vroeger (jaren ‘40-‘50) in hun muziek wist te loodsen net zoals hun (Innovative Leisure) labelgenoot Nick Waterhouse, iemand die ik een erg warm hart toedraag.
De zang van Richard Araiza, soms tegen het parlando aan schurkend maar altijd dwingend, deed me naast de naam, die me maar niet te binnen wil schieten, verder denken aan achtereenvolgens Scott Walker, Morrisey en Nick Cave. Dan heb ik het wel over de manier van zingen, niet de stemkleur. De gitaar van Dakota Böttcher drong zich nooit op maar klonk altijd inventief en had wortels in de rock’-n-roll. En dan was er nog de steeds mee toeterende saxofonist (slechts twee keer koos hij voor de toetsen), je ziet het bijna nooit meer in een rockgroep maar ik hou er wel van.
Bovendien bleken de jongens bescheiden en erg sympathiek en kwamen ze, ondanks de magere opkomst, na hun reguliere set maar liefst driemaal terug. En dat met dank aan de niet aflatende aanmoedigingen van Bront.
The Buttertones zorgden voor een alweer sterk concertje in De Zwerver!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Levitation Room - Sprankelende neo-psychedelische garagerock
Levitation Room
café De Zwerver
Leffinge
2018-05-19
Ollie Nollet

Was dit een optreden van Levitation Room of het afscheidsfeestje van Alpha Whale? Voor velen wellicht het laatste. De Gentse groep met West-Vlaamse roots houdt ermee op omdat veel optreden niet langer te rijmen valt met de professionele bezigheden van de groepsleden. Net nu de groep alles had om door te breken. Vier keer op de playlist van Studio Brussel gestaan en vorig jaar elk zeven euro van Sabam ontvangen, aldus de drummer (die je zou kunnen kennen van ‘De Ideale Wereld’).
Toch vond ik de groep hier beter klinken dan ooit of had ik misschien last van een nostalgische reflex? Ondanks het feit dat de vaart wat uit de set werd gehaald door de talloze onderbrekingen om iedereen uitvoerig te bedanken bezorgde hun mix van surf en psychpop me een zaligmakend loom gevoel. Voortaan zullen we dit nu moeten missen hoewel een eenmalig optreden af en toe niet helemaal uitgesloten wordt.

Levitation Room is een vierkoppige band uit Los Angeles die in 2016 een mooi plaatje, ‘Ethos’, uitbracht op Burger Records. De groep bracht ons neo-psychedelische garagerock, enigszins te vergelijken met de Allah-Las, maar dan iets rafeliger. Sprankelend frisse songs die onvermijdelijk banden hadden met de sixties en namen als The Zombies, The Lovin’ Spoonful en, waarom niet, The Beatles (zanger Julian Porte droeg trouwens een t-shirt van Paul McCartney) door mijn hersenpan lieten flitsen. Het werkte erg aanstekelijk.
Alleen tijdens de tragere nummers durfde het al eens mis te gaan wegens te zeemzoeterig en begon de aparte, bijna lispelende zang van Porte me wat te irriteren. Maar wanneer de man voluit ging op zijn bijzonder nostalgisch klinkende gitaar was ik meteen bereid om hem alles te vergeven. En dan plots uit het niets volgde een cover van Bob Dylan’s “Just like Tom Thumb’s blues”. Het paste niet echt in de set en stamt wellicht uit de periode toen Porte zich als busker onledig hield maar het was verdomd knap gedaan. Een forse uitvoering en een verademing vergeleken bij hetgeen de meester zelf tegenwoordig uitspookt.
Vraagt men me binnen een jaar of twee of ik Levitation Room ken zal “is dat niet dat groepje met die fameuze Dylan-cover?” naar alle waarschijnlijkheid mijn antwoord zijn. En dat zou jammer zijn want Levitation Room was veel meer dan dat. Hopelijk kan een nieuwe, binnenkort te verschijnen plaat dit alsnog verhinderen.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Paint Fumes + Vision 3D - Schuimbekkende garagepunk
Paint Fumes
Pit’s
Kortrijk
2018-05-20
Ollie Nollet

Vision 3D is nog maar eens een groep uit Doornik, dit keer bestaande uit twee delen Thee Marvin Gays (bas en gitaar) en één deel Maria Goretti Quartet (drums). Dit had toch wat minder uitstaans met de oergroep, Thee Marvin Gays, dan Pedigree die we hier onlangs ook aan het werk zagen. Door een aanhoudend rammelende gitaar opgejutte, in het Frans gezongen, lofi punkpop : soms werkte het, andere keren raakte het kant noch wal. Met de bas té prominent aanwezig leek het erop alsof Lulu Sabbath wou benadrukken dat dit wel degelijk haar groep was. Dat ze dat instrument aardig beheerste (ze waagde zich zelfs even aan een uitstapje richting jazz), laat daar geen twijfel over bestaan maar of het de muziek steeds ten goede kwam is een andere vraag. Vision 3D : er is nog wat werk aan de winkel maar bezwijkend voor de immer ontwapenende glimlach van Lulu wil ik hen gerust nog wat krediet gunnen.

Last van een opdringerige bas hadden Paint Fumes (Charlotte, North Carolina) allerminst, ze hadden er geen bij. Twee gitaren en drums waren ruim voldoende. Toen de band het podium opstapte dacht ik even dat de Grateful Dead uit haar asse was herrezen. Vooral zanger-gitarist Elijah Von Cramon en drummer Joshua Johnson zagen eruit als gepatenteerde hippies. Het contrast met hun muziek kon niet groter zijn : geen zwijmelende psychedelica hier maar schuimbekkende garagepunk.
Korte, nijdige nummers die er in en hels tempo werden doorgejaagd. Soms mocht de aanzet al wat trager zijn maar na enkele seconden dreven Von Cramon en Johnson het tempo weer onverbiddelijk de hoogte in. Gelukkig zorgde de wat ruimtelijk klinkende leadgitaar van Brett Whittlesey, die af en toe klonk als Duane Eddy na een wel erg slechte trip, voor de nodige verlichting. Het volk wist het best te smaken en de bierfonteinen konden dan ook niet uitblijven.
Tussen het opspattende schuim ontwaarde ik nog een vuile versie van The Gun Club’s “Sex beat”, die enkele aanwezigen zowaar een delirium bezorgde.
Net toen ik dacht dat het niet kon volgde er dan toch een tragere song. En wat voor één! “Black lodge” kon zich meten met het beste van de Black Lips.
Na een stormachtige set kwamen er nog twee korte bisnummers waaronder “Today your love, tomorrow the world” van de onvermijdelijke Ramones.
Paint Fumes zorgden nog eens voor een ouderwetse voltreffer in de Pit’s.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

maandag 07 mei 2018 02:00

Metz + guests - Vive La Jungle

Metz + guests - Vive La Jungle
Metz, La Jungle, Moaning, Teen Creeps, Budget Trash
De Zwerver (zaal + café)
Leffinge
2018-05-05
Ollie Nollet

Het was een hele boterham die we voorgeschoteld kregen in de Zwerver. Vijf groepen op één avond. Het lijkt veel maar met twee podia bleek het best haalbaar en waanden we ons bijwijlen op een festival.

Moaning, een drietal uit Los Angeles, werd als eerste voor de leeuwen gegooid. De groep bracht onlangs een plaat uit op SubPop (waar ook Metz onderdak vond) en hoewel de gloriedagen van dat label allang geschiedenis zijn , schept dat nog altijd enige verwachtingen. Moaning begon niet onaardig maar al vlug vervielen ze in stereotiepe postpunk met donkere, zeurende zang. Nog een geluk dat de gitaar van Sean Solomon iets luchtiger klonk. Dit was de laatste dag van een lange, slopende tour en soms leek het erop alsof dat zijn tol had geëist. En toch kon het ook anders. Zoals tijdens het voorlaatste nummer toen Solomon bewees echt te kunnen zingen of de brok pure gitaarrock waarmee afgesloten werd.

Het was al een tijdje geleden dat ik Budget Trash uit Brugge nog aan het werk gezien had. Intussen legden ze een mooi parcours af in Humo’s Rock Rally, waarvan ze zelfs de finale bereikten. Of het daar iets mee te maken heeft , weet ik niet maar de vier begonnen in ieder geval met een drietal lichtvoetige, radiovriendelijke indierocksongs. Niet slecht maar geef mij toch maar hetgeen volgde: een versnelling hoger trappende, vrolijk makende garagerock. De zanger bleek behoorlijk flegmatiek terwijl de onbevangen inzet van de rest erg enthousiasmerend werkte.

Opnieuw naar de zaal dan voor La Jungle. Telkens ik dit duo uit Mons terug zie , lijken ze een stuk volgroeider geworden. De twee brouwen nog steeds een onwaarschijnlijke mix van rock-‘n-roll, techno, krautrock en psychedelica waarvan de details alsmaar beter kloppen. Terwijl de sensationele drummer, Rémy Venant, een atletische prestatie neerzet , zwiert Mathieu Flasse er ogenschijnlijk banale loops, wat goedkope Casioriedels en enkele vette gitaarriffs over heen met als resultaat een hallucinerende roetsjbaan waaraan niet te ontsnappen valt.
Na een ware uitputtingsslag wordt de roep om een bis handig ontweken door een speelgoedversie van “Wake me up before you go-go” door de boxen te laten jagen. De jongens van La Jungle blijven er erg bescheiden bij, toch was dit internationale klasse.

Een cadeau was het zeker niet om net na La Jungle te moeten spelen. Toch wist het Gentse Teen Creeps, die een bescheiden hype veroorzaakten met hun debuut ‘Birthmarks’, het publiek vlot voor zich te winnen. Hun sound klonk gebraakt en gespogen No Age, iets wat ze trouwens niet ontkennen want “Teen creeps” is ook de titel van een nummer van die Amerikaanse noisepunk band.
Het recept is bekend: schreeuwende vocals, een muur van scheurende gitaren en een wild meppende drummer. Nu laat ik me hier graag door omver blazen, toch vond ik het iets teveel van hetzelfde hebben. Al goed dat er een paar keer wat gas werd teruggenomen waarbij dan telkens Dinosaur Jr. in de verte opdook.

De zanger van Metz (Toronto), Alex Edkins, leek sprekend op de slager uit mijn straat. Aan een rock-‘n-roll imago heeft hij duidelijk geen boodschap. Pas wanneer hij de eerste noten op zijn gitaar aanslaat , komt de ware aard van he beestje boven en die blijkt vrij furieus te zijn. Dit Canadese trio grossiert in ziedende noisepunk/hardcore met gebalde nummers die telkens als mokerslagen in het gezicht aankwamen. De driftige gitaar van Edkins, de donderende drumsalvo’s van Hayden Menzies en de steeds prominent aanwezige bas (jammer van dat storende geknetter) van Chris Slorach schiepen een heerlijk brutaliserende sound die na een tijdje toch wat voorspelbaar klonk.
Net toen ik dacht dat ik het wel gezien had zette de band “Kicking a can of worms” in: een nummer dat begint met een ellenlange drone op gitaar om vervolgens via een schitterende spanningsopbouw in volle glorie open te barsten. De songs die volgden kenden dan plots toch nog de broodnodige variatie zodat ik me opnieuw volledig met Metz kon verzoenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set tijdens Les Nuits Bota 2018 (Metz), de dag voordien
http://www.musiczine.net/nl/fotos/metz-04-05-2018/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Trapper Schoepp - Verrassend hoog rock-‘n-rollgehalte
Trapper Schoepp
café de Zwerver
Leffinge
2018-04-12
Ollie Nollet

Nadat ik Trapper Schoepp (Milwaukee, Wisconsin) een paar jaar geleden solo en akoestisch aan het werk had gezien in het voorprogramma van Jesse Malin, toen ook in De Zwerver, had ik geen vermoeden tot wat hij met band in staat was en dat bleek behoorlijk wat.
Schoepp begon de set op elektrische gitaar met een rits vintage rock-‘n-roll georiënteerde songs waarvan de meeste geplukt waren uit zijn recente EP, ‘Bay Beach Amusement Park’, een heus conceptplaatje rond het gelijknamige pretpark, dat deze zomer 125 kaarsjes mag uitblazen. We kregen een eerste hoogtepunt met “Zippin Pippin”, wat staat voor een historische houten achtbaan waarop Elvis een ganse nacht doorbracht, acht dagen voor hij stierf.
Toen hij zijn elektrische gitaar ruilde voor een akoestische kregen we de Trapper Schoepp te horen zoals we die kenden van zijn vroeger werk. Folk en americana gegoten in knappe verhalende songs, want naast een begenadigde zanger bleek hij ook een geboren verhalenverteller te zijn. En zo kwamen we bij bij mijn enige herkenningsmoment van het optreden : het verhaal waarin hij kennismaakte met de bekrompen achterdochtigheid van de West-Vlaamse dorpeling. Toen hij twee jaar geleden in de plaatselijke supermarkt van Leffinge wat etenswaren ging kopen besefte hij, toen hij wou afrekenen, dat hij geen geld bij zich had. Waarna hij zei dat hij er vlug ging halen maar dat maakte weinig indruk op de kassierster , die blijkbaar de Engelste taal niet machtig was en er verscheen zowaar een dreigende slager met het mes in de hand. Toen hij uiteindelijk de tourbus terug bereikte bleek dat de politie hem al aan het zoeken was. De rode hoed die hij toen droeg durft hij onder geen beding nog op te zetten in Leffinge. De vorige keer ook al gehoord maar de man vertelt het zo sappig dat dit nooit kan vervelen. Misschien moet hij er eens een song aan wijden.
“On, Wisconsin”, een ode aan zijn thuisstaat, bleek dan weer te bestaan uit enkele onuitgegeven verzen van Bob Dylan uit 1961, die plots op een veiling waren opgedoken, waar hij een refrein aan breide en van muziek voorzag. Nadat we al een flard “Hungry heart” (Bruce Springsteen) hadden gehoord (tijdens één van de mindere nummers overigens) volgde een eerste echte en ook gesmaakte cover met Neil Young’s “Helpless”. Waarna het tijd werd om opnieuw elektrisch te gaan en de groep, met onder andere broer Tanner op bas, zich plots de jonge Stones waanden. Van een slotoffensief gesproken...
Nu was het hek helemaal van de dam en kregen we spetterende rock-‘n-roll gekruid met enkele geweldige covers zoals “Hound Dog” (Big Mama Thornton) en “Highway 61 revisited” (Bob Dylan). Tijdens de fenomenale afsluiter, “Ramblin’ gamblin’ man” (Bob Seger) liet Schoepp het podiumbeest in zich helemaal los om zich op de toog te wagen.
Na een marathonset (ruim anderhalf uur) kwam hij toch nog één keer terug om samen met zijn broer “Bye bye love” van The Everly Brothers als ultieme uitsmijter te serveren.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

vrijdag 06 april 2018 02:00

Blitzen Trapper - Degelijke countryrock

Blitzen Trapper - Degelijke countryrock
Blitzen Trapper
De Zwerver
Leffinge
2018-04-04
Ollie Nollet

Vito was oorspronkelijk het soloproject van Vito Dhaenens maar staat intussen voor een vijfkoppige band (uit Gent) die me meteen verraste met een brok stevige americana (catchy refrein, melancholische tussenstukjes en een spijtende gitaar in de finale). Daarna zochten ze het in wat eigentijdser klinkende folk geïnspireerde indiepop die al even beklijvend klonk terwijl ze één keer ook een zonovergoten garagepopsong uit hun mouw wisten te schudden. “Onlangs derde geëindigd in Westtalent”, wist iemand me te vertellen. Derde pas? Ik meende hier overduidelijk een winnaar aan het werk te zien. Of zou West-Vlaanderen bulken van het talent? Wat ik moeilijk kan geloven. In ieder geval bleek Vito hier een erg volwassen groep met een trits aanstekelijke nummers. Natuurlijk was niet alles even sterk. De song die de toetsenman ten gehore mocht brengen viel wat tegen omdat het te ver richting synthpop dreef. Maar met de uitstekende en charismatische zanger, Vito, die duidelijk wat genen van zijn vader, Derek (van The Dirt), geërfd heeft, in de gelederen lijkt de toekomst verzekerd.

Ik maakte voor het eerst kennis met Blitzen Trapper in 2007 in de Botanique, in het voorprogramma van Two Gallants. Het werd toen geen onverdeeld succes : americana pareltjes werden afgewisseld met draken van elektropopsongs. Een jaar later zag ik de groep uit Portland, Oregon al terug in de 4AD, opnieuw met Two Gallants. En er bleek toch iets veranderd. Ze hadden net een plaat uit op Sub Pop, ‘Furr’, waarop er voor een eenduidiger geluid (wat traditioneler met veel seventies –en countryrockinvloeden) werd gekozen. Goeie plaat maar net niet goed genoeg om een blijvertje te zijn. Ook de platen die zouden volgen konden me nooit helemaal overtuigen.
Na tien jaar zag ik ze nu opnieuw en lieten ze een meer coherente indruk na. De songs klonken mooi uitgebalanceerd, badend in een Laurel Canyon sfeer waarbij de wat experimentelere en arty sound van vroeger ingeruild werd voor een conventioneler geluid. Zanger Eric Earley, wiens frasering me soms aan Bob Dylan deed denken, speelde deels op akoestische en deels op elektrische gitaar wat de afwisseling zeker ten goede kwam. Gitarist Erik Menteer vertelde ons op een gegeven moment dat hij niet het gewenste geluid uit zijn gehuurde synthesizer kreeg en dat hij voor die song dan maar de tamboerijn zou bezigen. Waarop ik dacht : waarom een synthesizer huren voor die enkele songs en gewoon niet alles op gitaar erdoor jagen. Schitterende gitarist trouwens, net als Eric Earley. Die ene keer dat ze in duel gingen , smaakte dan ook duidelijk naar meer. Ook de rest van de groep waren voortreffelijke muzikanten. Wat ze bewezen toen ze zowel “When I’m dying” als “Thirsty man” lieten eindigen met een lang uitgesponnen outro. Die twee adembenemende jams klonken wat psychedelisch en spooky, een mix van het beste van Grateful Dead en Ryley Walker , en waren wat mij betreft de mooiste momenten van de avond. Na een lange set tijdens dit eerste optreden van de tour was er toch nog tijd voor een uitgebreide bisronde. Eerst tweemaal Earley solo waarna de band terugkwam voor “Wild Mountain Nation”, waar iemand om geroepen had, en “Rock and roll (was made for you)”.

Mooi concertje, dat zeker, maar toch niet van die aard om meteen een spurtje in te zetten naar het platenstandje.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Ik weet niet of het ene met het andere te maken heeft maar daags na dit optreden werd ik geveld door een gemene griep waardoor mijn herinneringen aan deze avond soms wat wazig zijn.

Na een eerdere ontmoeting wist ik dat Drums‘n’Guns mijn ding niet is. Maar zie, dit vijftal uit Waregem begon met een brok geïnspireerde postrock die me meteen weer hoop gaf. Helaas keerden de gitaren, vanaf het tweede nummer, hun steven richting (post)metal en leek Sam Dufoor met zijn zwaar aangezette zang en theatrale armbewegingen te solliciteren voor een stek bij een progrockband. Wat het moest voorstellen weet ik niet maar hier had ik geen enkele affiniteit mee. De laatste twee songs klonken dan plots weer melodieuzer en ontdaan van dat botte gitaargeluid zodat het toch nog even mooi werd.

Het echtpaar Lisa Kekaula en Robert Vennum (Riverside, Californië) zag ik reeds talloze keren aan het werk. Meestal als The BellRays maar ook een paar keer gewoon als Bob & Lisa of laatst (2015) in volle glorie samen met een uitgebreide Spaanse band als Lisa & The Lips op Sjock.
Nu was het blijkbaar tijd om The BellRays, acht jaar na de vorige en uitstekende plaat, “Black Lightning”, nieuw leven in te blazen. Onder de deskundige leiding van Jim Diamond werd een nieuwe plaat, “Punk funk rock soul Vol 2” (vol 1 is een EP’tje) opgenomen en daaraan werd ook een tour gekoppeld.
Afgaande op die titel leek er weinig mis te kunnen gaan, toch bleef ik bij de eerste nummers wat met gemengde gevoelens zitten. Het gitaarspel van Vennum klonk wat steriel en balanceerde vervaarlijk tussen harde rock en hardrock waarbij het te vaak het laatste werd. Gelukkig beterde dat gaandeweg, niet in het minst door de ongebreidelde gretigheid van zowel de bassist als de drummer terwijl Vennum zelf ook steeds beter de rock-‘n-roll finesse in de vingers terugvond.
Maar de pijler van de groep is uiteraard Lisa Kekaula, zowat de mooiste stem uit de garagerock. Dit optreden had eigenlijk vorig jaar al moeten doorgaan maar werd toen uitgesteld wegens stemproblemen. Problemen die blijkbaar helemaal van de baan zijn want die stem klonk krachtiger en soulvoller dan ooit en als je ze met iemand wil vergelijken kom je uit bij de allergrootsten zoals Aretha Franklin. Een geboren frontvrouw ook, twijfel over wie de leiding had kon er niet zijn. Toen ze op een gegeven moment van plaats wilde wisselen,  deed ze dat met een teken aan manlief zoals je een hond naar zijn mand verwijst. En een publieksmenner. We werden herhaaldelijk gevraagd om wat meer lawaai te maken (het is hier net een kerk) waarop ze zelfs even tussen het publiek ging lopen om ons aan te moedigen. Hilarisch werd het toen ze tijdens een wat stiller nummer aan twee tetterende dames aan de zijkant vroeg of ze soms de microfoon nodig hadden. Toen er geen reactie kwam volgde een bulderend “Shut up” maar ook dat kon de twee niet uit hun, wellicht diepgaand, gesprek halen.
‘Punk funk rock soul Vol.2’, waaruit alle nummers de revue passeerden is een wat misleidende titel. Rock, vooral rock en een beetje soul hoorden we maar punk of funk? Een blues : “Every chance I get” en wat powerpop : “I can’t hide”, dat wel. Niet alles uit die plaat is even sterk maar tijdens de mindere momenten was er dan nog steeds de immer begeesterende Kekaula. Zelfs tijdens die enkele nummers die ze niet zelf zong , bleef ze prominent aanwezig. Niets uit het verre verleden wel  een drietal songs uit ‘Black lightning’ en eentje uit ‘Hard,sweet and sticky’ (2008). Het was misschien niet de meest originele bis, “Johnny B Goode”, gezongen door Robert Vennum, inclusief poging tot duckwalk, maar dit monument van Chuck Berry gaat er bij mij nog steeds in.

The BellRays, terug van eigenlijk nooit ver weggeweest!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

dinsdag 27 februari 2018 01:00

The Molochs - Tijdloze songs

The Molochs - Tijdloze songs
The Molochs
café De Zwerver
Leffinge
2018-02-25
Ollie Nollet

Openers van dienst waren Danny Blue & The Old Socks, een vijftal uit Antwerpen die hun muziek zelf omschrijft als uptempo tropical bikini-rock. Wat ik me daarbij moest voorstellen was me niet meteen duidelijk waardoor ik me op het ergste had voorbereid. Bikini-rock en temperaturen die een heel eind onder het vriespunt doken , leken me trouwens geen al te beste combinatie. Maar uiteindelijk bleek de groep dan toch een aardige opwarmer te zijn. De zanger had een t-shirt van Mac DeMarco, wat een indicatie leek in welke richting we het moesten zoeken. Slacker pop met weldadig jengelende gitaren gegoten in simpele songs die af en toe net iets té voor de hand liggend klonken. Verder zag ik een groep die er ‘stond’ met een sterke zanger, een soms iets te uitbundige jongen achter de toetsen en een heerlijk bekkentrekkende drummer (Danny Blue). Hoogtepunt vond ik het vaag aan de Stones herinnerende “Cookie”, compleet met een toefje mondharmonica. Terwijl afsluiter, “King of the trachcan”, ideaal leek om meegebruld te worden op een, uit de hand gelopen, fuif.

Intussen is ‘America’s velvet glory’, de tweede en alom gewaardeerde plaat van The Molochs (uit L.A.) meer dan een jaar oud terwijl er reeds een nieuwe zit aan te komen. Qua timing was deze tour, in de vluchtige tijden waarin we leven, dus niet zo’n gelukkige zet. Toch was de belangstelling meer dan behoorlijk en terecht want The Molochs maakten de belofte, die ze met die plaat maakten, volledig waar. Ook hier, net als bij de eerste band, jengelende gitaren maar die klonken nu wel een stuk verfijnder. Grootste troef waren echter de mooi uitgebalanceerde songs, alle geschreven door Lucas Fitzsimmons die ze met een nasale stem en veel zin voor nuance zong. Het enige wat je hem misschien kon verwijten , was dat hij te hard zijn best deed om de studioversies te evenaren. Vooral de trage nummers hadden een wat potigere aanpak kunnen gebruiken. Enkel tijdens “New York” liet hij de teugels wat vieren waardoor de song een wat afwijkende koers mocht varen en meteen ook een stuk aan glorie won. Maar toen hadden we de eindmeet reeds bereikt.

Toch hoor je me niet klagen want de buit aan tijdloze en verslavende nummers, die soms in de buurt van The Monkees, Modern Lovers of zelfs de vroege R.E.M. kwamen, was intussen behoorlijk groot. Ook live bleef “No more cryin’” mijn favoriet. De song met de duidelijkste hang naar de sixties en voorzien van een spetterende mondharmonica.
‘America’s velvet glory’ werd er volledig doorgejaagd terwijl er naar het einde toe ook twee nummers van de nieuwe, nog te verschijnen, plaat werden prijsgegeven. Wat mij betreft behoorden die zelfs tot de betere van de avond waardoor ik nu al reikhalzend uitkijk naar dat nieuwe album.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

maandag 05 februari 2018 01:00

David Nance - Pretentieloos en meeslepend


De eerste band, Topanga (Brugge/Gent) had een hele schare supporters, inclusief gillende meiden (dat was lang geleden!), weten te mobiliseren. En één ding moet je ze nageven, Topanga had een frontman bij die naam waardig. Een wonderbaarlijke kerel, strak in het pak, zo strak zelfs dat een broekspijp volledig openscheurde toen hij zich aan een dansje waagde in het ledige (het publiek had zich weer knus rond de toog teruggetrokken) halfrond voor het podium. Er viel dus wel wat te beleven. De vier brachten dansbare synthpop waarin je met een beetje goede wil krautrockinvloeden of een enkele keer een Sonic Youth gitaartje kon horen. Maar de meeste tijd hoorde ik niets dan opdringerige synths, iets waar de jeugdiger medemens ongetwijfeld vrolijk van wordt maar bij mij dus niet werkte. Toch benieuwd wat de jongens ervan zullen bakken in de Rock Rally.

David Nance maakte, wat mij betreft, met “Negative boogie” één van de beste platen van 2017. Nooit eerder had ik iets van deze kerel uit Omaha, Nebraska gehoord. Toch bleek dat hij reeds jaren aanmodderde met als resultaat een kluwen van cassettes, cd-r’s en enkele vinylplaten. Zo nam hij ook een paar dingen op met Simon Joyner, die in 2016 ook al de 4AD bezocht, waaronder een complete herneming van de Stones LP ‘Goat’s head soup’. Dat opnieuw opnemen van een volledig album blijkt een hobby van hem te zijn. Zo nam hij ook ‘Berlin’ van Lou Reed, ‘Beatles for sale’ en ‘Doug Sahm and Band’ onder handen. Een ander aanknopingspunt is dan weer Brimstone Howl (nog in de Pit’s gezien) met wie hij uitgebreid de hort op ging. Toch is ‘Negative boogie’ zijn eerste ‘serieuze’ plaat, hoewel... Het hele zootje werd in amper één dag opgenomen.
De verwachtingen waren hoog maar vanaf het eerste nummer wist je dat dit goed zat. Die opener “Poison”, een homp bloeddoorlopen rock, klonk me zo bekend in de oren dat het wel een cover moest zijn. Ik heb me suf gepiekerd zonder resultaat en ook op zijn onoverzichtelijke discografie is het nergens terug te vinden. Na die knaller bleef het mooi, zij het wat anders dan verwacht. Zo duurde het ontzettend lang eer hij een nummer uit zijn laatste plaat speelde. Het enige manco van de avond was dan ook dat hij prijsbeesten als “More than enough (reprise)”, “5,2 and 4” en “River with no colour” op stal liet. Jammer maar hetgeen we in de plaats kregen was ook niet mis. Verre van. Weidse songs met heimwee naar de seventies (niet alles was toen slecht) en meestal voorzien van meanderende gitaar outro’s. Wat klonken die gitaren immer warm en beklijvend, nooit opdringerig, eerder achteloos en geen seconde vervelend. Ik heb het over gitaren, want naast David Nance was er ook nog ene Jim Schroeder die het al even goed in de vingers had. De man had blijkbaar vooraf reeds met een deel van het volk verbroederd want zijn naam werd af en toe gescandeerd. Verder bestond de groep uit de wonderlijke drummer, Kevin Donahue, en de al even doeltreffende Tom May op bas. Met de stompende “hit”, “Negative boogie”, werd het tempo plots gevoelig opgetrokken. Meteen de start van een lange spetterende finale met als definitieve uitsmijter “Coming home”, een verschroeiend epos waarin alle remmen werden losgegooid. We waren nog naar adem aan het happen toen David Nance zich verontschuldigde omdat hij verder geen nummers meer kende. Uiteraard moest hij nog eens terugkomen en ze speelden dan maar twee covers. Eerst de ontwrichtende tearjerker, “Silver wings”, van Merle Haggard, nadat een verdwaalde country liefhebber erom geroepen had, gevolgd door ”Don’t cry no tears” van de onvermijdelijke Neil Young. Want als er één naam was die tijdens dit optreden geregeld door mijn hoofd spookte was het wel de zijne.

Een erg bescheiden David Nance, die er met zijn beslijkte broek eerder uitzag als een grondwerker (wat een contrast met die dandy van Topanga), bleek wat conventioneler dan wat op basis van ‘Negative boogie’ verwacht kon worden. Dat was evenwel geen bezwaar om hem stevig in de armen te sluiten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Pagina 6 van 15