zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Ollie Nollet

Ollie Nollet

Kolfskop, een bont uitgedost trio uit Gent (veel kleren hadden ze eigenlijk niet aan), mocht er met een nieuwe EP, ‘Cambozola Superster’, onder de arm, de avond openen. Het begon veelbelovend met “De strooptocht van de legermieren”, een potige rocksong waarvan de gitaar geleend leek bij Captain Beefheart’s Magic Band. De drie zweren bij een mix van rock en cabaret maar wanneer de balans overhelde naar dat laatste werd het toch iets minder. Vooral die geforceerde stemoefeningen schoten hun doel wat voorbij. Gelukkig bleven er genoeg momenten over waarin het gepingel achterwege bleef en de groep voluit mocht gaan want dan bleek dat Kolfskop tot grootse dingen in staat was. Die stevige onconventionele rock met absurde teksten, zowel in het Nederlands als het Engels, kwam zelfs een verdwaalde keer in de buurt van Zappa en ook het van een nieuwe tekst voorziene “Kaap’ren varen” liet me goedkeurend knikken. En wie er niet van hield kon nog altijd kijken naar ‘Zardoz’, een campy sf film van John Boorman met Sean Connery en Charlotte Rampling, die de ganse set meeliep.

Ik zag The Hackensaw Boys uit Charlottesville, Virginia tweemaal eerder en was daar telkens danig van onder de indruk: in 2004, het jaar dat ze in de Vera Poll de prijs voor beste concert wonnen (wat toch iets wil zeggen) en in 2007. Sindsdien is er veel veranderd en kende de groep nogal wat personeelswisselingen. De groep kan bogen op een lijst van maar liefst 17 ex-leden waarvan de bekendste wellicht Pokey LaFarge, die in 2006 eventjes hun mandolinespeler was. Intussen is de groep, die oorspronkelijk zes leden telde, herleid tot drie, op deze tour aangevuld met een extra vierde man op staande bas en een enkele keer op banjo. Ook muzikaal vond er een lichte koerswijziging plaats. Zanger-gitarist David Sickmen, die de groep na een afwezigheid van zeven jaar, in 2012 opnieuw vervoegde drukt meer dan ooit zijn stempel op The Hackensaw Boys. De punkspirit en de duizelingwekkend snel gespeelde nummers bleven grotendeels achterwege. Zo komt de focus meer te liggen bij de songs zelf, die nog steeds met een intense gretigheid voor het voetlicht worden gebracht, zo bleek in Diksmuide.
Het was even wennen maar na een tijdje was er geen ontkomen aan en kwam de pure klasse bovendrijven. Traditionele Appalachenmuziek, bluegrass, hillbilly, American folk of hoe je het ook noemen wilt, The Hackensaw Boys gaven er hun in eigen draai aan in simpele, maar telkens van mooie melodieën voorziene, songs.
Knap gezongen met die bruine stem van David Sickmen maar de blikvanger van de groep was toch Ferd Moyse. Voortdurend dansend en jonglerend met zijn hoedje bleef hij imponeren op de fiddle terwijl ook hij enkele nummers mocht zingen. Al even bepalend voor hun unieke geluid was Brian Gorby op basdrum en charismo. Die charismo, tevens titel van hun vorig jaar verschenen plaat, is een zelf in elkaar geknutseld percussie-instrument dat hoofdzakelijk bestond uit gerecycleerde conservenblikken. Terwijl David Sickmen de ene snaar na de andere brak – iemand hield zich zelfs continu bezig met het vervangen ervan – bleven de pareltjes elkaar opvolgen in een set die zowat twee uur duurde.
Op het einde werd het nog helemaal mooi en hartverwarmend toen de vier het podium lieten voor wat het was om onversterkt tussen het volk te gaan spelen. In die intieme setting kregen we nog vier songs en dat waren zeker niet van de minste : “Alabama shamrock”!, “Smilin’ must mean something”!, ...

Het werd een lange rit maar vervelen deed het geen seconde. The Hackensaw Boys blijven absolute top.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Les Nuits Botanique 2017 - Thee Oh Sees, La Jungle + The Glücks
Les Nuits Botanique 2017
Botanique (Chapiteau)
Brussel
2017-05-21
Ollie Nollet

Thee Oh Sees, La Jungle + The Glücks - Nacht van de drummer

Een gebrek aan veelzijdigheid kan je Les Nuits Botanique zeker niet verwijten. Er stond zelfs een avondje garagerock op het menu met Thee Oh Sees die zowaar de Chapiteau wisten uit te verkopen. Wat zijn die jongens populair aan het worden... Het werd een bijzonder mooie avond waarin het eerbare ambacht van de drummer een verdiende opwaardering kreeg.

Garagerock? Dan kun je er bijna gif op innemen dat The Glücks er ook zullen zijn. Vlaanderens hardst werkende garageband ontbrak hier dan ook niet. Dit was de groep waarin de drums het minst prominent aanwezig waren hoewel ik Tina nooit eerder op zo’n hoge troon bezig zag. Dit duo uit Oostende staat nog steeds garant voor een portie onversneden kamikaze rock-‘n-roll waarin de geest van Lux Interior rusteloos rondwaart. Tonnen fuzz, overstuurde zang waarbij de micro meermaals in het keelgat van Alek dreigde te verdwijnen en een enorme ontlading aan energie vormen nog steeds de pijlers van hun eigenzinnige interpretatie van garagerock. Nog steeds stomend en opwindend maar na de talloze keren dat ik ze nu al bezig zag begin ik me toch voorzichtig af te vragen of het niet stilaan tijd wordt om, al is het maar in een paar nummers, eens iets anders te proberen.

Wie La Jungle buiten de tent hoorde, zonder ze te zien, moet zich ongetwijfeld hebben afgevraagd of hij zich niet per abuis bij één of andere danstent bevond. Garagerock was dit allerminst, een zinderende mix van techno, rock en noise des te meer. Een formule die zeker reeds eerder geprobeerd is maar me zelden langer dan tien minuten kon boeien, veelal omdat het spook van de platte commercie telkens kwam opduiken.
Hier niet dus omdat dit duo uit Bergen toch iets meer bracht dan wat rock met een vette dancebeat onder. Meestal speelde de hyperkinetische Mathieu Flasse wat simpele, krautrock gerelateerde, synths in die hij vervolgens door een loop station joeg terwijl naast hem de sensationele drummer, Rémy Venant, zich in het zweet mocht werken. Soms kwam er ook een gitaar aan te pas die dan verrassend smerig uit de hoek kwam. Zo goed als volledig instrumentaal en de tekst in “Hahehiho” beperkte zich tot de titel om vervolgens als loop enkele versnellingen hoger te worden afgespeeld. Het leek een vreemde combinatie : het organisch geluid van een volbloed rockdrummer koppelen aan dance gerichte synths maar hier werkte het meer dan uitstekend.

Om één of andere duistere reden miste ik Thee Oh Sees tijdens hun vorige tournee. Dit was dus mijn eerste kennismaking met de nieuwe bezetting. Geen Brigid Dawson, Petey Dammit of Mike Shoun meer, ik miste ze wel een beetje omdat ze toch een wezenlijk onderdeel van de groep leken te zijn. Maar goed, niets blijft eeuwig duren en Thee Oh Sees zijn meer dan ooit John Dwyer.
Sinds het vertrek van de oerleden was het een komen en gaan maar als ik het goed heb , ziet de bezetting er momenteel zo uit : Tim Hellman (Sic Alps) op bas en centraal vooraan de twee drummers, Dan Rincon en Paul Quattrone (!!!, Modey Lemon). Met het aantrekken van een extra drummer lijkt Dwyer definitief voor die geheel eigen, monstueuze sound gekozen te hebben.
Weg zijn de verstilde nummers, laat staan dat hij zijn dwarsfluit nog eens zou bovenhalen. Nee, de gitaar (een exemplaar met doorzichtige body), daar draait alles rond. Hij liet het ding, net onder de kin gehouden, scheuren, piepen, knarsen en hanteerde het als was het oorlogswapen.
Zoals altijd in korte broek (met indrukwekkende tattoo’s op de kuiten) begon Dwyer zijn set met een wild en galmend “Plastic plant”. Een imponerende start en minder dan dat zou het nooit worden. Een concert op orkaankracht waarin weinig plaats was voor adempauzes. Beukende psychedelica, gezongen met dat gekke stemmetje, die telkens net niet ontspoorde door het stevige karkas van drums en bas. Even had ik gevreesd dat, met het vertrek van Brigid Dawson, mijn favoriete Oh Sees-song, “Sticky hulks”, er niet meer bij zou zijn. Maar als voorlaatste nummer was het daar plots toch met een John Dwyer die dan maar zelf de toetsen voor zijn rekening nam. Ook hier bleek het een tijdloos en majestueus epos. Afgesloten werd er met een ellenlang “Contraption” waarin Dwyer nog eens totaal loos ging op zijn gitaar. Murw maar tevreden kon ik enkel constateren dat The Oh Sees ook in deze bezetting live nog steeds tot het beste behoren wat er momenteel op een podium te vinden valt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/la-jungle-21-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/thee-oh-sees-21-05-2017/
Andere zalen
Arno, Girls In Hawaii, Mélanie De Biasio (avec Musiques Nouvelles: Ensemble à cordes et fanfare) – zondag 21 mei 2017 – Koninklijk Circus
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/arno-21-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/girls-in-hawaii-21-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/melanie-de-biasio-21-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/musiques-nouvelles-21-05-2017/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2017)

dinsdag 09 mei 2017 03:00

The Devils - Brutale kaakslag

The Devils - Brutale kaakslag
The Devils
Pit’s
Kortrijk
2017-05-07
Ollie Nollet

Openers van dienst waren Josy & The Pony uit Charleroi en omstreken. Dit project dat nogal eens van naam durft te veranderen en de zegen geniet van het geprezen Rockerill Records bestaat uit het gemaskerde zangeresje, Josette Ponette en The Poneymen, zijnde vier vreemde wezens half mens half pony, waarbij twee valsspelers die gewoon een masker over hun hoofd hadden getrokken. Het vreemde gezelschap begon met een paar knappe en stevige instrumentals, powersurf die soms deed denken aan Man Or Astroman en voorzien was van een mespuntje Morricone. Daarna voegde de niet altijd even gelukkige zang van Josy daar nog een element yé-yé aan toe. Josy, die ons toesprak in een hilarisch schoolnederlands bleek een en al ontwapenende charme maar haar gekweel begon me na een tijdje toch op de zenuwen te werken (daar kon zelfs haar cover van “Surfin’ USA” niets aan verhelpen) terwijl ze me ook nog eens in verlegenheid bracht door ongegeneerd en kortgerokt vlak naast me op de toog te gaan staan. Maar de momenten dat ze zich terugtrok achter haar orgel kwam telkens de onmiskenbare klasse van deze band, met twee excellente gitaristen in de rangen, bovendrijven zoals tijdens de verrassende uitsmijter, die zowaar aan Sonic Youth refereerde.

The Devils, niet te verwarren met het pre Duran Duran groepje van Nick Rhodes en Stephen Duffy, zijn een blasfemisch rock-‘n-roll duo uit Napels dat zijn naam vond bij de gelijknamige B-film van Kurt Russel. Duidelijk worstelend met het katholicisme loopt Gianni Vessella erbij als een priester terwijl Erica Toraldo zich kleedt als een non. Maar de nonnen die ik heb gekend frequenteerden toch duidelijk een andere kleermaker.
Dergelijke knap gevonden gimmicks overschaduwen meestal het muzikale of, erger nog, verdoezelen het gebrek daaraan maar dat was hier allerminst het geval.
Hun doortocht in de Pit’s kwam aan als een brutale kaakslag en zal niet licht vergeten worden. Niet voor niets vonden The Devils dan ook onderdak bij Voodoo Rhythm Records en was Jim Diamond (ex Dirtbombs) bereid hun plaatje, ‘Sin, you sinners’ te producen.
Razende punk en furieuze trash rock-‘n-roll wisten de gemoederen danig te verhitten. Ultrakorte nummers die ons geen adempauze gunden met een als een bezetene drummende Toraldo, een gitaar die het equivalent had van een bende losgeslagen buffels en verheven lyrics die tierend het café in werden gekatapulteerd. Die dolgedraaide razernij verhinderde niet dat die explosieve songs wel degelijk knap in elkaar zaten terwijl die moordende riffs me af en toe deden denken aan The White Stripes, getroffen door een vlaag van complete zinsverbijstering.
Kortom, een welgekomen shot adrenaline van een duo dat feilloos op elkaar is ingespeeld, zodanig zelfs dat het hoofd van Vessella een paar keer volledig onder Erica’s habijt verdween.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Voor een iets te magere opkomst (daar zal de moordende concurrentie van zowel De Zwerver als The Pit’s, die diezelfde avond allen in dezelfde vijver visten, wel voor iets tussen zitten) mochten eerst Doorniks fijnsten, Sects Tape, hun nieuwe plaat met de heerlijke titel, ‘We’re all pink inside’, voorstellen. Deze religieuze organisatie, bestaande uit The Guru en vier volgelingen getooid met roze KKK-mutsen, vlogen er meteen in met een ongecompliceerde mix van garagerock, punk, hardcore en surf. Immer voortdenderende nummers gestuwd door pompende drums en voorzien van lekker galmende surfgitaren , konden ons hart wat sneller laten kloppen maar de uitzinnige taferelen die hier doorgaans mee gepaard gaan bleven wegens een wat overmaatse zaal uit. Net toen het wat teveel van hetzelfde dreigde te worden haalden ze het tempo naar beneden en dat zonder op hun bek te gaan. Wel integendeel, vooral dat ene traag startende nummer met een gitaar die gepikt leek uit het graf van Link Wray moet zowat het beste van de ganse set geweest zijn.

De muziek van The Blind Shake, het trio rond de broertjes Blaha uit Minneapolis, wordt nogal eens omschreven als surfpunk. Veel surf heb ik evenwel niet gehoord, dit was vooral postpunk met veel noise invloeden gebracht met een garage attitude. Misschien moeilijk te catalogeren maar één ding werd wel meteen duidelijk : dit was een echte live band. Wat een brok tomeloze energie!
Vanaf het eerste nummer, “I shot all the birds”, wist je dat dit goed zat. Catchy, fuzzed out punksongs voortgestuwd door waanzinnige drums en de voortdurend prominent aanwezige, wild resonerende bariton gitaar van Mike Blaha. Geen bas dus maar deze bariton gitaar is een stuk soepeler en zorgde voor het opzwepend karakter van hun eigenzinnige sound.
Broer Jim liet op zijn beurt zijn gitaar bijna verzuipen in spacey effecten terwijl hij zijn teksten nijdig krijsend door de microfoon joeg. En of dit werkte... Dit klonk verrassend aanstekelijk en liet zelfs de heupen niet onbewogen. Wat springerig ook waardoor ik meende wat invloeden van Devo te horen.
Slechts een paar keer liep het wat minder toen het echt wel te poppy werd. Maar dat werd dan weer snel goedgemaakt door een paar nummers waarin het gaspedaal wat gelost werd en die gehuld waren in een mysterieuze en broeierige atmosfeer. Wat bewees dat ze zoveel meer zijn dan zomaar een punkbandje. Na een strakke en verrassend sterke set sprong Mike Blaha meteen van het podium om koers te zetten naar de merchandise stand.
Geen ruimte dus voor bissen en daar kon het enorme gebulder van het publiek, dat lang bleef aandringen, niets aan verhelpen.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

woensdag 19 april 2017 03:00

Whitney Rose - Wat een stem!!!

Opnieuw een mooie avond in café De Zwerver, dit keer met Whitney Rose, een Canadese schone (nooit eerder werd er hier zoveel gefotografeerd!) die zich na een reeks omzwervingen in Austin, Texas heeft gesetteld. Meteen kreeg deze frêle jongedame het talrijk opgekomen publiek op de knieën met haar indrukwekkende, loepzuivere stem.

Uiteraard wist ze zich geruggensteund door een uitstekende band : Andrew Pacheco op bas, Kyle Sullivan op drums en uitblinker Will Meadows op een heerlijk twangende gitaar. Samen brachten ze erg traditioneel klinkende country waar af en toe een scheutje pop aan toegevoegd werd. Zelf beweert la Rose te zijn beïnvloed door Dolly Parton, Patsy Cline en Keith Whitley en als dat zo is resulteerde dat in enkele knappe eigen songs waarvan “ The devil borrowed my boots” één van de absolute uitschieters was.
Heel wat covers ook en die waren niet altijd even gelukkig gekozen. Zo kregen we al heel vroeg het van Elvis gekende “Suspicious minds”, niet onaardig maar hier zat ik echt niet op te wachten. Dan liever het door een mij totaal onbekende Brennen Leigh geschreven “Analog”. Rose kwam haar nieuwe EP ‘South Texas suite’ voorstellen maar er was ook plaats voor enkele gloednieuwe songs waarvan vooral “Arizona” ons reikhalzend doet uitzien naar het nieuwe full album, dat eraan zit te komen.
Hoogtepunt van de avond en daar zal iedereen het met me over eens zijn was dan toch nog een cover : een verpulverende versie van “You don’t own me” (Lesley Gore) waarvoor Whitney Rose vocaal werkelijk alles uit de kast haalde. Een onwaarschijnlijke prestatie waarna ze toch even op adem moest komen.
Na een mooie set volgden nog drie bissen. Eerst mocht Will Meadows zijn beheerste gitaarspel etaleren in een erg gesmaakte instrumental waarna Whitney haar tanden zette in “Stand by your man” van Tammy Wynette. Mooi maar een tour de force zoals we die enkele minuten voordien hadden gehoord zat er niet meer in.
Uiteindelijk werd er in schoonheid afgesloten met “Tonight the bottle let me down” van de blijkbaar door vele aanwezigen geliefde Merle Haggard.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Leffinge

Rust On The Rails - American Aussie Roots
Rust On The Rails
café De Zwerver
Leffinge
2017-04-12
Ollie Nollet

Nog voor we een noot hadden gehoord werden we meteen al uitvoerig bedankt voor ‘supporting live music’ waarna Rust On The Rails zijn tanden zette in een avondvullend programma van maar liefst bijna twee uur.

Had daar niet wat in gesnoeid kunnen worden? Zeer zeker, trouwens de groepen die een volle twee uur kunnen boeien zijn een zeldzaam goed, maar het eindresultaat was toch overwegend positief. Slechts een paar keer liep het bijna mis en kwamen ze akelig dicht in de buurt van compleet foute Amerikaanse stadionacts wat dan vooral de schuld was van de gezwollen zang van Cody Beebe. Eddie Vedder zal hem wellicht niet vreemd zijn.
Maar de sound die ze wisten te creëren bleek toch behoorlijk inventief. Lekker swampy en gestut door een, net niet te, heavy klinkende ritmesectie. Zowel bassist Eric Miller als drummer Chris Lucier waren verbluffend sterk aanwezig en hadden duidelijk roots in de grunge. De band heeft trouwens Seattle als thuisbasis. En dan was er nog de wonderlijke Blake Noble die met zijn didgeridoo en een, niet zelden, als percussie-instrument gebruikte akoestische gitaar voor een vreemd broeierig sfeertje zorgde die soms deed denken aan 16 Horsepower.
Midden in de set mocht hij plots zijn eigen ding doen, eerst solo daarna met de hulp van de drummer, en werd ons duidelijk waarom Rust On The Rails hun muziek omschrijft als ‘American Aussie Roots’. Noble, een uitgeweken Australiër, initieerde ons in de fascinerende wereld van de didgeridoo en bracht vervolgens enkele van de aboriginals geleende nummers waarbij hij al zijn duivels ontbond op zijn twaalfsnarige gitaar, een ding dat ternauwernood bij elkaar gehouden werd met zwarte tape.
Na dit indrukwekkend intermezzo zorgde Rust On The Rails nog voor een dampende en foutloze finale waarbij enkele instrumenten driftig van eigenaar wisselden. Oh , en dan vergeet ik nog te melden dat de verloofde van de drummer, net overgevlogen uit Seattle, ook een (erg funky klinkend) nummer had mogen kwelen. Sympathiek, maar zeker niet meer dan dat.

Mooie set maar mits wat kortwieken had het zeker nog beter gekund.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Las Rosas - Geen gezever, verrassend sterke songs
Las Rosas
café De Zwerver
Leffinge
2017-03-01
Ollie Nollet

Bonzo, een viertal uit Leuven genoemd naar de overleden hond van hun voorman, begon overrompelend met twee ijzersterke nummers, badend in de recente golf neo-psychedelica. De samenzang rammelde wel wat maar de vibe zat zo goed dat dit bezwaar meteen van tafel geveegd werd. Helaas volgde daarna een complete stijlbreuk en zocht Bonzo het ergens anders. Waar weet ik niet precies maar ik betwijfel ten zeerste of hun inspiratiebronnen een plaatsje vonden in mijn platenkast. Helemaal op het einde werd het toch nog iets beter met een paar erg catchy songs die me wat aan Weezer deden denken.

Las Rosas (Brooklyn, New York) was mij vooraf totaal onbekend maar als De Zwerver belooft een nieuw blik garagebands open te trekken, ben ik er uiteraard als de kippen bij. En - ik verslik me hier haast in enkele niet voor publicatie vatbare krachttermen – dit zat er meteen boenk op.
Geen gezever om het (weinige) volk wat dichter naar het podium te lokken, nee, Las Rosas deden gewoon hun ding en merkten dat na elk nummer de reacties weer net iets heviger waren. Geen uitspattingen of gegoochel met effectpedalen, Las Rosas deed het op de ouderwetse manier, met sterke songs. Gezongen met die geweldige stem van Jose Boyer (deed wat aan The Strokes denken) en verder ingekleurd met een heerlijk jengelende gitaar, een prominent aanwezige bas van Jose Aybar (die wat trekken weghad van Arthur Lee), de zowel efficiënte als avontuurlijke drums van Christopher Lauderdale en, niet te vergeten, de harmonische backing vocals van die twee laatsten.
De sixties waren nooit ver weg maar referentiepunten vond ik toch eerder bij huidige bands als Shannon and The Clams, The Shivas, The Abigails en, waarom niet, The Tubs.
In ieder geval was dit een enorme stap voorwaarts voor zanger-gitarist Jose Boyer die ik zo’n zeven jaar geleden aan het werk zag als bassist bij het toen wat teleurstellende Harlem in het Beurskaffee.
Met Las Rosas zou hij toch wat meer potten moeten kunnen breken en het is dan ook vreemd dat ze na een eerste single op ‘Burger records’ moesten uitwijken naar het mij onbekende ‘Ernest Jenning Record Co’ voor hun debuut lp  ‘Everyone gets exactly what they want’ waarvan het bovendien niet eens zeker is of die in Europa uitgebracht zal worden. Gelukkig konden we na het optreden dat kleinood op de kop tikken.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Het was echt niet de bedoeling om jullie nog eens om de oren te slaan met King Mud maar hun optreden en La Malterie was van zo’n alles verpulverende intensiteit dat hierover zwijgen zonde zou zijn. Vond ik ze na hun set zes dagen eerder in De Zwerver één van de meest opwindendste bands van het moment, dan bleken ze in La Malterie van een totaal andere dimensie te zijn. Dit was gewoon pure magie waarin zelfs de mindere nummers van de plaat (en die staan er heus wel op moet ik eerlijk toegeven) hier tot instant klassiekers werden omgebouwd.

Vanwaar die transformatie? Het betrof hier om grotendeels dezelfde nummers zij het dan in een andere volgorde. Als ze al wat bleekjes voor de dag kwamen in Leffinge, wat eigenlijk helemaal niet het geval was, waren er wel verzachtende omstandigheden. Drummer Van Campbell had daags voordien iemand uit zijn heel nabije familie in een schrijnend ongeval verloren en diende eigenlijk onderweg naar huis te zijn. Maar met een luizige job als muzikant onderweg , bleek dat vooral financieel niet haalbaar. Gelukkig voor ons wist Van zich hier doorheen te bijten en misschien liet die pijnlijke situatie wel onvermoede krachten opborrelen waardoor King Mud zichzelf kon ontstijgen.
De set begon met het ferm rockende “Smoked all my bud” en meteen wist je al dat het goed zat. De gretige wisselwerking tussen Freddy J IV en Van Campbell zorgde voortdurend voor vonken. King Mud gaf de blues haar glans van vroeger terug door er een geweldige lap eigengereide trashy rock-‘n-roll aan toe te voegen. De vettige swampy riffs van Freddy J IV leken recht uit zijn hart te komen, wat een bezieling! Maar minstens even belangrijk waren die immer genadeloos roffelende drums terwijl de bas van Jaxon Lee Swain voor de nodige smeerolie zorgde. Die laatste was enigszins in zijn bewegingen beperkt en bleef noodgedwongen met beide voeten op de grond vanwege het nogal lage plafond in deze kelder. Ook hier, net als in Leffinge, geen “I can only give you everything” maar dat werd ruimschoots gecompenseerd met enkele nooit eerder gebrachte songs. Zo zong Van Campbell “Crazy bout you” van oude bekende, Jimbo Mathus. Een keuze waar een verhaal bleek aan vast te hangen, vernam ik achteraf. Toen Jimbo Mathus in 2004 in zijn studio in Clarksdale, Mississippi zijn plaat, “Knockdown south”, aan het opnemen was kampeerden de Black Diamond Heavies (voormalige groep van Campbell en toen nog met derde man Mark ‘Porkchop’ Holder) daar ook. Ze namen er zelfs een volledig album op dat evenwel nooit is uitgebracht. Maar ze zijn wel te horen op die plaat van Mathus waarop ze enkele backing vocals voor hun rekening namen.
Voor de tweede ‘nieuwe’ was het wachten tot de bissen waarin we eerst nog maar eens die fenomenale interpretatie van Junior Kimbrough voor de voeten werden geworpen. Bij mijn weten weet niemand de ziel van Junior Kimbrough zo dicht te benaderen als Freddy J IV! Om de euforie compleet te maken werd nog een Left Lane Cruiser stomper opgeduikeld : “Heavy honey”. Achteraf was het voor diegenen die gebleven waren even naar adem happen en de ingewanden wat herschikken maar al snel kwam iedereen tot het besef dat we hier net iets unieks hadden meegemaakt, iets waar we binnen tien of twintig jaar nog met gemak over zullen kunnen vertellen.
En ja, velen hadden het pand voortijdig verlaten maar zelfs de allergrootsten worden wel eens verkeerd begrepen. Zo zag ik de Oblivians, in 1997 op het toppunt van hun kunnen, toen ze het concert van hun leven speelden net hetzelfde overkomen in l’Aéronef, ook al in Lille. Kort daarna volgde de split en ik kan enkel hopen dat de geschiedenis zich hier niet herhaalt.

Vooraf zag ik nog de immer sympathieke one-man-band Wild Raccoon. Ook hij had het hier niet onder de markt en slaagde er niet in om het stugge publiek wat dichter rond hem te laten komen en dat in zijn thuisstad! Zijn set die zowat een uur duurde begon erg rommelig maar gaandeweg kreeg hij wat meer structuur in zijn nummers. Ty Segall blijft duidelijk een grote inspiratiebron maar in het laatste kwartier verbreedde hij zijn horizon en werden allerhande invloeden verwerkt tot iets heel moois waarmee hij bewees niet de zoveelste opportunist te zijn die handig op het treintje van de hedendaagse psychrockers was gesprongen.

Organisatie: La Malterie, Lille

King Mud - Eén van de opwindendste bands van het moment
King Mud
café De Zwerver
Leffinge
2017-02-13
Ollie Nollet

Amper iets meer dan zes maanden na hun splijtende passage in Hoogstade waren onze helden uit Louisville, Kentucky opnieuw in het land en zo lijkt het erop dat dit toch iets meer wordt dan zomaar een gelegenheidsproject.

Veel is er uiteraard niet veranderd. De drie grossieren nog steeds in harde, rauwe garageblues. Freddy J IV perste de ene moddervette riff na de andere uit zijn gitaar terwijl Van Campbell zijn drumstel zowat aan flarden roffelde en Jaxon Lee Swain zijn bas liet swingen als de neten. Een setlist is nog steeds niet aan hen besteed en zo kon het gebeuren dat het beste nummer van de plaat, “I can only give you everything”, tussen de mazen van het net viel. Het zij hen vergeven want er viel genoeg lekkers te rapen zoals “Going down” (Don Nix) en een onweerstaanbaar bezwerende mix van enkele Junior Kimbrough songs. Wat onbegrijpelijk dat die twee parels de plaat niet haalden.
Freddy had ons enkele nieuwe nummers beloofd en die zaten er inderdaad tussen. Twee covers met name waarin hij nogmaals bewees een meester te zijn in het naar zijn hand zetten van andermans nummers. Zo liet de King Mud versie van “Are you ready” van Grand Funk Railroad het origineel danig verbleken terwijl “Can you hear me knocking” van de Rolling Stones in hun handen tot de essentie werd herleid en heel wat nijdiger klonk.
Ook in Leffinge bewees King Mud één van de opwindendste bands van het moment te zijn.

Na deze tour vervoegt Jaxon Swain zich onmiddellijk bij de liveband van Wanda Jackson terwijl hij ook nog een eerste soloplaat te promoten heeft. Van Campbell zal dan weer te horen zijn op de nieuwe Bonnie ‘Prince’ Billy (een plaat vol Merle Haggard covers) en kan Freddy J IV zich onledig houden met Left Lane Cruiser. Hopelijk staan al die activiteiten een toekomst voor King Mud niet in de weg.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

zaterdag 11 februari 2017 01:00

James McMurtry - Verrassend sterk op gitaar

Wegens een onverwachte try-out van dEUS moest James McMurtry uitwijken naar het Manuscript in Oostende waar hij trouwens perfect paste in een decor vol artefacten uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis. En zo beleefde De Zwerver wellicht een primeur : twee optredens op dezelfde avond en beide uitverkocht!

In een uit zijn voegen barstend Manuscript mocht eerst Alice Drinks The Kool-Aid aantreden. Dit trio uit Chicago,Illinois, dat samen met McMurtry door Europa toert, bestaat uit drie doorgewinterde rasmuzikanten: Tony Magee (zang/gitaar), Alan Berliant (bas) en Jim Widlowski (drums). Veel talent maar leverde dat ook iets op? Een mix van rock, blues en funk die me onwillekeurig deed denken aan Boz Scaggs maar iets te vaak onopvallend bleef voort kabbelen. Toch hadden ze enkele hele sterke nummers in de aanbieding zoals het van een smeuïge groove voorziene “Mojo”. Alleen waren die momenten te schaars en toen Tony Magee ook nog eens zijn brouwerij begon te promoten konden we de boeken helemaal sluiten.
Het meesterwerk dat velen zien in ‘Complicated game’, de nieuwe plaat van James McMurtry waarop het zeven jaar wachten was, heb ik er tot op heden niet in gehoord. Niet dat ik het een complete sof vind maar het liet me toch met ietwat gemengde gevoelens afreizen naar Oostende. Op dat akoestische album keert hij zogezegd terug naar zijn (verstilde) roots en de verrassing was dan ook groot toen hij in een basic opstelling zijn set stevig en elektrisch begon. En die start was ronduit schitterend. Heerlijke songs met een verhaal gezongen met die altijd wat verbeten klinkende stem van McMurtry en voorzien van een stevige ruggengraat door drummer Daren Hess en bassist Cornbread. Wat me evenwel het meest verbaasde was zijn fenomenale gitaarspel dat lekker gruizig klonk en meer dan eens deed denken aan wijlen JJ Cale. Toen hij aankondigde enkele songs uit zijn nieuwe plaat te zullen spelen , kwam er een vierde man op het podium, Tim Holt, die onverwacht een tweede elektrische gitaar ter hand nam. Daarna wisselde hij dat ding wel voor een accordeon en kwamen we toch iets meer in de buurt van de americana sound van ‘Complicated game’. Een klein dipje wat mij betreft maar te verwaarlozen in een set van ruim een uur en veertig minuten.

Een solospot met akoestische gitaar kon uiteraard niet ontbreken maar zelfs dan hield hij het altijd wat rumoeriger Oostendse publiek muisstil. Voor het hoogtepunt van de avond moesten we tot de laatste song wachten maar dat loonde dan ook meer dan de moeite. Zo bouwde hij de titelsong van zijn debuut uit 1989, “Too long in the wasteland”, om tot een machtig gitaarepos, zoals ook Neil Young dat kan maar hier toch in een totaal andere stijl. Nooit gedacht dat deze man uit Fort Worth, Texas tot zulke grootse dingen in staat was. Adembenemend!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Pagina 9 van 15
FaLang translation system by Faboba