• Nieuws van Trix in Antwerpen
    Nieuws van Trix in Antwerpen Nieuws van Trix in Antwerpen New Concerten - 09 okt: William Fitzsimmons, Siv Jakobsen - 10 okt: The Amazons, The…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Eva Coudyzer

Eva Coudyzer

maandag 15 oktober 2018 10:55

Julien Clerc - zoveel meer dan Hélène

Recent ontviel ons Charles Aznavour, één van invloedrijkste Franstalige muzikanten uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Samen met generatiegenoten zoals Gilbert Bécaud en Yves Montand, inspireerde hij talrijke zangers en muzikanten in Frankrijk en ver daarbuiten. Eén van hen is de Frans-Guadeloupse zanger Julien Clerc, die eind jaren ’60 triomfeert als hij mag aantreden in het voorprogramma van Gilbert Bécaud.

Ondertussen staat ook hij al 50 jaar op de scène en om dit te vieren trekt Julien Clerc door Europa met La tournée des 50 ans. Een greatest hits, zeg maar. Uitverkopen doet de Parijse zanger Vorst Nationaal niet, maar toch lijkt de zaal zaterdagavond tot de nok gevuld.
Clerc geeft de aftrap met “Utile” uit 1992 en de meezinger “Je t’aime etc.”, een single uit het album ‘Á nos amours’ uit 2017, waaruit hij later op de avond ook “À vous jusqu’à la fin du monde” brengt.
Geïnspireerd door de mei ’68-beweging aan de Sorbonne en de hippiegemeenschap in de Verenigde Staten, schrijft Clerc “La Californie”, een uptempo nummer dat hij in Vorst met verve brengt. Uit deze periode dateren ook het luid gescandeerde “La Cavalerie” en “Laissons entrer le soleil” uit de musical Hair. Mijn persoonlijke favoriet “Ce n’est rien” brengt Julien Clerc aan de piano en is een eerste hoogtepunt van de avond.
Julien Clerc wordt altijd in één adem genoemd met zijn tekstschrijvers, die wil hij op deze tournee dan ook in de bloemetjes zetten. “Si on chantait” en “Coeur de Volcan” markeren de vruchtbare samenwerking met Étienne Roda-Gil, die voor hem tal van teksten schreef. In “Quatre heures du matin” herdenkt hij zijn jeugdvriend en tekstschrijver Maurice Vallet (alias ‘Momo’), en met “Si j’étais elle”, uitgebracht op het gelijknamige album uit 2000, viert hij de auteur in Carla Bruni. De tekst van “Partir”, over het leven on the road, is dan weer van de legendarische Jean-Loup Dabadie.
Voor hij de hit “This Melody” inzet, vertelt Julien Clerc een anekdote over de Franse komiek Coluche, die op een feestje van Clerc toekwam verkleed als ‘een bokaal noten’. Hij wilde de zanglijn ‘dans ce pays, dont les fruits sont si beaux, qu'on se contente des noyaux’, uitbeelden. Volgt het wollige “Chanson d'Émilie et du grand oiseau”, een nummer uit de musical ‘Émilie Jolie’ uit 1979, waarvoor het gastzangeresje Chloé wordt ingeschakeld. Het in bossa nova-tempo “La Jupe en Laine” en het ietwat kleffe “Femmes, je vous aime”, geeft dan weer uiting aan zijn meer dan grote bewondering voor het vrouwelijk geslacht. Ook “Mélissa” borduurt verder op hetzelfde thema en wordt luidkeels meegezongen, toch een pittige tekst in deze #Me Too tijden.
Een prachtig moment volgt wanneer Julien Clerc de tonen inzet van “C’est en septembre”, het nummer van Gilbert Bécaud dat het einde van de zomer viert in het door toeristen geteisterde zuiden van Frankrijk (Bécaud groeide op in Toulon). Een hommage aan zijn leermeester die hem op jonge leeftijd al de kans gaf om te schitteren in de mythische Olympia. Ook een nummer van Aznavour kan op deze avond niet ontbreken: “For me Formidable” wordt luidkeels meegezongen.
Julien Clerc is het befaamdst om zijn tijdloze love songs, die hij als geen ander weet te brengen met zijn zachte, unieke stemtimbre. Het bloedmooie “Fais-moi une place”, een romantisch eerbetoon aan zijn geliefde, op de prachtige tekst van Françoise Hardy, doet de zaal een eerste keer verstommen. Met “Ma Préférence”, een nummer dat Julien Clerc schreef voor de Franse actrice Miou-Miou, waarmee hij in 1975 de film ‘D'amour et d'eau fraîche’ draait, beleeft Brussel opnieuw een hoogtepunt. Miou-Miou werd toen immers als een ‘duivelse’ partij beschouwd en in dit nummer legt Julien Clerc alle criticasters op poëtische, subtiele wijze het zwijgen op. Het populaire “Hélène” tenslotte, ook bij ons een grote hit, veroorzaakt een stormloop naar het podium met bloemen en oplichtende smartphones (hadden we dit niet nog al eens meegemaakt bij Adamo?).

Julien Clerc sluit af met twee bisnummers, waaronder “Travailler c’est trop dur” aan de piano. Voor het aanwezig publiek had hij echter nog wat mogen blijven doorwerken. De avond leek te kort voor onder meer “Nouveau Big Bang, J’ai le coeur trop grand pour moi” en nog zoveel andere nummers van deze productieve muzikant. Ondanks zijn 71 lentes, hopen we toch op een vervolgtournée binnen een aantal jaren.

photo homepag - Sadaka Edmond/SIPA

Organisatie: Next-Step

Louane - Franse electro-pop voor de (aller)jongsten
Louane
Vorst Nationaal
Brussel
2018-05-25
Eva Coudyzer

Louane Emera, kortweg Louane, is de artiestennaam van Anne Peichert, een 22-jarige Noord-Franse zangeres die vooral bekend werd door haar deelname aan The Voice. Een jaar na haar deelname speelde ze al de hoofdrol in La Famille Bélier, een tragikomedie over een familie doofstommen waaruit de getalenteerde dochter probeert te ontsnappen om het te maken in de muziekwereld. In 2015 ontving Louane hiervoor een César in de categorie meilleur espoir féminin. Haar eerste plaat ‘Chambre 12’ werd in Frankrijk het best verkopende album uit 2015. In 2017 jaar lanceert ze haar tweede album ‘Louane’ waarmee ze nu de zalen rondgaat, en waarvoor o.a. Loic Nottet een nummer voor schreef.

Een rijzende ster in Frankrijk dus, én ook favoriet van Belgische wielrenner Philippe Gilbert, maar haar deelname aan The Voice levert haar toch vooral minderjarige fans op: het merendeel van het opgedaagde publiek bestaat uit kinderen met in hun kielzog mama en papa.  Strak op tijd valt het grote doek op het podium en verschijnt Louane– onder luid en hoog gekrijs –  tegen een enorme hologram van de maan. Ze gaat van start met “No Secrets” en “Tourne”, pop-nummers waarin af en toe een valse noot klinkt. Zijn het de zenuwen?:  Louane vertelde dat ze genomineerd is voor Chanson de l’année , een populaire tv-programma op TF1, en dat er voor die gelegenheid beelden worden opgenomen tijdens het concert in Vorst.
“On était beau” combineert een Afrikaans ritme met electro-vibes, “Blonde” schreef Louane toen ze zich als tiener slecht in haar vel voelde en ze regelmatig een ‘blonde’ opstak en een biertje nuttigde. “Lego” en “Chambre 12” maken gebruik van veel ‘aaahs’ en ‘oohs’, zodat meezingen niet te moeilijk wordt gemaakt. “Avenir” brengt Louane akoestisch, terwijl “Midi sur novembre”  traag begint maar dan explodeert in een disco-fuif.
Jour 1”, uitgegroeid tot de hymne van de jeugd in Frankrijk en Wallonië, wordt luidop meegezongen en tekent voor één van de highlights van een avond die wordt gekenmerkt door een opeenvolging van  quasi identieke popnummers, waarop de knappe Française uitbundig staat te dansen.
Rustpunten zijn er met het mooie “
Si t'étais là” op piano. Het nummer gaat volgens de zangeres over ‘algemeen gemis’, maar wordt in de media vaak in verband gebracht met de dood van Louane’s ouders die allebei overlijden net op het moment dat Louane haar eerste successen boekt. Ook de cover “Un homme heureux” van William Sheller brengt wat intimiteit in de broeierige zaal.

Louane is met haar catchy synthpopnummers momenteel de populairste en meest gedraaide aller zangeressen in Frankrijk, de ‘Ellie Goulding van Frankrijk’. De stem en de présence heeft ze alvast, net als een geweldige backoffice van producers en bekende namen die voor haar songs schrijven. Nu nog afwachten of ze blijvend haar stempel kan drukken, want zoals zoveel exponenten van tv-formats blijkt dergelijk succes vaak van korte duur.

Organisatie: Live Nation

De zesentwintigjarige Lana Del Rey is de laatste jaren niet weg te slaan uit de hitlijsten. Haar singles tellen meer dan een miljoen hits op Youtube. Nochtans lijkt de donkerharige New Yorkse evenveel voor- als tegenstanders te hebben. In de pers werd ze ‘fake’ genoemd, een product gelanceerd door haar steenrijke vader, kan ze live geen toon houden….

We waren dus benieuwd naar haar doortocht in een uitverkocht Vorst Nationaal, die zowel tieners – die Lana duidelijk als stijlicoon aanbidden – als oudere muziekliefhebbers mocht ontvangen. Del Rey bracht drie albums uit, waarvan ‘Born To Die’ en de EP ‘Born To Die – The Paradise Version’, kassuccessen werden en meer dan een handvol pareltjes bevatten.
Lana start alvast veelbelovend met “Cola”, een nummer met een erg suggestieve tekst en bezwerende melodie. Met haar contra-alt snoert ze alvast een deel van de criticasters de mond: ze zingt toonvast en lijkt geen moeite te hebben om veel emotie in haar stem te leggen.
Lana beweegt zich in een erg indrukwekkend decor: een overwoekerde ruïne, die de eind negentiende-eeuwse Romantiek lijkt op te wekken, waarin kaarsen, vogels en ook palmbomen voorkomen. Ook haar videoclips suggereren een voorliefde voor de glitter and glamour van de jaren ’50-’60 van vorige eeuw.
Na het eerste nummer voert Lana een verplicht stukje op wanneer ze publiek op de eerste rij uitvoerig begroet, handtekeningen uitdeelt en geschenken ontvangt.
Zelf lijkt Del Rey gelukkig geen diva te zijn: ze brengt onder meer “Body Electrics”, de cover “Blue Velvet” en de single “Bluejeans” met plezier en  vol overgave. Een minder moment volgt wanneer ze “Knocking On Heaven’s Door “ aanvangt, dan hadden we liever haar verdienstelijke cover van Leonard Cohen’s “Chelsea Hotel #2” gehoord.
Af en toe verliest ze de aandacht van het publiek – alvast op de tribunes – want met haar muziek gaat ze immers door op hetzelfde elan: traag of mid-tempo, donker en filmisch ondersteund door beelden, en gezongen met eenzelfde diepe stem die zwemt in een bad van melancholie.
Dat Lana zelf ook een carrière als actrice overweegt heeft ze zelf in meerdere interviews aangegeven. Eerste stap in die richting is alvast “Young and Beautiful” , een nummer dat als officiële single uit de soundtrack van Baz Luhrmann’s ‘The Great Gatsby’ werd uitgebracht. Na opstekers zoals “Summertime Sadness” en “Gods and Monsters”, brengt ze tenslotte de single waarop iedereen zit te wachten, “Videogames”, een nummer dat ze schreef over het routineus leven met een ex-lief, wordt absoluut de apotheose van de avond.

Uitstekende passage dus voor Del Rey, alhoewel ik persoonlijk vind dat haar songs veel beter tot uiting zouden komen in de intimiteit van een kleinere zaal.

Pics homepag: (c) Kmeron/DaMusic

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botanique 2013 – Lou Doillon - Engelstalige folk uit Frankrijk
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Na halfzus Charlotte Gainsbourg,  waagt zich nu ook model en actrice Lou Doillon aan een muzikale zijsprong. Vorig jaar bracht deze telg uit de Birkin-clan het debuutalbum ‘Places’ uit, geproduced door Etienne Daho. Het leverde haar bij de zuiderburen meteen een Victoire op voor beste vrouwelijke artiest. Lou Doillon vertoefde jaren in de schaduw van haar succesvolle bloedverwanten, tot ze in 2006 de Orpheus in zich ontdekte in New York. Sindsdien sleutelt ze voortdurend aan nieuwe nummers en groeide het zelfvertrouwen voor een eerste soloplaat.

In tegenstelling tot haar zus – die zich het liefst verbergt achter een mengpaneel – lanceert Lou Doillon zich als een volwaardige singer-songwriter, begeleid door een uitstekende live-band. In het Koninklijk Circus plaatst ze zichzelf schijnbaar zonder moeite in de schijnwerpers, alhoewel haar bindteksten en stage attitude nog wat onzekerheid niet kunnen verbergen. “One Day After Another”, een mid-tempo nummer over het hectische leven van alledag en de nood om af en toe halt te roepen, heeft een leuke melodie en kabbelt als een bergbeekje. De zangeres zingt niet echt – ze spreekt poëtisch melodieus op het ritme van de muziek – met een stem die varieert van hoog en scherp naar laag en zwoel. Soms laat ze die lage bas uitspinnen, wat erg grappig klinkt. De ballad “Jealousy” heeft een jazzy ondertoon, terwijl “Make a Sound” dan weer heel erg folky klinkt. De single “I.C.U.”  over een onbeantwoorde liefde die ze ten onrecht waarneemt in het stadsgewoel, is een waardige ballad met catchy refrein die  luidkeels wordt meegezongen.
Een concert van anderhalf uur kan ze nog niet brengen met haar debuutalbum, dus laat ze ook wat covers op ons los, een akoestische versie van “Should I Stay and Should I Go” van The Clash en ook “I Go To Sleep” van de Pretenders passeert de revue.
Hoogtepunten van de avond komen op het einde met onder meer “Hushaby”, een song over hoe kinderen op een bepaald moment in het leven de verzorgende rol van hun ouders overnemen. Lou Doillon refereert daar misschien naar de momenten waarop ze stiefvader Serge Gainsbourg  in bed moest leggen na een nachtelijke escapade met teveel drank? “Places” heeft een mysterieus pianomelodie en leidt tot een soort psychedelische climax, waarbij de zangeres mee beweegt met lijf en haar – stijlvol en charismatisch in een wit hemd met opgestroopte mouwen, bretellen en jaren ’80 blazer – wat nog extra cachet aan het nummer geeft.
Bij het derde bisnummer geeft Lou Doillon nog haar ongezouten mening over het dronkenschap.
“J’adore les moments pathétiques”, declameert ze, “Si on est bourré, on le sait et on est fier!”, waarna ze de prachtige ballad « Real Smart » inzet.

Ondanks het atypisch stemgeluid overtuigt Lou Doillon moeiteloos met haar zelf geschreven repertoire, waaraan altijd een donker kantje zit. Ze hoeft zich nu alvast niet meer de ‘vilain petit canard’ van de familie te voelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lou-doillon-12-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Benjamin Biolay is een Franse singer-songwriter die al sinds begin jaren ’90 met eigen werk op de planken staat. Hij wordt beschouwd als één van veelzijdigste hedendaagse muzikanten in Frankrijk en zijn tegendraadse karakter gecombineerd met zijn knappe Zuiderse looks hebben al vele roddelblaadjes gevuld.
Vorig jaar kwam hij op de proppen met een zevende plaat ‘Vengeance’, waarin hij bewijst dat hij van alle markten thuis is: de plaat is een mix van rock, mierzoete ballads, hiphop en electronica. Op de plaat krijgt hij versterking van onder meer de Franse rapper Oxmo Puccino en de Engelse ex-Libertine Carl Barât. ‘Vengeance’ kreeg al vier sterren en werd geapprecieerd omwille van zijn experimentele karakter.

Heeft Biolay in Brussel de verwachtingen ingelost? Gedeeltelijk. Vooral de up-tempo nummers lokten veel reactie uit in de zaal. “Dans La Merco Benz”, “Laisse aboyer les chiens” en “Rendez-vous qui sais”, poppy nummers waarin een aanstekelijke melodie en nerveuze beat de hoofdrol spelen, laten niemand onberoerd. Ook “Qu’est-ce-que ça peut faire” en “A l’origine” zijn straffe nummers waarin Biolay handig electronica combineert met rock. De lichtpanelen rond het podium dragen bij tot het broeierige clubsfeertje in de zaal. Biolay raakt ook de gevoelige snaar met ballads à la Française zoals “La Pénombre des Pays-Bas”, “Aime mon amour” en “Chère inconnue”.
Met zijn ruige, diepe stem weet hij telkens een soort zenuwachtige staat van verliefdheid over te brengen, die op het punt staat uit te barsten. Toch kan Biolay niet altijd overtuigen. Vooral wanneer hij in één nummer van tempo of toonhoogte verandert of wanneer hij teveel experimenteert met andere genres (hij verwerkt zelfs een stukje van Gorillaz’ “Clint Eastwood” in een nummer), slaat hij de bal soms mis. “Ground Zero Bar”, “Ne regrette rien” en “15 Septembre” breken op dat vlak geen potten. Ook ballads zoals “La Superbe”, “Ton Héritage” en “Confetti” (op de plaat een duet met Julia Stone) gaan over de top in het mierzoeterige genre of komen erg flauw over. “Personne dans mon lit” is dan weer zo’n typische middelmatige Franse chanson, maar komt er dankzij de mooie melodie nog goed vanaf (zou hij het trouwens over zijn huidige burgerlijke staat hebben?!).
Een hoogtepunt van de avond was “Profite”, het eerste bisnummer en single uit ‘Vengeance’, een duet met Vanessa Paradis. Voor de gelegenheid was de zangeres helemaal vanuit de lichtstad afgezakt naar Brussel, een fijne verrassing voor de aanwezige muziekliefhebbers.

Ondanks de mindere momenten, hebben we erg genoten van dit concert, al was het omdat we dansend het weekend zijn ingegaan!  De sympathieke Benjamin Biolay, die ooit bekend stond om zijn melancholisch oeuvre, slaagt er telkens in om zichzelf opnieuw uit te vinden.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de set in de l’Aéronef, Lille op 11 mei 2013 (Org: Vérone Productions, Lille)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/benjamin-biolay-11-05-2013/

Organisatie: AJA concerts

 

Coeur de Pirate is amper drieëntwintig maar behoort nu al tot het selecte kransje van wereldsterren aan het Franstalig popfirmament. De getatoeëerde schone – ze deelt de lakens met een tattookunstenaar – bracht vorig jaar haar tweede album ‘Blonde’ uit, een plaat waar poppy nummers en ballads elkaar afwisselen in een origineel retro-arrangement.

Het Koninklijk Circus is de laatste halte van een Europese tournee, getiteld ‘En tournée solo’, waarin ze gestripte versies van nummers brengt uit haar debuutelpee ‘Coeur de Pirate’ en ‘Blonde’.
Coeur de Pirate bevindt zich op de bühne voornamelijk achter een zwarte vleugelpiano en onder het zachte licht van een circuszeil van gloeilampen.  Met nummers als “Cap Diamant” en een akoestische versie van “Adieu” legt ze meteen haar hart op tafel, in zinnen zoals “Je crois bien que je suis seule à t'aimer, tes lèvres brûlent tant de mille mensonges”.
Het zijn vooral zielenroerselen die ze aanhaalt, met een stem die twijfelt tussen naïviteit en valse onschuld. Deze engelenstem leende zich ooit tot geschreeuw en getier in de post-hardcore band December Strikes First waarmee ze een aantal jaren geleden de straten van Montréal onveilig maakte. Niets van dat alles is echter nog van tel bij het aanhoren van “Ensemble”, een single die zelfs in de Verenigde Staten een bescheiden hit werd, en het bloedmooie “Saint-Laurent”.
Ze waagt zich even aan de akoestische gitaar voor de meezinger “Verseau” en de elektrische gitaar voor “Hôtel Amour”, maar hangt de instrumenten dan weer aan de haak om zich neer te vleien achter de toetsen voor onder meer “Ava”, “Francis” en “Place de la République”.
Onder de hoogtepunten van de avond tellen we de Engelstalige covers van “You Belong to Me” van Sue Thompson en de fantastische intieme versie van het experimentele “I Love You” van artistieke duizendpoot Woodkid.
Na een klein uurtje en twee bisnummers – waarvan er één een verplichte “Exercise de chorale” -  is het sprookje echter onherroepelijk voorbij.

De pianobegeleiding met eenvoudige akkoorden in mineur, die vaak doen denken aan het werk van Yann Thiersen, de vaak droefgeestige teksten en de wrange stem van Coeur de Pirate raken voortdurend nostalgische snaren, op gevaar van overbelasting.  Afzonderlijk zijn het allemaal pareltjes, maar na tien nummers kan je wel even naar adem happen.
Toch kan je alleen maar bewondering hebben voor deze moedige singer-songwriter uit Québec die in Brussel bewees over voldoende troeven te beschikken om zich ook zonder band muzikaal staande te houden.

Organisatie: Live Nation ism Botanique, Brussel  

De Rotonde liep aardig vol voor een beetje warmte van de Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith, 49 ondertussen, die de Europese zalen afschuimt met zijn dertiende album ‘Forever Endeavour’. Sexsmith oogstte al succes in de jaren ’80 - bij de lokale gemeenschap van Ontario weliswaar - met het spelen van verzoeknummers van allerlei slag, wat hem de bijnaam ‘one-man jukebox’ oplevert. Zoveel jaren later blijft Ron Sexsmith echter – onverdiend – onder de muzikale hitradar hangen, wat hem lange tijd heeft gefrustreerd. Zo vertelde hij in een interview in de jaren ’90: I'm a 35-year-old guy from Canada and I don't write groove-oriented music. So, I can't expect too much.
Nochtans wordt de man met zijn zachte, warme stem en talent voor folky melodieën door collega-muzikanten op handen gedragen. Feist, Sheryl Crow, Elton John en Elvis Costello hebben reeds hun lof over Sexsmith geuit en hij werkte samen met onder meer Chris Martin, Emmylou Harris en Leonard Cohen, waarmee hij live “So Long Marianne” bracht.

Sexsmith ziet eruit als een Engelse graaf met de jongensachtige naïviteit en verwondering van een eerstejaarsstudent: warrige haardos, ouderwetse blazer, flanellen broek. Hij begeleid zichzelf op gitaar maar heeft ook een achterban, bestaande uit bas, drums, elektrische gitaar en synthesizer. Starten doet hij met ouder werk: “Heavenly”, een melodieuze popsong uit ‘Long Player, Late Bloomer’, waar ook “Get in Line” op voorkomt, en “Not about to Lose”, waar de gelijkenis met Paul McCartneys solowerk opvallend is. “
Whatever it takes”, dat Michael Bublé recent opnam op diens laatste album (en waarover Sexsmith tegen de zaal: “misschien dat ik nu onrechtstreeks wat success krijg”), heeft een jazzy-bluesy ondertoon. Bij het melodieuze “Love Shines” zet hij zijn stemkwaliteiten extra in de verf.
Maar in Brussel brengt Sexsmith voornamelijk nummers uit ‘Forever Endeavour’, een album dat nog poëtischer en filosofischer is dan zijn vorig werk. In 2011 kreeg Sexsmith immers te horen dat er zich een gezwel in zijn keel had ontwikkeld waardoor hij een reeks onderzoeken moest ondergaan. In de periode van de ontdekking van het gezwel tot de uiteindelijke resultaten (die gelukkig positief bleken), we spreken over enkele maanden, begon Sexsmith na te denken over de dood en het leven, over zijn plaats in deze maatschappij, over wat is en nog moet komen.
In “Blind Eye “denkt hij dromerig na over de ongelijkheid tussen die delen op deze aardbol waar miserie en armoede weelderig tieren en de ongevaarlijke wereld waarin hij zich dagelijk begeeft. In de prachtige “Snake Road” en “If only Avenue” kijkt hij terug op de keuzes die hij gemaakt heeft en over “what could have been”. Staaltjes van “sorrowfull gravitas”, zoals hij ze op zijn site noemt. In “Sneak out the Back” gaat de zwijgzame Sexsmith solo en geeft hij misschien wel inkijk in zijn ware aard: “I got no small talk to speak of, gonna sneak out the back door”. Wanneer Sexsmith vervolgens aan de piano gaat zitten volgen enkele prachtige melodieën op tekst van Don Black – een gekend Engels lyricist die o.a. de teksten voor Thunderball en Golfinger schreef -  nummers die hij binnenkort in de Royal Albert Hall ten berde zal brengen. Ietwat aarzelend, niet echt toonvast in de hoogte, maar daardoor zo breekbaar en intiem, brengt hij “Autumn Light” en “Secret Heart”, twee sfeervolle liefdesliederen.

Heel Beatles-achtig klinkt vervolgens “Me, Myself and Wine”, waarin hij zijn ideale avond bezingt: met een glas wijn naar muziek luisteren. Absoluut hoogtepunt van de avond echter – althans voor mij – was het melancholische “It Deepens With Time”, waarin volgende wondermooie lijnen voorkomen: “I hear a song / I used to know / Playing on my spirits radio / I still know every line / It has deepened with time”.

Na drie bisnummers verlaat Ron Sexsmith de Rotonde.  En wij haastten ons in de koude snel terug naar huis. Maar wat een hartverwarmende set …

Organisatie: Botanique, Brussel


Er zijn zo van die concerten die je dermate naar de keel grijpen dat ze nog dagen blijven nazinderen; waarvan er zich flarden ongewild aan je opdringen als je al een hele voormiddag tegen je computer aankijkt: beelden van weidse landschappen, waar brede rivieren meanderen tussen groene heuvels en velden van wilde bloemen schitteren onder een blauwe hemel. En dan is er die eenzame reiziger, die in een bos naar de hemel staart, gaat zitten en een wondermooi lied tevoorschijn tovert op zijn gitaar. Dit mooie land lag woensdag heel even in Gent, waar The Bony King of Nowhere zijn laatste plaat voorstelde, samen met zijn goede vrienden en vaste muzikanten – waaronder Gertjan Van Hellemont, alias Douglas Firs.

The Bony King of Nowhere zette meteen de toon met “Across The River”, een nummer uit de geweldige soundtrack van ‘Les Géants’, de coming-of-age film van Bouli Lanners. Wat een intro! De Tim Buckley van de lage landen, met zijn fragiele stem en akkoorden in mineur! “Night of Longing” klonk theatraler met drie gitaren, maar meteen volgde de hamerslag met het intens mooie “On My Way Home”, waarin hij zo eerlijk de wens uitdrukt: “I want to start a brand new life and deny all the things I have learned in the past”. Het lijkt erop alsof Bram Vanparys door deze plaat ook zelf veranderd is en zich niet meer kan vereenzelvigen met de persoon die jaren geleden zijn eerste stappen op het podium zette.
“Het is nooit een bewuste keuze om een lied te schrijven”, verklaarde de zanger, waarna hij het wondermooie “The Rain Falls Down on Mirwart” liet horen. Dat nummer refereert aan Mirwart, een lieflijk plaatsje in Wallonië, waar hij zich twee weken terugtrok om de plaat neer te pennen. De melodie kwam zich gewoon aandienen tijdens een wandeling in de bossen. De zaal werd er stil van, en koud was het ondertussen ook, want het was dikke truiendag en de temperatuur was bewust een graadje verlaagd. “Eleonore”, een lied dat evengoed in de jaren ‘60 had geschreven kunnen worden, bracht de zaal weer op temperatuur. Voor een alternatieve versie van “Alas my Love “ werd de voortreffelijke Gentse folkband The Cataconics, die het voorprogramma hadden verzorgd, op het podium geroepen. Leuk was ook de cover van “Down By the River” van Neil Young & Crazy Horse, die hij opdroeg aan zijn jarige schoonbroer. Maar het duurde niet lang of de poorten van de romantiek werden weer wagenwijd opengezet voor intieme nummers zoals “Lonesome Girl”, “Another Day is Done” en “Wild Flowers”.

The Bony King of Nowhere sluitte de avond af met “Maria”, een a capella gezongen traditioneel lied en “Travelling Man”, waarin hij belooft: “one they I’ll be free and rise to the sky”. Ik denk dat hij al een flink stuk op weg is. Prachtig concert!

Organisatie: Vooruit Gent
FaLang translation system by Faboba