Keyword

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait

Onze partners

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 338 niet laden
Concertreviews

Sascha Ring gaat terug alleen verder nu Moderat er op hun hoogtepunt mee opgehouden zijn. Een aantal maanden terug zagen we al Modeselektor in de Botanique, nu was het de beurt aan Apparat om zijn nieuwe plaat ‘LP5’ voor te stellen in een uitverkochte AB. Die plaat bouwt op de tere zang van Sascha Ring en minimale beats en schurkt dicht aan tegen Bon Iver en de experimentele kant van Radiohead.

Apparat - Ring begon lang geleden als DJ in de Berlijnse clubscene, maar werd langzamerhand producer en muzikant, en heeft zich nu blijkbaar ook na keyboards op gitaar toegelegd, al was zijn spel vrij minimalistisch, gitaarsolo’s moest je nu ook niet verwachten. Ook zijn band was vrij onconventioneel voor een elektronica-artiest: drums, cello en viool, en een blazer naast de verwachte keyboards. Het was alsof Ring de volgende quote uit “Loosing my edge” van LCD Soundsystem te harte genomen had: ”I hear that you and your band have sold your turntables and bought guitars”.
Deze neo-klassiek rockbezetting werkte uitstekend in het eerste halfuur van het concert: we vertrokken met repetitieve cello-klanken in “Intro” dat naadloos overliep in “Dawan” en “Ash/Black veil”, voer voor fans van Einaudi en Michael Nyman, mantras die aanzwollen met de breekbare stem van Sascha Ring als melancholiek orgelpunt. Toen die strijkers wegvielen, werd het concert echter een stuk minder interessant, ook door het ontbreken van visuals, maar vooral omdat het techno-minimalisme doorbroken werd door de rockbezetting met gitaren, die de nummers toch een pak minder interessant maakten. Een dansfeestje werd het daardoor nooit, en zo viel het tweede deel van het concert tussen twee stoelen, de magie ging wat verloren, enkel “Circles” kon nog op enthousiasme van het publiek rekenen.

Ons verdict? Modeselektor was een stuk spannender twee maand geleden, ook al zijn die hun dwarse beats niet altijd even toegankelijk.

Setlist: Intro/Dawan/Ash / Black Veil/Outlier/Laminar flow/Caronte/Circles/Brandenburg/Means of Entry/You don’t know me/Heroist/Eq_break /In gravitas /Voi_do /  Black water

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

woensdag 17 april 2019 15:10

Joe Jackson in topvorm

Hij is tegenwoordig de enige niet-problematische Jackson, (sorry Tito) en is op zijn vierenzestigste al even bleek als Wacko Jacko. Joe Jackson woont tegenwoordig in Berlijn, en bracht dit voorjaar zijn twintigste, uitstekende album ‘Fool’ uit, waarop hij in topvorm is. We horen klassieke Joe Jackson nummers, maar we horen ook parallellen met REM ‘Dave’, The Blue Nile ‘Strange Land’ en Prefab Sprout. De man is al veertig jaar bezig, we hadden hem nog nooit gezien, dus het was wel tijd om hem eens aan het werk te zien in de AB. De setting was klassiek, met gedrapeerde gordijnen en een smaakvolle belichting.

Joe Jackson legde vanavond de nadruk op een viertal platen uit zijn oeuvre, met de nadruk natuurlijk op de nieuwe plaat. Hij begon en eindigde dan ook met het afsluitende nummer uit ‘Fool’, namelijk Alchemy. Daartussen zat een royaal overzicht uit man’s carrière, met een grote afwisseling in stijlen, zo kregen we een aantal punky, new-wave-achtige nummers zoals de oudjes “One more time”, “Sunday papers” maar ook het nieuwe “Fabulously absolute”, met “Got the time” als headbangende uitschieter, popparels zoals “Is she really going out with him” dat door iedereen meegezongen werd, ballades in de geest van The Blue Nile zoals “Strange Land” en “Drowning” en meer latin geïnspireerde nummers zoals “Another world” en “Ode to joy”.
Bij momenten was de begeleidingsband, redelijk fout, het slechtste van de eighties, vooral als ze de latin-invloeden mengden met splijtende gitaarsolo’s, je haalde zo paardenstaarten, zweetbandjes en zonnebrillen voor de geest. Maar dit nemen we de man niet kwalijk, als je latin in je muziek steekt is dit bijna onvermijdelijk. We kregen ook twee covers, “Rain” van The Beatles werd van al zijn psychedelica ontdaan en werd zo een vrij ordinair nummer, en ook “Kind of the World” van Steely Dan werd op meer geslaagde wijze gecovered. De stem van Jackson moest vanavond even opwarmen, maar was snel op niveau.

De bis had nog een grote verrassing in petto: “Steppin’ out” werd met de originele drumcomputer ingezet, en benaderde zo de plaatversie, iets wat Joe Jackson in zijn veertigjarige podiumcarrière nog nooit gedaan had. Het bewees nog maar eens hoe ver deze proto-elektronica zijn tijd vooruit was. Daarna mochten we Ramones-gewijs headbangen op “Got the time” en voor ons was dit de perfecte afsluiter, “Alchemy” dat er op volgde had gerust op stal mogen blijven.
Wel spijtig dat de beste nummers van de nieuwe plaat “ Big Black cloud” en “Dave” vanavond niet aan bod kwamen.

Je kan Jackson deze zomer nog op het Cactusfestival zien, ik zou gaan kijken.

Setlist: Alchemy -One more time-Is she really going out with him-Another world-Fabulously absolute-Strange land-Real men-Stranger than fiction-Drowning-Rain(The Beatles cover)-Invisible man-Fool-Sunday papers-King of the world(Steely Dan cover)-You can't get what you want (Till you know what you want)-Ode to joy-I'm the man
Bis: Steppin' out-Got the time-Alchemy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Na een pauze van zestien jaar is Dead Man Ray terug. De band van Rudy Trouvé en Daan Stuyven is uitgebreid tot een zestal met naast vaste mannen Elko Blijweert, Karel de Backer en Wouter Van Belle, ook nieuwkomer Steven Holsbeeks. Eind vorig jaar was er de EP ‘Een’, de nieuwe plaat ‘Over’ was nog niet uit op het moment dat Dead Man Ray zijn try-out kwam doen in een uitverkochte 4AD.

De  band was goed geluimd, met Rudy Trouvé in een komische glansrol. Omdat Dead Man Ray geen retro-act wil zijn, kregen we eerst een paar oude nummers, waarna de volledige nieuwe plaat gespeeld werd. De herkenbaarheid zat dus vooraan, met opener “Chemical” met zijn dEUS-gekte en jazzy outro, het bijzonder sfeervolle “Brenner”, daarna een komisch intermezzo over Kind en Gezin (Daan is vader geworden): het zinnetje  “jouw papa en mama zijn niet je echte ouders” werd door de sampler gehaald. In “Landslide” duikelde Daan gezwind de toonladders af. We waren haast vergeten hoe slim de collages van Dead Man Ray in mekaar zaten, poppareltjes met riffs en onverwachte wendingen.
Na dit trio, was het tijd voor de nieuwe plaat, en die klonk zeer goed moeten we zeggen. Songtitels moeten we u schuldig blijven, volgens Daan waren de meeste nummers raar, het vertrouwde Dead Man Ray recept  werkt ook in de nieuwe nummers zeer goed: collages met keyboards, een of meerdere gitaren die invallen, met een knipoog naar Pinback en Grandaddy. Het opvallendste nummer was in het Frans gezongen, een soort van Gainsbourg-parlando die in een Kraftwerk-compositie morfte. Bissen deden ze met de nieuwe single “Out” en “Copy of ‘78”.

De band nam ruim de tijd voor de nieuwe plaat, en behalve aan de losheid van de band gaf dit optreden nergens de indruk dat dit een try-out was. De band is klaar voor de concertreeks die het nieuwe album (nog) naar de AB en de zomerfestivals brengt.

Setlist: Chemical -Brenner - Landslide - Monochrome -Half inch ice-The waving sound-Clear history -Middle aged man -Take & give -The Ladder- Sunny side down -Home -The Flock -Blisters-How to fall
Bis: Out-Millionaire- Copy of ‘78

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Even de pauzeknop induwen, velen denken er aan, maar er zijn er maar weinig die het doen. Sharon Van Etten deed het: na ‘Are we there’ uit 2014 en de bijbehorende tour die haar naar Les Nuits bracht, gaf ze het artiestenbestaan voor even op: ze ging psychologie studeren, begon te acteren (onder meer in ‘Twin Peaks The Return’) en beviel van een zoontje. Maar de muzikale drang kwam toch weer naar boven, met als resultaat de nieuwe plaat ‘Remind me tomorrow’, die net als de vorige plaat ‘Are we there’ vooral op keyboards steunt en veel minder op gitaren zoals haar doorbraakplaat ‘Tramp’. Van Etten staat tegenwoordig heel zelfzeker op het podium, de leren broek en de podiumprésence gaven het weg, hier was een frontvrouw in de traditie van Joan Jett (die pikzwarte haren) en PJ Harvey opgestaan die met de ervaring van de jaren het podium inpalmde, waar ze bij de vorige passage in de Salon van de Botanique, toch nog timide overkwam in haar bindteksten, en toen eigenlijk vooral in haar nummers moest overtuigen.

Sharon Van Etten - Net zoals in 2014 werd ze begeleid door onder meer Heather Woods Broderick, met wie ze mooie harmonieën opbouwde. Van Etten heeft een meesterlijke stem, die ze laat slepen, die is heel bepalend voor de melodie, ze kan grandeur en tristesse oproepen, en al haalt ze dan niet de hoogste noten zoals een Florence Welch, ze mijdt wel de pathos van die laatste. De keyboards kleurden volledig de klank, dreigend in “Comeback kid” bijvoorbeeld en in combinatie met de drums klonk het toch heel erg rockend, ondanks de afwezigheid van gitaren. Van Etten speelde haar volledige nieuwe album, met hier en daar een oudje zoals “Tarifa”.  Een eind weg in de set omgordde ze toch haar gitaar, en toen ging het even de countryrock toer op. Maar de synths kregen snel weer de bovenhand, zo werd “You Shadow” gedomineerd door de orgelklank. Het hoogtepunt van de set? Een trio bestaande uit een solo gespeelde, aan haar zoontje opgedragen “Black boys on mopeds” van Sinéad O’Connor, de moordsong , absolute meezinger en toekomstige klassieker “Seventeen”, Springsteen meets The National, en het melodieuze “ Everytime the sun comes up”, waarin Van Etten zo heerlijk haar stem liet slepen.  De bis had nog een topper in petto, een werkelijk furieus “Serpents”, dat de innerlijke demonen aan flarden reet.

Sharon Van Etten bewees vanavond dat een sabbatical je kan toelaten om veel sterker terug te komen, haar stem is haar grote troef, en met de nieuwe sterke songs die ze op haar konto heeft staan ziet de toekomst er veelbelovend uit voor de 38-jarige New-Yorkse.

Setlist: Jupiter 4 - Comeback kid - No one’s easy to love - One day - Tarifa - Memorial Day - You shadow - Malibu - Hands - Black boys on mopeds (Sinéad O’Connor-cover) - Seventeen - Everytime the sun comes up - Stay
Bis: I told you everything - Serpents - Love more

Organisatie: Botanique, Brussel

De Berlijners Gernot Bronsert en Sebastian Szary maken al meer dan twintig jaar hun onconventionele beats als Modeselektor. Deze Oost-Duitsers groeiden op in de DDR, net buiten Berlijn, en organiseerden al underground party’s in de jaren negentig nog voor er sprake was van Modeselektor. Ze namen hun tijd om de stiel te leren, en releasten hun eerste EP’s op het Bpitch Control label pas rond 2002. Hun naam haalden ze van een knopje op een Rolandsynthesizer. Ze bouwden gestaag hun live-reputatie op, en werden al vroeg opgepikt door Thom Yorke van Radiohead.
Van in het begin waren de visuals voor dit electronica-duo heel belangrijk, van in de tijd dat ze samenwerkten met het video-collectief Pfadfinderei in hun underground-club Kurvenstar nog voor er sprake was van Modeselektor. Pfadfinderei ontwierp ook hun Monkey-logo voor hun Monkeytown label. Modeselektor mixen techno, break-beats en hiphop en gebruiken graag gastzangers op hun producties.
Modeselektor en Apparat vormden samen Apparat, maar na drie platen en passages in Vorst-Nationaal hield Moderat het voor bekeken en gaat dit duo weer verder als Modeselektor met dit jaar hun nieuwe plaat ‘Who Else’. Modeselektor is net bevestigd voor Pukkelpop, maar woensdag had je de kans ze te zien in de Botanique, een buitenkansje omdat ze meestal in veel grotere zalen spelen.

Modeselektor speelden in de Botanique een uitgebreide set, waarin ze veel nummers van de nieuwe plaat speelden, die net iets toegankelijker klonk dan hun vroegere werk, met bijvoorbeeld het pompende “Who” met de zanglijnen van Tommy Cash, een nummer dat zich kan meten met Major Lazor, of de hiphop-grime met Flohio in “Wealth”, dat het dan weer bij Dizzee Rascal ging gaan zoeken.
Kenmerkend voor Modeselektor zijn de dubbele baslijnen, maar nergens hoor je een simpele 4-kwarts beat, alles is veel grilliger, met beats als aan elkaar geklikte legoblokjes. Sebastian Szary was de volksmenner van dienst, die het publiek opjutte.
De visuals waren weer top, met de vlaggen van de Verenigde Naties in “One United Power”, en verder de zo kenmerkende Modeselektor typografie inclusief de “Monkey” in een Egyptische tempel.
Climax was het tweeluik, “I am your god”, een woeste electro-anthem en “Evil twin” uit ‘Monkeytown’. De melancholie van Moderat kwam enkel terug in een nummer, “Wake me up when it’s over”, met Bronsert  op zang, maar dat was enkel de eerste minuten zo, want daarna ontaarde het nummer in een geontspoorde drillcore waar Aphex Twin patent op had.

Modeselektor speelde al zijn troeven uit, en kreeg de handjes van het publiek met gemak in de lucht. De Orangerie was woensdag getransformeerd naar een groezelige Berlijnse underground-club, en daarvoor moesten we niet eens 800 kilometer noordwaarts rijden.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

zaterdag 08 december 2018 10:20

Iceage - Deense punkers met attitude

Deense rockbands die doorbreken buiten hun land zijn op een hand te tellen, je hebt The Raveonettes, en Iceage, en dat moet het zowat zijn. Deze Deense punks spelen punk op de Australische manier, dus gewoon rauwe rock'nroll zonder de punkconventies in acht te nemen. Op hun uitstekende vierde plaat ‘Beyondless’ hoor je strijkers, trompetten en een saxofoon onder het gitaarlawaai, en ook de achtergrondzang van Sky Ferreira.
We zagen Iceage op een festival in 2015 ten tijde van hun vorige plaat ‘Plowing in the field of love’, en toen maakten ze geen overtuigende indruk, door de ongeïnteresseerde, nihilistische pose van zanger Elias Bender Rønnenfelt. Geen festivalvoer dus, maar in een kleine zaal zoals de Kreun kon dit wel eens werken dachten we.

Iceage had geen toeters en bellen mee, geen blazers, maar dus pure rock ’n roll in zijn meest rauwe vorm. De band speelde vanavond vooral uit ‘Beyondless’ en opende met het eerste nummer van die plaat, “Hurrah” een anti-oorlogsnummer, dat misschien wel cynisch was, maar toch het nihilisme achter zich liet en zowaar het engagement van Rønnenfelt blootlegde. “Painkiller”, was een liefdeslied, al klonk het niet zo door de dreinende, slepende zang van Rønnenfelt en de gitaarnoise van Johan Wieth, die melodie toch liet doorschemeren onder de noise door. Het deed ons een beetje denken aan Oasis ten tijde van “Cigarettes & Alcohol”. Rønnenfelt, in hemdsmouwen verkende alle kanten van het podium. De ritmesectie zocht zijn inspiratie in de jaren zestig, in de garages en de smerige rockabilly kroegen, bijvoorbeeld in het huppelende “Plead the fifth”.
Je hoorde ook een beetje goth en blues (“Thieves like us”), (The Horrors, Grinderman). Iceage eindigde sterk, met “Plowing in the field of love” en “Catch it”, en gaf ons geen bisnummers, in pure punkstijl dus.

Iceage is opgegroeid, en heeft het nihilisme achter zich gelaten: als je als band al tien jaar speelt, dan moet het toch wel de moeite zijn, en dat straalt deze band dus uit.

Setlist: Hurrah – Pain Killer – Under the sun – Plead the fifth – The Lord’s favourite – Thieves like us – Balm of Gilead -Beyondless –Morals -Abundant living-Ectasy-Plowing in the field of love- Catch it

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

David Eugene Edwards is een enigmatische diepgelovige man, die zijn eigen weg zoekt en als Woven Hand zijn bijbelse teksten over hel en verdoemenis muzikaal laat evolueren tussen folk, country, post-rock, gothic en metal. Iedere nieuwe plaat verkent nieuwe klanken, waarbij de huilende stem van Edwards de enige constante blijft.
Edwards laat even zijn band voor wat het is, en werkte dit jaar samen met Alexander Hacke aan een nieuwe plaat ‘Risha’, wat Arabisch is voor ‘Veer’. Hacke ken je van bij Einstürzende Neubauten, waar hij op veertienjarige leeftijd begon. Later speelde hij ook bij Crime & the City Solution, en toen die een reünie hielden in 2012, speelde Edwards ook mee, dus zo leerden die twee elkaar kennen. Het is er dit jaar van gekomen om samen een plaat te maken, en die klinkt zoals je het mag verwachten: een mix van Woven Hand en Einstürzende Neubauten.

In de Orangerie vertaalde dit zich in de volgende opstelling: Hacke bediende een filterbank, terwijl Edwards de akoestische gitaar of mandoline bespeelde, maar dan wel met veel pedalen voor een elektrische en vervormde klank. Beide heren droegen het hele optreden door een zonnebril, en Edwards zijn typische bandana ontbrak natuurlijk ook niet. Zoals gewoonlijk kregen we geen bindteksten van Edwards, of het zouden de Navajo chants moeten zijn tussen de nummers. Hij liet enkel de muziek spreken. En wat voor muziek: de filterbank van Hacke verving een volledige band, en verspreidde een ruime spectrum van klanken, gaande van industriële elektronica, over Oosterse muziek (“Lily”) naar meer ambient sfeerschepping (in de toepasselijke afsluiter “Breathtaker”), maar altijd heel erg rock ’n roll. Voeg daar bij de oudbijbelse teksten over schuld en boete van Edwards, en je kreeg tonnen sfeer.
Er was een nummer waar het wel erg hard ging, toen Edwards een elektrische gitaar omgorde en Hacke de duivels op zijn filterbank ontbond om uit te komen links van Lou Reed’s ‘Metal Machine music’ en rechts van new wave en industrial uit de eerste helft van de vroege jaren tachtig.
Maar daarna werd het terug vintage Woven Hand met Edwards op een versterkte mandoline. Er zaten twee 16 Horsepower nummers in de set, maar voor de rest kwamen alle nummer uit ‘Risha’.

Edwards blijft relevant, en vindt steeds nieuwe invalshoeken, dit keer new wave en industrial, die hij mengt met folkmuziek die honderdvijftig jaar oud klinkt.

Setlist: Triptych- Teach Us to Pray - Kiowa 5 - Parish Chief-The Tell - Hutterite Mile-(16 Horsepower cover) - Lily - Helios - All in the Palm - Akhal
Bis: Straw foot (16 Horsepower cover) - Breathtaker

Organisatie: Botanique, Brussel

Het gaat hard voor Greta Van Fleet. Deze band of brothers, drie jonge broertjes en een vriend op drums, allen uit een onooglijk dorpje in Michigan, verkochten de AB uit nog voor hun debuut uit was, en staan in februari volgend jaar in de Lotto Arena. Begin dit jaar stonden ze nog in de AB-club, nu dus in de grote zaal van de AB. De reden waarom deze jonkies zalen vullen: ze spelen klassieke hard-rock, en zowel oud als jong wil deze band zien. Nochtans zijn de kritieken op hun debuut ‘Anthem of the peaceful arm’  alles behalve positief: Humo gaf anderhalve ster op vijf, en Pitchfork zelfs anderhalf op tien, terwijl meer traditionele rockzines ook maar drie sterren op vijf uitdeelden. De reden: de vergelijking met Led Zeppelin valt slecht uit voor Greta Van Fleet, hun hard-rock gaat heel erg leentjebuur gaan spelen bij deze rockgiganten, en de vergelijking draait natuurlijk niet positief uit: een aantal critici beschuldigen ze dan ook van een gimmick te zijn. De hard-rock uit de jaren zeventig vertrok van de blues, terwijl deze band vertrekt van de classic hard-rock, en dat is een wereld van verschil. De fans van Greta Van Fleet kunnen die kritiek moeilijk verteren, op Youtube zijn dan ook videos te vinden die die critici van antwoord dienen.

De band trekt zich weinig aan van deze kritiek, en het onthaal door de Belgische fans was onvoorwaardelijk en triomfantelijk. De band betrad het podium van de AB en gooide meteen rozen in het publiek, op de tonen van een oude soulkraker. De broertjes Kiszka hadden er duidelijk zin in en strooiden de hard-rock clichés met volle overtuiging de zaal in voor een set van vijf kwartier. Zanger Josh Kiszka omarmde die hard-rock clichés schaamteloos, indianenveren in de krullenbol, bloot bovenlijf en gilet, hij had duidelijk de kleerkast van Robert Plant geplunderd.
De meest overtuigende Led Zeppelin-imitatie kon je echter bij de drummer vinden: die benaderde echt het massieve geluid van John Bonham. De zang van Josh Kiszka haalde niet het niveau van Robert Plant, AC/DC was een betere benchmark, want de super hoge noten bleven bij dit jonkie achterwege. De frontman vroeg ons al van bij het eerste nummer, “Are you ready to groove?”, en dit was niet gelogen: we waren vertrokken voor een uitstekende classic rock show met een sterrol voor de gitarist Jake Kiszka: die toverde gitaarsolo’s uit zijn mouwen alsof het niets was en speelde gewoonweg verbijsterend goed: Pearl Jam heeft er een serieuze concurrent bij, hoe Jake solo’s speelde met de gitaar in zijn nek hebben we er nog maar weinigen zien doen. De hard-rock-sound van de band was dus uitstekend, met af en toe ook een beetje southern rock invloeden toen de bassist op de Hammond begon te spelen.
Punt van kritiek was wel het gebrek aan pakkende songs die bleven hangen: wat betreft het pure songschrijven staan ze nog niet aan de knieën van bands als Wolfmother of zelfs The Datsuns, bands die een rechtvaardiger referentiepunt zijn dan Led Zep of AC/DC. Maar goed, dat komt misschien nog.

In ieder geval zagen we hier de geboorte van een nieuwe stadionband, een toekomstige headliner van Werchter of Pukkelpop. Zelf zouden we ook nooit vijf sterren geven aan de platen van Muse of Artic Monkeys, dat gebrek aan erkenning door de critici belet deze bands niet om een massapubliek een fantastische festivalervaring te geven.
Greta Van Fleet was groots, de goede nummers komen wel, geef ze wat tijd om de lat hoger te leggen.

Setlist
Brave New World-Highway tune-Edge of darkness-Flower power-You're the one-Evil-Lay down (candles in the rain)-Watching over - When the curtain falls
Bis: Black smoke rising -Safari song

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/170

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Jon Hopkins, de Britse elektronica-producer kwam zijn nieuwe plaat ‘Singularity’ voorstellen in de AB. De man maakte elektronica die zowel op het hoofd en de benen mikt en dus een intellectueel en ouder publiek aantrekt dat talrijk opgekomen was in de AB, want die was uitverkocht.

Het optreden moest het vooral van de visuele elementen hebben, want Hopkins zelf deed niet veel meer dan van achter zijn decks aan wat knopjes draaien. Die visuals bestonden uit zijn videoclips, en hij had ook danseressen meegebracht die met een soort van ‘Star Wars’ lichtsabels als majorettes hun stokjes draaiden, zodat er visuele patronen ontstonden die de beats ondersteunden.
Hopkins’ techno botst, scheurt en wringt langs alle kanten, en hoewel hij opbouwend werkt, is het toch lastig dansen op de man zijn elektronica. “Emerald rush” liet dat nog het meeste toe, met zijn manga-video die voor de herkenbaarheid zorgde, en een geluid ergens tussen de breakbeats van Moderat en Modeselektor.
“Neon pattern drum” en “Everything connected” klonken kaal en hard, met gescheurde breakbeats zoals Aphex Twin ze pionierde. We konden ons meer vinden in “Open Eye Signal”, onderkoelde, Teutoonse glitch-techno die maar bleef opbouwen en altijd op de rand van ontploffen stond, begeleid door een coole skate-board video. Ook “Collider” deed wat we voor de rest te weinig in de set van Hopkins terugvonden, ons op een trip meenemen. “Luminous beings” daarop, was het soort oscillerende science-fiction sterrenstelsel-exploratie die vanavond veel minder aan bod kwam, omdat Hopkins toch vooral voor de hardere klank ging.
Het was pas in de bis dat Hopkins de handen op elkaar kreeg, met onder meer zijn remix van “Magnets” van Disclosure, dus echt geslaagd konden we dit optreden niet noemen, het was eerder een opvolging van aparte nummers dan een geïntegreerde dj-set, we misten een goede flow die je naar adem deed happen of op een trip stuurde.

We moeten besluiten dat de Duitse minimalisten nog altijd strakker draaien dan deze Brit, en ook een Kieran Hebden van Fourtet zagen we op Best Kept Secret een strakkere en vooral leukere set spelen. Misschien is het dat die andere elektronica-artiesten veel meer dj-ervaring hebben en dus beter weten hoe ze een zaal moeten bespelen.
Hopkins viel vanavond tussen twee stoelen, een dansfeestje was het niet, en een langgerekte trip ook al niet.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

De Botanique mocht de loketten sluiten voor het Amerikaanse trio Low, dat altijd immens populair geweest is in België in de 25 jaar dat ze al bezig zijn. Voor hun twaalfde album, 'Double Negative' trokken ze naar de studio van Bon Iver, en werkten ze samen met BJ Burton, de producer van Bon Iver’s overambitieuze en grotendeels (mislukte) plaat ‘22, a million’, dat onterecht met ‘Kid A’ van Radiohead vergeleken wordt, maar zich compleet verliest in vocoder effecten en verre van baanbrekende elektronica. Je kan dus stellen dat Low met deze producer het risico niet uit de weg gaat: ‘Double Negative’ is een radicale plaat die de gemiddelde fan zwaar op de proef zal stellen: overstuurde elektronica en verknipte stemmen bepalen volledig de sound, die wel nog altijd de slowcore-filosofie aanhoudt: de nummers ontwikkelen zich traag maar gestadig. Vele critici bejubelen de nieuwe plaat, maar menig gitaarliefhebber zal afhaken. Wij hebben nog geen verdict klaar, daarom gingen we ook naar de Botanique.

Low speelde vanavond hoofdzakelijk nummers uit de nieuwe plaat, maar verrassend genoeg bleef de elektronica volledig afwezig: we kregen dus de bekende Low-sound: de brokkelige gitaar van Alan Sparhawk, het zachte geroffel van Mimi Parker en de functionele bas van Steve Garrington en vooral de hemelse samenzang van Sparhawk en Parker.
Op deze manier bewees Low dat hun nieuwe nummers uitgekleed overeind blijven, en kon je ook beter de teksten verstaan. Die zijn zoals altijd uiterst minimaal, maar trefzeker, met Bijbelse referenties met een donkere twist. De gitaarfreaks werden getrakteerd op een minutenlange drone en een mantra “One more reason to forget” in “Do you know how to waltz?”, waar ze Sonic Youth-gewijs uiteindelijk uit het bos van geluid opdoken en je een catharsis door het publiek voelde gaan.
Opvolgen deden ze met “Lazy” uit hun debuut, en we kregen zelf een heuse gitaarsolo in “Always trying to work it out”. Kippenvel kregen we bij het uitgebeende “Nothing but heart” waarin de stemmen van Sparhawk en Parker snikkend samensmolten. “Holy Ghost” openbaarde zich als een moderne countryklassieker.
Low nam uitgebreid de tijd , in totaal klokten we af op een uur en drie kwartier, de band speelt graag in de Botanique, dat vertelden ze ons. De gitaaruitbarstingen van “Dinosaur act” of “Monkey” moesten we ditmaal missen, maar gelukkig biste de band met het magistrale “Murderer”.

Low speelde een sterk concert. Sparhawk en Parker beheersen hun minimalisme tot in de puntjes, ze durven het aan nummers in te zetten puur op zang, en weten hoe ze het publiek muisstil krijgen door net stiller te gaan spelen. De gitaarliefhebbers keerden gerustgesteld en tevreden huiswaarts, de moeilijke elektronica van de plaat bleef achterwege.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 1 van 11