• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Concerten Cloud Nothings, Teen creeps, DOK, Gent op 14 juli 2019 Sneaks, Plek, Gent op 18 juli…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Thurston Moore woont tegenwoordig in Engeland, en is de man die na de split van Sonic Youth, de klank van Sonic Youth het meest getrouw blijft. Dat doet hij nu al een aantal jaren met een vaste band, met naast Sonic Youth-drummer Steve Shelley, Deb Googe op bas (My Bloody Valentine) en James Sedwards op gitaar. Die band is nu uitgebreid met Jon Leidecker op keyboards, die als electronica artiest opereert als Wobbly. De Thurston Moore Group heeft  momenteel een nieuwe plaat opgenomen in Brussel, en nu speelden ze twee dagen na mekaar in Les Ateliers Claus, dat ze als hun tweede thuis beschouwen.

We kunnen verkeerd zijn, maar we hoorden enkel nieuw werk vanavond. Hoe die klonken? Veel minder lyrisch en melodieus dan wat we op ‘Rock ’n roll consciousness’ en ‘The best day’ voorgeschoteld kregen. Alle nummers waren instrumentaal, en er komt geen zang op de nummers , kunnen we zeggen …
Het openingsnummer was dromerig, maar spaars, aangeslagen akkoorden zonder melodie die herhaald werden. De afwisseling kwam van Steve Shelley die zijn drums met paukenstokken bespeelde, dit was wat  zen-rock, de culminatie van jaren ervaring. Vanaf het tweede nummer ging het tempo omhoog en zaten we in meer vertrouwde Sonic Youth wateren, waarbij  toch opviel hoe Sedwards en Moore gelijkaardige akkoorden aanhielden, gitaarmantra’s, en er dus van gitaarsolo’s of melodielijnen geen sprake was. Ik hoorde veel raakpunten met Mogwai, fellere en rustigere passages wisselden elkaar af, alsof je van een dennenbos in het open veld kwam of omgekeerd. Voor die overgangen telde Thurston Moore dikwijls af. Beide gitaristen bewerkten hun snaren met een staafje en duwden hun gitaren tegen de versterkers aan.
Op zijn zestigste blijft Thurston Moore dus doen wat hij zijn hele artistieke leven al gedaan heeft, en durft hij ook terugblikken: in twee nummers eerde hij zijn inspiratiebronnen uit de avant-garde, Alice Coltrane en Glenn Branca. Branca overleed vorig jaar en lag direct aan de basis van het geluid dat Sonic Youth, Swans en zovele anderen naar een groter publiek brachten.

Op basis van wat we vandaag hoorden, is de nieuwe plaat van de Thurston Moore Group er opnieuw eentje voor de eindejaarslijstjes.

Organisatie: les Ateliers Claus

Wand, Wooden Shjips, Kikagaku Moyo - Psychedelica op drie verschillende wijzen
Kikagaku Moyo
Botanique (Orangerie)
Brussel
2019-05-27
Nick Nyffels

De Botanique had een avondvullend programma rond psychedelische rock in elkaar gestoken, en hoewel de geprogrammeerde bands niet super bekend zijn, was de Orangerie toch uitverkocht voor een bijzonder boeiend trio van bands die elk een totaal andere invulling aan psychedelica gaven.

Wand, de Californische band van Cory Hanson, mocht vanavond aftrappen en speelde een korte set die voornamelijk uit hun laatste album ‘Laughing matter’ plukte. Wand komt uit de psychedelische garage-scene rond Ty Segall en Mikal Cronin, zo speelde hij nog samen met Cronin in Meatbodies en zat hij ook bij de The Muggers, de begeleidingsband van Segall die hier ook in de Orangerie stond ten tijde van het album ‘Emotional mugger’. Wand heeft echter een heel andere interpretatie ontwikkeld van psychedelische rock over de laatste platen: dit is zonnige, Californische psychedelica, met een zachte, lieflijke stem gezongen die ergens in de driehoek zit tussen The Paisley Underground, de V.U. en de Engelse gitaarpop van begin jaren negentig (Ride). Qua gevoel en ambitie doet ‘Laughing matter ‘ heel erg denken aan het neo-psychedelische meesterstuk van The Boo Radleys, ‘Giant Steps’. Een Britse manier van zingen dus, die gecountered werd door heel prikkelende gitaarsolo’s, waarbij Hanson ook zijn gitaar met een strijkstok bespeelde. De zang stuurde hij soms door een vervormer, zodat je een ijle LSD-kleur kreeg.
Hoogtepunt van de korte set was “Aeroplane”, gezongen door de keyboardspeelster, een lang stuk dat minimaal begon en ontspoorde, Yo La Tengo gewijs met verschroeiende gitaarsolo’s, zuurzoete psychedelica die je goesting gaf in meer.

Na een korte pauze was het tijd voor de tweede band van de avond. Wooden Shjips kwam zijn vijfde plaat voorstellen, het vorig jaar verschenen ‘V’. Het recept is nog altijd hetzelfde van deze band uit San Francisco: echte autosnelwegmuziek die je doet wegdromen terwijl de kilometers afgemaald worden. De band, een grijzend en baardig viertal middle aged hippies had projecties meegebracht en liet de nummers naadloos in elkaar overvloeien, met orgelklanken en de hypnotische, mid-tempo beat van de drummer als basis. De voor de hand liggende link van hun in de jaren zestig geënte geluid op een bedje van fuzz-gitaar kon je maken met een The Jesus & Mary Chain. Opnieuw was de set kort, een kleine vijfenveertig minuten, die zo  voorbij was door het hypnotische karakter van deze spacerock.

De afsluiter van de avond was het mij volledig onbekende Kikagayo Moyo, een Japans vijftal uit Tokio. De bandnaam zou iets moeten betekenen als geometrische patronen. Ze hebben al vier albums uit, waarvan het laatste ‘Masana temples’ is. Kikagayo wierp je volledig terug naar de vroege jaren zeventig, en bracht een mix van psychedelische rock en krautrock,(een nummer als “Fluffy” kosmisch is zowel een weggever als ‘mission statement’), uit een tijdperk waarin de hardrock en metal nog moesten uitgevonden worden. De band had zelfs een sitar speler, die echter wat in het groepsgeluid verzoop, maar onvermijdelijk naar The Beatles verwees.
Het was dus schaamteloos retro, zonder daarom een goedkope imitatie te zijn. Net als veel andere Japanse bands die in Europa opgemerkt worden, zit er een vreemde eigenheid in de muziek, al was het maar door de Japanse zangteksten die je in het ongewisse lieten.
Naast de lange, uitgesponnen, laid-back krautrock nummers, speelde de band ook dromerige popsongs, kwamen ze bij wijlen heel funky uit de hoek door de wah-wah gitaartjes en had ook het ook iets heel modern zoals de overgangen die bij Tortoise gejat waren. Je kan deze Japanners nog gaan ontdekken deze zomer op Pukkelpop, ga ze zeker eens gaan bekijken.

Setlist Wand: Hare / Wonder/Xoxo/Rio Grande/Scarecrow/Airplane/Melted Rope
Setlist Kikagaku Moyo: Dripping Sun/Streets of Calcutta(Ananda Shankar cover)/Cardigan Song/Blanket Song/Gatherings/Nazo Nazo/Fluffy Kosmisch/Old Snow, White Sun

Organisatie: Botanique, Brussel

Sascha Ring gaat terug alleen verder nu Moderat er op hun hoogtepunt mee opgehouden zijn. Een aantal maanden terug zagen we al Modeselektor in de Botanique, nu was het de beurt aan Apparat om zijn nieuwe plaat ‘LP5’ voor te stellen in een uitverkochte AB. Die plaat bouwt op de tere zang van Sascha Ring en minimale beats en schurkt dicht aan tegen Bon Iver en de experimentele kant van Radiohead.

Apparat - Ring begon lang geleden als DJ in de Berlijnse clubscene, maar werd langzamerhand producer en muzikant, en heeft zich nu blijkbaar ook na keyboards op gitaar toegelegd, al was zijn spel vrij minimalistisch, gitaarsolo’s moest je nu ook niet verwachten. Ook zijn band was vrij onconventioneel voor een elektronica-artiest: drums, cello en viool, en een blazer naast de verwachte keyboards. Het was alsof Ring de volgende quote uit “Loosing my edge” van LCD Soundsystem te harte genomen had: ”I hear that you and your band have sold your turntables and bought guitars”.
Deze neo-klassiek rockbezetting werkte uitstekend in het eerste halfuur van het concert: we vertrokken met repetitieve cello-klanken in “Intro” dat naadloos overliep in “Dawan” en “Ash/Black veil”, voer voor fans van Einaudi en Michael Nyman, mantras die aanzwollen met de breekbare stem van Sascha Ring als melancholiek orgelpunt. Toen die strijkers wegvielen, werd het concert echter een stuk minder interessant, ook door het ontbreken van visuals, maar vooral omdat het techno-minimalisme doorbroken werd door de rockbezetting met gitaren, die de nummers toch een pak minder interessant maakten. Een dansfeestje werd het daardoor nooit, en zo viel het tweede deel van het concert tussen twee stoelen, de magie ging wat verloren, enkel “Circles” kon nog op enthousiasme van het publiek rekenen.

Ons verdict? Modeselektor was een stuk spannender twee maand geleden, ook al zijn die hun dwarse beats niet altijd even toegankelijk.

Setlist: Intro/Dawan/Ash / Black Veil/Outlier/Laminar flow/Caronte/Circles/Brandenburg/Means of Entry/You don’t know me/Heroist/Eq_break /In gravitas /Voi_do /  Black water

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

woensdag 17 april 2019 15:10

Joe Jackson in topvorm

Hij is tegenwoordig de enige niet-problematische Jackson, (sorry Tito) en is op zijn vierenzestigste al even bleek als Wacko Jacko. Joe Jackson woont tegenwoordig in Berlijn, en bracht dit voorjaar zijn twintigste, uitstekende album ‘Fool’ uit, waarop hij in topvorm is. We horen klassieke Joe Jackson nummers, maar we horen ook parallellen met REM ‘Dave’, The Blue Nile ‘Strange Land’ en Prefab Sprout. De man is al veertig jaar bezig, we hadden hem nog nooit gezien, dus het was wel tijd om hem eens aan het werk te zien in de AB. De setting was klassiek, met gedrapeerde gordijnen en een smaakvolle belichting.

Joe Jackson legde vanavond de nadruk op een viertal platen uit zijn oeuvre, met de nadruk natuurlijk op de nieuwe plaat. Hij begon en eindigde dan ook met het afsluitende nummer uit ‘Fool’, namelijk Alchemy. Daartussen zat een royaal overzicht uit man’s carrière, met een grote afwisseling in stijlen, zo kregen we een aantal punky, new-wave-achtige nummers zoals de oudjes “One more time”, “Sunday papers” maar ook het nieuwe “Fabulously absolute”, met “Got the time” als headbangende uitschieter, popparels zoals “Is she really going out with him” dat door iedereen meegezongen werd, ballades in de geest van The Blue Nile zoals “Strange Land” en “Drowning” en meer latin geïnspireerde nummers zoals “Another world” en “Ode to joy”.
Bij momenten was de begeleidingsband, redelijk fout, het slechtste van de eighties, vooral als ze de latin-invloeden mengden met splijtende gitaarsolo’s, je haalde zo paardenstaarten, zweetbandjes en zonnebrillen voor de geest. Maar dit nemen we de man niet kwalijk, als je latin in je muziek steekt is dit bijna onvermijdelijk. We kregen ook twee covers, “Rain” van The Beatles werd van al zijn psychedelica ontdaan en werd zo een vrij ordinair nummer, en ook “Kind of the World” van Steely Dan werd op meer geslaagde wijze gecovered. De stem van Jackson moest vanavond even opwarmen, maar was snel op niveau.

De bis had nog een grote verrassing in petto: “Steppin’ out” werd met de originele drumcomputer ingezet, en benaderde zo de plaatversie, iets wat Joe Jackson in zijn veertigjarige podiumcarrière nog nooit gedaan had. Het bewees nog maar eens hoe ver deze proto-elektronica zijn tijd vooruit was. Daarna mochten we Ramones-gewijs headbangen op “Got the time” en voor ons was dit de perfecte afsluiter, “Alchemy” dat er op volgde had gerust op stal mogen blijven.
Wel spijtig dat de beste nummers van de nieuwe plaat “ Big Black cloud” en “Dave” vanavond niet aan bod kwamen.

Je kan Jackson deze zomer nog op het Cactusfestival zien, ik zou gaan kijken.

Setlist: Alchemy -One more time-Is she really going out with him-Another world-Fabulously absolute-Strange land-Real men-Stranger than fiction-Drowning-Rain(The Beatles cover)-Invisible man-Fool-Sunday papers-King of the world(Steely Dan cover)-You can't get what you want (Till you know what you want)-Ode to joy-I'm the man
Bis: Steppin' out-Got the time-Alchemy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Na een pauze van zestien jaar is Dead Man Ray terug. De band van Rudy Trouvé en Daan Stuyven is uitgebreid tot een zestal met naast vaste mannen Elko Blijweert, Karel de Backer en Wouter Van Belle, ook nieuwkomer Steven Holsbeeks. Eind vorig jaar was er de EP ‘Een’, de nieuwe plaat ‘Over’ was nog niet uit op het moment dat Dead Man Ray zijn try-out kwam doen in een uitverkochte 4AD.

De  band was goed geluimd, met Rudy Trouvé in een komische glansrol. Omdat Dead Man Ray geen retro-act wil zijn, kregen we eerst een paar oude nummers, waarna de volledige nieuwe plaat gespeeld werd. De herkenbaarheid zat dus vooraan, met opener “Chemical” met zijn dEUS-gekte en jazzy outro, het bijzonder sfeervolle “Brenner”, daarna een komisch intermezzo over Kind en Gezin (Daan is vader geworden): het zinnetje  “jouw papa en mama zijn niet je echte ouders” werd door de sampler gehaald. In “Landslide” duikelde Daan gezwind de toonladders af. We waren haast vergeten hoe slim de collages van Dead Man Ray in mekaar zaten, poppareltjes met riffs en onverwachte wendingen.
Na dit trio, was het tijd voor de nieuwe plaat, en die klonk zeer goed moeten we zeggen. Songtitels moeten we u schuldig blijven, volgens Daan waren de meeste nummers raar, het vertrouwde Dead Man Ray recept  werkt ook in de nieuwe nummers zeer goed: collages met keyboards, een of meerdere gitaren die invallen, met een knipoog naar Pinback en Grandaddy. Het opvallendste nummer was in het Frans gezongen, een soort van Gainsbourg-parlando die in een Kraftwerk-compositie morfte. Bissen deden ze met de nieuwe single “Out” en “Copy of ‘78”.

De band nam ruim de tijd voor de nieuwe plaat, en behalve aan de losheid van de band gaf dit optreden nergens de indruk dat dit een try-out was. De band is klaar voor de concertreeks die het nieuwe album (nog) naar de AB en de zomerfestivals brengt.

Setlist: Chemical -Brenner - Landslide - Monochrome -Half inch ice-The waving sound-Clear history -Middle aged man -Take & give -The Ladder- Sunny side down -Home -The Flock -Blisters-How to fall
Bis: Out-Millionaire- Copy of ‘78

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Even de pauzeknop induwen, velen denken er aan, maar er zijn er maar weinig die het doen. Sharon Van Etten deed het: na ‘Are we there’ uit 2014 en de bijbehorende tour die haar naar Les Nuits bracht, gaf ze het artiestenbestaan voor even op: ze ging psychologie studeren, begon te acteren (onder meer in ‘Twin Peaks The Return’) en beviel van een zoontje. Maar de muzikale drang kwam toch weer naar boven, met als resultaat de nieuwe plaat ‘Remind me tomorrow’, die net als de vorige plaat ‘Are we there’ vooral op keyboards steunt en veel minder op gitaren zoals haar doorbraakplaat ‘Tramp’. Van Etten staat tegenwoordig heel zelfzeker op het podium, de leren broek en de podiumprésence gaven het weg, hier was een frontvrouw in de traditie van Joan Jett (die pikzwarte haren) en PJ Harvey opgestaan die met de ervaring van de jaren het podium inpalmde, waar ze bij de vorige passage in de Salon van de Botanique, toch nog timide overkwam in haar bindteksten, en toen eigenlijk vooral in haar nummers moest overtuigen.

Sharon Van Etten - Net zoals in 2014 werd ze begeleid door onder meer Heather Woods Broderick, met wie ze mooie harmonieën opbouwde. Van Etten heeft een meesterlijke stem, die ze laat slepen, die is heel bepalend voor de melodie, ze kan grandeur en tristesse oproepen, en al haalt ze dan niet de hoogste noten zoals een Florence Welch, ze mijdt wel de pathos van die laatste. De keyboards kleurden volledig de klank, dreigend in “Comeback kid” bijvoorbeeld en in combinatie met de drums klonk het toch heel erg rockend, ondanks de afwezigheid van gitaren. Van Etten speelde haar volledige nieuwe album, met hier en daar een oudje zoals “Tarifa”.  Een eind weg in de set omgordde ze toch haar gitaar, en toen ging het even de countryrock toer op. Maar de synths kregen snel weer de bovenhand, zo werd “You Shadow” gedomineerd door de orgelklank. Het hoogtepunt van de set? Een trio bestaande uit een solo gespeelde, aan haar zoontje opgedragen “Black boys on mopeds” van Sinéad O’Connor, de moordsong , absolute meezinger en toekomstige klassieker “Seventeen”, Springsteen meets The National, en het melodieuze “ Everytime the sun comes up”, waarin Van Etten zo heerlijk haar stem liet slepen.  De bis had nog een topper in petto, een werkelijk furieus “Serpents”, dat de innerlijke demonen aan flarden reet.

Sharon Van Etten bewees vanavond dat een sabbatical je kan toelaten om veel sterker terug te komen, haar stem is haar grote troef, en met de nieuwe sterke songs die ze op haar konto heeft staan ziet de toekomst er veelbelovend uit voor de 38-jarige New-Yorkse.

Setlist: Jupiter 4 - Comeback kid - No one’s easy to love - One day - Tarifa - Memorial Day - You shadow - Malibu - Hands - Black boys on mopeds (Sinéad O’Connor-cover) - Seventeen - Everytime the sun comes up - Stay
Bis: I told you everything - Serpents - Love more

Organisatie: Botanique, Brussel

De Berlijners Gernot Bronsert en Sebastian Szary maken al meer dan twintig jaar hun onconventionele beats als Modeselektor. Deze Oost-Duitsers groeiden op in de DDR, net buiten Berlijn, en organiseerden al underground party’s in de jaren negentig nog voor er sprake was van Modeselektor. Ze namen hun tijd om de stiel te leren, en releasten hun eerste EP’s op het Bpitch Control label pas rond 2002. Hun naam haalden ze van een knopje op een Rolandsynthesizer. Ze bouwden gestaag hun live-reputatie op, en werden al vroeg opgepikt door Thom Yorke van Radiohead.
Van in het begin waren de visuals voor dit electronica-duo heel belangrijk, van in de tijd dat ze samenwerkten met het video-collectief Pfadfinderei in hun underground-club Kurvenstar nog voor er sprake was van Modeselektor. Pfadfinderei ontwierp ook hun Monkey-logo voor hun Monkeytown label. Modeselektor mixen techno, break-beats en hiphop en gebruiken graag gastzangers op hun producties.
Modeselektor en Apparat vormden samen Apparat, maar na drie platen en passages in Vorst-Nationaal hield Moderat het voor bekeken en gaat dit duo weer verder als Modeselektor met dit jaar hun nieuwe plaat ‘Who Else’. Modeselektor is net bevestigd voor Pukkelpop, maar woensdag had je de kans ze te zien in de Botanique, een buitenkansje omdat ze meestal in veel grotere zalen spelen.

Modeselektor speelden in de Botanique een uitgebreide set, waarin ze veel nummers van de nieuwe plaat speelden, die net iets toegankelijker klonk dan hun vroegere werk, met bijvoorbeeld het pompende “Who” met de zanglijnen van Tommy Cash, een nummer dat zich kan meten met Major Lazor, of de hiphop-grime met Flohio in “Wealth”, dat het dan weer bij Dizzee Rascal ging gaan zoeken.
Kenmerkend voor Modeselektor zijn de dubbele baslijnen, maar nergens hoor je een simpele 4-kwarts beat, alles is veel grilliger, met beats als aan elkaar geklikte legoblokjes. Sebastian Szary was de volksmenner van dienst, die het publiek opjutte.
De visuals waren weer top, met de vlaggen van de Verenigde Naties in “One United Power”, en verder de zo kenmerkende Modeselektor typografie inclusief de “Monkey” in een Egyptische tempel.
Climax was het tweeluik, “I am your god”, een woeste electro-anthem en “Evil twin” uit ‘Monkeytown’. De melancholie van Moderat kwam enkel terug in een nummer, “Wake me up when it’s over”, met Bronsert  op zang, maar dat was enkel de eerste minuten zo, want daarna ontaarde het nummer in een geontspoorde drillcore waar Aphex Twin patent op had.

Modeselektor speelde al zijn troeven uit, en kreeg de handjes van het publiek met gemak in de lucht. De Orangerie was woensdag getransformeerd naar een groezelige Berlijnse underground-club, en daarvoor moesten we niet eens 800 kilometer noordwaarts rijden.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

zaterdag 08 december 2018 10:20

Iceage - Deense punkers met attitude

Deense rockbands die doorbreken buiten hun land zijn op een hand te tellen, je hebt The Raveonettes, en Iceage, en dat moet het zowat zijn. Deze Deense punks spelen punk op de Australische manier, dus gewoon rauwe rock'nroll zonder de punkconventies in acht te nemen. Op hun uitstekende vierde plaat ‘Beyondless’ hoor je strijkers, trompetten en een saxofoon onder het gitaarlawaai, en ook de achtergrondzang van Sky Ferreira.
We zagen Iceage op een festival in 2015 ten tijde van hun vorige plaat ‘Plowing in the field of love’, en toen maakten ze geen overtuigende indruk, door de ongeïnteresseerde, nihilistische pose van zanger Elias Bender Rønnenfelt. Geen festivalvoer dus, maar in een kleine zaal zoals de Kreun kon dit wel eens werken dachten we.

Iceage had geen toeters en bellen mee, geen blazers, maar dus pure rock ’n roll in zijn meest rauwe vorm. De band speelde vanavond vooral uit ‘Beyondless’ en opende met het eerste nummer van die plaat, “Hurrah” een anti-oorlogsnummer, dat misschien wel cynisch was, maar toch het nihilisme achter zich liet en zowaar het engagement van Rønnenfelt blootlegde. “Painkiller”, was een liefdeslied, al klonk het niet zo door de dreinende, slepende zang van Rønnenfelt en de gitaarnoise van Johan Wieth, die melodie toch liet doorschemeren onder de noise door. Het deed ons een beetje denken aan Oasis ten tijde van “Cigarettes & Alcohol”. Rønnenfelt, in hemdsmouwen verkende alle kanten van het podium. De ritmesectie zocht zijn inspiratie in de jaren zestig, in de garages en de smerige rockabilly kroegen, bijvoorbeeld in het huppelende “Plead the fifth”.
Je hoorde ook een beetje goth en blues (“Thieves like us”), (The Horrors, Grinderman). Iceage eindigde sterk, met “Plowing in the field of love” en “Catch it”, en gaf ons geen bisnummers, in pure punkstijl dus.

Iceage is opgegroeid, en heeft het nihilisme achter zich gelaten: als je als band al tien jaar speelt, dan moet het toch wel de moeite zijn, en dat straalt deze band dus uit.

Setlist: Hurrah – Pain Killer – Under the sun – Plead the fifth – The Lord’s favourite – Thieves like us – Balm of Gilead -Beyondless –Morals -Abundant living-Ectasy-Plowing in the field of love- Catch it

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

David Eugene Edwards is een enigmatische diepgelovige man, die zijn eigen weg zoekt en als Woven Hand zijn bijbelse teksten over hel en verdoemenis muzikaal laat evolueren tussen folk, country, post-rock, gothic en metal. Iedere nieuwe plaat verkent nieuwe klanken, waarbij de huilende stem van Edwards de enige constante blijft.
Edwards laat even zijn band voor wat het is, en werkte dit jaar samen met Alexander Hacke aan een nieuwe plaat ‘Risha’, wat Arabisch is voor ‘Veer’. Hacke ken je van bij Einstürzende Neubauten, waar hij op veertienjarige leeftijd begon. Later speelde hij ook bij Crime & the City Solution, en toen die een reünie hielden in 2012, speelde Edwards ook mee, dus zo leerden die twee elkaar kennen. Het is er dit jaar van gekomen om samen een plaat te maken, en die klinkt zoals je het mag verwachten: een mix van Woven Hand en Einstürzende Neubauten.

In de Orangerie vertaalde dit zich in de volgende opstelling: Hacke bediende een filterbank, terwijl Edwards de akoestische gitaar of mandoline bespeelde, maar dan wel met veel pedalen voor een elektrische en vervormde klank. Beide heren droegen het hele optreden door een zonnebril, en Edwards zijn typische bandana ontbrak natuurlijk ook niet. Zoals gewoonlijk kregen we geen bindteksten van Edwards, of het zouden de Navajo chants moeten zijn tussen de nummers. Hij liet enkel de muziek spreken. En wat voor muziek: de filterbank van Hacke verving een volledige band, en verspreidde een ruime spectrum van klanken, gaande van industriële elektronica, over Oosterse muziek (“Lily”) naar meer ambient sfeerschepping (in de toepasselijke afsluiter “Breathtaker”), maar altijd heel erg rock ’n roll. Voeg daar bij de oudbijbelse teksten over schuld en boete van Edwards, en je kreeg tonnen sfeer.
Er was een nummer waar het wel erg hard ging, toen Edwards een elektrische gitaar omgorde en Hacke de duivels op zijn filterbank ontbond om uit te komen links van Lou Reed’s ‘Metal Machine music’ en rechts van new wave en industrial uit de eerste helft van de vroege jaren tachtig.
Maar daarna werd het terug vintage Woven Hand met Edwards op een versterkte mandoline. Er zaten twee 16 Horsepower nummers in de set, maar voor de rest kwamen alle nummer uit ‘Risha’.

Edwards blijft relevant, en vindt steeds nieuwe invalshoeken, dit keer new wave en industrial, die hij mengt met folkmuziek die honderdvijftig jaar oud klinkt.

Setlist: Triptych- Teach Us to Pray - Kiowa 5 - Parish Chief-The Tell - Hutterite Mile-(16 Horsepower cover) - Lily - Helios - All in the Palm - Akhal
Bis: Straw foot (16 Horsepower cover) - Breathtaker

Organisatie: Botanique, Brussel

Het gaat hard voor Greta Van Fleet. Deze band of brothers, drie jonge broertjes en een vriend op drums, allen uit een onooglijk dorpje in Michigan, verkochten de AB uit nog voor hun debuut uit was, en staan in februari volgend jaar in de Lotto Arena. Begin dit jaar stonden ze nog in de AB-club, nu dus in de grote zaal van de AB. De reden waarom deze jonkies zalen vullen: ze spelen klassieke hard-rock, en zowel oud als jong wil deze band zien. Nochtans zijn de kritieken op hun debuut ‘Anthem of the peaceful arm’  alles behalve positief: Humo gaf anderhalve ster op vijf, en Pitchfork zelfs anderhalf op tien, terwijl meer traditionele rockzines ook maar drie sterren op vijf uitdeelden. De reden: de vergelijking met Led Zeppelin valt slecht uit voor Greta Van Fleet, hun hard-rock gaat heel erg leentjebuur gaan spelen bij deze rockgiganten, en de vergelijking draait natuurlijk niet positief uit: een aantal critici beschuldigen ze dan ook van een gimmick te zijn. De hard-rock uit de jaren zeventig vertrok van de blues, terwijl deze band vertrekt van de classic hard-rock, en dat is een wereld van verschil. De fans van Greta Van Fleet kunnen die kritiek moeilijk verteren, op Youtube zijn dan ook videos te vinden die die critici van antwoord dienen.

De band trekt zich weinig aan van deze kritiek, en het onthaal door de Belgische fans was onvoorwaardelijk en triomfantelijk. De band betrad het podium van de AB en gooide meteen rozen in het publiek, op de tonen van een oude soulkraker. De broertjes Kiszka hadden er duidelijk zin in en strooiden de hard-rock clichés met volle overtuiging de zaal in voor een set van vijf kwartier. Zanger Josh Kiszka omarmde die hard-rock clichés schaamteloos, indianenveren in de krullenbol, bloot bovenlijf en gilet, hij had duidelijk de kleerkast van Robert Plant geplunderd.
De meest overtuigende Led Zeppelin-imitatie kon je echter bij de drummer vinden: die benaderde echt het massieve geluid van John Bonham. De zang van Josh Kiszka haalde niet het niveau van Robert Plant, AC/DC was een betere benchmark, want de super hoge noten bleven bij dit jonkie achterwege. De frontman vroeg ons al van bij het eerste nummer, “Are you ready to groove?”, en dit was niet gelogen: we waren vertrokken voor een uitstekende classic rock show met een sterrol voor de gitarist Jake Kiszka: die toverde gitaarsolo’s uit zijn mouwen alsof het niets was en speelde gewoonweg verbijsterend goed: Pearl Jam heeft er een serieuze concurrent bij, hoe Jake solo’s speelde met de gitaar in zijn nek hebben we er nog maar weinigen zien doen. De hard-rock-sound van de band was dus uitstekend, met af en toe ook een beetje southern rock invloeden toen de bassist op de Hammond begon te spelen.
Punt van kritiek was wel het gebrek aan pakkende songs die bleven hangen: wat betreft het pure songschrijven staan ze nog niet aan de knieën van bands als Wolfmother of zelfs The Datsuns, bands die een rechtvaardiger referentiepunt zijn dan Led Zep of AC/DC. Maar goed, dat komt misschien nog.

In ieder geval zagen we hier de geboorte van een nieuwe stadionband, een toekomstige headliner van Werchter of Pukkelpop. Zelf zouden we ook nooit vijf sterren geven aan de platen van Muse of Artic Monkeys, dat gebrek aan erkenning door de critici belet deze bands niet om een massapubliek een fantastische festivalervaring te geven.
Greta Van Fleet was groots, de goede nummers komen wel, geef ze wat tijd om de lat hoger te leggen.

Setlist
Brave New World-Highway tune-Edge of darkness-Flower power-You're the one-Evil-Lay down (candles in the rain)-Watching over - When the curtain falls
Bis: Black smoke rising -Safari song

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/170

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 1 van 12