zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

zondag 16 februari 2020 15:45

OMD - 40 jaar OMD

OMD kwam vrijdag naar de uitverkochte AB met de ‘Souvenir’ tour- 40 years OMD. Eigenlijk zijn ze al 42 jaar bezig, maar hun eerste elpee kwam uit in 1980, dus 40 jaar Orchestral Manoeuvres in the Dark is eigenlijk wel accuraat. Andy McCluskey is zestig, een jaar ouder dan bandmaat Paul Humphreys, maar ziet er een stuk jonger uit.
De laatste 10 jaar krijgt de band volop erkenning voor de pioniersrol die ze in de eerste helft van de jaren tachtig speelden in het ontwikkelen van de electro-pop en zijn ze op hun nieuwe platen terug die electro-richting uitgegaan, zij het met een moderne twist. Zo hebben ze hun geloofwaardigheid teruggevonden, die ze in de tweede helft van de jaren tachtig wat kwijt gespeeld hadden toen ze er voor kozen de commerciële synth-pop toer op te gaan, zodat hun hitjes toen wel heel erg in Stock, Aitken & Waterman vaarwater terecht kwamen.

De band had een mooie lichtshow meegebracht, een reeks lichtpanelen van wisselende hoogte die het electronisch karakter van de band benadrukte. OMD begon heel sterk, oudjes zoals “Stanlow” en “Messages”, afgewisseld met een recenter nummer als “Isotype”, en toonde zo aan dat ze een enorm belang hadden in de ontwikkeling van de elektronische muziek: je kon zo de lijn trekken van hun voorgangers Kraftwerk, over Depeche Mode, de elektronische vervreemding van de samples bij Radiohead die hier ook aanwezig was tot en met de dansmuziek van nu. McCluskey klonk op zijn zestigste nog altijd glashelder.
Na dit eerste kwartier, ging het een beetje meer de synthpop kant op in “Tesla girls” met gesamplede geluiden en de typische drumcomputersound van de tweede helft van de jaren tachtig. Mister Humphries bleek “Are you being served” gewijs vrij te zijn om de zang op zich te nemen in “Forever live and die”, en had toch wel wat roest op de stembanden. Hij mocht nog een tweede maal terugkomen om te zingen, maar liet de rest toch wijselijk over aan McCluskey. Die had veel zin om te dansen, en kreeg de volle AB moeiteloos mee in zijn enthousiasme. Dat enthousiasme ging nog de hoogte in toen OMD voorstelde om een aantal nummers uit ‘Architecture and Morality’ te spelen: “Souvenir”, “Joan of Arc” en “Maid of Orleans” konden op veel goedkeuring rekenen. De sprekende klok is iets uit vervlogen tijden, maar in “Time zones” werd ze nog eens uit de kast gehaald.
Het tweede deel van de set schipperde tussen cheesy pop inclusief saxsolo’s (“Locomotion”, “Sailing on the seven seas”, “Dreaming”) en meer geloofwaardige stukken die niet zouden misstaan bij New Order of Depeche Mode en werd natuurlijk afgesloten met “Enola Gay” waarin de outro bleef nazinderen.
OMD nam ruim de tijd voor de bis, smeet er nog een extra nummer in met “Secret” en stuurde iedereen voldaan naar huis met, hoe kon het ook anders, “Electricity”.

Na veertig jaar blijven deze Engelse oude knakkers nog steeds relevant, op 22 mei staan ze op het W-Festival in Waregem en kan je je er nog eens van vergewissen dat dit geen nostalgie-act is.

Setlist: Souvenir Tour Intro - Stanlow - Isotype - Messages - Tesla Girls - History of modern (Part 1) - (Forever) live and die - Souvenir - Joan of Arc - Joan of Arc (Maid of Orleans) - Time zones - Statues -Almost - Don't go - So in love - Dreaming - The punishment of luxury - Locomotion - Sailing on the seven seas - Enola Gay
Bis: If You Leave - Secret-Pandora's box - Electricity

Organisatie: Live Nation

Strand of Oaks trapte zijn Europese tournee af in Diksmuide of all places. Timothy Showalter werd hier vroeg in zijn carrière goed ontvangen en was dit niet vergeten, een select publiek kreeg dan ook de kans om de man met zijn band in een intieme omgeving aan het werk te zien voor deze try-out die hem deze week ook naar de AB bracht. Showalter’s laatste plaat ‘Eraserland’, is nogal zwaar op de hand en klinkt door de mix van keyboards en gitaar best wel donker. Hoewel hij die plaat op nam met leden van My Morning Jacket, is Strand of Oaks eigenlijk een eenmansband.
Voor het Europese deel van tour doet Showalter een beroep op de Nederlands blues- en hardrock-band RUV, vandaar ook deze try-out om goed ingespeeld te raken. Die band deed dit ook al eens in 2018, waarbij ze onder meer op het Cactusfestival stonden.

Wie hardrock zegt, zegt gitaren, de depressieve synths van ‘Eraserland’ waren dus volledig afwezig. In de plaats kregen we een gloedvolle countryrock-klank volledig in de geest van Neil Young, met pedalsteel gitaren, en af en toe stevige hardrock gitaarsolo’s. Showalter bracht een ‘best of’ uit zijn laatste drie platen, was goed bij stem, en de band weefde een gloedvol dekentje om zijn donkere teksten die daardoor toch weer iets hoopvol kregen.
De opbouw van de set stak goed in elkaar, met de deur in huis vallen met “Radio kids”,oudere en nieuwe nummers afwisselen, met in het midden een solomoment voor Showalter, waarin hij bewees dat ook enkel met een electrische gitaar hij het publiek in zijn greep kan houden. Hij bracht een nieuw nummer dat het onder meer had over het laatste concert van Jimi Hendrix in Duitsland in 1970. Bij een ander artiest zou het ten toon spreiden van rauwe emotie als ongemakkelijk overkomen, maar de eerlijkheid van Showalter wordt nooit pijnlijk, ook al maakt hij nogal gechargeerde statements zoals dat het publiek zijn leven gered heeft. “Shut in” kreeg in de solo-bewerking een trager tempo, maar bleef staan als een huis, ook zonder piano of uitgebreide gitaarsolo’s.
Hierna kwam de band terug met ”Forever chords” ,een uitgerekte slowburner die op het einde losbarst die Neil Young tot zijn handelsmerk gemaakt heeft: de piano van de plaatversie werd hier ingeruild voor de slepende steelpedal, en zangeres Ella O’Connor Williams van voorprogramma Squirrel Flower tilde het nummer naar een hoger plan met haar samenzang met Showalter.

Met “Weird ways” sloeg de vonk over op het publiek, dat enthousiast meeklapte. We hadden al gezegd dat de set heel slim in elkaar zat, van hier af ging het zonder inzakker naar de finale in de bis, via “Goshen 97” dat nu een nieuwe gitaarsolo kreeg.
Die bis kon natuurlijk niets anders zijn dan Showalter’s eigen “Cortez the killer”, namelijk “JM” het magnus opus over Jason Molina, dat iedere live-uitvoering anders is maar steeds verpletterend binnenkomt.

Setlist: Radio Kids-Same emotions-Final fires-Keys-Ruby-Eraserland- Nieuw nummer-Shut in-Forever chords-Weird ways-Goshen '97-Rest of it-
Bis:JM

Organisatie: 4ad, Diksmuide

zaterdag 02 november 2019 10:39

The Delines - De nachttrein van The Delines

Oude tradities verdwijnen aan snel tempo in België, en ter vervanging ontstaan nieuwe tradities die van ergens overgeplant worden en een eigen draai krijgen. Zo is 31 oktober pas heel recent, onder de invloed van de commercie, Halloween geworden en ook het Mexicaanse Dia de los Muertes krijgt bij ons een commerciële invulling in allerhande activiteiten tijdens het Allerheiligenweekend. Dit jaar zag ik voor de eerste keer, verklede kinderen van deur tot deur gaan voor het  oer-Amerikaanse trick or treat.
Zelf heb ik het niet zo op geïmporteerde tradities, en daarom trok ik op Halloween naar de AB-club voor het origineel, voor een avondje puur en onversneden Americana recht uit de USA. The Delines kwamen hier immers hun tweede plaat, ‘The Imperial’ voorstellen, een must voor de liefhebbers van country, Americana en het Amerikaanse levenslied.

The Delines zijn een band uit Portland, Oregon, en kun je de reïncarnatie van Richmond Fontaine noemen, een countryrock-band die bestond tussen 1996 en 2016, die voor mij altijd onder de radar is gebleven, maar die raakpunten had met Wilco, Willard Grant Conspiracy en Green on Red. De kern van The Delines zat bij Richmond Fontaine, naast songschrijver Willy Vlautin, speelden ook bassist Freddy Trujillo en drummer Sean Oldham bij die eerste band. Oude wijn in nieuwe zakken dus? Niet echt, want de sound van The Delines wordt volledig bepaald door zangeres Amy Boone, en het tempo werd ook een stuk verlaagd, zodat je kan stellen dat de rock uit de countryrock verdwenen is en het dus hedendaagse, wat ze in de USA met een lelijk woord, alternatieve country noemen.
In 2014 namen The Delines hun debuut ‘Colfax’ op, maar het was dus wachten tot dit jaar voor de tweede, ‘The Imperial’. Zangeres Amy Boone had namelijk in 2016 een ernstig auto-ongeluk, zodat het tot dit jaar duurde eer de band terug volledig operationeel werd. Het was het wachten waard, want ‘The Imperial’ is een heel sterke plaat, wat The Delines vanavond ook op het podium van de AB bewezen.
De sterkte van deze band zijn de zeer rake, filmische teksten: songschrijver Willy Vlautin is naast muzikant ook een verdienstelijke romanschrijver, hij heeft al vijf boeken op zijn conto,  waarin hij de levens schetst van de gewone man in het Amerikaanse Midwesten die het moeilijk heeft de Amerikaanse droom waar te malen. Een aantal van die boeken zijn trouwens in het Nederlands vertaald en uit bij Meulenhoff.  Dit trekt hij door bij The Delines, hij slaagt erin met een halve zin het leven te schetsen van de personages uit zijn songs.
Zangeres Amy Boone brengt die verhalen met veel emotie, zodat je de personages echt tot leven hoort komen. Nummers als “Eddie and Polly” en “Holly the hustle” waren prachtige, bitterzoete verhalen die echt sterk binnenkwamen bij het publiek in de AB. De band vulde die verhalen aan met rustige, verstilde country, met mooie accenten van toetsen en trompet, die een nachtelijke sfeer opriepen. De vroege Tom Waits was niet ver weg, en als recentere referentiepunten kwam je uit bij Carla Torgerson van The Walkabouts , Courtney Marie Andrews en Joan as Police Woman.
The Delines zingen niet alleen over de gewone man, ook het Amerikaanse Midwesten wordt in al zijn tristesse bezongen: kleine steden in de middle of nowhere waar nooit iets gebeurt, met motels zoals ‘The Imperial’ die permanent bewoond worden door huurders die zich geen huis of stacaravan kunnen veroorloven. We moesten heel erg denken aan de Canvasserie ‘On the road zonder Jack’ van Luc Vrydaghs. Er zijn weinig bands die met klank en verhalen kleine, muzikale kortfilms creëren, maar The Delines spelen het klaar, en daarom zitten ze alvast in mijn eindejaarslijstje.

Setlist: Eight floors up - The Imperial-Lately   I've been going down - Waiting on the blue - That old haunted place - Holly the Hustle - Colfax Avenue - Hold me slow – Instrumental - Where are you Sonny? - A room on the tenth floor - Eddie & Polly - I always meant to come back - Cheer up Charley /Stateline - Let's be us again - Wait for me - When Marlene was Marlene - He don't burn for me

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Thurston Moore woont tegenwoordig in Engeland, en is de man die na de split van Sonic Youth, de klank van Sonic Youth het meest getrouw blijft. Dat doet hij nu al een aantal jaren met een vaste band, met naast Sonic Youth-drummer Steve Shelley, Deb Googe op bas (My Bloody Valentine) en James Sedwards op gitaar. Die band is nu uitgebreid met Jon Leidecker op keyboards, die als electronica artiest opereert als Wobbly. De Thurston Moore Group heeft  momenteel een nieuwe plaat opgenomen in Brussel, en nu speelden ze twee dagen na mekaar in Les Ateliers Claus, dat ze als hun tweede thuis beschouwen.

We kunnen verkeerd zijn, maar we hoorden enkel nieuw werk vanavond. Hoe die klonken? Veel minder lyrisch en melodieus dan wat we op ‘Rock ’n roll consciousness’ en ‘The best day’ voorgeschoteld kregen. Alle nummers waren instrumentaal, en er komt geen zang op de nummers , kunnen we zeggen …
Het openingsnummer was dromerig, maar spaars, aangeslagen akkoorden zonder melodie die herhaald werden. De afwisseling kwam van Steve Shelley die zijn drums met paukenstokken bespeelde, dit was wat  zen-rock, de culminatie van jaren ervaring. Vanaf het tweede nummer ging het tempo omhoog en zaten we in meer vertrouwde Sonic Youth wateren, waarbij  toch opviel hoe Sedwards en Moore gelijkaardige akkoorden aanhielden, gitaarmantra’s, en er dus van gitaarsolo’s of melodielijnen geen sprake was. Ik hoorde veel raakpunten met Mogwai, fellere en rustigere passages wisselden elkaar af, alsof je van een dennenbos in het open veld kwam of omgekeerd. Voor die overgangen telde Thurston Moore dikwijls af. Beide gitaristen bewerkten hun snaren met een staafje en duwden hun gitaren tegen de versterkers aan.
Op zijn zestigste blijft Thurston Moore dus doen wat hij zijn hele artistieke leven al gedaan heeft, en durft hij ook terugblikken: in twee nummers eerde hij zijn inspiratiebronnen uit de avant-garde, Alice Coltrane en Glenn Branca. Branca overleed vorig jaar en lag direct aan de basis van het geluid dat Sonic Youth, Swans en zovele anderen naar een groter publiek brachten.

Op basis van wat we vandaag hoorden, is de nieuwe plaat van de Thurston Moore Group er opnieuw eentje voor de eindejaarslijstjes.

Organisatie: les Ateliers Claus

Wand, Wooden Shjips, Kikagaku Moyo - Psychedelica op drie verschillende wijzen
Kikagaku Moyo
Botanique (Orangerie)
Brussel
2019-05-27
Nick Nyffels

De Botanique had een avondvullend programma rond psychedelische rock in elkaar gestoken, en hoewel de geprogrammeerde bands niet super bekend zijn, was de Orangerie toch uitverkocht voor een bijzonder boeiend trio van bands die elk een totaal andere invulling aan psychedelica gaven.

Wand, de Californische band van Cory Hanson, mocht vanavond aftrappen en speelde een korte set die voornamelijk uit hun laatste album ‘Laughing matter’ plukte. Wand komt uit de psychedelische garage-scene rond Ty Segall en Mikal Cronin, zo speelde hij nog samen met Cronin in Meatbodies en zat hij ook bij de The Muggers, de begeleidingsband van Segall die hier ook in de Orangerie stond ten tijde van het album ‘Emotional mugger’. Wand heeft echter een heel andere interpretatie ontwikkeld van psychedelische rock over de laatste platen: dit is zonnige, Californische psychedelica, met een zachte, lieflijke stem gezongen die ergens in de driehoek zit tussen The Paisley Underground, de V.U. en de Engelse gitaarpop van begin jaren negentig (Ride). Qua gevoel en ambitie doet ‘Laughing matter ‘ heel erg denken aan het neo-psychedelische meesterstuk van The Boo Radleys, ‘Giant Steps’. Een Britse manier van zingen dus, die gecountered werd door heel prikkelende gitaarsolo’s, waarbij Hanson ook zijn gitaar met een strijkstok bespeelde. De zang stuurde hij soms door een vervormer, zodat je een ijle LSD-kleur kreeg.
Hoogtepunt van de korte set was “Aeroplane”, gezongen door de keyboardspeelster, een lang stuk dat minimaal begon en ontspoorde, Yo La Tengo gewijs met verschroeiende gitaarsolo’s, zuurzoete psychedelica die je goesting gaf in meer.

Na een korte pauze was het tijd voor de tweede band van de avond. Wooden Shjips kwam zijn vijfde plaat voorstellen, het vorig jaar verschenen ‘V’. Het recept is nog altijd hetzelfde van deze band uit San Francisco: echte autosnelwegmuziek die je doet wegdromen terwijl de kilometers afgemaald worden. De band, een grijzend en baardig viertal middle aged hippies had projecties meegebracht en liet de nummers naadloos in elkaar overvloeien, met orgelklanken en de hypnotische, mid-tempo beat van de drummer als basis. De voor de hand liggende link van hun in de jaren zestig geënte geluid op een bedje van fuzz-gitaar kon je maken met een The Jesus & Mary Chain. Opnieuw was de set kort, een kleine vijfenveertig minuten, die zo  voorbij was door het hypnotische karakter van deze spacerock.

De afsluiter van de avond was het mij volledig onbekende Kikagayo Moyo, een Japans vijftal uit Tokio. De bandnaam zou iets moeten betekenen als geometrische patronen. Ze hebben al vier albums uit, waarvan het laatste ‘Masana temples’ is. Kikagayo wierp je volledig terug naar de vroege jaren zeventig, en bracht een mix van psychedelische rock en krautrock,(een nummer als “Fluffy” kosmisch is zowel een weggever als ‘mission statement’), uit een tijdperk waarin de hardrock en metal nog moesten uitgevonden worden. De band had zelfs een sitar speler, die echter wat in het groepsgeluid verzoop, maar onvermijdelijk naar The Beatles verwees.
Het was dus schaamteloos retro, zonder daarom een goedkope imitatie te zijn. Net als veel andere Japanse bands die in Europa opgemerkt worden, zit er een vreemde eigenheid in de muziek, al was het maar door de Japanse zangteksten die je in het ongewisse lieten.
Naast de lange, uitgesponnen, laid-back krautrock nummers, speelde de band ook dromerige popsongs, kwamen ze bij wijlen heel funky uit de hoek door de wah-wah gitaartjes en had ook het ook iets heel modern zoals de overgangen die bij Tortoise gejat waren. Je kan deze Japanners nog gaan ontdekken deze zomer op Pukkelpop, ga ze zeker eens gaan bekijken.

Setlist Wand: Hare / Wonder/Xoxo/Rio Grande/Scarecrow/Airplane/Melted Rope
Setlist Kikagaku Moyo: Dripping Sun/Streets of Calcutta(Ananda Shankar cover)/Cardigan Song/Blanket Song/Gatherings/Nazo Nazo/Fluffy Kosmisch/Old Snow, White Sun

Organisatie: Botanique, Brussel

Sascha Ring gaat terug alleen verder nu Moderat er op hun hoogtepunt mee opgehouden zijn. Een aantal maanden terug zagen we al Modeselektor in de Botanique, nu was het de beurt aan Apparat om zijn nieuwe plaat ‘LP5’ voor te stellen in een uitverkochte AB. Die plaat bouwt op de tere zang van Sascha Ring en minimale beats en schurkt dicht aan tegen Bon Iver en de experimentele kant van Radiohead.

Apparat - Ring begon lang geleden als DJ in de Berlijnse clubscene, maar werd langzamerhand producer en muzikant, en heeft zich nu blijkbaar ook na keyboards op gitaar toegelegd, al was zijn spel vrij minimalistisch, gitaarsolo’s moest je nu ook niet verwachten. Ook zijn band was vrij onconventioneel voor een elektronica-artiest: drums, cello en viool, en een blazer naast de verwachte keyboards. Het was alsof Ring de volgende quote uit “Loosing my edge” van LCD Soundsystem te harte genomen had: ”I hear that you and your band have sold your turntables and bought guitars”.
Deze neo-klassiek rockbezetting werkte uitstekend in het eerste halfuur van het concert: we vertrokken met repetitieve cello-klanken in “Intro” dat naadloos overliep in “Dawan” en “Ash/Black veil”, voer voor fans van Einaudi en Michael Nyman, mantras die aanzwollen met de breekbare stem van Sascha Ring als melancholiek orgelpunt. Toen die strijkers wegvielen, werd het concert echter een stuk minder interessant, ook door het ontbreken van visuals, maar vooral omdat het techno-minimalisme doorbroken werd door de rockbezetting met gitaren, die de nummers toch een pak minder interessant maakten. Een dansfeestje werd het daardoor nooit, en zo viel het tweede deel van het concert tussen twee stoelen, de magie ging wat verloren, enkel “Circles” kon nog op enthousiasme van het publiek rekenen.

Ons verdict? Modeselektor was een stuk spannender twee maand geleden, ook al zijn die hun dwarse beats niet altijd even toegankelijk.

Setlist: Intro/Dawan/Ash / Black Veil/Outlier/Laminar flow/Caronte/Circles/Brandenburg/Means of Entry/You don’t know me/Heroist/Eq_break /In gravitas /Voi_do /  Black water

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

woensdag 17 april 2019 15:10

Joe Jackson in topvorm

Hij is tegenwoordig de enige niet-problematische Jackson, (sorry Tito) en is op zijn vierenzestigste al even bleek als Wacko Jacko. Joe Jackson woont tegenwoordig in Berlijn, en bracht dit voorjaar zijn twintigste, uitstekende album ‘Fool’ uit, waarop hij in topvorm is. We horen klassieke Joe Jackson nummers, maar we horen ook parallellen met REM ‘Dave’, The Blue Nile ‘Strange Land’ en Prefab Sprout. De man is al veertig jaar bezig, we hadden hem nog nooit gezien, dus het was wel tijd om hem eens aan het werk te zien in de AB. De setting was klassiek, met gedrapeerde gordijnen en een smaakvolle belichting.

Joe Jackson legde vanavond de nadruk op een viertal platen uit zijn oeuvre, met de nadruk natuurlijk op de nieuwe plaat. Hij begon en eindigde dan ook met het afsluitende nummer uit ‘Fool’, namelijk Alchemy. Daartussen zat een royaal overzicht uit man’s carrière, met een grote afwisseling in stijlen, zo kregen we een aantal punky, new-wave-achtige nummers zoals de oudjes “One more time”, “Sunday papers” maar ook het nieuwe “Fabulously absolute”, met “Got the time” als headbangende uitschieter, popparels zoals “Is she really going out with him” dat door iedereen meegezongen werd, ballades in de geest van The Blue Nile zoals “Strange Land” en “Drowning” en meer latin geïnspireerde nummers zoals “Another world” en “Ode to joy”.
Bij momenten was de begeleidingsband, redelijk fout, het slechtste van de eighties, vooral als ze de latin-invloeden mengden met splijtende gitaarsolo’s, je haalde zo paardenstaarten, zweetbandjes en zonnebrillen voor de geest. Maar dit nemen we de man niet kwalijk, als je latin in je muziek steekt is dit bijna onvermijdelijk. We kregen ook twee covers, “Rain” van The Beatles werd van al zijn psychedelica ontdaan en werd zo een vrij ordinair nummer, en ook “Kind of the World” van Steely Dan werd op meer geslaagde wijze gecovered. De stem van Jackson moest vanavond even opwarmen, maar was snel op niveau.

De bis had nog een grote verrassing in petto: “Steppin’ out” werd met de originele drumcomputer ingezet, en benaderde zo de plaatversie, iets wat Joe Jackson in zijn veertigjarige podiumcarrière nog nooit gedaan had. Het bewees nog maar eens hoe ver deze proto-elektronica zijn tijd vooruit was. Daarna mochten we Ramones-gewijs headbangen op “Got the time” en voor ons was dit de perfecte afsluiter, “Alchemy” dat er op volgde had gerust op stal mogen blijven.
Wel spijtig dat de beste nummers van de nieuwe plaat “ Big Black cloud” en “Dave” vanavond niet aan bod kwamen.

Je kan Jackson deze zomer nog op het Cactusfestival zien, ik zou gaan kijken.

Setlist: Alchemy -One more time-Is she really going out with him-Another world-Fabulously absolute-Strange land-Real men-Stranger than fiction-Drowning-Rain(The Beatles cover)-Invisible man-Fool-Sunday papers-King of the world(Steely Dan cover)-You can't get what you want (Till you know what you want)-Ode to joy-I'm the man
Bis: Steppin' out-Got the time-Alchemy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Na een pauze van zestien jaar is Dead Man Ray terug. De band van Rudy Trouvé en Daan Stuyven is uitgebreid tot een zestal met naast vaste mannen Elko Blijweert, Karel de Backer en Wouter Van Belle, ook nieuwkomer Steven Holsbeeks. Eind vorig jaar was er de EP ‘Een’, de nieuwe plaat ‘Over’ was nog niet uit op het moment dat Dead Man Ray zijn try-out kwam doen in een uitverkochte 4AD.

De  band was goed geluimd, met Rudy Trouvé in een komische glansrol. Omdat Dead Man Ray geen retro-act wil zijn, kregen we eerst een paar oude nummers, waarna de volledige nieuwe plaat gespeeld werd. De herkenbaarheid zat dus vooraan, met opener “Chemical” met zijn dEUS-gekte en jazzy outro, het bijzonder sfeervolle “Brenner”, daarna een komisch intermezzo over Kind en Gezin (Daan is vader geworden): het zinnetje  “jouw papa en mama zijn niet je echte ouders” werd door de sampler gehaald. In “Landslide” duikelde Daan gezwind de toonladders af. We waren haast vergeten hoe slim de collages van Dead Man Ray in mekaar zaten, poppareltjes met riffs en onverwachte wendingen.
Na dit trio, was het tijd voor de nieuwe plaat, en die klonk zeer goed moeten we zeggen. Songtitels moeten we u schuldig blijven, volgens Daan waren de meeste nummers raar, het vertrouwde Dead Man Ray recept  werkt ook in de nieuwe nummers zeer goed: collages met keyboards, een of meerdere gitaren die invallen, met een knipoog naar Pinback en Grandaddy. Het opvallendste nummer was in het Frans gezongen, een soort van Gainsbourg-parlando die in een Kraftwerk-compositie morfte. Bissen deden ze met de nieuwe single “Out” en “Copy of ‘78”.

De band nam ruim de tijd voor de nieuwe plaat, en behalve aan de losheid van de band gaf dit optreden nergens de indruk dat dit een try-out was. De band is klaar voor de concertreeks die het nieuwe album (nog) naar de AB en de zomerfestivals brengt.

Setlist: Chemical -Brenner - Landslide - Monochrome -Half inch ice-The waving sound-Clear history -Middle aged man -Take & give -The Ladder- Sunny side down -Home -The Flock -Blisters-How to fall
Bis: Out-Millionaire- Copy of ‘78

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Even de pauzeknop induwen, velen denken er aan, maar er zijn er maar weinig die het doen. Sharon Van Etten deed het: na ‘Are we there’ uit 2014 en de bijbehorende tour die haar naar Les Nuits bracht, gaf ze het artiestenbestaan voor even op: ze ging psychologie studeren, begon te acteren (onder meer in ‘Twin Peaks The Return’) en beviel van een zoontje. Maar de muzikale drang kwam toch weer naar boven, met als resultaat de nieuwe plaat ‘Remind me tomorrow’, die net als de vorige plaat ‘Are we there’ vooral op keyboards steunt en veel minder op gitaren zoals haar doorbraakplaat ‘Tramp’. Van Etten staat tegenwoordig heel zelfzeker op het podium, de leren broek en de podiumprésence gaven het weg, hier was een frontvrouw in de traditie van Joan Jett (die pikzwarte haren) en PJ Harvey opgestaan die met de ervaring van de jaren het podium inpalmde, waar ze bij de vorige passage in de Salon van de Botanique, toch nog timide overkwam in haar bindteksten, en toen eigenlijk vooral in haar nummers moest overtuigen.

Sharon Van Etten - Net zoals in 2014 werd ze begeleid door onder meer Heather Woods Broderick, met wie ze mooie harmonieën opbouwde. Van Etten heeft een meesterlijke stem, die ze laat slepen, die is heel bepalend voor de melodie, ze kan grandeur en tristesse oproepen, en al haalt ze dan niet de hoogste noten zoals een Florence Welch, ze mijdt wel de pathos van die laatste. De keyboards kleurden volledig de klank, dreigend in “Comeback kid” bijvoorbeeld en in combinatie met de drums klonk het toch heel erg rockend, ondanks de afwezigheid van gitaren. Van Etten speelde haar volledige nieuwe album, met hier en daar een oudje zoals “Tarifa”.  Een eind weg in de set omgordde ze toch haar gitaar, en toen ging het even de countryrock toer op. Maar de synths kregen snel weer de bovenhand, zo werd “You Shadow” gedomineerd door de orgelklank. Het hoogtepunt van de set? Een trio bestaande uit een solo gespeelde, aan haar zoontje opgedragen “Black boys on mopeds” van Sinéad O’Connor, de moordsong , absolute meezinger en toekomstige klassieker “Seventeen”, Springsteen meets The National, en het melodieuze “ Everytime the sun comes up”, waarin Van Etten zo heerlijk haar stem liet slepen.  De bis had nog een topper in petto, een werkelijk furieus “Serpents”, dat de innerlijke demonen aan flarden reet.

Sharon Van Etten bewees vanavond dat een sabbatical je kan toelaten om veel sterker terug te komen, haar stem is haar grote troef, en met de nieuwe sterke songs die ze op haar konto heeft staan ziet de toekomst er veelbelovend uit voor de 38-jarige New-Yorkse.

Setlist: Jupiter 4 - Comeback kid - No one’s easy to love - One day - Tarifa - Memorial Day - You shadow - Malibu - Hands - Black boys on mopeds (Sinéad O’Connor-cover) - Seventeen - Everytime the sun comes up - Stay
Bis: I told you everything - Serpents - Love more

Organisatie: Botanique, Brussel

De Berlijners Gernot Bronsert en Sebastian Szary maken al meer dan twintig jaar hun onconventionele beats als Modeselektor. Deze Oost-Duitsers groeiden op in de DDR, net buiten Berlijn, en organiseerden al underground party’s in de jaren negentig nog voor er sprake was van Modeselektor. Ze namen hun tijd om de stiel te leren, en releasten hun eerste EP’s op het Bpitch Control label pas rond 2002. Hun naam haalden ze van een knopje op een Rolandsynthesizer. Ze bouwden gestaag hun live-reputatie op, en werden al vroeg opgepikt door Thom Yorke van Radiohead.
Van in het begin waren de visuals voor dit electronica-duo heel belangrijk, van in de tijd dat ze samenwerkten met het video-collectief Pfadfinderei in hun underground-club Kurvenstar nog voor er sprake was van Modeselektor. Pfadfinderei ontwierp ook hun Monkey-logo voor hun Monkeytown label. Modeselektor mixen techno, break-beats en hiphop en gebruiken graag gastzangers op hun producties.
Modeselektor en Apparat vormden samen Apparat, maar na drie platen en passages in Vorst-Nationaal hield Moderat het voor bekeken en gaat dit duo weer verder als Modeselektor met dit jaar hun nieuwe plaat ‘Who Else’. Modeselektor is net bevestigd voor Pukkelpop, maar woensdag had je de kans ze te zien in de Botanique, een buitenkansje omdat ze meestal in veel grotere zalen spelen.

Modeselektor speelden in de Botanique een uitgebreide set, waarin ze veel nummers van de nieuwe plaat speelden, die net iets toegankelijker klonk dan hun vroegere werk, met bijvoorbeeld het pompende “Who” met de zanglijnen van Tommy Cash, een nummer dat zich kan meten met Major Lazor, of de hiphop-grime met Flohio in “Wealth”, dat het dan weer bij Dizzee Rascal ging gaan zoeken.
Kenmerkend voor Modeselektor zijn de dubbele baslijnen, maar nergens hoor je een simpele 4-kwarts beat, alles is veel grilliger, met beats als aan elkaar geklikte legoblokjes. Sebastian Szary was de volksmenner van dienst, die het publiek opjutte.
De visuals waren weer top, met de vlaggen van de Verenigde Naties in “One United Power”, en verder de zo kenmerkende Modeselektor typografie inclusief de “Monkey” in een Egyptische tempel.
Climax was het tweeluik, “I am your god”, een woeste electro-anthem en “Evil twin” uit ‘Monkeytown’. De melancholie van Moderat kwam enkel terug in een nummer, “Wake me up when it’s over”, met Bronsert  op zang, maar dat was enkel de eerste minuten zo, want daarna ontaarde het nummer in een geontspoorde drillcore waar Aphex Twin patent op had.

Modeselektor speelde al zijn troeven uit, en kreeg de handjes van het publiek met gemak in de lucht. De Orangerie was woensdag getransformeerd naar een groezelige Berlijnse underground-club, en daarvoor moesten we niet eens 800 kilometer noordwaarts rijden.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pagina 1 van 12
FaLang translation system by Faboba