• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Wegens het coronavirus , alle concerten opgeschort in het voorjaar! Concerten Shht, Handelsbeurs, Gent op 24 maart…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Nee, er was geen treinwagon met wijwater ontspoord en in de Kortrijkse riolen gelopen, maar toch zat de Sint-Maartenskerk vol vanavond. Het Festival van Vlaanderen organiseerde een concert met Jóhann Jóhannsson en de Belgian Brassband onder leiding van Geert Verschaeve. Het is al een tijdje geleden dat de IJslandse componist nog reguliere albums uitbracht, van het schitterende doorbraakalbum ‘Fordlandia’ uit 2008, om precies te zijn. Sindsdien componeerde Jóhannsson vooral soundtracks, en één van die soundtracks, bij een film van de Amerikaanse avant-garde regisseur Bill Morrison, ‘The Miners Hymns’, opgenomen in Durham Cathedral, in het Noordoosten van Engeland in 2010, werd vanavond uitgevoerd door Belgian Brass, samen met Jóhannsson. Dus eerder dan een concert, kregen we vanavond een stomme film, met een live uitvoering van de soundtrack, door een uitgebreide koperblazersband, met lichte percussie en de ondersteuning van Jóhannsson op orgel/keyboard.

De Sint-Maartenskerk als cinemazaal dus voor de documentaire ‘The Miners Hymns’. Bill Morrison maakte deze documentaire met zwart-wit-archiefbeelden uit de Noordengelse mijnstreek tussen Newcastle en Sunderland, van de vroege jaren van de twintigste eeuw, tot de midden jaren tachtig, toen er confrontaties waren tussen de bobbies van de onlangs overleden Engelse first lady Margaret Thatcher, en stakende mijnwerkers over de sluiting van de mijnen in de regio.
De film begon in kleur, en we kregen luchtbeelden van mijnsites die twintig jaar na de sluitingen, ofwel wel of niet een reconversie gekregen hadden naar shoppingcentra, voetbalstadia (Sunderland AFC), skipistes of gewoon in hun geruineerde staat stonden te verkommeren. Tijdens deze introducties speelden de blazers gewoon trage tonen, als een soort ambient soundscape om de film op gang te trekken. Pas toen we zwart-wit fragmenten kregen van tachtig, negentig jaar geleden, ontplooiden de composities zich traag maar zeker.
Zo emotioneel en trefzeker als de strijkerscomposities van Forlandia waren de composities van ‘The Myner’s Hymns’ niet, omdat ze toch vooral een dienende rol hadden: de drones van Jóhannsson en het gestoot van de blazers bootsten de geluiden van de mijn na. De muziek was echt op de beelden geschreven, en werkt wellicht niet zo goed alleenstaand, in ieder geval, ik was niet geneigd om mij de cd aan te schaffen en deze ’s avonds op te leggen. Maar bij de beelden werkte dit wonderwel: de emotionaliteit zat misschien minder in de muziek, maar de beelden compenseerden dit ruimschoots.
Bill Morrison wist met de keuze van zijn archieffragmenten ontroering, troost en melancholie op te roepen, met beelden die dit op zich niet hoefden op te roepen, maar dit door de montage en de ondersteunende muziek toch deden. Eén van Morrison’s centrale thema’s is de onomkeerbaarheid van de tijd:  gewone mensen, mijnwerkers, mijnwerkersvrouwen en kinderen uit het Noordoosten van Engeland van zeventig jaar geleden, keken ons verwonderd maar vertrouwend in de ogen. De regisseur schiep zo een directe maar onmogelijke band tussen de toeschouwer in de zaal en een gemeenschap in het Noordoosten van Engeland, die al lang niet meer bestaat, en dat ontroerde.

‘Miner’s Hymns’ duurde amper 54 minuten, maar liet ons verwonderd achter. Het Kortrijkse publiek gaf Belgian Brass en Jóhannsson een minutenlange ovatie, wat wel het beste bewijs was dat deze combinatie van beelden en muziek werkte. Maar toch zou ik de plaat nooit kopen, en hoop ik dat Jóhannsson binnenkort weer eens een volwaardig album met strijkers uitbrengt van het niveau van ‘Fordlandia’.

Organisatie: Kreun , Kortrijk ism Festival van Vlaanderen

maandag 04 maart 2013 01:00

Steve Wynn & Piv Huvluv - When you smile

Steve Wynn & Piv Huvluv - When you smile
Steve Wynn
Zaal Rekkelinge
Deinze
2013-03-02
Nick Nyffels

Steve Wynn & Piv Huvluv - When you smile - Schandaal in Deinze - Gekke paarden en Bamboe Jack verstoren concert van Steve Wynn

Stand-up comedian Piv Huvluv wou eens iets doen op een podium met één van zijn muzikale helden, en wist Steve Wynn, de frontman van The Dream Syndicate, één van zijn lievelingsbands uit de vroege jaren tachtig, te overtuigen om een twintigtal optredens in Vlaanderen samen te doen. Die reeks optredens werd in november 2012 abrupt afgebroken, omdat Wynn’s vader op sterven lag. Drie maanden later, is Wynn echter terug in Europa, voor een tour met Chris Cacavas door Oostenrijk, Duitsland en Kroatie, en vond hij ook de tijd om de draad op te pakken waar hij die achter gelaten, en de afgezegde concerten in Deinze, Oostende en Dikkele te hernemen.


Zaal Rekkelinge was aardig gevuld, maar toch niet uitverkocht. Piv Huvluv kampte met een griepopstoot, maar wist er zich dankzij een paar Dafalgans en warme thee toch door te slaan. Het concept van de avond was een mix tussen stand up comedy en muziek: Piv Huvluv stond aan een draaitafel, en gaf een goeie conference over hoe hij als tiener, eind de jaren zeventig in Oostende in aanraking kwam met rock. Het begon allemaal met de platen van Will Tura die zijn ouders kochten, maar de jonge Jan Cattrijsse raakte al snel verslaafd aan Iggy Pop, Neil Young,Patti Smith en een paar jaar later, The Dream Syndicate, de Californische underground gitaarband die vooral in Europa erkenning kreeg. We kregen nog een exposé waarom we vanavond niet Patti Smith of Rod Stewart op dit kleine podium kregen, en dan mocht Steve Wynn overnemen voor een halve set met zijn akoestische gitaar.
Wynn bracht nummers uit zijn dertigjarige carriere, we kregen zowel nummers van zijn soloplaten, van The Dream Syndicate, als van zijn samenwerking met Green On Red-leden in bands als Gutterball en Danny & Dusty. “Shelley’s Blues”, uit ‘Melting in the dark’ zijn plaat uit ’95 met de leden van Come, was een eerste mooi herkenningspunt. Dream Syndicate klassieker “Days of wine and roses” kreeg de meest furieuze bewerking die je je maar kan voorstellen op een akoestische gitaar, Wynn pijnigde de snaren van zijn gitaar in de openingsriffs , enkel het psychedelische uitwaaierende einde liet hij achterwege. Wynn nam ook tijd voor een cover, en zette Neil Young’s “Cinnamon Girl” in, wat hij plots onderbrak omdat het nummer te saai was. Hij stelde voor om iets heaviers van Young’s repertoire te brengen, en begon “Rocking in the free world” te spelen, wat een mooie voorzet was om Huvluv als Crazy Horsehead met gitaar en al op het podium op te roepen. Wynn als aangever van een stukje absurde comedy, in de beste stijl van Kama en Herr Seele.


Zoals in een echte theatershow, kregen we een pauze, wat ook toeliet om de overgang naar Piv Huvluv’s stand-up stuk te maken en om de gasten van vanavond, Bruno Deneckere en Derek te introduceren, die een aantal country-klassiekers mochten voorstellen. Piv Huvluv vermaakte het publiek verder met stukken over de rol van Bobby Farrell bij Bony M, en zijn toevallige ontmoeting met Marvin Gaye in de Oostendse Plate (zaak) begin jaren tachtig, voor Wynn een tweede deel op gitaar mocht brengen met meer oudjes van the Dream Syndicate zoals “See that my grave is kept clean” en “Bullet with my name on it” Wynn maakte nog reclame voor het reunie-concert van The Dream Syndicate in mei in het Depot in Leuven, voor we een finale kregen, waarin Deneckere, Derek en Wynn samen speelden, Piv Huvluv dit trio op gitaar vervoegde en die uitmondde in een hilarische bisnummer waarin Will Tura’s “Bamboo Jack” een Engelstalige bewerking kreeg. Wynn zong overtuigend mee met dit politiek incorrect Vlaams pareltje uit 1970, geschreven door van de keizer van de Vlaamse Showbizz, Jean Kluger en origineel uitgevoerd door de heer Arthur Blanckaert uit Veurne.

Piv Huvluv was  vanavond de Master of Ceremony die op geslaagde wijze comedy met de songs uit de dertigjarige carriere van Steve Wynn mixte, en Wynn in zijn comedyconcept wist te betrekken, zodat je deze artiest ook eens op een heel relativerende manier aan het werk zag. Wij zullen er bij zijn in mei in Leuven, voor het gitaargeweld van The Dream Syndicate, we geven nog als uitsmijter deze wijze woorden van Tuur-a-luur uit Veurne mee:
Jack ligt heel de dag in zijn gemak onder een bamboetak
Jack heeft maar een zwak hij houdt alleen maar van zijn gemak
Bamboe, Bamboe Jack als je niet werkt dan wordt je niet betaald
Jack zegt inderdaad, maar wie niets doet, doet ook geen kwaad”


Setlist Now; Grace; Shelley’s Blues; Second; Open book; Days of wine and roses; Cinnamon Girl; Rockin in the free world; One by one; Medicine Show; Shades; Tears; Wait; Love me; Torch; Follow me; Bullet with my name on it; See that my grave is kept clean; Bamboe Jack

Organisatie: VTB Kultuur Deinze

zaterdag 23 februari 2013 01:00

Adrian Crowley brengt Temple Bar naar Opwijk

Racing Genk was toch aan het verliezen tegen de Duitsers, dus waarom niet eens naar de Nijdrop voor een voor mij onbekende Ierse singer-songwriter die je aangeraden wordt? Adrian Crowley, is 45, woont in Dublin en is eigenlijk voornamelijk bekend in Ierland.
’I See three birds flying’ is het zesde album van de Ierse singer-songwriter, en wordt uitgegeven door Chemical Underground, het Glasgowse label van onder meer Mogwai. Veel nieuwe zieltjes zal Crowley met zijn Europese tour wellicht niet bijwinnen, de koppen kon je vanavond in de Nijdrop letterlijk tellen, en blijkbaar was de opkomst eerder in de week in Trix van dezelfde grootte orde. De positieve kant aan de lage opkomst was dan weer dat dit een bijzonder intiem concert was, alsof deze Ier in je woonkamer kwam optreden.

Crowley speelde vanavond vooral nummers uit zijn laatste plaat, en had enkel zijn elektrische Gretsch-gitaar meegebracht, daar waar hij op zijn platen een redelijk rijke orkestratie gebruikt, met onder meer piano, strijkers en mellotron. Nu, eigenlijk was dit geen probleem, de nummers klonken absoluut niet kaal, Crowley heeft een warme bariton (denk aan Kurt Wagner van Lambchop), en hij toverde met gemak verschillende melodielijnen uit zijn Gretsch, door het gebruik van delay.
Dit cafe-optreden deed me dan ook denken aan Jeff Buckley’s ‘Live at Sin-e’, niet dat Crowley’s stem ook maar in de buurt komt van Buckley, maar het gitaargeluid en de gemoedelijkheid van een artiest die voor individuen eerder dan voor een massapubliek staat te spelen, was toch het grote raakpunt met die opnames.
Zoals alle Ieren, is Crowley een gemakkelijke babbelaar, dus tussen de nummers door, kregen we anekdotes over met twee gitaren met Ryanair vliegen, een lading CDs laten nasturen naar de Trix, of het verblijven in het Amsterdamse Backstage hotel. Crowley’s songteksten zijn heel filmisch en hebben een zekere literaire kwaliteit, wellicht typisch Iers, ook bij Luka Bloom vind je dit terug. Toen hij “From Champions Avenue to Mysery Hill” speelde, waande je zo in de straten van de Ierse hoofdstad, en ook bij “At the starlight hotel” kon je je een typisch ouderwets Iers hotel voorstellen met dikke tapijtvloeren en zware luchters.

Pareltjes van nummers vanavond, van het eerste tot het laatste, vreemd eigenlijk dat Crowley niet meer bekend is. Festivalprogrammators, zoek je deze zomer een rustpunt tussen al het rockgeweld, zet dan deze man op je affiche, het publiek zal je zeker dankbaar zijn.

Als voorprogramma van Adrian Crowley, speelde Imaginary Family. Dit drietal rond de naar Gent uitgeweken Brabantse Joanna Isselé, zat vorig weekend in Duyster, en speelt muziek die perfect in het concept van dit programma passen. De stem van Isselé doet denken aan Stina Nordenstam, en de band kleurt de nummers origineel in, wat een pluspunt is om op te vallen tussen de vele meisje-met-een gitaar groepjes. Isselé heeft veel verbeelding, haar nummers gaan over pinguins, professoren en westerndorpjes, en dat is misschien nog een punt van kritiek, een grotere eenheid in de teksten zou het geheel overtuigender maken, dat is toch wat Crowley vanavond overtuigend demonstreerde.
Neem gerust een kijke naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/adrian-crowley-21-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/imaginary-family-21-02-2013/

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

Dag twee van de PIAS Nites begon vroeg, het was nog klaar toen we de terreinen van Tour & Taxis opdraaiden. Vanavond zouden we een mooie mix van nieuwe talenten en vaste waarden van het PIAS-label voorgeschoteld krijgen.

We begonnen er aan met Lord Huron, een Amerikaans vijftal, die 30 minuutjes kregen om hun debuut ‘Lonesome dreams’ voor te stellen. We kregen dus maar een vijf à zes nummers, maar dat was genoeg om ons te overtuigen. Ieder nummer kreeg ondersteuning van soundscapes die meeliepen op een laptop, wat in een nummer technische problemen veroorzaakte bij het aftellen, maar voor de rest was dit heel avontuurlijke Americana, met harmoniezang die wel iets van Fleet Foxes had. Ieder nummer was weer anders, het eerste nummer met zijn polyritmes kon van Foals of Local Natives zijn, in een andere nummer zaten er Afrikaanse gitaarklanken à la Vampire Weekend, de gamelans in een ander nummer konden dan weer de voorloper zijn van een nieuw indie-rock genre zijn, dat we dus maar Bami-rock zullen noemen. Afsluiten deed Lord Huron met stadion-folk, van het soort waar Mumford & Sons een patent op hebben. De ideale opener van deze tweede PIAS nite, als je hun debuut te pakken kunt krijgen, check it out.

Andy Burrows was vroeger de drummer van Razorlight, nam een kerstplaat op met Tom Smith van Editors, en had vanavond zijn band meegebracht om zijn twee album ‘Company” voor te stellen. Burrows speelde zowel gitaar als piano, en had een aantal knappe nummers in huis zoals “ Company”,”Because i know that i can’  en “Hometown”. Toch kon hij mij maar matig boeien, het was allemaal goed gespeeld, maar de emotie in zijn stem was er niet echt. Andy Burrows is een artiest waar ik nooit platen van zou kopen, maar waarvoor ik de radio niet uitzet als een van zijn nummers opstaat.

Champs, een Engels drietal van het Isle of Wight, had de grote hal geopend, maar mocht nog een tweede keer terug komen in de kleine, knusse Pure FM zaal. Champs speelde heel rustiek klinkende folk, een beetje zoals Jake Bugg, maar dan in close harmony. Een album is er nog niet, wellicht dat daar in de komende maanden verandering in komt.

Vorige zomer speelde Grandaddy een van de topconcerten op Pukkelpop. Jason Lytle, de zanger van deze bebaarde jongbejaarde skaters uit Modesto, Californië, kwam vanavond zijn nieuwe solo-plaat, ‘Dept. Of disappearance’, voorstellen.  Lytle heeft nog altijd zijn kenmerkende podium-act, de man zat aan zijn keyboard, met zijn gitaar op zijn schoot, in houthakkershemd en met een Noorse muts op, en had een tweede man meegebracht die hem op gitaar mocht begeleiden. Lytle deed koppig zijn eigen ding, wars van alle mode-trends: in mekaar geknutselde, trage nummertjes, die niet echt goed tot zijn recht kwamen in deze grote zaal. Tussendoor zaten er klassieke piano-composities, we kregen een Pixies-cover (“Wave of mutilation”), een nummer kreeg onbedoeld een James Blake-bewerking, door sub-bassen die plots door de zaal daverden, tot ongenoegen van Lytle. Een paar nummers verder kreeg Lytle het zo danig op zijn heupen van de geluidsmix, dat hij even stopte, en met gekruiste armen ging zitten mokken, maar toch ging hij daarna verder, wat tot een buitensporig applaus van het publiek leidde. Een middelmatig optreden, waarbij we vooral de zinsnede “ I may be limping, but i am coming home” onthielden, die dit optreden eigenlijk perfect samenvatte. Grandaddy was grand-cru, dit was een wijntje met kurk.

De Belgische kleuren werden vanavond verdedigd door Balthazar. Dit Kortrijkse vijftal is met zijn tweede plaat ‘Rats’ overal aan het doorbreken in Europa. Live zijn ze ondertussen een geoliede machine, als ze in een hogere versnelling schakelen steken ze Deus of Arcade Fire naar de kroon. De zang van zowel Jinte Deprez als Maarten Devoldere, deed mij heel erg aan Artic Monkeys denken, en zeker als ze met vier de refreinen inzetten, zoals bv in “The boatman” of in “Fifteen floors”, was het heel erg indrukwekkend. ‘The oldest of sisters” was voor mij het hoogtepunt, en de publieksrespons was enorm. Balthazar stond terecht zo hoog op de affiche vanavond.

Vóór Alt-J PIAS Nites mocht afsluiten, gingen we nog even snel naar de kleinere Pure FM zaal, voor Valerie June. Eerder op de avond hadden we deze Afro-Amerikaanse dame gewoon in de zaal tussen het publiek zien staan, en daar viel ze al op door haar opvallende verschijning, een enorme kop rasta-haar, een Japans aandoend kleedje en een presence die heel erg op die van Erykah Badu leek. In tegenstelling tot Badu speelt June geen neo-soul of hip-hop, maar onvervalste deltablues en folk. Het is dan ook niet te verwonderen dat ze het voorprogramma van Jake Bugg mocht doen, en dat haar nog te verschijnen nieuwe album, “Pushin against a stone”, door Dan Auerbach van The Black Keys geproduceerd is. June speelde gitaar en banjo als een oude bluesrat, en we vonden het goed, zo goed zelfs dat het eerste nummer van Alt-j misten. Op 30 april in de Bota ook nog apart te zien!

Van Alt-J hadden we op Pukkelpop in de sauna van de nieuwe Castello tent een halfuurtje meegepikt, want in de grote alternatieve supermarkt die PP is, moet je altijd kiezen. Vanavond kregen we dus de kans om eens ‘An awesome wave’, het zo geprezen debuut van deze Engelse ex-studenten, in zijn geheel te horen.
Dat  album mixt alternatieve rock, met dubstep, en is daardoor uiterst origineel, ook door de aparte manier om drums te gebruiken. Soms is het geluid van Alt-J wel wat gezocht en niet alle nummers zijn evenwichtig, dikwijls lijkt het alsof twee aparte nummers op een willekeurige manier aan mekaar geknipt en geplakt worden. We zullen het er op houden dat deze band nog wat aan het experimenteren is, en dat mag. Het publiek vond alles schitterend,  de a-capella in “The Ripe and Ruin”, het stuiterend ritme in “Something good”, de Afrikaanse gitaar die de dubstephymne “Tesselate” opvrolijkte, het orgeltje in “Dissolve me” en zong zelfs uit volle borst mee op de slow van de avond, “Matilda”.
Zanger/gitarist Joe Newman heeft een heel uniek stemgeluid, live is de band gegroeid, ze hebben frisse ideeën, het zal nu zaak zijn om zich verder te ontwikkelen, en als ze dat doen, dan verdienen ze zeker een plaatsje tussen bands als Yeasayer en Hot Chip. Met maar een album op hun conto, is de topplaats op de affiche vanavond, en bij uitbreiding de Mercury Prize die ze vorig jaar gewonnen hebben, misschien wat te veel eer voor dit viertal, maar we moeten het dan maar zien als een erkenning van het potentieel van deze band.

De PIAS Nites willen de nieuwe bands uit de stal voorstellen, en dat was goed gelukt vanavond.  We ontdekten interessante nieuwe groepjes, zoals Lord Huron, en Valerie June, en de twee hoofdacts van de avond, Balthazar en Alt-J stonden er als een huis, zeker qua publieksrespons.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pias-nites-dag-2-16-02-2013/

Organisatie: Pias

PIAS, het Belgische indielabel, wordt dit jaar dertig, dus een feestje is dus wel op zijn plaats. Op vrijdag waren er twee zalen geopend in Tour & Taxis, waar tegelijkertijd zowel internationale als Belgische Dj’s hun beste mp3-tracks ten berde mochten brengen. (geen enkele Dj gebruikt nog vinyl tegenwoordig). I Love Techno in het klein dus, dat was een beetje het gevoel dat we aan deze avond overhielden: als de ene Dj niet kon boeien, dan ging je gewoon naar de andere hal op zoek naar een straffere beat.

Agoria, een Fransoos, met een veel uitgebreidere staat van dienst was de eerste DJ die we in zaal 2 aan het werk zagen: deze Lyonees heeft al vier albums uit, waarop onder meer Carl Craig, Neneh Cherry en Peter Murphy (van Bauhaus) gastbijdrages gepleegd hebben.Sebastien Devaud, want zo heet deze man in het gewone leven, had een uitgebreide videoshow meegebracht, die ons bij het binnenkomen van de zaal danig desorienteerde, de strobes schoten alle kanten op, en het was net alsof er iemand een volledige tube purperen pillen in onze beker gemikt had, zo fysiek was de impact van de projecties. Agoria nam de tijd om zijn nummers op te bouwen, en die zaten knap in mekaar, intelligente geconstrueerde techno, een beetje in de stijl van Paul Kalkbrenner of Laurent Garnier, in ieder geval had je het gevoel dat de man wist hoe hij een set moest opbouwen en hoe hij het publiek op zijn trip kon meenemen. Het publiek begon er dan ook in mee te gaan, op het einde van de set kreeg Agoria dan ook de handjes op mekaar.

Stephen Fasano, is de bebaarde Magician, en treedt dan ook op in smoking en met toverstok. De man heeft een aantal gigantische remix-hits op zijn conto (“I Follow rivers” van Lykki Li en “Happiness” van Sam Sparro, die het beter deden dan de originele nummers, en stond terecht als headliner op deze PIAS Nites. The Magician mikt op de meisjes, met zijn heel erg op house-geinspireerde set vanavond. Enkel aan de duur van zijn nummers merk je dat hij een kind van zijn tijd is: geen geduld om via uitgesponnen grooves de massa aan het dansen te zetten, na twee minuten is het tijd om een andere track in te mixen, de aandachtsboog van de smartphone-generatie zeker?

Onze aandachtsboog kon ook niet bij The Magician blijven, want tegelijkertijd begon Booka Shade aan de enige liveshow van de avond. Dit Duitse tweetal heeft zijn magnus opus ‘Movements’ uit 2006 nooit meer weten te overtreffen, maar is live nog altijd top, en ook vanavond wisten ze moeiteloos de volledige zaal tot aan de bar in lichterlaaie te zetten. Vooral de singles uit ‘Movements’ kregen een uitzinnig herkenningsapplaus: “Night Falls”, “Darko”, “In white rooms” en “Mandarine Girl” werden luidkeels meegezongen, Booka Shade slaagt er nog altijd in Minimal sensueel te laten klinken, wat vooral de vrouwelijke helft van het publiek kon smaken. De meisjes hadden gelijk vanavond.

Na de uitbundige set van Booka Shade gingen we even de sfeer opsnuiven bij Fake Blood, de Engelse Dj die mega-hits scoorde met “Mars” en “I think i like it”. Zijn debuut-album, “Cells”, kwam eind vorig jaar uit op Different, het dance-label van PIAS. We hoorden veel droge beats, en waren blij nog eens iets van Green Velvet te horen, maar toch kon de set ons maar matig bekoren, het contrast met de sensuele beats van Booka Shade was wellicht te groot, en de publieksrespons was ook veel minder.

Als afsluiter pikten we nog Dr. Lektroluv mee. Deze Vlaamse Electro-hulk, die een abonnement heeft op Rock Werchter, brengt natuurlijk niets vernieuwend, maar kent verduivels goed zijn electro-klassiekers,en mixte die tot een lekker potje electro-trash. Als genre is electro natuurlijk passé, maar soms is een goed feestje alles wat we vragen.

De eerste Nite van 30 jaar PIAS was ietwat wisselvallig, met een paar uitschieters naar boven, maar toch iets te weinig Djs die er in slaagden de vlam in de pan te krijgen …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pias-nites-dag-1-15-02-2013/

Organisatie: Pias

 

Het wereldkampioenschap veldrijden was naar zaterdag verplaatst wegens overstromingsgevaar, dus kwam er plots een gaatje in onze agenda vrij om op zondag avond naar de kust af te zakken voor een avondje onvervalste hardrock.

The Sha-La-Lee's is een zijproject van de zanger van The Sore Losers en de drummer van Millionaire, volbloed-Limburgers dus die aan ‘het zeitje’ hun mix van garagerock en blues met overtuiging brachten. De sound van deze band had wel iets weg van de vroegeTriggerfinger, maar dan minder sexy. Wanneer de mondharmonica gebruikt werd, had het weer iets van La Muerte of Thelonious Monster.

Na hun tweede album (toch al van 2004) waren we The Datsuns wat uit het oog verloren: in tegenstelling tot die andere neo-hardrock tegenvoeters, Wolfmother, zijn The Datsuns toch wat blijven hangen: zalen zoals de AB of het Koninklijk Circus weten ze niet te vullen, en passages op het hoofdpodium van Werchter zijn er ook niet bij voor dit Nieuwzeelands viertal. Ik was dan ook verbaasd dat The Datsuns ondertussen al meer dan 13 jaar bezig zijn en met ‘Death Rattle Boogie’ hun vijfde album uit hebben.  In die 13 jaar zijn deze kiwis nog geen crack veranderd,we zagen nog altijd graatmagere gasten, lange haren en puntschoenen,en de Flying V-gitaar van Phil Somervell, het enige verschil met de vroege jaren 2000 was de foute hangsnor van zanger en bassist Dolf De Borst.

The Datsuns trapten af met het openingsnummer van ‘Death Rattle Boogie’, “Gods are bored” en zouden vanavond vooral de nummers van hun nieuwe album voorstellen. In tegenstelling tot Wolfmother, die eigenlijk gewoon nieuwe Deep Purple nummers neerpennen, proberen The Datsuns op dit nieuwe album harde rock te brengen zonder daarom altijd in hard-rock cliches te vervallen. Soms zijn die pogingen geslaagd, soms waren gewoon blij dat ze eens een oudje zoals “Sittin Pretty” brachten, vol met hard-rock cliches, maar o zo lekker. Als lead gitarist Christian Livingstone zijn vingers op en neer zijn gitaarnek liet dansen, dan was dat misschien niet echt vernieuwend, maar toch was dit waarvoor we vanavond naar Leffinge gekomen waren: klassieke hard-rock, maar zonder de metalcliches.
Zanger Dolf Datsun had het er blijkbaar lastig mee om op zondagavond op te treden, hij zou voortduren beweren dat het eigenlijk woensdagavond was, en hij zou een beetje tevergeefs proberen de vlam in de pan te steken, voor het publiek was het blijkbaar ook zondagavond, en was de taart bij de bomma blijkbaar nog niet volledig verteerd. Tijdens “Helping hands” deed Dolf een verdienstelijke poging, hij kreeg het publiek zover om op de grond te gaan zitten, om dan op commando op te springen, maar spijtig genoeg was dit nog niet goed genoeg om het publiek helemaal los te krijgen, meer dan een goedkeurend hoofdknikken kregen The Datsuns vanavond niet, en dat was toch wel spijtig: we herinneren ons nog hun eerste passage in de AB, toen tweede gitarist Phil Datsun, eerste gitarist Chris Datsun in de nek nam en de gitaarsolos van op tweeenhalve meter hoogte de zaal ingevuurd werden. Dolf Datsun liet zijn bas staan en probeerde nog al microzwierend het tij te keren, maar dat lukte eigenlijk alleen in de bis met hun grootste hit, “Motherfucker from hell”.

Slotsom  van een avondje hardrock aan de kust: de band was goed, het publiek iets minder.

Setlist: Gods; Bullseye; Sittin pretty; Girls; Axethrower; Maximum; What would?; Gold Halo; Helpin Hands; Harmonic; Emperors; Stuck; Hole; Bruise; Somebody; Eye; Motherfucker from hell; Death of me

Pics van hun set in Trix, Antwerpen op 11 februari 2013 http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-datsuns-11-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-sha-la-lees-11-02-2013/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

Pagina 12 van 12
FaLang translation system by Faboba