zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Cactusfestival 2017 – van 7 t/m 9 juli 2017 – Een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2017
Minnewaterpark
Brugge
2017-07-07 t/m 2017-07-09
Nick Nyffels

Het was opnieuw Cactustijd, voor de 36ste keer organiseerden ze in Brugge het meest kindvriendelijke festival van het land, met het gekende recept van Belgische publiekskenners en buitenlandse kwaliteit voor de meerwaardezoeker. Op het terrein waren er enige wijzigingen, de infostand was langs de rand van het terrein gezet, zodat er meer plaats was en iedereen vlot na de optredens richting eetstandjes kon vertrekken.
Dit was wellicht de zonnigste editie van het Cactusfestival in jaren, wat enorm tot de feestvreugde bijdroeg. ’s Avonds koelde het nauwelijks af op vrijdagnacht en zondagnacht, zodat je al eens langer aan de Lange Bar bleef plakken.
Een overzicht van drie dagen zon en muziek aan het Minnewaterpark.

dag 1 – vrijdag 7 juli 2017 – ‘Waar zin die skoentjes?’

Het park was al vroeg gevuld voor de opener van Cactus 2017: de Antwerpenaar Amir Fouad, ofte Tamino (*** ½) maakte al een goede beurt op Werchter, en deed dit hier nog eens klassevol over. Live werd deze singer-songwriter bijgestaan door Tom Pintens op keyboard en door Ruben Vanhoutte op drums. Tamino heeft een heel breed stemregister, hij gaat met gemak zowel heel laag als bijzonder hoog. Lang was dit optreden niet, Tamino heeft dan ook maar enkel een EP uit, maar dit was wel topkwaliteit: naast zijn singles “Habibi” en “Cigar”, kleedde hij ook op bijzonder geslaagde wijze “I bet you look good on the dancefloor” van Artic Monkeys uit.

Tom Pintens mocht al direct een dubbele shift draaien, want ook bij Het Zesde Metaal (****) speelde hij op keys. Op de tonen van Ennio Morricone betraden Wannes Capelle en co het podium. “Wantje “ zag er uit als een overjaarse scout en had er bijzonder veel zin in, want dit was natuurlijk wel een thuismatch op West-Vlaamse bodem. “Cactus, zie je’t een beetje zitten” vroeg Capelle, en we waren vertrokken met het passende “Ier bie oes”. Cappelle speelt met het West-Vlaams en zet typische West-Vlaamse zegswijzen in een nieuw daglicht door ze te combineren en te verfrissen. Capelle is behoorlijk maatschappijkritisch, in “Calais” bijvoorbeeld waarin hij het opnam voor de vluchtelingen en zich afzette tegen de linkse Vlaamse aanpak daarop. Het mocht ook luchtiger in “Dag zonder schoenen”, waarin hij het Cactuspubliek overtuigde om met de schoenen te zwaaien.(“Waar zin die skoentjes?”). Climax van de set was een tweeluik: een mash-up van “Where is my mind” van The Pixies met “Boze wolven” van Gorki, gevolgd door een trefzeker “Ploegsteert”. Vandaar was het een homerun voor Het Zesde Metaal, met “Gie, den otto en ik” (zegt alles af voor morgen), “ Nie voor kinders” en “Naar de wuppe”.  Cappelle en co wonnen met ruim overschot op vrijdag.

De optredens van Michael Kiwanuka (***) durven nog al eens verzanden, met veel trage nummers die meer geschikt zijn voor een lome zondagmorgen. Kiwanuka heeft dat zelf ook begrepen, dus tapt hij uit verschillende vaatjes. Hij begon verrassend met een instrumentaal nummer met een Pink Floyd-solo waarna het concert veelbelovend verderging met dank aan zijn zeskoppige band die er veel vaart in stak. Het hoogtepunt van deze Londenaar kwam te vroeg in de set, met een van James Brown baslijntjes vergeven, funky ‘Black man in a white world”. Daarna nam hij gas terug, waardoor het mooie “Home again” verzoop in het gebabbel van het publiek.

The Verve was heel kort de grootste band ter wereld, groter dan Oasis, maar ging ten onder aan depressies, drugs en ruzies. Frontman Richard Ashcroft (***1/2) is er sterker uitgekomen, en was voor velen zelf het beste wat er dit jaar op Pinkpop te zien was, al zegt dan misschien evenveel over Pinkpop.
In ieder geval stond Richard nu ook als semi-headliner op Cactus, mager en kortgeschoren, de personificatie van de Engelse mod. Helemaal live was dit niet, de ondersteunende keyboard en violen stonden op tape, wat toch wel wat afbreuk deed aan dit optreden. Ook over de gitarist waren we niet zo te spreken, de man was heel duidelijk een classic rock-adept, en strooide veel cliché-solo’s in het rond, zodat het oorspronkelijk alternatieve karakter van de nummers weg was.
Ashcroft zelf was gelukkig in goeden doen en nog goed bij stem ook: hier stond duidelijk een man die na al de roem enkel nog voor de muziek op het podium stond. Hij blijft ook gewoon doen wat hij bij The Verve deed: zijn solo-nummers verschillen in niks van wat hij vroeger deed en het zijn ook gewoon goede nummers: dus naast “Sonnet”,  en “Lucky man” en “Love is noise” was het ook genieten van “Break the night with colour” en het optimistische “Music is power”. Ashcroft fulmineerde nog even tegen het militair-industriële complex” (lang geleden dat we dat nog hoorden), salamanderde onder luid gejuich een pint, en trakteerde dan iedereen op “Bittersweet symphony”.  
Mocht het niet aan de mindere band en backing tapes gelegen hebben, dan hadden we vier sterren uitgedeeld.

We zijn fan van Roisin Murphy (***1/2), maar als headliner viel ze toch wat tegen. Het publiek verloor de belangstelling in de poppenkast/verkleedpartij met hoeden, maskers, boa’s en multifunctionele kledingstukken, en het hielp ook al niet dat de eerste veertig minuten gevuld werden met mid-tempo, bizarre, maar te weinig geschifte nummers die wel goed gespeeld waren, maar leden onder de onderkoelde zang van Murphy.
Het laatste halfuur werd het toch nog een dancefeestje met onder meer een geremixed “Sing it back”, hypnotiserende beats, “Forever more “ van Moloko, en vooral “Jealousy”. De laatste 30 minuten waren goed, maar iedere DJ weet dat dit te kort is: tegen dat iedereen begon te dansen was het gedaan.

dag 2 – zaterdag 8 juli 2017 - Oh my God wat was het druk

De zaterdag van Cactus was volledig uitverkocht, en daar zal de passage van Kaiser Chiefs wel veel mee te maken gehad hebben. Veel drukte dus op het terrein en aan de toog, met veel families die de dekentjes spreiden en de kampeerstoeltjes installeerden.

Het was al vroeg drummen voor Coely (***1/2). We hebben weinig affiniteit met R&B en hiphop, maar de Antwerpse stond er, al hadden de bindteksten in het Engels niet gemoeten, in Brugge verstaan ze ook Antwerps. Ze had een uitstekende band meegebracht, wat toch echt nodig is om hiphop-optredens interessant te houden, en ze rapte uit de losse pols. Dutch Norris en een andere gastrapper mochten meedoen op “Don’t care”. Ze kreeg het publiek aan het klappen met een beatbox-oefening, en ze bewees met verve de Belgische Beyoncé te zijn. Mr Marley werd geëerd met een hiphop-interpretatie van “Could you be loved”.

Rhye (***) was de voor Cactus zo typische vreemde eend in bijt die in een intieme, verduisterde zaal zeker goed tot zijn recht zal komen, maar hier in de volle zon aan de onverschilligheid van het publiek ten onder ging, ondanks de dappere pogingen van de band om het publiek aan het klappen te krijgen, waar weinig of geen respons op kwam. Rhye is een Canadees-Deens duo, dat live uitgebreid is tot een zestal, inclusief strijkers. Zanger Michael Milosh zingt met een hoge falset en de band brengt nummers die tussen r&b, jazz en neo-klassiek en electronica schipperen. Bij momenten had het de sexy zwoelheid van Sadé, de single “The fall” was best knap, maar de rest van de set verdampte onder de middagzon.

Het was dus best een brute overgang naar Millionaire (****). Tim Vanhamel had een cactus meegebracht op het podium, en speelde op een rechthoekige gitaar vooral de nummers uit de comeback plaat ‘Sciencing’, die we nog niet gehoord hebben. In ieder geval kraakte en schuimde het langs alle kanten, brute gitaren a volonté met een overstuurde zang van Vanhamel. Live bouwen die nieuwe nummers vooral op riffs en grooves, de geschifte gitaarsolo van “I’m not who you think you are “ zat stevig verscholen in de ruis. “I”m on a high” was nog altijd even scheef als twaalf jaar geleden, en was het hoogtepunt samen met de stonerrock klassieker “Champagne” met zijn scheurende keyboards.

De oude rocker van dienst op Cactus was dit jaar Steve Winwood (***), een levende legende die zijn plaats in de rock’n roll hall of fame verdiende bij The Spencer Davis Group, Traffic, Blind Faith, Jimi Hendrix, Clapton en Ginger Baker, en later in de jaren tachtig ook als solo-artiest hits scoorde. Veel gerockt werd er echter niet, dit was vooral een soul-optreden met veel latin-invloeden. Winwood’s bandleden zouden met hun vestimentaire keuzes een volledig seizoen van Jani ’s ‘Zo man, zo vrouw’ kunnen vullen. Dit was vooral een optreden voor de oudere fans, die de band op veel herkenningsapplaus onthaalden. Winwood’s voornaamste troef was zijn gouden soulstem, en op de meeste nummers speelde hij op zijn Hammond-orgel . De psychedelische rock van Traffic en Blind Faith was ver te zoeken, de nummers van die bands kregen een soul en latin-bewerking. Wij herkenden “Gimme some lovin” ,“I’m a man” en “Higher love”, maar we hadden eerlijk gezegd meer hits verwacht van een man die al 50 jaar bezig is.

Jamie Lidell (****) had zijn hits allemaal vooraan gestoken, maar dat deerde nauwelijks. De Brit begon er aan met “Multiply”, en leverde een top souloptreden af, waarin hij vooral zong, en veel minder op toetsen speelde dan we van hem gewoon zijn. Hij had dan ook een steengoede band meegebracht die Lidell liet excelleren. Stevie Wonder blijft een grote invloed, en de man staat er op “A little bit of feel good” te brengen, positieve festivalvibes alom dus. Lidell was graag in Brugge, de dag ervoor stond hij in de betonnen bunkers van sfeerloze North Sea Jazz festival, en de kleinschaligheid en menselijkheid van Cactus inspireerden hem duidelijk.

Kaiser Chiefs (****) mochten afsluiten op zaterdag. De klad zat er serieus in bij de Chiefs, vooral dan sinds hun drummer Nick Hodgson de band verliet, want hij schreef ook de meeste nummers. KC moet het dus nog altijd hebben van hun eerste twee albums, maar daar staan dan ook een karrevracht hits op. De band heeft zich ondertussen een beetje herpakt, al krijgen ze niet meer de kolkende massa’s op de been, en dat was op Cactus niet anders. Maar kijk, Ricky Wilson en co wisten ons en de rest van het park ruim een uur machtig goed te entertainen: al de hits passeerden de revue: “Everyday i love you less and less”,  “Everything is average nowadays”, “Ruffians on parade” (woohoo), waarbij Wilson op de drums ging staan, “Na na na na na””, “Modern way”, “Ruby”, “Ever fallen in love” van The Buzzcocks, “Never miss a beat”, “Angry mob” waarin Wilson het publiek het refrein liet zingen en mijn absolute favoriet “I predict a riot” gevolgd door hun beste nummer van de laatste vijf jaar, “Coming home”.
Als festivalband staan de Chiefs er nog steeds, vraag dat maar aan de duizend kelen die zaterdag “Oh my God” meebrulden.

dag 3 – zondag 9 juli 2017 - Nieuwe Brugse discotheek om één uur ’s nachts stilgelegd door organisatie.

Het bleef een schitterend zomerweekend, ook op zondag, al waren er vandaag minder mensen afgezakt naar het Minnewaterpark, zodat iedereen ruim plaats had voor het podium en aan de toog.

The Temper Trap (***) is een Australische band die vanuit London opereert. Ze brengen heel positief ingestelde indie-rock, zodat de parallellen met Coldplay en U2 snel getrokken zijn, en dan zeker al als de gitarist ook nog eens de tokkelende stijl van The Edge overneemt. Ze hebben maar één hit, “Sweet disposition”, die helemaal aan het einde zat, maar dat deerde niet, want dit was feel good muziek, ideaal voor een zomerse dag.

Local Natives (***1/2 ), de Californische band, is op hun laatste album meer opgeschoven richting R&B en elektronica. Wij verkozen toch nog altijd hun avontuurlijke mix van West Coast pop, close harmony en wilde ritmiek van hun debuut, met nummers als  “Wide eyes” en “ Airplanes” die hier ook schitterden. Voor zij die deze band niet kennen, mix Fleet Foxes met Talking Heads en je komt aardig in de buurt. De frontman dook even het publiek in. Toegegeven, de nummers met vooral keyboards waren nog al inwisselbaar met de vele synthpopbands die je tegenwoordig op de radio hoort, maar als ze hun gitaren omgorden, zat het dik snor.

Robin Proper-Sheppard ligt in de bovenste schuif bij Cactus, zo mocht hij ook al op het Moods-festival aantreden met zijn band Sophia. (****) . Het debuut van Sophia is ondertussen ook al  meer dan 20 jaar oud, dus besloot Sheppard om  op Cactus ‘Fixed Water’ volledig te spelen, aangevuld met een aantal nieuwere nummers. Een uurtje voluit genieten dus van de weemoed van “Is it any wonder” (met noisy uitloper), “So slow”, “Are you happy now”, “When you’re sad”.  Sophia voerde naar het einde het tempo op met “Oh my love” en het onvermijdelijke “The river song”, waarop het heerlijk loosgaan was.

Dat Warhaus (***1/2) zo hoog op de affiche stond, was toch vooral omdat Maarten Devoldere frontman van Balthazar is. Want echt radiovriendelijk of hitgevoelig is dit niet. Wel heel zwoel, en groovy. Mix Nick Cave met Serge Gainsbourg en je komt ergens bij Warhaus uit. Zangeres Sylvie Kreusch krulde als een krolse kat, er slopen Afrikaanse ritmes in nummers zoals “Love’s a stranger” en “The Good lie”. “Memory” sloot nog het meest aan bij Balthazar, Devoldere heeft dan ook een heel kenmerkende stem.
We vonden vooral het eerste halfuur sterk, omdat dit ook het meest afweek van de traditionele popsongs die we van Balthazar gewoon zijn.  Je had Johny Cash en June Carter, Jon Spencer en Cristina Martinez, Vlaanderen heeft nu ook zijn rock ’n roll-koppel, Devoldere en Kreusch, het bekt misschien minder goed, maar Nicole & Hugo hebben eindelijk hun opvolgers.

Explosions in the sky (***1/2) is wellicht het arché-type van de post-rock band, met alle bijhorende kwaliteiten maar ook met de gebreken van het genre. We zijn persoonlijk meer gesteld op de dreiging van Mogwai of de ongebreidelde klanktapijten van Godspeed You Black Emperor! De Texanen waren vanavond soms episch en majestueus, met gitaren die als piano klonken, heel verhalend. Maar soms was het ook een groot cliché, hoe ze in de hardere stukken tekeer gaan, heeft ook wel iets lachwekkend, vijf nerds die hard te keer gaan. Dit is de band die het minst evolueert in hun post-rock. Niettemin, waren we toch in de wolken met de lang uitgesponnen Duyster-klassieker “The only moment we were alone”.

Soms mag je de recensie die je op voorhand in je hoofd had, in de vuilnisbak kieperen. We wouden schrijven dat we Goose (****) zoveel beter vinden sinds ze rust, ruimte en melodie toelieten op hun uitstekende laatste plaat ‘What you need’. Meer Depeche Mode dan Bonzai, dat was ons leitmotif. Nu dat was er dan dik naast vanavond, want Goose maakten er een ongelooflijk dance-feestje van in beste Bonzai en gabberhousestijl, het Minnewaterpark was van de eerste tot de laatste minuut een openlucht disco met duizenden handjes in de lucht zoals we nog niet dikwijls gezien hebben op het doorgaans gezapige festival. Ok, “ So long” kon je nog een popsong in de beste Depeche Mode-traditie noemen, maar voor de rest was het beuken, schuren en stampen, met flikkerende strobe-lichten op nummers zoals “ Bring it on”, “Cant stop me now” , “British mode” en “Control”.
Zelden zo een feestje gezien om Cactus af te sluiten. Je hoorde mensen dan ook zeggen: “Fuck, die mannen zin goed”. We moeten ze gelijk geven, soms kan een recensie simpel zijn.

Cactusfestival 2017 was een uitstekende editie, zonder een uitschieter zoals Wilco in 2016, maar zoals altijd met kwaliteit op het podium en schitterend weer van vrijdag tot zondag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2017/

Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

 

Thor & Friends - Thor en zijn vriendinnen
Thor Harris
4AD
Diksmuide
2017-05-05
Nick Nyffels

Soms blikken we eens in het ruime Musiczine archief terug, en dit schreven we in 2012 over het optreden van Swans op Sonic City:  Thor Harris  stond in zijn blote, harige, gespierde bast te drummen, als een woeste Wiki de Viking. Dat de man in het gewone leven timmerman is, was er aan te zien, hoe hij in de ultralange nummers van Swans, op zijn percussie bleef meppen en doorgaan, bewees dat de man over een serieuze fysieke conditie beschikt. Het moet geleden zijn van de passage van Joey Castillo bij Queens of the Stone Age, dat ik nog zo een beest van een drummer gezien heb.”

Die Thor Harris, speelt ondertussen niet meer bij Swans, en stond vanavond in de 4AD als Thor & Friends. We wisten dat we geen noise of drones moesten verwachten, maar wat het dan wel zou worden, daar hadden we het raden naar. Soms is het beter om op voorhand niet te veel te youtuben, en het nieuwe werk van een artiest gewoon op je af te laten komen.

Thor zijn Friends bleken vriendinnen te zijn, drie dames, waarvan twee percussionistes, en een accordeoniste. Met de eerste twee had hij ook zijn debuutplaat opgenomen. We kennen niet zo veel van percussie, dus we moeten het antwoord schuldig blijven of er nu marimba’s, vibrafoons of xylofoons op het podium stonden, maar in ieder geval waren het deze percussie-instrumenten die de sound van Thor & Friends bepalen. Dit werd aangevuld met minimale, impressionistische accordeon en bandoneon-toetsen. Het optreden begon met natuurgeluiden, en toen waren we vertrokken voor een meeslepende, instrumentale set waarin drie muzikanten op percussie door hun samenspel boventonen en subtiele variaties in melodie en tempo creërden.
Thor & Friends zijn duidelijk beïnvloed door het repetitieve minimalisme van Steve Reich, maar evengoed hoorden we er Indonesische gamelanmuziek en een beetje van Tortoise en zelfs Gotan Project in. De basisinstrumentatie werd door Thor en zijn meiden verder aangevuld met crotales (The Low Anthem gebruikte die ook), triangel, melodica en klarinet, en voorprogramma Pol Isaac vulde de klankkleur nog aan op toetsen. Het effect van al die ritmiek was dat je als toeschouwer in een meditatieve, dromende toestand kwam, en dus was dit een heel geslaagd optreden omdat het je helemaal mee in het moment en de muziek nam.

Het muzikale equivalent van een yoga-sessie, zo kon je nog het best deze set van Thor & Friends samenvatten: iets helemaal anders dus dan de duivelsuitdrijving bij Swans.

Pol Isaac mocht het voorprogramma doen. Pol was vroeger muzikant bij Ozark Henry, en bracht hier geslaagde, maar weinig vernieuwende ambient, waarin klank en beeld mooi samengingen. We waren heel tevreden dat hij er geen noise doordraaide, wat de meeste elektronica-artiesten tegenwoordig nodig vinden.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Een band die zalen vult en op Werchter staat enkel op basis van veel views op Youtube: Cigarettes after sex doet het: ze hebben enkel twee EP’s uit, eentje uit 2012 en een andere uit 2015. Hun debuutplaat komt pas in juni uit, maar ze doen nu al een Europese tour die hun naar Le Grand Mix bracht.

Cigarettes after sex komen uit Texas, maar werken nu al een tijdje vanuit New York. De muziek van deze band is droompop, verstilde, minimalistische gitaarmuziek . Frontman Greg Gonzalez zingt met een hogere stem dan zijn normale spreekstem. De band begon heel rustig aan zijn optreden, en dit zou eigenlijk heel de set zo blijven. Het was dus een uurtje wegdromen, maar voor ons mochten er eigenlijk net iets meer dynamiek en weerhaakjes zijn. Bands als Daughter, Mazzy Star en Low smokkelen meer feedback en tempowisselingen in hun nummers, wat dit betreft sloot Cigarettes meer aan bij de slowcore van Spain, of de eersteling van The XX. De muziek werd ondersteund met zwart-wit filmbeelden van onder meer Irène Jacob, de actrice die vooral bekend werd in de films van de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski. De band onderscheidde zich met aan aantal opvallende covers: “Starry eyes” van Roky Erickson en vooral een kaalgestript “Keep on loving you” van REO Speedwagon.

Uitkijken wordt het dus naar die nieuwe plaat in juni, we zijn benieuwd of deze band overeind gaat blijven in The Barn op Werchter, donderdag 29 juni om 3 uur zullen we het weten.

Setlist K. - Starry Eyes (Roky Erickson cover) -I'm a Firefighter - Sunsetz-Dreaming of You - Flash- Nothing's gonna hurt you baby - Keep on loving you (REO Speedwagon cover)-Apocalypse -Affection
Bis: Please don't cry -Opera house

Organisatie : Grand Mix, Tourcoing

Voor nieuwe gitaarbandjes moet je in de Witloof Bar zijn. LvL Up, een viertal uit Brooklyn, is één van de nieuwste aanwinsten van het legendarische Sub Pop records, dat dus verder kijkt dan het nNordwesten van de States. Sub Pop tekende deze week ook een andere band uit dezelfde scene, Frankie Cosmos, de band van Greta Kline, de dochter van acteur Kevin Kline (‘A fish called Wanda’). LvL Up bracht dus vorig jaar hun derde album uit op Sub Pop, ‘Return to love’, een indiegitaarplaat die in hetzelfde vaarwater zit van Car Seat Headrest en Alex G.: ‘ indiepop met stevige gitaren opgefleurd met keyboards en heel sterk puttend uit de indierock van de jaren negentig’.

Live is LVL up een stuk ruwer en recht door zee, de tierlantijntjes op keyboard ontbreken en de ritmesectie gaat voor maximum volume en een gruizig geluid. Het eerste kwartier moesten deze jongens op stoom komen, de zang was dikwijls wel erg onvast en brute kracht overheerste op subtiliteit. Opvallend is ook dat de bassist en de twee gitaristen om beurten de zang op zich nemen en dat ze ook alle drie de nummers schrijven. Na een nummer of vier kwamen ze er door, de leadgitarist toverde verzonken gitaarsolo’s uit zijn hand die moesten opboksen tegen het geweld van de ritmegitaar, drums en bas, en zo kreeg je een geluid dat ergens bij Dinosaur Jr. uitkwam.
LvL up liet van dan af ook zijn meer poppy kant horen, denk aan de powerpop van Weezer en je komt in de buurt. Die pop werd wel verzopen in een stevig laagje feedback, en ze grepen ook naar de kleurpotloden uit de trukendoos van Yo La Tengo: gitaarflarden die plots wegvallen en dan weer opduiken.

Zoals we gewoon zijn in de Witloof Bar was het na drie kwartier gedaan, zodat we om negen uur al weer buiten stonden en nog de tweede helft van de Champions League konden meevolgen …

Setlist: Annie’s a witch – Blur -Angel from space - Spirit was – Pain - Hoodwink’d -Third eye-The closing door - Five men on the ridge - Big snow - I feel extra natural –I - Hidden driver

Organisatie: Botanique, Brussel


Als je het Sportpaleis te groot vindt om de laatste intieme Nick Cave mee te maken, moest je vanavond in de Botanique zijn voor het Canadese Timber Timbre. Dit viertal uit Montréal, kwam hun zesde plaat ‘Sincerely, future pollution’ voorstellen, een muzikale aanklacht tegen het huidige tijdsgewricht met zijn fake news en populisme. Qua thematiek zitten ze dus aan te schuren tegen Father John Misty, muzikaal gaan ze hun eigen unieke weg en mengen ze traditie met keyboards en drumcomputers in een eenentwintigste herinterpretatie van klassieke filmmuziek doorspekt met bluesy rock ‘n roll met een zwart tintje.

Frontman Kirk Taylor ziet er uit als een kalende, besnorde boekhouder, Nick Cave dus zonder toupet, maar is daar niet minder rock’n’roll om. De band begon vanavond met het titelnummer van de nieuwe plaat, een grootstadsblues die gestaag opbouwde om uit te monden in een stevige gitaaruitbarsting. “Sewer blues” ging op dezelfde weg verder, met fiftiesgitaar met veel twang en een kapot orgelgeluid dat uit de keyboards van Mathieu Charbonneau werd getoverd. Vintage jaren tachtig Nick Cave dus, en dat vonden we niet erg. De live versies van de nieuwe nummers waren een stuk potiger, en leunden zo veel meer aan bij de vorige plaat ‘Hot Dreams’. De band durft ook vernieuwen, “Velvet gloves and spit” was een Johnny Cash-klassieker met elektronische drumbeats en clavecimbel klanken.
Zanger Kirk Taylor en Simon Trottier wisselden om beurten tussen gitaar en bas. We vermoeden dat veel nummers op de bas geschreven worden bij Timber Timbre, want die baslijntjes dragen de nummers echt wel. De band nam even gas terug in “Hot dreams”, een slow gedragen door de bariton van Taylor, een light-versie van de sigaarklank van Stuart Staples, en ging op dat elan door op “Western questions”, Sukia meets Richard Hawley, met veel reverb en delay op de gitaar. Van dan af werd het geluid donkerder en filmischer, een psycho-billy soundtrack voor een film noir: surfgitaren en spookachtige orgeltjes en veel effect op de microfoon van Taylor.

Timber Timbre was het perfecte orkest voor een fifties cultfilm marathon, jammer dat er vanavond geen popcorn te krijgen was in de Botanique.

Setlist: Sincerely, future pollution - Sewer blues - Velvet gloves and spit - Moment - Hot dreams - Western questions - Curtains?! - Until the night is over - Black water- Grifting -Blue nuit - Do I have power - Beat the drum slowly - Trouble comes knocking
Bis:Les Egouts - Woman

Organisatie: Botanique, Brussel

Op zaterdagavond mag een concert best wel feestelijk zijn: het is weekend en iedereen wil zich amuseren. Geen band beter om voor die feestelijke ambiance te zorgen dan Thievery Corporation. Het producersduo Rob Garza en Eric Hilton vieren dit jaar twintig jaar dat hun debuut als Thievery Corporation uitkwam. Waar hun vorige album ‘Saudade’ (2014) de inspiratie zocht in de bossa nova, namen ze dit keer hun nieuwe album, ‘The temple of I &I’ op Jamaica op,  het is dus niet verwonderlijk dat dit een dub en reggae-album geworden is.

Lange rijen voor een uitverkochte AB, een blank publiek dat voor de rest vrij divers was, jong en oud, hip en minder hip. Thievery Corporation live bestaat uit een uitgebreide band: naast Garza en Hilton achter de knoppen, is er een bassist, een gitarist, een drummer en een percussionist, aangevuld met zes gastzangers en zangeressen, die om beurten op het podium komen. Het concert begon in Bollywood, met de gitarist op sitar in het instrumentale “Forgotten people”.
In ieder volgend nummer veranderde de sfeer volledig door de vocale inbreng van de verschillende zangers: van reggae, naar dancehall in rasechte Major Lazer-stijl, over dubgeïnspireerde hiphop met rapper Mr. Lif, die solo platen uitbracht op het Definitive Jux-label en vanavond als echte master of ceromony de zaal wist op te hitsen, terug naar Bollywood op “Illumination”, om dan in het Frans trip-hop-sferen op te zoeken.
Door de constante wissel van zangers, zat er veel vaart in het optreden. Geen David Byrne, in “The heart’s a lonely hunter”, maar vervanger Frank Orrall (van Poi dog Pondering) stal niettemin de show met spurtjes op het podium en een vervaarlijke slingerende lamp. Mijn hoogtepunt was het naar Leftfield lonkende “Warning shots” dat de reguliere set afsloot.

In de bis kwamen de verschillende zangers samen op het podium, we onthielden vooral “Lebanese blonde”, het naar Air en Minnie Ripperton lonkende “Heaven’s gonna burn your eyes” en “The richest man in Babylon”, waarin de reggaezanger Horace Andy naar de kroon stak.

Echte streetcredibility hebben Thievery Corporation niet, daarvoor blijft het te veel producersmuziek voor dure hifi-ketens, maar programmeer ze toch maar eens op Reggae Geel, hun liefde voor dub en reggae zal ook de echte rasta’s overtuigen, alleen jammer dat de blazers vanavond uit blik kwamen, een echte blazerssectie zou dit toch meerwaarde gegeven hebben.

Setlist: Forgotten people - Until the morning - True sons of Zion- Letter to the editor - Culture of fear - Illumination - Le monde - Love has no heart- Weapons of distraction - La Femme parallel - Ghetto matrix - Amerimacka-Time + Space -The heart's a lonely hunter - Fight to survive - Warning shots
Bis: Road block - Sweet tides - Lebanese Blonde - The richest man in Babylon - Drop your guns - Heaven's gonna burn your eyes- Unified tribes

Organisatie: Greenhouse Talent

vrijdag 24 februari 2017 01:00

Few Bits - Een onderschatte band

Few Bits - Een onderschatte band
Kitebase + Few Bits
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-02-22
Nick Nyffels

De AB Club programmeerde twee door vrouwen geleide acts. Kite Base was het internationale deel van dit tweeluik: dit  is een duo bestaande uit Ayşe Hassan, de bassiste van Savages, hier ook op bas en Kendra Frost, die de zang, gitaar en keyboards voor haar rekening nam. In die duo-bezetting zorgde een drumcomputer voor de beats. Postpunk zoals bij Savages is Kite Base niet, maar de klank was niettemin sterk schatplichtig aan de jaren tachtig. Het begon met schuivende elektronica en Hassan’s brute bas. Peter Hook is ongetwijfeld een van de inspiratiebronnen van Hassan.   De nummers schipperden tussen ruwe elektronische klanken en pop: Front 242 meets London Grammar, met een vleugje New Order. Hassan stuiterde de ganse show in het rond, zoals we haar kennen bij Savages. Naar het einde toe haalde Frost stevig uit op gitaar. Kite Base was interessant, maar niet wereldschokkend ; een bandje met nog flink wat progressieruimte.

Few Bits is een zeskoppige Antwerpse band rond zangeres Karolien Van Ransbeeck die ondanks de lovende kritieken wat onder de radar blijft hangen. Veel airplay krijgt deze onderschatte band in Vlaanderen niet, wat jammer is. In de AB-Club kwamen ze hun tweede album ‘Big Sparks’ voorstellen, en er was heel wat familie aanwezig om de band te steunen. De band begon hun set met “Sweet warrior”.  Few Bits krijgt dikwijls de stempel dreampop opgedrukt, maar wij hoorden vooral een band die heel goed nagedacht had over elke noot en elke klank, in de sporen van Alex Calier’s Hooverphonic. De stem van Van Ransbeeck doet trouwens ook heel erg aan die van de verschillende zangeressen van Hooverphonic denken.
Heel kunstige pop dus, uitvoerig uitgewerkt, refererend naar The Blue Nile en Prefab Sprout. Van Ransbeeck nam halfweg solo over, op akoestische gitaar, in de stijl van Suzanne Vega, waarna de band mooi inviel en het concert wat steviger werd met meanderende gitaarpartijen. Het hoogtepunt van de set begon als een soundscape, vintage Eno & Lanois, met gitaren die stevig mochten uitbreken. Tijdens de bis mocht het zevende los-vaste bandlid ook het podium op, en werd een nummertje opgedragen aan de talrijke familieleden in de zaal.

Few Bits musiceerde op hoog niveau, hoog tijd dat deze ambachtslui van perfecte popparels de erkenning krijgen die ze verdienen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

maandag 28 november 2016 01:00

The Veils – De zoon van de predikant


The Veils is de band van Finn Andrews, en het is niet helemaal duidelijk of ze nu Nieuw-Zeelands of Brits zijn. Wij verloren deze band uit het oog na hun voortreffelijke debuut ‘The Runaway found’ en ondertussen zijn The Veils al toe aan hun vijfde album, ‘Total Depravity’, hoog tijd dus om de draad terug op te pikken. Als voorbereiding op hun concert in de Orangerie, hadden we dus wat huiswerk te doen en namen we nog eens hun laatste platen door. De conclusie van dat luisterwerk is dat Andrews en zijn band voor geen gat te vangen zijn, en heel wat stijlen aankunnen. Ja, de man zijn stem heeft veel weg van James Walsh (Starsailor), maar muzikaal wordt uit veel verschillende vaatjes getapt, soms rustig, soms rijkelijk georkestreerd, maar ook stevig rockend.

Het was die stevige kant die vanavond heel sterk naar voor kwam: Andrews, met zijn kenmerkende zwarte hoed, was de zoon van de predikant die met wijdse handgebaren zijn kudde begeesterde. We kregen een mengeling van oud en nieuw, met keyboard klanken die heel modern klonken, en de gitaar  en dulcimerklanken die heel retro aandeden. Het eerste halfuur was heel erg Nick Cave, postmoderne blues zonder ooit als ripp-off van de Australische bard te klinken. Andrews zong met veel overtuiging, met een ‘grain’ in de stem en hij bediende zich ook van een retro-microfoon. Qua onderwerpen was het zeer bijbels, met veel hel en verdoemenis, David Eugene Edwards achterna, maar ook “Steve McQueen” passeerde in de teksten. “Nux Vomica” was bijzonder stevig, met scherpe gitaaruithalen. Er werd echter ook gas teruggenomen, met nummers die in een countrysfeertje baadden. Blues, bijbels en country, dan kom je automatisch bij The Gun Club uit, en dat stond ons absoluut niet tegen.
De bassiste had er duidelijk veel zin in vanavond, het enthousiasme droop er vanaf, het was dan ook het laatste concert van de Europese tournee. The Veils beloofden te spelen zolang het publiek er zin in had, dus kregen we een uitgebreide bisronde, met Andrews solo tijdens de eerste drie bisnummers, waarmee hij bewees dat zijn nummers ook akoestisch overeind blijven.

Als ons geheugen ons niet in de steek laat, was dit de eerste keer in twaalf jaar dat we The Veils live zagen, en we moeten toegeven, eigenlijk hebben we iets gemist. De zoon van de predikant heeft er dus een late bekeerling bij, maar zoals de bijbel zegt in Lucas 13-22-30, de laatsten zullen de eersten zijn.


Setlist: 

/Axolotl/Do your bones glow at night?/Low lays the devil/Swimming with the crocodiles/Nux vomica/House of spirits/The Pearl/Birds/A bit on the side/Total depravity/Iodine and iron/Not yet/King of Chrome
Bis:
Candy apple red /The wild son /The tide that left and never came back /Calliope!/Advice for young mothers to be/Jesus for the jugular

Organisatie: Botanique, Brussel


Ryley Walker & Band - Meegetrokken in de bedwelmende wereld van Ryley Walker
Ryley Walker & Band
Magdalenazaal
Brugge
2016-11-11
Nick Nyffels

In deze druilerige, herfstige dagen kan live muziek energie geven. We hadden nog maar een boost gekregen van een schitterend optreden van Steve Gunn, en daar kwam de volgende vitamine-injectie al aan met Ryley Walker, die met zijn band optrad in de Magdalenazaal en zijn nieuwe plaat ‘Golden sings that have been sung’ kwam voorstellen. Walker wordt overal goed onthaald met zijn met jazz doordrenkte akoestische folk die de jaren zeventig van Nick Drake en Tim Buckley oproept.

Het was dan ook logisch dat het publiek niet alleen uit leeftijdsgenoten van de zeventwintigjarige Amerikaan bestond, maar dat er ook veel grijzende kopjes te zien waren die de folk van Buckley en Drake in die jaren zeventig nog bewust meegemaakt hadden. Walker wil echter geen retro-artiest zijn, en koos daarom ook om op zijn nieuwe plaat samen te werken met Leroy Bach, die in ooit nog bij Wilco speelde. Walker lapte ons vanavond een Bob Dylan Newport Folk Festivalmoment: geen akoestische gitaar,  dit was een volledige elektrisch concert, en dat was niet alleen verrassend, maar vooral bijzonder geslaagd: terwijl zijn nummers op plaat meestal rond de vijf minuten afklokken, rekte hij hier zijn nummers uit tot zeven à tien minuten, en dat had een bijzonder hypnotiserend effect.
Je werd echt meegetrokken in de wereld van Walker, de band zorgde voor een jazzy opbouw (kon ook moeilijk anders met die bezetting met contrabas), met veel ruimte voor improvisaties, waar Walker dan op inspeelde met gitaarlijnen met goed veel distortie. De man zijn stem klonk ook veel grofkorreliger dan op plaat, het kwam in de buurt van Eddie Vedder, al kan dat ook aan de blikken Jupiler gelegen hebben die hij soldaat maakte. Dit was echt een top optreden, psychedelisch zonder ooit langdradig te worden, retro maar ook actueel, en eigenlijk wel van een tijdloze klasse.
We moesten even aan de The Doors denken, aan “The end” of “When the music’s over”. De jazz-invloed en de vrijheid om open ruimtes te laten kwamen ook heel erg naar voor, en in die zin had wat Walker op het podium deed ook veel gemeen met de trots van Charleroi, onze eigenste Melanie De Biasio.

Na het optreden sloten we nog af aan de bar, en daar was iedereen unaniem dat dit een heel erg indrukwekkend optreden geweest was waar je in meegetrokken werd. Er zijn nog een kleine twee maanden te gaan in het concertjaar, maar voor ons stond dit in de top drie, naast Steve Gunn en PJ Harvey, die net als Walker haar laatste plaat volledig vertimmert en verbetert op het podium.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Pagina 4 van 12