zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Grizzly Bear - Verknipte melodie à volonté
Grizzly Bear
Ancienne Belgique
Brussel
2017-10-14
Nick Nyffels

Qua foute carrièreplanning kan het tellen: vijf jaar geen plaat uitbrengen omdat het niet juist voelt. We hebben het niet over Tool, maar over Grizzly Bear. Deze zomer was er eindelijk een opvolger voor ‘Shields’ uit 2012, ‘Painted Ruins’. Je kan dan denken dat het momentum voorbij is voor deze band, genregenoten als Alt-J en Yeasayer hebben ondertussen aan de weg getimmerd en zijn vele malen groter geworden dan Grizzly Bear, maar kijk, de AB was toch uitverkocht, dus het Belgische publiek was deze band uit Brooklyn niet vergeten. Ondertussen zijn de bandleden trouwens over de hele US of A uitgewaaierd, dit terzijde.

Het recept van Grizzly Bear is nog niet veranderd: close harmony die botst met metalige gitaarklanken, een veel te luide bas en nummers met veel melodie en geen structuur: nummers hebben geen begin, midden of einde, de overgangen zijn abrupt alsof er drie nummers willekeurig door elkaar gemixt zijn, maar op een of andere manier werkt het wel omdat de melodie altijd komt bovendrijven. Fleet Foxes op pillen, of Beach Boys die door een computer random in stukjes geknipt en weer aan elkaar geplakt worden. Grizzly Bear brengt complete anti-progrock die toch rijkelijk uit 70 jaar popmuziek citeert. In een nummer passeerde zelfs een stuk post-rock Mogwai waardig. De poppareltjes kwamen vanavond vooral uit ‘Veckatimest ‘ en  ‘Shields’, we herkenden “Yet again”, “Ready, able” en “While you wait for others” waarin de hoekige gitaar fel contrasteerde met de lieflijke oehoe-koortjes en de groep echt in de flow zat. Grizzly Bear blijft een bizarre groep, even vreemd als hun papier-maché podiumgordijn, dat het midden hield tussen een grot en een spinnenweb.
In de bis speelde de bassist op klarinet en saxofoon, waardoor  het majestueuze “Sun in your eyes” nog dat tikkeltje extra kreeg.

De nummers van ‘Painted ruins’ haalden niet het niveau van ‘Shields’ of ‘Veckatimest’, maar omdat de groep rijkelijk uit zijn hele oeuvre citeerde, deerde dat eigenlijk niet.

Setlist
Four cypresses
- Losing all sense - Cut-Out - Yet again - Fine for now - Ready, able - Sleeping Ute - Mourning sound - Glass hillside -Two weeks - On a neck, on a spit - Foreground -Knife - Three rings -While you wait for the others
Bis:Shift-Sun in your eyes

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zaterdag 07 oktober 2017 03:00

Wilde tijden met Hanni El Khatib

De Palestijns-Filipijnse Californees Hanni El Khatib kreeg de Orangerie goed gevuld voor zijn Belgische passage van zijn ‘Savage Times’ tour. Die laatste plaat is eigenlijk een compilatie van vijf afzonderlijke EP’s, omdat Khatib eens iets anders wou doen dan een traditionele plaat opnemen. Khatib debuteerde in 2011 met ‘Will the guns come out’, een rauwe garagerockplaat waarin hij onder meer “Heartbreak hotel” van Elvis coverde, maar is sindsdien stilistisch verschillende richtingen gaan verkennen, wat bij de garagerockpuristen niet in goede aarde is gevallen, voor die scène is het wellicht te pop. Hen bevelen we de fuzzrock van Ty Segall en consoorten aan.

Ook vanavond schoot het alle kanten op: het nieuwe “Baby’s ok” knalde ouderwets en vuil uit de startboxen, maar wie dacht een uurtje smerige garagerock te krijgen, was er aan voor de moeite: het schoot alle kanten uit: de keyboards kregen in de volgende nummers een voorname rol, en Khatib maakte uitstapjes richting glamrock en “Paralysed” was zowaar een funkske dat uit de mouw van Nile Rogers had kunnen komen. Verder ook veel fifties en sixties invloeden met handclaps en refreintjes, veel pop voor deze vol getatoeëerde garagerocker dus. Er zaten rustpunten in de set: het soulvolle “This I know” ,”Come down” en het eerste nummer in de bis, “Miracle”, een slow voor al uw scoutsfuiven.  Maar Khatib vergat ook niet te rocken en dook tot twee keer toe met gitaar het publiek in. Onze favorieten zaten in de bis vanavond: de Ramones en The Vaccines waren niet ver weg in “Pay no mind” en ook “Family” knalde lekker weg.

Khatib deed vanavond gewoon zijn zin en dat moet je bewonderen: er zijn al genoeg artiesten die binnen de lijnen van hun genre kleuren, Khatib is daar duidelijk niet bij.

Setlist:
Baby's OK -Mangos & rice -Moonlight- Melt me - Till your rose comes home - The teeth - Paralysed - Dead wrong - This I know - Come down -You rascal you - Loved one
Bis: Miracle - Pay no mind –Family

Organisatie: Botanique, Brussel

Bill Callahan, de meester van de onderkoelde ironie
Bill Callahan
OLT Rivierenhof
Deurne
2017-09-02
Nick Nyffels

De afsluiter van dit seizoen OLT Rivierenhof (we laten Clement Peirens even buiten beschouwing), werd voor ons Bill Callahan. Die had eigenlijk geen concrete aanleiding voor zijn Europese tour, zijn laatste plaat ‘Dream River’ is immers al van 2013, maar toch was er verbazend veel volk afgezakt voor deze Americana-artiest.

Het voorprogramma werd verzorgd door de stand up comedian Alex Agnew, maar dat was niet echt een succes: hij koos er voor het grootste deel van zijn set in het Engels te doen, de afstand tot het zittende publiek was te groot, en de grappen ontlokten ten hoogste een lichte glimlach.

Callahan had gelukkig een volledige band meegebracht, zijn laatste platen zijn nogal minimaal van opzet, wat in een festivalsetting toch minder werkt dan in een intiem zaalconcert. Ook vestimentair had hij zijn best gedaan, deze jonge vader en vijftigplusser droeg een typisch Country & Westernpak met borduursels en glitters.

Als je de platen van Callahan kent, weet je wat je mocht verwachten, trage Americana die veel raakvlakken heeft met Lambchop en Spain, met Callahan die bijna parlando met een brommende bariton, denk aan Stuart Staples, zijn teksten declameert. Dit klinkt misschien niet echt uitnodigend, maar live ondergingen zijn nummers een ware transformatie: Callahan hield het gedurende heel het concert bij zijn akoestische gitaar, aangevuld met mondharmonica, maar zijn band tilde het allemaal naar een hoger niveau: country, maar met verdomd potige stukken elektrische gitaar en een ritmesectie die het tempo opdreef. Callahan’s band wist echt wel de sfeer van de jaren zeventig op te roepen, en legde zo een brug tussen Nick Drake en Ryley Walker.
Callahan putte uit zijn hele oeuvre, de songs van Smog ontbraken niet: zowel het ironische “Dress sexy at my funeral” als de mooie country tearjerker “ Rock Bottom Riser”. Dat Callahan de koning van de ironie is, bewees hij ten voeten uit op “America”, waarin hij puur door zijn intonatie, vele malen grappiger was dan Alex Agnew vanavond. Een ander Smog-nummer, “Cold blooded old times” swingde zowaar als een Amerikaanse brass-band. We moeten ook zeker de gitarist vermelden, die pareltjes van gitaarsolo’s rondstrooide.

Het Rivierenhof reageerde enthousiast, met een luid applaus dat Callahan wat van zijn stuk bracht. Niet voor lang echter, want “Riding for the feeling” was een prachtige afsluiter van een onvermoeid viersterren-optreden.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Conor Oberst & M. Ward - Bloedbroeders in het park
Conor Oberst
OLT Rivierenhof
Deurne
2017-08-14
Nick Nyffels

Twee folkies voor de prijs van één stonden er op de menukaart in het Rivierenhof vanavond. Het voorgerecht werd verzorgd door M.Ward,  van wie het  al een tijdje geleden was dat hij nog in België passeerde, en het hoofdgerecht werd geserveerd door Conor Oberst, ex- Bright Eyes.

Matt Ward houdt niet zo van toeren, zijn laatste plaat, ‘More rain’ is al meer dan een jaar uit, en het was pas nu dat hij de plas overstak, voor een veel te korte set van nauwelijks dertig minuten. Conor Oberst kwam vroeg al een stukje meezingen, maar voor de rest stond Ward alleen met zijn akoestische gitaar, wat toch wel een spijtig was voor een festivaloptreden, ook al laat de setting van het Rivierenhof een intiem concert toe. We houden van de mans hese stem, en hij kan ook verdomd goed op gitaar spelen, zoals hij liet zien in een instrumentaaltje van grote klasse.
Van zijn nieuwe nummers onthielden we “Girl from Conejo Valley”, maar het was toch vooral het oudje “Chinese translation” dat kerfde in de ziel met de lijn: “What do you do with the pieces of a broken heart”. Een veel te kort optreden dus, maar dat kwam ook omdat Conor Oberst 25 minuten vroeger dan gepland aan zijn set begon.

Conor Oberst bracht onlangs twee platen op korte tijd uit: “Ruminations” een solo-plaat met enkel gitaar, piano en mondharmonica, wat eigenlijk bedoeld was als demo-versie maar door de platenmaatschappij zo goed bevonden werd dat ze toch uitgebracht werd, en het finaal product met dezelfde nummers , “Salutations” dat met de bandleden van The Felice Brothers opgenomen werd. Die laatste band zouden we een tijdje terug gaan bekijken in de AB-club, maar op het laatste moment cancelden ze.
Oberst had dus gelukkig de volledige band meegebracht wat een meerwaarde was voor het optreden, en waardoor de nummers die hij solo bracht ook beter uit de verf kwamen. Die band kleurde de klank van zijn nummers met viool en accordeon, laverend tussen folkrock, americana en country. De harmonica en de uitgesponnen teksten van Oberst, in de beste verhalende traditie, riepen het beste van Bob Dylan op, met de snik in de stem van Oberst als opvallendste element. Veel nieuwe nummers uit de nieuwe platen dus, onder meer “Barbary coast” en “Till St Dymphna kicks us out”, een nummer over Oberst’s stamcafé, dat hij aankondigde als zijn versie van “Cheers”, de Amerikaanse sitcom.
Zijn maatje M. Ward kwam meedoen met een nummer van Monsters of Folk. Even ontspoorde het optreden met een richtingloze tirade gericht tegen Donald Trump als bindtekst, wat hij in het daarop volgende nummer goedmaakte met relevante observaties over working poor die dubbele shifts draaien en nog niet rondkomen, muzikaal vertaald in fluitende feedback van zijn gitaar.
In de bis kwam Oberst eerst solo terug, waarna bloedbroeder M. Ward en de volledige band nog een stevig loos mochten gaan.

Anderhalf uur was het fijn toeven in de bespiegelingen of “Ruminations” van Oberst, dit was folkrock zoals die moet zijn.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne

Cactusfestival 2017 – van 7 t/m 9 juli 2017 – Een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2017
Minnewaterpark
Brugge
2017-07-07 t/m 2017-07-09
Nick Nyffels

Het was opnieuw Cactustijd, voor de 36ste keer organiseerden ze in Brugge het meest kindvriendelijke festival van het land, met het gekende recept van Belgische publiekskenners en buitenlandse kwaliteit voor de meerwaardezoeker. Op het terrein waren er enige wijzigingen, de infostand was langs de rand van het terrein gezet, zodat er meer plaats was en iedereen vlot na de optredens richting eetstandjes kon vertrekken.
Dit was wellicht de zonnigste editie van het Cactusfestival in jaren, wat enorm tot de feestvreugde bijdroeg. ’s Avonds koelde het nauwelijks af op vrijdagnacht en zondagnacht, zodat je al eens langer aan de Lange Bar bleef plakken.
Een overzicht van drie dagen zon en muziek aan het Minnewaterpark.

dag 1 – vrijdag 7 juli 2017 – ‘Waar zin die skoentjes?’

Het park was al vroeg gevuld voor de opener van Cactus 2017: de Antwerpenaar Amir Fouad, ofte Tamino (*** ½) maakte al een goede beurt op Werchter, en deed dit hier nog eens klassevol over. Live werd deze singer-songwriter bijgestaan door Tom Pintens op keyboard en door Ruben Vanhoutte op drums. Tamino heeft een heel breed stemregister, hij gaat met gemak zowel heel laag als bijzonder hoog. Lang was dit optreden niet, Tamino heeft dan ook maar enkel een EP uit, maar dit was wel topkwaliteit: naast zijn singles “Habibi” en “Cigar”, kleedde hij ook op bijzonder geslaagde wijze “I bet you look good on the dancefloor” van Artic Monkeys uit.

Tom Pintens mocht al direct een dubbele shift draaien, want ook bij Het Zesde Metaal (****) speelde hij op keys. Op de tonen van Ennio Morricone betraden Wannes Capelle en co het podium. “Wantje “ zag er uit als een overjaarse scout en had er bijzonder veel zin in, want dit was natuurlijk wel een thuismatch op West-Vlaamse bodem. “Cactus, zie je’t een beetje zitten” vroeg Capelle, en we waren vertrokken met het passende “Ier bie oes”. Cappelle speelt met het West-Vlaams en zet typische West-Vlaamse zegswijzen in een nieuw daglicht door ze te combineren en te verfrissen. Capelle is behoorlijk maatschappijkritisch, in “Calais” bijvoorbeeld waarin hij het opnam voor de vluchtelingen en zich afzette tegen de linkse Vlaamse aanpak daarop. Het mocht ook luchtiger in “Dag zonder schoenen”, waarin hij het Cactuspubliek overtuigde om met de schoenen te zwaaien.(“Waar zin die skoentjes?”). Climax van de set was een tweeluik: een mash-up van “Where is my mind” van The Pixies met “Boze wolven” van Gorki, gevolgd door een trefzeker “Ploegsteert”. Vandaar was het een homerun voor Het Zesde Metaal, met “Gie, den otto en ik” (zegt alles af voor morgen), “ Nie voor kinders” en “Naar de wuppe”.  Cappelle en co wonnen met ruim overschot op vrijdag.

De optredens van Michael Kiwanuka (***) durven nog al eens verzanden, met veel trage nummers die meer geschikt zijn voor een lome zondagmorgen. Kiwanuka heeft dat zelf ook begrepen, dus tapt hij uit verschillende vaatjes. Hij begon verrassend met een instrumentaal nummer met een Pink Floyd-solo waarna het concert veelbelovend verderging met dank aan zijn zeskoppige band die er veel vaart in stak. Het hoogtepunt van deze Londenaar kwam te vroeg in de set, met een van James Brown baslijntjes vergeven, funky ‘Black man in a white world”. Daarna nam hij gas terug, waardoor het mooie “Home again” verzoop in het gebabbel van het publiek.

The Verve was heel kort de grootste band ter wereld, groter dan Oasis, maar ging ten onder aan depressies, drugs en ruzies. Frontman Richard Ashcroft (***1/2) is er sterker uitgekomen, en was voor velen zelf het beste wat er dit jaar op Pinkpop te zien was, al zegt dan misschien evenveel over Pinkpop.
In ieder geval stond Richard nu ook als semi-headliner op Cactus, mager en kortgeschoren, de personificatie van de Engelse mod. Helemaal live was dit niet, de ondersteunende keyboard en violen stonden op tape, wat toch wel wat afbreuk deed aan dit optreden. Ook over de gitarist waren we niet zo te spreken, de man was heel duidelijk een classic rock-adept, en strooide veel cliché-solo’s in het rond, zodat het oorspronkelijk alternatieve karakter van de nummers weg was.
Ashcroft zelf was gelukkig in goeden doen en nog goed bij stem ook: hier stond duidelijk een man die na al de roem enkel nog voor de muziek op het podium stond. Hij blijft ook gewoon doen wat hij bij The Verve deed: zijn solo-nummers verschillen in niks van wat hij vroeger deed en het zijn ook gewoon goede nummers: dus naast “Sonnet”,  en “Lucky man” en “Love is noise” was het ook genieten van “Break the night with colour” en het optimistische “Music is power”. Ashcroft fulmineerde nog even tegen het militair-industriële complex” (lang geleden dat we dat nog hoorden), salamanderde onder luid gejuich een pint, en trakteerde dan iedereen op “Bittersweet symphony”.  
Mocht het niet aan de mindere band en backing tapes gelegen hebben, dan hadden we vier sterren uitgedeeld.

We zijn fan van Roisin Murphy (***1/2), maar als headliner viel ze toch wat tegen. Het publiek verloor de belangstelling in de poppenkast/verkleedpartij met hoeden, maskers, boa’s en multifunctionele kledingstukken, en het hielp ook al niet dat de eerste veertig minuten gevuld werden met mid-tempo, bizarre, maar te weinig geschifte nummers die wel goed gespeeld waren, maar leden onder de onderkoelde zang van Murphy.
Het laatste halfuur werd het toch nog een dancefeestje met onder meer een geremixed “Sing it back”, hypnotiserende beats, “Forever more “ van Moloko, en vooral “Jealousy”. De laatste 30 minuten waren goed, maar iedere DJ weet dat dit te kort is: tegen dat iedereen begon te dansen was het gedaan.

dag 2 – zaterdag 8 juli 2017 - Oh my God wat was het druk

De zaterdag van Cactus was volledig uitverkocht, en daar zal de passage van Kaiser Chiefs wel veel mee te maken gehad hebben. Veel drukte dus op het terrein en aan de toog, met veel families die de dekentjes spreiden en de kampeerstoeltjes installeerden.

Het was al vroeg drummen voor Coely (***1/2). We hebben weinig affiniteit met R&B en hiphop, maar de Antwerpse stond er, al hadden de bindteksten in het Engels niet gemoeten, in Brugge verstaan ze ook Antwerps. Ze had een uitstekende band meegebracht, wat toch echt nodig is om hiphop-optredens interessant te houden, en ze rapte uit de losse pols. Dutch Norris en een andere gastrapper mochten meedoen op “Don’t care”. Ze kreeg het publiek aan het klappen met een beatbox-oefening, en ze bewees met verve de Belgische Beyoncé te zijn. Mr Marley werd geëerd met een hiphop-interpretatie van “Could you be loved”.

Rhye (***) was de voor Cactus zo typische vreemde eend in bijt die in een intieme, verduisterde zaal zeker goed tot zijn recht zal komen, maar hier in de volle zon aan de onverschilligheid van het publiek ten onder ging, ondanks de dappere pogingen van de band om het publiek aan het klappen te krijgen, waar weinig of geen respons op kwam. Rhye is een Canadees-Deens duo, dat live uitgebreid is tot een zestal, inclusief strijkers. Zanger Michael Milosh zingt met een hoge falset en de band brengt nummers die tussen r&b, jazz en neo-klassiek en electronica schipperen. Bij momenten had het de sexy zwoelheid van Sadé, de single “The fall” was best knap, maar de rest van de set verdampte onder de middagzon.

Het was dus best een brute overgang naar Millionaire (****). Tim Vanhamel had een cactus meegebracht op het podium, en speelde op een rechthoekige gitaar vooral de nummers uit de comeback plaat ‘Sciencing’, die we nog niet gehoord hebben. In ieder geval kraakte en schuimde het langs alle kanten, brute gitaren a volonté met een overstuurde zang van Vanhamel. Live bouwen die nieuwe nummers vooral op riffs en grooves, de geschifte gitaarsolo van “I’m not who you think you are “ zat stevig verscholen in de ruis. “I”m on a high” was nog altijd even scheef als twaalf jaar geleden, en was het hoogtepunt samen met de stonerrock klassieker “Champagne” met zijn scheurende keyboards.

De oude rocker van dienst op Cactus was dit jaar Steve Winwood (***), een levende legende die zijn plaats in de rock’n roll hall of fame verdiende bij The Spencer Davis Group, Traffic, Blind Faith, Jimi Hendrix, Clapton en Ginger Baker, en later in de jaren tachtig ook als solo-artiest hits scoorde. Veel gerockt werd er echter niet, dit was vooral een soul-optreden met veel latin-invloeden. Winwood’s bandleden zouden met hun vestimentaire keuzes een volledig seizoen van Jani ’s ‘Zo man, zo vrouw’ kunnen vullen. Dit was vooral een optreden voor de oudere fans, die de band op veel herkenningsapplaus onthaalden. Winwood’s voornaamste troef was zijn gouden soulstem, en op de meeste nummers speelde hij op zijn Hammond-orgel . De psychedelische rock van Traffic en Blind Faith was ver te zoeken, de nummers van die bands kregen een soul en latin-bewerking. Wij herkenden “Gimme some lovin” ,“I’m a man” en “Higher love”, maar we hadden eerlijk gezegd meer hits verwacht van een man die al 50 jaar bezig is.

Jamie Lidell (****) had zijn hits allemaal vooraan gestoken, maar dat deerde nauwelijks. De Brit begon er aan met “Multiply”, en leverde een top souloptreden af, waarin hij vooral zong, en veel minder op toetsen speelde dan we van hem gewoon zijn. Hij had dan ook een steengoede band meegebracht die Lidell liet excelleren. Stevie Wonder blijft een grote invloed, en de man staat er op “A little bit of feel good” te brengen, positieve festivalvibes alom dus. Lidell was graag in Brugge, de dag ervoor stond hij in de betonnen bunkers van sfeerloze North Sea Jazz festival, en de kleinschaligheid en menselijkheid van Cactus inspireerden hem duidelijk.

Kaiser Chiefs (****) mochten afsluiten op zaterdag. De klad zat er serieus in bij de Chiefs, vooral dan sinds hun drummer Nick Hodgson de band verliet, want hij schreef ook de meeste nummers. KC moet het dus nog altijd hebben van hun eerste twee albums, maar daar staan dan ook een karrevracht hits op. De band heeft zich ondertussen een beetje herpakt, al krijgen ze niet meer de kolkende massa’s op de been, en dat was op Cactus niet anders. Maar kijk, Ricky Wilson en co wisten ons en de rest van het park ruim een uur machtig goed te entertainen: al de hits passeerden de revue: “Everyday i love you less and less”,  “Everything is average nowadays”, “Ruffians on parade” (woohoo), waarbij Wilson op de drums ging staan, “Na na na na na””, “Modern way”, “Ruby”, “Ever fallen in love” van The Buzzcocks, “Never miss a beat”, “Angry mob” waarin Wilson het publiek het refrein liet zingen en mijn absolute favoriet “I predict a riot” gevolgd door hun beste nummer van de laatste vijf jaar, “Coming home”.
Als festivalband staan de Chiefs er nog steeds, vraag dat maar aan de duizend kelen die zaterdag “Oh my God” meebrulden.

dag 3 – zondag 9 juli 2017 - Nieuwe Brugse discotheek om één uur ’s nachts stilgelegd door organisatie.

Het bleef een schitterend zomerweekend, ook op zondag, al waren er vandaag minder mensen afgezakt naar het Minnewaterpark, zodat iedereen ruim plaats had voor het podium en aan de toog.

The Temper Trap (***) is een Australische band die vanuit London opereert. Ze brengen heel positief ingestelde indie-rock, zodat de parallellen met Coldplay en U2 snel getrokken zijn, en dan zeker al als de gitarist ook nog eens de tokkelende stijl van The Edge overneemt. Ze hebben maar één hit, “Sweet disposition”, die helemaal aan het einde zat, maar dat deerde niet, want dit was feel good muziek, ideaal voor een zomerse dag.

Local Natives (***1/2 ), de Californische band, is op hun laatste album meer opgeschoven richting R&B en elektronica. Wij verkozen toch nog altijd hun avontuurlijke mix van West Coast pop, close harmony en wilde ritmiek van hun debuut, met nummers als  “Wide eyes” en “ Airplanes” die hier ook schitterden. Voor zij die deze band niet kennen, mix Fleet Foxes met Talking Heads en je komt aardig in de buurt. De frontman dook even het publiek in. Toegegeven, de nummers met vooral keyboards waren nog al inwisselbaar met de vele synthpopbands die je tegenwoordig op de radio hoort, maar als ze hun gitaren omgorden, zat het dik snor.

Robin Proper-Sheppard ligt in de bovenste schuif bij Cactus, zo mocht hij ook al op het Moods-festival aantreden met zijn band Sophia. (****) . Het debuut van Sophia is ondertussen ook al  meer dan 20 jaar oud, dus besloot Sheppard om  op Cactus ‘Fixed Water’ volledig te spelen, aangevuld met een aantal nieuwere nummers. Een uurtje voluit genieten dus van de weemoed van “Is it any wonder” (met noisy uitloper), “So slow”, “Are you happy now”, “When you’re sad”.  Sophia voerde naar het einde het tempo op met “Oh my love” en het onvermijdelijke “The river song”, waarop het heerlijk loosgaan was.

Dat Warhaus (***1/2) zo hoog op de affiche stond, was toch vooral omdat Maarten Devoldere frontman van Balthazar is. Want echt radiovriendelijk of hitgevoelig is dit niet. Wel heel zwoel, en groovy. Mix Nick Cave met Serge Gainsbourg en je komt ergens bij Warhaus uit. Zangeres Sylvie Kreusch krulde als een krolse kat, er slopen Afrikaanse ritmes in nummers zoals “Love’s a stranger” en “The Good lie”. “Memory” sloot nog het meest aan bij Balthazar, Devoldere heeft dan ook een heel kenmerkende stem.
We vonden vooral het eerste halfuur sterk, omdat dit ook het meest afweek van de traditionele popsongs die we van Balthazar gewoon zijn.  Je had Johny Cash en June Carter, Jon Spencer en Cristina Martinez, Vlaanderen heeft nu ook zijn rock ’n roll-koppel, Devoldere en Kreusch, het bekt misschien minder goed, maar Nicole & Hugo hebben eindelijk hun opvolgers.

Explosions in the sky (***1/2) is wellicht het arché-type van de post-rock band, met alle bijhorende kwaliteiten maar ook met de gebreken van het genre. We zijn persoonlijk meer gesteld op de dreiging van Mogwai of de ongebreidelde klanktapijten van Godspeed You Black Emperor! De Texanen waren vanavond soms episch en majestueus, met gitaren die als piano klonken, heel verhalend. Maar soms was het ook een groot cliché, hoe ze in de hardere stukken tekeer gaan, heeft ook wel iets lachwekkend, vijf nerds die hard te keer gaan. Dit is de band die het minst evolueert in hun post-rock. Niettemin, waren we toch in de wolken met de lang uitgesponnen Duyster-klassieker “The only moment we were alone”.

Soms mag je de recensie die je op voorhand in je hoofd had, in de vuilnisbak kieperen. We wouden schrijven dat we Goose (****) zoveel beter vinden sinds ze rust, ruimte en melodie toelieten op hun uitstekende laatste plaat ‘What you need’. Meer Depeche Mode dan Bonzai, dat was ons leitmotif. Nu dat was er dan dik naast vanavond, want Goose maakten er een ongelooflijk dance-feestje van in beste Bonzai en gabberhousestijl, het Minnewaterpark was van de eerste tot de laatste minuut een openlucht disco met duizenden handjes in de lucht zoals we nog niet dikwijls gezien hebben op het doorgaans gezapige festival. Ok, “ So long” kon je nog een popsong in de beste Depeche Mode-traditie noemen, maar voor de rest was het beuken, schuren en stampen, met flikkerende strobe-lichten op nummers zoals “ Bring it on”, “Cant stop me now” , “British mode” en “Control”.
Zelden zo een feestje gezien om Cactus af te sluiten. Je hoorde mensen dan ook zeggen: “Fuck, die mannen zin goed”. We moeten ze gelijk geven, soms kan een recensie simpel zijn.

Cactusfestival 2017 was een uitstekende editie, zonder een uitschieter zoals Wilco in 2016, maar zoals altijd met kwaliteit op het podium en schitterend weer van vrijdag tot zondag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2017/

Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

 

Thor & Friends - Thor en zijn vriendinnen
Thor Harris
4AD
Diksmuide
2017-05-05
Nick Nyffels

Soms blikken we eens in het ruime Musiczine archief terug, en dit schreven we in 2012 over het optreden van Swans op Sonic City:  Thor Harris  stond in zijn blote, harige, gespierde bast te drummen, als een woeste Wiki de Viking. Dat de man in het gewone leven timmerman is, was er aan te zien, hoe hij in de ultralange nummers van Swans, op zijn percussie bleef meppen en doorgaan, bewees dat de man over een serieuze fysieke conditie beschikt. Het moet geleden zijn van de passage van Joey Castillo bij Queens of the Stone Age, dat ik nog zo een beest van een drummer gezien heb.”

Die Thor Harris, speelt ondertussen niet meer bij Swans, en stond vanavond in de 4AD als Thor & Friends. We wisten dat we geen noise of drones moesten verwachten, maar wat het dan wel zou worden, daar hadden we het raden naar. Soms is het beter om op voorhand niet te veel te youtuben, en het nieuwe werk van een artiest gewoon op je af te laten komen.

Thor zijn Friends bleken vriendinnen te zijn, drie dames, waarvan twee percussionistes, en een accordeoniste. Met de eerste twee had hij ook zijn debuutplaat opgenomen. We kennen niet zo veel van percussie, dus we moeten het antwoord schuldig blijven of er nu marimba’s, vibrafoons of xylofoons op het podium stonden, maar in ieder geval waren het deze percussie-instrumenten die de sound van Thor & Friends bepalen. Dit werd aangevuld met minimale, impressionistische accordeon en bandoneon-toetsen. Het optreden begon met natuurgeluiden, en toen waren we vertrokken voor een meeslepende, instrumentale set waarin drie muzikanten op percussie door hun samenspel boventonen en subtiele variaties in melodie en tempo creërden.
Thor & Friends zijn duidelijk beïnvloed door het repetitieve minimalisme van Steve Reich, maar evengoed hoorden we er Indonesische gamelanmuziek en een beetje van Tortoise en zelfs Gotan Project in. De basisinstrumentatie werd door Thor en zijn meiden verder aangevuld met crotales (The Low Anthem gebruikte die ook), triangel, melodica en klarinet, en voorprogramma Pol Isaac vulde de klankkleur nog aan op toetsen. Het effect van al die ritmiek was dat je als toeschouwer in een meditatieve, dromende toestand kwam, en dus was dit een heel geslaagd optreden omdat het je helemaal mee in het moment en de muziek nam.

Het muzikale equivalent van een yoga-sessie, zo kon je nog het best deze set van Thor & Friends samenvatten: iets helemaal anders dus dan de duivelsuitdrijving bij Swans.

Pol Isaac mocht het voorprogramma doen. Pol was vroeger muzikant bij Ozark Henry, en bracht hier geslaagde, maar weinig vernieuwende ambient, waarin klank en beeld mooi samengingen. We waren heel tevreden dat hij er geen noise doordraaide, wat de meeste elektronica-artiesten tegenwoordig nodig vinden.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Een band die zalen vult en op Werchter staat enkel op basis van veel views op Youtube: Cigarettes after sex doet het: ze hebben enkel twee EP’s uit, eentje uit 2012 en een andere uit 2015. Hun debuutplaat komt pas in juni uit, maar ze doen nu al een Europese tour die hun naar Le Grand Mix bracht.

Cigarettes after sex komen uit Texas, maar werken nu al een tijdje vanuit New York. De muziek van deze band is droompop, verstilde, minimalistische gitaarmuziek . Frontman Greg Gonzalez zingt met een hogere stem dan zijn normale spreekstem. De band begon heel rustig aan zijn optreden, en dit zou eigenlijk heel de set zo blijven. Het was dus een uurtje wegdromen, maar voor ons mochten er eigenlijk net iets meer dynamiek en weerhaakjes zijn. Bands als Daughter, Mazzy Star en Low smokkelen meer feedback en tempowisselingen in hun nummers, wat dit betreft sloot Cigarettes meer aan bij de slowcore van Spain, of de eersteling van The XX. De muziek werd ondersteund met zwart-wit filmbeelden van onder meer Irène Jacob, de actrice die vooral bekend werd in de films van de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski. De band onderscheidde zich met aan aantal opvallende covers: “Starry eyes” van Roky Erickson en vooral een kaalgestript “Keep on loving you” van REO Speedwagon.

Uitkijken wordt het dus naar die nieuwe plaat in juni, we zijn benieuwd of deze band overeind gaat blijven in The Barn op Werchter, donderdag 29 juni om 3 uur zullen we het weten.

Setlist K. - Starry Eyes (Roky Erickson cover) -I'm a Firefighter - Sunsetz-Dreaming of You - Flash- Nothing's gonna hurt you baby - Keep on loving you (REO Speedwagon cover)-Apocalypse -Affection
Bis: Please don't cry -Opera house

Organisatie : Grand Mix, Tourcoing

Voor nieuwe gitaarbandjes moet je in de Witloof Bar zijn. LvL Up, een viertal uit Brooklyn, is één van de nieuwste aanwinsten van het legendarische Sub Pop records, dat dus verder kijkt dan het nNordwesten van de States. Sub Pop tekende deze week ook een andere band uit dezelfde scene, Frankie Cosmos, de band van Greta Kline, de dochter van acteur Kevin Kline (‘A fish called Wanda’). LvL Up bracht dus vorig jaar hun derde album uit op Sub Pop, ‘Return to love’, een indiegitaarplaat die in hetzelfde vaarwater zit van Car Seat Headrest en Alex G.: ‘ indiepop met stevige gitaren opgefleurd met keyboards en heel sterk puttend uit de indierock van de jaren negentig’.

Live is LVL up een stuk ruwer en recht door zee, de tierlantijntjes op keyboard ontbreken en de ritmesectie gaat voor maximum volume en een gruizig geluid. Het eerste kwartier moesten deze jongens op stoom komen, de zang was dikwijls wel erg onvast en brute kracht overheerste op subtiliteit. Opvallend is ook dat de bassist en de twee gitaristen om beurten de zang op zich nemen en dat ze ook alle drie de nummers schrijven. Na een nummer of vier kwamen ze er door, de leadgitarist toverde verzonken gitaarsolo’s uit zijn hand die moesten opboksen tegen het geweld van de ritmegitaar, drums en bas, en zo kreeg je een geluid dat ergens bij Dinosaur Jr. uitkwam.
LvL up liet van dan af ook zijn meer poppy kant horen, denk aan de powerpop van Weezer en je komt in de buurt. Die pop werd wel verzopen in een stevig laagje feedback, en ze grepen ook naar de kleurpotloden uit de trukendoos van Yo La Tengo: gitaarflarden die plots wegvallen en dan weer opduiken.

Zoals we gewoon zijn in de Witloof Bar was het na drie kwartier gedaan, zodat we om negen uur al weer buiten stonden en nog de tweede helft van de Champions League konden meevolgen …

Setlist: Annie’s a witch – Blur -Angel from space - Spirit was – Pain - Hoodwink’d -Third eye-The closing door - Five men on the ridge - Big snow - I feel extra natural –I - Hidden driver

Organisatie: Botanique, Brussel


Als je het Sportpaleis te groot vindt om de laatste intieme Nick Cave mee te maken, moest je vanavond in de Botanique zijn voor het Canadese Timber Timbre. Dit viertal uit Montréal, kwam hun zesde plaat ‘Sincerely, future pollution’ voorstellen, een muzikale aanklacht tegen het huidige tijdsgewricht met zijn fake news en populisme. Qua thematiek zitten ze dus aan te schuren tegen Father John Misty, muzikaal gaan ze hun eigen unieke weg en mengen ze traditie met keyboards en drumcomputers in een eenentwintigste herinterpretatie van klassieke filmmuziek doorspekt met bluesy rock ‘n roll met een zwart tintje.

Frontman Kirk Taylor ziet er uit als een kalende, besnorde boekhouder, Nick Cave dus zonder toupet, maar is daar niet minder rock’n’roll om. De band begon vanavond met het titelnummer van de nieuwe plaat, een grootstadsblues die gestaag opbouwde om uit te monden in een stevige gitaaruitbarsting. “Sewer blues” ging op dezelfde weg verder, met fiftiesgitaar met veel twang en een kapot orgelgeluid dat uit de keyboards van Mathieu Charbonneau werd getoverd. Vintage jaren tachtig Nick Cave dus, en dat vonden we niet erg. De live versies van de nieuwe nummers waren een stuk potiger, en leunden zo veel meer aan bij de vorige plaat ‘Hot Dreams’. De band durft ook vernieuwen, “Velvet gloves and spit” was een Johnny Cash-klassieker met elektronische drumbeats en clavecimbel klanken.
Zanger Kirk Taylor en Simon Trottier wisselden om beurten tussen gitaar en bas. We vermoeden dat veel nummers op de bas geschreven worden bij Timber Timbre, want die baslijntjes dragen de nummers echt wel. De band nam even gas terug in “Hot dreams”, een slow gedragen door de bariton van Taylor, een light-versie van de sigaarklank van Stuart Staples, en ging op dat elan door op “Western questions”, Sukia meets Richard Hawley, met veel reverb en delay op de gitaar. Van dan af werd het geluid donkerder en filmischer, een psycho-billy soundtrack voor een film noir: surfgitaren en spookachtige orgeltjes en veel effect op de microfoon van Taylor.

Timber Timbre was het perfecte orkest voor een fifties cultfilm marathon, jammer dat er vanavond geen popcorn te krijgen was in de Botanique.

Setlist: Sincerely, future pollution - Sewer blues - Velvet gloves and spit - Moment - Hot dreams - Western questions - Curtains?! - Until the night is over - Black water- Grifting -Blue nuit - Do I have power - Beat the drum slowly - Trouble comes knocking
Bis:Les Egouts - Woman

Organisatie: Botanique, Brussel

Op zaterdagavond mag een concert best wel feestelijk zijn: het is weekend en iedereen wil zich amuseren. Geen band beter om voor die feestelijke ambiance te zorgen dan Thievery Corporation. Het producersduo Rob Garza en Eric Hilton vieren dit jaar twintig jaar dat hun debuut als Thievery Corporation uitkwam. Waar hun vorige album ‘Saudade’ (2014) de inspiratie zocht in de bossa nova, namen ze dit keer hun nieuwe album, ‘The temple of I &I’ op Jamaica op,  het is dus niet verwonderlijk dat dit een dub en reggae-album geworden is.

Lange rijen voor een uitverkochte AB, een blank publiek dat voor de rest vrij divers was, jong en oud, hip en minder hip. Thievery Corporation live bestaat uit een uitgebreide band: naast Garza en Hilton achter de knoppen, is er een bassist, een gitarist, een drummer en een percussionist, aangevuld met zes gastzangers en zangeressen, die om beurten op het podium komen. Het concert begon in Bollywood, met de gitarist op sitar in het instrumentale “Forgotten people”.
In ieder volgend nummer veranderde de sfeer volledig door de vocale inbreng van de verschillende zangers: van reggae, naar dancehall in rasechte Major Lazer-stijl, over dubgeïnspireerde hiphop met rapper Mr. Lif, die solo platen uitbracht op het Definitive Jux-label en vanavond als echte master of ceromony de zaal wist op te hitsen, terug naar Bollywood op “Illumination”, om dan in het Frans trip-hop-sferen op te zoeken.
Door de constante wissel van zangers, zat er veel vaart in het optreden. Geen David Byrne, in “The heart’s a lonely hunter”, maar vervanger Frank Orrall (van Poi dog Pondering) stal niettemin de show met spurtjes op het podium en een vervaarlijke slingerende lamp. Mijn hoogtepunt was het naar Leftfield lonkende “Warning shots” dat de reguliere set afsloot.

In de bis kwamen de verschillende zangers samen op het podium, we onthielden vooral “Lebanese blonde”, het naar Air en Minnie Ripperton lonkende “Heaven’s gonna burn your eyes” en “The richest man in Babylon”, waarin de reggaezanger Horace Andy naar de kroon stak.

Echte streetcredibility hebben Thievery Corporation niet, daarvoor blijft het te veel producersmuziek voor dure hifi-ketens, maar programmeer ze toch maar eens op Reggae Geel, hun liefde voor dub en reggae zal ook de echte rasta’s overtuigen, alleen jammer dat de blazers vanavond uit blik kwamen, een echte blazerssectie zou dit toch meerwaarde gegeven hebben.

Setlist: Forgotten people - Until the morning - True sons of Zion- Letter to the editor - Culture of fear - Illumination - Le monde - Love has no heart- Weapons of distraction - La Femme parallel - Ghetto matrix - Amerimacka-Time + Space -The heart's a lonely hunter - Fight to survive - Warning shots
Bis: Road block - Sweet tides - Lebanese Blonde - The richest man in Babylon - Drop your guns - Heaven's gonna burn your eyes- Unified tribes

Organisatie: Greenhouse Talent

Pagina 4 van 12
FaLang translation system by Faboba