zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

vrijdag 24 februari 2017 01:00

Few Bits - Een onderschatte band

Few Bits - Een onderschatte band
Kitebase + Few Bits
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-02-22
Nick Nyffels

De AB Club programmeerde twee door vrouwen geleide acts. Kite Base was het internationale deel van dit tweeluik: dit  is een duo bestaande uit Ayşe Hassan, de bassiste van Savages, hier ook op bas en Kendra Frost, die de zang, gitaar en keyboards voor haar rekening nam. In die duo-bezetting zorgde een drumcomputer voor de beats. Postpunk zoals bij Savages is Kite Base niet, maar de klank was niettemin sterk schatplichtig aan de jaren tachtig. Het begon met schuivende elektronica en Hassan’s brute bas. Peter Hook is ongetwijfeld een van de inspiratiebronnen van Hassan.   De nummers schipperden tussen ruwe elektronische klanken en pop: Front 242 meets London Grammar, met een vleugje New Order. Hassan stuiterde de ganse show in het rond, zoals we haar kennen bij Savages. Naar het einde toe haalde Frost stevig uit op gitaar. Kite Base was interessant, maar niet wereldschokkend ; een bandje met nog flink wat progressieruimte.

Few Bits is een zeskoppige Antwerpse band rond zangeres Karolien Van Ransbeeck die ondanks de lovende kritieken wat onder de radar blijft hangen. Veel airplay krijgt deze onderschatte band in Vlaanderen niet, wat jammer is. In de AB-Club kwamen ze hun tweede album ‘Big Sparks’ voorstellen, en er was heel wat familie aanwezig om de band te steunen. De band begon hun set met “Sweet warrior”.  Few Bits krijgt dikwijls de stempel dreampop opgedrukt, maar wij hoorden vooral een band die heel goed nagedacht had over elke noot en elke klank, in de sporen van Alex Calier’s Hooverphonic. De stem van Van Ransbeeck doet trouwens ook heel erg aan die van de verschillende zangeressen van Hooverphonic denken.
Heel kunstige pop dus, uitvoerig uitgewerkt, refererend naar The Blue Nile en Prefab Sprout. Van Ransbeeck nam halfweg solo over, op akoestische gitaar, in de stijl van Suzanne Vega, waarna de band mooi inviel en het concert wat steviger werd met meanderende gitaarpartijen. Het hoogtepunt van de set begon als een soundscape, vintage Eno & Lanois, met gitaren die stevig mochten uitbreken. Tijdens de bis mocht het zevende los-vaste bandlid ook het podium op, en werd een nummertje opgedragen aan de talrijke familieleden in de zaal.

Few Bits musiceerde op hoog niveau, hoog tijd dat deze ambachtslui van perfecte popparels de erkenning krijgen die ze verdienen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

maandag 28 november 2016 01:00

The Veils – De zoon van de predikant


The Veils is de band van Finn Andrews, en het is niet helemaal duidelijk of ze nu Nieuw-Zeelands of Brits zijn. Wij verloren deze band uit het oog na hun voortreffelijke debuut ‘The Runaway found’ en ondertussen zijn The Veils al toe aan hun vijfde album, ‘Total Depravity’, hoog tijd dus om de draad terug op te pikken. Als voorbereiding op hun concert in de Orangerie, hadden we dus wat huiswerk te doen en namen we nog eens hun laatste platen door. De conclusie van dat luisterwerk is dat Andrews en zijn band voor geen gat te vangen zijn, en heel wat stijlen aankunnen. Ja, de man zijn stem heeft veel weg van James Walsh (Starsailor), maar muzikaal wordt uit veel verschillende vaatjes getapt, soms rustig, soms rijkelijk georkestreerd, maar ook stevig rockend.

Het was die stevige kant die vanavond heel sterk naar voor kwam: Andrews, met zijn kenmerkende zwarte hoed, was de zoon van de predikant die met wijdse handgebaren zijn kudde begeesterde. We kregen een mengeling van oud en nieuw, met keyboard klanken die heel modern klonken, en de gitaar  en dulcimerklanken die heel retro aandeden. Het eerste halfuur was heel erg Nick Cave, postmoderne blues zonder ooit als ripp-off van de Australische bard te klinken. Andrews zong met veel overtuiging, met een ‘grain’ in de stem en hij bediende zich ook van een retro-microfoon. Qua onderwerpen was het zeer bijbels, met veel hel en verdoemenis, David Eugene Edwards achterna, maar ook “Steve McQueen” passeerde in de teksten. “Nux Vomica” was bijzonder stevig, met scherpe gitaaruithalen. Er werd echter ook gas teruggenomen, met nummers die in een countrysfeertje baadden. Blues, bijbels en country, dan kom je automatisch bij The Gun Club uit, en dat stond ons absoluut niet tegen.
De bassiste had er duidelijk veel zin in vanavond, het enthousiasme droop er vanaf, het was dan ook het laatste concert van de Europese tournee. The Veils beloofden te spelen zolang het publiek er zin in had, dus kregen we een uitgebreide bisronde, met Andrews solo tijdens de eerste drie bisnummers, waarmee hij bewees dat zijn nummers ook akoestisch overeind blijven.

Als ons geheugen ons niet in de steek laat, was dit de eerste keer in twaalf jaar dat we The Veils live zagen, en we moeten toegeven, eigenlijk hebben we iets gemist. De zoon van de predikant heeft er dus een late bekeerling bij, maar zoals de bijbel zegt in Lucas 13-22-30, de laatsten zullen de eersten zijn.


Setlist: 

/Axolotl/Do your bones glow at night?/Low lays the devil/Swimming with the crocodiles/Nux vomica/House of spirits/The Pearl/Birds/A bit on the side/Total depravity/Iodine and iron/Not yet/King of Chrome
Bis:
Candy apple red /The wild son /The tide that left and never came back /Calliope!/Advice for young mothers to be/Jesus for the jugular

Organisatie: Botanique, Brussel


Ryley Walker & Band - Meegetrokken in de bedwelmende wereld van Ryley Walker
Ryley Walker & Band
Magdalenazaal
Brugge
2016-11-11
Nick Nyffels

In deze druilerige, herfstige dagen kan live muziek energie geven. We hadden nog maar een boost gekregen van een schitterend optreden van Steve Gunn, en daar kwam de volgende vitamine-injectie al aan met Ryley Walker, die met zijn band optrad in de Magdalenazaal en zijn nieuwe plaat ‘Golden sings that have been sung’ kwam voorstellen. Walker wordt overal goed onthaald met zijn met jazz doordrenkte akoestische folk die de jaren zeventig van Nick Drake en Tim Buckley oproept.

Het was dan ook logisch dat het publiek niet alleen uit leeftijdsgenoten van de zeventwintigjarige Amerikaan bestond, maar dat er ook veel grijzende kopjes te zien waren die de folk van Buckley en Drake in die jaren zeventig nog bewust meegemaakt hadden. Walker wil echter geen retro-artiest zijn, en koos daarom ook om op zijn nieuwe plaat samen te werken met Leroy Bach, die in ooit nog bij Wilco speelde. Walker lapte ons vanavond een Bob Dylan Newport Folk Festivalmoment: geen akoestische gitaar,  dit was een volledige elektrisch concert, en dat was niet alleen verrassend, maar vooral bijzonder geslaagd: terwijl zijn nummers op plaat meestal rond de vijf minuten afklokken, rekte hij hier zijn nummers uit tot zeven à tien minuten, en dat had een bijzonder hypnotiserend effect.
Je werd echt meegetrokken in de wereld van Walker, de band zorgde voor een jazzy opbouw (kon ook moeilijk anders met die bezetting met contrabas), met veel ruimte voor improvisaties, waar Walker dan op inspeelde met gitaarlijnen met goed veel distortie. De man zijn stem klonk ook veel grofkorreliger dan op plaat, het kwam in de buurt van Eddie Vedder, al kan dat ook aan de blikken Jupiler gelegen hebben die hij soldaat maakte. Dit was echt een top optreden, psychedelisch zonder ooit langdradig te worden, retro maar ook actueel, en eigenlijk wel van een tijdloze klasse.
We moesten even aan de The Doors denken, aan “The end” of “When the music’s over”. De jazz-invloed en de vrijheid om open ruimtes te laten kwamen ook heel erg naar voor, en in die zin had wat Walker op het podium deed ook veel gemeen met de trots van Charleroi, onze eigenste Melanie De Biasio.

Na het optreden sloten we nog af aan de bar, en daar was iedereen unaniem dat dit een heel erg indrukwekkend optreden geweest was waar je in meegetrokken werd. Er zijn nog een kleine twee maanden te gaan in het concertjaar, maar voor ons stond dit in de top drie, naast Steve Gunn en PJ Harvey, die net als Walker haar laatste plaat volledig vertimmert en verbetert op het podium.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk


We staken nog eens het water over voor een concert in Het Bos. Daar kwam Steve Gunn zijn nieuwe album, ‘Eyes on the lines’ voorstellen, dat we met volle overtuiging in de top drie van beste albums van 2016 plaatsen. Een objectief verslag mag je dus niet verwachten, ja we geven het toe, we zijn fan.

De drummer van Steve’s band, is Jonathan Bowles, en die mocht het voorprogramma doen met zijn nieuwe plaat ‘Whole and cloven’. Bowles woont in de bergen van Virginia, en dat is er aan te horen, toch als hij zingt, want dan klinkt het accent van ‘The Dukes of Hazzard’ door. Bowles, zuiderling, was niettemin geen Trump fan, en was dus redelijk down door de recente verkiezingsuitslag. Hij speelde banjo, Appalachian folk, maar met een twist, de banjo was bij momenten oosters gestemd. Bowles was een lome introductie voor Steve Gunn, waar hij dus de drums voor zijn rekening nam.

Steve Gunn is een man zonder capsones, die in zijn doordeweekse plunje op het podium staat, en met zijn lodderogen wat lijkt op Mark Sandman. Wat hij mist aan charisma, compenseert hij voor meer dan de volle honderd procent met zijn gitaartechniek die werkelijk verbluffend is. We moeten trouwens ook zijn gitarist vermelden, die hier in Het Bos een prachtig dialoog aanging met het gitaarspel van Gunn. We zagen Gunn in 2015 in de Botanique, en toen trad hij op als trio, maar dit was nog een stuk sterker dan toen.  Het optreden begon met het titelnummer uit de vorige plaat, “Way out weather”, waarbij de gitarist een dulcimer bespeelde, maar voor de rest werden tot aan de bis enkel nummers uit ‘Eyes on the lines’ gespeeld, en hoe. Gunn voerde ons naar de gitaarhemel, en sleurde ons mee in zijn rijke universum, gebaseerd op classic rock met een vleugje country.
Tot aan de bis was het optreden volledig electrisch, waar dit vorig jaar nog netjes verdeeld werd tussen elektrische en akoestische gitaar. Dit optreden had zoveel sfeer, Gunn en co, lieten de nummers ademen en leven, zodat maar één conclusie mogelijk was: niet alleen top drie van de beste platen dit jaar, maar ook top drie van de beste optredens van 2016. Fans van The War on Drugs, ontdek Steve Gunn, je zal er veel plezier aan beleven.

Setlist: Way Out Weather - Conditions Wild - Ancient Jules - Night Wander - Full Moon Tide - Ark - Park Bench Smile
Bis: Wildwood -Old Strange

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Vorig jaar was het de bedoeling dat Tyondai Braxton zou komen spelen in de Vooruit, maar toen moest hij wegens familiale redenen afzeggen. Een jaar later kwam hij toch nog langs in de Balzaal van de Vooruit. De organisatie had naast Braxton nog twee andere abstracte electronica-acts geprogrammeerd, wij pikten in bij Joseph Hammer. Deze Amerikaan gaat wel heel erg ver in zijn experimentele elektronica, en dat sinds 1980. Hammer’s experimenten klonken alsof er twee radiozenders gelijktijdig aan het spelen waren, en dit op bijzonder irritante wijze. Dit was muziek die de irritatiegrens bewust opzocht en overschreed, en waar we niet vrolijk van werden. We konden ons inbeelden dat dit de perfecte foltermuziek was voor de beulen in Guantanamo.

Snel over dus naar Tyondai Braxton. Die was in een vorig leven de zanger/toetsenman bij Battles, maar verliet die band in 2010 en is sindsdien met experimentele elektronica in de avant-garde bezig.  Braxton had projecties, een laptop en een stevig bekabelde synthesizer meegebracht. Hij bracht ons een uurtje abstracte elektronica: raakpunten waren er met Aphex Twin en Pierre Henry, Squarepusher  en natuurlijk ook Autechre.
Het was allemaal vrij abstract, met weinig herkenbare melodie, de aanknopingspunten moesten bij de beats gezocht worden. De projecties waren even abstract, met vervormde beelden van golffuncties en abstracte geometrische patronen. Dit was hogere wiskunde in beeld en klank getrokken, die bubbelde en borrelde als een uitbarstende vulkaan. In de muziek en de beelden waren er af en toe aanknopingspunten met de realiteit, met beelden van een zwermende bal spreeuwen of berglandschappen en canyons en af en toe een melodie of een tribale percussie die doorbrak.
Braxton gaat de evidentie uit de weg, maar begeeft zich daardoor op de bekende paden die Aphex Twin en Squarepusher al uitgezet hebben. Abstracte elektronica, maar daarom niet vernieuwend, maar wel op zoek naar geluiden die buiten de mainstream liggen. Dit was elektronica die vooral live als totaalervaring werkte, maar die je niet gemakkelijk op plaat zou beluisteren.

Organisatie: Vooruit Gent

Allah-Las: gered door een sterke tweede helft
Allah-Las
Ancienne Belgique (AB-Box)
Brussel
2016-10-26
Nick Nyffels

Jong en oud was naar de AB-Box afgezakt voor het concert van Allah-Las. Die kwamen hun derde album, ‘Calico Review’ voorstellen, en na het optreden zouden ze nog een DJ-set brengen bij Madame Moustache. Live werd dit Californische viertal bijgestaan door een keyboardspeler. Frontman Miles Michaud neemt de meeste zang voor zijn rekening, maar de drie andere bandleden zingen ook elk hun nummertje en de instrumenten worden ook al eens gewisseld.

Allah-Las begonnen sterk met het instrumentale “Ferus Gallery”: surfpop met veel delay en sterke hooks die sprankelen en je een glimlach op het gelaat bezorgen. Ook de volgende paar nummers brachten de Californische zon naar de AB, “Busman’s Holiday” bracht je echt in een vakantiestemming. Net toen we dachten dat dit een heel sterk concertje zou worden, sloeg de sfeer om. De nieuwe nummers gingen hun inspiratie niet meer in de surfpop gaan zoeken en waren daardoor veel minder sprankelend en fris. Op het nieuwe album gaat Allah-las het meer gaan zoeken bij The Velvet Underground en psychedelische sixtiesbands, maar die nieuwe nummers klinken daardoor ook lijziger, en de close harmonies die de nummers naar een hoger plan voeren, ontbreken.
Het was pas in de tweede helft dat dit terug een sterk concert werd, met de ‘ahahs’ in “Sandy” en het bloedmooie, melancholieke “Catalina”, met een zang die aan Steve Wynn deed denken. “Sacred Sands” riep de onbezorgde en onschuldige jaren zestig op, een eenentwintigste eeuwse instrumentale surfklassieker die ook door de jonge kids heel goed gesmaakt werd. Die werden zelfs heel enthousiast in de afsluitende bis, “Catamaran”,  want er dook zelfs een crowdsurfer op.

Allah-Las redden vanavond hun concert met een sterke tweede helft, maar we zagen hen al in betere vorm in 2015 in de Handelsbeurs, Gent. De nieuwe nummers missen dat sprankeltje dat deze band zo goed maakt.

Setlist: Ferus gallery-Had it all-  Busman’s- 200S -501-415 –Could be you – Warmed – Famous – sandy –Strange –Satisfied- Catalina –Sacred –No voodoo – Sacred-Roadside –Autumn –Calm me – Catamaran

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Op Pukkelpop sloten we het festival af met Marky Ramone en Ken Stringfellow, die aan een hels tempo de ene na de andere Ramones-klassieker met verve vertolkten, en lieten we het optreden van Minor Victories aan ons voorbijgaan, op het laatste nummer na, dat we nog konden meepikken toen de gabba-gabba heys opgehouden waren. Niet getreurd, Minor Victories stond vanavond in de Orangerie die al bij al goed volgelopen was, ook al omdat Japanese Breakfast, van de Rotonde naar de Orangerie verplaatst was en het voorprogramma mocht verzorgen.

Japanese Breakfast is het slaapkamerproject van  Michelle Zauner, een artieste uit Philadelphia die eerder bij de emo-band Little Big League de frontvrouw was. Haar laatste album, ‘Psychopump’, dat afklokt op nauwelijks 25 minuten, wordt overal positief onthaald. We waren zelf heel wat minder positief over haar podiumprestatie vanavond, om het met twee woorden in het Frans te omschrijven: “pas terrible”. Zauner is duidelijk beïnvloed door Siouxsie Sioux en Throwing Muses, maar haar stem schoot schromelijk tekort, en haar gitaarspel gooide ook al geen hoge ogen. We hebben dit Waxahatchee al veel beter zien doen. Toen ze zich aan een cover van The Cranberries waagde met “Dreams”, kregen we plots heel veel respect voor Dolores O’Riordan. Het beste nummer was de afsluiter, waarin ze Poliça-gewijs haar stem door de autotune stuurde en de gitaar liet vallen voor een keyboard. Japanese Breakfast, geef ons toch maar boterkoeken.

Minor Victories kan je een project noemen van samenwerkende indie-coryfeeën: frontvrouw is Rachel Goswell van Slowdive en Mojave 3, en verder doen ook Stuart Braithwaite van Mogwai en Justin Lockey van Editors mee. James Lockey, broer van, mag de band vervolledigen. Minor Victories klinkt als de som der delen: je krijgt dus een mix van shoegaze, post-rock, post-punk en dreampop, en de band had ook een verzorgde filmbeelden mee, al was het niet echt duidelijk welke boodschap die beelden moesten overbrengen: een killer poesje dat laserstralen afvuurt en volledige steden vernietigt, is redelijk bizar en ook wel flauw. Misschien was het wel de bedoeling om de spot te drijven met de dodelijke serieux die veel post-rock bands uitstralen, maar dat was dan ook even goed een gebrek van de hele show vanavond: de nummers hadden alle elementen van post-rock of droompop, maar waren te poppy om goed te werken: in post-rock, net als in droompop moet je je als toeschouwer kunnen verliezen in een muur van geluid en moet de muziek ofwel dreiging of ontroering uitstralen, en dat ontbrak wat.
Rachel Goswell was heel enthousiast, maar ze klonk als Kirsty Maccoll, dus meer als de 45-jarige vrouw die ze is, en niet als het jonge meisje zoals ze op plaat klinkt. Wellicht moest ze krachtiger zingen om tegen het live-geluid van de band op te tornen.
De beste nummers vanavond waren “A Hundred ropes” en “Scattered ashes”, ondanks het potsierlijke laserpoesje.

Op dit moment is Minor Victories nog niet beter dan de som der delen. Blijven samenspelen en met een volgende plaat lukt het misschien wel om een meerwaarde te creëren.

Setlist: Give up the ghost – the thief – A hundred ropes –Cogs –Breaking my light –Folk arp –Scattered ashes –Higher hopes-Out to sea

Organisatie: Botanique, Brussel

Het New-Yorkse Parquet Courts heeft zijn met ‘Human Performance’ veruit zijn beste plaat uit: minder experiment, van het eerste tot het laatste nummer voldragen nummers, rustiger ook, maar daardoor tot volle wasdom gekomen. Bij vorige platen dachten we nog, niet slecht, maar ook niet pakkend. Maar ‘Human Performance’ is toch een van de rockplaten van 2016, ook al halen ze heel erg de mosterd uit de jaren zeventig bij een Velvet Underground van de latere platen en vooral The Modern Lovers.

Het bestuur Openbare Werken had besloten om bij de start van het weekend de Brusselse tunnels af te sluiten, zodat we pas dik in het tweede nummer de Orangerie betraden. Er bleef genoeg Parquet Courts over, want ze zouden vanavond zo maar eens 22 nummers er door jagen, en dat ondanks de lange onderbrekingen tussen de nummers die de band opvulde door onzin te spuien. Ze waren in vorm, de klank zat goed, de gitaarnummers werden opgesmukt door een orgeltje, en de meer punky nummers die Andrew Savage zong, stonden recht op hun pootjes. Normaal zijn we meer fan van de nummers die de boomlange Austin Brown zingt, maar vanavond viel het in balans.
Naast de duidelijke jaren zeventig proto-punk invloeden, maken Parquet Courts ook meer dan geslaagde uitstapjes naar andere genres: “Captive of the sun”, met zijn parlando rap, had wel van Beck Hansen kunnen zijn, en “One man, no city” was een dikke kwak guacamole met zijn huppelend salsa ritme. Parquet Courts wordt dikwijls onterecht vergeleken met Pavement, landerig wordt het nooit bij deze New- Yorkers, en beide zangers zijn ook veel toonvaster dan Stephen Malkmus, maar kijk “Steady on mind” was toch een country trage die op het conto van Pavement had kunnen staan.
Het tegendraadse zat er hier en daar toch nog in, bv. in de non-song “I was just here”, maar dat was toch de uitzondering: vijf kwartier lang bewezen Parquet Courts dat ze sterke songschrijvers geworden zijn.  Het orgelpunt was wellicht het country geinspireerde “Berlin got blurry”, met zijn, pun-intended, invallend orgeltje.

Hun punk-ethos hebben ze nog: geen bisnummers en veel onzin tussen de nummers die de flow er wat uit halen. Deze band zal altijd het best tot zijn recht komen in de kleine en middelgrote zalen, en moet wat mij betreft niet groter worden. Small is beautiful!

Organisatie: Botanique, Brussel

Wild Beasts gooien het op hun vijfde album ‘Boy King’ over een andere boeg: de elektronica naar de achtergrond en veel meer gitaren. Die plaat lieten ze produceren door John Congleton, die eerder al platen van St Vincent en Swans opnam.

Dat vertaalde zich ook op het podium van de Botanique. Het concert begon heel sfeervol, met de openingsmuziek van This Mortal Coil: “Song to the siren” werd volledig uitgespeeld, qua sfeerschepping kon dit tellen en die sfeer liep naadloos over in het instrumentale openingsnummer waarin een koorzang maar bleef aanzwellen. De twee zangers van de groep, bassist Tom Fleming en toetsenman Hayden Thorpe, namen om beurten de zang voor zich, waarbij die laatste zich liet opmerken door zijn diepe keelklanken die aan Boy George of Antony Hegarty deden denken.
Veel gitaren in dit optreden, soms werden ze op een onconventionele manier gebruikt, om rare geluidjes te produceren, in “Bed of nails” bespeelde de gitarist zijn gitaar met een strijkstok.
Het nieuwe geluid van Wild Beasts lag dicht bij dat van Foals, en tijdens de momenten dat de gitaren begonnen te scheuren, ook wel bij Muse.  De LED-panelen brachten het bombast van Muse ook visueel naar de kleinere setting van de Orangerie.  
Echt los kwam het concert pas vanaf “Wanderlust”, een topnummer waarop iedere band jaloers zou zijn, met de onvergetelijke zinsnede “ Don’t confuse me with someone who gives a fuck”. Zet de Nobelprijs literatuur 2017 al maar klaar, zou ik zo zeggen.  Ook “Alpha female” was top, dit nummer had ruimte in zich, een beetje zoals wat Mark Hollis bij Talk Talk deed. Dit elan werd doorgetrokken in de bissen, met “Celestial creatures” een hitsige paardans tussen Scissor Sisters en Depeche Mode, en  afsluiter “All the king’s men”, waarbij bassist Tom Fleming het publiek indook.

Wild Beasts kwamen wat traag op gang, maar toen was het echt de moeite.

Setlist:  Big Cat – Taste-Ponytail- Simple beautiful – Bed of nails – Colussus –Hooting – Mecca – 2BU – Lion’s share – though guy – Wanderlust – Alpha Female
Bis: Get my bang – Celestial creatures – Kings men

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 5 van 12
FaLang translation system by Faboba