zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels


We staken nog eens het water over voor een concert in Het Bos. Daar kwam Steve Gunn zijn nieuwe album, ‘Eyes on the lines’ voorstellen, dat we met volle overtuiging in de top drie van beste albums van 2016 plaatsen. Een objectief verslag mag je dus niet verwachten, ja we geven het toe, we zijn fan.

De drummer van Steve’s band, is Jonathan Bowles, en die mocht het voorprogramma doen met zijn nieuwe plaat ‘Whole and cloven’. Bowles woont in de bergen van Virginia, en dat is er aan te horen, toch als hij zingt, want dan klinkt het accent van ‘The Dukes of Hazzard’ door. Bowles, zuiderling, was niettemin geen Trump fan, en was dus redelijk down door de recente verkiezingsuitslag. Hij speelde banjo, Appalachian folk, maar met een twist, de banjo was bij momenten oosters gestemd. Bowles was een lome introductie voor Steve Gunn, waar hij dus de drums voor zijn rekening nam.

Steve Gunn is een man zonder capsones, die in zijn doordeweekse plunje op het podium staat, en met zijn lodderogen wat lijkt op Mark Sandman. Wat hij mist aan charisma, compenseert hij voor meer dan de volle honderd procent met zijn gitaartechniek die werkelijk verbluffend is. We moeten trouwens ook zijn gitarist vermelden, die hier in Het Bos een prachtig dialoog aanging met het gitaarspel van Gunn. We zagen Gunn in 2015 in de Botanique, en toen trad hij op als trio, maar dit was nog een stuk sterker dan toen.  Het optreden begon met het titelnummer uit de vorige plaat, “Way out weather”, waarbij de gitarist een dulcimer bespeelde, maar voor de rest werden tot aan de bis enkel nummers uit ‘Eyes on the lines’ gespeeld, en hoe. Gunn voerde ons naar de gitaarhemel, en sleurde ons mee in zijn rijke universum, gebaseerd op classic rock met een vleugje country.
Tot aan de bis was het optreden volledig electrisch, waar dit vorig jaar nog netjes verdeeld werd tussen elektrische en akoestische gitaar. Dit optreden had zoveel sfeer, Gunn en co, lieten de nummers ademen en leven, zodat maar één conclusie mogelijk was: niet alleen top drie van de beste platen dit jaar, maar ook top drie van de beste optredens van 2016. Fans van The War on Drugs, ontdek Steve Gunn, je zal er veel plezier aan beleven.

Setlist: Way Out Weather - Conditions Wild - Ancient Jules - Night Wander - Full Moon Tide - Ark - Park Bench Smile
Bis: Wildwood -Old Strange

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Vorig jaar was het de bedoeling dat Tyondai Braxton zou komen spelen in de Vooruit, maar toen moest hij wegens familiale redenen afzeggen. Een jaar later kwam hij toch nog langs in de Balzaal van de Vooruit. De organisatie had naast Braxton nog twee andere abstracte electronica-acts geprogrammeerd, wij pikten in bij Joseph Hammer. Deze Amerikaan gaat wel heel erg ver in zijn experimentele elektronica, en dat sinds 1980. Hammer’s experimenten klonken alsof er twee radiozenders gelijktijdig aan het spelen waren, en dit op bijzonder irritante wijze. Dit was muziek die de irritatiegrens bewust opzocht en overschreed, en waar we niet vrolijk van werden. We konden ons inbeelden dat dit de perfecte foltermuziek was voor de beulen in Guantanamo.

Snel over dus naar Tyondai Braxton. Die was in een vorig leven de zanger/toetsenman bij Battles, maar verliet die band in 2010 en is sindsdien met experimentele elektronica in de avant-garde bezig.  Braxton had projecties, een laptop en een stevig bekabelde synthesizer meegebracht. Hij bracht ons een uurtje abstracte elektronica: raakpunten waren er met Aphex Twin en Pierre Henry, Squarepusher  en natuurlijk ook Autechre.
Het was allemaal vrij abstract, met weinig herkenbare melodie, de aanknopingspunten moesten bij de beats gezocht worden. De projecties waren even abstract, met vervormde beelden van golffuncties en abstracte geometrische patronen. Dit was hogere wiskunde in beeld en klank getrokken, die bubbelde en borrelde als een uitbarstende vulkaan. In de muziek en de beelden waren er af en toe aanknopingspunten met de realiteit, met beelden van een zwermende bal spreeuwen of berglandschappen en canyons en af en toe een melodie of een tribale percussie die doorbrak.
Braxton gaat de evidentie uit de weg, maar begeeft zich daardoor op de bekende paden die Aphex Twin en Squarepusher al uitgezet hebben. Abstracte elektronica, maar daarom niet vernieuwend, maar wel op zoek naar geluiden die buiten de mainstream liggen. Dit was elektronica die vooral live als totaalervaring werkte, maar die je niet gemakkelijk op plaat zou beluisteren.

Organisatie: Vooruit Gent

Allah-Las: gered door een sterke tweede helft
Allah-Las
Ancienne Belgique (AB-Box)
Brussel
2016-10-26
Nick Nyffels

Jong en oud was naar de AB-Box afgezakt voor het concert van Allah-Las. Die kwamen hun derde album, ‘Calico Review’ voorstellen, en na het optreden zouden ze nog een DJ-set brengen bij Madame Moustache. Live werd dit Californische viertal bijgestaan door een keyboardspeler. Frontman Miles Michaud neemt de meeste zang voor zijn rekening, maar de drie andere bandleden zingen ook elk hun nummertje en de instrumenten worden ook al eens gewisseld.

Allah-Las begonnen sterk met het instrumentale “Ferus Gallery”: surfpop met veel delay en sterke hooks die sprankelen en je een glimlach op het gelaat bezorgen. Ook de volgende paar nummers brachten de Californische zon naar de AB, “Busman’s Holiday” bracht je echt in een vakantiestemming. Net toen we dachten dat dit een heel sterk concertje zou worden, sloeg de sfeer om. De nieuwe nummers gingen hun inspiratie niet meer in de surfpop gaan zoeken en waren daardoor veel minder sprankelend en fris. Op het nieuwe album gaat Allah-las het meer gaan zoeken bij The Velvet Underground en psychedelische sixtiesbands, maar die nieuwe nummers klinken daardoor ook lijziger, en de close harmonies die de nummers naar een hoger plan voeren, ontbreken.
Het was pas in de tweede helft dat dit terug een sterk concert werd, met de ‘ahahs’ in “Sandy” en het bloedmooie, melancholieke “Catalina”, met een zang die aan Steve Wynn deed denken. “Sacred Sands” riep de onbezorgde en onschuldige jaren zestig op, een eenentwintigste eeuwse instrumentale surfklassieker die ook door de jonge kids heel goed gesmaakt werd. Die werden zelfs heel enthousiast in de afsluitende bis, “Catamaran”,  want er dook zelfs een crowdsurfer op.

Allah-Las redden vanavond hun concert met een sterke tweede helft, maar we zagen hen al in betere vorm in 2015 in de Handelsbeurs, Gent. De nieuwe nummers missen dat sprankeltje dat deze band zo goed maakt.

Setlist: Ferus gallery-Had it all-  Busman’s- 200S -501-415 –Could be you – Warmed – Famous – sandy –Strange –Satisfied- Catalina –Sacred –No voodoo – Sacred-Roadside –Autumn –Calm me – Catamaran

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Op Pukkelpop sloten we het festival af met Marky Ramone en Ken Stringfellow, die aan een hels tempo de ene na de andere Ramones-klassieker met verve vertolkten, en lieten we het optreden van Minor Victories aan ons voorbijgaan, op het laatste nummer na, dat we nog konden meepikken toen de gabba-gabba heys opgehouden waren. Niet getreurd, Minor Victories stond vanavond in de Orangerie die al bij al goed volgelopen was, ook al omdat Japanese Breakfast, van de Rotonde naar de Orangerie verplaatst was en het voorprogramma mocht verzorgen.

Japanese Breakfast is het slaapkamerproject van  Michelle Zauner, een artieste uit Philadelphia die eerder bij de emo-band Little Big League de frontvrouw was. Haar laatste album, ‘Psychopump’, dat afklokt op nauwelijks 25 minuten, wordt overal positief onthaald. We waren zelf heel wat minder positief over haar podiumprestatie vanavond, om het met twee woorden in het Frans te omschrijven: “pas terrible”. Zauner is duidelijk beïnvloed door Siouxsie Sioux en Throwing Muses, maar haar stem schoot schromelijk tekort, en haar gitaarspel gooide ook al geen hoge ogen. We hebben dit Waxahatchee al veel beter zien doen. Toen ze zich aan een cover van The Cranberries waagde met “Dreams”, kregen we plots heel veel respect voor Dolores O’Riordan. Het beste nummer was de afsluiter, waarin ze Poliça-gewijs haar stem door de autotune stuurde en de gitaar liet vallen voor een keyboard. Japanese Breakfast, geef ons toch maar boterkoeken.

Minor Victories kan je een project noemen van samenwerkende indie-coryfeeën: frontvrouw is Rachel Goswell van Slowdive en Mojave 3, en verder doen ook Stuart Braithwaite van Mogwai en Justin Lockey van Editors mee. James Lockey, broer van, mag de band vervolledigen. Minor Victories klinkt als de som der delen: je krijgt dus een mix van shoegaze, post-rock, post-punk en dreampop, en de band had ook een verzorgde filmbeelden mee, al was het niet echt duidelijk welke boodschap die beelden moesten overbrengen: een killer poesje dat laserstralen afvuurt en volledige steden vernietigt, is redelijk bizar en ook wel flauw. Misschien was het wel de bedoeling om de spot te drijven met de dodelijke serieux die veel post-rock bands uitstralen, maar dat was dan ook even goed een gebrek van de hele show vanavond: de nummers hadden alle elementen van post-rock of droompop, maar waren te poppy om goed te werken: in post-rock, net als in droompop moet je je als toeschouwer kunnen verliezen in een muur van geluid en moet de muziek ofwel dreiging of ontroering uitstralen, en dat ontbrak wat.
Rachel Goswell was heel enthousiast, maar ze klonk als Kirsty Maccoll, dus meer als de 45-jarige vrouw die ze is, en niet als het jonge meisje zoals ze op plaat klinkt. Wellicht moest ze krachtiger zingen om tegen het live-geluid van de band op te tornen.
De beste nummers vanavond waren “A Hundred ropes” en “Scattered ashes”, ondanks het potsierlijke laserpoesje.

Op dit moment is Minor Victories nog niet beter dan de som der delen. Blijven samenspelen en met een volgende plaat lukt het misschien wel om een meerwaarde te creëren.

Setlist: Give up the ghost – the thief – A hundred ropes –Cogs –Breaking my light –Folk arp –Scattered ashes –Higher hopes-Out to sea

Organisatie: Botanique, Brussel

Het New-Yorkse Parquet Courts heeft zijn met ‘Human Performance’ veruit zijn beste plaat uit: minder experiment, van het eerste tot het laatste nummer voldragen nummers, rustiger ook, maar daardoor tot volle wasdom gekomen. Bij vorige platen dachten we nog, niet slecht, maar ook niet pakkend. Maar ‘Human Performance’ is toch een van de rockplaten van 2016, ook al halen ze heel erg de mosterd uit de jaren zeventig bij een Velvet Underground van de latere platen en vooral The Modern Lovers.

Het bestuur Openbare Werken had besloten om bij de start van het weekend de Brusselse tunnels af te sluiten, zodat we pas dik in het tweede nummer de Orangerie betraden. Er bleef genoeg Parquet Courts over, want ze zouden vanavond zo maar eens 22 nummers er door jagen, en dat ondanks de lange onderbrekingen tussen de nummers die de band opvulde door onzin te spuien. Ze waren in vorm, de klank zat goed, de gitaarnummers werden opgesmukt door een orgeltje, en de meer punky nummers die Andrew Savage zong, stonden recht op hun pootjes. Normaal zijn we meer fan van de nummers die de boomlange Austin Brown zingt, maar vanavond viel het in balans.
Naast de duidelijke jaren zeventig proto-punk invloeden, maken Parquet Courts ook meer dan geslaagde uitstapjes naar andere genres: “Captive of the sun”, met zijn parlando rap, had wel van Beck Hansen kunnen zijn, en “One man, no city” was een dikke kwak guacamole met zijn huppelend salsa ritme. Parquet Courts wordt dikwijls onterecht vergeleken met Pavement, landerig wordt het nooit bij deze New- Yorkers, en beide zangers zijn ook veel toonvaster dan Stephen Malkmus, maar kijk “Steady on mind” was toch een country trage die op het conto van Pavement had kunnen staan.
Het tegendraadse zat er hier en daar toch nog in, bv. in de non-song “I was just here”, maar dat was toch de uitzondering: vijf kwartier lang bewezen Parquet Courts dat ze sterke songschrijvers geworden zijn.  Het orgelpunt was wellicht het country geinspireerde “Berlin got blurry”, met zijn, pun-intended, invallend orgeltje.

Hun punk-ethos hebben ze nog: geen bisnummers en veel onzin tussen de nummers die de flow er wat uit halen. Deze band zal altijd het best tot zijn recht komen in de kleine en middelgrote zalen, en moet wat mij betreft niet groter worden. Small is beautiful!

Organisatie: Botanique, Brussel

Wild Beasts gooien het op hun vijfde album ‘Boy King’ over een andere boeg: de elektronica naar de achtergrond en veel meer gitaren. Die plaat lieten ze produceren door John Congleton, die eerder al platen van St Vincent en Swans opnam.

Dat vertaalde zich ook op het podium van de Botanique. Het concert begon heel sfeervol, met de openingsmuziek van This Mortal Coil: “Song to the siren” werd volledig uitgespeeld, qua sfeerschepping kon dit tellen en die sfeer liep naadloos over in het instrumentale openingsnummer waarin een koorzang maar bleef aanzwellen. De twee zangers van de groep, bassist Tom Fleming en toetsenman Hayden Thorpe, namen om beurten de zang voor zich, waarbij die laatste zich liet opmerken door zijn diepe keelklanken die aan Boy George of Antony Hegarty deden denken.
Veel gitaren in dit optreden, soms werden ze op een onconventionele manier gebruikt, om rare geluidjes te produceren, in “Bed of nails” bespeelde de gitarist zijn gitaar met een strijkstok.
Het nieuwe geluid van Wild Beasts lag dicht bij dat van Foals, en tijdens de momenten dat de gitaren begonnen te scheuren, ook wel bij Muse.  De LED-panelen brachten het bombast van Muse ook visueel naar de kleinere setting van de Orangerie.  
Echt los kwam het concert pas vanaf “Wanderlust”, een topnummer waarop iedere band jaloers zou zijn, met de onvergetelijke zinsnede “ Don’t confuse me with someone who gives a fuck”. Zet de Nobelprijs literatuur 2017 al maar klaar, zou ik zo zeggen.  Ook “Alpha female” was top, dit nummer had ruimte in zich, een beetje zoals wat Mark Hollis bij Talk Talk deed. Dit elan werd doorgetrokken in de bissen, met “Celestial creatures” een hitsige paardans tussen Scissor Sisters en Depeche Mode, en  afsluiter “All the king’s men”, waarbij bassist Tom Fleming het publiek indook.

Wild Beasts kwamen wat traag op gang, maar toen was het echt de moeite.

Setlist:  Big Cat – Taste-Ponytail- Simple beautiful – Bed of nails – Colussus –Hooting – Mecca – 2BU – Lion’s share – though guy – Wanderlust – Alpha Female
Bis: Get my bang – Celestial creatures – Kings men

Organisatie: Botanique, Brussel

maandag 03 oktober 2016 03:00

Mike Watt - Legende van de jaren tachtig

Mike Watt en King Champion Sounds
N9
Eeklo
2016-10-01
Nick Nyffels

Een absolute legende van de Amerikaanse underground stond op zaterdag in de N9 in Eeklo: Mike Watt. Mike Wie? Wel iedereen kent een nummer van hem, maar niemand beseft dat het van Mike Watt’s Minutemen is: “Corona” uit ‘Double nickels on the dime’ uit 1984 is het kenwijsje van MTV’s Jackass met Johny Knoxville en Steve-O. Wij leerden Watt kennen in 1995 met zijn solo album ‘Ball Hog or Tugboat?’, zijn solodebuut dat hij opnam met de crème de la crème van de alternatieve scene: J Mascis, Frank Black, Evan Dando, Mark Lanegan, Dave Grohl, Flea en Eddie Vedder, om er maar een paar te noemen.
Sindsdien heeft Watt in verschillende bands en projecten gespeeld, onder meer met Wilco gitarist Nels Cline en ook als live bassist bij de reunie van The Stooges.

In Eeklo stond Mike Watt er als Il Sogno del Marinaio, ofte de droom van de zeeman, een trio dat hij met twee Italianen, Stefano Pilia en Andrea Belfi opgezet heeft. Watt, met zwarte ziekenfondsbril, introduceerde de band, en zei vereerd te zijn dat een select Eekloos publiek er voor had gekozen om op zaterdagavond naar zijn muziek te luisteren. Il Sogno del Marinaio speelde rock met een jazz insteek, veel instrumentale nummers, met veel dynamiek en tempowisselingen, en de kenmerkende met de deur in huis vallende basstijl van Watt: van zacht ging hij plots over naar hard, krachtig en dominant. Soms zong Watt, maar meestal was het dus instrumentaal, met veel gitaarsolo’s, hoekig, soms kubistisch van inslag en dikwijls met vijf nummers die  in een enkele song gedrumd werden. Je kon het een beetje vergelijken met het Belgische Stuff. Naast nummers in het Engels, kregen we ook nummers in het Italiaans, en omdat de drummer tegenwoordig in Berlijn woont, ook in het Duits. Toen de gitarist een snaar brak, bewees Watt ook een volleerde stand up comedian te zijn. Tijdens de bisronde kroop er een funkske tevoorschijn, Nile Rodgers zou er trots op geweest zijn.

De hoofdact vanavond King Champion Sounds is een Nederlands-Engelse band rond zanger G.W. Sok van The Ex, aangevuld met een aantal jonge honden. Mike Watt speelde op de laatste plaat van King Champion Sounds, maar kon vanavond niet mee spelen omdat ze vroeg de ferry moesten nemen voor hun volgende optreden in Sheffield. Waar Watt een heel diverse, grillige set bracht, was King Champion Sounds veel duidelijker en eenvormige van klank: GW Sok, zijn tekstvellen in de hand, declameerde zijn nummers in jaren tachtig stijl, ondersteund door een new wave bass, en dit contrasteerde met de vrolijke blazers. Dit was voer voor de dansvloer, feestmuziek voor fans van The Fall, Gang of Four, The Pop Group, Madness en ska in het algemeen.

Het voorprogramma had een link met de hoofdact: Deutsche Ashram is een Nederlands duo dat bestaat uit de gitarist van King Champion Sounds, Ajay Saggar, en zangeres Merinde Verbeek. De ritmesectie stond op de computer, en verder hoorden we een geluid dat het ging gaan zoeken bij Beach House, Mazzy Star en new waveklanken. Charmant.

Organisatie: N9, Eeklo

zondag 02 oktober 2016 03:00

Moderat - Beats voor de meerwaardezoeker


De Berlijnse underground dance-scene wordt groot, dat kunnen we toch besluiten na het uitverkochte concert van Moderat in Vorst-Nationaal. Uitverkocht, wil in dit geval zeggen de kleine versie van Vorst, zonder de bovenste ring, maar niettemin blijft het een prestatie die we nooit verwacht hadden toen we Moderat de eerste keer zagen op Pukkelpop 2009. Hun debuutalbum hebben ze ook met de nieuwe plaat ‘III’ niet overtroffen, maar toch hebben ze hun aanhang gestaag weten uit te bouwen. Wat ons nog heel goed bijstaat van die Pukkelpop-passage waren de uiterst verzorgde visuals die de elektronica van Moderat naar een hoger plan brachten, en dit was ook de sterkte vanavond in Vorst.
Uiteindelijk is een elektronisch trio niet zo interessant om naar te kijken, dus sterke visuals zijn een must voor een boeiende concertavond. Net als Kraftwerk pakken Sascha Ring (Apparat), Gernot Bronsert en Sebastian Szary (beiden ook aan de slag als Modeselektor) met ‘Deutsche Grundlichkeit’ het design van muziek en beeld als een ‘Gesamtkunstwerk’ aan. Vóór aanvang van het concert vroeg Moderat om geen flits te gebruiken, om de sfeer van hun donkere projecties te bewaren zodat iedereen de Moderat-ervaring kon ondergaan. Voor een concertfotograaf was dit dus een heel ondankbaar concert, maar dat belette niemand in het publiek om toch uitgebreid foto’s en filmpjes te schieten met de smartphone tijdens het concert, die waarschijnlijk achteraf toch verwijderd werden wegens veel te donker en onscherp.

Moderat begon met “Ghostmother”, waarin Sascha Ring de eerste keer zijn ijle stem over de beats liet glijden, met passende beelden van schimmige, amorfe vormen die als het ware uit de duistere diepten van de zee opdoken. Mijn absolute favoriet, “ A new error”, met zwart-witte projecties van bewegende handen, werd ook door het publiek op herkenningsapplaus onthaald. De huidige single “Running” combineerde de elektronische Radiohead met acid house, beats voor de meerwaardezoeker dus, maar altijd dansbaar, een beetje als Underworld bij momenten, maar nooit met een simpele vierkwartsbeat, maar altijd met breakbeats die de bouwstenen zijn die deze producers naar believen toevoegden of weglieten, zoals een stel meesterkoks die hun kunnen etaleerden. “Rusty nails” was sensueel, ook door de projecties van spookachtige figuren in wapperend textiel. “Reminder” klonk als een samenwerking tussen Jonsi van Sigur Ros en Breakbeat Era.
Wij genoten vooral van de meer stevige nummers, omdat de zang van Sascha Ring in de rustige nummers op de duur toch wel wat eentonig klonk. Beelden van versplinterde betonblokken kondigden een stevige versnelling van het tempo aan, het publiek ging echt loos op een trance nummer dat sterk opbouwde en mij deed denken aan een mix van “King of Snake” van Underworld met “French Kiss” van Little Louis. Er zijn slechtere mash-ups denkbaar. “Last time” ging het in de jaren tachtig zoeken, bij Depeche Mode en Human League. “Les grandes marches” was het hoogtepunt van het concert, een langgerekte climax van de eerste tot de laatste minuut, gevolgd door een hard inkomend “Nr. 22”. De lichtshow speelde daar passend op in met vloeiende laserlijnen. We kregen ook nog een comic strip in de stijl van Charles Burns (voor wie deze comic tekenaar niet kent, de hoes van Iggy  Pop’s ‘Brick by brick’ is van hem) dat “Bad kingdom” illustreerde met een opeenhoping van clichés uit de film noir.
Het einde van het concert zakte een beetje in met “The fool” en “Intruder”, beiden iets te veel downtempo om het concert mee af te sluiten, gelukkig riep het publiek Moderat nog eens terug voor “Versions”, een stevige psychedelische stamper zoals we die kennen van The Orb.

Moderat bewees vanavond een grote zaal aan te kunnen. Festivalprogrammatoren, doe eens zot en zet die mannen eens als afsluiter op de main stage ipv voor de elfendertigste keer Chase & Status of Chemical Brothers te programmeren. ‘Moderat ist
fertig’!

Setlist: Ghostmother – A new error – Running –Abandon Window – eating hooks –Rusty  nails –reminder –animal trails – last time – Les grandes marches –nr. 22

Milk – bad kingdom – the fool – Intruder – Versions

Organisatie: Live Nation

Cactusfestival 2016 – van 8 t/m 10 juli 2016 – een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2016
Minnewaterpark
Brugge
2016-07-08 t/m 2016-07-10
Nick Nyffels

Joepie, het is weer Cactusfestival, om Luc De Vos zaliger te parafraseren. Dit gezellige familiefestival had dit jaar nog meer zijn best gedaan met extra foodtrucks op het Barge terrein en een topaffiche zodat de zaterdag op voorhand uitverkocht was. Het weer was excellent, eindelijk zomer, dus gans Brugge en omstreken was naar het Minnewaterpark afgezakt om een pintje te drinken aan de Lange Bar en van de volgende uitstekende bands te genieten.

dag 1 – vrijdag 8 juli 2016
Calexico  (****) was  vrijdag de echte publiekstrekker. Hun mix van Americana en Latijns-Amerikaanse genres is perfect voor de festivals, vernieuwend zijn ze misschien niet meer, maar dat kon het publiek worst wezen: het weekend was begonnen, het was lekker warm, een pintje of een cocktail bij de hand, wat moet je nog meer. Of het  aan het weer lag weet ik, maar het was stukken beter dan hun vorige passage op Cactus in 2013. Ik vind de Latinonummers de beste, een “Cumbia de donde” bijvoorbeeld dat als derde nummer gespeeld werd. Calexico stond met zijn zevenen op het podium, met onder meer een Spanjaard die de band kwam vervoegen.  Naast cumbia kregen we nog een rist van andere Latino-genres voorgeschoteld: Mariachi-muziek (“Minas de cobre”), rumba, calypso en salsa passeerden allemaal de revue. Daarnaast natuurlijk ook Americana en stevige rock, er zat zelfs een noise-uitbarsting in de set. De Mexicaanse ayayay-schreeuwtjes hitsten het publiek op en bij “Crystal Frontier” gingen de handjes in de lucht tot aan de PA. Mijn favoriet: “Guero Canelo”.

Normaal zijn de Belgische bands de publiekstrekkers op Cactus, maar kijk, er stond beduidend minder volk bij Black Box Revelation (***). Ze kregen onlangs wereldwijd gratis reclame toen Seasick Steve hun t-shirt droeg tijdens een rit door Zuid-Afrika in ‘Top Gear’. Wij zijn echt geen fan van de stem van Jan Paternoster, maar niettemin hebben we toch respect voor deze twee jongens, alleen al op basis van de karrevracht singles die ze al neergepend hebben. “High on a wire” zat vooraan in de set, de twee soulzangeressen gaven een meerwaarde aan “Warhorse”, daarna volgde “Highway cruiser”. Zo hard als vroeger gaan ze niet meer, er zaten toch opvallend veel mid-tempo nummers in de set, het was wachten op “Gloria” voor Paternoster echt loos ging op zijn gitaar met een Neil Young solo. Black Box Revelation stopte te vroeg met “My perception” om dan nog eens terug te komen voor een bis met “Set your head of fire”.

Wilco (*****)
heeft nog op niet veel Belgische festivals gespeeld, tweemaal op Werchter, tweemaal Pukkelpop en een keer Leffingeleuren en  Dour in de 22 jaar dat ze al bezig zijn. Cactus had dus een grote vis gevangen voor hun enige Belgische festivalpassage. Jeff Tweedy en Co. begonnen er rustig aan met een drietal nummers uit hun laatste plaat “Star Wars”, zodat we naar voren moesten om weg te zijn van de babbelaars, maar al in het eerste nummer (More…) werd die rustige Americana doorkruist door een zee van ruis, en het was niet dat de klankman nog niet wakker was.
Het eerste hoogtepunt kwam vroeg met “I’m trying to break your heart”, vijf minuten smart op piano en xylofoon, prachtig hoe de piano op het einde volledig ontspoorde en hoe er flarden elektronica door het hart van dit nummer geregen werden. Het begon donker te worden, zodat de lichtshow, een soort van LED-gordijn, mooi tot zijn recht kwam. “Art of almost” katapulteerde Americana de eenentwintigste eeuw in met elektronische effecten, maar ook de klassiekers kregen een eerbetoon : “Hummingbird” op piano, was duidelijk door McCartney en Elvis Costello geïnspireerd. “Handshake drugs” was een echte countryklassieker, maar met een twist, want op het einde van dit nummer liet Nels Cline dit uitlopen in een eruptie van noise. Het ging op dat elan door met “Via Chicago”, een country tearjerker op piano, waarin meerdere keren de spreekwoordelijke olifant door de porseleinkast viel, of om het in festivaltermen te houden, de lompe tweemeter grote basketter met combatboots en twee kartons bier die pardoes op een aantal frèle meisjessandaaltjes trapte. Het werd alleen maar beter, met het uitgesponnen “Spiders kidsmoke” met zijn opbouwende, rustige passages die afgewisseld werden met brokken gitaarlava en daarna het aan World Party refererende “Jesus Etc.” . Uit hun debuut kwam “Box full of letters”,  het zou ons niet verwonderen mocht dat een ode zijn aan Alex Chilton van The Box Tops. En het hield maar niet op, toen kregen we “Heavy Metal Drummer” uit “Yankee Hotel Foxtrot” en het beste werd tot het einde opgespaard: “Impossible Germany” was gewoonweg magistraal. Dit was van het beste wat we in de vele edities van Cactus al gezien hebben.

Cactus 2016 was verdomd straf begonnen.

dag 2- zaterdag 9 juli 2016
Het was prachtig zomerweer voor de tweede dag van het Cactusfestival. Na dat we een verse voorraad bonnetjes ingeslagen hadden, waren we klaar voor de volgende bands.

Daniel Norgren (***)
had het regenachtige Zweden verlaten voor het zonnige Brugge. De Zweedse singer-songwriter begon rustig aan zijn toebedeelde tijd met kabbelende Americana die bij het weer paste. Hij speelde zowel gitaar, accordeon als een grote vleugelpiano. De single ¨Why may I not go out and climb the trees” stak er duidelijk boven uit, en Norgren haalde ook in andere nummers de hoge noten die Jim James van My Morning Jacket niet meer haalt. Het was aangenaam, maar niet dwingend of wereldschokkend.

Het Canadese Black Mountain (***) was vervolgens aan de beurt.  Zangeres Amber Webber stond veel centraler in het groepsgeluid dan vroeger, een geluid duidelijk geïnspireerd door seventies hard-rock en ook wel sixties bands zoals Jefferson Airplane. De keyboards en het orgeltje waren een duidelijke meerwaarde voor de sound van de band, die je als traag, atmosferisch en psychedelisch kon karakteriseren. Op een bepaald moment sloop er een streepje Kraftwerk door een nummer. Nog altijd het grootste manco bij Black Mountain, is de statische performance van de zangeres, die nauwelijks bewoog en geen poging deed om contact te leggen met het publiek. Een beetje de vrouwelijke Mark Lanegan dus. De stonerrock van vroeger was ook weg, dus de headbangers, als die al naar een festival als Cactus komen, bleven op hun honger.

Laura Mvula (***)
kwam op met een keytar die bijna even groot als haarzelf was, en had ook een uitgebreide backing band mee waarbij de 3 zangeressen de show stalen. De Engelse bracht hoofdzakelijk blazerloze soul, dus de jazz en Afrikaanse ritmes van haar debuut bleven wat achterwege.  “Green garden” stak er boven uit, deze song uit haar debuut liet de handjes op elkaar gaan in het Minnewaterpark, maar het gebrek aan veel andere memorabele singles was toch een beetje een minpunt in dit verder voortreffelijke optreden.

Singles had Charles Bradley (****) dan weer in overvloed. En een super begeleidingsband heeft hij ook, het is dan wel niet meer de Menahan Street Band, maar ook zijn Extraordinaires waren een stel bleekscheten die de soul ademden uit alle poriën. De band warmde het publiek op voor Charles met twee instrumentaaltjes, waarna Bradley in “Burning” de oerschreeuw van James Brown naar de kroon stak. Tussen de nummers door leek het of Bradley’s stem een beetje hees was, maar daar was niks van te merken tijdens de nummers. Het concert viel uit in twee stukken, een instrumentaaltje middenin liet Bradley de tijd voor een kostuumwissel. Het eerste deel kon je religieus noemen, Bradley vroeg het Minnewaterpark “Do you want to go to church with me?”. 
Het tweede deel was funky en sexy, Bradley droeg een zilveren schedel riem, en maakte obscene bewegingen naar de meisjes voor het podium. De oerschreeuw van deze vuile snoeper maakte menige vrouw op slag krols. Sexy blaxploitation muziek zoals bv. in “Confusion” hitste de dames op. Maar Bradley nam ook gas terug om ergens bij de sweet soul muziek van Marvin Gaye uit te komen. Dit was voor iedereen het optreden van Cactus op zaterdag, en het mooiste moment kwam misschien nog na het optreden, toen Bradley het podium afsprong en zijn fans omhelsde.

Het tempo ging een stuk naar beneden bij Gregory Porter (***), die samen met zijn band traditionele pianojazz bracht, waarbij zijn stem centraal stond. De fans van Sinatra of andere klassieke crooners kwamen hier aan hun trekken. Ik vond het soms een beetje te braaf, hij kreeg vooral mijn aandacht toen hij soul binnensmokkelde in zijn nummers, met een referentie aan Marvin Gaye’s “What’s going on” en een gesmaakte cover van “Papa was a rolling stone”. Porter wisselde korte nummers af met lange, zoals “1960 What?” uit zijn debuut en “Take me to the alley”. Het nummer dat Porter bekend maakte bij een breed publiek, “Liquid Spirit” kreeg geen dancebewerking, maar draaide uit op een uitgebreide improvisatie.

De Ierse singer-songwriter Damien Rice(**) mocht afsluiten op zaterdag. De man stond solo op het podium, en dan moet je sterk voor de dag komen om anderhalf uur te blijven boeien. Het charisma van die andere Ier, Luka Bloom, heeft Rice niet, en eigenlijk zakte hij zonder band toch wel door het ijs. Rice speelde voornamelijk op zijn akoestische gitaar, maar had ook een bandoneon  en een set aan elektronische pedalen meegebracht. James Blake gewijs loopte hij zo zijn eigen stem en zijn instrumenten, om zo een virtuele band samen te stellen. “9 crimes” zong hij met vervormde stem en dit prachtige nummer mankeerde toch wel een vrouwelijke tegenstem zoals op plaat. Rice zijn tour de force lag in het heel lange “It takes a lot to know a man”, dat hij laag per laag opbouwde door zowel stem, gitaar, klarinet, belletjes en elektrische gitaar te loopen. Knap staaltje instrumentenbeheersing, maar wij hadden toch liever een volledig band gezien, dat zou de spanningsboog ten goede gekomen zijn.

dag 3- zondag 10 juli 2016
Op de dag des heren kreeg het Minnewaterpark een mysterieus gezelschap voorgeschoteld. Alle leden van het Zweedse Goat (****) zijn gemaskerd en over de identiteit van de bandleden is er niks bekend. De twee zangeressen zagen er uit als gepluimde Inca-hogepriesteressen, de bassist ging gekleed als een bebloemde toeareg, en de rest van de band leek wel weggelopen uit de orgie-scene van Eyes Wide Shut. Goat begon er aan met “Words”, waarin ze desertblues, metal en percussie door elkaar klutsten.  Naast de Malinese invloed, kon je ook Scandinavische folk (Hedningarna), Afrobeat , Indische muziek en zelfs funk horen passeren doorheen de psychedelische nummers. Hun eerste plaat heet dan ook ‘World Music’. Hoogtepunten: “Goatman” met zijn wah-wah gitaar en opzwepende percussie, “Run to your mama”, waarin de blonde en de bruine (duidelijke ABBA-invloed) als dansende derwisjen over het podium wervelden. Die zangeressen bepalen ook voor een groot deel de sound van de band, met hun tamboerijnen, koebellen en ander klein slagwerk en hun trance opwekkende zang. Dit was een prachtige revanche voor de mindere passage vorig jaar op Pukkelpop waar de geluidsmix volledig in de soep gedraaid was.

Kurt Vile (***1/2), de Herman Brusselmans van de indie-rock, zal altijd zijn lijzige zelf blijven. Zijn muziek is toch echt geen festivalvoer maar hij was in verrassende goeie doen en maakte veel contact met het publiek. Een minder moment, was toen hij persé solo een akoestisch nummer wilde spelen, dat volledig aan het publiek voorbij ging. De keyboards waren een meerwaarde voor de sound van de band. De ultieme slacker sloot af met een sterk laatste kwartier met daarin onder meer “Pretty Pimpin’”, de classic rock van “KV Crimes” en “Freak train” dat hij opdroeg aan alle freaks.

Op Werchter waren we sterk onder de indruk van de show van SX (***1/2). Vonden we hun vorige passage op Cactus nog kil en afstandelijk, op Werchter viel onze frank : wat een stembeheersing en gedurfde artistieke visie. Op Cactus waren Stefanie Callebaut en Co meer relaxt, wegens een thuismatch in West-Vlaanderen, maar bleef de vernieuwende elektronica overtuigen: fysiek overweldigende bassen, soundscapes aangeleverd door twee leden van Amatorski, en Callebaut als een hogepriesteres die haar demonen bestreed. Voor het gemiddelde Cactuspubliek was dit misschien net iets te veel avant-garde, de singles dienden dan ook als aanknopingspunten, dat, en ook het West-Vlaams van Callebaut tussen de nummers door.

The Cinematic Orchestra (***), de band van Jason Swinscoe, is terug na negen jaar. Of er ook een nieuw album aankomt, is afwachten. Op Cactus stond er 13 man op het podium, die grossierden in filmische down-tempo jazz met veel blue notes en strijkers, maar met weinig blazers. De gitarist bracht hun grootste hit, “To find a home”, solo, waarna de band inviel. Ook afsluiter “All that you give”, met klarinet, was heel sfeervol.

Afsluiter van Cactus 2016 was het Franse Air (****). De band van Nicolas Godin en Jean-Benoit Dunckel heeft geen al te beste live reputatie, maar vanavond overtroffen ze toch zichzelf. De setting was ook perfect, Air verdraagt geen daglicht, dus die afsluitende plaats was ideaal. De mannen droegen witte pakken, de lichtshow gaf extra cachet aan het retro-futurisme van deze Fransozen en het geluid was perfect. Daarnaast heeft Air ook een karrevracht singles die staan als een huis. Ze begonnen er aan met “Venus”. Godin zong heel hoog “Cherry Blossom girl”, de klank van een warm dekentje. We moesten lachen toen Godin door de vocoder “Merci beaucoup” zei. “Playground love” was een brok nostalgie naar een warme zomeravond en we werden vrolijk van de fluitsong “Alpha Beta Gaga” dat met banjo ook iets van Cottoneye Joe van Rednex had. Stephen Hawking beleefde vervolgens erotische avonturen in “How does it make you feel”, zo sexy klonk een computerstem nog nooit. ”Kelly watch the stars” was het begin van de finale, toen kwam “Sexy Boy” , en daarna werden we in een baan rond de aarde geschoten met de diepe, warme bas van “La Femme d’argent”.
De perfecte afsluiter van een perfect festival : goed weer, beste sfeer in het Vlaamse festivallandschap en een pak memorabele optredens.

Neem gerust een kijkje naar de (sfeer)pics van één van de dagen
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2016/
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

 

zaterdag 18 juni 2016 03:00

DIIV - Eighties gitaarpop uit NYC

Een knoert van een heroïneverslaving, daar gaat het album ‘Is the is are’ over. Zachary Smith, de frontman van DIIV beschrijft daarin de niet zo mooie kant van zijn verslaving, waar hij nu  hopelijk van af is, ondanks een eerder in het voorjaar gecancelde show wegens gezondheidsproblemen. Heroïne past in ieder geval als een tang op een varken bij de muziek van DIIV, die sommigen verkeerdelijk als shoegaze aanduiden, maar die gewoon dromerige gitaarpop is.

De kaartjes van het voorjaar bleven geldig, dus de Orangerie was uitverkocht voor het New-Yorkse vijftal rond Smith, die vanavond een kwalitatief hoogstaand optreden brachten, waarin ze ook bewezen meer dan een ondersteunende band voor zijn frontman te zijn. De zang van Zachery Smith was misschien nog het minste van al, onopvallend en vlak.
DIIV begon in Oosterse sferen, de drie gitaristen lieten hun klanken meanderen en uitlopen. ‘Is the is are’ was Engelse eighties gitaarpop, sterk schatplichtig aan het geluid van The Cure ten tijde van ‘Kiss me, kiss me, kiss me’.  Geen vleermuizengeluid dus, maar een optimistische, klaterende gitaarsound. Real Estate  is de huidige band die misschien nog het meest bij DIIV aanleunt. ‘Under the sun’ ging op dat elan verder, nog meer eightiesklanken met een waterige gitaarklank.
De nieuwe nummers waren op zich weinig te onderscheiden van de nummers uit de debuutplaat ‘Oshin’, dit optreden was een lange trip met een heel eigen sfeer waar het ene nummer naadloos overging in het andere.
Naast de drie gitaristen liet ook de drummer zich opmerken met drumsalvo’s die de nummers naar een hoger plan brachten. Smith liet zich volledig gaan in “Incarnate devil”, met een oerschreeuw die al zijn innerlijke demonen de vrije loop liet. Ook Cat Power’s “Nude as the news” onderging een energieke transformatie. Frontman Zachary was goedgezind, want het publiek mocht verzoeknummers roepen, zodat we nog “Dust”, “Doused” en “Human” kregen, dat laatste in de bis.

DIIV speelde ruim vijf kwartier sprankelende, ingenieuze gitaarpop, constant op een hoog niveau en met veel dynamiek. Van Cold Turkey was er duidelijke geen sprake, laat ons hopen dat het zo blijft voor DIIV, en dan komt er nog veel moois van dit vijftal uit New-York.

Setlist
(Druun Pt. II)- Is The Is Are-Follow-Under the Sun-How Long Have You Known?-Dopamine-Sometime-Oshin (Subsume)-Incarn
ate Devil-Mire (Grant's Song)-Healthy Moon-Nude as the News (Cat Power cover)-Dust-Waste of Breath-Doused
Bis: Human- Bent (Roi's Song)-Wait

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 5 van 12