zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

zaterdag 27 februari 2016 02:00

Whitney - Close Harmony en Country& Western

Smith Westerns stond te spelen in de Chateau op Pukkelpop 2011 toen de hel losbrak. Voor ons een stormachtige en eenmalige kennismaking met deze band uit Chicago. Ondertussen bestaat deze band niet meer, en een aantal leden van die band hebben een nieuwe band gevormd, Whitney. Ook de voormalige drummer van Unknown Mortal Orchestra  maakt deel uit van dit zestal. Op StuBru zijn ze heel te spreken over deze band, en wordt de single “No woman” stevig gepusht. Een plaat hebben deze jongens nog niet uit, maar onze interesse was gewekt, dus wij naar Gent, naar de café van Walter De Buck voor een eerste kennismaking met deze band.

De Plancher was goed gevuld voor deze showcase die een heel intiem karakter kreeg omdat het publiek zo dicht op de band zat. Centraal in de band staat drummer Julien Erhlich, een piepjong gastje die ook het merendeel van de zang voor zijn rekening neemt, soms in samenzang met de orgelspeler. Whitney haalt de mosterd bij close harmony en country, al vonden we elementen van southern rock in de klank van deze band. We waren niet altijd even overtuigd, de hoge falset van Ehrlich was ons soms te honigzoet, boybands als godbetert Hanson waren nooit ver weg.
Niettemin, een mooie geluid, vooral door de combinatie van orgel en trompet. De band heeft nog niet zoveel materiaal, dus het was een kort optreden, met een cover van The Everly Brothers, “So sad (to watch good love go bad)”. Op basis van de single “No Woman”, dacht ik dat deze band wel iets kon betekenen bij ons, de vergelijking met Bon Iver werd terecht gemaakt.
Maar de andere nummers klinken toch wel echt heel erg country, en ik ben niet zeker dat daar een ruim publiek voor is in België, toch niet in combinatie met die hoge boysbandfalset.

Organisatie: Trefpunt ism Democrazy, Gent



Recensenten kunnen soms de bal volledig mis slaan: Gun Outfit wordt vergeleken met Kurt Vile en Sonic Youth, maar heeft daar absoluut niks mee te maken.  Ok, op één van de nummers van de laatste uitstekende plaat, klinkt frontman Dylan Sharp als Thurston Moore, maar dan ook enkel in dit ene nummer. In andere recensies spreekt men dan weer over folk, wat het in ieder geval ook niet is. De vreemdste beschrijving die ik gelezen heb was evenwel dreampunk, wat natuurlijk complete onzin is. Iedere recensent heeft wel een bepaald referentiekader, maar het is toch altijd het best om te vertrekken van wat je hoort.

Dus, even de bordenwisser over al deze referenties en laat ons vertrekken van de feiten. Gun Outfit is een band uit Olympia, Washington, die naar Los Angeles verhuisd is. Ze zitten op het Paradise of Bachelors-label, waar ook Steve Gunn op zit. Met ‘Dream all over’ hebben ze hun vierde plaat uit. De band is een viertal, maar voor hun Europese tournee hebben ze een vijfde lid meegenomen, Henry Barnes die in de jaren negentig smerige noise maakte bij Man is the Bastard en nu psychedelische folk maakt met Amps for Christ.
Dit vijfde lid zou in de Witloof Bar heel bepalend zijn voor het geluid van de band, niet dat je gitaaruitbarstingen moest verwachten, nee, de sound kreeg vanavond een eerder psychedelische klank door de Indisch gestemde gitaar van Barnes die het geluid van een sitar imiteerde. De mosterd haalt Gun Outfit duidelijk in de jaren zestig, met een zonnig, loom geluid, heel psychedelisch door de gitaar van Barnes, sterk geïnspireerd op George Harrison’s Indische escapades ten tijde van ‘Rubber Soul’ en ‘Revolver’.
Gun Outfit heeft een frontman en frontvrouw op de zang, Dylan Sharp en Carrie Keith wisselen de zangpartijen af. In die zin toont deze band heel wat raakvlakken met de rustige kant van Yo La Tengo. Het concert begon super psychedelisch, om dan zijn lome, ietwat druggy weg verder te zetten. Er zat  veel reverb in de gitaren, in de trage nummers had het ook iets mee van Low.
Er waren ook up-tempo nummers, pure powerpop in ware jaren zestig-traditie. In die zin deed deze band mij denken aan de Paisley Underground-scene uit de jaren tachtig, en meer bepaald aan Rain Parade. Bepaald geen slechte referentie dus. Dylan Sharp was de betere zanger van het tweetal, de zang van Carrie Keith kon er mee door, maar ze klonk soms een beetje dunnetjes. Beter verging het haar op de slide-gitaar, die ze via haar effectpedalen als een blazer deed klinken.

De fans van psychedelische pop kwamen aan hun trekken vanavond, Gun Outfit is een blijvertje, check zeker hun laatste album uit.

Setlist: Legends of my own- Expansion pact-Make me promise- drive off-Young Lord-Blue hour-Matters to a head-In orbit-Pass on through-Last chants- Gotta wanna-Compromise- Scorpios Vegas

Organisatie: Botanique, Brussel

The National heeft even een pauze ingelast, dus de leden van de band hebben tijd voor andere dingen. Matt Berninger maakte vorig jaar al gebruik van zijn tijdskrediet om met Brent Knopf van Menomena El Vy op te richten, waarbij vooral de single “Return to the moon” onze goedkeuring kon wegdragen. Naast Berninger bestaat The National uit twee paar broertjes, en het zijn nu de minder bekende broertjes, namelijk de ritmesectie bestaande uit Bryan en Scott Devendorf die ook hun project op de wereld loslaten in de vorm van LNZNDRF. Dit doen ze samen met de trombonespeler van Beirut, Benjamin Lanz, die ook al meedeed met The National en Sufjan Stevens, Sharon Van Etten en Phosphorescent. De band zonder klinkers is dus een samenvoegsel van twee achternamen, en zullen we verder aanduiden als Lanzendorf, want dat bekt een heel stukje gemakkelijker.  Het titelloze debuut van deze band werd over twee weken opgenomen in een kerk in Cincinnatti, de thuisstad van de Devendorf-broertjes.

Geen uitverkochte AB zoals bij El Vy, maar de Rotonde zat niettemin goed vol voor de ruggengraat van The National. De broertjes Devendorf zijn heel erg geïnspireerd door krautrock, en dat was ook wat er in de Rotonde uitkwam: een wisseling van instrumentale en gezongen nummers, waarbij Benjamin Lanz de zang en gitaar voor zijn rekening nam. Er was ook een vierde man, Aaron Arntz, die nog getourd heeft met Dweezil Zappa, Edward Sharpe & the Magnitic Zeros en Grizzly Bear. Die bepaalde voor een groot deel de sound van de band, met zijn keyboard/filterbank, waarbij hij meer aan de knoppen draaide dan dat hij melodieën speelde. Vestimentair was deze show geen hoogvlieger, de bandleden droegen lelijke overalls, en met de kapsels en de jaren zeventig-brillen straalde Lanzendorf een hoog nerd-gehalte uit. Jani Kazaltsis was duidelijk niet de production manager voor deze tour.
Er werd stevig afgetrapt met” Future you”, dat begon met gefilterde modulaties vanop de keyboard, waarna de gitaar inviel en de Devendorf broertjes een strakke groove neerzetten. Postrock dus, een mix van beats en noise, dat is dus Lanzendorf, en dat alles met aardig wat decibels. Op “Kind things” zong Lanz met een hoge falset, Alexis Taylor van Hot Chip indachtig, en dat werd gecombineerd met een new wave gitaartje à la Siouxsie and the Banshees.”Monument” had dan weer naast The Notwist gelegen. “Hypno-skate” riep de troosteloze sfeer van de bekroonde Camorra-reeks Gomorra op, met een glansrol voor drummer Bryan Devendorf, die een machtige groove neerzette in een nummer dat steeds maar crescendo ging. In “Beneat the black sea” zong Lanz met zijn gewone stem, een nummer dat nog het meest aanleunde bij The National en dat heel erg duidelijk maakte dat het geluid van The National volledig steunt op bas en drums van de Devendorfs. Als The National ooit covers opneemt, dan is dit een kandidaat om in de setlist opgenomen te worden, de trieste bariton van Berninger zou hier heel mooi bij passen, dit nummer was van de zelfde verscheurende schoonheid als “Terrible Love”.
Andere sferen kregen we dan weer in het falsetgezongen “Mt. Storm”, dit was Jonsi van Sigur Ros ten voeten uit. De volumes gingen nog eens goed de hoogte in voor “Samarra”, drones en noise creëerden een hoogoven van geluid waar de gensters van afschoten.

Slotsom? Dit was een stuk beter dan El Vy, Lanzendorf mengt moderne electronica met krautrock, en dit met een stevige groove waarbij het goed toeven is:

Setlist : Future you –Kind things-Monument-hypno-skate- Beneat the black sea-Mt. Storm-Samarra

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Jonathan Meiburg is de spil van Shearwater, de Americana band die onder zijn leden ook Thor Harris had, die tegenwoordig bij Swans het slagwerk voor zijn rekening neemt. Meiburg is naast artiest ook ornitholoog, en schreef zijn thesis over de Zuid-Amerikaanse Caracara, een roofvogel die in Patagonië leeft …

Shearwater wordt bij een kleine groep van kenners gewaardeerd voor albums als ‘Palo Santo’ en ‘The Golden Archipelago’. Daar  kan wel eens verandering in komen met het nieuwe album ‘Jet Plane and Oxbow’, waarin Meiburg het roer volledig omgegooid heeft. ‘Jet Plane and Oxbow’ is een groots opgezette protestplaat tegen de Amerikaanse politiek, muzikaal geïnspireerd door de vroege jaren tachtig, en meer bepaald door Talking Heads en Bowie’s ‘Scary Monsters’. Voor mij is dit alvast één van de topplaten van 2016. Net  als ‘Lost in the dream’ van The War on Drugs dat de jaren zeventig naar de eenentwintigste eeuw haalde, doet ‘Jet Plane and Oxbow’ dat voor de jaren tachtig. We waren benieuwd hoe Shearwater dit ambitieus werkstuk op het podium ging neerzetten, wat met zo een rijke productie niet altijd evident is.

In ieder geval had Shearwater ook aan het visuele aspect gedacht: zo stonden er fluo-buizen op het podium, en betrad Jonathan Meiburg op theatrale wijze het podium: hij droeg een zwarte handschoen, waar een lamp in verborgen zat, waarmee hij David Bowie-gewijs zijn gezicht bescheen. “Prime” schoot stevig uit de startblokken met zijn mix van Mark Hollis en Sixteen Horsepower; de nadruk zou in dit concert vooral op de gitaren en de imponerende stem van Meiburg komen te liggen. Niettemin speelde de rest van de band ook een heel belangrijke rol, in “Filaments” legde de drummer een dansbare groove als basis, waarboven de keyboardspeelster pianoklanken lardeerde zodat we ergens bij Talking Heads uitkwamen. De aanslagen op de drumcomputer leverden de Afrikaanse accenten en de jaren tachtig-klank die dit verder ondersteunden. De tweede gitarist begeleidde dit retro-futurisme met laserstralen die uit zijn gitaar alle richtingen uitschoten. Hier was duidelijk veel zorg besteed aan de podium-act, ook al is de tour van Shearwater kleinschalig want de vijf bandleden, hun instrumenten en de podiumattributen moesten allemaal in hun tourcamionette passen. Meiburg was zichtbaar opgetogen dat ze met deze tour de stap konden maken van de kleine Rotonde naar de Orangerie. Het grote gebaar werd niet geschuwd in “A long time away”, dat stadionrock op menselijke schaal bracht: 1984 was helemaal terug met invloeden van vroege U2 en Springsteen. “Quiet Americans”, voortgestuwd door een proto-beat, ging aan de haal met Bowie, hoe kan het ook anders. In het uit ‘Palo Santo’ geplukte “Seventy-four, seventy five”, viel vooral de imponerende stem van Meiburg op, soms op het randje van het theatrale, veel raakpunten waren er hier met John Grant of Sun Kil Moon. “Pale Kings” was episch, zonder bombastisch te zijn, en in één van de volgende nummers haalde de band een verrassend trucje uit, de instrumenten stierven weg, maar bleven voortspelen, alsof iemand aan de mengtafel met de schuivers zat te experimenteren. Die ruimte in de nummers was wel een constante in de set van Shearwater, Meiburg en zijn band gaven ieder nummer de nodige ruimte om te ademen.
In Texas luisteren ze blijkbaar niet alleen naar Bowie, ook krautrock stond op het menu vanavond, het zijn niet alleen de Chilenen van Follakzoid die een motorische groove kunnen neerzetten, ook Shearwater slaagt hierin met glans. Meiburg trok een paar vingerloze handschoenen voor zijn laatste nummer, en we begrepen pas waarom, toen er plots tien laserstralen de zaal inschoten. Nog eens, de podiumact was af.


In de bis trakteerde Meiburg ons op twee covers uit ‘Lodger’, zijn lievelingsalbum van Bowie, en dat vatte de avond perfect samen. Shearwater heeft een ambitieus album uit, en de podiumact is klaar voor de grote zalen en de stadions. Nu het publiek nog, maar met dit album moet het lukken om een grote stap vooruit te zetten.

Setlist: Prime/Filaments/A long time away/Rooks/Quiet Americans/You as you were/Wildlife in America/Seventy-four, seventy-five/Pale Kings/Backchannels/Radio Silence/Stray light at clouds hill
Bis: Dj (David Bowie-cover)/Look back in anger (David Bowie-cover)
Bis twee: I was a cloud

Organisatie: Botanique, Brussel

… 26 januari 2002, we waren er bij toen The Strokes hun legendarische debuut ‘Is this it’ kwamen voorstellen in de AB. We weten nog dat het een heel goed concert was, no fillers en all killers. Vooral “Take it or leave it” maakte een grote indruk. Op dat moment was het nog niet uitgemaakt of The Strokes of The White Stripes de grootste band van het nieuwe millennium gingen worden.  Sindsdien is het eigenlijk alleen berg af gegaan met deze New Yorkse garagerockers: ieder nieuw album was minder, de albums lieten ook lang op zich wachten, en er werden vreemde uitstapjes richting reggae en andere genres gemaakt op ‘Angles’. Ook live waren The Strokes heel weinig te zien in Europa, of het nu in zaal was of op een festival. Om Lil Kleine te parafraseren: drank en drugs deden The Strokes te veel chillen.

Drie bandleden hielden zich bezig met soloprojecten: songschrijver en zanger Julian Casablancas richtte The Voidz op en deed ook mee als gastzanger bij de laatste Daft Punk, bassist Nicolas Fraiture heeft sinds kort een nieuwe band met Summer Moon, maar de meest geslaagde solo-experimenten komen toch van gitarist Albert Hammond Jr., die we vanavond gingen bekijken in de Grand Mix. Met ‘Momentary Masters’, heeft die zijn derde album uit, zijn beste tot nog toe.
Live is Albert Hammond Jr. een vijftal, met twee gitaristen naast Hammond zelf, zodat die niet altijd hoeft te spelen maar ook gewoon de zang voor zijn rekening kan nemen. Op plaat klinkt Hammond heel poppy, soms zelfs iets te geproducet. Live knalt en rockt het, zoals in opener “Strange tidings”, met een perfecte Strokes-riff en een gouden zanglijn. Hammond heeft dan wel niet de meeslepende rock’n’roll grain zoals Julian Casablancas, maar stemgewijs trekt hij zich goed uit de slag: dit is niet de typische ‘gitarist probeert ook eens te zingen omdat instrumentale nummers toch maar saai zijn en is pijnlijk onvast in de zang’.  In “GFC” zong Hammond over zijn frustraties in een kwikzilver popnummer, denk aan Real Estate of Grizzly Bear. Hammond had nog meer drie-minuten popsongs in de aanbieding, waarbij opviel hoe dikwijls hi-hat en bas het nummer op touw namen, met vrijheid voor de gitaren om te soleren. “Caught by my shadow” ging de mosterd gaan zoeken bij The Artic Monkeys, en deed dat goed. “Touché”  zat dan weer vol new wave invloeden, als een vrolijke mix van Vampire Weekend en Interpol. Veel raakpunten met goeie bands dus, en met een cover werd de absolute held van Hammond geëerd: Robert Pollard’s Guided by Voices , de koningen van de lo-fi, kregen een passende hommage met ”Postal Blowfish”, een out-take uit de tijd van ‘Bee Thousand’. Verder ging het met “Loosing touch”, Interpol zonder de grafstem van Paul Banks. In een ander nummer moesten we dan weer denken aan Jim James van My Morning Jacket, door de zang en de uitgesponnen gitaarsolo.

Ook de bis bewees dat Albert Hammond Jr. in wellicht de beste vorm van zijn carrière verkeert, met sprankelende popnummers die The Strokes al lang niet meer maken.


Setlist
Strange tidings –Rude customers -        101 – Power hungry – Carnal cruise – GFC – caught by my shadow - touche - Postal blowfish- losing touch – razor’s edge – Intransit – st justice –egas – born slippy –spooky couch – side boobs

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

vrijdag 20 november 2015 02:00

Julia Holter - Op schoot bij Julia Holter

Julia Holter is een lieveling van de critici, in veel van de eindejaarslijstjes van 2014 dook ze hoog op met haar plaat ‘Loud City Song’, die uitkwam op Domino records. Wij hoorden een moeilijk toegankelijke plaat, een mix van jazz, pop en avant-garde, een conceptplaat met literaire ambities, gothiek en maniërismen. Volledig snappen deden we het niet, hapklaar was deze plaat zeker niet. Je kan ze een beetje vergelijken met de ‘My sister = my clock’ plaat van dEUS, een interessant experiment.
2015 bracht een nieuwe plaat, ‘Have you in my wilderness’, die een stuk poppier en toegankelijker is. Wij dus naar Brugge, om te zien of we deze Californische live konden vatten.

De Cactus was uitgeweken naar de Biekorf, een kleine theaterzaal voor een 200-tal bezoekers, dus iedereen zat echt dicht bij het podium, zodat dit een echt intiem concert kon worden. En zo voelde het direct aan toen Julia Holter met haar vierkoppige band het podium betrad, het was of we een concert in haar living bijwoonden. De band stond er in een jazz-opstelling, met een staande bas zonder klankkast, een jazz-drummer die veel accenten zou leggen tijdens het concert, een violiste die de tweede zang op zich nam, en met Holter op keyboards. De band begon met een aantal nummers uit ‘Loud City song’,  met onder meer het sfeervolle “Maxim’s I”, dat mij aan Goldfrapp’s “Utopia” deed denken, dromerige, sfeervolle, jazzy droompop, en “Horns surrounding me”, dat meer avant-garde was, gothische dronepop met een unheimliche sfeer.  
Julia Holter gaf veel van haar persoonlijkheid prijs tussen de nummers, toen ze ons wat meer uitleg gaf over die nummers: daaruit kwam een heel gewone vrouw naar voren, die het dikwijls moeilijk had om onder woorden te brengen waarover die nummers gingen, ze gaf trouwens zelf toe dat ze dat eigenlijk ook niet wist. Een sympathieke, toegankelijke artieste, maar ook een warhoofd met een grote verbeelding. 
Het eerste nieuwe nummer dat ze bracht van de nieuwe plaat was “Silhouette”, waarbij me opviel hoe mooi haar Engels was. In “Feel you” begon ze met een kinderstemmetje begeleid door klavecimbelklanken uit het keyboard, een nummer dat echt wel open bloeide in het tweede deel en voor mij raakpunten met Austra vertoonde. Dit nummer omschreef ze zelf als een triestig liedje dat haar blij maakte.
Julia wist verschillende sferen op te roepen doorheen de avond, soms had je het gevoel dat haar nummers kleine toneeltjes waren die ze voor ons acteerde: de parlando in “In the green wild” leidde ons een duister sprookjesbos in. Hier leek ze een beetje op de avant-garde zus van Tori Amos.
Afsluiter vanavond was het uitgesponnen “Vasquez”,  een jazz-standard op de wijze van Cinematic Orchestra, die trouwens volgende week de AB aandoen.
Holter en haar band werden door het publiek teruggeroepen voor “Sea calls me home”, opnieuw met clavecimbelklanken  en waarin ze haar imponerende stem etaleerde.  Het refreintje floot ze samen met de drummer, zodat het concert op een vrolijke noot eindigde.

Julia Holter gaf ons een intieme inkijk in haar hoofd en haar nummers vanavond, en het resultaat is dat we haar muziek beter snappen. 4Have you in my wilderness’ is eerst en vooral een popplaat, met een vleugje avant-garde die je wel kunt verwachten van een artieste die uit het kunstonderwijs komt. In de eindejaarslijstjes mag ze voor mij nu terecht opduiken.

Het voorprogramma  werd vanavond gebracht door Jessica Moss. Deze Canadese violiste speelt voornamelijk in The Silver Mt. Zion Orchestra, maar speelde ook op de platen van Broken Social Scene, Arcade Fire en Vic Chesnutt. Moss kondigde aan dat ze een nummer van een ruime twintig minuten zou spelen. Ze deed haar schoenen uit, plugde haar viool in op een batterij aan effectpedalen en stak een lampekapje aan boven die pedalen, en begon er aan. Qua aanpak leek dit op TuneYards, maar hier werd geen ukulele of stem geloopt, maar dus een viool. Modern klassiek dus, voor fans van Nils Frahm en Johann Johannsson. Op bepaalde momenten was Moss enkel met haar tenen aan het spelen, want daar bediende ze de effectpedalen mee. Het nummer dat ze speelde ging over de oceaan, zo wist ze te vertellen en zo klonk het ook.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

zaterdag 14 november 2015 02:00

Death Cab for Cutie breekt potten in de AB

Benjamin Gibbard van Death Cab for Cutie heeft wel een aantal breuken te verwerken. Zo verliet medesongschrijver Chris Walla de band, en kwam Gibbard’s huwelijk met de actrice Zooey Deschanel ten einde. Die ken je misschien van de sitcom ‘New Girl’, die onlangs nog op 2BE draaide, een verknipte versie van ‘Friends’. Veel materiaal om nummers over te schrijven dus, en dat kreeg zijn beslag op Death Cab’s  achtste album ‘Kintsugi’. Kintsugi is een Japanse kunstvorm waarin gebroken aardewerk met goudkleurige lak terug aan mekaar gelijmd wordt zodat de breuken  versieringen worden. Een heel toepasselijke titel dus.

Wij hadden Death Cab enkel nog maar in openlucht gezien, de laatste keer op het Best Kept Secret festival in Tilburg, en een paar jaar terug ook nog in het Rivierenhof, maar nu keken we uit om de band eens in een clubsetting uitgebreid aan het werk te zien.
De opwarmer van het concert was “No room in frame” uit ‘Kintsugi’, een nummer dat over die breuken gaat, en dat het vooral van zijn tekst moest hebben. Met “Crooked teeth” kwam het concert pas goed op gang: stevige gitaarrock met veel ruimte voor de zang van Gibbard, en een killerrefrein, in de traditie van REM en The Byrds.
Met “Black Sun” bewees DCFC dat ze op hun laatste album terug in vorm zijn, en dit na het toch mindere ‘Codes and Keys’. “The new year” spatte uit de boxen, een mission statement gebouwd met gitaaruitbarstingen, en ook het nieuwe “The ghost of beverly drive” stond als een huis.
“Title and registration”, het tweelingbroertje, zowel tekstueel als muzikaal, van The Postal Service ‘The district sleeps alone tonight’, dreef op de stilte tussen de noten, wat in andere nummers van Death Cab ook een grote sterkte van de composities is. Onvermijdelijk zat er vanavond ook een minder sterk stuk in het concert, met nummers die niet bleven plakken uit ‘Codes and keys’. De drive kwam er weer in met het vrolijke en springerige “No sunlight”. Dat Gibbard een rake observator is, bewees hij met “You’ve haunted me all my life”, een lillende brok ontroering in de vorm van een liefdesverklaring. De vele jonge meisjes in de zaal waren ongetwijfeld aan het wegsmelten.
We konden al concluderen dat ‘Kintsugi’ dus al op zijn minst drie parels aan het oeuvre van Death Cab toevoegde, met dit prachtig nummer , “Black sun” en “The Ghost of Beverly drive”.  Meer ontroering kwam er in “What Sarah said”, waarin Gibbard de gitaar ruilde voor de piano, en een smachtende balad neerzette waarin elke noot en elke stilte juist was.
Hierna liet Gibbard de band vertrekken, en bracht hij solo op gitaar, singer-songwriter-gewijs, “I will follow you into the dark”.  Het beste moest toen nog komen, een hypnotische baslijn zette het epische “I will possess your heart in”, net zoals in Jane’s addiction’s “Three days” groeide het refrein uit tot een langgerekt mantra waarin de muziek aanzwol en weer wegstierf. Nog meer smachtende dynamiek kwam er met “Cath”, wellicht dankzij zijn onconventionele structuur en ritme, een indie-klassieker. Herkenningsapplaus op alle banken kwam er in “Soul meets body” dat stevig meegezongen werd, waarna de reguliere set besloten werd met het stevig rockende “Bixby Canyon bridge”.

De bisronde werd door Gibbard solo ingezet, met het verstilde, naar Nils Frahm neigende piano-niemendalletje “Passenger seat”, waarin de stiltes opnieuw even belangrijk waren als de noten die gespeeld werden. Daarna zakte de bis wat in mekaar, met het oude “Title track”, vreemd toch dat zoveel bands dit doen in hun bissen.
De band raapte de draad nadien weer op met de krautrock van “Doors unlocked and open” en eindigde met een magistraal “Transatlanticism”, een orgelpunt dat je kan vergelijken met The National’s “Mr November” of “Terrible Love”, alleen duikt Gibbard niet het publiek in.


Slotsom: Death Cab for Cutie staan er terug, hun nieuwe album heeft weer een aantal indieclassics aan hun ruime repertoire toegevoegd, alleen heeft deze band zijn sterkste albums in het verleden liggen, en hebben ze niet zoals The National of andere heel grote groepen  een opbouwende lijn door hun hele carrière kunnen trekken.
Maar bon, iedere Alpenrit heeft naast zijn beklimmingen ook zijn afdalingen.


Setlist : No room in frame – Crooked teeth – Live here – Black sun – New Year – Beverly drive – Title and registration – Little wanderer – Codes and keys –No sunlight – President – You haunted me – What Sarah said –I will follow you into the dark – I will possess your heart – Everything’s a ceiling – Tourist – Cath –Soul meets body –Bixby Canyon bridge
Bis: Passenger seat – Title track – Doors unlocked – Transatlanticism

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zaterdag 31 oktober 2015 02:00

Battles - Electronica voor gitaren

Battles heeft zijn derde plaat uit, ‘La Di Da Di’ en kwam die voorstellen in de Grand Mix. Anders dan bij de vorige plaat, die we niet echt konden smaken, had Battles deze keer niet met gastzangers gewerkt, dus dit werd een instrumentale show pur sang en dat werkt een heel stuk beter dan de projecties van zangers als Gary Numan en Kazu Makino van Blonde Redhead die bij hun passage in de AB ten tijde van “Gloss Drop” de show in een keurslijf stak die de spontaniteit niet ten goede kwam. 

De podium act van Battles blijft vertrouwd: drummer John Stanier centraal, zijn cymbaal hoog uittorenend boven alles, gitarist Dave Konopka links, veelal gehurkt boven zijn batterij aan effectpedalen, terwijl keyboardspeler Ian Matthews op rechts vanavond opvallend veel op gitaar speelde.
Battles bouwt zijn nummers op met aparte noten, korte noten combinaties en korte melodieën, met de beats van Stanier die de groove op het rechte pad houden. Eerder dan bij psychedelische bands, die een nummer laagje per laagje doen aanzwellen, lijkt de muziek van Battles eerder op action painting, waarbij de klanken als verfklodders op het doek gesmeten worden. Ja, Konopka gebruikt graag loops, en het modulaire van een Kraftwerk zit er ook in, maar anderzijds schiet het ritme in een nummer wel vijf verschillende kanten tegelijkertijd uit, als een dolle achtbaanrit die maar niet ten einde komt.
Weinig gebruik van keyboards vanavond, maar toch was dit vernieuwende electronica, maar dan op gitaren waaruit de vreemdste klanken gepuurd werden. Hoogtepunt? Dat bleef natuurlijk “Atlas”, met zijn verknipte kabouterzang, dat nog dynamischer en feller klonk, het soort dansnummer voor alternatieve feestjes die nog veel te weinig georganiseerd worden. Luid gejoel van het Franse publiek was het gevolg, en ook bisnummer “The Yabba”, met zijn verschuivende, slepende klanken in repeat die geen repeat was, was heerlijk complex maar ook heel dansbaar.

Battles, het is zeker complexe muziek, ik zou het nooit kunnen spelen, maar het is ook verbazend toegankelijk en dansbaar.

Organisatie : Grand Mix , Tourcoing

Speedy Ortiz, de band rond frontvrouw Sadie Dupuis, bracht in april hun derde album uit, ‘Foil Deer’, maar stonden pas de eerste maal op een podium in Brussel. Wellicht daarom was de Rotonde dan ook maar half gevuld. Vrolijke pop kun je dit niet noemen, Speedy Ortiz speelden in een goeie 50 minuten de tegendraadse, door de jaren negentig geïnspireerde melodieën van hun nieuwe album. Het volume was het hele concert door meer dan stevig te noemen, Sadie Dupuis en de Afro dragende tweede gitarist duwden het hele concert  door stevig het gaspedaal in.

Wij misten een beetje de goede hooks, ja , je kon goed headbangen op de nummers, maar niet echt veel songs bleven hangen omdat de band bewust voor prikkeldraad en botsende klanken koos in plaats van herkenbaarheid. Het beste nummer vonden we “Tiger Tank”, omdat Dupuis daar de toonladders aftuimelde zoals Liz Phair in haar feministische klassieker “Exile in Guyvile”. Ook Dupuis had een feministische statement te maken,  de slogan ‘Gender is over’ sierde het podium. Soms pakte Dupuis uit met een vibrato, denk aan Sleater-Kinney, die trouwens dit jaar een comeback maakten. Veel nineties-invloeden dus, overgoten met een licht Gothic-sausje, maar ik vond dat geen onverdeeld succes. De band had er vanavond ook niet veel zin in, denk ik, want een bis kon er niet af.

Setlist
Taylor – Graduates – Sk8 – Ginger –Dot X – Casper –Puffer – My dead girl – Mr. Difficult – Tiger Tank – Homo novus – plough – swell content – bigger party – American horror – Ka-prow

Organisatie: Botanique, Brussel

Yo La Tengo is populair in België, ook nu weer was er heel wat volk naar Het Depot afgezakt voor deze band uit Hoboken, New Jersey. Yo La Tengo kwamen hun veertiende album voorstellen, ‘Stuff like that there’, dat net als ‘Fakebook’ uit 1990 hoofdzakelijk uit obscure covers bestaat. Yo La Tengo heeft er een bandlid bij, Dave Schramm, die hun originele gitarist was tussen 1984 en 1986 en er dus op het nieuwe album en bijhorende tour weer bij is. 
Net als bij hun vorige passage in Het Depot, speelde Yo La Tengo vanavond twee sets, met een korte pauze tussenin. Waar de vorige keer deel één akoestisch was, en deel twee elektrisch, speelde de band vanavond de hele avond door voornamelijk akoestisch, dus de fans van de hevige gitaaruitbarstingen, waaronder ik mijzelf reken, waren er aan voor de moeite. Geen rondje headbangen dus, maar de rustige Yo La Tengo biedt ook nog veel lekkers, ideaal voor een zondagavond.

Het podium was wel speciaal aangekleed: de band had  10 schilderijen op katheders opgesteld, werken die ze zelf gemaakt hadden, zo zat er een schilderij tussen van Georgia Hubley en ook een van James Mcnew, maar ook de grafische werken van andere artiesten zoals Jad Fair en het Nieuw-Zeelandse The Clean, hadden een plaatsje gekregen op het podium.
Ira Kaplan, 58 ondertussen, was wat grijzer geworden, maar trad nog altijd op in zijn kenmerkende streepjes-t-shirt. James Mcnew speelde op een contrabas vanavond, en de kleine Georgia Hubley, mocht in het midden de centrale plaats innemend, staand achter haar drums. Zij is erg bepalend voor het geluid van Yo La Tengo, ze speelt meestal met borstels, waardoor de sound een sixties-klank krijgt, schatplichtig aan The Velvet Underground & Nico. Ze was goed bij stem vanavond, of ze nu alleen zong, of in duet met Ira Kaplan. Kaplan was dan weer minder bij stem, breekbaar en niet altijd toonvast.
De set bestond uit een mix van eigen nummers en obscure covers, die allemaal naar de Yo La Tengo-hand gezet werden, zodat je niet kon opmaken wat nu een cover was en wat een eigen nummer.
De enige nummers die echt als covers naar voor kwamen waren “Corona” van The Minutemen, door Jason Mcnew gezongen, dat iedereen kent als het kenwijsje van de MTV stuntreeks “Jackass” en de Cure cover, “Friday I am in love”. Soms waren de covers gewoon kleine, rustige liedjes, niks speciaals eigenlijk, maar toch mooi.
Na de pauze speelde Dave Schramm een aantal nummers op lapsteelgitaar.  Het meeste applaus oogstte Yo La Tengo vanavond met dromerige psychedelica, zoals bijvoorbeeld in “Ohm”, waarbij het publiek zo stil was dat je een plastic bekertje kon horen vallen.  Afsluiten deed de band met een Johnny Cash-cover, opnieuw een bewijs dat deze indie-veteranen ieder nummer naar hun eigen hand kunnen zetten.

Setlist:
Deel 1 : One to cry – Weakest – Rickety – My heart’s not in it –Ice melting – Take it or – Naples – Corona – The ballad of red buckets – Summer – Before we stopped to think
Deel 2 : Automatic doom– elephant – Double – A while away – Butchie’s tune- Locked door- Hatchet-Friday I’m in love – Wasn’t born – Big day – Ohm- Our way


Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/yo-la-tengo-25-10-2015/

Organisatie: Depot, Leuven

Pagina 7 van 12
FaLang translation system by Faboba