• Wilde Westen, Kortrijk: events
    Wilde Westen, Kortrijk: events Wilde Westen, Kortrijk: events afgelasting concerten tgv coronacrisis Door de aanhoudende coronacrisis werd Wilde Westen genoodzaakt de deuren te sluiten…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Alexander Giannascoli is niet bepaald een artiestennaam die gemakkelijk bekt, dus houdt de 22-jarige collegestudent uit Philadelphia het maar op Alex G. Alex G. neemt zijn platen thuis op, en krijgt daarbij hulp van zijn zus voor het artwork. Een echte slaapkamerartiest dus, die zijn eigen nummers met gitaar en keyboard in elkaar knutselt in de lo-fi traditie. Vorig jaar leerden we hem kennen met het album ‘D.S.U. (Dream State University)’ en met ‘Beach Music’ dit jaar, zijn zevende plaat al, werd hij nu opgepikt door het  Domino-label. Een heel productieve artiest dus, die ons doet denken aan Elliott Smith, Sparklehorse, Guided by Voices, en ook wel de vroege Ween, vooral dan omdat hij naast zijn normale zangstem, zijn falsetstem, ook nummers zingt met een heliumstemmetje, dat in combinatie met de drumcomputerbegeleiding wel heel erg  aan Dean en Gene Ween doet denken, die trouwens ook uit Pennsylvania komen en net als Alex G. al op heel jonge leeftijd met muziek begonnen.

De tunnels in Brussel zaten goed dicht, zodat Alex G. al begonnen was toen we in de Witloof Bar toekwamen. Live was Alex G. een viertal in traditionele rockbezetting,  drums, bas en twee gitaren dus die een stuk potiger uit de hoek kwamen dan op plaat.
Onvervalste collegerock dus in de stijl van Pavement, maar dan toonvaster gespeeld en gezongen. Built to Spill was nog een naam die bij mij op kwam, vooral dan door de stem van Alex, want op epische gitaaruitbarstingen moest je niet wachten: in pure lo-fi stijl klokten de meeste nummers net boven de twee minuten dertig af, als een song een hoede hook had en er verder niks verteld moest worden, dan werd de song gewoon abrupt afgebroken. Met zeven albums op je conto op je tweeëntwintigste hoeven er natuurlijk ook geen nummers gerekt te worden, gewoon een nieuwe farde nummers opentrekken leek wel het motto.
Instrumentale niemendalletjes onder de minuut zaten er ook tussen, en in een nummer onderbrak een drumsolo gewoon de melodie om in een volledig andere richting verder te gaan. Het kan ook zijn dat er gewoon twee nummers op  onhandige wijze aan elkaar geplakt werden, in ieder geval, het was lekker rommelig zoals  lo-fi moet zijn. Door het vroege aanvangsuur was er ruim tijd voor bissen, zodat Alex G. een halfuur verzoeknummers aan nam van het publiek. “After Ur Gone” en “Axesteele” waren mijn favorieten, tweeminuten-snoepjes voor headbangers.

… Mark Linkous en Robert Pollard hebben een waardige opvolger, Alex G. is zijn naam …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beirut is ongelooflijk populair in België, geen wonder dus dat de band rond Zach Condon in recordtijd twee concerten wist uit te verkopen in de Ancienne Belgique.
Het nieuwe album ‘No no no’ is nog maar pas uit, behalve de singles hebben we er nog niet veel van gehoord, maar wat we wel al gelezen hadden was dat de nieuwe plaat voornamelijk op piano en keyboards geschreven was. De vraag was dus of we een radicaal andere versie van Beirut mochten verwachten in de AB. De vraag stellen is ze beantwoorden, en nee, we kregen Beirut in hun typische klankkleur met blazers, ukulele en accordeon die in zes kwartier een bloemlezing gaven uit hun hele oeuvre gaande van de ‘Lon Gisland EP’, ‘Gulag Orkestar’, ‘The Flying Club Cup’ , ‘March of the Zapotec’, ‘The Riptide’ tot hun nieuwe ‘No no no’.

Een eerste indruk is dikwijls bepalend, en we schrokken toch een beetje tijdens het eerste nummer: “Scenic world” werd gedomineerd door een op hol geslagen beat uit de geprogrammeerde keyboards: stel je een Vlaamse artiest voor die in een bejaardenhuis Michael Jackson komt coveren en je kwam in de buurt. Gelukkig bleven die geprogrammeerde beats afwezig in de rest van het concert en zette Beirut hun kenmerkende vintage geluid neer met de melancholische stem van Zach Condon, de drie blazers, de accordeon en de ukulele.
Toch zat er iets niet helemaal juist tijdens het gehele concert: dit was duidelijke het eerste concert van de tour en je hoorde toch wel dat de band nog niet volledig gerodeerd was. Bij momenten had je de indruk dat de band in zijn repetitiekot bezig was, en ook Condon klonk soms aarzelend, terwijl hij normaal heel zelfverzekerd zingt. De warme gloed die zo kenmerkend is voor een concert van Beirut ontbrak vanavond, en de geluidsmix zat niet altijd goed: in verschillende nummers kwam de accordeon niet volledig door, wat toch wel jammer was omdat zo de typische zigeunerklank een beetje de mist in ging. “Nantes”, de publiekslieveling nummer een, zat heel vroeg in de set, en viel na het herkenningsapplaus een beetje plat.
De sterke momenten vanavond waren toch vooral de nummers die het dichtst bij de New Mexico roots van Beirut aansloten, Mexicana dus met de blazers op volle kracht in “Santa Fe” of het sfeervolle “Riptide”. El Mariachi gemixt met Gotan Project, zo klonk een ander nummer dan weer.
De nieuwe nummers die in de set gespreid zaten, klonken niet radicaal anders dan de rest van de set, wellicht door de kenmerkende stem van Condon en ze werden dus evengoed opgesmukt met blazers, wat ons doet vermoeden dat ze toch wel licht vertimmerd werden ten opzichte van de plaatversies die we nog niet gehoord hebben. Wel viel op dat een aantal van die nieuwe nummers toch maar gewoontjes klonk.

Was het dan een slecht concert? Nee, maar we hebben al beter gezien van Beirut. Als er iemand naar het tweede concert geweest is op dinsdag, laat gerust eens weten of de band al beter ingespeeld was.

Setlist
Scenic world- Elephant gun – Nantes- The akara – East Harlem- As needed – Perth –Santa Fe-  No no no – Postcards – Auguste Hollande – Riptide – The Shrew – At once – Prostitute – Fener-  Coček – After the curtain – So allowed
Bis: Pacheco – Gulag – In the mausoleum –Flying Club Cup

Neem gerust een kijkje naar de pics op 15.09
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tigana-santana-15-09-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/beirut-15-09-2015/

Organisatie: Live Nation

Lokerse Feesten 2015 – DAG 08 – Goose – Leftfield – Superdiscount – Trentemoller
Lokerse Feesten 2015
Grote Kaai
Lokeren
2015-08-07
Nick Nyffels

Leftfield’s  acid house dub reggae - overtuigt nog altijd na vijftien jaar radiostilte

Dag 8 van de Lokerse Feesten stond in het teken van de elektronische dansmuziek. Wij pikten in bij Superdiscount, het Franse drietal rond Etienne De Crécy en Alex Gopher. Het parkeerterrein van de Lokerse Feesten was nog redelijk leeg op dat moment, wat samen met het daglicht toch wel een beetje spelbreker was voor de respons. Ook al heeft Superdiscount een elektronummer dat “ Sunset “ heet, het Ibiza gevoel ontbrak toch op de Grote Kaai, dat ondanks de stand van een pastis producent. De eerste vijf rijen bouwden een feestje, voor de rest van het publiek was dit vooral aangename muziek om bij te praten bij een drankje en een hapje. Wat op Tomorrowland wel kan, sfeer overdag bij dj’s, lukt nog niet op de Lokerse Feesten. Misschien dat de organisatie een kamion of veertig met zand moet aanvoeren om er een beach party van te maken? Aan de muziek lag het niet, De Crécy wist te scoren met “Hashtag my ass”, “Prix choc” aka Sensemillia Marihuana en “Fast track”, met zijn baslijntje, mijn persoonlijke favoriet.

Tegen dat Leftfield er aan begon, was het donker, wat de sfeer direct maal tien verhoogde. Het publiek bestond vooral uit veertigers, de jonge gasten kennen Leftfield niet, wat logisch is aangezien deze dance-pioniers in de tweede helft van de jaren negentig actief waren, tot dit jaar, toen Neil Barnes Leftield weer oprichtte als solo-project met de derde plaat ‘Alternative Light Source’. De andere helft van het jaren negentig – duo, Paul Daley, besloot niet meer mee te doen. Nu Barnes was natuurlijk niet alleen gekomen, hij had een volledige band mee met een aantal gastzangers, en had ook voor een passende lichtshow gekozen.
Leftfield begon er aan met een reeks nieuwe nummers uit de laatste plaat, die door de lichtshow met sobere pulserende witte lijnen ondersteund werden. Tegenover plaat 1 en 2, zijn de nieuwe nummers meer house en electro, en is de dubreggae invloed een beetje verdwenen.  Niettemin knappe electro, met Barnes op vocoder, ergens tussen Afrika Bambaataa, Gesaffelstein en Chemical Brothers a la “Hey boy, Hey Girl” in, bijvoorbeeld in “Little Fish”, een hypnotiserende en heftig scheve en scheurende track.  Op een bepaald moment moesten we zelfs denken aan de heerlijke old-school house van “House Nation” van “The ultimate seduction”. Ook de natuurkundigen onder ons kwamen visueel aan hun trekken met een heat map van het universum die mogelijks het bestaan van anti-materie of dark matter aantoonde. Dark matter was de muziek van Leftfield zeker, toen de gastzangers er bij gehaald werden en de dubreggae invloeden de nummers binnenslopen. Hevige bassen, echo’s en een mannelijke reggaezanger zorgden voor het hoogtepunt van de avond voor mij, in het ronduit magistrale “Swords” uit “Rythm en Stealth”. Terwijl op de originele versie, een vrouw de zang deed, namelijk Nicole Willis, de vrouw van Jimi Tenor, nam vanavond een mannelijke rastafari de zanglijn op zich, wat toch heel geslaagd was door de falset stem. Een beetje zoals Horace Andy bij Massive Attack dus, waar Leftfield toch ook veel raakpunten mee heeft. De volgende dubschijf werd niet door een rastafari gezongen, maar door een kaalgeschoren hooligan in hoodie, niettemin met een Jamaicaans accent: “Inspection check one” was er ook boenk op en deed de vuisten in de lucht gaan om naadloos over te gaan in “Afrika Shox”, door Barnes ingezet op vocoder, om dan tot een heftig dansanthem over te gaan waarin we luidkeels “Afrika Bambaata” meezongen. De nieuwe nummers duwen de set vervolgens richting acid house  en als toetje krijgen we nog de blikmetalen echos van “Phat planet”.  Dit was een schitterend concert, Leftfield staat er weer.

We moeten toegeven, Goose vinden we meestal ronduit slecht: als je als rockgroep je invloeden in de dance gaat zoeken en je kiest voor Bonzai en platte electroclash, terwijl er zo veel betere dansmuziek bestaat om je te laten inspireren, dan ben je fout bezig. Niettemin is dit de publiekstrekker vanavond, en begot, ze wisten ons nog positief te verrassen. Dat kwam omdat ze verrassend subtiel uit de hoek kwamen, het was veel meer Depeche Mode dan rechtdoor beukende electroclash. Genoeg hits hebben ze natuurlijk met onder meer “British mode”, “Words”, “Control”, “Cant stop me now”  en “Synrise”. Muzikaal was Goose het equivalent van een vuile pitta, maar hey, dat kan ook smaken, zeker als je al een paar pinten op hebt. We vinden wel dat ze in een doodlopend straatje zitten, en dat ze uit een ander muzikaal vaatje zullen moeten tappen om nog verrassend uit de hoek te komen met een volgende plaat, net zoals Soulwax. Maar plat entertainment is niet altijd slecht, maar liefst met mate, zoals vanavond op de Lokerse Feesten.

Afsluiten mocht Trentemøller  met een dj-set. Een projectie van een gezicht met rode ogen staarde ons aan, en Trentemøller verwerkte zijn eigen hits in de set, maar wij gingen de echte clubsfeer nog even opzoeken in de Red Bull Elektropedia Room bij Karotte, een Duitser die iedereen viel spaß bezorgde.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2015/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Boomtown 2015 - dag 5 - Alle genres door elkaar
Boomtown 2015
Kouter
Gent
2015-07-25
Nick Nyffels

We begonnen er deze keer vroeg aan in de Handelsbeurs, met het concert van Cold Specks. Deze Afro-Canadese zong mee op de laatste van Swans, en Michael Gira werkte ook mee op haar tweede album ‘Neuroplasticity’. Niet dat je je aan noise-rock moest verwachten, maar de sound van Cold Specks was toch stevig in de gitaren gedrenkt, met onder meer een Britse gitariste die Ladan Hussein, de echte naam van Cold Specks bijstond. Hussein heeft een stem als een klok, ergens tussen Stefanie Callebaut en Brittany Howard, een knappe frasering en een bevlogenheid die ook aan Bruce Springsteen doet denken.
Stevige indierock, met een soul en jazz accent, door de zang dan vooral, een beetje het vrouwelijke equivalent van TV on the radio. Hussein stond er van te kijken hoe stil en respectvol het publiek was, en besloot dan maar een echte gospel zonder micro te zingen: “There will be peace in the valley”, ging het, en we waanden ons meteen in een kerkje in Alabama, ware het niet dat iemand een bierglas op de grond liet vallen.

Het weer viel goed mee, wij dus naar buiten voor de prettig gestoorde onzin van Kenji Minogue. De twee uit de naar bier en pis stinkende kasseien van de Vlasmarkt gekropen troela’s hadden deze keer voor  goudkleurige Mexicaanse worsteloutfits gekozen, de drummer had nog altijd een varkenskopmasker op, en het West-Vlaams van Sarah Vandeursen en Emilie de Roo was in de meeste nummers niet verstaanbaar. Vandeursen stak een vis in haar decolleté richting de schaduw van het kruis om het met Thé Lau te zeggen, en keilde die vis dan het publiek in. Een potje crowdsurfen mocht natuurlijk ook niet ontbreken. Er was een nieuw nummer met nog wat werk aan volgens de dames, maar het publiek ging natuurlijk het meest uit zijn dak bij “Veranda”, “Naam Familienaam” en “Alwadamehetten”.  Veel te vroeg moesten ze er mee ophouden, maar gebald concertje was dit dus wel.

Even de knop volledig omdraaien, en nog een tweetal nummers meepikken van Condor Gruppe. Dit is een 7-koppig instrumentale band uit de Antwerpse scene die iets met spaghetti western muziek doet zoals ze dat bij Tortoise ook deden. Veel dynamiek en sixtiesklanken in lang uitgesponnen nummers dus, met op de achtergrond projecties van halfnaakte danseressen.

De afsluiter van Boomtown 2015 was voor mij het Deense Blaue Blume. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn door de hoge falsetstem van zanger Jonas Smith, maar wij konden het wel smaken omdat het wel iets apart gaf aan deze jaren tachtig gitaarpop. Smith is zelf grote fan van Antony & the Johnsons, en zijn zang was duidelijk geïnspireerd hierdoor. Om het minder vriendelijk te zeggen, het klonk alsof de balletjes nog niet ingedaald waren. De gitaarpop van de band kon je zo linken aan het 4AD-label : snuifje Cocteau Twins met Siouxsie vloeibare bastonen. In “Lemon Tree” stak zelfs de onvervalste lyriek van The War on Drugs. Beloftevolle band, die wel nog groeimarge heeft.

De laatste dag van Boomtown was heel afwisselend, bands met totaal verschillende inspiratiebronnen, zodat je wel iedere keer volledig de knop moest omdraaien tussen de optredens door.


Neem gerust een kijkje naar de pics van de vorige dagen
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/boomtown-2015/

Organisatie: Boomtown, Gent   

Boomtown 2015 - Ronduit sterke openingsdag van Boomtown
Boomtown 2015
Kouter
Gent
2015-07-21
Nick Nyffels

Chantal Acda, de in België wonende Nederlandse, ooit nog bij Isbells, mocht voor ons Boomtown openen. Ze had een uitgebreide band meegebracht, met onder andere Gaëtan Vandewoude, van Isbells, en dEUS bassist Alain Gevaert, die dus  niet alleen bij Trixie Whitley bijklust. Haar nieuwe album, ‘The Sparkle in our flaws’, met gastbijdragen van onder meer Peter Broderick and Valgeir Sigurdsson, komt pas in september uit, maar ze beloofde vanavond om al een aantal nieuwe nummers te laten horen. Acda is gegroeid als performer: enkele jaren geleden zagen we nog een uit het nest gevallen vogeltje op een uitgeregend Sint-Jacobs, nu zien we een frontvrouw met zelfvertrouwen op de bühne van de Handelsbeurs. Wat daar nog bij hielp is dat ze een stevige band achter zich staan had, die een warme, gloedvolle sound wist neer te zetten met onder meer viool en tuba. Acda heeft een goeie stem, die bijvoorbeeld extra tot haar recht kwam wanneer ze enkel door viool begeleid werd.
Rustig maar ongedurig, om maar eens een ter ziele gegaan radioprogramma te citeren, zo kon je het geluid van Chantal en haar band nog het best omschrijven. Dit was geen brave folk, er zaten genoeg weerhaakjes en stoorzenders in de nummers, die door Gaëtan Vandewoude  en de violist in de nummers gesmokkeld werden, in de vorm van elektronische accenten en loops. Die violist nam trouwens ook een deel van de zang voor de rekening, in een mooi duet met Acda. We kregen een stevige finale, met veel gitaar en drumgeweld en een schreeuwende tuba, waarna alle instrumenten wegvielen behalve de bas van Alain Gevaert. Als opener van Boomtown kon dit al tellen.

Mark Kozelek is een notoir moeilijke mens en ook de frontman van Sun Kil Moon die voor vele critici het album van 2014 uitbrachten met ‘Benji’. De band heeft een nieuwe worp uit met ‘Universal Themes’, maar die plaat wordt over het algemeen iets minder onthaald. Kozelek heeft een voorkeur voor lange songtitels en nummers over seriemoordenaars, net zoals Sufjan Stevens, maar wat zijn nummers vooral onderscheiden is dat ze echte kortverhalen zijn, heel dikwijls over diep persoonlijk onderwerpen. Mark Kozelek had een ruime band meegebracht, met onder meer twee drummers, waaronder Steve Shelley van Sonic Youth zaliger, die hij als een ware orkestleider/crooner strak in de hand hield. Kozelek was voor zijn doen goed gezind, ook al gaf hij nog een sneer naar de organisatie omdat hij bij zijn vorige passage een tand gebroken had op een door de organisatie geserveerde portie stoofvlees, wat hem 3000 dollar had gekost bij de tandarts.
De eerste twee drie nummers roffelde Kozelek op een derde drum, zijn weg croonend door zijn aan American Music Club schatplichtige americana. Daarna speelde Kozelek ook gitaar. In “Carissa” een ode aan zijn door een stom accident overleden achternicht, liet hij het publiek meezingen en de dood kwam ook aan bod in “Today Richard Ramirez died of natural causes “  over deze Amerikaanse seriemoordenaar en een cover van Nick Cave ,“Weeping Song”, naar aanleiding van het overlijden van één van de tweelingzonen van Nick Cave die vorige week verongelukte door van een rots te vallen.
Meer persoonlijk werd het in het stevig rockende “Dogs”, een nummer over adolescentie en onbeantwoorde jeugdliefde, waarin Kozelek stem stevig vervormd was, en wat voor mij het hoogtepunt van deze festivaldag was. De zeventig minuten die Sun Kil Moon toebedeeld waren, waren zo voorbij in een elektriserend concert dat ons nog lang zal bij blijven. Om het in wielertaal te zeggen, dit was een etappe hors categorie.

We waren nog aan het bekomen van het echt uitstekende concert van Sun Kil Moon, en daar was de volgende band al begonnen op het zeer goed gevulde middenplein. Nee, die publiekstoeloop was er niet voor een Belgische band, maar wel voor Unknown Mortal Orchestra. Deze band rond kiwi Ruban Nielson stond hoog op het verlanglijstje van de programmator, die ze onverhoopt had kunnen boeken. Net als Foxygen, de Nederlanders van Jacco Gardner en Tame Impala,, brengt dit Orchestra psychedelische pop, in een rockbezetting. Rijkversierde popnummers met een ijle stem gezongen, maar geen uitgesponnen gitaarsolo’s, dus de liefhebbers van de harde psychedelische rock kwamen hier niet aan hun trekken. Wel uitstapjes naar soul en sixties-pop, bijvoorbeeld in “Multi love” of “Ffunny ffrends”. Heel aangename pop dus, die perfect bij de zomerse nachttemperaturen paste. Zo aangenaam dat we bleven plakken, en zo het optreden van het Australische Tora misten. Maar goed, die hadden we op Best Kept Secret al gezien, waar ze toch nog te groen uitvielen.

Conclusie, dit was een heel straffe opener van Boomtown, het beste dat er in jaren al op de Kouter geprogrammeerd stond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/boomtown-2015/

Organisatie: Boomtown, Gent   

De naam Hanni El Khatib klinkt niet echt rock’n’roll, maar is het wel. Deze Californiër, met Palestijns- Filipijnse roots, ademt rock’n’roll, getuige de tattoos, de brylcream van zijn promofoto’s en de rockiconografie van zijn drie platen: vuile jeansjasjes sieren zijn tweede album , het door Dan Auerbach van Black Keys geproducete en meegeschreven ‘Head in the dirt’, en een arm worstelt met een vervaarlijke slang op zijn nieuwste album ‘Moonlight’. El Khatib speelt de meeste instrumenten op zijn albums zelf, maar live laat hij zich door drie bandleden begeleiden, waarbij naast bas en drums, het vierde lid van de band ofwel op mellotron of elektrische gitaar speelde.

Dit concert in een door de avondzon verlichte Dok, was een echte groeier. Het begon niet slecht, maar ook niet echt memorabel in de eerste vier, vijf nummers. Het was goeie garagerock, maar ook niet meer, bijvoorbeeld in “The teeth”, dat Jack White en Queens of the Stone Age door mekaar husselde.
De songs bleven in het begin niet echt hangen, de riffs waren niet super strak, maar zoals gezegd, na een halfuurtje sloeg de vlam toch nog in de pan. Was het dat de zon niet meer in het gezicht van El Khatib scheen, in ieder geval was de zang plots beter, de drums werden strakker, en de gitaarsolo’s vlogen ons om de oren.
“Mexico” was een valse trage, maar werd met veel vuur gebracht  en voorzien van splijtende gitaarsolo’s en van toen af werd het concert beter en beter. Je zit eerst rustig mee te knikken, en plots gebeurde het, het publiek ging meer en meer mee in deze trip, de band stak nog een tandje bij, en plots vlogen de eerste crowdsurfers door de lucht. Tegenover een Jack White of een Black Keys, knalt er bij Hanni El Khatib minder blues, en meer garagerock door de boxen, ook al gebruiken ze eveneens een mellotron.
Dit deed me ook denken aan de eerste zaaloptredens van The Vaccines. In “Head in the dirt” zong El Khatib, “I want my money back”, maar voor ons en de rest van het publiek was dit concert al dubbel en dik zijn geld waard.
Van zeer goed ging het naar gewoonweg imposant in “Pay no mind”, met zijn retestrakke drums en zijn Ramones/Vaccines refreintje en het heerlijk onverschillig gezongen “Family”, protopunk met sixtiesinvloeden en handgeklap. “Two brothers” :  “I lost two brothers this year, i hope they died without fear”, had het soort dansbare gitaarloop waar Foals een patent op heeft, maar barstte volledig open in een vuile gitaarfinale die El Khatib volledig tussen het publiek afwerkte nadat hij van het podium gedoken was.
We kregen nog een bisnummer, dat in ware Sonic Youth stijl afsloot toen El Khatib zijn gitaar in de boxen parkeerde. Hell, dit was me het rock’n’roll avondje wel, en het was nochtans zo doordeweeks begonnen.

Setlist
Moonlight – B.D.R.-Nobody move –The teeth – Dead wrong – Save me – Mexico -  Come alive – You rascal me – head in the dirt – melt me – loved one – pay no mind – family – two brothers

Organisatie: Democrazy, Gent

De hitte had zich gelukkig nog niet vastgezet in het dakgebinte van de Grand Mix, zodat het talrijk opgekomen publiek geen zweet moest laten voor de afsluiter van het concertseizoen in Tourcoing. Na vier jaar kwam Other Lives, een vijftal uit Oklahoma, hun tweede plaat ‘Rituals’ voorstellen.
Wij zagen ze de eerste keer, op de sindsdien ter ziele gegane Vlaamse tak van het Crossing Border festival, en na een gesmaakte passage vorig weekend op Rock Werchter, stonden ze nu dus in de Grand Mix.

De openingsmuziek deed direct een belletje rinkelen. Steve Reich’s “Electric Counterpoint” zagen we twee weken terug uitgevoerd worden door Jonny Greenwood, de slungelige gitarist van Radiohead. Hier diende het als opkomer, dit begon al goed. De band startte met “Reconfiguration”, uit het nieuwe album, een mooie staalkaart waar deze band voor staat: grote muzikale rijkdom, met een voorname rol voor de viool, maar ook met pauken en trompet. Het volgende nummer had zelfs twee violen en een harmonium, een soort mix tussen orgel en accordeon, omdat bijna alle bandleden meerdere instrumenten beheersen, en met gemak overschakelen tussen instrumenten binnen een nummer, wat ook bewijst hoe vernuftig alles in mekaar zit.
Vernuftig mag het zijn, maar toch is dit geen moeilijke muziek, de fans van Balthazar zullen dit zeker smaken.  In “2 pyramids” bespeelde de bassist de zijkant van zijn pauktrom voor een kenmerkend getik, op een bedje van elektronica, met als slagroom op de taart vioolstukjes die op de eerste van Arcade Fire niet hadden misstaan.

De bol haar die zanger Jesse Tabish is, kwam smachtend uit de hoek in “For 12”. Het bekendste nummer van Other Lives, “Tamer animals”, had heel veel dynamiek, en was opgesierd met xylofoon en harmonium.
In het volgende nummer gebeurde iets heel interessants: de trompet werd geloopt en de trompettist ging gewoon verder op viool, terwijl de bassist met de ene hand pauk speelde en met de andere hand keyboards. Je hersenhelften in twee stukken opsplitsen, het is niet iedereen gegeven, maar deze mannen dus wel. 
Bij momenten heeft Other Lives een heel filmisch breed uitwaaierend geluid, als een spaghettiwestern, maar dan zonder de clichés van het genre. Fans van Sigur Ros en Sixteen Horsepower zullen Other Lives zeker kunnen smaken. Om dit te bevestigen, zat er in het laatste nummer voor de bis zelfs een banjo.

In de bis kregen we nog een verrassend cadeautje: “Black tables” een van de eerste nummers van Other Lives dat ‘Tamer Animals’ voorafgaat, en een van mijn Nirvana favorieten, “Something in the way”, hier met viool in plaats van cello.

De band die Frankrijk in zijn hart sluit omdat het een van de eerste landen was waar ze succes kenden, sloot waardig af met de Americana van thuisstaat Oklahoma, ”Dust bowl”.  Tumbleweed rolde door de straten van Tourcoing, de hittegolf was nog maar pas begonnen.


Setlist: Reconfig – Easy Way- As I lay- Landforms-Desert -2 pyramids-Pattern- For 12- Tamer animals- English summer- Dark Horse- weather – for the last-  Bis: Black tables- Something in the way-Dust bowl

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Senyawa + Hieroglyphic Being - Indonesische folkmetal en freejazz house in de Vooruit
Senyawa + Hieroglyphic Being
Vooruit (Balzaal)
Gent
2015-06-12
Nick Nyffels


We waren eigenlijk naar de Vooruit afgezakt voor Tyondai Braxton, de voormalige frontman van Battles, die er zijn ‘Album Hive1’ zou komen voorstellen, maar op het laatste moment besloot die om zijn kat te sturen. Wij stuurden onze kat niet, want er waren nog andere avantgarde bands om te checken.

Senyawa (zie foto homepag) bijvoorbeeld, een Indonesisch duo uit Yogyakarta. Voor iedereen in de Balzaal zal het wellicht de eerste keer geweest zijn om een Indonesische rockband aan het werk te zien. Senyawa is avant-garde tot het uiterste: ze bouwen hun instrumenten zelf: op een bamboe steel was een gitaarnek gemonteerd, en dit experimenteel instrument werd zowel als gitaar en als strijkinstrument gebruikt. Heel avontuurlijk dus, en dat bleek ook uit de zang. Zanger Rully Shabara zong in het Indonesisch, en gebruikte zijn stem evengoed als een instrument: hij varieerde tussen gekrijs, keelzang en grunts, maar ook zaten er rustige folkpassages tussen. Het geluid van dit duo klonk soms orientaals, dan was het weer schokkerig als een soort akoestische versie van System of a down, waarna er stukken waren die  heel duidelijk door metal geïnspireerd waren. De Indonesische variant van Rodrigo en Gabriela, maar dan gemixt met Diamanda Galas. Toegankelijk was het dus absoluut niet, maar het had wel iets. De bamboegitaar klonk in een nummer als een harp. Geef deze mannen gerust een plek op Graspop, ze zullen er niet misstaan.

De hoofdact vanavond was Hieroglyphic Being. Dat is het alter ego van Jamal Moss, een houseproducer uit Chicago, die hier vanavond samenspeelde met Marshall Allen, een krasse knar van 91 die nog bij Sun Ra Arkestra speelde.  Moss draaide aan de knoppen, terwijl Allen en een compaan zowel dwarsfluit, sax als iets wat op een melodica leek bespeelden. Heel duidelijk free-jazz dus, iets te druk voor mijn oren eigenlijk, het was bij momenten of er twee bands tegelijkertijd verschillende nummers aan het spelen waren. De dwarsfluit met beats composities klonken als St Germain door de gehaktmolen gedraaid werd. Het tweede deel van het concert vond ik beter, toen de kosmische groove het overnam van de stoorzender jazzhouse van het begin.

Geen Tyondai Braxton dus, maar we hadden in ieder geval twee avant-garde artiesten gezien die de uitersten van het melodisch spectrum opzochten.

Organisatie: Vooruit Gent

Als de t-shirts van ‘3 decades of Neubauten’ beginnen te verbleken, dan ben je als band al een tijdje bezig. 35 jaar om precies te zijn, dus Blixa en co. vonden het tijd om nog eens een carrière overzicht te brengen in de Ancienne Belgique onder de noemer ‘Greatest Hits’. De dag erop, zouden ze hun nieuwste album ‘Lament’, een werkstuk in het Duits, Engels en zelfs Nederlands over de Eerste Wereldoorlog voorstellen, maar dus eerst ‘de hits’.

Die heeft Einstürzende Neubauten natuurlijk niet, maar bizar genoeg klonken veel nummers vanavond toch heel vertrouwd aan. Bijna hadden we geen optreden gehad, want het uitvallen van de Belgische luchtvaartcontrole had de reisplannen van de band in de war gestuurd, zodat de band via Dusseldorf naar Brussel had moeten reizen. De zes Neubauten begonnen er heel rustig aan, met “The garden” en “Nagorny Karabach”, uitgepuurde kamermuziek op onconventionele instrumenten, met Blixa Bargeld als orkestmeester, en dit zou eigenlijk de rode draad door heel het concert worden, met hier en daar een stevige tempoversnelling. Duits en Engels gezongen nummers wisselden elkaar af doorheen het concert.
Het is al zeker twintig jaar dat Einsturzende Neubauten de banden met industrial en gothic doorgeknipt hebben, niettemin liepen er heel wat goths rond in de zaal.
Neubauten blijft echter een instrumentarium bespelen dat je niet bij de conventionele instrumentenwinkel zult vinden, maar eerder bij de dienst Openbare Werken van de Stad Brussel, en zo blijft het industriële muziek in de originele betekenis van het woord.
Daarom vind ik het ook een band die je eerder live moet zien dan op plaat beluisteren: nergens anders zie je iemand drummen op plastieken vaten, of op kabels of springveren, of vormt een bak met metalen staven die omkipt  de apotheose van een nummer.
Nummers kwamen vanavond vooral uit de laatste 4 à 5 platen, met af en toe een oudje als “Haus der Lüge”.
Blixa, zoals altijd in een zwart pak gehesen, perste er in één van de nummers een schrille schreeuw uit, en ook het ‘gehum’ van alle bandleden in een ander nummer suggereerde dreiging.
In die zin is wat de Neubauten de laatste twintig jaar doen, heel vergelijkbaar met Nick Cave’s recentere werk dat ook in veel rustiger vaarwater gekomen is en ook meer met suggestie werkt dan voor de frontale aanval te kiezen. Lange plastic buizen gebruikt voor een analoge slaapkamertechno met ingeblikte violen toonden die evolutie aan. Even ging het wat harder, met een stevig industrieel ‘klingklang’ geluid, een boormachine teisterde metalen platen, maar de slijpschijven die we tijdens een vorige passage in de AB nog in actie gezien hadden, bleven achterwege.
In de eerste van de twee bissen, deed de percussionist iets met een gouden warmhou-folie, en kwamen we nog het dichtst in de buurt van een rockgeluid à la Cave en zijn Bad Seeds.
Neubauten gaven vanavond een mooi overzicht van hun vijfendertigjarige carrière, hun geluidswerken gebaseerd op industriële materialen vertonen zich meer en meer in een uitgepuurde vorm, zodat het bijna onconventionele kamermuziek wordt.

Setlist: The Garden - Nagorny Karabach - Die Interimsliebenden  - Dead Friends (Around the Corner) - Unvollständigkeit  - Youme & Meyou  - Haus der Lüge  - Die Befindlichkeit des Landes  - Sonnenbarke  - Von wegen  - Sabrina  - Susej
Encore: Ein leichtes leises Säuseln  - Redukt  - Alles
Encore 2: Total Eclipse of the Sun

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/einsturzende-neubauten-27-05-2015/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

De Nijdrop was goed volgelopen met een ouder publiek voor The Posies. Het is dan ook al bijna 20 jaar geleden dat The Posies op hun hoogtepunt stonden met ‘Frosting on the beater’ (1993) en ‘Amazing Disgrace’ (1996). Wij volgden ze nog met ‘Success’ uit 1998, maar daarna verloren we ze toch een beetje uit het oog. Jon Auer en Ken Stringfellow wonen nu beiden in Frankrijk en niet meer in Seattle, en zijn bezig aan een nieuw album, het vervolg op ‘Blood Candy’ uit 2010, dat wisten ze ons toch te  vertellen. De rest van de band die wonen nog in Amerika, dus het werd vanavond een duo-bezetting voor The Posies. Laptop en keyboard moesten voor de begeleiding zorgen, maar dus geen bas en drums, wat betekende dat de headbangers er aan waren voor de moeite: het optreden zou meer een live radio-sessie worden voor een groot publiek.
The Posies beloofden om oude songs in een nieuw jasje te steken en ook een hele hoop nieuwe songs te brengen. Ken Stringfellow sukkelde vanavond met een verkoudheid, maar behalve dat de man tussen de nummers door thee dronk, was daar eigenlijk weinig van te merken, ook al omdat Jon Auer het grootste deel van de zang voor zijn rekening nam.

Ze begonnen er aan met een rist aan powerpopklassiekers zoals “Throwaway”, “Earlier than expected”, “World” , “Definite door” en “Burn and shine”, een mooie bloemlezing uit “Frosting on the beater” en “Amazing disgrace”, waarbij opviel hoe goed de stem van Jon Auer nog altijd is. Net toen we dachten dat we vertrokken waren voor een memorabel concert, kwam de band af met hele reeks nieuwe nummers, met hier en daar een popparel, maar toch veel songs die niet echt bleven hangen. De liefhebbers van de hardere rock trokken zich terug naar de toog, bestelden een goeie trappist en begonnen bij te praten, wat de intimiteit van het concert niet ten goede kwam, en onze aandacht verslapte, ook omdat Auer en Stringfellow ruim de tijd namen om de gitaren te stemmen tussen de nummers door.
We schoten terug wakker naar het einde van de set, toen de oude nummers weer van stal gehaald werden: “Lights out”, “Flavor of the month”, “Ontario”, “Start a life” en “Please return it”,dat een elektronisch remix jasje aangemeten kreeg uit de kleerkast van Falco’s “Jeanny”.  
In de bis werd Holly, het voorprogramma van de band, op het podium geroepen voor meer eightiesrevival a la Supertramp en werden we getrakteerd op “Dream all Day” en “Solar sister” in een elektronische remix.

Het was The Posies duidelijk niet om nostalgie te doen, het publiek dacht daar echter anders over. De oplossing voor The Posies: schrijf een nieuw album met enkel maar killers en geen fillers, of strooi de oudjes meer egaal door de hele set. Wie The Posies nog eens headbangend wil zien, moet deze zomer naar Spanje, want daar spelen ze op een festival in originele bezetting, en zullen ze wellicht een stuk steviger uit de hoek komen. Wie vooral de zangharmonieën kan smaken, had een goed concert achter de kiezen in de Nijdrop, de rockers bleven een beetje op hun honger zitten en gooiden het daarop maar in de drank, iets wat we eerder dit jaar ook al zagen bij het concert van Grant Lee Phillips van Grant Lee Buffalo.

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

Pagina 8 van 12
FaLang translation system by Faboba