zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

woensdag 04 maart 2015 00:00

Allah-Las - onbeschaamd retro


De Allah-Las  zijn een viertal uit Los Angeles, die vorig jaar hun tweede album ‘Worship the sun’ uitbrachten. De band ontstond toen 3 personeelsleden van Amoeba Music, een grote onafhankelijke muziekzaak, besloten samen te spelen. Wij pikten de band op bij hun zelfgetiteld debuut uit 2012, maar hadden ze nog nooit live gezien.

Vanaf de eerste noot voerden de Allah-Las ons terug naar 1965/1966, jaren waarin zelfs de meeste ouders van het jonge publiek nog niet geboren waren.  Zonnige, Californische surfrock, zoals in opener “Busman’s holiday”, alles binnen het idioom van vijftig jaar geleden, met een slaggitarist en een sologitarist, een drummer die  accenten en breaks rondstrooide alsof er sindsdien geen muzikale evoluties gebeurd waren en de Handelsbeurs onder een glazen stop geplaatst was.
“No voodoo” was weemoedig, maar werd wel opgevrolijkt door clevere solootjes. “Buffalo nickel” had “Papapa” koortjes die door de volledige band meegezongen werd. “Sandy” had veel zon, zee en strand, dit was bubblegumpop met een twanggitaar. “Sacred sands” kon zo uit De Pré Historie; een instrumentale surfklassieker met een heel herkenbaar thema.
Ook de Glimmer Twins passeerden de revue in “Tell me what’s on your mind”.
Toen de leadgitarist de zang overnam, kregen we een licht psychedelische toets, vroege Pink Floyd nog met Syd Barrett, terug naar 1967. Was er dan totaal geen band met 2015? Nee, toch wel, ergens liep er een rode draad van de sixties over The Paysley Underground (“That’s what you always say” van The Dream Syndicate), naar huidige bands zoals Grizzly Bear en Real Estate. Waar die laatste band live een te zoetsappige reproductie van hun platen neerzetten, slagen Allah-las er in hun live uitvoering naar een hoger niveau te brengen door net dat beetje jalapeno-peper toe te voegen aan de plaatversies. De percussie tilde alles naar een hoger niveau, en in de bis mocht het voorprogramma  nog meer accenten toevoegen met tamboerijnen en maracas, en nam de drummer de zang over van de ritmegitarist.

We vermoeden dat Noel Gallagher dit een heel stuk beter vindt dan de “fooking Artic Monkeys”,  en dat vinden wij nu ook. Onbeschaamd retro, je hoeft niet op zondagmorgen naar Radio 2 te luisteren voor sixties-nostalgie, de Allah-las brengen dit nu ook live in 2015 en ze doen dat goed.

Setlist
Busman’s Holiday – Follow you down- Standing- No voodoo-Buffalo nickel –Sandy- De vida voz – sacred sands- had it all – tell me –catalina- ferns gallery- 501-415- calm me down- better than mine- autumn dawn- artifact- catamaran

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/eerie-wanda-02-03-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/allah-las-02-03-2015/
Organisatie: Handelsbeurs + Democrazy, Gent

 

Canada boven in De Kreun, want met Viet Cong en Absolutely Free  stonden er twee Canadese bands op de planken.  Hoewel niet uitverkocht was De Kreun toch aardig volgelopen …

Absolutely Free  uit Toronto mocht openen. Dit drietal is ontstaan uit de as van de band DD/MM/YYYY  (Day Month Year) die er in 2011 mee ophield. Die band had als een van zijn laatste wapenfeiten een split EP uitgebracht met Beak>, de band van Geoff Barrow van Portishead, die twee jaar geleden Sonic City cureerde. Absolutely Free had perfect op de affiche van Sonic City kunnen staan, met zijn mix van electronica en krautrock. Absolutely Free begonnen  instrumentaal, met door Kraftwerk geïnspireerde elektronicalijntjes. De zanger had een ijle stem, ergens tussen Perry Farrell en Ben Gibbard in en dit in combinatie met de Stereolab sound van de keyboards gaf het geheel een psychedelisch tintje. 
Het geluid van de band was voornamelijk opgebouwd rond de twee synthesizers en de elektronische drums, maar een twanggitaar mocht in een aantal nummers een mooie vintage klank aan het geheel toevoegen. Niet slecht dit Absolutely Free.

Viet Cong komt uit Calgary, net als Chad Vangaalen, bij wie ze gitarist Scott Munro recruteerden. De kern van Viet Cong bestaat uit de bassist en de drummer van de band Women, die er in 2010 de brui aangaven na een gevecht op het podium. In 2013 bracht Viet Cong de EP ‘Cassette’ uit, terwijl we begin dit jaar hun 7 nummers tellende debuutalbum kregen, waarvan de single “Silhouettes” veel airplay kreeg. Op basis van die single verwacht je postpunk à la Interpol, maar Viet Cong is voor geen gat te vangen, dat bleek al uit de eerste twee nummers, die ze uit de EP ‘Cassette’ puurden. Rauwe garagerock, beetje Velvet Underground, en de schuurpapieren stem van zanger bassist Matt Flegel was al even ongepolijst en voortvarend als de brulboei die Patrick Stickles is bij Titus Andronicus.
In In “Silhouettes” veranderde Viet Cong volledig van koers, dit was pure post punk, die aanzette als vroege Bloc Party, een heerlijke brok donkere pop, met jengelende gitaren, een stuwende bas ende huiveringwekkende stem van Flegel, Paul Banks waardig.
Na dit nummer was de band opgewarmd, want de blonde drummer deed zijn t-shirt uit. Anders dan Interpol of Savages, die een eenkennig postpunkgeluid neerzetten, is Viet Cong complexer en minder retro new wave: Scott Munro durft zijn gitaar al eens door een keyboard sturen. De timide ster van de band was ongetwijfeld tweede gitarist Daniel Christiansen, die de nummers opsmukte met zijn gitaarmotiefjes in dezelfde stijl als Gemma Thompson bij Savages.  
“March of Progress” ving aan met synths en monotone drums, waarna het nummer nog drie keer van richting veranderde, zo passeerde Johny Marr’s gitaargeluid en culmineerde het nummer met de zinsnede “What is the difference between love and hate”. Als u het weet, stuur een gele briefkaart naar Calgary, Alberta ter attentie van de Viet Cong. “Bunker buster”, een brutale aanval de Russische separatisten waardig, teerde op het uitgebeende geluid van Big Black en toen moest het hoogtepunt nog komen dat er aan kwam met “Continental Shelf”, een wanhopige,  maar verbeten hymne met een machtige break en een refreinaanzet die ze bij “How soon is now” waren gaan stelen. Goed gestolen is altijd beter dan slecht geschreven, vind ik. 
Tweede hoogtepunt was de afsluiter “Death” dat ook weer alle kanten uitschoot, in meer dan 10 minuten ging het  van pure pop naar drones  Swans waardig en terug.  Een bis was echt overbodig, de Viet Cong had ons overrompeld en verslagen, hoog tijd om onze wonden aan de toog te likken.

Pics homepag Xavier Marquis (Indiestyle.be)

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Het was druk op het podium van De Kreun. Nee, het was niet de cast van Vikings die met een snek de Leie opgevaren was, maar wel Jaga Jazzist die met een uit de kluiten gewassen toerbus naar Kortrijk afgezakt waren. Deze Noren brachten in 2010 ‘One Armed Bandit’ uit, en hebben zitten broeden op nieuw materiaal dat er in 2015 aan zal komen. De kleiner gemaakte Kreun zat goed vol met een divers publiek, zowel jong en oud, alternativo’s en jazzliefhebbers waren present voor dit Noorse gezelschap dat live uit 7 man en een vrouw bestaat.

‘En, To, Tre, Fire’, en ze waren begonnen voor een set van ruim twee uur die geen moment verveelde. Iedereen behalve de drummer was multi-instrumentalist, maar wat opviel is dat tegenover hun beginperiode, de keyboards een stuk prominenter de nummers sturen. Naast die elektronica kregen we natuurlijk nog altijd een reeks blazers die mochten soleren, gaande van dwarsfluit, klarinet, saxofoon tot tuba. Lange, uitgesponnen nummers dus, altijd boven de vijf minuten aftikkend, maar heel veel evolutie binnen de nummers.
Het tweede nummer ontaardde in een freejazz saxsolo, soms ging de nummers de post-rock richting uit, want ook electrische gitaren mochten met elkaar duelleren. ”Bananfluer overalt” was een nieuw nummer over fruitvliegjes die blijkbaar in het koude Noorwegen ook aan een sterke opmars bezig zijn. Het nummer met de vibrafoon dat daar op volgde deed heel erg denken aan “Glass Museum” van Tortoise uit ‘Millions now living will never die’. Alle nummers waren instrumentaal, de aahs die Line Horntveth mooi zong als uitzondering.
Veel nieuwe nummers vanavond, die absoluut doen uitkijken naar de nieuwe plaat voor 2015.  Bijzonder mooi was een nummer met een unendlich keyboardmotiefje waar Line Horntveth dan met dwarsfluit boven soleerde. Uit ‘The Stix’, ook al weer van 2003 speelde de band “Reminders”.

We waren vergeten hoe goed deze Noren live zijn. Festivalprogrammators, teken deze Noren maar voor volgende zomer, want de nieuwe plaat zal uitstekend zijn, dat bewees deze avant-première in De Kreun.


Jaga Jazzist - Ingestudeerde spontaniteit (Lode Vanassche)
Het Noorse ensemble is altijd moeilijk in een vakje te stoppen geweest.  Met drums, keyboards, tuba, trombone, trompet, elektronica, gitaren, vibrafoon, klarinet en bas voert Jaga Jazzist de luisteraar mee naar hun eigen universum. Multi-instrumentalist Lars Hornthveth en zijn negenkoppige band proppen weliswaar het woord jazz in hun naam, maar citeren even goed  John Coltrane, Mogwai, Steve Reich, Rick Wakeman, Dungen , Spirit , Fela Kuti, King Crimson, MGMT en het Franse Air als invloeden. Het is maar om aan te geven dat deze band tot de top van de muzikale eredivisie behoort.
Vrijdag kon je bijvoorbeeld gerust wat eighties klankkleuren horen. Marcus Forsgren toverde van die heerlijke intro’s uit zijn zessnaar, waar bij het ensemble heerlijk begon met heel gelaagd de mooiste klanktapijten te voorschijn halen. De muzikanten bespelen bijzonder veel instrumenten in heel veel verschillende stijlen waardoor hun sound uniek, melodisch, delicaat, hypnotiserend en subtiel is. Alsof het allemaal niks inhoudt.
Na een kleine twee decennia gaan die gasten nog even begeesterend te werk en spelen ze de ziel uit hun lijf. Het is voor hen pure noodzaak, en dus ook voor ons… Ook hun nieuwe 230 Volt is met zijn funky bass een schot in de roos. Ze weten wat ze doen: Muziek spelen en met geluidjes spelen. Fruit Flies Everywhere. Het klint paradoxaal, maar Jaga steekt enorm veel variatie in hun minimalisme.
Onze Noorse vrienden zijn blijkbaar de enigen op deze aardkloot die alle genres door elkaar kunnen haspelen en er nog goed mee weg komen ook. Bij “This is so cool” komt Wim Mertens met een kerkorgel even om de hoek loeren.  Zowat elk nummer raakt de luisteraar op een of ander vlak.
Soundscapes in het kwadraat. En essevee heeft gewonnen. Alles is relatief. En ze weten wat ze doen.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Sonic City Festival 2014 – zaterdag 22 november 2014 - James Holden cureert - Neneh Cherry vindt zich opnieuw uit
Sonic City Festival 2014
Kreun
Kortrijk
2014-11-22
Nick Nyffels

Het was druk in Kortrijk. Rond het Conservatoriumplein en in de rest van de binnenstad braakten vintage rally-auto’s rook en lawaai uit want er was de 6 Uren van Kortrijk, een rally tweedaagse. Even verder aan den Appel konden de jonge Kortrijkzaantjes de Sint hun brief gaan afgeven. Daarvoor waren we echter niet naar Kortrijk afgezakt, wel voor Sonic City, een tweedaagse alternatief festival dat dit jaar gecureerd werd door James Holden. Met al die drukte was een parkeerplaatsje vinden niet zo gemakkelijk.
Wie James Holden zegt, zegt Border Community, het electronica label van de man. Er stonden bijgevolg een aantal artiesten van dit label op de affiche, maar ook een publiekstrekker zoals Neneh Cherry, en de jarenzestig electronicapionier Silver Apples. Verrassing van het festival voor ons was ongetwijfeld Dean Blunt, die op zondag kwam spelen. Ik denk niet dat Sonic City dit jaar op voorhand uitverkocht was, maar geslaagd en gezellig druk was het wel.

dag 1 – Sonic City Festival 2014 – zaterdag 22 november 2014

We vingen dag een aan met RocketNumberNine, de begeleidingsband van Neneh Cherry die later op de avond als hoofdact geprogrammeerd stond. De bandnaam verwijst naar een nummer van Sun Ra.  De broertjes Ben en Tom Page spelen live, de een op drums, de andere op keyboards en andere electronica. Met een zoemende toon waren we vertrokken voor een door kosmische musik en krautrock geinspireerde set. De drummer speelde rustig, soms met paukenstokken of met borstels in een teutoons klankspel dat goed uit Kraftwerk’s  KlingKlang studios had kunnen komen. Andere nummers waren meer up tempo, met beats die a la Laurent Garnier’s “Crispy Bacon” over elkaar struikelden. We hoorden ook mijmerende composities en de finale was industrieel getint: RocketNumberNine als  klankfabriek die stoomt en blaast. Knap.

Het is twintig jaar geleden dat ambient doorbrak en met Pye Corner Audio leken die tijden teruggekeerd. Martin Jenkins bouwde traag op, maar zijn soundscapes waren heel visueel. Pulserende beats vertelden een verhaal waar je goed kon bij wegdromen. Pete Namlook was nooit ver weg. Mooi hoe Pye Corner Audio hier progressies in klank deed evolueren en openbloeien. Luistermuziek die ik best kon smaken was dit.

De decibels gingen de hoogte in bij Vessel: dreunende superbassen die de lucht haast vloeibaar maakten zodat dit een heel erg fysieke ervaring werd. Sebastian Gainsborough speelt Motormusik,, waarin ook breakbeats opdoken zonder dat er dubstep gespeeld werd. Dit was het geluid van een staalwalserij, industriële klanken die in de eenentwintigste eeuw naar het verleden verwezen.

Silver Apples had zich van dag vergist, dus mocht Luke Abbott een tweede keer optreden vanavond. Luke Abbott zit op James Holden’s Border Community label, en zijn track Amphis vinden we super interessant. Vanavond kon hij ons echter niet bekoren,  zijn set had heel veel chaos en te weinig melodie. Net iets te weinig toegangelijk voor ons.

De hoofact vanavond was Neneh Cherry. 18 jaar na haar vorige album staat ze er weer met Blank Project, een album geproduceerd door Kieran Hebden van Four Tet, dat ze samen maakte met Rocketnumbernine. Volgens sommigen is dit de plaat van het jaar, maar wij vinden dat net iets te veel eer: de plaat heeft daarvoor wel heel weinig melodie en is toch wel echt weerbarstig. Cherry begon er aan met het openingsnummer van haar plaat, “Across the water”. Ze had er zin in, want dit was haar laatste optreden dit jaar. Ze stak haar optreden vol gekke rijmpjes die ze nog van haar overgrootmoeder geleerd had. “Spit three times” kreeg een brommende bas die al het rallygeweld buiten moeiteloos overstemde. In “Everything” smokkelde Cherry een stukje “The Creator has a masterplan” van Leon Thomas binnen. Het beste vanavond waren de meer melodieuze nummers zoals “Out of the black” en de Rocketnumbernine versie van “Buffalo Stance”, dat als een wervelwind te keer ging, het publiek naar een climax bracht en smeekt om als remix uitgebracht te worden.En ja, Neneh Cherry draagt nog altijd basketsloefkes, net zoals in 1988.

Nathan Fake mocht de eerste avond van Sonic City afsluiten. We zagen hem nu al de derde keer, sinds zijn eerste passage in Petrol ten tijde van “The Sky is pink”. En we moeten zeggen, dit was de beste keer. Kortrijk had voor eens een echte discotheek, anders moesten de Kortrijkzanen de taalgrens over richting Pecq, nu bracht Nathan Fake een heel dansbare set, met songs met duidelijke thema’s die langzaam transformeerden. Mooi einde van dag een van Sonic City.

Neem gerust een kijkje naar de pics (Xavier Marquis – Indiestyle)
http://www.indiestyle.be/live/fotos-sonic-city-festival-de-kreun-kortrijk-22-november-2014

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Sonic City Festival 2014 – zondag 23 november 2014 - James Holden speelt en cureert
Sonic City Festival 2014
Kreun
Kortrijk
2014-11-23
Nick Nyffels

Dag twee van Sonic City was heel avontuurlijk, en kleurde buiten de typische electronicalijnen.

Zombie Zombie is een Frans duo, maar live waren ze met drie. Wat ze brachten was best avontuurlijk: acid met live drums en zang bijvoorbeeld, maar ook een mix van spacerock en cosmic disco. Een van de nummers ging over Venus en had vervormde raps in een retro-futuristisch sausje. Het werd pas echt top toen ze een orientaalse sax op een acid beat zetten. Da kinda muzik i like.

Pional is net als John Talabot een Spaanse producer die al een remix maakte voor The XX. Met keyboards en zang speelde hij electropop, met zware subwoofers, een beetje zoals James Blake maar dan toegankelijker. Naast de poppy nummers die heel erg op jarentachtig electropop geent waren, denk Hurts of Sam Sparro, had hij ook een aantal instrumentale nummers. In een van zijn nummers zong hij, “I”ll be watching you”, en het is zeker een artiest om in de gaten te houden.

Silver Apples moest oorspronkelijk op zaterdag spelen, maar had zich vergist in het tourschema, en speelde daarom op zondag. Deze band maakte tussen 1967 en 1969 proto-electronica, met veel psychedelica invloeden en invloeden uit de musique concrete van bv een Pierre Henry. Het enig overlevende lid, Simeon is ondertussen zesenzeventig en tekende voor het meest experimentele optreden van Sonic City. De man, met breed gerande hoed, kon best doorgaan voor William Burroughs. Bij momenten klonk hij als een spaced out David Bowie, maar verder zat er weinig jaren zestig psychedelica in zijn set. De man draaide aan zijn knoppen en zong “I dont care what people say”, en dat vertaalde zich ook in de muziek, dit was compromisloze avantgarde.

De grote verrassing van Sonic City was ongetwijfeld Dean Blunt. We stonden aan de toog, toen de lichtman kwam vragen om ook alle lichten aan de bar uit te doen. In het pikdonker startte een tape met het geluid van een regenbui, occasioneel hoorde je subtiel geroffel, een saxofoonstoot en een vrouw die zong. Na meer dan vijf minuten priemde een schaarse spotlicht plots op, maar door de vele rook bleef het toch halfdonker. We ontwaarden een bodyguard, een saxofoonspeler en een zangeres, en Dean Blunt , die half rapte en half zong. Blunt zette meteen de sfeer met “Call me when your heart is empty”. Dit was een film noir, en dit optreden in het duister maakte dat je zintuigen op scherp stonden. Er passeerde een goflslag, fragmenten van telefoongesprekken waar Blunt op reageerde en de zangeres zong plots als een operasopraan. Die zangeres speelde dan ook nog eens elektrische gitaar, Mazzy Star die in dialoog ging met een soulzanger. David Lynch had het niet beter kunnen brengen. Het absolute hoogtepunt bestond uit dik tien minuten stroboscooplichten. De hele zaal was serieus onder de indruk. Dit was een optreden dat over de tongen ging.

Gold Panda knalde direct met zware beats die toch filmisch en organisch klonken. Tegen hoog tempo passeerden junglegeluiden van insecten en tropische kikkers. Toch was dit geen nerveuze set, op meta niveau transformeerde ieder nummer langzaam als een rups naar een pop tot vlinder, met behoud van de basiselementen in iedere song. De man sloot af met “You”, het sonische equivalent van een extacypil met zijn hooggepitchte en euforische refreintje.

De afsluiter van Sonic City 2014 was natuurlijk curator James Holden. Zijn laatste worp ‘The inheritors’ klokt af boven de 70 minuten waarvan vooral het laatste halfuur top is. We zagen reeds een stukje van zijn set op Pukkelpop en waren daar best onder de indruk. Ook in De Kreun was dit een sterk optreden. Holden werd begeleid door een drummer en de saxofoonspeler van Zombie Zombie. Holden bouwde zijn nummers laagje voor laagje op, mengde een beetje krautrock in zijn electronica, en de saxmodulaties  deden aan de topjaren van Laurent Garnier denken. We herkenden nummers zoals “Renata”, “Gone Feral”  met zijn rondwervelende beats die best van Thom Yorke had kunnen zijn, als je je ogen sloot, kon je zo Yorke’s schuddende kop zien loos gaan op dit nummer. “The inheritors” was dreigende, manische proto-electro en “Blackpool late eighties” had dat ochtendgloren clubgevoel. De climax was opgebouwd rond de sax van de man van Zombie Zombie. Het was al goed 24 november toen het publiek James Holden trakteerde op een warm applaus, voor zowel zijn eigen optreden als zijn meer dan geslaagde curatorschap van Sonic City 2014.

De balans van deze tweedaagse: nog meer dan andere jaren veel onbekende namen van hoge kwaliteit. De publiekstrekkers als James Holden en Neneh Cherry stonden er, Dean Blunt ging bij iedereen over de tongen door zijn unieke duistere set. De tweede dag was avontuurlijker en verrassender dan de eerste door zijn ruime programmatie en uitstapjes naar compleet andere genres.

Neem gerust een kijkje naar de pics (Xavier Marquis – Indiestyle)
http://www.indiestyle.be/live/fotos-sonic-city-festival-de-kreun-kortrijk-23-november-2014

Organisatie: Kreun , Kortrijk

… Twee bands voor de prijs van één in een verkleinde Orangerie vanavond. Autumn Falls had twee New-Yorkse bands geprogrammeerd - PC Worship en Parquets Courts

PC Worship mocht er aan beginnen. Deze avant-garde band begon er aan met een sax-solo en klonk log en slepend. De gitaren waren in vreemde toonaarden gestemd, of misschien beter gezegd ontstemd. Het deed me nog het meest aan de Kim Gordon composities bij Sonic Youth denken, vooral toen de band een parlando afstak. Het tempo ging plots de hoogte in, maar de sound van PC Worship bleef iel, ondanks de drammende beat die de drumster in de nummers stak. “I’m so fucked everyday” werd er gezongen, op de A12 was er een monsterfile door een gekantelde vrachtwagen, en PC Worship klonk als een tientonner die krakend de vangrail inging.

Een halfuurtje later was het tijd voor die andere New Yorkezen, die heel wat bekender zijn in het indiewereldje. Parquet Courts was maar in halve bezetting, de twee gitaristen (die ook om beurten de zang voor de rekening namen) warende enige originele bandleden vanavond, twee leden van PC Worship vielen in op drums en bas. Parquet Courts schakelde direct een versnelling hoger dan PC Worship. Ze speelden een soort up tempo rammelrock, die mij heel erg aan The Feelies, The Violent Femmes en Jonathan Richman deed denken. Er zat ook een vleugje Velvet Underground in, maar dan overgoten met een punksausje. Slackerrock wordt dit ook genoemd, en het hangt inderdaad soms met ogen en oren aan elkaar, waarbij de drumster de enige was die het nummer overeind hield. De zang was niet echt memorabel, meestal meer een uitgespuwde parlando in plaats van melodieuze zanglijnen.
Beter dan die andere slacker die we in het voorjaar op Les Nuits zagen, Mac de Marco, dat wel. Met Pavement heeft het weinig gemeen, behalve dan dat het soms ook vals is, wat het charmant maakt, maar de uitgesponnen gitaarlijnen van die laatste band ontbreken volledig. Het publiek was akelig stil tussen de nummers, het was pas naar het einde toe dat het een beetje los kwam, bij “Dear Ramona” en bij afsluiter “Light up Gold”, waar vuisten in de lucht gingen.
Een bis kregen we niet, misschien dat de geleende ritmesectie maar een beperkt aantal nummers van Parquet Courts onder de knie had, in ieder geval na drie kwartier was het over en uit, en dat was toch een lichte ontgoocheling voor iedereen.

Organisatie: Botanique, Brussel (+ Autumn Falls)

maandag 17 november 2014 00:00

Royal Blood : moeten er nog riffs zijn?

Het heeft eventjes geduurd voor de hype het Kanaal overgewaaid was, maar nu is Royal Blood ook heet aan deze kant van het zeitje. Met enkel een debuutalbum op het conto de grote zaal van de AB in recordtempo uitverkopen, faut-le-faire. Wij hadden ons voorgenomen om zo onbevooroordeeld mogelijk dit powerduo te evalueren, en aangezien we enkel de single “Figure it out” kenden, zou dit geen onoverkomelijke opdracht zijn. Rockduo’s maken meestal heel veel lawaai, dat is nooit het probleem, de vraag was of dit Zuid-Engelse duo ook de songs had om ons te overtuigen. Deze zomer zagen we Drenge op Pukkelpop, en dat was vooral veel lawaai, maar weinig memorabele songs.

Tijdens het voorprogramma, waarover hieronder meer,  zagen we al dat er een beest van een drumstel links op het podium stond, het beloofde te gaan knallen. En dat werd al direct bewaarheid in de opener, “Hole”, een openingssalvo alsof Rage Against the Machine uit de doden was opgestaan. Bassist en zanger Mike Kerr weet met effectpedalen en verschillende basgitaren een ruige en energieke gitaarsound te imiteren, met veel stonerrock en bluesinvloeden. De man klinkt als Josh Homme die de helft van zijn band buitengesmeten heeft en voor de afwisseling eens  wil bewijzen dat je ook op vier snaren de blues kan spelen, zoals in “Come on over”.  “Cruel” kon best een smartlap van onze eigenste Ruben Block zijn, zodat de aanwezige West-Vlaming met de Triggerfinger T-shirt goedkeurend kon headbangen.
Dat deden de twee dulle teefjes die voor mij in de zaal stonden ook bij “Figure it out”, alsof ze door een zwerm Afrikaanse bijen aangestoken waren. Geen idee wat Tim Vanhamel tegenwoordig uitspookt, maar toen we onze ogen sloten bij “You want me”, leek het of hij over het podium kronkelde.  Zo halfweg hadden we ons oordeel klaar, Royal Blood heeft niet alleen een vette, bluesy sound, maar ook een goeie reeks songs. Het publiek kende duidelijk nog niet alle nummers, want anders zou het dak er al vroeg afgegaan zijn, nu moesten we wachten tot bij de finale bij de opeenvolging “Ten ton skeleton”, een meezinger in QOTSA-traditie, “Loose change” , Jack White op zijn sexiest ,en de knaller “Out of the black”.  
Aan de band zal het niet gelegen hebben, want drummer Ben Thatcher ging op zijn drumstel gaan staan terwijl zanger Mike Kerr met zijn bas het publiek indook. Geef het publiek nog een paar maand, en in maart zal het koken in de AB.

Waar Royal Blood heavy, maar ook heel toegankelijk was, was het voorprogramma heel andere koek. Bad Breeding was schreeuwlelijke pokkeherrie, echte punk in de stijl van Dead Kennedys. Heel toepasselijk brengen ze hun singles uit op ‘Hate Hate Hate records’, er zit inderdaad veel woede in deze Engelse band. De zanger zat het grootste deel van de set voorovergebogen zijn songs uit te spuwen. Punk die klinkt als bijtende soda, dat was het. De meelopende geluidsfragmenten op de achtergrond deden ons denken aan de guerrillapunk van Vandal X zaliger. In ware punktraditie was het na 25 minuten over en uit.

Royal Blood setlist: Hole / Come on over / Cruel / Figure it out / You want me / Better strangers / Little monster / Blood hands / Careless / Ten Tonne Skeleton / Loose change / Out of the black

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

 

My Brighest Diamond leerden we voor het eerst kennen op de ‘Dark was the night’ - Aids benefiet compilatie uit de Red Hot reeks uit 2009. Die compil werd door de broertjes Dessner van The National geproduced, en Shara Worden, aka My Brightest Diamond, bracht er een mooie versie van de klassieker “ Feeling good” (It’s a new dawn, it’s a new day), die het meest gekend is in de versie van Nina Simone en die door Muse schabouwelijk mismeesterd werd.

Shara Worden zat een tijdje in de liveband van Sufjan Stevens, en haar eigen muziek komt in de buurt van die artiest. Net zoals Sohn en Son Lux, mengt ze klassieke muziek met pop en rock. Dwarsfluit, blazers en strijkinstrumenten kleuren haar songs. Voor rockfans klinkt dit soms te gekunsteld, maar voor avontuurlijke luisteraars valt er veel te ontdekken in het universum van My Brightest Diamond.
Shara Worden stelde haar nieuwe album ‘This is my hand’  voor in een uitverkochte Rotonde, één van haar favoriete concertzalen. Geen uitgebreide band, het budget liet het wellicht niet toe, enkel een bassist en een drummer om Shara’s keyboard of gitaar aan te vullen. Door die bezetting kregen we wel veel meer rock dan we verwacht hadden.
“Pressure”, de single van de nieuwe plaat, zette in met smerige electronica. “Bad guy” kon dan weer mooi naast het ruigste van PJ Harvey gaan staan, een rauwe lap rock in ons gezicht . Lekker. Worden heeft een groot stembereik, ze zingt zowel in een lage als hoge zangstem,  ze is soms theatraal, ook met de vele handgebaren, maar ze is nooit zo dramatisch als een Anna Calvi: de nummers zijn geraffineerd maar beheerst.
Voor “Be brave”, bond ze een armband met belletjes rond haar pols, en bouwde zo dit nummer in laagjes op, overschakelend van een lage stem op een hoge, een verleidelijke sirene die het publiek meelokte naar een andere wereld.  In “Lover killer” mocht het publiek meedoen: Shara toonde ons een handklap, en daarna namen wij het over. Variatie troef, het maatschappijkritische “High Low middle” riep een vaudeville-sfeer op, of zoals  de playlist het verwoordde ‘een 1920’ jazz feel’.  
Daarna ging het weer de stevige toer op, “Bronze head”, met Worden solo op gitaar, was een vuile, punky rocker met veel reverb, een gemene rif  met veel weerhaakjes. Intiem werd het dan weer in een verstilde ode aan haar zoontje, ”I have never loved”,  waarin Worden’s stemtimbre en de sfeer van dit nummer ons heel erg deden denken aan Beth Gibbon’s solouitstapje met Rustin’ Man. Als compliment kan dit tellen.
Tijd om te dansen was er ook, plaats iets minder in de overvolle Rotonde, dat lieten we wijselijk over aan de artieste, die al dansend een duimpiano of kalimba bespeelde en een Afrikaanse dans etaleerde waarvoor ze je dertig jaar geleden geleden nog naar Robbeneiland verbanden.
Bissen deed My Brightest Diamond met “Freak out”, dat zijn naam waar maakte met een soort rammelrock die we sinds Sloy’s “Pop” niet dikwijls meer horen passeren hebben en twee jazz standards: tijdens “Fever” (ja van Peggy Lee) dook Worden het publiek in, zwoel flirtend met jongens en meisjes, Jessica Rabbit was nooit ver weg en ook “Feeling good” in een bluesy gitaarversie was een geslaagde hommage aan Nina Simone. Eindelijk een versie die het affreus scharminkel van Muse doet vergeten.

My Brightest Diamond was veelzijdig en verrassend rockend in zijn kaalgestripte trio-versie.  Liefhebbers van Anna Calvi en PJ Harvey : de platen van deze dame zijn misschien iets te gekunsteld voor jullie, maar live heeft MBD genoeg weerhaakjes om ook jullie te overtuigen.

Setlist :
Pressure – Bad Guy – Before the words – Be brave – Lover Killer – High low middle – So easy – Bronze head – Resonance – I have never loved – Apparition – Apples – Inside a boy –
Bis: Freak out – French play back – Fever – Feeling good

Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 23 september 2014 01:00

Leffingeleuren 2014 - zondag 21 september 2014

Het was rustig op de laatste zondag van de festivalzomer in Leffinge. Geen over en weer geloop op de afsluitende dag tussen de zaal en de festivaltent, alles was te doen in de grote festivaltent , perfect dus voor een relaxte zondagnamiddag aan ‘het zeitje’. De eerste groep begon pas om halfvier, tijd dus voor taart en koffie, en ook voor lokaal talent uit Oostende, op het kerkplein van Leffinge, in de Busker Street: Poorboys en Pilgrims, een folkband, zong in het lokale dialect en bracht onder meer een cover van het controversiële “Zelfmoord” van de Kreuners.

Het festival zelf begon met een band van de andere kant van de provincie, die in avant-premiere al een aantal nummers van de nieuwe plaat lieten horen die op 26 oktober verschijnt. Het Zesde Metaal, de band van Wannes Cappelle, ook met Tom Pintens op keyboard en gitaar, begon met het melancholische “Last van u”. Cappelle speelt met taal, een zin zoals “Mijn leven es ne cross, ke al spikes an, maor min rykoorden angen los”  in “In de plaaster” was een mooi voorbeeld. Ook de nummers van de nieuwe plaat zoals “Nie voe kinders”, “Gie den otto en ik” en “Dag zonder schoenen” staan vol rake, bitterzoete observaties. “Ier bie oes” was melancholisch en herfstig, net als de lofzang op het leven van Frank VDB, “Ploegsteert”.  Capelle en co duwden dan weer het gaspedaal in op “Ik haat u nie” en zo was het een geslaagde algemene repetitie van de nieuwe plaat.
Last van U–In de plaaster­-Nie voe kinders-Gie den otto en ik – ier bie oes-Dag zonder schoenen-rap gemaakt-Ploegsteert-zet mie af-ik haat u nie- toe nu maar

Tom McRae waren we een beetje uit het oog verloren na zijn tweede plaat. Hij heeft er ondertussen al vijf op zijn conto staan en treedt zowel met band als solo op. In Leffinge was het solo, en McRae bewees in ware Luka Bloom stijl dat hij een ras-entertainer is die ook solo een hele festivaltent rond zijn vinger kan winden. Zo liet hij het publiek zingen, (“Dose me up”), fluiten “Boy with the bubblegum” en klappen “One Mississippi” en in dit laatste nummer verwerkte hij nog een stukje “Graceland” van Paul Simon. McRae zei dat hij vooral triestige liedjes speelt, maar wat ons betreft doet hij dat met grote klasse.
For the restless – Karaoke Soul – Summer of John Wayne – dose me up – wont lie –deliver me –strangest land – boy with the bubblegum – One Mississippi

We stonden redelijk vooraan bij de ons onbekende Delta Saints, maar de drums veroorzaakten zo veel luchtverplaatsing, dat we wijselijk terugdeinsden tot aan de PA, waar het geluid goed zat. Deze vijf heiligen komen uit Nashville, Tennessee, en niet uit Louisiana, zoals de bandnaam zou laten vermoeden. De zanger klonk enigszins als Joe Newman van Alt-J, maar dat was dan ook de enige overeenkomst met die alternatieve, nerdy popband. Zelf omschrijven ze zich als “Bourbon fueled, Bayou rock” en dat is niet ver naast de waarheid.”Sometimes i worry” was een blues uit het diepe zuiden met slidegitaar. Het titelnummer van hun plaat “Death Letter Jubilee” passeerde vervolgens de revue en we waanden we ons terug in “The Dukes of Hazzard” toen de zanger een nummer aankondigde van ‘a couple of fellows called Gnarls Barkley’. Jawel, “Crazy”, werd hier een slepende blues, met een grollende stem gezongen, Charles Bradley waardig, en had alles met tempoversnellingen en vertragingen en een stomende climax. Cee-Lo Green was redelijk schabouwelijk op Feest in het Park, dit was andere koek. Vervolgens kregen we met “Get up” geen cover van James Brown, maar wel een boogie, zompige Chicago blues met slide gitaar. Voor deze southern rock waren veel festivalgangers speciaal naar Leffinge gekomen, en we kunnen ze alleen maar gelijk geven.

Voor de meest intense set van de dag moest je bij Woven Hand zijn. De twee laatste platen van Dave Eugene Edwards “The laughing stalk” en “Refractuary obdurate” zijn veel zwaarder, met veel meer heavy gitaren dan wat hij vroeger gedaan heeft.
Live steekt hij nog een tandje bij, het was dus heftig, luid, een intense ervaring. Edwards en de rest van de band bleven heel de set in duisterblauw licht gehuld en de ene song vloeide over in de andere, zodat Woven Hand je bij je nekvel nam, Edwards als een sjamaan die een rituele reiniging uitvoerde.
De man maakte spastische handgebaren en mompelde vreemde woorden, duivels moesten uitgedreven worden. Ja, even nam Edwards de banjo ter hand, maar zelfs een nummer van 16 Horsepower kwam er zwartgeblakerd uit.
Gekletter op de tom drums kondigde naderend onheil aan, er moest boete gedaan worden. Woven hand was een spirituele totaalervaring, verdwaasd liet Edwards Leffinge achter met een Navajo-chant.

Hoofdkaas en afsluiter van Leffinge was Admiral Freebee. De admiraal was beter bij stem dan twee weken terug op Crammerock. Behalve de bindteksten, viel Tom Van Laere niet in herhaling. De blazersectie kleurde het optreden, maar het was toch minder Staxfunk dan twee weken geleden.
De band begon er aan met “Blues for a hypohondriac” waarin Van Laere hoopte op een worst, die je kon krijgen in de restauranttent van het festival en die werkelijk uitstekend was, maar dit volledig terzijde.
Terug naar de muziek, “Last song about you” had een mooie orgelpartij, “Always on the run” werd opgefleurd met wahwah-gitaar en een saxsolo, terwijl “Nothing else to do” dan weer een mooie trompetsolo had. “Breaking away”met zijn akoestische en electrische stukken was het beste nummer vanavond. Van Laere speelde vrij veel keyboards, in het begin nogal aarzelend, een grote keyboardspeler is er niet aan hem verloren.
De finale was vrij gelijk aan wat ik op Crammerock gezien had met “Bad year for rock ’n roll”, “Einstein Brain”, “Oh darkness”, het rustige “Rags ’n run” met sax outro en de epische afsluiter “Ever present” die Van Laere maar niet wou beeindigen zodat hij maar door bleef gaan onder het motto “Trouble and desire”.

Voila, de festivalzomer zat er op, wij waren content dat we hem afgesloten hadden op Leffinge, op naar de concertzalen nu.

Neem gerust een kijkje naar de pics (dag 2)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/leffingeleuren-2014/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

De Nijdrop was er weer eens in geslaagd een verborgen parel naar Opwijk te halen. Net zoals Low en Yo la Tengo, bestaat de kern van het Canadese The Besnard Lakes uit een koppel. Live zijn ze een vijftal, terwijl ze het op plaat met vier redden. Hun gitarist Richard White besloot in augustus om te stoppen met touren, maar vervanging was voorzien vanavond, en bovendien kregen we er nog een keyboardspeelster bij. De titel van The Besnard Lakes’ vierde album, “Until in Excess, Imperceptible UFO”, was het resultaat van een Google Translate van een Franse concertreview, bij deze de volgende suggestie voor hun vijfde album: ‘Starship Enterprise lands in at district’.

De Nijdrop had The Besnard Lakes aangekondigd als shoegaze, maar wij hoorden toch iets heel anders toen de boomlange frontman met warrige haardos en gekleurde bril, Jace Lacek, en zijn band, de instrumenten inplugden. 
The Besnard Lakes openden met een atmosferische groove, een mix van psychedelica en krautrock, waarboven de ijle stem van Lacek zweefde. De vloeistofdia’s ontbraken, maar de rookmachine was wel aanwezig, zodat de band bijna verdween in de donkere Nijdrop. Het tweede nummer begon met een monotoon akkoord dat eindeloos herhaald werd, om dan open te bloeien in een 4-stemmige popsong.
In die eerste nummers deden The Besnard Lakes een beetje denken aan andere neo-psychedelische bands als Temples en Tame Impala, maar dan wel met een veel kleurrijker klankenpallet en een openheid om buiten de lijntjes te kleuren van de geplogenheden van het genre. Een nummer beginnen met piano, dan overgaan in zonnige westcoast-pop om te eindigen met een smerige gitaarsolo, was daar een mooi voorbeeld van.
Ook Olga Goreas, bassiste en mevrouw Lacek, zong een paar nummers, zoals eentje met een mooie fifties-twang gitaargeluid, dat mij terugvoerde naar Pulp Fiction en de scene met Miss Mia Wallace in Jack Rabbit Slim’s restaurant. Urge Overkill en Chris Isaak waren plots niet ver weg, waarna het nummer toch nog een spaced out gitaarclimax kreeg, alsof Jack Rabbit Slim’s restaurant de ruimte ingeschoten werd in het zog van het spaceship Enterprise.
Met het volgende nummer, werd “Dinosaur Act” van Low opgeroepen, maar niet in een Spartaanse Mormoonse versie, maar op een bedje van LSD. Toen vond frontman Lacek het tijd om eens een praatje te slaan met het publiek, en hij deed dat door een absurde monoloog af te steken over een Bounty-reep.
Na deze korte pauze kregen we eindelijk iets dat op shoegaze leek, maar met een twist: het was alsof My Bloody Valentine en Belly door elkaar geklutst werden in een omelet met een vreemde toonaard. Vervolgens werd het lekker zompig, spacerock, Monster Magnet in de mix met Throwing Muses, een vette groove en een lekkere brok feedback.  
De finale en de bisronde gingen verder op dat spaced out gevoel, “Devastation” had een onheilspellende smerige Mogwai –riff en dito orgelpartijtje en deed nog het meest aan de geschifte orchestratie van de vroege Mercury Rev denken. Als er al een band is waar The Besnard Lakes de mosterd haalden, dan moet het wel bij Jonathan Donahue en co. zijn.

We waren gekomen voor een uurtje shoegaze, maar we werden verrast door een avontuurlijke retro-futuristische mix van fifties-rock, psychedelica, zomerse pop, shoegaze en uitzinnige spacerock. Nooit gedacht dat we dat in Opwijk zouden meemaken.

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

Pagina 9 van 12
FaLang translation system by Faboba