zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Les Nuits Botanique 2014 - Cloud Nothings - Mac DeMarco: Rechtdoor rocken!
Les Nuits Botanique 2014

Interessante dubbelaffiche op deze zwoele zondagavond: USA versus Canada met Cloud Nothings en Mac DeMarco.

Vijftig minuten vol gas geven dat was het motto van Cloud Nothings vanavond. Dit trio uit Cleveland,Ohio, speelt punkrock zoals we het graag hebben: snel, brutaal, rauw en onversneden. Frontman Dylan Baldi hese strot spuwde catchy melodieën, de bassist ramde er op los terwijl de drummer er in een rotvaart in ware Ramones stijl er een 12 tot 13 songs doorjaagde in een door de zon tot stoombad getransformeerde Chapiteau. Niet alle nummers hadden zanglijnen, maar dat deerde niet want dit werd ruimschoots gecompenseerd door de ene moordriff na de andere. Tempoversnellingen lieten het publiek ademloos achter.
Voor liefhebbers van Hüsker Dü en Nirvana ten tijde van ‘Sliver’ was dit een topavondje. Een nummer deed ons zelf aan Sonic Youth denken, vooral door het drumspel dat aan Steve Shelley deed denken. Plaats voor gitaarsolo’s was er niet, en als er dan toch een punt van kritiek te geven was, was het dat alle nummers dezelfde grauwe gitaarkleur hadden. Maar kom, bij de Ramones was dat ook nooit een zwaktebod.
Nog deze interessante weetjes : hun vorige plaat ,’ Attack on memory’ werd opgenomen door Steve Albini, en de nieuwe worp ‘Here and nowhere else’ door John Congleton, die ook al werkte voor St. Vincent, Swans en Bill Callahan.

De meerderheid van het publiek vanavond was echter gekomen voor de gehypete Mac DeMarco. Deze Canadees is grote fan van Jonathan Richman, en wist direct een band met zijn publiek te leggen. Zijn band zag er al even relaxed uit als de man zelf met hun truckerspetjes. DeMarco schrijft simpele liedjes, soms wat landerig zoals Stephen Malkmus op zijn soloplaten, zoals op de opener  en titelnummer “Salad days” en het country-niemendalletje “Blue Boy”. Het gitaargeluid van de band was jengelend, alsof de opeenvolgende noten over elkaar struikelden. DeMarco ontpopte zich Mike Pattongewijs tot een volleerde crooner, en bracht in “Ode to Viceroy” een hommage aan goedkope sigaretten. Een gastzanger mocht een reggaenummertje ten berde brengen, waarna we nog “Chamber of reflection” kregen. Kwa uitvoering had het wel iets van Eels, niet moeilijk doen, gewoon rechtdoor rocken.
Het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de bis, waarin DeMarco “Unknown Legend” uit ‘Harvest Moon’ van Neil Young coverde. Hij liet de hele Chapiteau knielen tijdens dit nummer want ‘in our country,(maw Canada)  when someone plays a Neil Young song, everyone must kneel’ en  zo eindigde dit dubbelconcert met een hele tent die luidkeels de volgende lijnen zong: ‘Somewhere on a desert hightway, she rides a Harley Davidson, her longue blonde hair flying in the wind’.
Jammer genoeg geen bikerbitch tegengekomen in de Brusselse tunnels toen we huiswaarts reden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mac-demarco-18-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cloud-nothings-18-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

Les Nuits Botanique 2014 – White Denim – Von Pariahs Progressieve rock met blues invloeden, of postpunk, voor elk wat wils
Les Nuits Botanique 2014

Les Nuits heeft er een patent op om verschillende genres in een line up te programmeren. Dit was vanavond niet anders met Von Pariahs en White Denim.

Von Pariahs zijn een Frans zestal uit Nantes, en spelen post-punk. Aan de looks is er nog wat werk, de zanger had een verschoten jeansvestje aan met daaronder een veelkleurige t-shirt, de lange haren van de bassist pasten ook niet in de vroege jaren tachtig estethiek die de nummers uitstraalden. Muzikaal zat het wel snor, met nummers die zowel tegen de pathetiek van Placebo als Brett Anderson aanschurkten als de postpunk van Joy Division en zijn navolgers als Interpol en Franz Ferdinand. In het derde nummer zat zelfs een koebel, het dansbare geluid van The Rapture indachtig. We konden vooral de syncopatische speelstijl van de drummer appreciëren, die heel erg deed denken aan Savages. Maar zo sexy als die vier Engelse meiden zijn deze Fransen niet.  Een vreemd moment, toen de zanger besloot om solo ‘You’ll never walk alone’ te zingen, wellicht wist hij niet dat Club Brugge al uitgeschakeld was voor de titel.

White Denim tapt uit een heel ander vaatje, maar een dat ik veel minder kon smaken. Deze Texasrakkers spelen een soort Southern progressieve rock met soul -en bluesinvloeden, maar echt mijn ding niet. Het zijn heel goeie muzikanten, in hun beste momenten herkende ik iets van Masters of reality, en de soulinvloeden kon ik ook wel smaken, maar alle clichés van de progressieve mathrock passeerden de revue: veel gitaar en bassolo’s, maar geen melodieën die bleven hangen, breaks waar de totale band in een moeras verzeilde, om  dan met een solo terug uit de modder te kruipen, twee of drie nummers die tot een song aan elkaar gebreid werden, gelukkig geen drumsolo’s. Een best leuk soulnummer ontaardde in een powerballad zoals Marillion die maakte vele Texaanse winters geleden. Naar mijn mening hebben goeie songs geen intermezzo’s, middenstukken, tempowisselingen, uitlopers en ellenlange finales met de lichten aan. Stadionrock in de Orangerie, nee bedankt. Voor de liefhebbers van het genre zal het een puike show geweest zijn, maar voor mij was het dat niet.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …
les Nuits Botanique 2014

Wie herinnert zich de clip niet van “In de Gloria” met Rita Weemaes, die in het kerkkoor wil zingen, maar afgewezen wordt door de koorleidster omdat het te luid en te veel is. Iemand die deze invalshoek heel hard genegen is, is Merrill Garbus, ofte tUnE-yArDs. Subtiliteit is zeker haar sterke punt niet, maar dit als een olifant in de porseleinkast springen en het breken van alle regels leidt wel tot een volstrekt origineel geluid dat toch heel aanstekelijk is. Haar doorbraak kwam er met ‘Whokill’, waar ze een volstrekt unieke mix van elektrisch versterkte ukulele, sax en Afrikaanse polyfone zang naar de urban jungle van de eenentwintigste eeuw vertaalde.

Haar derde plaat, ‘Nikki Nack’, is net uit en de single “Water Fountain” heeft zelfs de dagprogrammatie van Studio Brussel gehaald. Tegenover haar vorige passage in de Botanique, heeft ze haar live-band uitgebreid: naast haar man, Nate Brenner op bas en keyboards, had ze ook een percussioniste en twee achtergrondzangeressen meegenomen, maar een saxspeler had ze dan weer thuisgelaten, waar die op de vorige tournee nog een voorname rol speelde. Garbus stal de show, met groen geverfde, borstelige wenkbrauwen, en roze pluimen, geïnspireerd op Zuid-Amerikaanse carnavalkostuums. De uitgebreide bezetting gaf het geluid een rondere, meer op soul en gospel geinspireerde klank: de Afrikaanse invloeden kwamen door de achtergrondzangeressen die percussiestokken hanteerden nog meer naar voor, net als Zap Mama smokkelt tUnE-yArDs pygmee-gezangen in haar nummers, maar toch klonk het nooit als wereldmuziek, en past tUnE-yArDs zowel op Couleur Cafe, Dranouter, Pukkelpop of ‘Wurchter’, zoals ze zelf zei: “Hey if I can’t say it, at least I can play it”.
Op basis van de plaatbespreking hadden we veel elektronica verwacht, maar het was eigenlijk maar in een nummer dat de keyboards een vuile dansbeat uitspuwden, voor de rest heel veel percussie die als basis van de nieuwe nummers diende.
Live werkte de ruime bezetting heel goed, het had in een nummer zelfs iets van Amadou & Mariam, maar de scherpe kantjes ontbraken toch een beetje in de ruimere bezetting: de achtergrondzangeressen zingen veel beheerster dan Garbus zelf, als die haar eigen achtergrond sampelt in de trio set-up die ze vooral voor de nummers van ‘Whokill’ gebruikte. Die onverschrokkenheid van de badkamerzangeres, het ‘ het is te luid Rita’ met de bewuste valse starts en onderbrekingen, alsof een cassettebandje in de soep aan het draaien was, waarna alles weer op zijn pootjes viel, werd magistraal uitgevoerd in het hiphop anthem “Gangsta” met zijn vervormde politiesirene- zang, zijn vette beats, en Merril’s zangacrobatieën, die in een van de breaks van dit nummer op jammerlijk mislukte wijze geïmiteerd werden door iemand uit het publiek. Ook in “You yes you” viel je mond open als je zag hoe Garbus haar nummers opbouwde op basis van geloopte drum en zangpartijen, en gaf de metalige klank van de ukulele dat beetje peper dat het publiek nodig had om het op een dansen te zetten.  “The Bizness” , in volle bezetting, had de wilde frisheid van een Tahiti Douche, en herinnerde ons aan dat ander Afrikaans bastaardje van Belgische oorsprong, ‘Allez Allez’. Ook Sesamstraat mocht niet ontbreken, “Waterfountain” was het perfecte kinderrijmpje waarin het publiek “Woeha” mocht meebrullen.

Kinderlijke onbevangenheid, en het negeren van alle regels die er in de muziek zijn, het blijven de sterke punten van tUnE-yArDs. Het hoekige en totale experiment is er misschien een beetje uit op de nieuwe plaat, maar live werkt de set up met de extra zangeressen, en we zijn er zeker van dat Garbus moeiteloos een hele tent zal kunnen entertainen op zaterdag 5 juli iets na drieën.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

vrijdag 25 april 2014 01:00

Terug naar 1991 met Cheatahs

Terwijl de Orangerie bomvol zat voor Kaiser Chiefs, was de opkomst maar matig voor een ander Engels bandje in de Witloof Bar. Nu ja, Engels, Cheatahs opereert vanuit London, maar dit viertal bestaat uit vier nationaliteiten en kan je ook geen jonkies meer noemen omdat ze de dertig al gepasseerd zijn.

Cheatahs hebben een aantal EPs en een zelfgetiteld debuut uit, en zou je nu-gaze kunnen noemen, in ieder geval mixen ze shoegaze en fuzzrock a la Dinosaur Jr en hadden ze zeker veertig effectpedalen ter beschikking te delen tussen de twee gitaristen James Wignall en Nathan Hewitt. We ontwaarden heel veel verschillende bands waar Cheatahs de mosterd haalt, allemaal uit de periode 1991 tot 1994: de zang en de popmelodie waren op en top Brits, en deed ons aan Ride en het meesterwerk van The Boo Radleys ‘Giant Steps’ denken. “Kenworth”, één van de singles die Cheatahs uitbracht, pikte het onaardse geluid van My Bloody Valentine en had een interessante brug in het midden.
Zanger Nathan Hewitt vervormde zijn stem met een van de effectpedaaltjes, en in een ander nummer draaiden beide gitaristen hun tremolo arm synchroon in het rond zodat de gitaren als keyboards klonken. De drummer vond ik uitstekend, zijn speelstijl leek veel op die van The Stone Roses.
Het eerste deel van het concert was nogal braaf, vooral dan door de typische Britse zangstem van de Canadees Hewitt. In het tweede deel werd het geluid vuiler, ergens tussen Swervedriver en Dinosaur Jr ten tijde van ‘Bug’, en dit was meer ons kopje thee. The Drop Nineteens zongen in 1992, “There’s a gap in the twentieth century”, en het voelde of Cheatahs daar recht in gesprongen was: mooie nostalgie naar de shoegaze bands, geen enkele vervelende song, maar anderzijds ook geen klassiekers van het niveau van een ‘Loveless’ of ‘Giant Steps’. Slowdive staat dit jaar op Pukkelpop, denk dat ik deze zomer toch eens het origineel ga beluisteren …

Organisatie: Botanique, Brussel

De ‘Badly Drawn Boy’- look is in tegenwoordig: zowel Blaudzun, als de man die vanavond in de Centrale optrad, gaan goedgemutst door het leven. Asgeir Trausti Einarsson is momenteel de populairste artiest in IJsland , wat op zich niet zoveel voorstelt, als je weet dat er meer mensen in Antwerpen stad wonen dan in heel IJsland. Asgeir komt dan nog uit Laugarbakki, een gehucht op de duizend kilometer lange ringweg halfweg tussen Reykjavik en Akureyri, dat uit niet meer dan een benzinestation en enkele huizen bestaat. Asgeir liet zijn IJslands gezongen album ‘Dýrð í dauðaþögn’ door John Grant in het Engels vertalen, wat dan ‘In the silence’ werd, en ook in de sprookjesachtige video van “King and Cross”, mag Grant Monty Python-gewijs opdraven, enkel de kokosnoten ontbreken.

Asgeir heeft dus twee versies van elke song, een in het Engels en een in het IJslands, en zou vanavond afwisselend in de ene of de andere taal zijn nummers brengen. Dit was best interessant omdat iedere taal toch zijn eigen klankkleur heeft en de nummers toch net een andere emotionaliteit krijgen.
De set vanavond begon met een tapeloop met IJslands a cappella gezang, wat ietwat Gregoriaans aandeed, waarna vijf boerenjongens met cowboyhoeden het podium betraden, waarbij de bebaarde drummer in korte broek en Hawaiihemd de opvallendste verschijning was.
Asgeir begon eraan met “Head in the snow”, dat met zijn combinatie van falset en glitchpop klonk alsof Justin Vernon bij The Notwist aan het werk was. Einarsson speelde  afwisselend op keyboards, electrische en akoestische gitaar en ook de oudere broer van Asgeir die deel uitmaakt van de band wisselde tussen keyboards en gitaar. In totaal zaten er een drietal nummers in de set die niet op de plaat stonden, plus een heel originele bewerking van Nirvana’s “Heartshaped box” dat heel ingenieus in mekaar zat met rustige passages op piano waarna de volledige band inviel met een voorname rol voor de drumpartijen die deze donkere grungeclassic vertimmerden tot een tribal remix. Heel toepasselijk ook, het is nu 20 jaar na de dood van Kurt Cobain, en op weg naar de Centrale draaide Studio Brussel de vijftig favoriete platen van Cobain, met heel wat obscure punk en hardcore.
Het bereik van Asgeir’ stem was heel ruim, gaande van falset naar donker murmelend, maar altijd met een heel warme klankkleur en ook met het grappige IJslandse accent in de Engels gezongen nummers. Het publiek maakte het niet uit in welke taal er gezongen werd, het vroeg zelfs om de nummers in het IJslands te zingen toen Asgeir er om vroeg. De bekende nummers zaten aan het einde, met “King and cross” en in de bis mocht natuurlijk “Torrent” niet ontbreken, heel dynamisch door de afwisseling van falset en orkestrale stukken. Dit was een heel warm sfeervol concertje geweest, en pure reclame voor het zien van artiesten in een kleine zaal.

Setlist: Head in the snow - In the silence - Lupin intrigue Ocean Higher - Summer guest - Was there nothing - Going home - Heart shaped box Dreaming - Nu Han blǽs - King and cross - On that day Torrent

Organisatie: Democrazy, Gent

Arsenal deed vanavond in De Kreun een try-out naar aanleiding van hun nieuwe vijfde plaat, ‘Furu’, en hun grote concert in april, de Lotto Arena. Die nieuwe plaat komt er drie jaar na de vorige, ‘Lokemo’, en afgaande op de set vanavond, met toch wel 5 nieuwe nummers in de set tussen al de crowdpleasers, zal dit een meer gitaargerichte plaat worden. ‘Furu’ kan zowel Japans, Noors als Surinaams zijn en betekent respectievelijk, ‘uit de hemel vallen’, een soort spar of den, of ‘veel’ of ‘vol’. We gokken dat deze plaat naar het Japans verwijst.

Veel oefenen was er precies niet nodig, Arsenal stond er als een huis vanavond, ze zijn klaar voor de Lotto-Arena, Rock Werchter en het Cactusfestival. Toch bleef dit een echt cluboptreden, met de bandleden dicht bij elkaar, wat voor een intieme en gemoedelijke sfeer zorgde. We vragen ons wel af of de Lotto-arena niet een beetje meer spektakel nodig zal hebben met een uitgebreidere lichtshow of projecties, want de Lotto Arena blijft toch een betonnen basketbalzaal.
Als we dan toch enig puntjes van kritiek op de set mochten hebben vanavond: het eerste deel van de set, met de meeste nieuwe nummers in, was wel heel gitaargericht, en dus minder dansbaar dan wat je van Arsenal gewoon bent: bij wijlen klonken ze als een echte rockgroep, de funk ontbrak soms een beetje. Ook de stem van frontvrouw Leonie Gysel zat soms wel heel erg naar achter gemixt, dat is geen probleem voor de nieuwe backingzangeres Charlotte, maar voor een echte frontvrouw die Leonie toch wel is, had ze soms een te veel ondersteunende rol vanavond. Anders geen kritiek, Arsenal heeft toch wel een indrukwekkende lijst van meezingers en dansers, gaande van de kosmische italo-disco van “One day at a time”, de gitaarriff van “Switch”, waar het lekker op hoofdbangen was; “High Venus”, met zijn refreintje “Nothing lasts forever” met zijn hoogmeezinggehalte, het stuiterende “Lotuk”, met Joan Roan in de rol van Shawn Smith, terwijl Leonie en Charlotte met  de vele ‘oohs’, ‘eehs’ en ‘ahs’ peper in dit nummer brachten. Absolute toppers vanavond waren het Braziliaans gezongen “Saudade”, de nieuwe single “Black mountain (Beautiful love”, het vrolijke “Estupendo” en de voor de bissen opgespaarde “Longee”, mijn favoriet, en het door iedereen meegezongen “Melvin”.

Arsenal wint dit jaar wellicht niet de Premier League, ondanks de duizend matchen van Wenger, maar voor de Arena’s en de festivals zijn ze wel klaar.

Setlist:
Temul - Not yet free - High venus - One day at a timeSwitch - Sharp teethGolden - Saudade 1&2 - The comingLovesongsEstupendoLotuk - Black mountainLongeeMelvin

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/arsenal-28-03-2014/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Wye Oak is een duo uit Baltimore, US of A, die in april hun vierde album uitbrengen, ‘Shriek’ en dit onbekende album alvast in de Witloof Bar van de Botanique kwam voorstellen. Koerswijziging op dit nieuwe album: terwijl op voorganger ‘Civilian’ Jenn Wasner nog heftig gitaarsolo’s rondstrooide, is het nieuwe album volledig op keyboards en bas geschreven.

Live betekende dit dat Wye Oak nog meer multi-instrumentaal te werk ging dan voordien, Andy Stack speelde drums met de rechterhand en keyboards links, terwijl Jenn Wasner zowel bas, gitaar als keyboards speelde in de catacomben van de Botanique.
Wye Oak had veel goesting om de nieuwe nummers voor te stellen, de set bestond ongeveer voor de helft uit nieuwe keyboard en bascomposities, en voor de andere helft uit gitaarnummers die vooral uit ‘Civilian’ geplukt werden.  Bij de nieuwe nummers waren we vooral gecharmeerd door de nummers die op bas geschreven waren, Jenn Wasner beheerst dit instrument met even groot gemak als de gitaar. De nieuwe keyboard nummers bleven net iets minder hangen, omdat ze te midtempo bleven en te weinig op de dansvloer mikten. 
De moordrif van “Holy holy” was er dan wel weer boenk op, en ook het huppelend aanzettend titelnummer “Civilian” werkte prachtig naar een apotheose toe, met zijn afwisseling van rustige passages en gitaaruitbarstingen, met daarbovenop de louterende countrystem van Jenn Wasner.
Absoluut hoogtepunt voor mij vanavond was “For Prayer” uit ‘The Knot’, het “Cortez the killer” van Wye Oak, met  Jenn als de bastaarddochter van Dinosaur Senior.

Wye Oak is een heel versatiel duo, dat net als Yo La Tengo gitaarrock en keyboardnummers afwisselt en nooit de songs uit het oog verliest. Wij waren vanavond net iets meer onder de indruk van de oudere gitaargebaseerde nummers, maar dat komt wellicht ook omdat de nieuwe nummers nog niet uit zijn en er dus geen aanknooppunten waren.

We pikten ook nog twee nummers mee van Sylvan Esso, en als je graag naar London Grammar of Poliça luistert, dan is dit ook iets voor jou: een hoge zang op een aanstekelijke groove.

Organisatie: Botanique, Brussel

De laatste jaren duiken er heel wat soulzangers op in Engeland die de featuring doen op dubstepnummers die de festival hymnes zijn: denk maar aan Sam Smith, Ella Eyre en ook John Newman  die je wellicht kent als de zanger van het extatische “Feel the love” van Rudimental, maar deze 23-jarige Engelse soulzanger schrijft ook zijn eigen nummers op zijn debuut ‘Tribute’, dat in Engeland als zoete broodjes verkoopt. Newman groeide op in North Yorkshire, in het platteland boven Leeds, straatarm nadat zijn alcoholische vader het gezin verliet, en leefde zijn liefde voor soul uit door als DJ op Northern Soulparties te gaan draaien voor bomma’s en bompa’s.

Geen bomma’s en bompa’s vanavond in een uitverkochte AB, maar wel een heel divers publiek gaande van jonge meisjes tot veertigers en vijftigers. Dat publiek zag dat er een blauwe doek voor het podium gespannen was, en toen de lichten uitgingen, werd daar de beeltenis van Newman op geprojecteerd terwijl een robotachtige stem een countdown deed, zodat het wel leek of we naar een spektakel a la Black Eyed Peas gekomen waren. Het doek viel, en Newman en zijn band, die naast de reguliere bezetting van gitaar, drums en keyboard ook twee achtergrondzangeressen meegebracht had, werd luid toegejuicht door de eerste rijen van de zaal en bracht ons de volgende vijf kwartier zowat alle nummers van zijn debuut. Newman paarde zijn zijden soulstem aan kwieke danspasjes, pirouettes en zelfs een moonwalk, wat vooral bij de jonge meisjes vooraan veel respons uitlokte. 
Hoewel dit recht uit de Northern Soul traditie kwam, deed het ons toch heel erg aan foute boysbands denken. Terwijl de stem van Newman goed zat, waren we heel wat minder te spreken over zijn band. Niet dat die slecht speelden, maar het niveau van een echte goede soulband , denk bijvoorbeeld aan de bleekscheten die James Bradley begeleiden, werd nooit gehaald. Ook het feit dat de violen en de blazers vanavond uit blik werden opgediend, m.a.w. uit de keyboard kwamen, hielp niet echt.
Na een tijdje begonnen alle nummers ook wat eenvormig te klinken, de zanglijnen hadden wel een goeie melodie, maar de gitaar- en pianolijnen kabbelden maar wat voort, puur ondersteunend, maar niet memorabel.  
Er werden ook iets te weinig rustpunten ingebouwd in de nummers, in plaats van neo-soul klonk het soms als hi-energy, alsof je het concert door oortjes van je smartphone beluisterde in plaats van op een goeie stereo. 
De singles staken er boven uit, we onthielden “Cheating”, vooral “ Loosing sleep” ,“All I need is you” en het rustige “Out of my head”.
De bisronde was er dan wel weer boenk op, “Love me again” had live heel veel dynamiek en melodie, ook omdat het dichter bij dubstep dan bij soul aanleunde. In plaats van de piano-house break, liet Newman het publiek a-capella meezingen, en dat werkte heel goed.

John Newman heeft nog wat werk aan de winkel, op het niveau van een Adele of een Emilie Sandé staat hij nog niet, maar dat komt er in de toekomst zeker wel uit.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Ryan Lott is een 34-jarige klassiek opgeleide componist die nog met Sufjan Stevens samengewerkt heeft en die als Son Lux een eclectische mix van electronica, klassieke composities en hiphop brengt. ‘Lanterns’, de derde plaat van Son Lux dook op in menig eindejaarslijstje, en in het nieuwe jaar hadden we de kans deze Amerikaanse componist live aan het werk te zien in een uitverkochte Grand Mix.

We waren benieuwd hoe hij live zijn complexe nummers zou brengen, te meer daar ‘Lanterns’ vol stond met koortjes en een uitgebreid instrumentarium gaande van saxofoon, strijkers en fluit tot zelfs gestemde wijnglazen. Ryan Lott had voor een minimale bezetting gekozen, met drummer Ian Chang en jazzgitarist Rafiq Bathia, terwijl hij zelf een keyboard en laptop meegebracht had die hij in een voorovergekantelde opstelling bespeelde.
Beginnen deed Lott met de opener van zijn plaat, “Alternate World” dat Sufjan Stevens’ gewijs begon met wervelende belletjes, waarover hij zijn hese stem lardeerde, waarna de beat inzette en het nummer zich tot een hymne ontplooide die aan James Blake deed denken. De outro van het nummer kreeg jazzlickjes mee van de gitarist, die tegen geprogrammeerde operakoortjes aanbotsten.  Als mission statement kon dit tellen.
In “No crimes” kregen de scheurende gitaar en de syncoperende drums een voorname rol, en saboteerde Lott zijn compositie met ontregelende geluidjes, maar altijd op een manier dat alles op het einde weer op zijn pootjes terecht kwam, wat heel duidelijk toonde hoe gemakkelijk Lott zijn complexe composities live durft verknippen en verplakken.  In zijn podiumact schuwt Lott ook de grote gebaren niet, als een Messias hief hij zijn armen de hoogte in, balancerend op de fijne lijn tussen bombast en overtuiging.
“Easy”, de single die je misschien van Stu Bru kent, kreeg een pak freejazz gitaar over zich heen gekieperd, het leek wel of Battles nog eens naar de Grand Mix gekomen was. Daarop volgend kregen we twee oudere nummertjes, bijvoorbeeld “Wither” dat alle kanten op knetterde op een electronisch basisloop. Vervolgens riep Lott de vroege Goldfrapp op in het melancholische “Ransom” waarna een rustpunt ingebouwd werd met “Stay”, dat jazzy begon: de drummer bespeelde de cymbalen zachtjes met zijn handen, maar opnieuw ontspoorde dit nummer met een gitaarsolo J. Mascis waardig. “Plan the escape” begon met de spooky synths die we kennen van The Knife, om dan het orchestrale van een Sufjan Stevens in de blender te gooien met de experimentele jazzrock van Battles. Gedurfd. “Pyre”  knetterde en schuurde dan weer dat het een lieve lust was, voortdenderend op een kapotte beat.
De grande finale vanavond was “Lost it to trying” dat met zijn euforisch refrein naar de festivals lonkte, en waarin het leek of Son Lux zijn eigen nummer aan het scratchen was, zonder dat daar een draaitafel aan te pas kwam.
Als bis bracht Lott nog solo het verstilde “Lanterns Lit”,  het eerste kippenvelmoment van het verse jaar was een feit.

Son Lux deed vanavond ons brein knetteren. En zo hebben we het graag.

Setlist Alternate World - No crimesEasyWitherBetrayRansomStay - Plan the escapePyre - Lost it to trying
Bis Lanterns lit

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Sebadoh heeft een trouwe aanhang in België, en ook al heeft de band sinds 1999 geen album meer uitgebracht, toch kwam er veel volk af tijdens hun vorige passages in de Handelsbeurs, en op de DOK-arena in 2011, de dag na de grote Pukkelpopstorm, waar ze gratis op een geïmproviseerd podium speelden, en daarna zelf hun instrumenten in hun camionette inlaadden. Na 14 jaar, is er terug een nieuwe plaat, ‘Defend yourself’, en dus speelden Lou Barlow en Jason Loewenstein, met de nieuwe drummer Bob D’Amico in de Orangerie.

In de jaren negentig, konden de concerten van Sebadoh soms tenenkrullend slecht zijn, met een Lou Barlow die minutenlang zijn gitaar niet gestemd kreeg, sinds de reünie in 2007 is dit allemaal in de plooi gevallen, omdat de band een slimme oplossing gevonden heeft voor de vele instrumentenwissels: Lou en Jason nemen om beurten de zang en gitaar op zich, terwijl de andere de baspartijen op zich neemt, zodat het concert uit stukken van een kwartier tot twintig minuten bestaat en de vaart niet onderbroken wordt. Als er toch nog gestemd moet worden, speelde de drummer en de bassist van dienst gewoon kleine intermezzi, in de stijl van de little ditties die we van Primus kennen.

Het concert was heel erg punk vanavond, luid, veel ritmiek, bij wijlen slordig maar altijd rechtdoor. Er kwamen een aantal nieuwe nummers aan bod, die heel dynamisch klonken, maar die net minder sterke hooklijnen hadden dan de klasbakken uit ‘Harmacy’, ‘Bubble & Scrape’ en ‘Bakesale’, die vanavond de hoofdbrok vormden van de set.
Jason Loewenstein’s stem was kapot vanavond, in zijn beste nummer , het punky “Careful’, had hij moeite om boven de muur van geluid uit te komen, en ook in de andere nummers kon je duidelijk horen dat de stembanden vermoeid en in de hoogte beperkt waren. Niettemin, de nummers uit ‘Bakesale’ konden op veel nostalgische goedkeuring rekenen van het Brusselse publiek: “Not too amused”, of het door Barlow gezongen trio “Magnet’s coil”, “Skull” en “On the rebound” behoren tot het collectieve geheugen van iedereen die in de jaren negentig met indie-muziek bezig was.  Barlow, met een taliban-baard waar E van Eels ooit nog het handelsmerk op had, stopte veel energie in de set, bijvoorbeeld in het korte en punky “License to confuse”, maar ook in zijn energiek, maar slordige basspel wat ook de laatste jaren bij Dinosaur Jr. zijn nieuwe stijl geworden is. Barlow heeft niet altijd de volledige controle over zijn spel, maar dat heeft dan weer al voordeel dat een set van Sebadoh nooit het zelfde klinkt. Hoogtepunten vanavond zaten aan het einde, met een prachtig “Beauty of the ride”, met een melodie die zich als een weerhaak in je schedel vastzette, “Soul and fire” uit “Bubble and scrape” en het melancholische “On fire”.

De Botanique kreeg vanavond ruim waar voor zijn geld, met een set van ruim anderhalf uur met veel dynamiek en drive, waarin het enige minpunt de stem van Loewenstein was. Een kopje lindethee en vroeg naar bed, zou dokter indierock zeggen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 10 van 12