• Nieuws van Trix in Antwerpen
    Nieuws van Trix in Antwerpen Nieuws van Trix in Antwerpen TRIX GAAT WEER OPEN! Trix heeft opnieuw (gedeeltelijk) de deuren geopend! Op concerten is het…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Crammerock 2014 op 5 & 6 september 2014 – Een schot in de roos!
Crammerock 2014
GroenePutte
Stekene
2014-09-05 & 06
Nick Nyffels

De 24ste editie van Crammerock in Stekene was een groot succes want voor het eerst kon dit festival uitverkopen, wat toch een kleine 30.000 man betekent over 2 dagen. Het festival aan de E34 heeft een grote tent met twee podia die alterneren, wat soms een beetje stoort omdat de soundcheck van de volgende band bezig is terwijl de bands spelen, maar voor een Sportpaleis gevoel zorgt dat gelukkig nooit. Daarnaast is er nog een Clubtent, waar kleinere elektronica-acts, lokale hiphop en djs geprogrammeerd staan.
Gelukkig kwam Patti Smith niet naar Crammerock dit jaar, zodat Musiczine niet de Grote Belgenverdelger op pad gestuurd had, maar ondergetekende de recensent van dienst was. Want Crammerock had dit jaar wel heel erg veel Belgische bands op de affiche staan: van de 24 acts die over twee dagen in de grote tent met twee alternerende podia stonden, waren er 20 Belgische.

dag 1 – vrijdag 5 september 2014
Wij begonnen er aan op vrijdag met Amongster, de band van Gentenaar Thomas Oosterlinck, die zijn band noemde naar het openingsnummer op Poliça’s “Give you the ghost”. Amongster was een van de winnaars van Studio Brussel’s talentconcours ‘De nieuwe lichting’ en stond ons niet tegen: Oosterlinck heeft een stemgeluid ergens tussen Oscar & The Wolf en Gotye in, en de mix van gitaren en keyboards was ook niet slecht.

Kenji Minogue kan alleen maar uit de hoofdstad van Oost-Vlaanderen, Gent, komen. De eerste keer dat je deze dames ziet, valt je mond gegarandeerd open. Voor mij was het de tweede keer, dus het verrassingseffect was een beetje weg, maar wat bleef waren de verslavende Pop Life/ Charlatan beats met een hoek af, en de onzinnige maar moeilijk verstaanbare teksten van Fanny Willen en Conny Komen. Lag het aan het vroege uur, of de publieksrespons, maar eerder dit jaar op Rubyrock vonden we ze beter, nu zaten ze toch een beetje gevangen in het strakke tijdschema zodat we een beetje het gevoel kregen dat het een feestje van moeten was. Niettemin, de beats blijven heerlijk vuil, Butthole Surfers meets Robyn, en al de bekende hitjes passeerden de revue zoals “Veranda”, “Danny”, “Alwadammehetten” en “Naam familienaam”. Er was tijd voor een bierpauzetje, en natuurlijk dook Fanny het publiek in. ”Min Oeders” was een onwettelijk kindje van de heren van Rammstein die door Grace Jones gedomineerd werden.  Soulwax heeft van nu af aan bastaardzusjes en ze heten Kenji Minogue.

Omdat Coely net iets minder ons ding was, gingen we eens naar de Clubtent waar we op Hydrogen Sea stuitten. Als je Amatorski goed vindt, moet je ook zeker eens dit Brussels duo uitchecken: droompop meets elektronica. Zangeres Birsen Uçar heeft een stem die doet denken aan Skye Edwards van Morcheeba. Pj Seaux speelt zowel op keyboards als gitaar en het geheel klonk heel fris. Mooie visuals hadden ze trouwens ook meegebracht.

Joepie, want toen was het tijd voor Gorki. Het was alweer een tijdje geleden dat we Vos aan het werk gezien hadden, op de Gentse Feesten doen we immers meer pleinen aan dan Sint-Jacobs. Een nieuw album heeft Gorki niet uit, dus werd het vooral een greatest hits set vanavond.  Vos en co begonnen met “You”ll never walk alone” en “Wacht niet te lang”. “Lieve kleine Piranha” zat vroeg in de set en werd visueel ondersteund op het LED-gordijn dat de band meegebracht had door opwaarts zwemmende dolfijntjes.
Gorki /Gorky bestaat dit jaar 25 jaar, dus dat mocht gevierd worden met “Lang zullen ze leven”. Andere prijsbeestjes waren “Ooit was ik een soldaat”, door Vos aangekondigd als het relaas van zijn hoerenbezoek tijdens zijn legerdienst in Duitsland, natuurlijk “Ooit vraagt een mens zich af”, het visueel met een V-logo ondersteunde “Veronica komt naar je toe” en natuurlijk het op een luid gejuich onthaalde en woord voor woord meegezongen “Mia”, dat voor het eerste kippenvelmoment op Crammerock zorgde.

Tom Van Laere vertoeft nog altijd op Planeet Rock, maar het wordt tijd dat hij naar de echte wereld afdaalt want we vinden dat de man plafonneert op zijn vijfde ‘The Great scam’: van classic rock gaat het snel naar cliché rock, dit ondanks de knappe single “Breaking away”, die volgens ons niet misstaat naast iets van The War on Drugs.  Admiral Freebee was goed, maar werd toch overklast door Gorki. Van Laere zijn stem klonk een beetje kapot, maar de liveband tilde het optreden toch naar een hoger niveau: de blazers voegden net dat beetje extra toe, en de nummers kregen een feestelijk funkjasje aangemeten waarbij Stax het grote voorbeeld was, zoals in “Always on the run”.  Van Laere kreeg de handen op elkaar bij “Nothing else to do”, smokkelde een saxsolo in de intro van “Breaking away” waarin we vooral de gitaarsolo konden smaken  en vervolgde met “Bad year for rock ’n roll”, een vette jam met een smerige sax-outro. De nieuwe nummers bleven niet echt bij, het waren vooral de oudjes die op herkenning konden rekening zoals “Einstein brain” en “Oh darkness”. Een mooi rustpunt was “Rags ’n run” , Van Laere op akoestische gitaar en mondharmonica, ondersteund door de blazers. Natuurlijk kon ook “Ever present” niet ontbreken. Admiral Freebee 2014 heeft een Stax-obsessie, en dat stoorde ons helemaal niet.

Arsenal mag je wel de festivalband noemen. Ze hadden vanavond eventjes moeite om op gang te komen, maar vanaf het derde nummer, “Black Mountain, beautiful love” was het gewonnen spel voor Willemyns en co. De gastzangers mochten ook niet ontbreken natuurlijk, zo kregen we Aaron Perrino van The Sheila Devine en Baloji die “Personne ne bouge” rapte. Toppers waren natuurlijk “Saudade”, “Longee”, “Estupendo” en de grote finale waarin iedereen meezong en sprong was natuurlijk “Melvin”.

Wat konden we verwachten van Lauryn Hill? Het was immers 16 jaar geleden dat ‘The miseduction of Lauryn Hill’ de standaard van de neo-soul verzet had, en sindsdien had mevrouw Marley zich voornamelijk met het opvoeden van kinderen en belastingontduiking bezig gehouden, wat haar in 2013 op 3 maand gevangenis kwam te staan. Had ze maar Vermassen en Mary ingeschakeld. Goed voorbereid hadden we Youtube gecheckt waar een concert eerder dit jaar in Atlanta al duidelijk maakte dat we geen gelikte neo-soul mochten verwachten: reggae zou er zeker in zitten. Zou ze vanavond ook de typische sterallures van de Amerikaanse hiphop artiesten etaleren door een half uur te laat te beginnen? Ja en nee: Arsenal had gewoon tien minuten te lang gespeeld, daar kon Miss Hill niet aan doen, wat ze wel op haar kerfstok had vanavond was dat ze de eerste twintig minuten van haar anderhalf uur geprogrammeerde set haar dj in de strijd stuurde als opwarmer. De arme man moest het publiek ophitsen voor La Hill, maar deed precies het omgekeerde, hij begon er aan met Fun’s “We are young”, wat nog door het halve Waasland werd meegezongen, maar maakte Stekene daarna gewoon kwaad door maar hiphop classics te blijven brengen die onze eigen Discobar Galaxie met zoveel meer stijl en humor op een festivalpubliek weet af te vuren.
Daarbij, de dancetent in Stekene was de Clubtent, dus hij stond op het verkeerde podium. Afijn, na twintig hemeltergende minuten verscheen er toch enige beweging op het podium. Een volledige band, inclusief drie zangeressen verscheen op het podium en Miss Hill droeg een stemmig zwart/wit kleedje en een zwarte hoed.
Zoals ik verwacht had, kregen we reggae inclusief de “wojo”-kreten. “Killing me softly” kreeg zo een reggae-jasje aangemeten, zodat Roberta Flack’s soulklassieker onherkenbaar werd. Ook “Everything is everything” werd ontdaan van alle oorspronkelijke melodielijnen en kreeg nieuwe arrangementen, zodat je een hybride uptempo powerballad a la Alicia Keys kreeg.
Het publiek had kennelijk toch iets meer toegankelijke nummers verwacht, want tijdens het concert liep de grote tent meer en meer leeg, zodat ze tegen het einde van het concert maar voor de helft gevuld bleef.
Had het publiek gelijk? Ja en nee: een festivalvriendelijke set bracht Hill zeker niet vanavond, maar toen ze begon te rappen was snel duidelijk dat zij het grote talent was in The Fugees: het was strak en het was dwingend en stond zover boven wat we Wyclef Jean een paar jaar geleden op Couleur Café zagen doen. Nu dat was ook niet zo moeilijk, want die mixte platte dance met gratuite Marley covers en coverde zelfs House of Pain op schabouwelijke wijze, en meende ook nog Jimi Hendrix te moeten verkrachten door op zijn tanden gitaar te spelen. Eigenzinnig en niet commercieel, dat was het zeker, bijvoorbeeld in “To Zion”. Ook Dancehall kan la Hill zonder problemen aan, de band had ook visuals mee die op de monitors best goed waren, maar door de kwaliteit van het podiumscherm niet tot zijn recht kwamen. Toen was het plots pauze, we meenden het origineel van Portishead’s “Glorybox” te ontwaren, waarna Hill terugkwam voor een akoestisch intermezzo met onder andere “Mr Intentional” en nonkel Bobs “Lay your lights down low”. Daarna was het Fugees-time met een strak “Fu-Gee-La”, “Ready or not” waarin de melodie van Enya’s “Bodicea “ spijtig genoeg naar de achtergrond gemixt werd, en een reprise van “Killing me soflty” die etaleerde hoe goed Hill bij stem is, en waarbij de overblijvers in de tent de handen in de lucht staken.  Ex-miss Marley besloot toen nog eens de familiebanden aan te halen met “Jammin” ,dat in de top drie van de vertolkingen netjes naast Sir Bob en Chief Wiggum mocht gaan staan, en “Is this Love”. Afsluiten deed Hill met “Doo Wop that thing” en ze besloot zo een eigenzinnige, ietwat weerbarstige, misschien festivalonvriendelijke set die er wel mocht wezen.

Het publiek rond ons werd ondertussen zatter en zatter, maar aangezien we niet van plan waren onze roes uit te slapen in een tentje, lieten we Dizzee Rascal en The Subs aan ons voorbijgaan, er kwam immers nog een tweede festivaldag aan. Op dag een waren de medailles voor Gorki en Arsenal en was de trofee voor de eigenzinnigheid voor Miss Hill.

dag 2 – zaterdag 6 september 2014

Ook dag twee van Crammerock 2014 was uitverkocht. Wij pikten in bij de laatste twee nummers van Urbanus & de Fanfaar,  “Zetpilcar “ en “Ge moogt naar huis gaan” en zagen een dolenthousiast publiek.

Dat Alex Agnew Sportpaleizen kan vullen is voor mij een raadsel, om maar te zeggen dat ik hem de minste van deVlaamse stand upcomedians vind. Zijn metalband, Diablo Boulevard, heeft al zijn derde plaat uit, maar we hadden ze nog nooit aan het werk gezien, om maar te zeggen dat we geen metalfreak zijn. We hoorden metalcore met een popgevoel, nummers zoals “Follow the deadlights” en “Builders of empires” deden ons aan Life of Agony denken. We ontwaarden een Rode Duivelsdrietand in het publiek, en die was wel toepasselijk bij de muziek van Diablo Boulevard. Agnew moest hard werken om dit niet-metal publiek mee te krijgen, en slaagde er toch in om een circle pit en een wall of death te organiseren. Wij vinden het toch leuker als die spontaan ontstaan, maar soit. Een tenenkrullend moment in de set, met Saint of Killers heeft Diablo Boulevard een powermetalballad, die aanzette als een Kyuss meets Metallica, maar dan ontaardde in het slechtste wat de jaren tachtig hairmetal ooit gepresteerd heeft.

Girls in Hawaii, de Waalse indierockers, zijn zo een van die bands die ik op een festival nog nooit gezien had, omdat er op hetzelfde moment altijd wel een iets interessantere band bezig was. Dit zestal speelde vanavond zijn laatste concert in een reeks van honderd. Ze klonken bij momenten dromerig, soms als Grandaddy (wellicht het nummer “Organeum”), maar konden ook bijzonder hard uit de hoek komen, zeker in het laatste kwart van de set. Stekene kon deze band wel smaken.

School is Cool heeft zijn moeilijke, donkere tweede plaat uit, en is in mijn eigen ogen niet meer dezelfde, Arcade Fire gewijze hemelbestormers door het vertrek van Nele Paelinck en Andrew Van Ostade, waardoor de band toch een pak charisma kwijt is dat de nieuwe leden niet hebben kunnen opvangen.
Hier op Crammerock vonden we ze beter dan eerder deze zomer op het Cactusfestival. Zanger Johannes Genard hoste rond als een wilde sjamaan en de blazers gaven dat tikkeltje extra. De nieuwe nummers waren lastig festivalvoer in al hun weerbarstige, elektronische donkerheid. Het waren vooral de oudjes zoals “The underside”, “Road to Rome” en “Warpaint” die iets los maakten bij het publiek, dat laatste nummer paste netjes in zijn nieuw elektronisch jasje. Bij momenten klonk de band hermetisch, maar de finale was dan weer veelbelovend met “World is gonna end tonight” en “New kids in town”. Vreemd dat School is cool zijn eigen apotheose saboteerde door af te sluiten met een door het publiek onbekend nummer.

Tijd om de inwendige mens te versterken, waardoor we het eerste kwart van Channel Zero misten. Die hadden versterkers staan die groot genoeg waren om de tent om ver te blazen. Net als Diablo Boulevard moest Channel Zero hard werken om het publiek mee te krijgen, kwam daar nog bij dat Franky De Smet- Vandamme ziek was, maar dat was er niet aan te horen. Opvallende nummers waren het Nederlandstalige “Duisternis”,  “Fool’s parade” en de nieuwe single “Electronic cocaine”. Net zoals voor veel andere bands was dit de laatste show van de tournee van Channel Zero, reden om de crew van de band op het podium te roepen, in het bijzonder dan Pietje, die verjaarde, en getrakteerd werd op een slagroomtaart in het gezicht. Daarna kregen we nog “Help” en bij afsluiter “Black Fuel” mocht het publiek op het podium, waarbij een man in roze transgender bodysuit opviel door de gitaarriffs van het nummer op zijn valse piemel te spelen. Er mag al eens gelachen worden bij Channel Zero.

Buffalo Tom spelen maar drie shows dit jaar, waarvan een in Boston, een in Nederland, en de derde op Crammerock. Om maar te zeggen dat deze indierockers een speciale band hebben met België, die zoals ze zelf vertelden vanavond, ooit begon op het Futurama festival in Deinze. Ze begonnen, hoe toepasselijk kan het zijn, met “Summer’s gone” en gingen er in een rotvaart vandoor want ze wouden zoveel mogelijk nummers spelen in het uur dat ze gekregen hadden. “Treehouse” was verschroeiend, “Larry” zorgde voor het eerste kippenvel, vreemd dat een nummer over een kat zo snijdt. “I’m allowed” werd door iedereen meegezongen, waarna Chris Colbourn, volgende week vijftig, de zang mocht overnemen in “Rachael” en dat deed hij later ook in “Kitchen door”.
Buffalo Tom heeft altijd twee zangers gehad die elkaar goed aanvullen.  Bill Janovitz blijft een onderschatte gitarist, de gitaarsolo in “Taillights fade” zat niet in de originele versie, maar voelde heel natuurlijk aan. Het beste nummer vanavond was ongetwijfeld “Velvet Roof”, hoe Janovitz zijn gitaar als een mondharmonica doet klinken, ik kan er nog altijd niet bij. Ook “Mineral” was top, en zoals je al ziet kwam het grootste deel van de nummers vanavond uit ‘Let me come over’. “Birdbrain” was voor de echte Buffalo Tom fans, waarna “Tangerine” en het intieme “Crutch” deze nostalgische, maar steengoede set van Belgium’s favorite Bostonians afsloot (sorry Pixies).

We zouden nooit een plaat kopen van Milow, maar Jonathan Vandenbroeck is wel een perfecte festivalact. De meisjes zongen dus voluit mee vanavond, bijvoorbeeld op “You dont know me” of “Little in the middle”. Milow laste een duet in met een blondje uit Seattle, dat ietwat een Country feeling meekreeg. Er was een “Lichtjes aan de Schelde”-moment toen hij het publiek opriep de smartphones te gebruiken in “You and me” en ook 50 Cent’s “Ayo technology” mocht niet ontbreken. Festivals zijn een dankbaar speelterrein voor artiesten als Milow.

Vreemd genoeg had Hooverphonic nog nooit in de eigen achtertuin op Crammerock gespeeld. Vorige maandag passeerde de hele carrière van deze Waaslanders in Belpop, inclusief de vele zangeressen waarvan Noemie Wolfs de laatste en heel geslaagde incarnatie is. Hooverphonic begon stevig, met “Boomerang” en het op een Moog-orgeltje gebouwde “Expedition Impossible” dat met handclaps ondersteund werd had veel weg van The Inspiral Carpets. Daarna gingen we terug naar het begin van de band met “2 wicky”.  “Happiness” volgde, waarna Noemie toch iets minder presteerde in “Mad about you”, dat een loungejasje aan had ergens refererend naar Air en Pierre Henry. Wolfs gaf dan weer welk een topvertolking weg in “Vinegar and salt”, waarin ze met groot gemak haar reikwijdte demonstreerde en een heel geloofwaardige vertolking neerzette. Alex Callier bewees nog maar eens dat hij een geluidsfetisjist is in “Eden”, waarin het geluid gewoon perfect was. “The world is mine”  ging Noemie minder goed af, maar in een akoestisch “Jackie Cane” was ze dan wel weer heel straf.  In “Sometimes” deed de band iets nieuws, ze brachten een mooie a-capella versie. De eerste doortocht van Hooverphonic was een triomf, die afgesloten werd met “Amalfi”.

De grootste onzin die ooit uit Zweden gekomen is, is ongetwijfeld The Hives, en we bedoelen dat niet positief. We hebben graag garagerock, maar het grote probleem is de zanger van de band, de arrogante Pelle Almqvist die met zijn publiekspelletjes de concerten van de band constant stil legt. Wij houden meer van The Ramones approach als het op punkrock aankomt, gewoon spelen en niet te veel zeveren. Het is daarom dat we de laatste 10 jaar in een wijde boog rond elk festivalpodium gelopen zijn waar The Hives geprogrammeerd stonden. Tijd dus om onze mening te herzien op Crammerock? Wel, als je je over de capriolen van Almqvist zet, rocken de witte pakken een aardig stukje weg. Tuurlijk, hun beste songs blijven die van hun eerste platen, ”Hate to say i told you so”, “Main offender” en “Two timing touch and rock ’n roll”. Er was weer veel show, met onder meer een wassen beelden moment tijdens “Tick tick boom”, maar misschien waren we in een milde bui, eigenlijk was het redelijk goed. Ik ga alleen niet de volgende vijf jaar nog eens kijken naar The Hives.

Oscar and The Wolf konden op een bijzonder geslaagde festivalzomer terugkijken, met passages op Werchter, de Lokerse Feesten en Pukkelpop, nu Crammerock en later deze maand nog Leffingeleuren. Ook al hebben ze enkel een debuut uit en een aantal EP’s, toch mogen ze overal headlinen. Dat is terecht, want hun show staat er, het is een lange theatrale trip, waarin de tropische planten, de belichting en de lasershow voor een 5 uur ’s morgens Ibiza gevoel zorgen. Ok, door de kenmerkende stem van Max Colombie klinken alle nummers wel een beetje hetzelfde, maar dat deert niet. Uitschieters waren natuurlijk, “Princes” en “Strange Entity”. Ook Jennifer Lopez’ “ Jenny from the block” passeerde de revue. Kortom, een waardige afsluiter van Crammerock (de onwaardige afsluiter van Crammerock was natuurlijk Gunther D., hoe kan het anders).

De balans van twee dagen Crammerock: Belgische bands in topvorm (Gorki, Arsenal, Hooverphonic), een eigenzinnige Lauryn Hill die haar talent bevestigde maar dringend met iets nieuws mag komen, en jeugdsentiment van Buffalo Tom die opnieuw bewezen dat ze een van de essentiële bands van de nineties waren.

Organisatie: Crammerock, Stekene

De zomer liet het even afweten vanavond, maar dat lag zeker niet aan de zomerse pop van het Amerikaanse viertal Real Estate, die hun nieuwe album ‘Atlas’ kwamen voorstellen in de Rotonde. Die plaat wordt overal goed onthaald, en het was dus geen verrassing dat de kleine Rotonde uitverkocht was. Deze nerds uit New Jersey sloten hun Europese tour af in Brussel, en waren onder indruk van de zaal waar ze mochten spelen. Real Estate speelt zomerse, op de jaren zestig geënte gitaarpop, met lichte psychedelische invloed. Zanger en gitarist Martin Courtney heeft een heel erg Engelse zangstem, denk aan Ian Brown, het zijn dus altijd dromerige zanglijnen.

De band begon er aan met “The bend”, onmiddellijk gevolgd door de single “Crime” met zijn twee door mekaar wevende melodieën. De rest van het concert ging op hetzelfde stramien door: ietwat kabbelende, maar toch sprankelende sixtiespop, de landerigheid van een zomerse vakantiedag in de verkaveling oproepend, en dat was misschien ook wel het zwakke punt van de set: alle songs waren mooie miniatuurtjes, kunstig gecomponeerd en uitgevoerd, maar ze leken ook allemaal op mekaar en de live uitvoering benaderde de plaat wel heel erg nauw: het was alsof je een hele fles ice-tea uitdronk: het eerste glas was lekker, maar de rest van de fles smaakte hetzelfde.
Naar het einde van de set kwam er wat meer psychedelica en dynamiek in de nummers, vooral dan door de inbreng van de drummer, die er net dat beetje peper in stak dat de nummers nodig hadden. Oudje “It’s real” was een van de hoogtepunten, ook door de koortjes met ‘oohs’ en ‘aahs’, en ook de zomerse droompop van “Had to hear” kon op ruime bijval van het publiek rekenen, en had ook een aantal interessante tempoverschuivingen die ik wel kon smaken.


Real Estate speelde een heel mooie set vanavond, wel iets te kabbelend bij momenten, schipperend tussen droompop, surfrock en psychedelica, en zo de lijn verder trekkend die voorgangers als Galaxie 500, Pale Saints, Yo La Tengo en The Chills al eerder uitgezet hebben.

Playlist: The bend/ Crime/ Easy / Past lives / Fake blues / Green aisles / Backwards / Horizon / Hmil / Muni / Real / Primitive / Dogs / Had to hear      Bis: 2 part / all the same

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/real-estate-03-06-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel 

 

Les Nuits Botanique 2014 – Jungle - Jungle Boogie
Les Nuits Botanique 2014

We moesten nog decompresseren van een heel sterk optreden van Sharon Van Etten, maar niet getalmd, over naar de Orangerie voor de hype van het moment, Jungle. Je kent ze misschien van het vrolijke “Busy Earnin’”, dat veel airplay krijgt. Maar meer heb je er wellicht niet over gehoord, want dit Engelse duo heeft een EP uit, en dat is het.
Live was Jungle met zeven, met onder meer een percussionist, twee achtergrondzangers, een bassist en een gitarist, terwijl het producersduo in het midden van het podium keyboard speelde.
Het was dansmuziek, maar met een sterke bandinbreng: twee falsetstemmen, denk aan Sam Smith of The Bee Gees, met een jaren tachtig pop en soulgeluid: de uitgebreide percussie met congas en de opgehangen colaflesjes riep zelfs Gloria Estefan’s Miami Sound Machine op, en ook wel een beetje Hall & Oates.
Recentere referenties zijn The Scissor Sisters en Disclosure, zonder de flamboyante kant van die eerste band. Niet alle nummers bleven heel erg hangen, maar dit is zeker een perfecte festivalband, ze staan dus ook op Pukkelpop.
Of ze het publiek helemaal gaan meekrijgen of dat dit enkel bij het singletje zal reageren, is nog te bezien: dansbaar geluiden genoeg, maar dit Londense duo mist wel charisma en podiumpersoonlijkheid. Het zal dus van de nummers zoals “Busy Earnin’” moeten komen, en het onbekende nummer waar ze vanavond mee afsloten, dat nog sterker was dan die single.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jungle-25-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/fugu-mango-25-05-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

Les Nuits Botanique 2014 - Sharon Van Etten - Sharon Van Etten maakt indruk
Les Nuits Botanique 2014

Het beste van Les Nuits Bota werd tot het einde opgespaard : Sharon Van Etten  speelde vanavond haar eerste concert van haar Europese tour voor de nieuwe plaat ‘Are we there’ in de Grand Salon, terwijl later op de avond The War on Drugs in de kleine Rotonde aantrad. Die laatste gaan we zeker op Pukkelpop bekijken, en Sharon Van Etten zullen we daar ook opnieuw gaan bekijken  op basis van de goeie beurt die ze vanavond maakte.

Van Etten, een kleine dame met een grootse stem, had een vijfkoppige band meegebracht, waarbij vooral de toetseniste Heather Woods Broderick een meerwaarde vormde door de harmonieën die zij met Van Etten opzette. Broderick speelde nog bij Efterklang, Horse Feathers en Loch Lomond. Net als die twee laatste bands zette Sharon’s band een warm, rijk countrygeluid neer. Van Etten zelf speelde afwisselend op gitaar en toetsen.
Waar haar albums soms vrij ingetogen zijn, stond hier een heel trefzekere frontvrouw  die de rijke harmonieên die haar songs hebben in volle glorie liet ontbolsteren. De nieuwe single “Taking my chances” was smachtend en sexy, “Give Out” uit de vorige plaat ‘Tramp’, die door Aaron Dessner van The National geproduceerd werd, kreeg een Western-klank met paukenstokkengeroffel en een gitaartwang. “Serpents” was het hoogtepunt van de avond: mineurakkoorden op gitaar, pulserend, grandioos opbouwend met een stuwend drumritme, dit mocht je gerust naast de beste nummers van The National parkeren. Van Etten stak veel zelfspot in haar bindteksten, ze lachte met de donkere kantjes van haar nummers: ‘I am a real optimist, this song is called ‘nothing will change’. “Dont do it” begon in een Twin Peaks sfeertje, met Broderick die haar zanglijnen in een loop stak, en zo een spookachtig effect opwekte, waarna grondig op gitaar werd loos gegaan, uitmondend in een gitaarstorm Mogwai waardig. “Your love is killing me” had dan weer bakken grandeur in de aanbieding. We werden naar huis gestuurd met een smartlap, “Everytime the sum comes up, I am in trouble” Dit concert had langer mogen zijn, zo goed was het.

Playlist: Afraid of nothing / Save yourself / taking chances / give out / serpents /  Tarifa / nothing will change / I love you but I am lost / break me / don’t do it / your love is killing me  /bis I know / Everytime the sun comes up

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

Les Nuits Botanique 2014 - Cloud Nothings - Mac DeMarco: Rechtdoor rocken!
Les Nuits Botanique 2014

Interessante dubbelaffiche op deze zwoele zondagavond: USA versus Canada met Cloud Nothings en Mac DeMarco.

Vijftig minuten vol gas geven dat was het motto van Cloud Nothings vanavond. Dit trio uit Cleveland,Ohio, speelt punkrock zoals we het graag hebben: snel, brutaal, rauw en onversneden. Frontman Dylan Baldi hese strot spuwde catchy melodieën, de bassist ramde er op los terwijl de drummer er in een rotvaart in ware Ramones stijl er een 12 tot 13 songs doorjaagde in een door de zon tot stoombad getransformeerde Chapiteau. Niet alle nummers hadden zanglijnen, maar dat deerde niet want dit werd ruimschoots gecompenseerd door de ene moordriff na de andere. Tempoversnellingen lieten het publiek ademloos achter.
Voor liefhebbers van Hüsker Dü en Nirvana ten tijde van ‘Sliver’ was dit een topavondje. Een nummer deed ons zelf aan Sonic Youth denken, vooral door het drumspel dat aan Steve Shelley deed denken. Plaats voor gitaarsolo’s was er niet, en als er dan toch een punt van kritiek te geven was, was het dat alle nummers dezelfde grauwe gitaarkleur hadden. Maar kom, bij de Ramones was dat ook nooit een zwaktebod.
Nog deze interessante weetjes : hun vorige plaat ,’ Attack on memory’ werd opgenomen door Steve Albini, en de nieuwe worp ‘Here and nowhere else’ door John Congleton, die ook al werkte voor St. Vincent, Swans en Bill Callahan.

De meerderheid van het publiek vanavond was echter gekomen voor de gehypete Mac DeMarco. Deze Canadees is grote fan van Jonathan Richman, en wist direct een band met zijn publiek te leggen. Zijn band zag er al even relaxed uit als de man zelf met hun truckerspetjes. DeMarco schrijft simpele liedjes, soms wat landerig zoals Stephen Malkmus op zijn soloplaten, zoals op de opener  en titelnummer “Salad days” en het country-niemendalletje “Blue Boy”. Het gitaargeluid van de band was jengelend, alsof de opeenvolgende noten over elkaar struikelden. DeMarco ontpopte zich Mike Pattongewijs tot een volleerde crooner, en bracht in “Ode to Viceroy” een hommage aan goedkope sigaretten. Een gastzanger mocht een reggaenummertje ten berde brengen, waarna we nog “Chamber of reflection” kregen. Kwa uitvoering had het wel iets van Eels, niet moeilijk doen, gewoon rechtdoor rocken.
Het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de bis, waarin DeMarco “Unknown Legend” uit ‘Harvest Moon’ van Neil Young coverde. Hij liet de hele Chapiteau knielen tijdens dit nummer want ‘in our country,(maw Canada)  when someone plays a Neil Young song, everyone must kneel’ en  zo eindigde dit dubbelconcert met een hele tent die luidkeels de volgende lijnen zong: ‘Somewhere on a desert hightway, she rides a Harley Davidson, her longue blonde hair flying in the wind’.
Jammer genoeg geen bikerbitch tegengekomen in de Brusselse tunnels toen we huiswaarts reden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mac-demarco-18-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cloud-nothings-18-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

Les Nuits Botanique 2014 – White Denim – Von Pariahs Progressieve rock met blues invloeden, of postpunk, voor elk wat wils
Les Nuits Botanique 2014

Les Nuits heeft er een patent op om verschillende genres in een line up te programmeren. Dit was vanavond niet anders met Von Pariahs en White Denim.

Von Pariahs zijn een Frans zestal uit Nantes, en spelen post-punk. Aan de looks is er nog wat werk, de zanger had een verschoten jeansvestje aan met daaronder een veelkleurige t-shirt, de lange haren van de bassist pasten ook niet in de vroege jaren tachtig estethiek die de nummers uitstraalden. Muzikaal zat het wel snor, met nummers die zowel tegen de pathetiek van Placebo als Brett Anderson aanschurkten als de postpunk van Joy Division en zijn navolgers als Interpol en Franz Ferdinand. In het derde nummer zat zelfs een koebel, het dansbare geluid van The Rapture indachtig. We konden vooral de syncopatische speelstijl van de drummer appreciëren, die heel erg deed denken aan Savages. Maar zo sexy als die vier Engelse meiden zijn deze Fransen niet.  Een vreemd moment, toen de zanger besloot om solo ‘You’ll never walk alone’ te zingen, wellicht wist hij niet dat Club Brugge al uitgeschakeld was voor de titel.

White Denim tapt uit een heel ander vaatje, maar een dat ik veel minder kon smaken. Deze Texasrakkers spelen een soort Southern progressieve rock met soul -en bluesinvloeden, maar echt mijn ding niet. Het zijn heel goeie muzikanten, in hun beste momenten herkende ik iets van Masters of reality, en de soulinvloeden kon ik ook wel smaken, maar alle clichés van de progressieve mathrock passeerden de revue: veel gitaar en bassolo’s, maar geen melodieën die bleven hangen, breaks waar de totale band in een moeras verzeilde, om  dan met een solo terug uit de modder te kruipen, twee of drie nummers die tot een song aan elkaar gebreid werden, gelukkig geen drumsolo’s. Een best leuk soulnummer ontaardde in een powerballad zoals Marillion die maakte vele Texaanse winters geleden. Naar mijn mening hebben goeie songs geen intermezzo’s, middenstukken, tempowisselingen, uitlopers en ellenlange finales met de lichten aan. Stadionrock in de Orangerie, nee bedankt. Voor de liefhebbers van het genre zal het een puike show geweest zijn, maar voor mij was het dat niet.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …
les Nuits Botanique 2014

Wie herinnert zich de clip niet van “In de Gloria” met Rita Weemaes, die in het kerkkoor wil zingen, maar afgewezen wordt door de koorleidster omdat het te luid en te veel is. Iemand die deze invalshoek heel hard genegen is, is Merrill Garbus, ofte tUnE-yArDs. Subtiliteit is zeker haar sterke punt niet, maar dit als een olifant in de porseleinkast springen en het breken van alle regels leidt wel tot een volstrekt origineel geluid dat toch heel aanstekelijk is. Haar doorbraak kwam er met ‘Whokill’, waar ze een volstrekt unieke mix van elektrisch versterkte ukulele, sax en Afrikaanse polyfone zang naar de urban jungle van de eenentwintigste eeuw vertaalde.

Haar derde plaat, ‘Nikki Nack’, is net uit en de single “Water Fountain” heeft zelfs de dagprogrammatie van Studio Brussel gehaald. Tegenover haar vorige passage in de Botanique, heeft ze haar live-band uitgebreid: naast haar man, Nate Brenner op bas en keyboards, had ze ook een percussioniste en twee achtergrondzangeressen meegenomen, maar een saxspeler had ze dan weer thuisgelaten, waar die op de vorige tournee nog een voorname rol speelde. Garbus stal de show, met groen geverfde, borstelige wenkbrauwen, en roze pluimen, geïnspireerd op Zuid-Amerikaanse carnavalkostuums. De uitgebreide bezetting gaf het geluid een rondere, meer op soul en gospel geinspireerde klank: de Afrikaanse invloeden kwamen door de achtergrondzangeressen die percussiestokken hanteerden nog meer naar voor, net als Zap Mama smokkelt tUnE-yArDs pygmee-gezangen in haar nummers, maar toch klonk het nooit als wereldmuziek, en past tUnE-yArDs zowel op Couleur Cafe, Dranouter, Pukkelpop of ‘Wurchter’, zoals ze zelf zei: “Hey if I can’t say it, at least I can play it”.
Op basis van de plaatbespreking hadden we veel elektronica verwacht, maar het was eigenlijk maar in een nummer dat de keyboards een vuile dansbeat uitspuwden, voor de rest heel veel percussie die als basis van de nieuwe nummers diende.
Live werkte de ruime bezetting heel goed, het had in een nummer zelfs iets van Amadou & Mariam, maar de scherpe kantjes ontbraken toch een beetje in de ruimere bezetting: de achtergrondzangeressen zingen veel beheerster dan Garbus zelf, als die haar eigen achtergrond sampelt in de trio set-up die ze vooral voor de nummers van ‘Whokill’ gebruikte. Die onverschrokkenheid van de badkamerzangeres, het ‘ het is te luid Rita’ met de bewuste valse starts en onderbrekingen, alsof een cassettebandje in de soep aan het draaien was, waarna alles weer op zijn pootjes viel, werd magistraal uitgevoerd in het hiphop anthem “Gangsta” met zijn vervormde politiesirene- zang, zijn vette beats, en Merril’s zangacrobatieën, die in een van de breaks van dit nummer op jammerlijk mislukte wijze geïmiteerd werden door iemand uit het publiek. Ook in “You yes you” viel je mond open als je zag hoe Garbus haar nummers opbouwde op basis van geloopte drum en zangpartijen, en gaf de metalige klank van de ukulele dat beetje peper dat het publiek nodig had om het op een dansen te zetten.  “The Bizness” , in volle bezetting, had de wilde frisheid van een Tahiti Douche, en herinnerde ons aan dat ander Afrikaans bastaardje van Belgische oorsprong, ‘Allez Allez’. Ook Sesamstraat mocht niet ontbreken, “Waterfountain” was het perfecte kinderrijmpje waarin het publiek “Woeha” mocht meebrullen.

Kinderlijke onbevangenheid, en het negeren van alle regels die er in de muziek zijn, het blijven de sterke punten van tUnE-yArDs. Het hoekige en totale experiment is er misschien een beetje uit op de nieuwe plaat, maar live werkt de set up met de extra zangeressen, en we zijn er zeker van dat Garbus moeiteloos een hele tent zal kunnen entertainen op zaterdag 5 juli iets na drieën.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

vrijdag 25 april 2014 01:00

Terug naar 1991 met Cheatahs

Terwijl de Orangerie bomvol zat voor Kaiser Chiefs, was de opkomst maar matig voor een ander Engels bandje in de Witloof Bar. Nu ja, Engels, Cheatahs opereert vanuit London, maar dit viertal bestaat uit vier nationaliteiten en kan je ook geen jonkies meer noemen omdat ze de dertig al gepasseerd zijn.

Cheatahs hebben een aantal EPs en een zelfgetiteld debuut uit, en zou je nu-gaze kunnen noemen, in ieder geval mixen ze shoegaze en fuzzrock a la Dinosaur Jr en hadden ze zeker veertig effectpedalen ter beschikking te delen tussen de twee gitaristen James Wignall en Nathan Hewitt. We ontwaarden heel veel verschillende bands waar Cheatahs de mosterd haalt, allemaal uit de periode 1991 tot 1994: de zang en de popmelodie waren op en top Brits, en deed ons aan Ride en het meesterwerk van The Boo Radleys ‘Giant Steps’ denken. “Kenworth”, één van de singles die Cheatahs uitbracht, pikte het onaardse geluid van My Bloody Valentine en had een interessante brug in het midden.
Zanger Nathan Hewitt vervormde zijn stem met een van de effectpedaaltjes, en in een ander nummer draaiden beide gitaristen hun tremolo arm synchroon in het rond zodat de gitaren als keyboards klonken. De drummer vond ik uitstekend, zijn speelstijl leek veel op die van The Stone Roses.
Het eerste deel van het concert was nogal braaf, vooral dan door de typische Britse zangstem van de Canadees Hewitt. In het tweede deel werd het geluid vuiler, ergens tussen Swervedriver en Dinosaur Jr ten tijde van ‘Bug’, en dit was meer ons kopje thee. The Drop Nineteens zongen in 1992, “There’s a gap in the twentieth century”, en het voelde of Cheatahs daar recht in gesprongen was: mooie nostalgie naar de shoegaze bands, geen enkele vervelende song, maar anderzijds ook geen klassiekers van het niveau van een ‘Loveless’ of ‘Giant Steps’. Slowdive staat dit jaar op Pukkelpop, denk dat ik deze zomer toch eens het origineel ga beluisteren …

Organisatie: Botanique, Brussel

De ‘Badly Drawn Boy’- look is in tegenwoordig: zowel Blaudzun, als de man die vanavond in de Centrale optrad, gaan goedgemutst door het leven. Asgeir Trausti Einarsson is momenteel de populairste artiest in IJsland , wat op zich niet zoveel voorstelt, als je weet dat er meer mensen in Antwerpen stad wonen dan in heel IJsland. Asgeir komt dan nog uit Laugarbakki, een gehucht op de duizend kilometer lange ringweg halfweg tussen Reykjavik en Akureyri, dat uit niet meer dan een benzinestation en enkele huizen bestaat. Asgeir liet zijn IJslands gezongen album ‘Dýrð í dauðaþögn’ door John Grant in het Engels vertalen, wat dan ‘In the silence’ werd, en ook in de sprookjesachtige video van “King and Cross”, mag Grant Monty Python-gewijs opdraven, enkel de kokosnoten ontbreken.

Asgeir heeft dus twee versies van elke song, een in het Engels en een in het IJslands, en zou vanavond afwisselend in de ene of de andere taal zijn nummers brengen. Dit was best interessant omdat iedere taal toch zijn eigen klankkleur heeft en de nummers toch net een andere emotionaliteit krijgen.
De set vanavond begon met een tapeloop met IJslands a cappella gezang, wat ietwat Gregoriaans aandeed, waarna vijf boerenjongens met cowboyhoeden het podium betraden, waarbij de bebaarde drummer in korte broek en Hawaiihemd de opvallendste verschijning was.
Asgeir begon eraan met “Head in the snow”, dat met zijn combinatie van falset en glitchpop klonk alsof Justin Vernon bij The Notwist aan het werk was. Einarsson speelde  afwisselend op keyboards, electrische en akoestische gitaar en ook de oudere broer van Asgeir die deel uitmaakt van de band wisselde tussen keyboards en gitaar. In totaal zaten er een drietal nummers in de set die niet op de plaat stonden, plus een heel originele bewerking van Nirvana’s “Heartshaped box” dat heel ingenieus in mekaar zat met rustige passages op piano waarna de volledige band inviel met een voorname rol voor de drumpartijen die deze donkere grungeclassic vertimmerden tot een tribal remix. Heel toepasselijk ook, het is nu 20 jaar na de dood van Kurt Cobain, en op weg naar de Centrale draaide Studio Brussel de vijftig favoriete platen van Cobain, met heel wat obscure punk en hardcore.
Het bereik van Asgeir’ stem was heel ruim, gaande van falset naar donker murmelend, maar altijd met een heel warme klankkleur en ook met het grappige IJslandse accent in de Engels gezongen nummers. Het publiek maakte het niet uit in welke taal er gezongen werd, het vroeg zelfs om de nummers in het IJslands te zingen toen Asgeir er om vroeg. De bekende nummers zaten aan het einde, met “King and cross” en in de bis mocht natuurlijk “Torrent” niet ontbreken, heel dynamisch door de afwisseling van falset en orkestrale stukken. Dit was een heel warm sfeervol concertje geweest, en pure reclame voor het zien van artiesten in een kleine zaal.

Setlist: Head in the snow - In the silence - Lupin intrigue Ocean Higher - Summer guest - Was there nothing - Going home - Heart shaped box Dreaming - Nu Han blǽs - King and cross - On that day Torrent

Organisatie: Democrazy, Gent

Arsenal deed vanavond in De Kreun een try-out naar aanleiding van hun nieuwe vijfde plaat, ‘Furu’, en hun grote concert in april, de Lotto Arena. Die nieuwe plaat komt er drie jaar na de vorige, ‘Lokemo’, en afgaande op de set vanavond, met toch wel 5 nieuwe nummers in de set tussen al de crowdpleasers, zal dit een meer gitaargerichte plaat worden. ‘Furu’ kan zowel Japans, Noors als Surinaams zijn en betekent respectievelijk, ‘uit de hemel vallen’, een soort spar of den, of ‘veel’ of ‘vol’. We gokken dat deze plaat naar het Japans verwijst.

Veel oefenen was er precies niet nodig, Arsenal stond er als een huis vanavond, ze zijn klaar voor de Lotto-Arena, Rock Werchter en het Cactusfestival. Toch bleef dit een echt cluboptreden, met de bandleden dicht bij elkaar, wat voor een intieme en gemoedelijke sfeer zorgde. We vragen ons wel af of de Lotto-arena niet een beetje meer spektakel nodig zal hebben met een uitgebreidere lichtshow of projecties, want de Lotto Arena blijft toch een betonnen basketbalzaal.
Als we dan toch enig puntjes van kritiek op de set mochten hebben vanavond: het eerste deel van de set, met de meeste nieuwe nummers in, was wel heel gitaargericht, en dus minder dansbaar dan wat je van Arsenal gewoon bent: bij wijlen klonken ze als een echte rockgroep, de funk ontbrak soms een beetje. Ook de stem van frontvrouw Leonie Gysel zat soms wel heel erg naar achter gemixt, dat is geen probleem voor de nieuwe backingzangeres Charlotte, maar voor een echte frontvrouw die Leonie toch wel is, had ze soms een te veel ondersteunende rol vanavond. Anders geen kritiek, Arsenal heeft toch wel een indrukwekkende lijst van meezingers en dansers, gaande van de kosmische italo-disco van “One day at a time”, de gitaarriff van “Switch”, waar het lekker op hoofdbangen was; “High Venus”, met zijn refreintje “Nothing lasts forever” met zijn hoogmeezinggehalte, het stuiterende “Lotuk”, met Joan Roan in de rol van Shawn Smith, terwijl Leonie en Charlotte met  de vele ‘oohs’, ‘eehs’ en ‘ahs’ peper in dit nummer brachten. Absolute toppers vanavond waren het Braziliaans gezongen “Saudade”, de nieuwe single “Black mountain (Beautiful love”, het vrolijke “Estupendo” en de voor de bissen opgespaarde “Longee”, mijn favoriet, en het door iedereen meegezongen “Melvin”.

Arsenal wint dit jaar wellicht niet de Premier League, ondanks de duizend matchen van Wenger, maar voor de Arena’s en de festivals zijn ze wel klaar.

Setlist:
Temul - Not yet free - High venus - One day at a timeSwitch - Sharp teethGolden - Saudade 1&2 - The comingLovesongsEstupendoLotuk - Black mountainLongeeMelvin

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/arsenal-28-03-2014/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Pagina 10 van 12
FaLang translation system by Faboba