zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Concertreviews
Wim Guillemyn

Wim Guillemyn

donderdag 18 juli 2019 17:55

All Your Silences

We lieten jullie begin dit jaar al kennismaken met de vier nummers tellende EP ‘Single Mother’ van Rosalyn (Het zijproject van Fréderic Aellen van The View Electrical). Intussen is het volledige album ook uit en we waren dan ook zeer benieuwd naar het resultaat aangezien we het een aardig EP-tje vonden. Nu we moeten meteen zeggen dat enkel “Rusty” vanop de EP hier op ‘All Your Silences’ terug te vinden is. Op de EP met een piano begeleid, maar hier in een gitaarversie. Het geluid klinkt trouwens ook beter dan op de EP.
Voor de rest liggen de songs in het verlengde van wat hij op ‘Single Mother’ liet horen. Een warme en galmende gitaar samen met mooie harmonieën en gezangen. Dat is de kern van dit album en de songs. De ene keer al wat zwieriger dan de andere keer maar over het algemeen zijn het vrij rustige songs. De teksten hebben iets dromeriger en mijmerend over zich.
Maar soms zijn ze ook bitterzoet en zwart. Zoals opener “The Nineties” dat over zelfmoord gaat. Het gaat er wat zwieriger aan toe op “It Will Pass” doch de tekst gaat over de pijn en het verwerken van een verloren liefde. “Rusty” is een introverte song met occasionele viool die nu en dan voorbijkomt. Maar ze klinkt minder donker dan de versie op de EP. Ze past daarmee ook beter tussen de rest op dit album. Op “A Devoted Man” komt ene Rosalyn ter sprake. Zijn muze? Wie zal het zeggen. Net als “Rise” is dit één van de meest uptempo nummers op ‘All Your Silences’ en zijn ze misschien nog het meest geschikt als radiomateriaal. “Lost In The City Of Light” is een breekbaar en gevoelig nummer dat diep doorheen je hart snijdt. Sterk pareltje. Op “Suspended” komt er zowaar wat moderne percussie langs zonder de organische sound van het geheel te verstoren. Integendeel het is een leuke, ritmisch en uitwaaiend nummer geworden. “These Are The Hands I Care For” heeft een mooie tekst en dito orkestratie. Doch de zang kan mij niet helemaal overtuigen.
In totaal krijgen we hier dus tien kleine en minder kleine songs die soms groots in hun eenvoud klinken.
Wie Milow te melig of te poppy vindt moet Rosalyn eens proberen. Dit is minder vrijblijvend en bevat sterkere lyrics. Dit is een leuk zijprojectje van Aellen en voer voor fans van The View Electrical.

donderdag 18 juli 2019 17:15

Thriving Force

De naam Tom Tas (aka Tom Tee) is in eigen land al lang bekend van onder meer zijn werk bij Ostrogoth, Thorium, Neo Prophet en 23 Acez. Hij schreef de afgelopen jaren een grote hoeveelheid songs die niet pasten binnen de concepten van deze bands. Daarom begon hij te werken aan albums die verschillende soorten metal verenigen en waar hij fan van is en waar hij een resem gastzangers kan uitnodigen om de vocals in te kleuren. Vorig jaar bracht hij al een sterk album uit met Entering Polaris (met name ‘Godseed’) en nu is er ‘Thriving Force’ van In Motion. Wat is het verschil? De muziek op Entering Polaris is melodischer en de tracks gaan meer de richting prog/power metal terwijl de songs op Thriving Force meer richting melodische death/thrashmetal zijn. Alhoewel enkele songs qua structuur soms naar prog neigen. Alles werd gemixed en gemastered door Simone Mularoni (DGM) in zijn eigen Domination Studios.
Op de instrumentale opener “Inception” krijgen we een rustige intro met sfeervol gitaarwerk. Daarna gaan de gitaren over naar thrashmetal. Op “Thrive” krijgen we knap samenspel van ritmesectie en de gitaren die als een mitrailleur klinken. Gastzangers hier zijn David Davidson (Revocation) en Bjorn ‘Speed’ Strid (Soilwork). Die zorgen voor een afwisseling tussen moderne metalvocals en cleane zang. De langgerekte solo die het einde van de song inkleurt , is geslaagd. “I Bleed Worlds” gaat meer de richting van death metal uit. Op zang horen we Pierre Maille van Dagoba aan het werk. Halfweg de track zit er een rustige passage in met gitaarwerk in de stijl van de intro van “Inception”. Daarna bouwt hij de song en het ritme terug op. Daarna krijgen we “The Dying of Spheres part 1” (gezongen door Jasper Daelman) en “The Dying of Spheres part 2” (met vocals van Matthieu Romarin). Mede door die twee uiteenlopende zangers krijgen we twee songs met dezelfde titel maar met een andere vibe. Interessant om te vergelijken. “Utopia” is een song met drie gastzangers: Mike Slembrouck (After All), Jeffrey Rademakers (Spartan) en Benny Willaert (23 Acez, Gemini). Een song waar heel veel in zit. Qua stijl, ritmisch en dan met de afwisseling in zangstijlen. Slembrouck die de hogere cleane regionen voor zijn rekening neemt, Rademakers die hier grunt en death-gewijs zingt en dan nog Benny Willaert die er zijn invulling aan geeft. Zeker en vast een sterk nummer.  Het langste nummer is “Always In Motion” dat bijna twintig minuten lang is en duidelijke progressieve opzet heeft. Sindre Nedland (In Vain) mag hier zijn keel naast Björn Strid komen openzetten. De song begint vrij atmosferisch maar wordt daarna afgewisseld met nijdige passages. Ook hier terug mooi werk van de ritmesectie waar Jonathan Braeckman achter de drums zit. Hans Audenaerd tekent ook present voor enkele gitaarlijnen en op de akoestische gitaar. Tom Tee doet al het baswerk en ook enkele gitaarlijnen. Er staan nog twee instrumentale nummers tussen. Met name “Lunar” en “Solar” die beide rustige en gevoelige tracks zijn geworden met ruimte voor sax, cello en strijkers.
‘Thriving Force’ is een gevarieerd en goed gemaakt album. Met veel verschillende gastvocals zonder dat je de indruk hebt dat dit afbreuk doet aan de coherentie van de sound van het album.

donderdag 11 juli 2019 15:39

The Fifth Mechanism EP

Na twee full albums en een split single vorig jaar heeft Charles in the kitchen nu een vijf songs tellende EP uit. Ook nu weer krijgen we powerpop en rockgetinte songs voorgeschoteld. Met melodieuze en vinnige refreintjes. Denk daarbij aan sound dat ergens tussen Fisher-Z en The Kids in ligt. “Slip Through Your Fingers” neigt eerder naar de kant van Fisher-Z of The Stranglers, terwijl “I Wanna Know” eerder naar de kant van The Kids of de Evil Superstars overhelt. De gitaarriff is een duidelijke knipoog naar AC/DC. Het is misschien allemaal al eens eerder gedaan, maar het is met het nodige enthousiasme en geheel pretentieloos gebracht, waardoor het toch aanstekelijk werkt. “Johnny My Kind” is een wat mindere track die hiertussen niet had gehoeven. Maar “The Boy & The Girl” doet hem met al zijn energie gelukkig snel vergeten. Afsluiter “You Never Talk” is een zes minuten durende bluesrocktrack die beelden van zware en bezopen nachten oproept. Precies zoals zo’n track moet klinken.
Charles In The Kitchen is geen band die vernieuwend is, maar wel degelijke songs maakt met de nodige inzet en fun. Een aardig EP-tje.

donderdag 27 juni 2019 13:04

In Between

Bij de meesten onder jullie zal deze muzikant en componist niet gekend zijn. Toch loont het de moeite om eens de moeite te doen en naar hem te luisteren. Vooral wanneer je van sfeervolle, instrumentale luistermuziek houdt. Die bestaat hoofdzakelijk uit piano en strijkers en heeft synths op de achtergrond. Denk daarbij aan collega’s zoals Wim Mertens, Nils Frahm en Johan Troch. Wanneer je die laatsten kent moet je dit zeker eens checken. Steven Vrancken debuteerde live als solo-pianist in 2008 waarbij hij een concert gaf aan mensen die liggend de muziek ondergingen. Dat had de nodige respons en weerklank gekregen en dat voerde hem naar o.a. Nederland, Frankrijk, Spanje en Mexico. Intussen is dit, naast wat soundtracks, zijn derde album. Hij hield hiervoor in 2017 een crowdfunding waarbij hij 10.000 dollar ophaalde. Ook opvallend is dat hij zo goed als een autodidact is. Hij volgde geen opleiding en startte pas op zijn 22ste met pianospelen.
Op dit dubbel album neemt hij de piano, stem, xaphoon, sansula en synths voor zijn rekening. Ook het schrijven, produceren, mixen en masteren deed hij zelf. Opener “Eloria” bestaat uit knap, rustig pianowerk dat door cello (Wouter Vercruysse) en viool (Edwin Vanvinckenroye) ondersteund wordt. We vinden nog een aantal nummers op ‘In Between’ terug die ongeveer deze opbouw en sfeer hebben zoals o.a. “Sabiduria Sensual”, “Gracewood”, “Himaya” en “Crowned”. “The Passage” is een korte tussensong terwijl “Moulain” minder vrijblijvend is geworden. Deze track is zowel melodieus als ritmisch. Het is bijna als regen die je hoort kletteren op een glazen dak. Het tweede deel van het album gaat verder op de ingeslagen weg maar zijn heel wat langer in tijd (telkens meer dan tien minuten). Het is meer etherisch dan het eerste deel en het is muziek om op weg te dromen of even te ontsnappen uit de hedendaagse ratrace.
Steven Vrancken is voor mij een ontdekking. Zijn album bestaat uit twee verschillende albums die beide interessant en hun kwaliteiten hebben. Heel aangename luistermuziek die je verplicht om even stil te staan en echt je tijd te nemen.

donderdag 20 juni 2019 11:33

Worlds Apart

Een dikke twee jaar na de release van hun goed onthaalde debuut ‘Nothing Matters’ is er ‘Worlds Apart’. Ook werd This Can Hurt uitgebreid van een duo tot een kwartet. Dit met het oog op live optredens. Naast de twee spilfiguren (Jack Noise die drumt en soundscapes ontwikkelt en gitarist JP Debrabander) werd Sven Vande Neste aangetrokken om de vocals over te nemen en Jo Van Malderghem om de baslijnen vorm te geven.
This Can Hurt maakt muziek die elementen van industrial, rock en wave bevat. In hun muziek zorgen ze er wel altijd voor dat het vrij catchy blijft klinken. Dat zorgde er onder andere voor dat hun single “Mindblower” uit 2017 de Nederlandse top 20 haalde. Als ik ergens hun muziek moet afbakenen met andere bands dan denk ik aan o.a. Muse, NIN en Deftones. Vrij duistere muziek met een melodisch kantje. In vergelijking met hun vorig album zitten er in ‘Worlds Apart’ minder wave-invloeden en meer kenmerken van de alternatieve rock. Dit lijkt mij vooral te komen door een iets andere gitaarsound (meer fuzzy) en het timbre van de nieuwe vocalist. “High Tide” is de eerste single uit het album en bevat alle eerder opgenoemde elementen. Het is een leuke uptempo single. De nummers kan je opdelen in twee categorieën: de uptempo en de trage songs. Bij de uptempo tracks denk ik dan aan “Rivers Run Deep” (dat op sommige momenten wat aan Dinosaur Jr doet denken), “Fate” en met speciale vermelding het indrukwekkende “The Fall Of Mark E Smith”, een eerbetoon aan de verleden jaar overleden zanger van The Fall. Het bevat mooie samenzang in het refrein terwijl de verses aan Mark E Smith doen denken. Tevens een  donker (echo’s van The Sisters of Mercy zijn nooit ver weg) en snijdend nummer. Daarnaast staan er ook enkele rustiger nummers tussen zoals “Some Days”, een eerder traditionele ballad waar de nodige emotie in gestoken werd. Niet slecht, maar wel wat voorspelbaar. “For You” vind ik net dat tikkeltje sterker. Het is een song die traag en onconventioneel wordt uitgebouwd maar waar veel in zit. Een sfeer die beklemmend, fragiel en connectloos klinkt. Heel geslaagd. Bij de aanvang van “Diane” krijgen we haast doom te horen. We krijgen hier een lekker vette sound met een mooi opgebouwd refrein.
‘Worlds Apart’ is een meer dan geslaagde opvolger van hun debuut. Ze ontwikkelen zich verder en het is een stapje vooruit dat ze hebben weten te zetten met enkele topnummers zoals “The Fall Of Mark E Smith” en “For You”.

vrijdag 31 mei 2019 02:05

Don’t -single-

Twee jaar na het lichtjes fantastisch album ‘Sciencing’ lost Tim Vanhamel met Millionaire een nieuwe song. Ter ere van Record Store Day brachten ze deze uit op roze gelimiteerde vinyl. Of er ook een nieuw album zit aan te komen, konden we helaas niet achterhalen. Voorlopig doen we het dus met dit funky nummer hier en het is terug een vet en groovy track geworden. Met daarenboven een heerlijk soulvol refrein dat het nummer nog catchy maakt ook. De mix klinkt weer super en tot in de details uitgewerkt.
Op de B-kant staat een uitgebreide instrumentale remix van “Don’t”. Daar wordt nog de meeslepende sax van Matthias De Craene aan toegevoegd, waardoor het nummer een seventiesfunksfeertje krijgt. Denk bijvoorbeeld aan de soundtracks uit die tijd.
Als dit de voorbode van een nieuw album is dan zijn we zeker geïnteresseerd want “Don’t” klinkt zoals we van Tim Vanhamel gewoon zijn: een vette groove met een aanstekelijke melodie.

vrijdag 31 mei 2019 01:53

Je t’ Aime

In 2018 vormden ze in Parijs deze band en ze brachten dat zelfde voorjaar nog hun debuutsingle “The Sound” uit. Na het enthousiaste onthaal van dit eerste nummer besloten Crazy Z (gitaar), Tall Bastard (bas en gitaar) en Dany Boy (programming, vocals en synths) om verder nummers te schrijven. Ze huurden ergens een plek in Brittannië. Ze verbleven daar de ganse zomer en dat resulteerde in elf nummers die je nu op hun debuut kan beluisteren.
Het resultaat van die zomer is een mix van postpunk en coldwave met o.a. echo’s van de Mancunian Factory en The Cure.
De single “The Sound” drijft op een heel aanwezige baslijn en gekke synths. De vocals doen wat denken aan de zanger van de voormalige Belgische band The Popgun, maar ook aan die van The Soft Moon of de zanger van The Rapture . Zo heb je meteen een idee van de man zijn stemtimbre en manier van zingen. Op “Dance” krijgen we hetzelfde procedé maar de mix ligt hier wat anders. De synths zijn nu meer in het nummer gemixt en dat geeft de track meer een darkwave-feeling mee. Bij momenten vind ik ze ook wel catchy zoals in het refrein van “The Flying Dutchman” of de synths tijdens “Spyglass”. De baslijn in de intro van “A Million Suns” doet denken aan “Bro Hymn” van Pennywise. Maar dan gaat de song op een ander elan verder.
Tussen die elf tracks staan veel uptempo nummers op maar daarnaast ook enkele rustiger songs zoals “Watch Out!” dat sfeervol uitgebouwd werd. “Hide & Seek” is  melancholische en aangename synthwavesong geworden. Tijdens het beluisteren valt er genoeg te ontdekken en er is voldoende variatie om het boeiend te houden.
Het trio van Je t’ Aime is niet voor één gat te vangen. Ze gebruiken allerlei elementen uit de wave- en postpunkgeschiedenis en maken er hun eigen sound van. Heel aardig debuut!

vrijdag 31 mei 2019 01:18

Emotional Detox

Camera is een in Berlijn gevestigde vijfkoppige band die sedert 2012 actief is en met ‘Emotional Detox’ zijn ze toe aan hun vierde plaat. Michael Drummer is wel de enige constante in dit verhaal. En ja hij speelt ook op de drums bij Camera. Van een goed gekozen familienaam gesproken… De band bestond al als duo en trio en nu dus als kwintet. Je hoort dat ook doorheen de vijf albums. De verschillende bezettingen en bandleden geven het telkens een andere dynamiek zonder dat de sound zijn eigenheid verliest.
De muziek op ‘Emotional Detox’ neemt je mee op een trip. Eén die soms kosmisch klinkt (zoals op opener “Gismo”) en tegelijk ook heel erg cinematografisch. Net als Kasabian bouwen ze een groove op waarrond er dan gespeeld wordt. Met dit verschil dat Kasabian alles nog verder uitdiept en toegankelijker voor het grote publiek maakt. Camera houdt het geluid meer open en persoonlijk. Dit alles vinden we ook terug op het elf minuten durende “Patrouille” dat als een heuse road-trip klinkt. Vervelen doet het niet , daarvoor zit alles wel goed genoeg in elkaar. Net zoals de andere tracks op deze plaat trouwens. Daarmee bevestigen ze ook hun statement dat ze willen loskomen van de typische krautrock. Je hoort ze vrijer spelen dan op hun vorige releases. Het experiment wordt hier meer als resultaat gepresenteerd. Dat werkt wel. Maar soms denk je wel eens: hier konden ze nog wat meer mee gedaan hebben zoals de song nog wat stroomlijnen en stileren. Langs de andere kant heeft het ‘onaf-gevoel’ ook wel zijn charmes in deze hedendaagse sterk geprofileerde samenleving.
‘Emotional Detox’ is voor avontuurlijke zielen. Ben je dat, dan zit je hiermee goed.

donderdag 16 mei 2019 13:00

Meisje meisje

Na vijf Engelstalige albums vond Neeka het tijd om het over een andere boeg te gooien en ze nam Nederlandstalige liedjes op. Het resultaat daarvan kan je nu horen op ‘Meisje meisje’. Die ommezwaai naar de moedertaal werd haar overigens al lang aangeraden door o.a. Guido Belcanto en Kris De Bruyne. Hadden ze gelijk?
Ik moet eerlijk zeggen dat het wat wennen was om haar in het Nederlands te horen zingen. We werden al wat warm gemaakt de vooruitgelopen single “Kersen”, die mij kon charmeren. Een ideale song om mee te openen ook. Een uptempo liedje dat catchy en zacht klinkt. Het tweede nummer is “Kris De Bruyne” wat een eerbetoon is aan de man zijn liedjes en teksten. Een mooi eerbetoon met een zingende bas en een weemoedige slidegitaar op de achtergrond. Op “Herfst” toont ze haar zielsroersels.
Eigenlijk doet ze dat op vele liedjes en dat maakt het intieme werkjes waarbij ze zich blootgeeft. Tijdens “Ik Ben Echt Niet Kwaad” hoor je dat ze zingt ‘ik ben echt niet kwaad’ terwijl ze dat wel is. Een leuke contradictie waarbij mensen soms het tegenovergestelde zeggen van wat ze menen. Mooie song waar hier wat venijn in zit. Iets wat ik soms wel wat mis op dit album. Ook op “Geen Brave” komt ze onverwacht uit de hoek. De liedjes klinken soms lieflijk, maar de teksten tonen dan weer een andere kant van haar. Het titelnummer heeft een slimme opbouw. Er wordt sterk afgesloten met “Alles Voor Jou” dat bitterzoet klinkt.
Het voordeel met dit Nederlandstalige album is dat het meer opvalt dat Neeka interessante teksten neerpent. Je hebt het idee dat je een inkijk in haar bestaan krijgt.
Wie van kleinkunst houdt,zal dit zeker weten te waarderen. De aantrekkelijkste nummers voor mij zijn diegene waar er wat venijn of bitterzoetheid in zit. ‘Meisje meisje’ is een geslaagde luisterplaat geworden.

donderdag 02 mei 2019 14:50

Again

Bijna vier jaar na hun tweede album ‘Turtles’ heeft het Italiaanse trio A Violet Pine zeven nieuwe songs uit, gebundeld onder de naam ‘Again’. En ze blijven ook ditmaal zichzelf heruitvinden. De eerder naar post-rock neigende songs uit hun vorig album hebben plaats gemaakt voor stevig klinkende rock. Het is eerder stonerrock met een scheut shoegaze of noise-rock. De gitaren treden nu veel meer op de voorgrond en de synths zijn zo goed als verdwenen. Er is ook een andere bassist (Francesco Bizzoca) aangetrokken. Voor wie hen al kende is het toch even aanpassen wanneer je het album voor het eerst hoort.
Gedaan met sfeerrijke soundscapes gegoten in songs. Vanaf opener “Instellar Love” wordt er stevig van jetje gegeven. Een zwaar overstuurde gitaar zet het nummer in. Je hoort meteen ook dat de klankkleur en vibe van de bas en de drum anders liggen ten opzichte van hun vorige werk. De bas klinkt zwaarder en voller. De drums knallen doorheen de song. Er wordt nog altijd min of meer op dezelfde manier gezongen, maar ook hier is de benadering anders. “Run Dog Run” is één van de sterkste songs uit de plaat. Fijn drum- en baswerk, urgent klinkend gitaarwerk en aangename vocals. Het titelnummer is eerder een vrij korte track (drie minuten en een half) naar hun normen. Maar het is een fijne songs dat de alternatieve rock uit jaren negentig terug oproept. “Black Lips” begint eerder voorzichtig en vrij clean. Het bouwt zich mooi op naar een climax waarbij de grungy klinkende gitaar en de volle bas terug hun intrede maken.
Om in de jaren negentig te blijven: dit doet wat aan Buffalo Tom denken. Ook “Monster” klinkt eerder rustig in het begin. De ritmische intro vind ik leuk gedaan. Afsluiter is de instrumentale song “Z00” en die begint zowaar met een akoestische gitaarriedel die nogal snel omslaat naar de reeds gekende sound van het album.
Op ‘Again’ doet A Violet Pine de alternatieve rock uit de jaren negentig heropleven. Het album is een stijlbreuk met ‘Turtles’ uit 2015 en het doet mij trouwens denken aan bands als Sonic Youth, Dinosaur Jr, Pavement of Hüsker Dü. Wie van die laatste bands houdt, zal hier heel waarschijnlijk ook wel een boontje voor hebben.

Pagina 1 van 23