• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Concerten Fulco, Mauro Pawlowski, Handelsbeurs , Gent op 5 december 2019 The Steve Hillage Band and Gong…

  • Botanique, Brussel - concertenreeks
    Botanique, Brussel - concertenreeks Botanique, Brussel - concertenreeks Concerten Omni-woensdag 20 november 2019-Witloof Bar-20h Ezra Furman - woensdag 20 november 2019 - Rotonde -…

Talen

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait

Binic Folks Blues Festival 2018 - Rock-‘n-roll dood? Niet in Binic!

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2018 - Rock-‘n-roll dood? Niet in Binic!
Binic Folks Blues Festival 2018
Côtes d’Armor (Festivalkaai)
Binic (Bretagne)
2018-07-27 t/m 2018-07-29
Ollie Nollet

Twee jaar geleden had ik nochtans gezworen er nooit nog terug te zullen komen. Het eens zo pittoreske festival was compleet uit zijn voegen gebarsten. Ik ergerde me rot aan het zo goed als onbestaande sanitair en die zwalpende massa die hectoliters eigen drank het terrein op zeulde kon ook al niet op mijn sympathie rekenen.
Maar de line-up was dit jaar dermate indrukwekkend dat ik het er toch nog eens op waagde, zij het slechts voor één dag. En er bleek toch een en ander veranderd. De site was dit keer afgesloten ( niet hermetisch maar het hielp toch) en alle rugzakken en tassen werden gecontroleerd. Er werd duidelijk ingezet op de veiligheid en af en toe zag je piepjonge, tot op de tanden gewapende, militairen door de straten marcheren wat er dan weer helemaal over was.
Pijnpunt blijft evenwel, ondanks enkele aanpassingen, de sanitaire voorzieningen. Maar dat bleek geen rem op de opkomst die voor deze tiende editie weer duizelingwekkend hoog was. Voor de grote namen moest je er nochtans niet zijn. Zo was de afsluiter vrijdagavond op het grootste van de drie podia Endless Boogie, een groep die ik vorig jaar nog zag in café De Zwerver.  Met zijn vijftig tot zestigduizend bezoekers verspreid over de drie dagen blijft Binic Folks Blues Festival een onverklaarbaar fenomeen.

Verslag van één dag
Het festival opende meteen met de, wat mij betreft, interessantste naam op de affiche : Mr. Airplane Man! Genoemd naar een Howlin’ Wolf song en met een duwtje in de rug van Mark Sandman (Morphine) en Jeffrey Evans (68’ Comeback) maakte dit duo uit Boston net na de eeuwwisseling enkele mooie platen op het legendarische Sympathy For The Record Industry label. Het sprookje duurde echter niet lang. In 2005 was het voorbij en nadat Margaret Garrett (zang/gitaar) een blauwe maandag bij Jack Oblivian’s Tennessee Tearjerkers speelde en Tara McManus (drums + orgel) een plaat opnam met de Turpentine Brothers kozen beiden er blijkbaar voor om moeder te worden en werd er verder niets meer van hen vernomen. Tot in 2014 ‘The lost tapes’, een verloren plaat die op de schappen van Fat Possum was blijven liggen, dan toch nog het levenslicht zag. Een jaar later begon het duo opnieuw te touren waarbij ze onder andere de Vera in Groningen aandeden. Dit jaar verscheen er zelfs een gloednieuwe plaat, het overigens uitstekende ‘Jacaranda blue’, op het Franse Beast Records, een label met een zwak voor schijnbaar uitgerangeerde artiesten. Denk maar aan Jerry en Pauline Teel (Chicken Snake) of Patrick Bourbonnais (Gravel Route). Van die laatste band verschijnt trouwens binnenkort een nieuwe plaat, ‘Mr. Gravel Men’, waarvoor ze samenwerkten met... Mr. Airplane Man. Hooggespannen verwachtingen dus maar ik werd niet teleurgesteld. De twee begonnen vrij indrukwekkend met “Red light” uit 2001. Direct daarna kreeg ik het even moeilijk met een drietal ingetogen songs. Mooi, daar niet van, maar ik miste wat power. Ze wilden het, ondanks het grote podium wat intiem houden (met enkele foto’s van hun helden tegen de gitaarversterker geposteerd) maar dit klonk net iets té laid-back. Na dit dipje herpakten ze zich en konden de wankele drums van Tara en de niet altijd even toonvaste stem van Margaret zich wel perfect integreren in die toch wel unieke sound van Mr. Airplane Man die soms aardig dicht in de buurt van Junior Kimbrough kwam. Die gruizige, repetitief klinkende gitaar had een hypnotiserend effect waarbij het verdomd heerlijk wegsmelten was. Naast eigen parels als “C’mon Dj” of “Blue as I can be” brachten ze ook enkele geïnspireerde covers: “Asked for water”van Howlin’ Wolf en “Black cat bone” van de ten onrechte vergeten bluesmadam uit Memphis, Jessie Mae Hemphill. Zelfs het eenvoudige en treurige “I don’t know why?” bleek hier veel meer in zich te hebben dan ik ooit had durven vermoeden. Het nieuwe “I’m in love” leek met zijn in reverb gedrenkte gilletjes dan weer een eerbetoon aan de betreurde Alan Vega. Alles leek plots van een onaardse schoonheid tot een hevige plensbui me plots uit mijn bedwelming deed ontwaken en waardoor Mr. Airplane Man het ook, wat vroeger dan voorzien, voor bekeken hield. Dju!

Op de Scène de la Cloche zag ik vervolgens The Floors, een harig trio uit het Australische Perth waarvan de drummer (Ash Doodkorte) net uit zijn grot in het Afghaans gebergte leek te zijn ontsnapt maar toch mooi een t-shirt van Future Of The Left droeg. Schipperend tussen hardrock en bluesrock hadden ze het bastaardkindje van The Gun Club en Motörhead kunnen zijn. Zwaar, vuil, wild en met net voldoende rock-‘n-roll in de aderen om een tevreden grijns op mijn smoel te laten verschijnen.

Met CATL (Toronto) zag ik de derde band op rij die net een plaat (‘Bide my time until I die’) uithad op Beast Records, hofleverancier van groepen op Binic. Uitgeklede ‘rock-‘n-roll dance songs’ met af en toe een neut blues gebracht door een hyperkinetische gitarist (Jamie Fleming) en de ravissante Sarah Kirkpatrick op staande drums. Eén brok energie waarbij één cover te noteren viel: “Thunderbird esq” van The Gories. Wat niet toevallig geweest zal zijn want Dan Kroha speelt af en toe mondharmonica op hun platen. Tussen de credits op die platen vinden we trouwens nog meer mooi volk. Zo wisten ze voor hun laatste Jim Diamond te strikken om de eindmix vast te leggen.

Ik had ze niet aangestipt maar omdat er op dat moment niets anders te beleven viel toch maar eens naar Les Lullies gaan kijken. Voor wie het Nederlands machtig is, een tot de verbeelding sprekende naam maar dat zullen de vier uit het Franse Montpellier wellicht niet weten. De groep bestaat amper twee jaar en heeft slechts twee singles op het actief, waarvan de laatste, “Don’t look twice”, op Slovenly Recordings. Desondanks zag ik een erg volwassen band aan het werk. Kick-ass punk met veel glamrock invloeden, het had zeker wat.

Tijd voor het wat grotere werk dan op de Scene Banche met Mark Porkchop Holder uit Chattanooga, Tennessee. Porkchop stond in 2003 mee aan de wieg van de Black Diamond Heavies maar hield het daar al vlug voor bekeken om solo zijn weg te zoeken. Een succes werd het niet want de man sukkelde van de ene depressie in een andere verslaving. Toch zag ik hem in die schimmige periode (in 2011) aan het werk in datzelfde Binic. Er volgde zelfs een plaat, ‘Fry Pharmacy”, maar die is zo obscuur dat hij niet eens vermeld wordt op Discogs. Vorig jaar maakte hij dan plots met groep twee lp’s, ‘Let it slide’ en ‘Death and the blues’. En dan nu op het podium in Binic, dit mocht ik niet missen. MPH (zo heet hij zijn groep) bleek niet meteen uit posterboys te bestaan. Porkchop mag dan al kogelrond zijn, vergeleken bij zijn bassist, Travis ‘T-Bone’ Kilgore, leek hij wel een anorexia-patiënt. Derde man was Doug Bales (Uncle Lightnin’), die, vrij naar Woody Guthrie, “This machine kills fascists” op zijn basdrum had geschreven. Kilgore had op zijn beurt dan weer een tape met de woorden “Fuck Trump” op zijn arm. Nogal gratuit ben ik dan geneigd te denken maar bij deze mannen voelde het spontaan en gemeend aan. Porkchop is een meester op de slidegitaar, een ware lust voor het oor, en samen met Kilgore en Bates vormde hij een erg strak klinkende groep.
Blues zoals ik ze het liefst lust: rauw en met de nodige dosis rock-‘n-roll terwijl de technische finesse toch niet ontbrak. Een set vol hoogtepunten waarin ik toch weer mateloos kon genieten van een Junior Kimbrough-cover: “Sad days and lonely nights”. Achteraf kon ik me alleen maar afvragen waarom het zolang geduurd heeft om met een groep als deze naar buiten te komen.

Digger & The Pussycats uit Melbourne zag ik enkele keren aan het werk in de Pit’s en dat waren telkens memorabele avondjes. Ook het daaropvolgende Kamikaze Trio vond ik best de moeite maar de herinneringen blijken na al die jaren toch wat vervaagd. Het is trouwens al negen jaar geleden dat Digger & The Pussycats nog een volwaardige plaat maakten. Maar nu werd ‘Watch yr back’ uit 2005 heruitgebracht (door Beast Records of wat dacht je) en dat diende gevierd te worden. Wat ook effectief gebeurde want een feestje werd het daar op de Scene Banche. Gitarist Sam Agostino leek nog steeds een springveer waar de tijd geen vat op krijgt. De conditie van staande drummer Andy Moore leek net iets minder maar dat kon niet verhinderen dat we een set stomende, pretentieloze punk voorgeschoteld kregen. Wat klonken die nummers toch bekend en even fris als destijds in de oren. “100 degrees”, “Coming to get you”, “Save yourself”,... Het bleken songs voor de eeuwigheid.

We hadden al zoveel moois gehad en na de splinterbom geheten Digger & The Pussycats vroeg ik me af hoe het volk zou reageren op  de trage, uitgesponnen nummers van Endless Boogie. Maar wat dacht je? Het publiek was gekomen om te pogoën en te crowdsurfen en dat gebeurde dan ook, zoals steeds hier, in alle uitbundigheid.
De vier uit Brooklyn, New York zullen zich wel even de ogen hebben uitgewreven. Na wat technische problemen (tot tweemaal toe zorgde een basversterker voor een stroompanne) opende de band met het heerlijke “Back in ‘74”. De grommende zang van Paul ‘Top Dollar’ Major, de roesverwekkende gitaarescapades van diezelfde Top Dollar en Jesper ‘The Governor’ Eklow, stevig gedekt door bassist Marc Razo en drummer Harry Drudz... We leken op weg naar een grandioze apotheose van een sensationele festivaldag maar dat werd het nipt niet.
Het tweede nummer werd eindeloos uitgesponnen waarbij de heren het eerste deel van hun groepsnaam alle eer aan deden. De gitaren meanderden weliswaar sprankelend door elkaar maar telkens de eindmeet leek bereikt begon er, aangemoedigd door een uitzinnig publiek, een nieuwe ronde. Na zo’n twintig jaar ervaring weten deze mannen perfect hoe ze moeten jammen maar dit duurde me toch iets te lang. Tijdens de resterende nummers hielden ze het toch wat strakker maar de magie van hun set vorig jaar in De Zwerver was er dit keer niet bij, ook al omdat klasbakken als “Vibe killer” ontbraken. Voor hun tweede optreden op zaterdag beloofden ze totaal iets anders te zullen spelen maar daar was ik helaas niet bij.

Toch kon ik het niet laten om op zaterdag, een dure belofte negerend, nog eens terug te gaan om een tweede keer van Mr. Airplane Man te proeven, dit keer op de wat kleiner Scene Pommelec. Wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb. De twee dames hadden hun setlist totaal door elkaar gegooid en zo werden de zachtere nummers perfect verdeeld tussen het stevigere werk. Van een dipje was hier geen sprake meer, integendeel, deze Mr. Airplane Man steeg boven zichzelf uit. Soms vragen mensen me waarom ik in godsnaam een groep twee dagen na elkaar ga zien. Na dit optreden zou ik er zelfs niet mogen aan denken dat ik het niet deed. Moeilijk uit te leggen wat er precies gebeurde maar diezelfde songs klonken allemaal net iets bezielder terwijl er een niet te bevatten magie in de lucht hing. Het zorgde voor een zinderende sfeer waarbij er zowaar twee crowdsurfende rolstoelgebruikers opdoken. Optreden van het jaar, tot nu toe.

Organisatie: Binic Folks Blues Festival  

Aanvullende informatie

  • Date: 31-07-2018
  • Festival Name: Binic Folks Blues Festival 2018
  • Festival Place: Côtes d’Armor (Festivalkaai)
  • Festival City: Binic (Bretagne)
Gelezen: 191 keer