• Botanique, Brussel - concertenreeks
    Botanique, Brussel - concertenreeks Concerten Miel De Montagne-vrijdag 1 november 2019-Rotonde-20h Col3trane-vrijdag 1 november 2019-Witloof Bar-20h Chilla, leo Fifty five - vrijdag 1 november…

Talen

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait

Leffingeleuren 2019 - van 13 t-m 15 september 2019 - Een boeiende driedaagse trip - Een overzicht

Geschreven door Tijs Delacroix en Ollie Nollet

Leffingeleuren 2019 - van 13 t-m 15 september 2019 - Een boeiende driedaagse trip - Een overzicht
Leffingeleuren 2019
Festivalterrein
Leffinge
2019-09-13 t-m 2019-09-15
Tijs Delacroix en Ollie Nollet

Leffingeleuren kende dit jaar een van haar beste edities in jaren. Stralend zomerweer, nagenoeg uitverkocht en daarenboven ook heel wat interesse in het gratis programma. De nieuwe formule maakt van Leffingeleuren de ideale kruising tussen stadsfestivals als Gentse Feesten, met de uitdagende kwalitatieve programmaties als die van festivals als Le Guess Who of Sonic City, tamelijk uniek in haar soort dus, als je het ons vraagt.
Dit jaar spande Duyster andermaal de kroon op zaterdag, maar verdronken we over het algemeen wat in gitaargeweld. Wel pikten we opnieuw enkele leuke nieuwe ontdekkingen mee … Lees hieronder meer over de acts die het beste van zichzelf gaven.


dag 1 - vrijdag 13 september 2019
Openen deed Leffingeleuren, traditiegetrouw, met de winnaar van de Jong Muziek-wedstrijd van Theater Aan Zee. Met louter een gitaar en een effecten/loop-plank tot zijn beschikking, betrad Jacobin de Kapel dat in de schaduw van de centrale Kerk was opgebouwd. Een tape waarop kustklanken de basis van zijn set vormde, waar hij vervolgens zweverige elementen aan toevoegde. Helaas waren we niet mee met zijn verhaal, pas na 20’ kregen we een interessante opflakkering te horen. We zullen hem niet afkraken, maar museummuziek leek ons een passende term, een beetje een gekke opener voor deze driedaagse, waarop toch vooral gitaren centraal stonden. Verder kregen we ook niet veel te zien van de artiest zelf, aangezien hij grotendeels ineengekrompen aan zijn knoppen friemelde.

Het was al de derde keer in korte tijd dat we Peuk aan het werk zag en opnieuw wisten ze me midscheeps te raken met een verschroeiende set noiserock waarin de gitaar tegelijkertijd zowel gruizig als helder klonk. Nele Janssen leek als frontvrouw nog te zijn gegroeid en dartelde gracieus over op het podium, vakkundig geruggensteund door gevestigde waarden Jacques Willems (Heisa) op bas en drummer Dave Schroyen (Evil Superstars, Fence, Creature With The Atom Brain, Birds That Change Colour). Nummers als “Magpie” en “Cave person” zouden stilaan tot het collectieve geheugen van de Vlaamse muziekliefhebber mogen horen. Bijzonder mooi en ontroerend ook was het eerbetoon aan de ons onlangs ontvallen Daniel Johnston. Nu wordt het langzamerhand uitkijken naar een opvolger voor hun uitstekende debuutplaat.

We zaten er niet op te wachten maar gelukkig werd het net tijd om naar de zaal af te zakken voor de semi-legendarische band uit Los Angeles, The Warlocks. Het was precies 16 (!) jaar geleden dat we ze op Metropolis in Rotterdam zagen. Op het eerste zicht leek er niets veranderd. Of toch? Zanger Bobby Hecksher zag er wat verlept uit: een te laag uitgezakte buik of een te krap t-shirt of allebei en zwartgeverfde manen, een mooi zicht kon je het niet noemen. Dat terwijl de rest van het gezelschap leek vastgeroest te zijn in hun pose van nonchalante stoerheid. The Warlocks ( hun naam werd eerder door zowel The Velvet Underground als Grateful Dead gebruikt tijdens hun ontstaan) begonnen eerder aarzelend met “Red camera” en “Isolation”, loom voortstrompelende psychedelica. Uitstekend te genieten om halfeen s’nachts in de zetel met een goed glas binnen handbereik. Maar dit was wel een festival en de honger was groot. Het leek erop alsof ze het weinige volk (de meesten zaten nog bij Squid) het pand wilden uit jagen. Maar na een goed kwartier volgde de kentering, uitgerekend met onze favoriete Warlocks song, “Shake the dope out” uit 2003 ook al weer (zowat alle songs kwamen trouwens uit hun prille beginjaren). Vanaf dan lag het tempo iets hoger en mocht het al eens swingen. En het werd nog beter: “Caveman rock” was de start van een schitterende finale waarin ze plots hun sudderende psychedelica lieten kolken, Bobby Hecksher zich met zijn ongetwijfeld stramme benen aan een dansje waagde en er zelfs echo’s van de vroege Cramps opdoken.
The Warlocks bewezen dan toch veel meer te zijn dan de verweesde neefjes van The Brian Jonestown Massacre. Zonder die makke start was dit beslist één van de hoogtepunten van Leffingeleuren geworden, zonde eigenlijk.

Squid was misschien wel de naam die vrijdag het meest over de tongen ging. De kapel stond dan ook afgeladen vol voor het piepjonge vijftal uit Brighton. De presentator vergeleek de band in zijn aankondiging met LCD Soundsystem maar tijdens de eerste twee nummers was daar weinig van te merken. Ze begonnen zelfverzekerd met een lap atmosferische jazz waarin we warempel twee trompetten konden ontwaren. Knap gezongen ook door een charismatische Ollie Judge die toen nog voor zijn drumstel stond. Tijdens het tweede nummer, nu wel met echte drums, werd nog even dezelfde koers gevaren maar bij nummer drie was het zover en werd er geswitcht naar hoekige dancebeats die inderdaad aan de gewrochten van James Murphy deden denken.

Bij Pile (oorspronkelijk van Boston maar nu in Nashville residerend) in het café stonden een handvol jonge enthousiastelingen zich in het zweet te dansen. Niet echt voor de hand liggend want het viertal bracht hoekige noiserock met slacker gitaren en af en toe wat prog invloeden die alle kanten op stuiterde. Met Rick Maguire, die me aan Scott McCloud van Girls Against Boys deed denken, had de groep wel een gedreven frontman aan boord. Knap maar het ontbrak de band toch aan enkele uitschieters.

The Soft Moon (Oakland, Californië) bestaat eigenlijk enkel en alleen uit Luis Vasquez maar op tournee laat hij zich bijstaan door een drummer en een bassist. Zijn muziek wordt geklasseerd onder de post-punk (die term wordt duidelijk steeds rekbaarder). Andere omschrijvingen zijn darkwave, minimal wave en industrial rock. Dat klonk verdomd veelbelovend alleen hoorden we slechts onopvallende electropunk die me ijskoud liet. Voer voor de liefhebbers die er wel degelijk waren.

Daar Raketkanon alle volk naar zich toe zoog trokken we wat uit medelijden naar de kapel waar op hetzelfde moment Lust For Youth (Kopenhagen) te zien was, terwijl we heel goed wisten dat dit op niets ging uitdraaien. De groep bracht reeds vijf platen uit op Sacred Bones, een label met een zekere reputatie, en dat gaf me toch nog een sprankeltje hoop. Helaas bleek die meteen ijdel bij aankomst in een zo goed als lege kapel. Twee mannen brachten er in een waas van rook en gekleurde lichten het soort electropop waar we in de jaren ‘80 van gruwde. Dan toch maar naar Raketkanon (Gent). We zagen knappe gebrachte oorverdovende noiserock waarvan we al snel dachten: dit is één grote gimmick. Voor wie daar vrede mee heeft is Raketkanon ongetwijfeld een sensatie, we werden er alleen maar moe van.

Ondanks het nachtelijke uur toch maar eens de New Candys (Venetië) in het café gaan zien. De Italianen touren als voorprogramma van The Warlocks en we waren benieuwd waaraan ze dat verdiend hadden. Bekoorlijk deinende psychedelische rock met zwijmelende gitaren en omfloerste zang werd ons deel. Mooi maar het bleef toch vergeefs wachten op dat ene nummer die de aanschaf van een plaat kon rechtvaardigen. Maar als support van The Warlocks zonder meer een terechte keuze.

dag 2 - zaterdag 14 september 2019
14h, slechts enkele zielen vonden toen al de weg naar De Zwever. Daar stond Mirek Coutigny, winnaar van het Verse Vis-concours voor ons klaar. Coutigny bracht een sterke mix van elektronische en esthetisch, zweverige klanken. Het deed ons wat denken aan een minder bombastische uitvoering van wat we bij bands als Sigur Ros soms horen. Door de speelse touch, die de percussie bracht, voelde het geheel fris en vernieuwend aan.  Zo ook “Atlas”, de nieuwe single van de groep die in primeur op ons werd losgelaten. De composities van Coutigny hebben een klassieke opbouw, wat ook deels wordt aangesterkt door de aanwezige pupiters, maar er valt heel wat meer te horen dan louter dat.
Het erg volle geluid dat het drietal neerzet, bevat een aantal ruwere toetsen, maar blijft trouw aan de erg filmische onderlaag. Het intense oogcontact tussen de drie groepsleden, bevorderde de heerlijke sfeer des te meer. Mirek Coutigny zal niet iedereen kunnen bekoren, maar wie van mooie, sterk uitgewerkte composities houdt, zal bij Mirek Coutigny ongetwijfeld aan zijn of haar trekken komen.

The Blinders uit Manchester hadden ons schurende punkrock beloofd en dat kregen we ook, zij het slechts de eerste drie of vier nummers. Daarna schakelde het drietal over naar noeste werkmansrock waar ze even goed weg mee kwamen. Songs als “Brave new world”, “L’état c’est moi” en “Rat in a cage” bleven tot de verbeelding spreken terwijl er op het podium voldoende te zien was. Zanger Thomas Haywood zag er met een uitlopende mascaraband rond de ogen uit als een kruising tussen Robert Smith en Batman terwijl een voortdurend dansende bassist Matt Neale, strak in het pak, menig meisjeshart op hol liet slaan. Naar het einde toe begon de stem van Haywood, vooral tijdens de parlando gedeelten, plots steeds meer op die van Jim Morrison te lijken. The Blinders, een naam om te onthouden.

Valley Maker ofte Austin Crane uit Seattle is een geval apart. Naast de muziek is hij ook doctoraatsstudent sociale geografie en zijn eerste plaat deed vooral dienst als zijn thesis. Maar de man bleek de eenvoudigheid zelve. Zichzelf begeleidend op akoestische gitaar bracht hij met rafelige stem een reeks indringende songs. Tussendoor bleef hij ons uitvoerig bedanken omdat we zo aandachtig naar hem luisterden terwijl er buiten voor de deur onder een stralende zon een party te beleven viel. Er moesten er meer zijn als hij.

Martha Da’ro wordt her en der als ‘groot talent’ aangehaald. Op podium is daar in ieder geval letterlijk weinig van aan te merken. Een klein meisje dat wel overtuigd op podium staat. Of we haar figuurlijk een groot talent mogen noemen, ook daar zijn we het niet meteen mee eens. Het hoge kinderstemmetje gecombineerd met een a capella track, voelde in ieder geval een beetje ongemakkelijk aan. Wanneer er wat beats aan haar show worden toegevoegd, dan kruipt er wel al wat meer soul in haar performance die neigt naar Amy Winehouse zaliger. Maar honderd procent overtuigd, zijn we niet. De erg hoge stemtonen zorgden voor een overkill die neigde naar Selah Sue wiens strot dichtgeknepen wordt, niet onze meug. Haar podiumpresence en coole stijl maken veel goed, maar haar stem achtervolgt ons ‘s nachts nog.

Bill Ryder Jones moet je de knepen van het artiestenvak niet meer leren kennen. De man speelde destijds bij The Coral, waarvan hij tot op de dag van vandaag nog steeds zijn gitaarstrap gebruikt. Daarnaast beschikte BRJ in Leffinge over een grote dosis zelfvertrouwen, die soms naar een vermakelijke hoeveelheid arrogantie neigde. “Billy” klonk vocaal niet opperbest, maar bracht wel erg mooie, muzikale verhalende tracks.
Aan kracht geen gebrek in deze performance, want Bill koos - uit zijn grote catalogus - voor dit optreden voluit voor de gitaar. Een geslaagde zet.

Satanique Samba Trio is een vijftal, gehuld in zwarte hoodies en bloemenkransen, uit Brasilia, hoofdstad van Brazilië. Wie zich aan een dansfeestje verwacht had kwam enigszins bedrogen uit. De vijf gebruikten wel samba en andere Braziliaanse muziekstijlen als uitgangspunt maar dan wel om ze eerst vakkundig te fileren en daarna de stukken schijnbaar willekeurig terug in elkaar te flansen. Zo hoorden we een haast onherkenbare versie van de Lambada met een melodica in de hoofdrol. Andere instrumenten waren drums, bas, akoestische gitaar, cavaco gitaar en sax (soms enkel het bovenstuk, zonder toetsen dus). Het leverde intrigerende muziek op die qua tegendraadsheid kon wedijveren met Beefheart’s ‘Trout mask replica’. En toch wisten enkele moedige jonkvrouwen hierop te dansen!

Joe Talbot (Idles) tekende ze voor zijn label Balley Records en dan waren wij uiteraard geïnteresseerd wie deze Crows uit Londen wel mochten zijn. Post hardcore punk heet hun ding en dan moeten we eens diep zuchten van ‘daar gaan we weer’. Maar het bleek meteen dat Crows niet het zoveelste groepje waren die een alles overweldigende sound wist neer te zetten en er voor de rest niets mee aan te vangen. Deze vier jongens hadden toch iets meer in huis.
Toegegeven: ook hier klonk de zang van James Cox, die hiervoor twee microfoons gebruikte waarvan één zo’n ouderwetse die je niet onmiddellijk bij dit soort muziek verwacht, monotoon maar toch wist hij me te begeesteren en dat niet alleen omdat hij een middagwandelingetje tussen het publiek maakte.
De grootste troef van Crows lag evenwel bij gitarist Steve Goddard en bassist Jith Amarasinghe die ondanks de brute aanval op onze trommelvliezen telkens fijne melodieuze patronen wisten te creëren. Of was het die vervaarlijk uitziende waakhond, links op het podium, die me ertoe dreef deze positieve woorden te schrijven? ‘Silver tongues’ heet hun debuut, voor wie het wil checken.

Niet veel volk in de Kapel voor Peaking Lights, en we begrijpen wel waarom. Peaking Lights was een vreemde eend in de bijt op het nogal post-punk gerichte Leffingeleuren. Daarnaast zijn een met kabels gevulde tafel, en verder beperkte zichtbaarheid, niet echt oogstrelende prikkels. Muzikaal schipperde Peaking Lights ook wat tussen vervelend langdradig en genietend cruisend. Psychedelische beats die wat weg hebben van HVOB werden rustig aan vermengd met wat elektronische klanken en zachte zang. Een rustige trip, die veelal te eentonig en risicoloos was.

En dan was er ook nog het veelbesproken Duyster. live waarin het legendarische radio programma nog eens vanonder het stof werd gehaald. Dit jaar wisten ze Marissa Nadler (Boston) te strikken. Het voordeel van de kerk is dat je er kunt zitten (weliswaar zonder pintje) maar voor de rest zien we weinig redenen om hier concerten te organiseren. Er zal wel een sacrale sfeer hangen maar de klank, en daar gaat het toch om, was ronduit abominabel. De mezzosopraan en de twee elektrische gitaren verdronken in een zee van galm. Of maakte dit gewoon deel uit van deze gothic folk die me anders ook al wat te gekunsteld klonk.

Van de kerk terug naar de vertrouwde kapel voor Mystic Braves uit Los Angeles. Dit leek wel de snorrenclub, alle vijf een gezonde knevel onder de neus, de ene al imposanter dan de andere. Mystic Braves verkochten ons fraaie, psychedelische sixties pop/rock in de stijl van de Allah-Las en The Babe Rainbow. Mooie stem van Julian Ducatenzeiler, een verfrissende Farfisa van Ignacio Gonzalez en best wel knappe songs maar o zo braaf en totaal ongevaarlijk. Hoewel dit bij momenten behoorlijk swingend klonk bleven deze jongens erbij staan alsof ze wortel hadden geschoten.

De tijd dat we onvoorwaardelijk fan waren van Steve Gunn lijkt definitief voorbij alhoewel we blijven hopen dat hij bij een volgende plaat het roer opnieuw zal omgooien. Zijn set op Leffingeleuren was nagenoeg identiek als die in De Kreun eerder dit jaar. Zo goed als alle nummers kwamen uit zijn laatste, ‘The unseen in between’, waarop Gunn danig richting The War On Drugs is opgeschoven. Een logische evolutie of een poging om alsnog een wat breder publiek aan te spreken? In ieder geval was het kabbelgehalte weer hoog en bleef de lawaaiuitbarsting aan het eind van “Paranoid” even zinloos. Eén keer liet hij zich nog wegglijden in een avontuurlijke gitaarexcursie en kwamen de herinneringen aan die memorabele concerten van vroeger weer bovendrijven. Slecht was het absoluut niet maar dit was niet de Steve Gunn zoals we hem graag wouden horen.

The Germans kwamen in Leffinge hun nieuwe langspeler ‘Sexuality’ voorstellen. Deze plaat roept live (gelukkig) dezelfde sferen op als via de oordoppen. Tracks met sterk aanwezige synths met daarover Disney-achtig gezang, die stelselmatig met meer exotische twisten te maken krijgen. Een dansbare vibe die vooral te danken is aan de venijnige, speelse drums van Jacobs tijdens hun optreden.
Geheel overbodig, trokken The Germans tijdens “William” Charlotte Adigéry op het podium. Wat haar meerwaarde was, naast wat heen en weer springen, hebben we nog steeds het raden naar.
Gelukkig onthouden we naast dit voorval vooral veel goeie dingen over de doortocht van The Germans op Leffingeleuren. De sterke maar bevreemdende opbouw op kop. De lont kregen ze ontvlamd, maar helaas was de set te kort om geheel tot ontploffing te komen.

Brutus zagen we reeds verschillende malen, en ook nu hadden we er alle vertrouwen in een stevige, goede set voorgeschoteld te krijgen. En zo geschiedde. Mannaerts en haar broeders hadden in Leffinge weliswaar moeite om het publiek helemaal overstag te doen gaan. Het blijft geen gemakkelijk publiek om te paaien. Daarnaast leek ook voor haar het einde van de zomer welgekomen, want al dat spelen en touren heeft haar krachtige stem duidelijk een hoop inspanningen gekost. Doordat we ons geen zorgen hoefden te maken over crowdsurfers in onze nek of moshpits in onze rug, konden we ditmaal ook meer op de andere facetten van hun show letten. Brutus is een geoliede machine met ook oog voor detail. De maagdelijk witte backdrop die soms met slim ingekleurd werd, de blazer die Stefanie afkoelde en haar lange haren ook deed fotovriendelijk deed rondwapperen, de uitgekiende overgangen tussen de nummers,... Brutus staat er, en het verbaast ons al lang niet meer dat deze band de Europese grenzen aan het aftasten is. Ze zijn buiten categorie wat Belgische gitaarbands betreft, en dat werd in Leffinge eens te meer duidelijk.

De lange dag eindigde in het café met GravelRoad uit Seattle, een groep die reeds eerder in café De Zwerver speelde. Gemakshalve zou je hun muziek kunnen omschrijven als bluesrock maar intussen is die term zo bezoedeld dat het eerder een scheldwoord lijkt. Stevige blues georiënteerde rock-‘n-roll dan maar? De groep is ooit begonnen na het beluisteren van “A ass pocket of whiskey” van R.L. Burnside en Jon Spencer, begeleidde ooit T-Model Ford en trekt Jack Endino (Nirvana, Soundgarden, Mudhoney) aan als producer voor hun platen. Het zijn referenties die kunnen tellen.
De vier trapten af met één van die paar punknummers die ze ooit op plaat kwakten waarna drummer en spraakwaterval Marty Reinsel verklaarde dat het Jack Daniels time was en het feestje definitief losbarstte.  Met een zelden gezien enthousiasme (de heren van The Warlocks kunnen hier een punt aan zuigen) ploegden ze zich door een dwarsdoorsnede van hun oeuvre. Eén van de hoogtepunten was ongetwijfeld een bijzonder sterke cover van Junior Kimbrough’s “Sad days lonely nights” die ze op verzoek speelden.  
Op hun best zijn ze tijdens die lang uitgesponnen licht psychedelische bluesnummers zoals die te vinden zijn op ‘Capitol Hill Country Blues’ uit 2016. Kommaneukers zullen wellicht opwerpen dat de stem van Stefan Zillioux eerder aan de vlakke kant is of dat die kleine opdonder achter zijn drumstel te veel emmert tussen de nummers maar dat zal niet kunnen wegnemen dat GravelRoad hier opnieuw een dijk van een set neerpootte. “Niemand is perfect maar we doen allen ons best om dat te zijn” merkte diezelfde drummer trouwens ergens op. En of ze dat deden. De groep eindigde met een drietal songs uit hun nieuwe plaat ‘Crooked nation’, waarin de belabberde situatie van de US aan de kaak wordt gesteld, en dat belooft een robuust werkstuk te worden (de vinylversie verschijnt pas begin volgend jaar).

dag 3 - zondag 15 september 2019
Mirek Coutigny bewees gisteren dat vroeg aanwezig zijn, een must is in Leffinge. Mooneye legde de vinger nog eens extra op die wond. De band rond Michiel Libberecht heeft er een immens drukke festivalzomer opzitten, met Leffinge als eindstation.
De Nieuwe Lichting winnen, legt je dus hoegenaamd geen windeieren, maar het is ook extra fijn om te zien en te horen dat een band door al die nieuwe speelkansen ook steeds beter gaat klinken en spelen. Met hun warme, volle sound zijn ze al een tijd de kampvuurstatus ontgroeid, maar de volgende stap, die zetten ze ondertussen ook moeiteloos. Alsof Libberecht op zichzelf nog niet over een immens aangename stem beschikt, wordt hij door de andere bandleden live ook bijgestaan als backing vocals, wat een power brengt dit teweeg. De gecombineerde vocale kracht, stuwt de nummers als een krachtige motor voorwaarts. Ook instrumentaal blaakt het gezelschap van zelfvertrouwen, want in een nieuw nummer durven ze ook instrumentaal furieus uit de hoek te komen. Mooneye positioneert zich live zo stilaan netjes tussenin Het Zesde Metaal en Balthazar, het applaus in De Zwerver sprak boekdelen. Mooneye is een blijver, zoveel werd duidelijk.

De zondag werd vervolgens in De Kapel feestelijk ingezet door vier mannen in smetteloos wit pak, waarvan de zanger en de gitarist op zijn zachtst gezegd nogal vrouwelijk geschminkt waren. Auditief hielden ze het bij onvervalste seventies glamrock.
Dat Scott Yoder (Seattle) een fascinatie voor David Bowie heeft viel niet te ontkennen. Zelfs de pose met zijn gitarist helemaal op het eind leek wel een snapshot van Bowie en Mick Ronson destijds. Maar de man had nog meer te bieden. Goede songs bijvoorbeeld waarmee hij het publiek uit zijn hand liet eten. In die mate zelfs, toen hij voor het podium op het tarmac ging zitten en vroeg om iedereen rondom hem hetzelfde te doen, dat ook gebeurde.

Trash Kit, een vrouwelijk trio uit Londen, mocht in een volgepakt café het beste van zichzelf geven. En dat was aanstekelijke afropop gekruid met wat punkinvloeden (The Slits). Een erg enthousiaste Rachel Aggs bleef het volk, waaronder de bassist van Garrett T. Capps op de eerste rij, opjutten met haar helder klaterende gitaar. Jammer misschien dat de bassiste en de drumster zich zo bescheiden opstelden. Mocht er een prijs zijn voor de meest grijze begeleiders dan hadden ze die ongetwijfeld gewonnen.

Voor een portie vuige rock-‘n-roll of punk moet men tegenwoordig in Austalië zijn. Eén van de talloze nieuwe groepjes daar en zeker één van de betere is Civic uit Melbourne. Razende punk, slordig en smerig en met een knipoog naar Cosmic Psychos en The Dead Boys. Tussen het geraas en de tonnen feedback door lieten de twee gitaristen geen kans onbenut om er een fijn gitaarriedeltje tussen te smokkelen. En dan was er nog die geweldige zanger, Jim McCullough, sloom over het podium struinend en om de haverklap aan een flesje bier lurkend. Een groep naar ons hart, vooral ook omdat ze voortreffelijke nummers weten te brouwen zoals “New Vietnam”.

En dan brak het moment aan waarnaar we misschien wel het meest had uitgekeken: Garrett T. Capps! Eerst zorgde zijn band, Nasa Country, voor een spacey intro waarna Garrett in vol ornaat met knalgeel Las Vegas kostuum ten tonele verscheen om “Born in a ballroom” in te zetten en vervolgens zijn tot op heden bekendste nummer, “In the shadows (again)”, prijs te geven. Toen wist je al dat dit niet meer stuk kon. Garrett T. Capps brengt naar eigen zeggen ‘space country’ en die vlag dekt wel degelijk de lading. In wezen waren het vrij traditionele countrysongs die we hoorden maar die werden telkens onderbouwd met een subtiele soundscape, in elkaar geknutseld op de modulaire synthesizer van Justin Boyd. Zoiets kan behoorlijk tegenvallen, hier tilde het de muziek naar een hoger plan. Nu waren de songs zelf ook alle van een uitzonderlijke kwaliteit. Inclusief de perfect gekozen cover, “Goodbye San Francisco (hier San Antonio), Hello Amsterdam”, van Doug Sahm die net als Capps in San Antonio, Texas woonde. In feite had Garrett T. Capps alles: charisma, gortdroge humor, perfecte timing, de songs en niet in het minst een geweldige vijfkoppige band (drums, bas, synths, gitaar/lap steel en trompet). Dit was zonder twijfel het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren 2019!

Landsgrenzen, ze mogen dan wel artificieel zijn, binnen de muzieksector lijken ze van beton te zijn. De Staat speelde deze zomer als headliner op Lowlands, maar in Leffinge treffen we de Nederlanders gezellig om half zeven aan in De Zwerver. Al lijken de adelbrieven ook hier te zijn aanbeland, want de zaal stond even voor het begin van de show al erg goed gevuld.
In ieder geval, geen publiek te groot of te klein voor frontman Torre Florim, die de zaal helemaal inpalmde met fotografen-pleasing, danspasjes... Door de beperkte setduur, moest De Staat wel fel knippen in hun setlist, wat ten koste ging aan de natuurlijke flow van een normale, volwaardige show. Gelukkig kregen de toeschouwers wel het gros van hun kwaliteiten te zien. Hoogtepunten waren “Peptalk” die misschien net ietwat harder kon, en het altijd pittige “On Screen” en “Witch Doctor”, maar ook nieuwer werk als “Kitty Kitty” en “Pikachu” wist meer dan te overtuigen.

De sympathieke Duitser Niklas Paschburg is niet meteen een klinkende naam voor de doorsnee festivalganger, maar brengt overal waar hij speelt wel héél welklinkende klanken met zich mee. In de Kapel was het gedurende deze man zijn show beklijvend stil. Nils Frahm is bij Paschburg nergens ver weg, maar in plaats van zich louter tot synths te beperken, verwerkt hij diverse instrumenten, zelfs accordeon, in zijn sferen. Paschburg houdt het daarnaast ook interessant door naast de instrumentale escapades ook een gedurfde beat niet te schuwen, zelfs in een herwerking van een klassieke compositie van Bach. Deze erg vriendelijk ogende man heeft ons in zijn eentje overtuigd, zonder een overdaad aan gitaren zoals we talloze keren hoorden dit weekend. Bewonderenswaardig.

Meteen daarna was het opnieuw prijs in de zaal met The Mystery Lights (oorspronkelijk van Salinas, Californië maar verkast naar Brooklyn, New York). Onder leiding van een erg charismatische Mike Brandon, die voortdurend rondhoste of gaten in de lucht sprong, brachten de vijf een set zweterige sixties garagerock, voortgestuwd door immer sprankelende gitaren en de jengelende Farfisa van nieuw lid, Lily Rogers. Songs als “Follow me home” en “Flowers in my hair, demons in my head”, die nu al klinken als klassiekers, zat de groep meteen op kruissnelheid. Sommige nummers van de nieuwe plaat, ‘Too much tension!’ waren misschien net iets minder onweerstaanbaar dan die van hun debuut, het bleef een moedige poging om hun muzikale horizon wat te verruimen en het kon evenmin verhinderen dat dit opnieuw een passioneel concertje werd die nog een tijdje zal nazinderen.

Frankie & The Witch Fingers (Los Angeles) is een nogal vreemde naam vooral als je weet dat de frontman gewoon Dylan Sizemore heet. Frankie is de naam van zijn kat en de Witch Fingers vond hij tijdens het spelen van een schaduwspelletje. Dat klinkt allemaal wat teder, hun optreden was dat allerminst. Hun psychrock bleek redelijk explosief en klonk een beetje als Thee Oh Sees van zo’n vijf jaar geleden. Het zal wel toevallig zijn maar er waren nog andere overeenkomsten tussen Dylan Sizemore en Oh Sees frontman John Dwyer. Zo verscheen Sizemore ook in korte broek en klemde hij zijn gitaar al even hoog tegen zijn borst, best wel grappig. Echt veel goed uitgewerkte nummers zaten er niet tussen. De groep moest het meer hebben van een bedwelmende drive en schroeiende gitaaruithalen en daar waren ze dan weer meesters in.

Opnieuw een heel sterke editie met een ietwat teleurstellende vrijdag, een degelijke zaterdag en een onwaarschijnlijk sterke zondag. Bedankt Leffingeleuren!

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge 

Aanvullende informatie

  • Date: 2019-09-13 t-m 2019-09-15
  • Festival Name: Leffingeleuren 2019
  • Festival Place: Festivalterrein
  • Festival City: Leffinge
Gelezen: 159 keer