zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Ollie Nollet

Ollie Nollet


Het Oostendse Saddle For Sale werd bereid gevonden om in allerlaatste instantie The Magick Godmothers, die het plots niet meer zagen zitten om naar deze verre uithoek af te reizen, te vervangen. Waarvoor hulde! Wegens andere besognes miste ik dit optreden grotendeels. Maar hetgeen ik zag was alvast veelbelovend. Stevige, lekker in het zadel zittende country met een overtuigende zanger (Damn Damn) en een immer boeiende gitaar van Slim Fab Schweiger. Jammer dat het merendeel van het volk blijkbaar net van de koffietafel kwam en nog niet was uitgekletst. Deze helden hadden beter verdiend.

King Mud is het nieuwe project van Freddy J IV  (zanger-gitarist van Left Lane Cruiser) en Van Campbell (drummer van Black Diamond Heavies), hier aangevuld met bassist Jaxon Lee Swain die zijn sporen verdiende in de liveband van rock-‘n-roll diva Wanda Jackson. Hun plaat , ‘Victory Motel Sessions’, is niet over de hele lijn overtuigend. Vooral de gastbijdragen van gitarist Parker Griggs (Radio Moscow) zijn eerder een stoorzender dan een verrijking. Gelukkig was hij er niet bij en ik had er alle vertrouwen in dat dit live een bom ging worden. En dat vertrouwen werd niet geschonden!

‘t Ateljeetje in het godvergeten Hoogstade is in feite een met een zeil overspannen binnenplaats, door Van Campbell treffend vergeleken met een juke joint. Qua akoestiek zeker geen topper maar uitermate passend bij dit soort broeierige rock-‘n-roll. Het talrijk opgekomen publiek geraakte meteen op temperatuur en moedigde de drie luidruchtig aan terwijl het bier bijzonder rijkelijk vloeide. De lage prijs (1.20€) zal daar niet vreemd aan geweest zijn. Al van bij het eerste nummer wist je dat dit niet meer stuk kon. De zoals altijd zittende Freddy J IV perste zijn slidegitaar als het ware uit in smeuïge, vette bluesriffs terwijl Van Campbell roffelde zoals geen ander dat kan (wat heb ik die man te lang moeten missen!). Bassist Jaxon Lee Swain viel misschien wat minder op (buiten zijn lange wapperende haren dan) maar was daarom niet minder efficiënt als hulpmotor bij de stuwende drums. Deze set bleek net zo overweldigend als de eerste optredens die ik zag van beide moedergroepen (Left Lane Cruiser en Black Diamond Heavies) en dat waren destijds ware mokerslagen. Hoogtepunten zat, mindere hoorde ik eigenlijk niet, maar ik wil er toch wel enkele uitpikken. “Rat time” met die geweldige intro voorzien van enkele schitterende drumexplosies. Het wat tragere, knap gezongen “Take a look” waarin de bas heerlijk swingde. Het beukend rockende “I can only give you everything”, gekend van Them en The Troggs, en hier ontdaan van die overbodige Parker Griggs. De verpletterende versie van het onverslijtbare “Going down” van Don Nix, ik denk zelfs dat ik dit nummer nooit eerder zo intens hoorde. Wilko Johnson’s “Keep it out of sight”, een Dr. Feelgood song is altijd mooi meegenomen. Zelfs bij het van Pink Floyd geleende “Fearless” liep het na een King Mud facelift niet fout.
Na een lange set zat het publiek duidelijk op zijn tandvlees, murw gebeukt, en er werd nauwelijks om een bisnummer geroepen. Maar de mannen van King Mud, die een autoreis van bijna dertien uur achter de kiezen hadden om hier te geraken, zaten nog vol adrenaline en klauterden het podium op om er nog een bisronde van een drietal songs aan toe te voegen! Fenomenale avond!

Terwijl Freddy J IV’s Left Lane Cruiser na het vertrek van drummer Brenn Beck bij optredens telkens voor gemengde gevoelens zorgde en Van Campbell zich onledig hield door wat bij te klussen bij Bonnie ‘Prince’ Billy lijken beide heren hier hun nieuwe adem gevonden te hebben. En wat nog mooier is : wat eerst leek als een eenmalig project blijkt nu plots een langer leven beschoren te zijn en is er voor februari zelfs een nieuwe tour in Frankrijk gepland!


Saddle For Sale, een kwartet uit Oostende, waarvan de leden gezegend zijn met welluidende namen als Slim Fab Schweiger (gitaar), KK Country Louis (bas), Jailbird Gene (drums en een met allerhande belletjes uitgerust washboard) en Damn Damn Vandam (gitaar/vocals), had de eer de avond te mogen openen. Ik werd aangenaam verrast door hun broeierige mix van roots en zwalpende country waarin de sterke zang van Damn Damn en de twangende gitaar van Schweiger het meest opvielen. Een cover van Hank Williams (“Mind your own business”) kon uiteraard niet ontbreken en ook “16 tons” (Tennessee Ernie Ford) was niet geheel onvoorspelbaar, maar je hoort mij niet klagen. Hank Williams kan trouwens nooit genoeg gecoverd worden terwijl eigen nummers als “Death row” en “Ol’ no 7” absoluut niet verbleekten naast die monumenten.

Leo ‘Bud’ Welch is een geval apart, dat is wel het minste wat je van de man kan zeggen. Hij debuteerde twee maanden voor zijn 82ste verjaardag met ‘Sabougla voices’. Een jaar later volgde reeds een tweede plaat (‘I don’t prefer no blues’) en nu was hij, na een eerste keer in 2014, opnieuw in Europa, dit keer mét een stop in België. Het heeft dus even geduurd maar nu heeft hij alle remmen los gegooid. Die hoge leeftijd lijkt hem daarbij niet te hinderen want hij oogde verrassend vitaal in de 4AD.
Na een uitgebreide aankondiging door zijn manager, Vencie Varnado, schuifelde hij, al spelend op zijn gitaar, het podium over om aan de andere kant zijn stoel te vinden. Meteen volgde één van de hoogtepunten van de avond : “Praise his name”, een als een opzwepende mantra klinkende gospel waarin Varnado, die het ganse optreden het vuur uit de sloffen zou lopen voor Leo, voor de tweede stem zorgde. Na dit kippenvelmoment liet hij de gospel links liggen en koos resoluut voor de blues. Mooi maar de songkeuze met enkele te vaak gehoorde klassiekers als “I got my mojo working” en “Sweet home Chicago” was niet altijd even gelukkig. Maar laat ik vooral daarover niet zeuren want dit was zo authentiek, eerlijk, recht uit het hart en ook wel uniek. Want dit zou wel eens de laatste van de Mississippi Delta bluesmannen kunnen zijn. De kans dat je er ginds nu nog eentje ontdekt, spelend op een porch, lijkt me vrijwel onbestaande. Maar goed, hier zat er nog één op het podium, die trouwens uitstekend werd bijgestaan door de charmante Dixie Street op drums en dat moesten we koesteren.
Hij leek wel onvermoeibaar, presteerde het zelfs om een dansje te maken met Vencie Vernado (dat is ook de man die hem introduceerde bij ‘Big Legal Mess Records’) en nam zeer ruim de tijd om kennis te maken met het publiek, zowel tijdens de pauze als na het concert. Het bleef nagelbijtend wachten tot helemaal op het einde vooraleer hij de twee beste nummers uit zijn laatste plaat, “Girl in the holler” en “I don’t know her name” prijsgaf. Na die mooie finale wou hij toch nog eindigen met een sereen slot waarvoor hij teruggreep naar zijn gospelperiode met een verfijnd “A long journey”.

Zat er dan helemaal geen sleet op deze 84-jarige knar? Toch een beetje. Zo had hij wat problemen om zijn gitaar gestemd te krijgen en “I woke up” zong hij zowel voor als na de pauze. Maar niemand die zich daaraan een buil viel.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

zaterdag 30 april 2016 03:00

Flamin’ Groovies - Eindelijk in België

Flamin’ Groovies - Eindelijk in België
Flamin’ Groovies
De Zwerver
Leffinge
2016-04-28
Ollie Nollet

Een radicale koerswijziging heeft de nieuwe plaat, ‘Space age voyeurism’, van Double Veterans zo te horen niet opgeleverd. De drie hielden het opnieuw bij een pot stevig deinende psych garagerock. Ty Segall en in mindere mate Mikal Cronin en Cosmonauts leken nog steeds de grote voorbeelden en daar is absoluut niets mis mee. De gitaren van Lee Swinnen en Thomas Valckiers klonken bij momenten furieus in de telkens mooi van kop en staart voorziene songs.  Aan zelfvertrouwen hadden ze ook al geen gebrek. Zo spoorde Lee Swinnen zonder verpinken het volk aan om te dansen. Zonder al te veel succes overigens maar daar zat ongetwijfeld het verdacht hoge aantal 60-plussers in de zaal voor iets tussen. Double Veterans bewezen hier nog maar eens één van de belangrijkste exponenten te zijn van de voorzichtige heropleving van de Belgische garagerock.

Flamin’ Groovies, ik vind de naam nog steeds klinken als een klok maar dat is blijkbaar niet bij iedereen het geval gezien de eerder bescheiden opkomst. Nochtans wordt de groep in sommige garagerockmiddens op handen gedragen en na hun doortocht in Leffinge weten we nu ook waarom.
Flamin’ Groovies zagen het levenslicht vijftig jaar geleden in San Francisco en maakten met o.a. ‘Supersnazz’ en vooral ‘Teenage head’ enkele gesmaakte garagepunkplaten. Toen Roy Loney in 1971 vervangen werd door de Brit Chris Wilson maakte de groep gezwind de switch naar powerpop met als belangrijkste resultaat, het door Dave Edmunds geproducete ‘Shake some action’ (1976). Vanaf de jaren ‘80 kent de band een wat sluimerend bestaan met af en toe een comeback. Sinds 2013 zijn The Flamin’ Groovies weer volop aan het touren en dat met de originele leden Cyril Jordan (zang, gitaar), Chris Wilson (zang, gitaar) en George Alexander (bas) aangevuld met drummer Victor Penalosa.
Het concert kwam wat aarzelend op gang met ondermeer de Byrds-cover “I’ll feel a whole lot better” die ze opdroegen aan Gene Clark. De stemmen leken wat last te hebben om de juiste toon te vinden en het derde nummer klonk zo melig (om eerlijk te zijn: zo hebben ze er nogal wat geschreven) dat ik het ergste vreesde. Maar zie, vanaf nr. 4 kwam de kentering met een paar heftige rock-‘n-rollsongs en enkele raak gekozen covers die niet meteen voor de hand lagen. Zo coverden ze “I want you bad” van NRBQ, een groep waarvan de plaat die ik ooit kocht niet mijn gelukkigste aankoop was maar deze song klonk wel heel ferm. Andere covers waren “Tallahassee Lassie” van Freddy Cannon en het in 1914 geschreven “St. Louis blues” van W.C. Handy dat hier een ware metamorfose onderging. Maar ook de eigen nummers bleven pal overeind staan zoals het voor The Beatles geschreven “Please please girl” (jammer genoeg waren the fab four op dat moment al vijf jaar gesplit wist Chris Wilson ons te vertellen). De stemmen mochten dan al wat geërodeerd zijn, dat waren de gitaren allerminst. Zowel Cyril Jordan ( met een pruik, leren broek en hoge hakken deed die nog een vertwijfelde poging om er uit te zien als een echte rockster maar ik vergeef het hem graag) als Chris Wilson lieten hun snaren onwerkelijk mooi klinken. Powerpop, normaal gruw ik van het woord alleen al, maar de definitie die The Flamin’ Groovies er aan gaven liet alle weerstand verdampen.

Flamin’ Groovies durven op plaat nogal eens wisselvallig klinken maar live overtroffen ze mijn stoutste verwachtingen. Een pluim op de hoed van De Zwerver die de groep eindelijk voor de eerste maal naar België haalde!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Jack Oblivian & The Sheiks - De man met het hoedje
Jack Oblivian & The Sheiks
V-Tex site (TEXtival)
2016-04-17
Kortrijk

Wat hou ik van dit soort artisanale festivals gestut door talloze strijdlustige vrijwilligers en waar de alcohol traditiegetrouw rijkelijk vloeit. De met veel zweet vergaarde opbrengst ging bovendien integraal naar een goed doel, met name de buurtschool V-Tex. Hier kan ik niet anders dan mijn hoed voor afdoen. Jack Oblivian liet de zijne echter opstaan maar misschien was hij slecht ingelicht.
Eerst zag ik nog de als steeds zalig deinende garagerock van Doorniks fijnsten, Thee Marvin Gays en de kamikaze rock-‘n-roll van The Glücks. Beide groepen al talloze keren gezien en ook hier stelden ze niet teleur. Wel integendeel, het bleken perfecte opwarmers voor Jack-O.

Jack Oblivian doet het intussen toch al geruime tijd met The Sheiks en dat was er zeker aan te horen. Hechte band waar het spelplezier zo van afdroop aangevuld met een saxofonist, wat zeker een verrijking was. Alleen zijn uitspattingen op een profijtig klavier konden me gestolen worden. Gelukkig bleef dat erg beperkt. En Jack leek zich goed te amuseren voor een steeds zatter wordend publiek. Was dit zijn natuurlijke biotoop? Want ook op het podium konden ze er weg mee. “Tequila” was hét woord, toch was het een fles gewone “Jack Daniels” die de dorst moest laven of was het om de kou te verdrijven? Veel verschil was er niet vergeleken met hun vorige passage. Ik hoorde weinig nieuwe nummers of leken die teveel op de oude? Nochtans is hun nieuwe en uitstekende  LP,  ‘The lone ranger of love’, erg gevarieerd. Verder hoorden we nog hetzelfde covertje, “Lover please” (Clyde McPhatter) en dezelfde trits Oblivians anthems met “Strong come on” als volmaakte uitsmijter.
Maar waarom zeuren over de setlist? Dit was magnifieke pretentieloze garagerock met soul en country invloeden en gezegend met een immens hoog fun-gehalte zoals je die nog zelden hoort.

Stellar Swamp 2016 – Brussels Psych Music Festival
Stellar Swamp 2016
Magasin 4
Brussel
2016-02-20
Ollie Nollet

Stellar Swamp is een Brussels festival voor psychedelische muziek dat vorig jaar in het leven werd geroepen door de plaatselijke groep Moaning Cities, in een samenwerking met Magasin 4 en Atelier 210, die voor de twee locaties zorgen. Dag twee lokte verrassend veel volk naar Magasin 4, dat zo goed als helemaal volgelopen was voor vijf toch relatief onbekende groepjes. Veel echte psychedelica hoorde ik er niet, althans wat ik onder dat begrip versta, maar dat kon de muzikale pret niet drukken.

De eerste groep vond ik meteen al de revelatie van de avond. Het Brusselse Azmari omschrijft zichzelf als een Afro Psychedelic Ethiogrooves Band! Een hele mondvol maar zelfs dat bleek niet voldoende om hun muziek te omschrijven. Verder hoorde ik nog reggae, funk en ethno jazz invloeden terwijl ze voor het hoogtepunt van hun set de inspiratie bij de Touareg blues hadden gevonden. In die waanzinnige stroom van verschillende invalshoeken meende ik ook nog echo’s van Pigbag en Allez Allez te horen. De ene keer klonken ze erg uitbundig om even later het tempo te laten zakken en heel bezwerend uit de hoek te komen. Dat laatste vooral door de enigmatische zangeres, Nadia Daou. Een bont gezelschap ook waarin de twee blazers (sax en trompet), twee percussionisten (drums en conga’s) en gitarist Gugliemo Souffrice opvielen.

Tweede band van de avond was Sound Sweet Sound  uit Toulouse. Dit zestal wist een impressionante geluidsmuur neer te zetten wat resulteerde in kosmische dronerock met naast de obligate zware gitaren een verrassende, Japans uitziende geluidstovenaar die in de weer was met verschillende fluiten en een melodica. Instrumentaal best te verteren maar het schelle gekrijs van het zangeresje, die ik eerder met een gothic band zou associëren, bezorgde me bijna een indigestie.

Het trio Wooden Indian Burial Ground uit Portland, Oregon nam een verpletterende start. Vette psych-rock met een zwaar overstuurde gitaar van zanger Justin Fowler, wiens stem me zowel aan Jello Biafra als John Dwyer herinnerde.  En het was zeker niet alleen de zang die de mosterd haalde bij Thee Oh Sees. Jammer dat een gebroken snaar al na het tweede nummer roet in het eten kwam gooien. Meteen was de (sneltrein) vaart uit de set, maar dat was niet alles. Terwijl Fowler de snaar verving, begonnen de bassist en de drummer alvast maar aan het volgende nummer met als gevolg dat ik het eindeloos herhaalde baslijntje reeds grondig beu was nog voor de song begonnen was. Daarna bleef de motor wat sputteren en bleef ik dat opgefokte rock-‘n-roll sfeertje van het begin missen. Het publiek had daar duidelijk minder last van en zette het massaal op een dansen. Toch bleef ik een knagend gevoel hebben dat hier veel meer had ingezeten.

Night Beats uit Seattle, Washington is één van de beste livebands van de laatste jaren maar ook bij hen bleef ik wat op mijn honger zitten. De eerste nummers werden wat verknoeid door het voortdurend gefoeter op de geluidsmensen van zanger-gitarist Lee Blackwell die voor de gelegenheid getooid was met een baret. Of zijn de nieuwe songs toch wat minder puntig dan de oude? Na een tijdje werd dan toch de juiste cadans gevonden en kregen we dampende psychedelische garagerock met een uit de diepste krochten galmende gitaar, die steeds bij de les gehouden werd door de adequate drums van James Traeger en de infecterend pompende bas van nieuwkomer Jakob Bowden. Net toen ik dreigde helemaal uit mijn dak te gaan gooide Blackwell het roer om en bracht twee onbenullige popsongs waarin hij plots heel conventioneel probeerde te zingen terwijl ook zijn gitaar plots heel mediocre klonk. Brrr. Wat was dat? Daarna herpakte hij zich toch en kregen we een schitterende finale waarin hij zijn stem liet huilen als vanouds en zijn gitaar gierend de bocht mocht uitvliegen.

Het Italiaanse Throw Down Bones mochten het feestje afsluiten en ze deden dat met verve. Nochtans lig ik zelden wakker voor dit soort muziek. Industrial soundscapes uit een laptop waarbij twee mannen in leren jekker wild tekeer gingen met een bas en een gitaar en die niet zelden als een geweer op het publiek richtten. Maar het zat verdomd knap in elkaar terwijl de repetitieve bas voor een hypnotiserend effect zorgde en de twee het ook nog eens visueel aantrekkelijk maakten. Hoewel, in een minder gulle stemming had ik ze misschien poseurs genoemd. Mooie set, alleen jammer dat het o zo voorspelbaar moest eindigen in een poel van noise met eindeloos gepruts en gepingel waardoor ik een eventuele bis niet meer heb afgewacht.

Stellar Swamp, tot volgend jaar!

Organisatie: Stellar Swamp ism Atelier 2010 + Magasin 4, Brussel

Gun Outfit - Soms strompelend, altijd fascinerend
Gun Outfit
café de Zwerver
Leffinge
2016-02-18
Ollie Nollet

Er zaten nogal wat negatieve kantjes aan dit optreden waarop ik het, in Olympia, Washington opgerichte maar nu vanuit Los Angeles opererende, Gun Outfit had kunnen afrekenen.

Zanger-gitarist Dylan Sharp beantwoordde met zijn spastische danspasjes en zijn wegdraaiende ogen niet meteen aan mijn beeld van een charismatische frontman terwijl zijn manier van zingen me net iets te vaak aan Kurt Vile, niet bepaald één van mijn favoriete zangers, deed denken. Daarnaast verliep de communicatie met het publiek wat stroef en haalden sommige songs slechts strompelend de eindmeet. Dat laatste hoeft niet noodzakelijk een minpunt te zijn, het kan ook een charmerend effect hebben. Wat hier, wat mij betreft, het geval was en waarbij ik ook meteen alle andere minder flatterende opmerkingen netjes onder de mat veeg.
Dit was een voortdurend intrigerend concertje met weids klinkende en meestal op trage ritmes voort slenterende muziek waarin de fijn door elkaar meanderende gitaren de hoofdrol opeisten. Die etherische sound werkte zo verslavend dat ik me meteen wist te verzoenen met de eerder genoemde Dylan Sharp terwijl de songs die gitariste Carrie Keith, een countryversie van een onderkoeld zingende Kim Gordon, voor haar rekening nam me altijd konden vertederen en voor de nodige afwisseling zorgden.
Verder bestond de groep uit drummer Daniel Swire, bassist Adam Payne en een speciale gast. Niet de vader van één van de groepsleden, zoals ik iemand hoorde suggereren, maar de ‘semi-legendarische’ Henry Barnes, die je zou kunnen kennen van Amps For Christ. Of die wat vreemd ogende gitaar van hem één van zijn befaamde, zelfgebouwde, elektrische sitars was, weet ik niet. Afgaand op de gehoorde klanken vermoed ik van wel.
Tijdens de bissen waagden ze zich nog , via Dylan’s “Changing of the guards”, aan een brok spetterende americana met schitterende samenzang tussen Sharp en Keith.

Gun Outfit zou je zó kunnen catalogiseren bij het stilaan onoverzichtelijke legioen neo-psychedelische bands, zij het toch als een buitenbeentje.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Falling Man – Doodsreutels versus inventieve gitaren
Falling Man
café de Zwerver
Leffinge
2016-01-22
Ollie Nollet

Falling Man - dat is enerzijds de immer inventieve gitaren van Polie Van De Velde en Lode Sileghem, opgejaagd door drummer Sven De Potter, en anderzijds de doodsreutels van Sam Louwyck die weer leek te solliciteren voor een rol in een of andere morsige B-film. De groep kwam er, na een eerste EP ‘The hordes of the battered’ en het titelloze debuut, hun nieuwe EP ‘Shine on’ voorstellen, die met slechts drie songs wat aan de magere kant is.
Soit, het optreden zelf was wel een schot in de roos. De gitaren klonken een stuk rijper en wat minder wringend dan vroeger. Soms blaften ze als bij de betere Jon Spencer, een andere keer leken ze de mosterd bij een tegendraads Sonic Youth gehaald te hebben. En dan is er de gekende acteur, Sam Louwyck die zijn teksten heel theatraal het café in rochelde. Een echte zanger is hij niet maar dat hoeft in dit geval ook helemaal niet. Alleen leek het er soms op dat hij nog niet helemaal zijn plaats gevonden heeft bij Falling Man. Gelukkig bleek mijn vrees, opgedaan tijdens een vorig optreden, dat hij de nieuwe Arno wou worden, te voorbarig en creëerde hij een geheel eigen en onnavolgbare identiteit achter de microfoon.
Falling Man : ze worden steeds beter!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

maandag 11 januari 2016 02:00

New Madrid - Knisperende psychedelica

New Madrid - Knisperende psychedelica
New Madrid
café de Zwerver
Leffinge
2016-01-09
Ollie Nollet

Eindelijk is die jaarlijkse periode van vals sentiment, overvloedig schransen en al dan niet gemeende wensen voorbij en konden we weer gewoon een groepje gaan zien. New Madrid, ik had er nog nooit van gehoord maar had de naam wel zien blinken op de agenda van Paradiso waar ze naast de mij wel bekende coryfeeën, Corb Lund en Brent Best stonden. Even overwogen om de trip op 7 januari naar Amsterdam te maken maar uiteindelijk hoefde dat niet meer daar voormalig Slobberbone opperhoofd, Brent Best, plots afhaakte.

Wat goed genoeg is voor Paradiso zal dat ook wel voor De Zwerver zijn, dacht ik en zo trok ik naar Leffinge voor een groep met een wat vreemde naam. Wat gegoogle leerde me dat New Madrid een plaats in Missouri is die in 1812 getroffen werd door een enorme aardbeving die de Mississippi zowaar achterwaarts liet stromen.
De band oogde wat minder spectaculair dan die naam liet vermoeden : we zagen vier nogal verlegen jongens uit Athens, Georgia. Die dan ook nog eens begonnen met een klef, kleurloos nummer waaraan op het einde een compleet overbodige gitaaruitbarsting was gebreid. Gelukkig bleek het slechts een valse start want wat volgde was boeiende, op de sixties geïnspireerde psychedelica met veel betoverend gitaarwerk.
Zweverige songs waaraan duidelijk gewerkt was en met veel gevoel voor details (lees pedaalwerk). Bovendien slaagden ze erin zich te onderscheiden van de rest van het intussen flink aangegroeide peloton neo-psychedelische bands door hun muziek te mengen met een scheut americana.
We beleefden een avontuurlijke trip waarin we ons graag lieten meeslepen. Alleen jammer van die onbehaaglijke stiltes tussen de nummers die de sfeer toch een beetje brak.

Communiceren was duidelijk niet hun sterkste punt maar voor de rest geen kwaad woord over dit verrassende New Madrid.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

donderdag 19 november 2015 02:00

Delaney Davidson – Mocht duisterder zijn …


Het doek is nu helemaal gevallen over De Nodige Deugd in Moorslede. Het café was eigenlijk al een hele tijd gesloten maar omdat de huur nog liep kon men er nog een optreden laten doorgaan. En er werd in schoonheid afscheid genomen met een artiest die de New Zealand Country Music Album of the year 2013 won en de NZ Country Music Song of the year zelfs drie keer! Mooi einde voor een unieke concertlocatie waar het steeds aangenaam toeven was.


Voormalig Dead Brother, Delaney Davidson ( Christchurch, Nieuw Zeeland), had voor de gelegenheid drummer Joe McCallum en toetseniste Nicole Izobel Garcia, die je zou kunnen kennen van bij Reverend Beat-Man, meegebracht.
Toch begon hij de set solo met een drietal songs, die hij onderbouwde met verschillende lagen, door zijn gitaar ingespeelde, loops, zoals we dat van hem gewend zijn. Davidson’s muziek zou je kunnen omschrijven als een hybride van hedendaagse, licht experimentele countryrock en traditionele roots music uit een ver verleden.
Toen de overige groepsleden hun plaats hadden ingenomen klonk alles plots een stuk makkelijker, minder claustrofobisch en minder donker, maar daarom niet noodzakelijk beter. Zijn laatste plaat zal wellicht niet toevallig ‘Lucky guy’ als titel hebben.
Helemaal luchtig werd het toen Izobel Garcia een paar huppelende Mexicaanse volksliedjes ten beste gaf.

Best aardig allemaal maar ik verkies toch de duistere, bluesier klinkende Davidson boven de verfomfaaide crooner die ik hier soms hoorde. Helemaal tevreden kon ik dus niet zijn. Daar kon zelfs die stevige handdruk, die hij me plots tijdens het optreden gaf, niets aan veranderen.

Organisatie: De Nodige Deugd , Moorslede

Blues lijkt tegenwoordig wel een synoniem voor verveling en klinkt meestal al even gladgestreken als de maatpakken van haar zelfingenomen uitvoerders. Het lijkt wel alsof alle emotie eruit verbannen is en vervangen door gladde virtuositeit. Voor wie zijn blues, net als ik, liever rauw en opwindend geserveerd krijgt n komt Left Lane Cruiser uit Fort Wayne, Indiana als een geschenk uit de hemel. Geen voer voor puristen, maar zijn net zij het niet die de blues eigenhandig de nek omwrongen?

Voor een verrassend goed gevulde Magasin 4 liet Left Lane Cruiser meteen zien waar het op stond met een zinderende versie van “Wild about you baby” van Hound Dog Taylor waarin Freddie J IV verzengend tekeer ging op slidegitaar. Daarna werd het tempo opgedreven met het stompende “Pork n’ beans” uit ‘Bring yo’ ass to the table’, hun eerste plaat op ‘Alive Records’ en tot nader order nog steeds hun beste. Later volgden nog twee songs uit dat meesterwerkje : “Big Momma”, nadat iemand uit het publiek erom geroepen had, en het nog steeds verpletterende “Mr. Johnson”.
Maar de nieuwe songs uit de onverhoopt sterke nieuwe plaat, ‘Dirty spliff blues’, waarop Freddie J IV wel zijn tweede adem lijkt gevonden te hebben, moesten zeker niet onderdoen voor die oudjes. Tussendoor werden er ook nog enkele raak gekozen covers de set in gesmokkeld : “I feel like going home” van Muddy Waters, “Thunderbird” van ZZ Top en een nummer van Junior Kimbrough waarin diens geest haast tastbaar werd. Wat mij betreft was dat laatste hét hoogtepunt van de avond.
Left Lane Cruiser wist de temperatuur in Magasin 4 danig de hoogte in te jagen met op het einde zowaar een moshpit als gevolg. Werd dit dan een vlekkeloze set zonder zwakke momenten? Graag had ik nu volmondig “ja” geroepen maar toen Freddie het had over ‘time for skateboard blues vreesde ik al dat het antwoord negatief zou worden.
Toen een paar jaar terug de superbe Brenn Beck zich terugtrok werd hij vervangen door een nieuwe drummer en meteen ook een bassist, zijnde het voltallige White Trash Blues Revival. Nu kan Pete Dio zeker aardig overweg met de sticks terwijl Joe Bent zich perfect wist te integreren, hoewel ik een bas bij LLC nog steeds overbodig blijf vinden. Sedert hun komst krijgen de twee ook telkens hun moment in de show waarbij Joe Bent dan zijn skiddely-bo (een skateplank met daarop een fles en twee snaren gemonteerd) bovenhaalt. Het doet wat denken aan Seasick Steve en het onconventionele instrument klinkt verbazingwekkend goed, alleen gaat het zingen hem heel wat minder af. Vooral dat eerste nummer, waarbij Freddie J IV zich afzijdig hield terwijl hij zijn gitaar van een nieuwe snaar voorzag, raakte kant noch wal.

Ach, ik wil het niet eens een kleine smet noemen op een vijf kwartier durende set waarin we alles hadden gekregen wat we van Left Lane Cruiser konden verwachten. En het was trouwens enkel de plaatselijke avondklok die een bijzonder goed op dreef zijnde Freddie J IV het zwijgen kon opleggen. Komende vrijdag nog te zien in de 4AD!

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Pagina 11 van 15
FaLang translation system by Faboba