zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Ollie Nollet

Ollie Nollet

vrijdag 26 juni 2015 01:00

Reigning Sound - Een klasse apart

Het grootste deel van het optreden van voorprogramma 50 Foot Combo maakte ik mee in de lange rij wachtenden aan de ingang. Wat ma daar vooral opviel was het tenenkrullend geluid, veroorzaakt door een combinatie van een tergend hoog volume en een zo goed als onbestaande akoestiek. Eenmaal binnen klonk het toch iets beter en zag ik 50 Foot Combo als een losgeslagen trein door hun set razen, zonder omkijken en met bijzonder veel power. Niet meteen mijn idee hoe surf moet klinken maar het publiek lustte er overduidelijk wel pap van.

Toen in me vorig jaar de nieuwe LP, ‘Shattered’, van Reigning Sound aanschafte , bleef de euforie, die ik tot dan toe bij iedere nieuwe plaat van Greg Cartwright mocht ervaren, achterwege. De songs waren misschien nog ok maar dit klonk me toch iets te zeemzoet terwijl de arrangementen ervoor zorgden dat zelfs het laatste scherpe randje verdwenen was. Dit om maar te zeggen dat ik er niet volledig gerust op was toen ik naar Gent vertrok. Gelukkig bleek meteen dat mijn vrees ongegrond was. Dit was geen voorstelling van die nieuwe plaat maar een set die zijn ganse en intussen wel omvangrijk geworden oeuvre besloeg.
Reigning Sound : dat is tegenwoordig Greg Cartwright plus de voltallige The Jay Vons, een Daptone gelieerde soulgroep uit Brooklyn. Een prijs voor visueel spektakel zullen ze wellicht nooit winnen. Er viel uitermate weinig beweging op het podium te signaleren buiten die paar stappen van Greg na elk nummer richting toetsenman Dave Amels om te vragen wat het volgende wel mocht zijn. Bleek dat een nummer zonder orgel, dan stond Amels op om aan de andere zijde van het podium met zijn tamboerijn te gaan schudden. Veel saaier kan een groep er echt niet uitzien.
Maar eenmaal Greg zijn strot had opengegooid was er geen mens die zich daaraan had kunnen ergeren, hier telde enkel de muziek. Wat een soulvolle en uit duizenden herkenbare stem heeft hij toch terwijl bassist Benny Trokan, gitarist Mike Catanese, drummer Mikey Post en de eerder vernoemde Dave Amels naast de soul ook een flinke portie rock-‘n-roll in de vingers hadden.
Ze mogen er dan wat onopvallend en zelfs wat bedeesd uitzien, het waren stuk voor stuk schitterende muzikanten. Maar de grootste toef van Reigning Sound blijven die verdomd fijne songs waartussen geen plaats was voor opvullertjes. Het werd een indrukwekkende reeks : “Reptile style”, de Sam The Sham & The Pharaohs cover “Black sheep”, de ultieme Oblivians song “Bad man”, “Straight shooter” (iets trager en rootsier gespeeld), “Stop & think it over” (dat nog dateert uit de Compulsive Gamblers periode), “North Cackalacky girl”,... om er maar enkele te noemen.
Zelfs de door mij minder gesmaakte nummers uit de laatste plaat zoals “Never coming home” bleken live veel beter te werken.

Na een set vol parels liet hij de band vertrekken om nog één song enkel samen met Dave Amels (op piano) te brengen. Greg op zijn breekbaarst na een hartverwarmend concert.

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy, Gent

donderdag 11 juni 2015 01:00

OBN III’s - Texaanse razernij

We hadden er een tijdje op moeten wachten maar het zat er nog eens pal op in de Pit’s. Het begon al goed met Wild Racoon, een one-man-band uit het naburige Lille met bijna evenveel materiaal op het podium als de voltallige OBN III’s na hem. De man citeert namen als Bob Log III en Marc Sultan als invloeden maar ik vond hem toch vooral thuishoren in de nieuwe lichting psychedelische garagerockgroepen. Daarbij kwam vooral John Wesley Coleman III in gedachten : diezelfde lo-fi aanpak met talloze tempowisselingen.

Van een geheel andere orde was de razernij van OBN III’s uit Austin, Texas. Zanger Orville Bateman Neeley III zorgde voor die vreemde groepsnaam. Volkomen terecht want alles draait rond hem terwijl hij na vier woelige jaren het enige originele groepslid is. Neeley was overigens al eens te gast in de Pit’s met zijn andere groep, Bad Sports. Maar zo bleek als die toen voor de dag kwamen, zo overweldigend waren de OBN III’s nu. De compleet geschifte Neeley pootte samen met bassist Michael Goodwin, gitarist Tom Triplett en drummer Marley Jones een sound neer die nog het best te omschrijven viel als The Stooges na een shot adrenaline. Furieus en hard met als absolute hoogtepunt het hilarische en van Little Richard gekende “Keep a knockin’ (but you can’t come in)” waarbij Neeley ostentatief naar zijn blote kont wees.

OBN III’s heeft dus niet voor niets een nieuwe plaat, ‘Live in San Francisco’, uit op ‘Castle Face’, het label van John Dwyer (Thee Oh Sees). Maar dat is blijkbaar geen garantie op kwaliteit want mijn exemplaar is meteen de kromste plaat uit mijn collectie. Het lijkt erop alsof mijn naald telkens de honderd meter horden moet lopen.

Organisatie: Pit’s , Kortrijk

vrijdag 05 juni 2015 01:00

The Limboos - Spaanse hipshakers...

The Limboos - Spaanse hipshakers...
The Limboos
café de Zwerver
Leffinge
2015-06-03
Ollie Nollet

In het voorafgaande promotekstje van De Zwerver werden we om de oren geslagen met ronkende namen : Ike Turner, Little Richard, The Beatles, Jim Jones Revue, Screamin’ Jay Hawkins en zowaar ook The Sonics.

Meer dan voldoende om mij richting Leffinge te begeven voor het Madrileense combo The Limboos. Van al die namen hoorde ik enkel echo’s van The Beatles uit hun prille begindagen terwijl ik de uitstekende compilatiereeks ‘R&B Hipshakers’ een veel beter referentiepunt vond. Of maakt de Screamin’ Joe Neal-cover, “Tell me pretty baby” u wat wijzer? Op de heupspieren werkende rhythm ‘n’ blues en rock-‘n-roll uit de jaren ‘50-‘60 met hier en daar een latin toets of een novelty-element. Mooi gebracht maar toch kon ik het gevoel dat ik naar een afkooksel (let wel, geen slap!) keek niet onderdrukken. En dan heb ik het niet over hun accent.
Nee, misschien deden ze net iets te hard hun best om zo vintage mogelijk te klinken. Dat lichte onbehagen verminderde toch naarmate de set vorderde en steeds duidelijker werd dat Roi Fontoira naast een goeie zanger ook een uitmuntend gitarist is. Onopvallend, dat wel, maar zo heb ik ze het liefst. En dan bleef er nog altijd de extreem coole (cooler dan Isolde L., het kan!) en in hotpants gehulde drumster Daniela Kennedy die misschien net iets te goed verborgen zat achter de zanger.

De Zwerver heeft er een bijzonder knap voorjaar opzitten en dat vooral dankzij de café-optredens, waar de muzikale fijnproever telkens op zijn wenken bediend werd : kwaliteit in een intieme omgeving met een perfecte klank (onbetwistbare kers op de taart was Daniel Romano). Het goede nieuws is dat men daar van plan is die lijn ook door te trekken naar een afgeslankt en van alle ballast ontdaan ‘Leffingeleuren’. De namen die me daarvoor in het oor werden gefluisterd doen me nu al reikhalzend uitzien naar het derde weekend van september!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Daniel Romano - Nagelbijtend wachten op die nieuwe plaat
Daniel Romano
café de Zwerver
Leffinge

Nauwelijks zeven maanden na zijn vorige tour stond Daniel Romano opnieuw in Europa, wat op zich al een hele prestatie is als je weet dat de man met vliegangst kampt en de oversteek vanuit Canada met de boot doet, goed voor elf dagen dobberen. Maar wat ben ik blij dat hij dat er voor over heeft!

De groep bleek behoorlijk door elkaar geschud te zijn. Bassiste Anna Ruddick was er niet meer bij en werd vervangen door broer Ian Romano die op zijn beurt vervangen werd door een nieuwe drummer. Ook Jenny Berkel, de vorige keer op akoestische gitaar, bleef thuis. Haar taak werd overgenomen door zus Kay (een voormalig vijfkampster en partner van Daniel) die daardoor haar viool, accordeon en piano thuisliet. Dat laatste zorgde ervoor dat de sound wat steviger en misschien wat minder ‘country’ klonk. Erg was dat niet want Daniel Romano klonk vanaf de eerste noten overweldigend en dat zou niet meer veranderen. Nochtans maakte hij het ons niet gemakkelijk met een set die nagenoeg volledig uit nieuwe nummers bestond. Maar al dat nieuwe werk klonk zo intens en overtuigend dat we de gekende songs nauwelijks misten. Een drastische koerswijziging viel er niet te noteren. De nieuwe songs, die stuk voor stuk briljant waren, dreven nog steeds op die hartverscheurende strot van hem terwijl de pedalsteel van Aaron Goldstein nog steeds prominent aanwezig was.
Toch werd het geëffende pad een paar keer verlaten en hoorden we enkele songs die voorzien waren van niet meteen voor de hand liggende tempowisselingen. D

it was opnieuw een fenomenaal concert van een groots artiest en ons rest er nu niets anders dan nagelbijtend te wachten op die nieuwe plaat, ‘If I’ve only one time askin’’, die op 31 juli zou verschijnen. Bovendien mogen we deze winter nog een tweede plaat verwachten : ‘Mosey’. Misschien komen we dan te weten wat hij hier precies mee bedoelt want ‘Mosey’ is de term waarmee hij zijn muziek omschrijft.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

dinsdag 19 mei 2015 01:00

The Gories - Aanslag op de heupen

The Glücks (uit Oostende) bleken de geknipte opener te zijn voor The Gories. Hun onstuimige garagerock die uit de diepste krochten van de hel leek te komen bracht de zaal meteen op de juiste temperatuur. Zanger-gitarist Alek is nog steeds een ongeleid projectiel die zijn tomeloze energie vond in sloten alcohol en een paar keer de fles deelde met een al even enthousiast publiek. Maar hun rudimentaire rock-‘n-roll bleef parmant overeind wat niet gezegd kon worden van Tina’s drumstel waarin Alek bij wijze van slotakkoord een duik nam. Ik zag ze nu reeds verschillende keren aan het werk en vond ze beter dan ooit.

In 1986 vonden The Gories de rock-‘n-roll opnieuw uit. En dat klonk hoekig en primitief maar was ook uitermate opzwepend. Helaas was het sprookje na een zestal jaar reeds voorbij en ging ieder groepslid zijn eigen weg. Drumster Peggy O’Neill speelde een blauwe maandag bij ‘68 Comeback en verder ook nog bij Darkest Hours. Dan Kroha trad halfnaakt op met de Demolition Doll Rods, heeft met Danny & The Darleans opnieuw een uitstekende groep uit de grond gestampt (binnenkort een nieuwe plaat) en maakte dit jaar een mooie solo-lp voor Jack White’s ‘Third Man Records’, “Angels watching over me”. Mick Collins ten slotte maakte een meesterwerk met Blacktop: “I got a baad feelin’ about this”, waarna die groep meteen splitte, om vervolgens The Dirtbombs te starten. Die laatste band lijkt een beetje op een dood spoor te zijn beland maar Mick zou alweer een nieuw project in de steigers staan hebben : Wolfmanhattan met Kid Congo Powers en de legendarische Bob Bert (Sonic Youth, Pussy Galore, Chrome Cranks,...).
Toch komt er in 2009 een onverwachte reünie van The Gories die hen samen met de Oblivians naar Europa brengt. Sinds die magische tour leidt de groep een sluimerend bestaan met heel af en toe een zeldzaam optreden. Platen komen er niet buiten een wel erg prijzige single die nu enkel na de optredens te koop is. Bijgevolg zou je een nieuwe Europese tour oneerbiedig als poenschepperij kunnen beschouwen terwijl het waarschijnlijk veeleer een manier van overleven is. Maar hun rock-‘n-roll is zo essentieel en tijdloos dat het goed is dat we er af en toe aan herinnerd worden terwijl het voor diegenen die destijds de boot misten dit een unieke gelegenheid was om alsnog kennis te maken met dit mythische trio.
The Gories pakten meteen uit met twee krakers van formaat : “Hey hey, we’re the Gories” en “I think I’ve had it” maar dat kon niet beletten dat de eerste twintig (schat ik) minuten nogal mak klonken. Het geluid zat niet echt goed en Mick Collins moest voortdurend rommelen aan zijn versterker. Maar uiteindelijk sloeg het vuur in de pan en kregen we The Gories als vanouds : primitief en nonchalant maar tevens onweerstaanbaar. De gitaren zorgden voor spetterend maar niet altijd even orthodox vuurwerk terwijl de stem van Mick Collins (één van de mooiste uit de ganse rock-‘n-rollwereld) mooi contrasteerde met die van Dan Kroha. Die laatste mocht ook één keer uithalen op mondharmonica tijdens een Bo Diddley-song. Treffend ook hoe hij met zijn ‘Pure Detroit’ t-shirt zijn failliete stad trouw blijft. En Peggy O’Neill? Die zat gewoon cool te wezen achter haar twee troms met de benen gekruist!

Niets nieuws onder de zon maar niemand had anders verwacht. Het zou trouwens zonde zijn om aan dit erfgoed te raken. The Gories zijn het nog steeds niet verleerd en nummers als “Thunderbird Esq” en “Nitroglycerine” bleken nog steeds aanslagen op de heupen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Ezra Furman graaft diep en overtuigend in het muzikaal verleden
Ezra Furman
café de Zwerver
Leffinge

Je houdt het niet voor mogelijk... Het optreden kon pas om 23u beginnen omdat Ezra Furman een praktiserende jood is voor wie op sabbat de rustdag pas een uur na zonsondergang voorbij is.

Maar het wachten was de moeite waard geweest. Ezra Furman (afkomstig uit Chicago, Illinois) lijkt wel geboren te zijn op het podium. Zelden zo’n charismatisch artiest bezig gezien. Voortdurend in beweging, dansend (de rustdag had hem blijkbaar deugd gedaan), gekke bekken trekkend, spitsvondig en grappig. Bovendien gezegend met een geweldige stem die me deed denken aan de sneer van John Lennon in het nummer “Mother”.
Inspiratie vond hij meestal in het verre verleden : rock-‘n-roll, soul, gospel, doowop, jazz maar echt retro klonk het nooit. Ongeveer halverwege toen het tempo aanzienlijk zakte en de nummers te gesuikerd werden kende de set een serieuze dip.
Maar even later speelde hij met zijn schitterende band, The Boyfriends, alweer de pannen van het dak met o.a. het van een Bo Diddley ritme voorziene “At the bottom of the ocean”, hét hoogtepunt wat mij betreft.

Na zeer lang aandringen volgde uiteindelijk toch nog een bisronde en werd de avond in ware feeststemming afgesloten.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 


De eerste band, het lokale The Salvador Statement moest ter elfder ure verstek geven wegens ziekte. Te laat om een vervanging te zoeken maar ter compensatie werden we een drankbonnetje aangeboden door het immer attente 4AD personeel!

Na wat aangemodderd te hebben in het punkbandje The Slack Republic verkast Pierre Moore (opgegroeid in Jackson, Mississippi) samen met zijn neef, drummer Michael Gardner, naar Philadelphia waar ze bassist Ryan Lynn ontmoeten. Het klikt meteen en John The Conqueror, genoemd naar een Afro-Amerikaanse volksheld die als slaaf ondanks alle ellende zijn trots en onafhankelijke geest intact wist te houden, was een feit. Intussen heeft de groep twee platen op haar actief en is mede-oprichter Michael Gardner, die het touren niet meer zag zitten, onlangs vervangen door Adam Williams.

Het begon wat mak maar eenmaal de motor aangeslagen bleek hun bluesrock best te pruimen. Pierre Moore heeft een mooie, donkerbruine, gruizige stem en zijn gitaarspel, waarvoor hij naar eigen zeggen zijn eerste lessen kreeg van een dakloze, zorgde voor heel wat vuurwerk. Samen met de imponerende bassist, Ryan Lynn, en de adekwate drummer produceerde hij een stevige, heerlijke sound die niet zelden aan The Jimi Hendrix Experience deed denken. Zelfs de valkuilen eigen aan het genre (vervelende gitaarsolo’s, eindeloos uitgerokken nummers,...) werden handig vermeden en ze bleven het erg strak houden.
Alles leek te kloppen en toch ontbrak er iets. De songs! Die konden niet echt verrassen en klonken meestal te voorspelbaar. De groep heeft duidelijk behoefte aan wat meer klappers zoals “3 more”, een nummer uit hun eerste plaat, waar de gensters wel van afsprongen. En “Got my mojo working” (nochtans mooi gebracht) coveren getuigt ook al niet van veel inspiratie.
Bovendien was er iets vreemds aan de hand. Pierre Moore keek zijn publiek niet aan, laat staan dat hij ermee communiceerde. Slechts tweemaal, toen het concert reeds ver gevorderd was, richtte hij het (onverstaanbare) woord tot de zaal. Voor de rest ging hij tussen de nummers steeds met de bassist wat keuvelen alsof ze in het repetitiekot waren terwijl hij de whisky met sloten naar binnen kapte. Er diende duidelijk het een en ander weggespoeld te worden.

Dat laatste miste zijn effect niet en het ging er, naarmate de set de eindstreep naderde, wat ruwer en wilder aan toe, wat niet noodzakelijk een nadeel was. Dat terwijl die magnifieke sound onwrikbaar overeind bleef.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Together PANGEA - Stomend feestje in café De Zwerver
Together PANGEA
café de Zwerver
Leffinge

Voorprogramma Mind Rays, een viertal uit Gent, zag ik vorig jaar al eens aan het werk en toen had ik nog ernstige twijfels. Maar in Leffinge mocht ik die meteen overboord kieperen. Wat is deze band gegroeid! Strak gehouden gore grotestads garagepunk met als ijkpunten een gitaar waarvan de viezigheid afdroop en een waanzinnige zanger. Soms lieten ze hun songs bewust ontsporen in zeeën van echo en gepiep. Misschien leuk voor hen, ik had er evenwel niets aan. Maar die gebalde nummers die zo op je gezicht uiteen spatten, daarvoor ging het vuistje graag de lucht in. Mind Rays waren niet alleen een gesmaakte opwarmer, ze zorgden er ook nog eens voor dat het feestje bij Together PANGEA meteen losbarstte!

Together PANGEA uit Los Angeles kaapte vorig jaar maar liefst drie prijzen weg in de jaarlijkse poll van de Vera in Groningen, toch nog steeds één van de meest toonaangevende zalen in Europa : beste optreden in de Vera, beste band en beste album! Ruimschoots voldoende om mij benieuwd naar Leffinge te laten trekken hoewel ik die laatste plaat, ‘Badillac’, niet echt een hoogvlieger vind.
Dan moesten ze het live maar waarmaken en dat lukte hen zeker niet onaardig. Hun messcherpe gitaarrock met een punkrandje nodigde meteen uit tot een stomend en botsend feestje vooraan. Terwijl de tweede gitarist en de drummer ook puik werk leverden waren het de geschifte bassist, Danny Bengston, en vooral zanger-gitarist, William Keegan (bijzonder mooie stem overigens),die met de meeste aandacht aan de haal gingen. Ik meende raakpunten te horen met Mikal Cronin en duidelijk ook een paar keer met Nirvana. Maar net als bij de plaat bleef ook hier ik een beetje op mijn honger zitten. Songs als “Badillac”, “Sick shit” en het van een schitterende tempowisseling voorziene “Offer” bleken live echte mokerslagen maar lang niet alles was van een dergelijke kwaliteit. Dat terwijl een parel als “Where the night ends” gewoon in de kast bleef liggen.
Soms werd er te opzichtig naar de radio gelonkt en klonk het te gepolijst om mijn superlatieven boven te halen.

Maar dat Together PANGEA er ‘stond’, laat daar geen twijfel over bestaan. In die mate zelfs dat ik vermoed dat de groep een kans heeft om door te breken. Of zijn ze daar dan toch 25 jaar te laat voor geboren?

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

maandag 15 december 2014 00:00

The Shivas spelen ten dans

The Shivas spelen ten dans
The Shivas, Thee Marvin Gays en The Scrap Dealers
Le Watermoulain
Doornik
2014-12-13
Ollie Nollet

Het werd een mooie avond in de immer sympathieke Water Moulin met drie groepen die allen in staat bleken ons een beetje op te warmen. Dat laatste mag je zelfs letterlijk nemen want in het ongetwijfeld krappe budget van de Doornikse club is blijkbaar geen ruimte om voor afdoende verwarming te zorgen.

Het feestje werd ingezet met The Scrap Dealers uit Luik, die heel straf begonnen met twee lange lappen psychrock met ballen waarin een ijle gitaar schitterend contrasteerde met de twee andere gitaren die verzopen in de fuzz en verder werd opgefleurd met wat creepy zang. Hiermee zouden ze zeker niet misstaan in de vloed van psychedelische groepen die ons overspoelt vanuit de V.S.. Helaas zochten ze daarna hun heil in wat traditionelere gitaarrock, wat meteen een stuk minder spectaculair klonk. Toch blijven The Scrap Dealers een groepje om in de gaten te houden.

Vervolgens mochten lokale helden, Thee Marvin Gays, hun nieuwe lp, ‘Sleepless nights’, voorstellen. Meteen viel op dat ze hun heerlijke sound verder hebben uitgepuurd tot iets geheel unieks. De vergelijkingen met The Black Lips of Thee Oh Sees van vroeger doen niet meer ter zake. Er bestaat waarschijnlijk geen enkele andere groep die zijn gitaren zo verfijnd laat rammelen als Thee Marvin Gays. Tenzij misschien The Velvet Underground destijds, mochten ze wat peper in de kont gehad hebben.
En ook hier waren subtiele sporen op te merken van de nieuwe golf psychedelica. Allemaal heel mooi (ook de eeuwig lachende bassiste en de drummer, in een Scott H. Biram t-shirt, deden het perfect) en toch leek het bij momenten niet echt te werken en klonk het alsof je een plaat laat afspelen met te veel stof aan de naald. Oorzaak hiervan moet wellicht gezocht worden bij de opvallend zwakke zang (zowel Lulu als Yan leken last te hebben van een vreemde infectie op de stembanden) alhoewel ik er meteen moet bij zeggen dat de technicus van dienst hierbij zeker niet vrijuit ging. De verwachte uitbundige reacties bij deze thuismatch bleven dan ook enigszins uit.

Waar Thee Marvin Gays niet in slaagden lukten The Shivas uit Portland, Oregon wel : een feestje bouwen. Het duurde wel even maar dan was plots het deksel van de ketel en sloeg het volk massaal aan het pogoën. Nu leende hun opgewekte muziek zich daartoe beter maar ook tijdens de trage nummers bleef de meute in beweging, zij het dan in een rondedans.
The Shivas zijn het zoveelste bandje dat zijn inspiratie in de sixties vond maar ze wisten hun muziek toch een eigen draai te geven. De gitaren waren duidelijk door de surf beïnvloed en belandden zo op het kruispunt waar de Allah-Las en de Night Beats elkaar ontmoeten, evenwel zonder het geniale van die laatsten.
Het werd een erg gevarieerde set waarin ook plaats was voor een paar doowop getinte nummers, inclusief de afgeknepen gitaren van Shannon and The Clams. Ook hier twee zangers waar dit keer niets mis mee was : gitarist Jared Wait Molyneux en drumster Kristin Leonard die enkele keren een oerkreet liet horen.
Kortom, dit was muziek waar je alleen gelukkiger van kon worden. Zodoende bleef het dan ook een raadsel waarom de tweede gitarist, Robert Mannering, zo nors voor zich uit bleef kijken. Kiespijn?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/thee-marvin-gays-13-12-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-shivas-13-12-2014/
Organisatie: Le Watermoulin , Tournai


zondag 14 december 2014 00:00

The 45s - Belofte voor de toekomst?

Rond de eeuwwisseling was er al een groep met dezelfde naam, maar dan voluit geschreven als The Forty-Fives. Ze kwamen uit Atlanta, maakten drie platen vol met soul doordrenkte garagerock, hadden een geweldige zanger (Bryan Malone) in huis en vereerden de 4AD in 2004 zelfs met een bezoekje.
Gek genoeg lijken de nieuwe 45s in precies dezelfde vijver te vissen en is hun garagerock evenzeer voorzien van een respectabele dosis soul. Dit keer gaat het om vier piepjonge kerels uit het Britse Carlisle die ons aangenaam wisten te verrassen in een goedgevulde Zwerver.

De band deed me meteen naar adem happen met een verschroeiend “Ramblin’ rose” van MC5 waarin meteen duidelijk werd dat Tom Hamilton-Hughes een meer dan begenadigd gitarist is die tevens beschikt over een soulvolle strot waarmee hij me enkele keren deed denken aan een jonge Steve Winwood.
Na die blitzstart trokken ze de lijn nog even door met een al even zinderend nummer in pure sixtiesbeat om dan bij de derde song, die verzoop in de geforceerde samenzang, meteen voluit op de bek te gaan.
Maar even later herpakten The 45s zich alweer met een ballad van Smokey Robinson. Hoog gegrepen maar Tom Hamilton-Hughes kwam er verdomd aardig mee weg. Ik weet niet of hij de schoolbanken al ontgroeid is maar talent heeft deze knul alleszins zat terwijl het erop leek alsof de drummer en de toetsenspeler ternauwernood konden volgen. Misschien waren ze nieuw in de band want wat gegoogle leerde me dat het in hun tweejarig bestaan voortdurend een komen en gaan was met Hamilton-Hughes als enige constante.
Net wanneer de eentonigheid dreigde toe te slaan greep hij zijn Rickenbacker om er met een slide een scheurend “Shake your moneymaker” uit te knijpen. Later volgde nog een blues : “Smokestack lightnin’” dat hij voorzag van een streepje mondharmonica. Mooi maar toch werd ik net niet euforisch omdat hij het niet kon nalaten telkens citaten uit andere songs in zijn covers te smokkelen met als triest hoogtepunt het nochtans schitterend begonnen “Money” (Barrett Strong) dat eindigde in een misplaatste medley met o.a. flarden “What’d i say” en zelfs “Whole lotta love”.
Maar daarna vonden ze gelukkig de pedalen terug om in schoonheid te eindigen met het strak gehouden “Kick out the jams” van alweer de MC5 en het onvermijdelijke “Johnny B. Goode”.

Niet alles lukte even goed en er is zeker nog werk aan de winkel maar The 45s of liever Tom Hamilton-Hughes bewees over een enorm potentieel te beschikken, temeer daar ik de weinige eigen songs niet vond onderdoen voor de gebrachte klassiekers.

Organisatie:
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Pagina 13 van 15
FaLang translation system by Faboba