zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Stefaan De Weireld

Stefaan De Weireld

Smaken mogen uiteraard verschillen, maar wij zijn van mening dat de weemoedige folksongs van Whitney uit Chicago, die knipogen naar de seventies, het best gebaat zouden zijn bij een eerder minimale bezetting.  Dat een likje gitaar, wat drumgeroffel en een spaarzame trompet op zich ruimschoots voldoende zouden moeten zijn om de mooie, dromerige falsetstem van zanger/tevens drummer Julien Ehrlich volop te laten schitteren.

Juist daarom deed de keuze om hun tweede, lovend onthaalde album “Forever Turned Around” te presenteren met een keurig uitgedoste 7 koppige band, het vrouwelijk strijkers achtergrondkoortje niet eens meegerekend, ons met de wenkbrauwen fronsen. Jawel, ze bestaan zeker, multi instrumentale indiefolk bands die op ongeëvenaarde wijze live weten te imponeren, denk aan Belle & Sebastian of Beirut bijvoorbeeld. Maar dergelijke hoge verwachtingen kon Whitney helaas nooit inlossen die avond in de Ancienne Belgique, na een nochtans veelbesproken passage eerder deze zomer nog op Pukkelpop.
Openingsnummer “Polly” was vooral een zoektocht naar de juiste geluidsbalans, nog enigszins begrijpelijk. Maar wat daarna volgde, zoals ”Giving Up”, “Dave’s Song”, en “On My Own”, nochtans stuk voor stuk subtiele aanradertjes, bracht helaas niet al te veel verbetering. Het was pas bij het instrumentale “Rhododendron” dat onze oren voor het eerst echt gespitst werden. En op “Golden Days” kon niemand, wijzelf incluis, eraan weerstaan om de “nahnahnahnahnahnah” outtro luidkeels mee te zingen, waarop nog een kort dankwoordje volgde.
Ergens halverwege de set verklaarde frontman Julien Ehrlich dat dit zowat hun vierhonderd twintigste optreden moest zijn. Een ironische opmerking natuurlijk, al kon het even goed een excuus zijn. Want de pijnlijke vaststelling was alleszins dat Whitney ook zo klonk die avond: als een automatische piloot die geroutineerd en zonder veel begeestering een vaste koers voer, zonder nieuwe zijpaden te verkennen.

Al moet het wel gezegd dat de voortreffelijke bisronde met 4 nummers nog veel kon goedmaken. Met onder andere het aan Neil Young schatplichtige “Used To Be Lonely” en “No Woman”, de doorbraaksingle die veel muziekliefhebbers Whitney in hun hart deed sluiten en die, zoals te verwachten viel, het onbetwiste hoogtepunt was van de set.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Onmiskenbaar als songwriter beïnvloed door traditionele muzikale ambachtslui als Leonard Cohen en Bob Dylan, en met die laatste zelfs een weelderige krullenbol als extra   gemeenschappelijke troef. Op zich al meer dan chapeau, zou je kunnen zeggen, maar Kevin Morby sloeg er in de Ancienne Belgique ook nog eens in om met verve de brug te slaan naar eigentijdse ‘freak folk’ artiesten die zich liever in de underground verschuilen zoals Mac Demarco, Ty Segall, of, iets ouder, M. Ward, en dit zonder ook maar ergens geforceerd over te komen.

Om maar meteen te zeggen: ‘Oh My God’, de jongste worp met Kevin Morby, op de platenhoes trouwens licht obsceen poserend met niet al te mediageniek ontbloot bovenlijf - zien we hier een parodie op de narcistische, zelf verheerlijkende social media cultuur? - is alweer een schot in de roos, tenminste voor diegenen die nog naarstig op zoek zijn naar een luie, gezapige soundtrack bij een zomerse BBQ die onverwacht dankzij uitgelaten ritmische wendingen kan ontaarden in een spontaan dansfeestje, en heus niet alleen voor de zatte nonkels.
“This life is a killer, but oh what a ride”, het refrein van opener “Congratulations” kon de toon en opzet van het concert van deze licht excentrieke Amerikaan met 6 koppige band met gospel allures alvast niet beter samenvatten.
Single “No Halo”, eveneens van de nieuwe plaat, klonk als de perfecte soundscape bij een wilde nacht door een kosmopolitische grootstad als Brussel, waarbij kurkdroge mijmeringen in de trant van New Yorker Lou Reed het voorspel bleken voor een warme, sensuele saxofoon climax.  Idem dito voor de ingetogen liefdesverklaring “Savannah”.
Maar ook de oudere nummers werden niet vergeten en zelfs op uitbundig herkenningsapplaus van de fans van het eerste uur onthaald. Neem “City Music” bijvoorbeeld, die avond slechts één van de meerdere hoogtepunten in de live set, dat een gezapige, instrumentele start nam, denk aan de eigentijdse hipster band Kruanghbin bijvoorbeeld, om vervolgens steeds sneller te demareren tot een wilde jazz improvisatie die niemand in de zaal onberoerd liet.
Of “Dorothy” van het veelgeprezen album “Singing Saw”, dat zelfs knipoogde naar de ouderwetse  rock&roll van The Jesus and Mary Chain in zijn gloriedagen.

Slechts één bisnummer kregen we afsluitend te horen, “Harlem River” van de gelijknamige debuutplaat, maar dat klonk wel opwindender dan het ganse oeuvre van een pak minder getalenteerde geestgenoten samen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 30 mei 2019 19:31

Big Thief - Op rand van grote doorbraak!

Lichte verbijstering in de zaal wanneer Adrianne Lenker met kortgeschoren kopje en vormeloos gehuld in een oranje boeddha achtige tuniek op de planken van de uitverkochte Orangerie verschijnt. Is dit wel nog dezelfde ongecompliceerde indiefolkie uit Brooklyn die 2 jaar geleden grote furore maakte in de Rotonde?

Opener “UFOF” van hun derde, veelgeprezen gelijknamige plaat stelde ons meteen gerust. Big Thief schuwt hun fascinatie voor mythologische onderwerpen niet, maar van een geforceerde spirituele muzikale zoektocht was er nooit sprake, gelukkig maar. Niet zweverig maar rauw en  intens, hét handelsmerk van Big Thief, was dit memorabel concert des te meer.
Nieuwe muzikale hypes waren aan dit geolied viertal niet besteed, wel americana in de allerbeste traditie à la Neil Young en Fleetwood Mac, soms lekker gezapig of intimistisch (“Cattails”, “Paul”) dan weer zinderend met nijdige gitaarriffs (“Real Love”, “Shark Smile”, “Masterpiece”) maar altijd even overdonderend. En met een vleugje melancholie en tristesse. Tijdens “Mary” en “Orange” konden zelfs de fleurige bloemenboeketjes aan de microfoon standaarden op het podium geen enkele opbeuring brengen.   
Verbale interactie met het publiek was er amper, maar die was ook niet nodig, eerder contraproductief wanneer de songs op zich voldoende klasse hebben om als emotionele bruggenbouwers te fungeren. Dikke pluim ook voor de band, die over de zeldzame gave beschikten om geen noot te veel spelen en daardoor ruimte creëerden om Adrianne Lenker met haar verpletterende stem in de spotlights te zetten.

Op het eind mocht er toch nog eens gelachen worden ook. Hoewel dit aanvankelijk niet echt de bedoeling leek kon Big Thief het gejoel van het publiek niet langer weerstaan en gaven ze na lang  aandringen nog twee folky, tekstueel hilarische bisnummertjes prijs met de lichten in de zaal aan. Twee kersjes op een taart die naar nog veel meer smaakt. 

Pics Big Thief @ Bestkeptsecret http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/best-kept-secret-2019
Organisatie: Botanique , Brussel

Les Nuits Botanique 2019 - Lambchop, The Colorist Orchestra & Howe Gelb

Howe Gelb, wiens onvermoeibare muzikale zwerftochten vanuit thuisbasis Tucson Arizona een paar jaar geleden zelfs tot in Oudenaarde of all places reikten, had naar Les Nuits Botanique voor de verandering The Colour Orchestra meegebracht. A match made in heaven, bleek al vlug.
Op zijn gezapigst klonk deze achtkoppige multi-instrumentale begeleidingsband met onconventionele slaginstrumenten als één of andere exotische cocktail band uit Puerto Rico of Uruguay, we willen ervan af zijn, maar als Howe naar het eind van de set toe zelf zijn gitaar omgorde doemden al vlug de contouren van een in de zon zinderend woestijn landschap op. En dat pal in de doorregende, groene tuin van de Botanique, waar de buxussen ondanks de klimaatverandering gespaard gebleven waren van ongewenste rupsen.
Merkwaardig genoeg en ondanks zijn baanbrekend werk met Giant Sand nog steeds een nobele onbekende voor velen, voor anderen nu al een levende legende dankzij knappe collaboraties met stadsgenoten Calexico of Queens of The Stone Age. Als geen ander sloeg deze übercoole cowboy in maatpak en met zijn in tequila gedrenkte stembanden er ook nu weer in om de desert vibes in zijn songs te laten nazinderen.
The Colorist Orchestra & Howe Gelb (8/10).

Plaatje opnemen, toerneetje doen, vervolgens nog een plaatje opnemen en opnieuw een toerneetje doen… Dat Lambchop te eigenzinnig en koppig is om nog mee te draaien in dit klassieke promotie circus zal niemand verbazen. Maar dat Kurt Wagner en zijn kompanen, één enkele uitzondering niet te na gesproken, hun recente, door elektronische experimenteerdrang gekenmerkte album ‘This (Is What I Wanted To Tell You)’ in een nieuw, vrijwel onherkenbaar jasje staken op Les Nuits Botanique hadden we nu ook weer niet meteen verwacht.
Niet dat ze daarom aan kwaliteitsvolle songs verlegen zaten trouwens. Al sedert medio de jaren ’90 timmert dit gezelschap uit Nashville, Tennessee gestaag aan een unieke muzikale weg, waarbij ze niet alleen qua samenstelling maar ook op het vlak van muzikale invloeden voortdurend evolueren en innoveren. Ooit heeft een slimme mens de term ‘Alt Country’ uit zijn hoed getoverd, om vervolgens Lambchop prompt tegen wil en dank tot vaandeldrager van dit genre te bombarderen.
Uit nummers als “Crosswords, Or What This Says About You”, “The December-isch You” of “In care of 8675309” werden wijzelf die avond alleszins niet veel wijzer over waar die term anno 2019 precies voor staat. Country? Niet echt, behalve die slide gitaar. Bluesfolk? Mwja. Maar misschien toch nog eerder jazz, vooral omwille van de vinnige, dubbele percussie, de geïmproviseerde piano intermezzo’s en de saxofoon die het optreden af en toe in een melancholisch sfeertje onderdompelde.
Al blijft hét handelsmerk van Lambchop natuurlijk het kurkdroge gecroon van frontman Kurt Wagner, die in de voetsporen van artiesten als Kanye West en Bon Iver ietwat verassend de stemvervormer autotune aan zijn speelgoedcollectie had toegevoegd. Het gaf alleszins blijk van lef en branie - kun je nog harder vloeken in de (alt) country kerk? - maar het begon naar het eind van de set ook wat te vervelen. Dat Kurt Wagner’s charismatische uitstraling rond zijn zestigste met baseball petje en grijs gilletje niet echt overrompelend was hielp ook niet echt.
Conclusie: een vernuftig en geïnspireerd concert waarbij het vakmanschap primeerde op de emotionele beroering. Een ingenieu(r)s optreden voor en door muzikale nerds zeg maar. En gelieve ons nu te willen excuseren want we moeten nog een beetje gaan studeren
Lambchop (7/10).

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2019)

Les Nuits Botanique 2018 - Yellow Days – Insecure Men 
Les Nuits Botanique 2018
Botanique (Orangerie)
Brussel
2018-04-27
Stefaan De Weireld

Een 7 koppige begeleidingsband die eerder samengesteld leek op basis van excentriciteit (met o.a. lookalikes van Jack Sparrow op lounge saxofoon, van Nick Cave op slide gitaar en van de jonge Lionel Richie op bas) dan op muzikaal talent en die minstens voor de helft permanent in hogere sferen leek te verkeren. Met in het midden de lijkbleke frontman Saul Adamczewski, personificatie van de sympathieke, door meerdere verslavingen aan lager wal geraakte maar toch weer recht gekrabbelde slacker, ontbrekende voortand inclusief, met een hoge aaibaarheidsfactor. Met Insecure Man had Groot-Brittannië die avond voor de verandering nog eens enkele van haar meest veelbelovende high potentials uitgevaardigd naar Les Nuits Botanique.
50 jaar Britse popgeschiedenis vloog live aan je voorbij, met een flinke portie glam rock en sinistere new wave synths, een snuifje exotica om de boel wat op te luchten, maar ook en vooral met die geniale poprefreinen die direct onder je huid kruipen. “I Don’t Wanna Dance (With My Baby”), “Teenage Toy”,… het niet al te talrijk opgedaagde publiek fluit ze sindsdien moeiteloos mee. En maken van dit voorjaar verschenen debuutalbum ‘Insecure Man’ een aanbevelenswaardige luisterervaring, een beetje in het verlengde van de niet minder excentrieke Ariel Pink, voor wie dan toch op zoek is naar een hokje om dit onder te brengen.  Na de tragikomische ode “Whitney Houston & I” werd de set geheel en al in stijl afgesloten met het dronkenmanslied “Buried in the Bleak”.
Muzikale ernst is aan de heren van Insecure Man niet besteed, wat in de huidige gespannen tijden al een verademing op zich is.

Wie geblinddoekt de Orangie tijdens Yellow Days zou hebben betreden ? zou wellicht gezworen hebben op een optreden van King Krule te zijn beland. Wat klonk die stem bij momenten akelig gelijkaardig! Maar in tegenstelling tot de meer avontuurlijke, in de nasporen van James Blake met dubstep flirtende songwriters soul van laatst genoemde, klonk Yellow Days, pseudoniem van de 18 jarige Britse plattelandsjongen George Van Den Broek, een pak braver en traditioneler. “That Easy” was zelfs een uitgesproken feelgood belevenis, wat zich vertaalde tot enkele voorzichtige danspasjes in het publiek, terwijl “The Way Things Change” in hetzelfde laidback sfeertje baadde waar Mac Demarco een patent op heeft.  Voor de Britse muziekpers al ruimschoots voldoende om tot de next big thing van de ‘northern soul’ gebombardeerd te worden. Zelf hebben we nog enige reserves, maar wie niettemin geprikkeld is , kan deze jongeman nog eens gaan bewonderen op Best Kept Secret.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2018)

 Volgens een veelgehoord cliché gaat er achter een artiest vaak een timide, getroubleerde persoonlijkheid schuil. Paradoxaal genoeg vervult uitgerekend een podium met publiek voor hen een rol van transformator waarop alle innerlijke belemmeringen wegvallen. Afgaande op het wel erg scherpe contrast tussen de rauwe, geëmotioneerde uithalen op de songs en het schuchtere gefluister tussendoor lijkt dit plaatje ook perfect van toepassing op Adrianne Lenker, de fragiele frontdame van Big Thief.       

Verrassender was dat Big Thief, nauwelijks een drietal jaren opgericht in Brooklyn, met slechts 2 platen onder de arm blijk gaf van een uitzonderlijk talent voor song writing, waarop de blutsen en builen die onvermijdelijk gepaard gaan met de jeugdjaren amper te tellen waren. Niet voor niets werd hun tweede plaat ‘Capacity’ in 2017 nog geprezen als één van de meest schandelijk over het hoofd geziene albums in de betere eindejaarlijstjes.
Muzikaal klinkt de indie folkrock van Big Thief nochtans nauwelijks vernieuwend. Daarvoor zetten PJ Harvey, die eveneens in een trio bezetting debuteerde, of Kristin Hersch van Throwing Muses een kwarteeuw geleden al de standaard en genieten ze, wat ons betreft, vandaag nog steeds over een ongenaakbare status. Al deed het wel deugd dat recent enkele opmerkelijke nieuwe gezichten zoals Sharon Von Etten of Angel Olsen aan de oppervlakte kwamen piepen binnen dit genre.
In een volledig uitverkochte Rotonde eiste Big Thief haar plaats in dat rijtje van beloftevolle nieuwkomers op. Dat ze qua muzikale stijl aan sommige nummers nog een extra laagje country Americana rock à la Neil Young of Ryan Adams toevoegden werd bij ons des te meer gesmaakt.  
Na een ietwat onzekere en nerveuze start, waarbij de uitstekende debuutsingle “Masterpiece” al (te?) vlug prijsgegeven werd, greep Big Thief ons pas echt bij ons nekvel op “Real Love”, dat uitmondde in een weerbarstige vintage Pixies gitaarsolo die nog steeds door onze oren loeit.
“Shark Smile” en “Coma” klonken als uitlaatkleppen voor opgekropte trauma’s en frustraties uit een niet al te gelukkige jeugd. Je zou voor minder als je, althans volgens de bio, als kind aan je lot overgelaten werd ergens in een mysterieuze Amerikaanse sekte.
 “Mary” was zelfs dermate intens en breekbaar dat een emotionele instorting op het podium nabij leek.
En dan moest het beste nog komen. Het op een groovy drumbeat ingezette “Mythological Beauty” klonk nóg mooier en weemoediger dan de titel doet vermoeden (check trouwens ook eens de Game of Thrones in slow motion achtige clip van dit nummer!). ‘Sterk, sterk, sterk’ zaten we na afloop in onszelf te mompelen, en de bebaarde jongeman naast ons knikte instemmend terwijl hij nog eens van zijn pintje nipte.     

Big Thief heeft die avond veel zieltjes veroverd in Brussel. Een handvol nieuwe songs, waarvan enkele nooit eerder live gespeeld, doet ons zelfs vermoeden dat het beste nog moet komen.

Organisatie: Botanique, Brussel


Met ‘In Mind’ blikte Real Estate, een jong vijftal uit New Jersey, dit voorjaar al hun vierde plaat in die weinig nieuws laat horen dan op haar voorgangers. Live heeft dit zo zijn voor- en nadelen. In het beste geval sleuren ze je mee in een langgerekte muzikale trip waartoe hun licht psychedelische sixties Westcoast sound à la The Byrds en The Grateful Dead, of recenter, Teenage Fanclub en The Shins, zich prima leent.  In het andere geval dreigt al vlug verveling toe te slaan. Dat gebeurde die avond helaas net iets te vaak om van een volledig geslaagd concert te kunnen spreken.

De Orangerie was nochtans goed gevuld voor een groep die tot dusver nog op weinig noemenswaardige concertagenda’s of festivalfiches in ons land mocht prijken. We vermoeden dat de doorgaans positieve reviews die in de blogosfeer over deze band circuleren daar voor iets tussen zitten. Louter instrumenteel vonden wij Real Estate op zijn sterkst, en dat niet alleen omdat Martin Courtney niet meteen de meest charismatische frontman is die er dezer dagen rondloopt. De uitgesponnen melodieuze gitaarsolo’s op nummers als “Darling”, “Talking Backwards” en publieksfavoriet “Had To Hear” werden in de zaal op beleefde herkenningsapplausjes onthaald. Maar er was ook voldoende gelegenheid om zachtjes weg te mijmeren op het tragere, oudere werk als “Easy “ of “Green Aisles”. 

Al bij al een aangename soundtrack dus bij een luie, warme zomeravond. Als het zo blijft zomeren gaan wij hun albums nog vaak draaien thuis.

Organisatie: Botanique, Brussel

Unknown Mortal Orchestra - Moeizaam afkicken van verslavende melodietjes
Unknown Mortal Orchestra
Ancienne Belgique (AB Box)
Brussel
2015-11-02
Stefaan De Weireld

Ze zijn talrijk en succesvol, de groepjes van vandaag die gretig de zonovergoten  popdeuntjes uit de jaren ’60 recycleren, niet zelden aangelengd met nog een extra laagje psychedelische vibe. Maar als we er, naast de onvermijdelijke Tame Impala, ééntje mogen uitpikken die de afgelopen warme zomer onze oren deed spitsen is het toch wel Unknown Mortal Orchestra. Zelfs zovele radio draaibeurten verder blijft hun catchy doorbraaksingle “Multi-Love” ons onverminderd bekoren. Dat we met deze publieke bekentenis lang niet de enige zijn bleek maandag uit een volledig volgelopen en bij momenten bijzonder enthousiaste en zwoele AB Box.    

Zoals op basis van hun eerder dit jaar verschenen, gelijknamige album ‘Multi-Love’ te verwachten viel, injecteerde dit Amerikaans viertal hun lo-fi psychedelica met hitsige dosissen soul en funk. Dat leverde een ongemeen boeiend en geslaagd optreden op dat spannend bleef tot de allerlaatste noot uitstierf. Voor een voorspelbare show was je deze avond duidelijk aan het verkeerde adres in de AB. Wie daarentegen voor de verandering gezapige west coast deuntjes à la Simon & Garfunkel vakkundig aan flarden wou horen rijten door spacy gitaar riffs kwam ruimschoots aan zijn trekken.
Tijdens “Like Acid Rain” en “Necessary Evil” kon UMO haar bewondering voor de levende soul legende Stevie Wonder niet langer onder stoelen of banken steken. En wie zich iets muzikaals tracht voor te stellen bij een apestonede versie van Prince werd bij “Ur Live One Night” en “The World is Crowded” op zijn wenken bediend.  

Maar wat UMO pas echt onderscheid van de rest is hun vakkennis om, dwars van genres en ondanks de onconventionele aanpak, verslavende melodietje binnen te smokkelen in elke song. En daarmee hun publiek op te zadelen met een moeizame afkick periode.  


De toetreding van zanger Ruban Nielson tot het liefhebberslegioen van de Westvleterse trappist, met schuimende kelk ostentatief in de hand, leverde dit optreden in extremis zelfs nog een halve ster extra op.


Een dag eerder waren ze ook nog te gast in de Grand Mix, Tourcoing

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2015 – Isaac Delusion – Mew – Uitersten aan het werk!
Les Nuits Botanique 2015
Botanique (Chapiteau)
Brussel
2015-05-15
Stefaan De Weireld

Ondanks technische mankementen aan het begin van de set slaagde Isaac Delusion, één van de Franse revelaties van vorig jaar, erin om de Chapiteau flink onder stoom te zetten.  De op het eerste zicht niet evidente combinatie van vette, futuristische discofunk met theatraal religieuze zangpartijen in de trant van Antony Hegarty klonk het viertal verrassend verfrissend en aanstekelijk. Zelfs een brokje seventies kitsch was niet verboden, met in de hoofdrol een opmerkelijke bassist die BeeGees gewijs leuke danspasjes in de benen had. Mee surfend op de robotfunk van Daft Punk lijkt succes buiten Frankrijk een reële mogelijkheid voor deze Parijzenaars.   

De Denen van Mew hebben al aardig wat kilometers op de teller staan, maar een doorbraak, laat staan echt beklijvende optredens, wisten ze nog niet te versieren in ons land. Tijdens Les Nuits Bota werd deze kans opnieuw vakkundig de nek omgewrongen. Op plaat kan de atmosferische artpop van dit viertal best bekoren, maar live werden alle nuances dicht geplamuurd achter een dikke geluidsbrei. Het viertal uit Kopenhagen schuwde de introverte pathetiek niet, publieksliefhebber “The Zookeeper’s Boy” was niet eens in de set te bespeuren. Tijdens de knappe afsluiter “Comforting Sounds” trok de hemel dan toch nog open en kregen we een flashback naar de gloriedagen van Mercury Rev. Maar het publiek was toen al te gelaten om Mew nog tot een bisronde te verleiden. 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/chapelier-fou-15-05-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/isaac-delusion-15-05-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mew-15-05-2015/
Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)  

Les Nuits Botanique 2015 – Témé Tan – Hindi Zahra – Sensueel kronkelend in labyrint aan stijlen
Les Nuits Botanique 2015
Botanique (Chapiteau)
Brussel
2015-05-14
Stefaan De Weireld


Témé Tan
is een blanke Brusselaar met een zwarte ziel die ondanks zijn jonge leeftijd al heel wat contreien afgereisd heeft. Een multiculturele veelvraat die zijn muzikale inspiratie vakkundig verknipt heeft tot laptopwereldmuziek.  Al klopt, aan de tintelende afro pop te horen, zijn hart toch het meest van al voor zwart Afrika. Dat leverde enkele leuke, swingende momenten op die de tent liet mee deinen op een mix van slome beats, samples en grooves. Een formule zeg maar die eerder Stromae al naar het absolute sterrendom katapulteerde. Zet daar de volgende keer nog live band en een paar danseressen bij en het feest is compleet.      

Hindi Zahra, een Frans-Marokkaanse die in het Engelse muziekblad al omschreven werd als de “spirituele dochter van Django Reinhardt en Billie Holiday”, kwam tijdens Les Nuits haar pas verschenen album ‘Homeland’ voorstellen. Net zoals op voorganger ‘Handmade’ liet ze daarmee een volop genietende Chapiteau alle muzikale hoeken van de wereld zien. Tijdens een knap opgebouwde set begon ze, niet tot ongenoegen van het publiek, steeds sensueler te kronkelen op het podium als een volbloed slangenbezweerder. Haar multiculturele mix van blues, latino en Perzische weemoed klonk niet minder verleidelijk. Een labyrint van stijlen waarin je, gedreven door de jazzy, fluwelen stem van Hindi Zahra, toch nooit verloren liep.

Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)  

Pagina 1 van 4