zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Anna von Hausswolff is een 31-jarige Zweedse met een bereik van 4 octaven, die haar laatste album ‘Dead magic’ opnam op een kerkorgel in een kerk in Kopenhagen met producer Randall Dunn (Sunn O))), Marissa Nadller, Black Mountain). Een kerkorgel had ze niet meegebracht, niettemin stonden de orgelklanken centraal, en kreeg ze ondersteuning van een vijfkoppige band met duidelijk metalroots.

De muziek van von Hauswolff is niet voor een gat te vangen, hier toch een poging: experimentele klassieke muziek, gemengd met doommetal, gothisch en theatraal, met ongelooflijk veel sfeer, een uniek geluid dat de fans van Swans of Chelsea Wolfe enorm zal aanspreken.  Zoals bij een optreden van Swans was dit zowel een fysieke als emotionele ervaring, in lange, uitgesponnen nummers waarbij de decibels in het rood geduwd werden en onder- en boventonen een totaalervaring creëerden.
Opener “The truth, the glow, the fall” deed door de zang en orgelpartijen denken aan This Mortal Coil, die cultband van 4AD-labelbaas Ivo Watts-Russell, om naar mate het nummer vorderde, uit te bloeien tot een metal-symfonie, het orgel van Anna zette de toon, waarop de bandleden invielen met gitaardrones. Niet alle nummers werden gezongen, er waren ook instrumentale nummers zoals bijvoorbeeld “The marble eye”, dat heel filmisch was. Vervolgens ging het de horrortour op met “Pomperipossa” waarin Anna ijselijke schreeuwen aan metal paarde.
Een andere overduidelijke invloed was David Lynch, we moesten onmiddellijk denken aan de sleutelscene in het theater in ‘Mulholland Drive’, met de Spaanstalige versie van Roy Orbison’s “Crying”. 
Het magnum opus vanavond was het lange uitgesponnen “Ugly and vengeful”, een aanzwellende geluidstorm die de AB-Club op zijn grondvesten liet daveren en waar het publiek euforisch op reageerde: een oorverdovende fysieke ervaring die je gewoon moest ondergaan, het beste van Swans en doom-metal met een headbangende Anna die haar en onze duivels ontbond.
Daarna liet de band ons even op adem komen, op ”Källans återuppståndelse”, verrijzenis in het Zweeds, speelde von Hausswolff melodica, Twin Peaks was nooit veraf met zijn unheimliche sfeer. De single “The mysterious vanishing of Elektra”, begon met een akoestische gitaar, die beantwoord werd met een logge gitaarrif, en hoge uithalen van Anna, als een soort gotische, theatrale PJ Harvey. “Come wander with me/Deliverance” was het letterlijke orgelpunt van dit magistrale optreden: Julee Cruise die met een doommetalband in dialoog ging, drones, gitaarsolo’s en orgelklanken in een lang filmisch stuk.
Bissen deed Anna von Hausswolff tussen het publiek, een meter vijftig groot, maar wat een stem, met “Gösta” een wondermooie torch song die ons nog lang zal bijblijven, een nummer dat ze schreef voor een theatervoorstelling in het Göteborgse Stadstheater: Gösta Berlings Saga, naar een boek van Selma LagerLöf.

Wie er bij was, was getuige van een vijfsterrenoptreden, voor mij zelfs het beste concert dat ik ooit in de AB Club mocht meemaken.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/anna-von-hausswolff-28-05-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/miaux-28-05-2018/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Moaning - Echo’s van de jaren negentig hardcore
Moaning
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
Nick Nyffels

Hoe zou het nog zijn in de Amerikaanse underground? Goed, op basis van twee nieuwe bandjes die we zondagavond in de AB Club aan het werk zagen.

Bodega komen uit Brooklyn, hun debuut ‘Endless scroll’ komt volgende week uit en is geproduced door Austin Brown, de lange van Parquet Courts. Bodega, drie meisjes en twee jongens, worden als artrock of postpunk gecatalogeerd, maar wij hoorden toch iets anders: stevige collegerock met een politieke en maatschappijkritische inslag, een beetje punk, DIY-ethiek met veel scheurende gitaren, en dubbele percussie, waarbij frontvrouw Nikki Belfiglio het voortouw nam, en als ze niet drumde, wilde danspasjes ten berde spreidde. De zang werd gedeeld met gitarist Ben Hozie en als hij zong waren de gelijkenissen met Parquet Courts overduidelijk. Verder deed deze band ons ook denken aan Priests, al komt dat punkbandje dan uit Washington DC.

Van de andere kant van de USA komen Moaning, dit trio komt uit LA, en hebben hun debuut uit op Sub Pop records. Zanger Sean Solomon ziet er piepjong uit, maar was al tien jaar actief in verschillende bandjes voor hij met Moaning begon. Op basis van de plaat catalogeer je deze band ergens tussen postpunk (Interpol, Preoccupations) en shoegaze, maar hun liveklank ging het meer gaan zoeken in de melodieuze Amerikaanse hardcore punk van de jaren negentig: Fugazi, Shellac, Rival Schools en Quicksand: het recept is dus duidelijk, veel tempowisselingen op drums en bas, met een gitaar die daar door scheurt.
Het minpunt van deze band is toch wel de zang van Solomon, hier geen brulboeizang als bij Metz, de drummer had trouwens een t-shirt aan van die band, maar de fluisterzang van Solomon had te weinig melodie.
In Limburg zijn ze zot van dit soort bandjes, ze staan dan ook op vrijdag 17 augustus op Pukkelpop op het Lift-podium, wat de juiste plaats is voor dit debuterend bandje. Zo verpletterend als bijvoorbeeld Shame of Metz zijn Moaning nog niet, maar geef ze wat tijd en het komt wel in orde.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Durand Jones & The Indications - Soul van de bovenste plank
Durand Jones
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2018-05-11
Nick Nyffels

Als soulliefhebber moesten we de laatste jaren afscheid nemen van twee grote artiesten: Charles Bradley en Sharon Jones blijven we koesteren. Gelukkig staat er ook een nieuwe generatie klaar die de klassieke soul fris houdt, met bijvoorbeeld Leon Bridges en ook Durand Jones. Die groeide op in Hillaryville, Louisiana, waar hij in het kerkkoor gospel zong, en hij ook saxofoon leerde spelen. Hij trok als student naar Indiana, om saxofoon en klassieke muziek te gaan studeren, en daar ontmoette hij leden van de band Charlie Patton’s war, die hem overtuigden om te gaan zingen, en zo ontstond Durand Jones & The Indications.  Die stonden vrijdag in de AB-Club en je kan ze deze zomer ook nog zien op Rock Werchter.

Durand Jones & The Indications zijn met zeven, en spelen vintage soul van hoge kwaliteit: een blazersectie met sax, trompet en dwarsfluit creëert een authentieke jaren zestig-klank in het spoor van The Menahan Street Band. Jones is misschien minder spectaculair dan wijlen Charles Bradley, hier geen James Brown-uithalen, toch is dit echte doorleefde soul, soms ook heel Amerikaans met een hoog showgehalte. De dwarsfluit riep onvermijdelijk Donald Byrd op, en als de drummer de zang op zich nam, was het of de jonge Michael Jackson op het podium stond. We onthielden “Is it any wonder”, “Giving up” met een sterke trompetsolo en “She’s gone to another”, een cover van The Whatnauts, een vergeten soulband uit Baltimore die Kanye West nog gesampled heeft. Bissen deden The Indications met een cover van Smokey Robinson.

Ook het voorprogramma ging het zoeken in de jaren zestig, maar dan op de Caraïben. Chris & Charlie spelen rocksteady, de Jamaicaanse link tussen ska en reggae. Het is de band van Charlotte en Christiane Adigéry, aangevuld met leden van The Whodads en The Internationals. Charlotte Adigéry kan je kennen van het nummer “The Best thing”, van de soundtrack van de film Belgica, die door de Dewaele Brothers in mekaar gestoken werd. Ze was ook backing zangeres bij Arsenal en heeft haar eigen project WWWater, elektronische muziek met akoestische elementen, dat bij Ibeyi aanleunt. Bij Chris & Charlie zingt ze met haar moeder traditionele rocksteady, met een paar eigen nummers en ook veel covers, waaronder “Blackbird” van The Beatles, “The first cut is the deepest”, vooral gekend van Rod Stewart, maar hier veel dichter bij het origineel van P.P. Arnold en “Ring my bell” van Anita Ward.
Dit klonk authentiek Jamaicaans, met een straffe ritmesectie en het zo typische orgeltje, ook al is moeder Christiane van Martinique en is Charlotte een echte Gentse.
Hopelijk staan ze ook op de Gentse Feesten, we hebben zo al een paar podia in gedachten waar ze de pannen van het dak kunnen spelen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Nap Eyes - Canadese gitaarklanken in het café van het DOK
Nap Eyes
DOK
Gent
2018-05-06
Nick Nyffels

DOK mag er nog een jaartje bijdoen, het kraakpandgevoel kan je dus ook in 2018  opzoeken aan de Afrikalaan. DOK en Democrazy organiseren er nog steeds kleinschalige, maar heel interessante optredens. Het was hoogzomer aan het Handelsdok, iedereen genoot van het tropenweer in de ligstoelen of op de bankjes.

Toch moesten we het café in voor een Canadese band die zijn derde plaat, ‘I’m bad now’ kwam voorstellen. Nap Eyes komt uit het minst bevolkte deel van Canada, Nova Scotia en maakt tijdloze gitaarmuziek. Zanger Nigel Chapman heeft met zijn ziekenfondsbrilletje iets weg van de jonge Henry Rollins, maar verwacht geen punk: dit is gitaarmuziek met roots in de sixties, een mix van neo-psychedelica en powerpop. Het is een genre dat de laatste vijftig jaar steeds blijft opduiken, van The Modern Lovers en Big Star in de jaren zeventig, de Paisley Underground in de jaren tachtig, tot The Posies en Pavement in de jaren negentig en Car Seat Headrest en Steve Gunn nu.
Nap Eyes speelden een relatief korte set, om tien uur was het immers sluitingsuur in het DOK. Het was een mooie set, die echter nergens volledig losbarstte, behoudens een occasionele gitaarsolo. Chapman zong met de grove korrel à la Lou Reed, maar gelukkig een heel stuk stemvaster.
We kickten heel erg op de gitaarklank van de leadgitarist, die zowel heel erg retro en scheurend kon klinken (The Dream Syndicate) als cutting edge à la St. Vincent: de juiste keuze aan effectpedalen met andere woorden.
Chapman klonk vrij onwennig en onbeholpen in zijn bindteksten, wat toch wel vreemd is voor een band die al drie albums aan de weg timmert. Maar muzikaal zat het wel snor, met uitstapjes naar garagerock: The Strokes maar dan zonder de attitude, en countryrock.  

Nap Eyes sloot af met een langer, psychedelisch nummer, zoals Car Seat Headrest die in de aanbieding heeft, en dat was meteen ook het meest geslaagde nummer van de avond, in een set die mooi was maar soms iets te braaf.

Organisatie: Democrazy, Gent

Courtney Marie Andrews: smartlapparels van een ontluikende countrygrootheid.
Courtney Marie Andrews
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2018-04-16
Nick Nyffels

Nashville lag maandagavond aan de Zenne, de countryliefhebbers vonden de weg naar de AB club voor Courtney Marie Andrews, een 28-jarige Amerikaanse uit Arizona die de laatste tijd dikwijls op Radio Een gedraaid wordt. De jonge hipsters lieten het afweten, de gemiddelde leeftijd van het publiek draaide ergens rond de vijftig.

Andrews kwam haar nieuwe plaat ‘May your kindness remain’ voorstellen, de opvolger van haar doorbraakplaat ‘Honest life’ van vorig jaar, wat ook al haar vijfde album was. Andrews maakt al muziek sinds haar vroege tienerjaren en speelde onder meer bij Jimmy Eat World, Milow en Damien Jurado. ‘Honest Life’ heeft een link met België, de meeste nummers werden in Leuven geschreven toen ze daar met Milow samenwerkte. De nieuwe plaat nam ze op in LA, met een volledige band en met producer mark Howard, die ook aan de knoppen zat bij Lucinda Williams, Tom Waits, Emmylou Harris en Bob Dylan.
Courtney MarieAndrews en haar band brachten vintage country, niet de IKEA-variant van First Aid Kit, maar het authentieke stuff van het Midwesten van de States, en dat zowel in de klank (met Muscle Shoals orgelpartijen en redneckgitaarsolo’s) als in de teksten, die een pak meer levenservaring etaleerden dan je van een achtentwintigjarige zou verwachten: beeldende taal over armoede en depressie in het Amerikaanse Midwesten waar gebrek aan succes alleen maar je eigen schuld kan zijn: de keerzijde van de American Dream. Zo ging het in opener “Two cold nights in Buffalo” over “Cheap motels the wrong side of the tracks”. Andrews heeft één fantastische troef, en dat is haar engelenstem met de typische countrysnik, je zou haar zonder blozen de opvolgster van Emmylou Harris kunnen noemen. In het van tristesse doordrongen “Table for one”, werd haar stem mooi ondersteund in een close harmony van de andere bandleden. “How quickly your heart mends” ging op het smartlap-thema verder,  zo ging het onder meer over “Empty promises and a broken heart”, dit nummer had trouwens een prachtige break, en sloot af met een classic rock gitaar outro om u tegen te zeggen. Mocht Johnny Cash nog onder de levenden zijn, had hij zeker “All I ever wanted was an honest life” gecovered, een nummer dat je niet van een achtentwintigjarige verwacht. Andrew liet na deze titelsong van de vorige plaat, haar gitaar even aan de kant, en speelde keyboard op “This house aint much of a house but it’s my home”, nog zo een smartlap die trailer parks en vervallen houten huisjes met scheefgezakte veranda’s en lekkende daken opriep. Naast al die kommer en kwel, was er ook meededogen en catharsis , bijvoorbeeld in het titelnummer, dat Nick Cave gewijs tot de conclusie kwam: “if your money runs out and your good looks fades, may your kindness remain”: in haar cape leek Andrew wel een predikante in een baptistenkerk.

Bissen deed Andrews met “Irene”, en als afsluiter nodigde ze haar voorprogramma Twain uit om mee te doen op een cover van Little Feat, die Linda Ronstadt haar nog voorgedaan had. Je zal ons niet gauw op een line dance betrappen, maar tegen de onvervalste country van Courtney Marie Andrews zeggen we geen nee.

Setlist
Buffalo – Table for one -Near you- How quickly – Long road back to you – Honest life – Rough around the edges – This House – Kindness of strangers – I’ve hurt worse – Border – Sea town -May your kindness remain – Warning sign
Bis: Let the good one go – Irene – Willin’ (Little Feat cover)

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ry X & Brussels Philharmonic Soloists - De nieuwe Bon Iver in een klassiek Brussels jasje
Ry X
Ancienne Belgique
Brussel
2018-02-25
Nick Nyffels

Toch wel verrassend dat een artiest waarvan zijn enige plaat ‘Dawn’ al twee jaar oud is de AB volledig weet uit te verkopen, maar dit is wat Ry X zondagavond voor mekaar kreeg. Ry Cuming, een Australiër die vanuit Los Angeles opereert, kwam eerst in de spotlichten met zijn electronica-project Howling in 2015, uit op Monkeytown records, het label uit Berlijn, opgericht door de Dj’s van Modeselektor. In Howling werkte hij samen met Frank Wiedemann, een Duitse DJ die samen met met zijn kompaan Kristian Beyer als Âme house-releases uitbracht op het Sonarkollektiv-label van Jazzanova. Als Howling stond Cuming al op Pukkelpop 2015 en stelde hij de plaat ‘Sacred ground’ voor, een mix van down-tempo house, folk, en droompop. Een jaar later zagen we hem op Pukkelpop als Ry X, in de club, waar zijn subtiele klanken verdronken in het geroezemoes van het publiek.

Of de debuutplaat van Ry X een slow burner is, en gestaag zieltjes gewonnen heeft voor iedereen die afhaakte bij Bon Iver toen die teveel de vocoder begon te gebruiken en de experimentele tour op ging, weten we niet, maar in ieder geval zullen er vanavond veel fans van Bon Iver naar de AB afgezakt zijn.
Ry X deed vanavond een specialleke, na eerdere samenwerkingen met een Duits symfonie-orkest, stond hij vanavond op de bühne met een deel van het Brussels Philharmonic. Een klassieke bewerking dus van zijn debuut, een beetje vergelijkbaar met wat The Colorist al deed met Lisa Hannigan en Emiliana Torrini. Wij telden 12 leden van het Brussels Philharmonic, maar het kunnen er ook meer geweest zijn. Daarnaast had Cuming ook nog zijn band meegebracht die voor de elektronische invulling zorgde.
Cuming begon er heel rustig aan, tokkelend op zijn akoestische gitaar met “Sweat”, echt muziek die tijd nodig heeft om zich te ontvouwen, waarbij de aanzwellende strijkers van het Brussels Philharmonic voor een  bijzonder filmisch effect zorgden. We moesten onmiddellijk aan Jose Gonzalez denken, wiens muziek, net als die van Ry X ook door Sony in zijn reclamespots gebruikt is. Minimale beats completeerden dit nummer.
Cuming ging verder met “Salt”, waarbij hij in ware Bon Iver-stijl zijn falset inzette, een hymne die versnelde en dan weer vertraagde, en zo breekbare euforie opriep. De man zijn plaat is ondertussen al twee jaar oud, hij is bezig aan een nieuw album, en we kregen dan ook al een paar voorproefjes voor dat nieuwe album, waarvan “Hounds” het opvallendste was met zijn plotse stiltes die groot effect sorteerden. Het publiek reageerde vervolgens euforisch op “Berlin”, met zijn whohoo-refreintje wellicht het meest herkenbare nummer van Ry X.
Naast akoestische gitaar speelde Cuming ook elektrische gitaar en keyboards, en naar het einde van zijn set nodigde hij ook zijn voorprogramma Hannah Epperson uit om te komen meedoen. Afsluiter “Howling”, schoof nog het meest op in de richting van een dance-nummer, met Cuming die zijn vingers over de snaren van zijn gitaren schoof en beats die naar een climax opbouwden. Bis-nummer “Only” zet Cumings sterkste wapen nog maar eens overtuigend in de verf, zijn emotionele falset.  

De samenwerking met het Brussels Philharmonic was bijzonder geslaagd, een grote meerwaarde voor de klank, en je kan je eigenlijk geen concert van deze man meer voorstellen zonder de live-begeleiding van een strijkerskwartet.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Van een verrassing gesproken, het was niet Niels Destadsbader die met zijn nieuwe plaat opdook in de Album Ultratop, maar die andere Nils, Nils Frahm, die met zijn nieuwe plaat ‘All melody’ op positie 4, toch maar schoon stond te blinken tussen Ed Sheeran en K3. De AB was dan ook twee maal uitverkocht voor het concert van de zesendertigjarige Duitser, wij waren er bij op de tweede dag.

Het podium van de AB was ingericht als de opnamestudio van Frahm, met een uitgebreide opstelling van piano’s, orgels, synthesizers en andere obscure toetsinstrumenten, met zelfs een orgel dat in de coulissen stond voor een betere klank, aldus Frahm.
Dit twee uur durende concert vloog voorbij, met een enthousiaste componist die zich uitleefde in zijn muzikale speeltuin waarin toetsinstrumenten soms op onorthodoxe manieren bespeeld werden in zijn zoektocht naar nieuwe geluiden.
De nieuwe plaat van Frahm, gaat verder in de richting van ‘Spaces’, zijn plaat uit 2013, die pianomuziek aan elektronica paarde. Hier en daar bracht hij nog een intimistische pianocompositie, die heel verhalend en filmisch was, als je het gekuch uit het publiek, en het aanschoppen van de plastieken bekers in de zaal wegdacht. Maar eigenlijk was het grootste deel van het concert uitgepuurde, minimale techno, die in menige club tot zijn recht zou komen, bv. In het nieuwe “Sunson”: we hoorden Teutoonse beats die in Berghain niet zouden misstaan: een beetje Bookashade, een beetje Kompakt, denk aan Wolfgang Voigt, maar dan zonder de donkerte van die laatste. Frahm roept zo de zonsopgang in Ibiza op, na een hitsige clubnacht.
Die luistertechno wordt ondersteund door alternatieve klanken die hij uit de toetsinstrumenten tovert: je hoort de hamertjes op de snaren kloppen, mechanische geluiden die je normaal bij toetsinstrumenten niet mag horen, er zitten speelgoedpiano’s, strijkers en aanzwellende orgelklanken in die overgaan in drones.  Bij momenten klaterden de beats, in een hectiek die je ook vindt in de meer experimentele nummers van Radiohead. Alleen de klaagzang van Thom Yorke ontbrak in “All Melody” en “#2” zwelde aan naar zijn euforische hoogtepunt: oneindige muziek in overdrive.
Wij hoorden ook een grote hommage aan de pioniers van de elektronica, met referenties naar Vangelis (“Chariots of Fire”) of Mike Oldfield (“Tubular Bells”). Tussen de lange nummers door, nam Frahm de tijd om met veel ironie zijn nummers te becommentariëren: zo vergeleek hij zijn composities met het kiezen van een wasmachine-programma, of omschreef hij zijn populairste nummer “Says” als een repetitie van steeds hetzelfde C-akkoord: dat was het ook, maar die repetitie creëerde boventonen die heel hypnotisch werkten.
Dit concert vloog voorbij, het was zo kwart na tien en tijd voor de door Frahm aangekondigde bis, waarin hij de snaren van de vleugelpiano rechtstreeks bewerkte in het nummer “For -Peter- Toiletbrushes- More”.

Met deze mix van klassiek, experiment, soundtrackmuziek en minimale beats is Frahm klaar voor de festivals, we zouden hem nu niet direct op Tomorrowland zetten, maar een festival zoals Cactus afsluiten, zal hem zeker goed afgaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel + Toutpartout


De 4AD was goed gevuld voor een triootje op zaterdagavond. We pikten nog de laatste nummers mee van de Londense Nadine Khouri, die op haar door John Parish geproducete plaat ‘The salted air’ ook hulp kreeg van de hoofdact van vanavond, Adrian Crowley. Te kort dus voor een beoordeling, het klonk allemaal nog al spaars, de nummers die we achteraf googelden, klonken niet slecht: een beetje pop noir, veel sfeer, iets voor fans van Mazzy Star en This Mortal Coil: minimaal, maar toch naar een hoger plan gebracht door de productie van Parish.

Head Full of Flames is een viertal uit het Brusselse dat al een tijd bezig is, maar voorlopig wat onder de radar blijft. De band ontstond aan het Leuvense Lemmensinstituut, en de bassist, Pieter-Seaux, ken je wellicht beter van bij het duo Hydrogen Sea. Head Full of Flames brengen rustige, knap opgebouwde gitaarfolk, je kan ze nog het beste vergelijken met Isbells. De nummers zitten goed in elkaar, de percussie legt subtiele accenten, en de zang mag er zeker zijn. Echte wintermuziek, die melancholisch is maar toch voldoende dynamiek vertoont.

Adrian Crowley staat altijd garant voor kwaliteit. Dit is ook zo op zijn nieuwe plaat ‘Dark Eyed Messenger’, waar hij zijn gitaar achterwege laat, en zijn bariton laat begeleiden door een mellotron. De Ier wordt dan ook heel hoog gewaardeerd door de critici, maar bij het grote publiek blijft deze 50-jarige folkie toch miskend. Crowley tourt dan ook heel low-key door Europa, en dat was eigenlijk het grootste probleem vanavond: bij gebrek aan opsmuk door een begeleidingsband klonk Crowley wel heel spaars: het eerste deel van de set speelde hij gitaar, in het tweede deel begeleidde hij zichzelf op mellotron, maar in beide gevallen was het zeer minimaal, en dit ten koste van de sfeer: stel je voor dat Nick Cave zijn ‘Skeleton tree’ zonder Bad Seeds had opgenomen, dan kwam je ongeveer uit bij wat Crowley vanavond in de 4AD bracht.
De Ier begon er aan met “Silver Beech tree” uit zijn nieuwe album, dat de hoofdbrok vormde van de set. Wij leerden Crowley kennen in 2013, toen we hem aan het werk zagen in de Nijdrop, en qua podium-act was dit heel gelijklopend: Crowley babbelt tussen de nummers door met het publiek, maar voor mij mocht er gerust meer swung en melodie in de uitvoering zitten: het was soms wel erg traag en erg parlando. Toen stelde Crowley zijn plaat ‘I see three birds flying’ voor, en ook vanavond bracht hij met “Fortune teller song” een nummer uit die meer gitaargerichte plaat.
Crowley heeft een goede muzieksmaak, dankzij hem kennen we nu ook een obscure song van The Velvet Underground, “Ocean”, en daar zijn we blij om. De beste songs deze avond waren “Catherine in the dunes” , “Valley of tears”, oud-testamentische hel en verdoemenis in de stijl van Dave Eugene Edwards, en “Unhappy seamstress” waarin hij ons terugvoerde naar de kindertijd met een opwindmuziekdoos: we hebben er ooit ook nog één gehad die “Te Lourdes op de bergen” speelde, dit exemplaar speelde een andere maar even krakkemikkige melodie. Afsluiten deed Crowley met een cover van een van zijn grote voorbeelden, Lee Hazlewood’s “My autumn’s done come”.

De platen van Crowley kunnen we aan iedereen aanbevelen, zijn optredens kunnen een begeleidingsband gebruiken, Crowley is geen Luka Bloom die met zijn gitaar een hele concertzaal kan begeesteren, daarvoor is zijn muziek ook te donker.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Father John Misty: sterk concert van de sarcastische crooner
Father John Misty
Ancienne Belgique
Brussel
2017-11-12
Nick Nyffels

Een kleine week voor Fleet Foxes tweemaal in een uitverkochte AB komen spelen, was het de beurt aan hun ex-drummer, om het in Brusselmansiaanse termen te formuleren, om zijn nieuwe plaat te komen voorstellen.

‘Pure Comedy’ is de nieuwe plaat van Josh Tillman, aka Father John Misty. Father John Misty kreeg het net niet voor mekaar om de AB éénmaal uit te verkopen, maar de zaal zat toch goed vol. We waren benieuwd hoe hij zijn nieuwste plaat live ging brengen: tekstueel is ze fascinerend, maar de productie van de plaat vinden we zelf nogal eenvormig: de strijkers en de softrock-productie doen alle nummers op mekaar lijken op dit super ambitieuze album: het is een soort autodidactische muzikale roman over het menselijk bestaan die vertrekt van het volgende uitgangspunt: de mens zit hier op de kleine blauwe planeet, en weet het ook allemaal niet meer sinds hij geen jager-verzamelaar is, en dus vond hij maar religie, politiek en e-commerce uit. Zoals gewoonlijk zitten de teksten van Misty dus boordevol weerhaken, maar muzikaal waren wij dus zoals eerder vermeld niet bijster enthousiast over de gesuikerde productie.
Josh Tillman heeft de reputatie recalcitrant te zijn, en er niet voor terug te deinzen om zijn publiek te beledigen en op het verkeerde been te zetten, maar kijk, vanavond was hij poeslief voor het Brusselse publiek. Zijn bindteksten waren deze keer gewoon grappig, en een beetje bizar, zo haalde hij midden het optreden iets uit zijn jaszak waarvan hij beweerde dat het een menselijke tand was, waarop een meisje riep dat het de hare was, wat Tillman dan weer ten stelligste ontkende. Maar verder bleef het allemaal binnen de perken: geen Sun Kill Moon-toestanden op het podium dus.
Muzikaal was dit een topoptreden, Tillman speelde meestal op akoestische gitaar, soms nam hij enkel de zang voor zijn rekening, als een volleerde crooner, in die rol dikwijls enkel begeleid op piano.
De grote meerwaarde kwam van zijn zeskoppige band, die Americana met onvervalste Country & Western (die zo typerende lap steel gitaar-klank) afwisselde en voor veel dynamiek zorgde. Voor een aantal nummers had Father John Misty ook projecties meegebracht: zo draaide onze blauwe planeet rondjes tijdens “Things it would have been helpful to know before the revolution” en zat er verder in het concert een grappig filmpje waarin Tillman met zijn dubbelganger in een appartement onder meer cocaïne zat te snuiven. Het concert begon met de nummers van ‘Pure Comedy’, maar tijdens het concert kregen we ongeveer 50 procent uit de nieuwe plaat en 50% uit ‘I Love you honeybear’, dat qua thematiek persoonlijker is en vooral over de liefde in zijn meest pijnlijke en eerlijke vormen gaat.
De podiumprésence van Tilman had wel wat weg van de oudere, bebaarde Jim Morrison: evenveel podiumpresence als The Lizard King, met grote gebaren over het podium schrijdend als een echte crooner: de ironische versie van Nick Cave zowat: heel theatraal smeet hij zijn gitaar in de armen van de roadie (denk aan Pete Doherty) om dan het microstatief de lucht in te steken of op de knieën te zakken.
Het concert wisselde intieme pianoballads af met stevige rock en country-nummers en de muzikanten gooiden er dan ook nog mooie koortjes tussen. Bij momenten waande je je in The Grand Ole Opry in Nashville.
Tillmann beloofde ons alle hits te spelen, en die kregen we dan ook: een intiem “Bored in the USA”, een krachtig “I love you honeybear” als afsluiter van de reguliere set, en ook “Chateau #4” was het vermelden waard. Het enige nummer dat ontbrak was “Leaving LA”.
Tillman was oprecht tevreden met de respons van het Brusselse publiek, en liet dat nog eens duidelijk merken met een knaller van een bis (“The Ideal Husband”).

Father John Misty is zo een van die bands die veel beter tot zijn recht komt in zaal dan op een festival. Voor liefhebbers van Randy Newman, Billly Joel, seventiesfolk en jaren negentig Americana was dit een zeer geslaagde zondagavond.

Setlist: Pure comedy - Total entertainment forever -Things it would have been helpful to know before the revolution - Ballad of the dying man - Nancy from now on- Chateau lobby #4 (in C for two virgins)-Strange encounter - Nothing good ever happens at the goddamn thirsty crow - Only son of the ladiesman - When the God of love returns there'll be hell to pay- A bigger paper bag - When you're smiling and astride me -This is Sally Hatchet -The night Josh Tillman came to our apt. -Bored in the USA -The memo - I'm writing a novel - Hollywood forever cemetery sings - I love you, honeybear
Bis: Real love baby - Holy Shit - The ideal husband

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zaterdag 21 oktober 2017 03:00

Mammút - typisch IJslands eigenzinnig

Mammút - typisch IJslands eigenzinnig
Mammút
Botanique (Rotonde)
Brussel
2017-10-19
Nick Nyffels

Simon Raymonde van Cocteau Twins runt het Engelse Indie-label Bella Union. Een van de nieuwste artiesten op dit label is het IJslandse Mammút. Die schakelden dit jaar met hun vierde plaat ‘Kinder Versions’ over van het IJslands naar het Engels en hopen zo op een doorbraak in Europa en Amerika. Mammút is al een tijdje bezig, de band werd opgericht in 2004 toen de leden zestien jaar waren en won ondertussen verschillende IJslandse muziekprijzen. De spilfiguur is de zangeres Katrina Mogensen, de band heeft verder een gitariste, een bassiste, een tweede gitarist en een drummer die zo weggelopen lijken uit een biker-café en ze hebben typische vikingnamen zoals Baldursdóttir, Jakobsson en Pétursson.

Mammút speelde een vol uur, met zowel oude nummers in het IJslands als de nieuwe Engelstalige nummers. De band klinkt bijzonder stevig: potige indie-gitaarrock met wat post-punk en post-rockinvloeden zonder dat die genres gaan overheersen. De glansrol is weggelegd voor zangeres Kat Mogensen, die stevig uithaalt en daarbij onvermijdelijk de vergelijking oproept met Björk. We weten niet of het gewoon de IJslandse taal is, maar in ieder geval was de frasering van de Engelse zanglijnen van Mogensen wel heel erg gelijkend met die van Björk, wat natuurlijk geen minpunt is. Er is trouwens een verband met Björk: de vader van Mogensen speelde nog bij Kükl, de eerste band van Björk, die het in de new wave en postpunk gingen gaan zoeken. Een leuk weetje voor de popkwissers onder ons dus, of misschien ook het logische gevolg dat op een eiland van 300,000 inwoners iedereen die met muziek bezig is, mekaar wel tegen het lijf loopt.
Zoals gewoonlijk was de belichting in de Rotonde behoorlijk duister, en dit paste bijzonder goed bij de muziek, en de podiumact van Mogensen, die molenwiekend als een hogepriesteres het podium afstruinde. Het moest niet altijd zwaar en donker zijn, want de band bracht ook een cover van Cher, “Believe”, ook al stond de Mammùt-versie mijlenver van de gay-disco van het origineel. Wij vielen vooral voor de nummers die in het Ijslands gezongen werden, vanwege de klankkleur van die taal.

Of Mammùt echt zal doorbreken, daar hebben we onze twijfels bij, maar in ieder geval zijn ze typisch IJslands eigenzinnig.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 3 van 12
FaLang translation system by Faboba