zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

vrijdag 02 november 2018 17:49

Untethered

‘Untethered’ is het album met de laatste opnames die Robert Fisher met zijn band Willard Grant Conspiracy maakte vóór zijn voortijdige dood op 12 februari 2017. Fisher was het enige constante lid van de Conspiracy, die uitblonk in funeral rock, donkere americana en country noir. Vrolijk werd het nooit bij Fisher en zijn Conspiracy en dat verbeterde uiteraard niet toen de kanker hem op de hielen zat.
Het hele album werd nog net afgemaakt vóór zijn dood, maar de tapes zijn pas dit jaar weer opgedoken en tot leven gebracht door zijn compadre David Michael Curry die de jongste jaren zowat het tweede vaste bandlid was. ‘Untethered’ heeft onmiskenbaar iets van een testament, een beetje als de laatste albums van Leonard Cohen en David Bowie toen die hun einde voelden naderen. Of zoals Johnny Cash de dood nog recht in de ogen keek op zijn American Recordings.
Het postume album opent met het atypische, op een elektro-ritme drijvende (I am a) “Hideous Beast”. Wou Fisher zijn fans voor zijn mochten die hem als een heilige willen afschilderen? Het zou zomaar kunnen.
Daarna is het vintage Willard Grant Conspiracy met “Do No Harm” (when I sleep) en “All We Have Left”, twee typische afscheidsliedjes met de Conspiracy-sound als een grote stempel over die melancholische, breekbare en toch zware stem van Fisher. Americana en country zijn ver weg, maar deze funeral blues raakt je tot op het bot. Cello en violen blenden mooi met de warme gitaarsound.
Op “26 Turns” klinkt Fisher alsof hij naast je in de zetel zit. Het is een klein en nietig niemendalletje van een song, maar uit Fisher’s strot en met wat drama van de violen treft ook dit meteen doel. Zo traag zingend heeft Fisher’s stem iets van die van (de oudere) Lou Reed, wat je ook hoort op “Chasing Rabbits”.
Daarna neemt Fisher afscheid van geliefden op het fluisterend gezongen “Let The Storm Be Your Pilot” en het ambigue liefdeslied “Love You Apart”. Herinneringen ophalen doet de Conspiracy-zanger in het instrumentale “Margaret On The Porch” dat eerst knispert als een haardvuur en dan uitdooft en op “Saturday With Jane”.
Sommige tracks lijken maar vage schetsen, zowel in teksten als in de muziek. Vluchtig opgenomen en niet in de diepte uitgewerkt zoals het oudere materiaal van de Willard Grant Conspiracy. Met arrangementen die er later –met veel liefde en respect - opgekleefd zijn. Het instrumentale walsje “Two Step” is er zo eentje. Andere tracks op ‘Untethered’, zoals het slepend van funeral blues naar funeral gospel hinkelende “I Could Not”, spookten duidelijk al langer door het hoofd van Fisher.
“Share The Load” klinkt meer als een uitnodiging dan als een volwaardige song, maar is tegelijk zo oprecht dat je kippenvel krijgt. Op “Unthetered” (ongebonden) kijkt Fisher een laatste keer achterom of er geen losse eindjes meer moeten aan elkaar geknoopt worden, om dan het laatste eind alleen te gaan op “Trail’s End”.
Willard Grant Conspiracy ademde altijd al verdoemenis, verdriet en melancholie, maar nooit was afscheid zo tastbaar en oprecht als op ‘Unthetered’.

Indoorfestival Zingem Beeft is nog maar aan zijn tweede editie toe, maar verdient onze aandacht voor de aanpak. Een moderne, frisse zaal met een groot podium, een degelijke PA en lichtinstallatie, … en dat in combinatie met een bescheiden inkomprijs voor toch vier metalbands, met veel aandacht voor lokaal talent. Het is een verademing voor zowel bands als bezoekers.

Turpentine Valley mocht met zijn post-metal het festival openen. De lichtman kon nog even uitrusten, want de band uit Zulte zette het optreden in met niet meer dan enkele strategisch geplaatst gloeilampen. Die setting hielp, samen met het weglaten van aankondigingen of bindteksten, mee om de aanwezigen mee te nemen op de postmetaltrip van dit instrumentale trio. De band putte vooral uit hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum, dat ze in eigen beheer op cassette uitgebracht hebben.
Turpentine Valley heeft al nieuwe nummers klaar, maar die worden nog even opgespaard. De set was mooi opgebouwd met het nog wat voorzichtige “Abrupt” en “Compromis” als kennismaking en met in de finale een heftige versie van “Trauma”.
Hoewel de hoofdmoot postmetal is, maakt Turpentine Valley ook uitstapjes tot aan de stoner en sludgemetal. Hun set zorgde niet voor meebrullende of moshende fans of hoorns die de lucht in gingen, maar aan de meeknikkende kopjes in het publiek kon je toch opmaken dat hun postmetal best gesmaakt wordt bij de ‘gemiddelde’ metalfan.

Ironborn wist de menigte te verleiden met klassieke heavymetal. Ze openden met hun Motörhead-tributetrack “Rock ’n Roll Is Dead” (geen cover). Hier gingen de vuisten en hoorns wel meteen de lucht in. Ironborn speelde “1568”, over de executie van Egmont (ooit prins van het naburige Gavere) in de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing. In Zingem speelden ze de elektrische versie van deze single en hadden ze hun gelijknamige bier mee als merchandise. De vertaling van akoestische naar elektrische versie zorgt voor een resultaat dat aanleunt bij de progmetal. Ook in andere nummers kruiden ze hun heavymetal (matig) met death en speed, terwijl ze toch op hun best zijn als ze gewoon heavymetal brengen. Dat bleek naar het einde van de set met prachtige versies van “Drifting Away”, “Your Downfall” en meezinger “Never Again”.

Met Signs Of Algorithm werd een derde subgenre van de metal aangeboord. Deze band brengt metalcore zonder compromissen: snel en hard beukend. Het jonge geweld zorgde voor de eerste moshpits van de avond. De routine van vaak te spelen, ook in het buitenland, zorgt ervoor dat de bandleden elkaar blind vinden, zowel muzikaal als stuiterend over het podium, en dat ze hun publiek ook recht in de ogen kunnen kijken (ipv naar hun snaren te staren) om het zo nog wat meer op te jutten. Het ‘trucje’ met drie extra verhoogjes (bovenop het reeds hoge podium in de Griffel) voor zanger Frederick zorgde voor gemengde gevoelens bij sommige bezoekers. Het kan werken in een zaaltje zonder eigen podium, maar in Zingem voegde het voor sommigen weinig toe aan de beleving. Maar die opmerkingen kwamen dan wel van achter in de zaal. Voor het podium had niemand er problemen mee. Integendeel.

Hexa Mera is één van de Belgische sterkhouders in melodische deathmetal en kan mooie adelbrieven voorleggen van o.m. Graspop en Metaldays. Hoewel ze muzikaal niet zo heel ver uit de buurt liggen van Signs Of Algorithm hield een deel van het publiek het al voor bekeken bij Hexa Mera. Best jammer, want Hexa Mera verkeerde in een bloedvorm. De wurggreep op het publiek begon bij “Siegebreaker” en “Divide Et Impera” en leidde zo naar de eerste, weliswaar bescheiden wall of death van dit indoorfestival. Deze band toonde in alles dat ze het waard zijn om als headliner op de affiche te staan.

Als Agera Events op dit elan kan doorgaan, kijken wij nu al uit naar de derde editie van Zingem Beeft. Of wordt het dan – met de fusie van Zingem en Kruishoutem – de eerste editie van Kruisem Beeft?

Organisatie: Agera Events.

donderdag 25 oktober 2018 19:24

In de schouwte (single)

Augustijn is de zoon van een West-Vlaams folk-icoon dat we hier niet bij naam zullen noemen. Want dat ligt gevoelig. Dat geeft Augustijn aan in de eerste single die hij loslaat op de wereld. Net als Axel Merckx en Matthias Schoenaerts zal hij – laat hij merken - toch nooit de verwachtingen als ‘zoon van’ volledig kunnen invullen. Hij had ook nog Gunther Neefs kunnen aanhalen. Of Youri Mulder, zoon van Jan.
Als we de familiale ballast overboord gooien, rest ons nog een jongeman die in sappig West-Vlaams en zichzelf begeleidend op gitaar een knappe song brengt met een boodschap. Zo een waar veel Vlamingen zich in zullen herkennen. Generaties na elkaar hebben Vlamingen zich opgewerkt. Elke generatie had het net iets beter dan de vorige. Vandaag zitten we aan de eerste generaties jongeren en volwassenen voor wie beter doen dan hun ouders niet meer lukt. Of voor wie dat toch niet langer evident is. Terwijl er vanuit de vorige generaties wel nog druk gezet wordt om dat toch te proberen. Bram Vermeulen bezong dat reeds treffend in “Het Is Een Wedstrijd”. Als je vader dan ook nog eens bekend is, komt daar nog eens de druk van de omgeving bij. Terwijl deze Augustijn net in de ‘schouwte’, in de schaduw dus, zijn ding wil doen.
Augustijn zit mooi in de slipstream van Kommil Foo, Het Zesde Metaal en Flip Kowlier. Als hij op dit elan voort stappen zet en dergelijke thema’s in prachtig proza blijft gieten, kan hij met wat geluk die drie naar de kroon steken. Maar als hij echt niet wil vergeleken worden met zijn vader, moet hij het ook wel laten om die te parafraseren. “Loat mi moar lopen” zingt Augustijn bijna op het einde, waarmee hij de helft van de songtitel van één van zijn vaders grootste hits aanhaalt en zo toch een beetje hengelt naar aandacht als ‘de zoon van’. Of zoeken we het nu te ver?
Met “In De Schouwte” is Augustijn een beetje tegenstrijdig uit de schaduw getreden. Maar nu hij voor het voetlicht staat, is er geen weg terug. En gelukkig maar. Volgend jaar volgt er een volledig album.

donderdag 25 oktober 2018 19:08

Heartbreak Hi

‘Heartbreak Hi’ is het tweede album van de Belgische band The LVE en komt uit bij het Nederlandse label Gentlemen Recordings. Het bandgeluid is nog steeds herkenbaar, maar ook puurder en breekbaar. Het is dromerige, schuifelende indiepop met synthpoptoetsen.
‘Heartbreak Hi’ laat een band horen die de afgelopen jaren gestaag en met veel overtuiging steeds verder is gegroeid. De typische samenzang blijft ook op dit tweede album aanwezig, al vaart The LVE een nieuwe, subtielere koers. Waar ze op hun debuut nog werden vergeleken met Eels, Wilco en Marble Sounds, vonden ze voor dit album zelf punten van herkenning bij Matthew E. White, Arcade Fire en Phoenix. Voeg daar gerust nog een reeks tussen lichtvoetigheid en melancholie zwevende landgenoten aan toe als And Then Came Fall, Pauwel De Meyer en DadaWaves. The LVE zou niet misstaan op het Belgische Starman Records.
Onder het laagje dreampop op slackertempo zitten – tekstueel dan – moeilijke onderwerpen als levensbedreigende ziektes waar je als dertiger ineens mee te maken krijgt, plus de impact en de machteloosheid die ermee gepaard gaan. Een beetje zoals The Spectors dat doen op hun jongste album.
Single “Go Bad With You” is één van de top-nummers op dit album, maar ook slaapliedje “Dreams & Memories” en de 80’s-vibe in “Slo-Mo” zullen weten te bekoren.

donderdag 25 oktober 2018 19:01

Harlot

Ook in doorgaans ingeslopen provinciestadjes als Oudenaarde werken jonge bands zich uit de naad. BØM doet dat door stoner en progrock te versmelten tot een nieuw genre en het resultaat is alvast veelbelovend.
Hun eerste single “Harlot” begint met een Jimi Hendrix-momentje om dan over te schakelen naar onvervalste desert-stoner, maar bij één van de volgende gitaarsolo’s slaan ze dan al weer het pad in van de blues-prog. Vocaal sluiten ze aan bij – opnieuw - Jimi Hendrix: net genoeg zanglijn om niet ‘afwezig’ te zijn, maar niet zo ‘aanwezig’ als in de klassieke stoner of prog.
Aan technisch kunnen geen gebrek bij BØM. En ze blijven de hele track door ook gefocust, zodat het geen oeverloos gepingel wordt. Mooi ook hoe ze bruggen bouwen tussen de muziek van vorige generaties en de meer bij het heden aansluitende stoner.

vrijdag 09 november 2018 18:38

Life

Een nieuw album van Culture Club in de originele bezetting, wie had dat nog durven verwachten? In Groot-Brittannië is het alvast minder een verrassing dan bij ons in België. Wij hebben vooral de fratsen van Boy George nog in gedachten van in de periode dat hij solo ging, op duizend-en –één singles van allerlei slag meedeed, constant in de roddelpers opdook met verhalen over drugs en gevangenisstraffen en aan de slag was als DJ.
De reünie van Culture Club loopt al een tijdje. De band deed eerst een uitgebreide tournee met de hits uit de jaren ’80 en maakte dan een album met nieuw werk, dat door band en label op de plank werd gezet wegens niet goed genoeg. Twee jaar later is er dan toch ‘Life’ en het is onduidelijk of dit het album is dat uit de kluis werd gered of toch een nieuw of herwerkt album.
Elk van die opties zou kunnen opgaan. Culture Club en Boy George brengen op ‘Life’ een geluid dat slechts heel zuinig aansluit op het werk van de jaren ’80. Wat nu zwaarder doorweegt dan de lichtvoetige en naïeve pop is soul en gospel. Die sluiten beter aan op de intussen rijpere en mannelijkere stem van Boy George. Enkel in het op reggae en blazers drijvende “Let Somebody Love You” en op het lichtvoetige “Human Zoo” herken je een glimp van de band die “Karma Chameleon” opnam.
Voor het overige krijg je op ‘Life’ best aardige soul (“God & Love”, “Different Man” en de ballad “Oil & Water”), mellow disco (“Bad Blood”), soulvolle laidback reggae (“What Does Sorry Mean”) en funky disco (“Runaway Train” en “Resting Bitchface”) en gospel-pop (titeltrack “Life”). Allemaal kunnen ze net niet overtuigen. Gelukkig staat er maar één echte draak van een nummer op dit album: het van Eurosong-pathos-overlopende “More Than Silence”.
Boy George en deze herrezen Culture Club staan binnenkort op een Antwerps podium. De aanwezigen mogen hopen dat het nieuwe werk niet de overhand krijgt op de oude hits.


Life - Boy George & Culture Club

donderdag 18 oktober 2018 14:21

Power In The Darkness – Live At The 100 Club

Als een indertijd succesvol album 30, 40 of 50 jaar oud wordt, brengt doorgaans het originele label vaak een herwerkte versie uit. Of dat gebeurt door een ander label dat intussen de rechten in handen heeft. Niet zo voor ‘Power In The Darkness’ van de Tom Robinson Band. Label EMI geeft niet thuis voor een heruitgave van dat album 40 jaar nadat het één van de bestverkochte albums van de UK werd. Dus brengt Tom Robinson zelf een nieuwe live-versie van het album uit. Met dezelfde tracklist als het origineel en met nagenoeg dezelfde extra nummers als indertijd. Die live-versie heeft hij opgenomen in de 100 Club in Londen, in 2017. Het live-album is digitaal beschikbaar en in een heel beperkte vinyl-oplage.
Het belang van het album kan nauwelijks overschat worden. Het is de brug tussen de eerder literaire, zelfs elitaire maatschappijkritiek van de generatie van Bob Dylan en Neil Young en de ongeleide maatschappij-afkeer van de eerste punkgeneratie. Robinson smokkelt soms haast onmerkbaar kritische noten in zijn lyrics door bv. kleine gevolgen van discriminatie of ander onrecht uit te vergroten om zo het hele probleem aan te kaarten. Maar in het begin van zijn carrière en op ‘Power In The Darkness’ gebeurde het toch eerder dat hij de problemen nog gewoon bij hun naam noemde. Hij nam het als eerste jonge rockster openlijk op voor de toen nog openlijk gediscrimineerde gemeenschap van homo’s en lesbiennes en bij uitbreiding voor iedereen die onrecht werd aangedaan.
Het leverde hem indertijd lof op van Amnesty International, terwijl de BBC tegelijk een aantal van zijn nummers in de ban sloeg wegens te aanstootgevend. Tom Robinson is o.m. dankzij ‘Power In The Darkness’ nog steeds een icoon in de Britse lgbt-gemeenschap, al waren er wel een paar zure opmerkingen toen hij, nadat hij eerst zelf uit de kast kwam als homo, later met een vrouw samenleefde.
De live-versies van het Power-album verschillen niet echt veel van die op het reguliere album. Je hoort natuurlijk dat Robinson’s stem flink wat kilometers op de teller heeft, maar dat compenseert hij met een karrevracht overgave en temperament. Van de originele band is enkel Tom Robinson nog actief, maar toenmalig gitarist Danny Kustow komt wel nog één nummer meespelen in de 100 club. De overige huidige bandleden spelen wel vaker mee met Tom Robinson sinds die solo op de planken staat en ook op zijn comebackalbum ‘Only The Now’ uit 2016: Faithless-drummer Andy Treacey, gitarist Adam Phillips (Richard Ashcroft) en Lee Forsyth Griffiths die zopas zelf het prachtige album ‘Silence=Death’ uitbracht.
Ook zonder de context is deze muziek om van te smullen, met klassiekers als “Grey Cortina”, “Up Against The Wall”, “Too Good To Be True” en “The Winter of ‘79”. En zelfs de minder bekende nummers maken duidelijk wat een talent Tom Robinson heeft als songschrijver. Als bonus krijg je er nog “Glad To Be Gay”, “Martin” en “2-4-6-8 Motorway” bovenop.
Het is jammer dat Tom Robinson niet langer jaarlijks naar België komt voor een intiem concert met zijn fans.

donderdag 18 oktober 2018 14:17

Subtle Science (single)

Sun Gods tekende deze zomer bij het Kortrijkse label MayWay Records. De eerste (digitale) single is "Subtle Science". Pas in het najaar van 2019 komt er een volledig album.
Sun Gods komt niet uit het niets. Aan de basis van deze band ligt Barefoot And The Shoes. Eén van de bandleden is Vincent Lembregts die ook in Chackie Jam en Glints speelt.
Sun Gods zit een beetje in hetzelfde straatje als de landgenoten van Portland, Milo Meskens, The Bony King Of Nowhere, Douglas Firs en Mooneye: prachtige, licht-melancholische dreampop met een mooie stem die helemaal in de spotlight gezet wordt. Die van Brent Buckler heeft op “Subtle Science” zelfs nauwelijks begeleiding nodig. De band kleurt prachtige herfst-pasteltinten, maar blijft netjes op de achtergrond.
Het label geeft nog Peter Gabriël en The War On Drugs mee als referenties, maar op deze single komt dat er nog niet helemaal uit. Bon Iver en Daniel Lanois horen we dan weer wel. Of Strand Of Oaks, of Beach House. Of Smith & Burrows (met Tom Smith van de Editors).
Eén single is nog wat weinig om een oordeel te vellen over het talent of het potentieel van deze Sun Gods, maar dat deze “Subtle Science” al opgepikt werd door radiozenders in Vlaanderen, Nederland en Mexico, geeft al aan dat er iets mooi te verwachten valt. Het najaar van 2019 is nog lang wachten. Hopelijk wachten deze Vlaamse zonnekinderen niet zo lang om nog zo’n bloedmooie single op ons los te laten.

donderdag 18 oktober 2018 14:11

Hail To The King

Riven is de funeral-doomband van de Antwerpenaar Tom Mesens. Het is een beetje een experimentelere vorm van doommetal, met veel minder aandacht voor het metalaspect dan bij pakweg Iron Man. In de plaats komen violen, kerkorgels en piano heel prominent op het voorplan. En heel diepe grunts. Die lijken van nog dieper te komen dan de onderbuik. Het is een soort guturale grind-ruis die als een deken over de muziek gelegd werd.
Het debuutalbum ‘Hail To The King’ bevat drie tracks van elk zowat een kwartier lang. Ondanks dat er niet wordt opgebouwd naar één of meer punten, blijf je als luisteraar wel gefascineerd door deze slepende, zeurende doom, die soms naar de drone-metal van Sunn O))) lijkt te willen opschuiven.
Inzake compositie zijn de drie tracks elkaar waard, al is er een lichte voorkeur voor “The Bells Sound Once More”. Mesens heeft elk instrument een moment om te schitteren, alleen de drums hadden nog wat meer aandacht en liefde verdiend bij de opnames en in de productie (mix).
Dit is niet weggelegd voor de gemiddelde rock- of metalliefhebber, maar wie een beetje moeite wil doen en zich hier kan aan overleveren, krijgt er een fascinerende trip voor in de plaats. Wie er voor openstaat, kan altijd eerst eens de Bandcamp- of Spotifypagina van Riven checken. Als richtingaanwijzers zou ik Gateway, Svarthart, Eye Of Solitude en Mournful Congregation naar voren schuiven.

zaterdag 13 oktober 2018 13:11

Tien Ton Vuist: tien ton adrenaline

Tien Ton Vuist stelde zopas zijn eerste, in eigen beheer uitgebrachte EP voor in zaal Harmonie in Oudenaarde. Het duo speelde zo goed als een thuismatch en had het café-orkestje 't Kliekske aangezocht om het publiek op te warmen. Misschien om het contrast duidelijk te maken tussen het verleden en vandaag of om te koketteren met Oudenaarde als ingedommeld provinciestadje. Behalve die bedenkingen voegde ’t Kliekske weinig toe aan de avond.

De breuk met het verleden werd door Tien Ton Vuist nog eens opgerakeld door als openingssong “I’m On Fire” van Bruce Springsteen door de mangel te halen. Later in de set gaven ze dezelfde weinig respectvolle behandeling aan “American Woman” van de Guess Who. Om maar te zeggen dat het Oudenaardse duo al eens graag tegen de schenen schopt. “Where Is My Mind” van de Pixies werd dan weer wel met veel respect gebracht. Maar het gaat bij een EP-voorstelling natuurlijk in de eerste plaats over de eigen nummers.
De EP werd ‘Bidole’ gedoopt en twee nummers ervan, die de band eerder reeds opname en online plaatste, zaten helemaal vooraan in de set in de Harmonie: “Youvegotagoodfacebutashittyattitude” en “Askinguy” (asking you why). Als visitekaartjes voor Tien Ton Vuist zijn die beter dan de eerder vermelde covers. Ruige rock met weinig compromissen, grungy, overlopend van energie, uptempo en toch plaats voor nuances en details in de intro’s en de rustiger stukken. “High-Low”, “Best Plan Ever” en “Peaks And Valleys” doen wat denken aan SONS, die andere jonge en brutale rockband uit Vlaanderen. Net zo catchy en toch met genoeg weerhaken om het publiek bij de les te houden. Bovendien smokkelen ze bij Tien Ton Vuist al eens een boogie-lick of een disco-beat in hun nummers. Dat helpt ook.
Zanger-gitarist Tijl had in Oudenaarde een paar nummers nodig om helemaal in de flow te komen, maar vanaf dan ging hij er compleet voor: over het podium stuiteren, het publiek opjutten, de rand van het podium opzoeken, tussen het publiek gitaar spelen, al crowdsurfend een nummer beëindigen, … geen rock ’n roll-cliché is hem vreemd. Gelukkig niet zo destructief als Kurt Cobain, want zelfs al gaat hij helemaal op in het moment, dan nog legt Tijl netjes zijn gitaar veilig weg vooraleer er iets stoms kan gebeuren.
Op drummer Nikki kan je veel minder het etiket ‘punk’ of ‘grunge’ kleven. Hij blijft heel subtiel en zelfs wat jazzy in de intro’s en de rustiger passages en haalt hard en strak uit als ook Tijl voluit gaat, maar dan nog zit hij zo stoïcijns als Charlie Watts achter zijn drums. Nikki voegt voorts in kleine dosissen een scheutje waanzin toe aan de energie op het podium. Zo zit er van bij het begin een banaan over de staander van één van zijn bekkens (cimbaal) en ergens voorbij halfweg begint hij die op te eten. Vermoedelijk eerder een ingeving van het moment dan een knipoog naar Red Zebra of de Velvet Underground. Ook heeft de drummer naast de gitaarversterkers een schermpje opgesteld waarop een tekenfilm van Platvoet speelt, ‘voor de mensen die ons niet leuk vinden’.
Over dat laatste hoeft Tien Ton Vuist zich alvast geen zorgen te maken. Naarmate de set vorderde, at het publiek in de Harmonie uit de handen van Tijl en Nikki. In de finale zaten de drie resterende nummers van ‘Bidole’: “Smetterling”, “Todaywedie” en het door het publiek luid meegezongen “Boomlala”. Als toegift wordt “Askinguy” nog eens hernomen omdat de band door zijn nummers heen zit.

Altijd fijn om te zien en te horen dat er nog steeds jonge bands luide gitaarrock omarmen en daarmee zelfs nieuwe generaties publiek warm kunnen maken. Het wordt tijd dat de Belgische of buitenlandse labels wakker worden, want Tien Ton Vuist is een band met toekomst.

Organisatie: Harmonie Oudenaarde.

Pagina 11 van 20