• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Concerten Watsekeburt, lage Landen?: Boekvoorstelling , DOK, Gent op 29 augustus 2019 Big next: Tessa Dixson, Anna…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 12 oktober 2017 03:00

24-7 Rock Star Shit

Voor The Cribs lijkt het maar niet te willen lukken in België. Ze kwamen net als de Kaiser Chiefs in de slipstream van Franz Ferdinand en Bloc Party met veel branie en lef naar Europa om eigenhandig de poort naar het grote succes open te breken. In 2005 speelden ze samen met de Kaiser Chiefs een double bill in de Brusselse Botanique. De Chiefs hadden net hun eerste radiohitje met “Oh My God”, maar het hebbedingetje van de avond voor het handvol geïnteresseerden was een gratis vinylsingle waarop de Cribs en de Chiefs een nummer van elkaar coveren. Daar vang je vandaag op een gespecialiseerde website al snel 50 euro voor. Hun nieuwe album (‘24-7 Rock Star Shit’) kan je downloaden voor een fractie daarvan.

De Kaiser Chiefs is het sindsdien voor de wind gegaan. Hun albums verkopen nog steeds goed, al blijven de hits nu even uit, maar ze spelen bij ons nog in de grote zalen en op de grote weides. The Cribs hebben daarentegen – althans in ons land – niet dat pad kunnen volgen. Pukkelpop heeft deze drie Britse broers nog drie keer naar Kiewit gehaald, maar echt memorabel waren die passages niet. Belgische zaalshows voor The Cribs zijn nog schaarser. Het Depot heeft hen één keer naar Leuven gehaald en ze deden het voorprogramma van Franz Ferdinand in de Lotto Arena in Antwerpen. Verder dan een halve radiohit (“Men’s Needs”) zijn ze hier niet geraakt.

Dat is best jammer. The Cribs is een prima rockband met een stevige livereputatie. Ze brengen een smerige Britpoprock die moeilijk te vergelijken valt. Een beetje als de Libertines of (de oude) Bush, maar dan harder en vuiler, meestal zonder dat het echt punkrock wordt. Ze zaten bij hippe labels als Wichita en bij majors als Warner en Sony voor de distributie.

In andere landen lukt wel (bijna) alles voor The Cribs. Ze spelen wereldwijd de grootste festivals (Lowlands, Rock Am Ring, Sziget, Lollapalooza, Reading, Fuji Rock, Glastonbury,  …) en hebben zich steeds weten te omringen met goed volk. Zo was Johnny Marr van The Smiths een paar jaar het vierde lid van de band. Lee Ranaldo van Sonic Youth kreeg een gastrolletje op hun derde album. Legendes als Edwyn Collins, Nick Launay, Rick Ocasek, Alex Kapranos, Andy Wallace en Steve Albini hebben hun albums geproduced en gemixt. De meesten polijsten de ruwe kantjes van The Cribs weg, wat hen commercieel succes opleverde. Alleen Albini zette die ruwe kantjes extra in de kijker op album nummer 5, ‘In The Belly Of The Brazen Bull’. Hij mocht opnieuw aan de slag voor hun jongste, zevende, album.

’24-7 Rock Star Shit’ opent met een veeg gitaardistortion, als was het maar om duidelijk te maken dat Steve –back-to-basics- Albini aan de knoppen zat bij de opnames. Naar Albini’s gewoonte werd de hele zwik in amper vijf dagen ingeblikt. Oorspronkelijk zou het een EP worden met vijf punksongs die niet op Brazen Bull geraakt waren, maar waar de fans wel pap van lusten tijdens de liveshows. Uiteindelijk hebben ze er toch maar een album van gemaakt.

De broertjes Jarman doen op dit album hard hun best om nog steeds relevante indierock te maken, maar een aantal tracks klinken tam en lusteloos op een manier waar Oasis vroeger wel mee weg kwam. De magie van de begindagen van The Cribs komt de kop opsteken in een paar nijdige, rauwe noiserockers als “Partisan”, “In Your Palace” en “Year Of Hate” en in een klagerig en wel heel traag nummer als “Dead At The Wheel” en de akoestische ballad “Sticks Not Twigs”. Maar echt betoveren lukt niet het hele album en punk is het ook niet helemaal. Een slordig huwelijk tussen Bob Mould’s Sugar en The Melvins, met The Vaccines en Teenage Fanclub als getuigen, daarmee kom je misschien nog het beste in de buurt.

Voorlopig promoten ze dit nieuwe album enkel live in de VS, Mexico en de UK. Jammer, want deze noisevariant van The Cribs zou hier wel eens heel populair kunnen zijn bij de fans van Brutus en Cocaine Piss.

 

donderdag 28 september 2017 03:00

Paranormal

Alice Cooper wordt vaak bij de metal ingedeeld, maar eigenlijk past deze shock-rocker eerder in het vakje van de rock. De vaak bombastische glam- en hardrock die hij brengt, is muzikaal eerder braaf. In de onderwerpen die hij aansnijdt, was hij jarenlang grensverleggend, maar na tientallen jaren op het podium en albums uitbrengen, wordt het moeilijk om nog te shockeren. Die intentie heeft hij dan ook niet gehad op zijn jongste album ‘Paranormal’. Die taak heeft hij inmiddels doorgegeven aan pakweg Marilyn Manson.

In de gelijknamige single is alles nog lekker donker en duister, met een meisje dat ’s nachts telefoon krijgt van een prins van de nacht. Daarna wordt er gewoon gerockt. Op “Dead Flies” schetst Alice Cooper een weinig rooskleurig beeld van de huidige generatie: ‘Your phone knows more about you than your daddy and mommy’.  Ook “Fireball” rockt lekker een eind weg met een jachtig cliché-verhaal over een man die wakker wordt na een nachtmerrie, om vast te stellen dat alles uit die nachtmerrie echt aan het gebeuren is.

In het drammerige “Paranoiac Personality” zit een sample van het geluid van de bekende douchescene uit ‘Psycho’. “Fallen In Love” is een opvallend bluesy woordpuzzle voor de fans: de tekst zit vol verwijzingen naar eerdere songs van Alice Cooper. Ga maar aan de slag.

Satan mag aan het stuur zitten van een zwarte Cadillac in “Dynamite Road” en een paar tellen later wil Alice zich verdrinken in wijwater (in “Holy Water”). Niets nieuws onder de zon in Alice Cooper-land, maar had hij die thema’s niet aangekaart, zouden we gevreesd hebben voor zijn mentale gezondheid. Dat het daarmee nog meevalt, al is bij Alice Cooper altijd relatief,  getuigt hij zelf op “Private Public Breakdown”.

Het punky “Rats” kan je moeilijk anders interpreteren dan als een fluim naar de Republikeinse kiezers die Donald Trump als president verkozen hebben: ‘Just open the cage, give the rats what they want’.

Op het album wordt Alice Cooper bijgestaan door gastmuzikanten als gitarist Billy Gibbons van ZZ Top, drummer Larry Mullen van U2 en bassist Roger Glover van Deep Purple. Niet dat die echt één of meer nummers in een beslissende plooi gelegd hebben, het is meer een leuk wist-je-datje.

Het reguliere gedeelte van het album sluit af met “The Sound Of A”, dat net zo creepy en duister is als de openingstrack. Maar Alice Cooper is in een gulle bui en daarom krijg je er nog een reeks bonustracks bij: twee met de originele line-up van de band (waarvan vooral transgender-relaas “Genuine American Girl” de moeite is) en zes live-tracks (“No More Mr. Nice Guy”, “Under My Wheels”, “Billion Dollar Babies”, “Feed My Frankenstein”, “nly Women Bleed” en “School’s Out”).

Zo weten de fans alvast wat hen te wachten staat op het optreden van Alice Cooper in de Brielpoort in Deinze eind dit jaar.

 

donderdag 07 september 2017 03:00

From North

Het segment van de viking- en folk-metal is nog lang niet leeggebloed. De nieuwe Zweedse band From North bracht zopas zijn debuut uit met een brok potige folkmetal die Amon Amarth kruist met Eluveite. Niet echt vernieuwend, maar wel een deel degelijk album.
Bij Amon Amarth haalt From North de power en de snelheid, bij Eluveite de voorliefde voor middeleeuwse instrumenten. De muzikanten van From North hebben allen hun sporen verdiend in andere bands, van black tot death en hardcore, en die leveren vakwerk. De band heeft een eigen tekstschrijver die niet meespeelt in deze groep, maar die wel in een andere folkmetalband speelt. De Noorse mythologie biedt zoals wel vaker ook hier een onuitputtelijke bron van inspiratie, maar wordt hier nog aangevuld met wat vage viking-elementen. De middeleeuwse instrumenten lijken uit een synthesizer te komen, maar blijven wel mooi het gehele nummer vooraan in de geluidsmix. Ze dienen niet, zoals anders wel vaak gebeurt, enkel om de intro op te fleuren.
De zwakste schakel in de ketting van From North is zanger Håkan Johnsson, niet te verwarren met Håkan Jonsson van Watain. Johnsson’s hese en rauwe stem doet denken aan een verkouden versie van Erlend Hjelvik van Kvelertak. Er zit net iets te veel korrel op zijn schreeuw en grunt om mooi in te blenden bij de voor de rest voortreffelijke folkmetal. Gelukkig zijn er heel wat backings van de andere muzikanten.
Een aantal tracks hebben bovenop de duidelijke folk- en metalelementen nog een snuif hard- en metalcore meegekregen. De composities zijn fris en goed gevonden, toch voor een genre waarin heel wat bands zichzelf en elkaar telkens lijken te kopiëren.
Gezien de achtergrond van de bandleden (heel divers, maar niets met folkmetal) blijf je als luisteraar achter met een dubbel gevoel. Het album overtuigt niet helemaal. Ondanks heel wat sterke punten (vooral muzikaal-technisch) ontbreekt er wat vuur en passie, wat overtuigingskracht, een beetje waarachtigheid. Is dit de lang en in stilzwijgen gekoesterde folkmetal-droom van een paar enthousiaste  Zweden? Of is het eerder een halfwarm project van ‘we zullen dit genre eens proberen en zien of we daar wat geld mee kunnen verdienen’?
In het eerste geval wil je de band nog wat krediet geven omdat ze op dit debuut hun weg nog aan het zoeken zijn. Dan willen we gerust helpen om dit vuurtje nog wat op te stoken. In het tweede geval moet de band hopen dat ze de kans krijgen op tournee te gaan en een tweede album te maken dat dan wel vlot kan overtuigen. Zo niet zal dit vuurtje gauw geblust zijn.
Voorlopig geven we deze Zweden nog het voordeel van de twijfel en scoren ze extra bonuspunten met hun frisse insteek. Laten we hopen dat From North ons niet teleurstelt. 

 

donderdag 07 september 2017 03:00

Dead Cross

Dead Cross werd uit de grond gestampt door gitarist Mike Crain en bassist Justin Pearson (beiden uit de band Retox) en drummer Dave Lombardo (ex-Slayer). Eerst zou Gabe Serbian zingen, maar na de eerste opnames verliet die echter de band. Dus belde Lombardo zijn Fantômas-maatje Mike Patton (van Faith No More). De nieuwe band is vooral een ode aan de agressieve en meestal ook politiek geladen hardcorepunk van de jaren ’80 en ‘90. Producer Ross Robinson (Sepultura, Slipknot, …) mocht de opnames in goede banen leiden.

Mike Patton mocht alle reeds opgenomen tracks opnieuw inzingen en herschreef ook de teksten. Maar voorts hield hij zich, net als de rest van de band, strak aan het uitgangspunt dat de opnames een ode moesten zijn aan de hardcorepunk van vroeger. Zonder dat concept waren ze vast uitgekomen bij experimentele jazz-noise, zoals bij Fantômas. Het is als vanouds smullen van Patton-songtitels als Grave Slave, Gag Reflex, Obedience School, Church Of The Motherfuckers en Divine Filth. Ook de teksten zijn Patton op z’n best.

Patton’s stem en teksten vormen op dit debuutalbum absoluut een meerwaarde. Samen met Lombardo geeft hij een soms onderhuidse, dan weer klare metal-injectie aan het groepsgeluid. Daardoor klinkt de hardcore-basis van de Retox-tandem Crain-Pearson net iets harder, sneller, brutaler en agressiever. Een beetje Black Flag die thrash-metal omarmt.

De Bauhaus-cover “Bela Lugosi’s Dead” is halfweg het album een welgekomen rustpunt. Een pauze die je als luisteraar nog eens doet beseffen hoe hard en diep deze muziek gaat. De heel directe en brutale muziek is een perfecte afspiegeling van Patton’s teksten, met heel wat onderhuidse en openlijke kritiek op het Amerika van president Trump.

Dat aspect kwam nog eens extra naar voor bij één van de eerste optredens van de band, waar Dead Cross samen met voormalig Dead Kennedy’s-zanger Jello Biafra de klassieker “Nazi Punks Fuck Off” omvormde tot “Nazi Trumps Fuck Off”.

De teksten op dit debuutalbum drijven vooral op woede en ontgoocheling over de politiek in Amerika. Als Trump dit kan oproepen bij getalenteerde artiesten als Lombardo en Patton, moeten we hem toch ergens voor bedanken.  

 

“Het is al bijna 25 jaar geleden dat we gestopt zijn met Derek & The Dirt en toch word ik daar nog steeds op aangesproken. Het moet zijn dat we met die band toch iets betekend hebben. Regelmatig kwam de vraag of we een reünie wilden doen, o.a. van muziekcafé Manuscript in Oostende. Toen ik gitarist Pim de Wolf daarover aansprak, hadden we alle twee hetzelfde idee. Als we het nog willen doen, dan moeten we niet lang meer wachten”, vertelt Dirk Dhaenens.

Het eerste reünieconcert van Derek & The Dirt zit er inmiddels op, in het Manuscript in Oostende uiteraard. Er komen er nog twee: eentje eind deze maand in cultureel centrum Ghybe in Poperinge en een in juni in de Charlatan in Gent. Voor beide optredens zijn nog slechts een paar tickets beschikbaar. “Dat geeft ons de moed om hiermee door te gaan. Het waren natuurlijk vooral onze fans van vroeger die in Oostende opdaagden, maar als je dan hoort dat sommige mensen vanuit Antwerpen en Limburg voor dat concert naar Oostende gereisd zijn, dan geeft dat toch een warm gevoel. Er bestaat nog een publiek voor onze gitaarrock”, weet Dirk.

Voor wie jonger is dan 40 doen we nog even kort de geschiedenis van Derek & The Dirt uit de doeken. De Gentse band veroverde in 1989 Vlaanderen met zijn debuutalbum en de hit “Oh By The Way”. Daarna werden ze getekend bij EMI en brachten ze nog drie albums uit: ‘Love’s Exaltation’, het akoestische ‘Fourplay’ en ‘Insanity’. Ze speelden op de belangrijkste Vlaamse festivals en in de grotere zalen.  ‘Insanity’ betekende in 1993 de zwanezang van de band. Een deel van de band ging door als Weez!, maar daarna scheidden de wegen van de tandem Dhaenens-de Wolf. Maar ze bleven elkaar tegenkomen. Dirk ging o.m. door als duo met Yves Meersschaert, die er op het einde van Derek & The Dirt bij was gekomen met zijn Hammond. Pim ging bij Thou aan de slag, waarmee hij op de podia van Pukkelpop en Rock Werchter en af en toe in Nederland speelde, en werkte nadien vooral achter de schermen. Recent doet hij de geluidsmix voor de optredens van Arno, wat hij voordien al deed voor o.m. Das Pop.”

Nieuw materiaal
“Waar we het meteen over eens waren toen ik en Pim besloten om Derek & The Dirt nieuw leven in te blazen, was dat het meer moest zijn dan het opwarmen van de oude nummers. Uiteraard spelen we nog steeds een aantal oude nummers die we koesteren. “Run”, “Rosie”, “Simenon Girl”, “Oh By The Way” en “Love’s Exaltation” staan opnieuw op de setlist. Ook onze cover van “The Letter” van The Box Tops is er weer bij. En we sluiten net als vroeger af met “Stealin’ From Rock ’n Roll”. Maar we willen er geen nostalgietrip van maken. De uitdaging bestond er voor ons in dat we het publiek tonen dat we in die 25 jaar muzikaal gegroeid zijn. Ik schrijf nu betere teksten en Pim bedenkt nog vettere riffs en arrangementen. Daarom hebben we nieuwe nummers als “Old Fear” en “Butterfly” geschreven en ingeoefend. De ‘honger’ om weer samen te spelen is groot en we stellen vast dat we nu muzikaal verder  staan dan vroeger. Het is voor mij, na een lange periode van akoestische optredens en duetten, verfrissend om weer met een hele band te werken. Ik speel wel vaker met een eigen band, supertoffe muzikanten, maar dat zijn eerder jazzcats. Nu met Pim is het toch een tandje rock & roll bij, of zeg maar een gebit.”

Oude en nieuwe Dirt
Nieuw materiaal maken betekent dus ook dat er een complete band moet staan. Het trio Dirk, Pim en Yves werd daarom aangevuld met drummer Frederik Van den Berghe (bekend van o.m. Arno, Admiral Freebee en The Whodads) en bassist Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).  “Bij de eerste repetitie, toen Pim zijn gitaar aansloeg, voelde het meteen weer vertrouwd aan. Ook bij dat eerste reünieoptreden in Oostende voelde ik weer die energie en het volume van een echte rockband. Zo was het vroeger en zo moet het ook nu zijn”, weet Dirk.

2018
Of dat nieuwe materiaal ook zal uitgebracht worden, is een ander verhaal. “Die drie reünieoptredens zijn een succes, maar ik wil toch niet voorbarig gaan uitdragen dat we opnieuw vertrokken zijn zoals vroeger. We zien wel hoeveel aanvragen voor optredens er binnenkomen en hoeveel we er ook effectief kunnen doen. Want nog vóór er sprake was van deze reünie stond iedereens agenda al goed vol tot het einde van dit jaar, bij mij ook met tal van soloprojecten en samenwerkingen (Dylanjazz, Stevo & Derek, Derek & Maria, Place Musette, Derek & Renaud, …). En Pim is eveneens een drukbezet man, om nog niet te spreken van de rest van The Dirt. Als alles meezit, zal de Derek & The Dirt-trein waarschijnlijk pas in 2018 opnieuw op snelheid komen.”

Thé Lau
Is het niet vervelend dat je op een carrière van pakweg 30 jaar vooral op één hit aangesproken wordt? “ De “Oh By The Way” van 1989 vind ik nog altijd niet ons sterkste opname van vroeger, maar wel een goed nummer, en we spelen er nu een licht aangepaste versie van, maar het was tot onze verrassing blijkbaar het juiste nummer op het juiste moment. Die single heeft voor ons heel wat deuren geopend en het is de aanzet geweest om al die jaren een muzikantenleven te kunnen leiden.”
“Bijna betekende die single ook onze doorbraak in Engeland. Een presentatrice van Radio One van de BBC had op vakantie in België dat nummer gehoord op de radio en wou het uitbrengen in de UK. Het enige probleem was dat die single met meer dan vijf minuten wat te lang was. Dus hebben we Thé Lau, de producer van ons eerste album, terug naar Gent gehaald om een versie van drie minuten van “Oh By The Way” te maken. Die korte versie is ook effectief gemaakt, maar door een financiële kwestie met de uitgeverij is die nooit uitgebracht”, stelt Dirk.
Het contact met Thé Lau is wel gebleven tot kort voor zijn overlijden. “Toen hij de producer was van ons album, was hij nog niet doorgebroken met The Scene. Hij werkte met ons aan de opnames en omdat wij als beginnende band geen budget hadden voor een hotel, sliep hij ’s nachts bij mij thuis in Asper. Dat schept een band. De daaropvolgende jaren speelde Derek & The Dirt vaak op dezelfde festivals als The Scene en ook bij zijn latere solo-optredens heb ik hem nog regelmatig ontmoet. Een fijne man”, herinnert Dirk zich.

Buitenland
Het buitenland veroveren was indertijd niet evident voor een band als Derek & The Dirt. “Er was die gemiste kans via Radio One en “Love’s Exaltation” is op de soundtrack van een Italiaanse film geraakt, wat een toevalstreffer was. Nederland had mogelijk geweest. We speelden met Derek & The Dirt o.m. in Goes, Tilburg, Uden en Den Bosch, maar omdat de platenmaatschappij toen niet mee aan de kar trok, geraakten we niet in de grotere zalen en op de juiste festivals”, blikt hij terug.

Wie Derek & The Dirt 2.0 live aan het werk wil zien, bestelt best snel tickets voor Poperinge of Gent.
De data van de daaropvolgende concerten vind je op www.derek.be

donderdag 30 maart 2017 02:00

Night Becomes Light

‘Night Becomes Light’, het vierde studio-album van de Ierse poprockband Delorentos, werd reeds in 2014 uitgebracht in Ierland en de UK, maar ter ondersteuning van een tournee in de Benelux werd een heruitgave gemaakt die zopas verscheen op Gentlemen Recordings en Mass Market Recordings.

Delorentos bestaat sinds 2005 en is in eigen land heel populair met zijn catchy indiepop. Hun sprankelend en dromerig gitaarwerk doet soms denken aan Balthazar, Air Traffic, Arcade Fire en het recente werk van U2. De singles “Show Me Love” en het heel meezingbare “Forget The Numbers” scoorden hoog in de Ierse hitlijsten. Het viertal weet duidelijk hoe ze een pakkend nummer moeten schrijven en hoe ze een leuke melodie moeten spelen. De vonk slaat niet altijd meteen over bij de eerste luisterbeurt, maar als je de nummers een tweede keer hoort, herken je ze meteen als waren het klassiekers.

Er staat nog wel meer radiovriendelijk hitpotentieel op dit album. “Home Again” moet zeker de fans van Bear’s Den, Ed Sheeran of Elbow weten te bekoren.  Met “Everybody Else Get Wet” spreken ze ook de iets alternatievere poprockfans aan.

Doorgaans zijn de nummers op ‘Night Becomes Light’ een beetje braaf, maar wel catchy. Een mooi voorbeeld daarvan is het lekker melancholische “I Will Not Go”. De titel van “Fits (Too Drunk To Drive)” doet je hopen dat Delorentos toch eens buiten de lijntjes gaat kleuren en eens een rechttoe-rechtaan rocknummer gaat brengen, maar die verwachting wordt niet ingelost. Ook dat nummer kabbelt vrolijk voorbij.

‘Night Becomes Light’ is een hapklare brok voor wie houdt van dromerige, melancholische poprock. Als ze op de radio gespeeld worden, krijg je ze gegarandeerd niet meer uit je hoofd.

 

donderdag 24 november 2016 01:00

Lemmium -2-

Amörtisseur is een Antwerpse band die Motörhead-songs brengt die vertaald of herschreven werden in het Antwerps dialect. Bij Amörtisseur  wordt “Ace of Spades” “Schuppenaas” en wordt “The Roadcrew” “Mannen van de Baan”. Twaalf van die covers/vertalingen staan verzameld op ‘Lemmium’, een album dat wordt uitgebracht door Starman Records. Behalve de eerder genoemde klassiekers krijg je op ‘Lemmium’ nog herwerkte versies van o.m. “Overkill (Veel Te Hard)”, “Killed By Death (Keidood)” en “Damage Case (Daar Zijn Kosten Aan)”.

Voor alle niet-Antwerpse Vlamingen krijg je bij aankoop van het album op vinyl of CD een handig tekstvel, maar dat is hier minder hard nodig dan bij bv. Fleddy Melculy. De vertalingen blijven doorgaans dicht bij het origineel en zijn behalve een beetje overdreven macho eerder grappig dan een parodie. Het blijft een eerbetoon en geen platte humor, hoewel er best wel een paar momenten in zitten die een glimlach op het gezicht van de luisteraar zullen toveren.

Een opvallende uitzondering in het rijtje is dat “Just Because You’ve Got The Power”, Lemmy’s veeg uit de pan aan het adres van al te hebberige bedrijfsleiders, vertaald werd tot “Burgemeester”, een aanklacht tegen de huidige Antwerpse burgemeester Bart De Wever.

Muzikaal blijft Amörtisseur dicht bij de originele versies van Motörhead: soms een beetje nonchalant, maar altijd met veel energie. Dat is voor een deel te danken aan gitarist Luk Van De Poel, die we nog kennen van punkband The Kids. De rauwe en grofkorrelige strot van Bart Deckers komt ook vaak dicht in de buurt van die van Lemmy.

‘Lemmium’ is een fijn album voor wie de klassiekers van Motörhead nog uit het hoofd kent en die klassiekers ook graag eens in een alternatieve versie wil horen. 

 

donderdag 28 april 2016 03:00

Rage of Gods

‘Rage of Gods’ is een uitstekend power-/thrash-album van de band PatriarcH uit Herenthout. De band bestaat al sinds 1988 en kende zoals zoveel Vlaamse metalbands heel wat bezettingswissels. Hun eerste album brachten ze in 1990 uit bij het Duitse Shark Records, de platenmaatschappij die een jaar later ook het eerste album van Channel Zero uitbracht. PatriarcH heeft evengoed veel muzikaal talent in huis en dat krijgt op Rage of Gods, in eigen beheer uitgebracht, alle kansen om zich te tonen. In sommige up-tempo songs komt PatriarcH in de buurt van het vroegere werk van Metallica of Iced Earth, met dank o.m. aan de stem van Kevin Vangelooven.

Rage of Gods is het eerste volledige album sinds ‘Mankind = the virus’ uit 2008 en herneemt vier songs van de EP ‘The Red Cord’ uit 2013. Openingsnummer en titeltrack “Rage of Gods”  is een prima introductie. Een gelaagde en brutale song met een mooie opbouw, thrash metal volgens het boekje. “Born Without a Face” en “The Phenomenon of Thought” trekken die lijn van thrash met een stevige knipoog naar epische power metal door en laten een ervaren band horen die nog steeds met plezier en overtuiging muziek maakt. Een dikke pluim ook voor Ruben Muylemans, zoon van gitarist Freddy Muylemans, die als invallende drummer zowat elke song inspeelde. Luc Seeuws, de nieuwe drummer, hoor je enkel op het nummer “The Red Cord”.

“Neverwhere” kreeg een mooie intro en is een nummer dat het bij optredens zeker goed zal doen. De hoge kwaliteit zakt een beetje in de volgende nummers, maar de afsluiters “Disclosure” en “The Sealed Tongues of Wisdom” maken dat opnieuw goed. Rage of Gods is een fijne plaat voor iedereen die thrash en power metal kan smaken.

 

Pagina 20 van 20