zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 14 maart 2019 19:43

The Rise And Fall Of Cannibal Planet

Een mooi dooraderde mix van doom, stoner, sludge en noise. Je verwacht het eerder in het collectief-depressieve België dan in het immer-blije Nederland. Toch komt de band Katie Kruel van bij onze Noorderburen. Ze tekenden bij Seja Records, maar hadden net zo goed bij ‘onze’ Consouling Sounds of Dunk Records een warme thuis gevonden. ‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’, het nieuwe album van Katie Kruel, kan je grofweg opdelen in een eerste luik met traag kruipende, rauwe doomrock en een tweede met vooral noise, wat sludge en nog meer hel en verdoemenis. 
In het eerste luik is “The March” de beste en meest opvallende track. De hoofdrol wordt gespeeld door een traag pompende, zware bas. Het is (uiteraard) geen marsmuziek, maar er zit wel een aanhoudende beweging in, als in een mantra. Heel bijzonder en bezwerend. Voorts is “If I Was Where I Would Be” een heel intrigerende track, beetje David Lynch en Nick Cave na net iets te veel alcohol.
“Lover” is een beetje het scharniermoment tussen de twee hoofdstukken, met een dikke laag doom bovenop drone-achtige noise als intro en dan een lang aangehouden Bad Seeds-moment. Het toevoegen van een cello op ”Still” in het tweede luik is een meesterlijke zet. Het perfecte, afgeronde geluid van die cello vormt een heerlijk contrast met de grofkorrelige gitaar. Nog meer contrast vind je in de lyrics van ”Still”, als zangeres Nathalie Houtermans zo luid ‘I want some quietness’ schreeuwt dat je vreest dat ze haar stembanden of jouw trommelvliezen zal scheuren. Een passage die uit het leven gegrepen lijkt. Deze song is als rollercoaster van emoties het absolute hoogtepunt van ‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’. Met die cello erbij doet deze track wat denken aan de Britse Polly Panic en onze eigen The Girl Who Cried Wolf. Er zijn wel meer gelijkenissen, maar ook grote verschillen. Katie Kruel gaat bv. eerder voor de ongepolijste noise-aanpak bij de opnames en dat dan ook voor de (stillere) doom-passages.
“Jinx” is als rasechte noiserocker misschien de meest toegankelijke van het album, die goede herinneringen oproept aan de getormenteerde rock van Sineaid O’Connor’s  Mandinka en PJ Harvey’s Sheela-Na-Gig. Maar dan nog smeriger en gemeen bijtend naar het baasje. Maar meestal maakt de band het zichzelf en de luisteraar niet zo makkelijk. Zoals op “Asphyxiation” met een lange spoken word-intro en dan een louterende noise-eruptie waarin Nathalie Houtermans bijna Colin Van Eekhout van Amenra naar de kroon steekt.
‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’ is een album dat je moet laten groeien in je hoofd. Je kiest daarbij zelf hoeveel donkerte je toelaat. Het vat van Katie Kruel is onuitputtelijk.

donderdag 07 maart 2019 23:47

Midland Lullabies

De Brit Bill Pritchard werd in het begin van zijn carrière wereldberoemd in Frankrijk vanwege het album ‘Parce Que’, dat hij samen met de legendarische Fransman Daniel Darc componeerde en inspeelde. Dat album uit 1988 heeft inmiddels een cultstatus en het zorgt er nog steeds voor dat Pritchard van nabij gevolgd wordt in Frankrijk en ook in België.
Op zijn nieuwe album ‘Midland Lullabies’ is nochtans geen woord Frans meer te horen, hoewel de Brit er jarenlang gewoond en gewerkt heeft. Wel is het album de vertaling van hoe hij vanuit Groot-Brittannië naar het vasteland kijkt, zonder politiek te worden. Daarvoor graaft de Brit te diep in zijn eigen en andermans verleden.
Ook muzikaal staat ‘Midland Lullabies’ heel ver van zijn samenwerking met Daniel Darc. Het donkere, larger than life-singer-songwriter-verhaal werd ingeruild voor een schijnbaar onbezorgd croonen. Werd hij vroeger vergeleken met Morrissey en Lloyd Cole, dan vallen die vandaag toch af als referentie. Muzikaal leunt dit op de erfenis van de periode van Frank Sinatra en Dean Martin, met Pritchard die zichzelf begeleidt op piano, soms aangevuld met somptueuze strijkarrangementen.
De Pritchard van vroeger herken je wel nog in het songschrijven en de onderwerpen die hij aanraakt. “Iolanda” is een tragisch verhaal over een heroïneverslaafde in Parijs die rondhangt op een kerkhof. De andere personages in Pritchard’s verhalen zijn er doorgaans niet veel beter aan toe. “The Last Temptation Of Brussels” gaat over de Nihilisten (de culturele stroming), maar we krijgen slechts flarden van het verhaal te horen, zodat we toch wat op onze honger blijven.
Dat ‘op je honger blijven’ is overigens een vaker opduikende gedachte. Als stijloefening is het croonen over de spaarzame pianotoetsen geslaagd in het opzet. Tegelijk stel je vast dat deze aanpak de songs en de mystieke, nostalgische weemoed die daarvan uitgaat niet altijd recht aandoet.
De beste tracks zijn zonder meer die die het sterkst aanleunen bij de poprock die Pritchard vroeger bracht, zoals “Tuesday Morning”, “Forever” en “The Last Temptation Of Brussels” (alledrie met een heerlijk gitaartje en een basic drumritme erbij) en het in zijn eenvoud schitterende “Mother Town”.  

donderdag 07 maart 2019 23:40

In The End

Van de doden niets dan goeds. Ook zonder dat gezegde kan niets anders dan goede dingen gezegd worden over ‘In The End’, het achtste en laatste album van de Ierse band The Cranberries. Dolores O’Riordan stierf onverwacht begin vorig jaar terwijl de band bezig was met de opnames van dit album. De band besliste om er als band mee te stoppen, maar wel nog dit album af te werken, op basis van de demoversies.
De songs op ‘In The End’ komen heel dicht in de buurt van het materiaal op de eerste twee albums van The Cranberries. Ze hebben dezelfde eenvoud van compositie en Dolores zingt bij momenten heel zacht met haar heel herkenbare stem. Knappe tracks, mooie productie van Stephen Street (die ook de eerste albums deed) en alles klinkt as vintage-Cranberries.
Hitmateriaal als “Linger” of “Zombie” staat er misschien niet op.  “Catch Me If You Can” en “Got It” zouden het als degelijke maar niet indrukwekkende single goed kunnen doen op pakweg Radio 1 of Nostalgie, maar voor de Stubru van vandaag is dit allemaal net iets te klassiek. Het zit te dicht bij de sound die in de jaren ’90 populair was. Goed nieuws voor de fans van het eerste uur, dat wel.
Fans zullen troost vinden in “All Over Now” en “In The End” en kracht putten uit “Summer Song”. Jammer dat we dit niet meer live zullen horen.
‘In The End’ is een mooi en respectvol afscheid van Dolores. Nog één keer schitteren in de schijnwerpers, nog één keer haar louterende, melancholische stem, …

donderdag 07 maart 2019 23:36

Captain, We’ve Lost Bruce

Garagepunkband Bruce uit Aarschot en Bilzen heeft zopas zijn derde album uitgebracht. Op ‘Captain, We’ve Lost Bruce’ krijg je liefst 12 tracks in minder dan 20 minuten.
Het nieuwe album komt twee jaar na ‘My Latest Popstar Crush’, dat indertijd heel positief werd onthaald door reviewers en fans. Aan het recept werd bij Bruce maar weinig veranderd. Deze band speelt garagepunk met een in Vlaanderen vrij unieke sound die losstaat van de vele skate- en poppunkbands. Bruce laat zich eerder beïnvloeden door Australische garagepunkbands als Cosmic Psychos en Radio Birdman, al hoor je deze keer ook opnieuw echo’s van de militante Britse oerpunk.
Dat militante is misschien wel het opmerkelijkste verschil met het vorige album. Deze twaalf tracks hebben in het algemeen meer energie en een grotere sense of urgency, hoewel ze nog steeds gaan over de grote en kleine problemen van de mensheid. “Death By Chocolate” is een heerlijk-hilarische ode aan chocolade-ijs, een beetje zoals Shonen Knife indertijd al eens een ode bracht aan chocolademelk. Met de Cosmic Psychos als inspiratie zijn we al blij dat niet zowat elke song over bier gaat. Tegenover die woede over de kleine kantjes van zichzelf en hun omgeving zet Bruce dan de titeltrack, over de dilemma’s waar soldaten in de Tweede Wereldoorlog voor kwamen te staan en “Bucket List” over het steeds maar uitstellen van je dromen. Die laatste is met een fraaie gitaarsolo en afklokkend op 2.35 minuten overigens de meest complete song van dit album.
Zeker in de lyrics is deze Bruce 3.0 een heel stuk smeriger, directer en stouter, wat voor een punkband uiteraard alleen maar bonuspunten oplevert.
Wie deze CD fysiek aankoopt, krijgt er nog een mysterytrack bovenop.  Meer kunnen we daar niet over verklappen.

donderdag 07 maart 2019 23:20

A Boy Named Dirk

Dirk Blanchart is een meester in zijn vak, een beetje het Vlaamse equivalent van Paul Weller. Op zijn nieuwe album ‘A Boy Named Dirk’ staan bijna uitsluitend diamanten en die paar tracks die daarvoor net niet in aanmerking komen, zijn nog steeds oerdegelijke poprock waar de jongere generaties muzikanten een puntje aan kunnen zuigen. Blanchart klinkt vandaag misschien niet zo experimenteel als in zijn Luna Twist-dagen (waarom zou hij ook), maar ook met klassieke melodielijnen en verhalende lyrics klinkt hij lang niet oubollig. Het is een beetje teasen en dissen naar het jonge grut dat al eens een gitaar vastneemt en na veel zwoegen denkt dat ze een song geschreven hebben. Zwoegen? Het lijkt alleszins als Blanchart dit album met de vingers in de neus opnam.
Het lijkt allemaal kinderlijk eenvoudig. Neem nu “The Sound Of Small Airplanes”. We hebben vast allemaal al eens tijdens een zondagse wandeling in de tuin of ergens anders het geluid van een klein vliegtuigje gehoord. Dirk Blanchart maakt van zo’n banaal gegeven een wondermooie track met een melodie om duimen en vingers af te likken. En met zelfs tekstuele diepgang, en dat dan enkel door te spelen met herhaling en kleine aanpassingen. Wat een meesterlijke zet ook om in deze track een baritonsax te stoppen. Daar kom je nochtans niet meteen op uit als je zit te brainstormen hoe je het geluid van een klein vliegtuig kan oproepen. Dat inzicht is weggelegd voor de grootsten onder de songschrijvers. Met deze “The Sound Of Small Airplanes” zet Blanchart een nieuwe klassieker naast zijn “No Regrets” en “Fool Yourself Forever”.
En er staat nog meer ear candy op het menu van de Gentenaar, zoals het smooth rockende “Fix This Carrousel” en het heerlijke vraag- en antwoordspel van “How Do We Feel?” met een licht ontsporende psychedelische finale. Ook “In Between Battles” en “Now Is The Time” zijn poprocksongs van de zuiverste soort waarin Blanchart zijn meesterschap als snoep in het rond strooit.
Zoals eerder gezegd is alles op ‘A Boy Named Dirk’ oerdegelijk, maar persoonlijk vind ik dat deze Boy zichzelf in crooner-nummers als “It’s Easy” en “Too Much Of Everything” te weinig eer aandoet. Je hoort deze legende nog liever wat om zich heen schoppen dan hem te zien afglijden in zeemzoete breakupsongs. “Hail Mary Of The Songs”, waarin Blanchart de muze bedankt voor bewezen diensten, laat de luisteraar achter met een dubbel gevoel. Het verhaal klopt immers enkel maar als deze song een bedanking is aan de muze voor de andere songs op het album. Je kan ook de vraag stellen waarom je je dankbaarheid voor inspiratie in een weinig-inspirerende song giet. Ook het laten volgen van deze dank-aan-de-muzesong door twee covers blijft een beetje een raadsel. Maar dan zitten we al op het niveau van de kleinste details. “Greenback Dollar”, van het Kingston Trio (remember hun grootste hit “Tom Dooley”) uit 1962, krijgt van Blanchart een snedig rockend larger-than-life-jasje en hij brengt het ook met een waarachtigheid en authenticiteit alsof hij de woorden zelf neergepend heeft. Zijn versie van “Ik Zou Wel Eens Willen Weten” van Jules Decorte is dan weer eerder een miscast. Niet zozeer omdat het de enige Nederlandstalige track is op dit album, maar vooral omdat het inhoudelijke, het naïeve en verwonderlijke dat spreekt uit de tekst, niet aansluit bij het dooraderde, doorleefde van de oude rocker die met veel eelt op de ziel spreekt.

donderdag 07 maart 2019 23:11

Dynamiet (EP)

Sinds de hoogdagen van Gorki, De Mens, Tröckener Kecks en Noordkaap zijn we wel gewoon geworden dat rock ook gewoon in het Nederlands kan. Voor hardrock en punkrock in het Nederlands zijn er minder referenties, maar daar brengen Fleddy Melculy en BEUK uit het Brugse verandering in. Twee jaar geleden kwam BEUK met het album ‘Strak Plan’ zowat uit het niets op het voorplan. Een aantal muziekliefhebbers trokken hun wenkbrauwen op, maar de meesten houden wel van dit powerrocktrio. Tot in de UK en Frankrijk toe.
Het vele touren en spelen sinds ‘Strak Plan’ heeft wat opgeleverd voor BEUK. Klonken ze op hun debuutalbum nog wat gereserveerd en braaf, dan klinken ze op ‘Dynamiet’ een heel stuk dynamischer en gevatter. Als songschrijver en componist is de band sterk gegroeid. Het klinkt allemaal wat vlotter en catchy, wat vast te maken heeft met het inschakelen van producer Ace Zec (King Hiss, Diablo Blvd). Er wordt nog altijd stevig, snel en hard gerockt. Motörhead klinkt hier nog steeds wel door, maar als geheel misschien net iets minder dan op ‘Strak Plan’, terwijl er meer echo’s van De Kreuners, The Hives en The Dirty Denims te horen zijn.
Opener en derde single “Dynamiet” is een ode aan vinyl, met muzikaal een stevige knipoog naar Lemmy.  BEUK is muzikaal en in de teksten een stuk directer en gemener. Het sarcasme is er nog steeds.  Voorts krijgen we met “Hel van de Planeet” nog een track over de Eerste Wereldoorlog met knappe riffs en solo’s. Een beetje ondanks het vrouwelijke koortje is dit veruit de zwaarste track op deze EP. BEUK heeft de ballen om goed weg te komen met toch een ‘zwaar” onderwerp als de ellende van de oorlog. Dit had zo makkelijk melig of overdreven episch kunnen zijn, maar deze band wist die valkuilen vlot te omzeilen.
Het punky “Turbotine” is opgedragen aan BEUK’s persoonlijke muze, een Venitiaans blonde schone met een vurig karakter. “Alles Wat Je Wil” beschrijft hoe de Vlaamse wielrenner Jelle Wallays vijf jaar geleden de klassieker Parijs-Tours won.
 Op ‘Strak Plan” was titeltrack ‘Strak Plan Jacky” reeds opgedragen aan Fransman Jacky Durand (winnaar van de Ronde van Vlaanderen), terwijl een “Delfine Klop Erop” opgedragen was aan bokskampioene Delfine Persoon. Benieuwd welke sportmannen en -vrouwen op volgend studiowerk van deze band te bewonderen zullen zijn. Met hun voorliefde voor bescheiden en noest-doorwerkende sportmensen gokken wij erop dat Jan Ceulemans één van de volgende kandidaten zou kunnen zijn.
De liefde voor de muziekkroegen in Londen kreeg vorm in het grappige “Geniale Gypsy”. Deze leuke track vertelt hoe in die legendarische clubs nog steeds de geesten van Jimi Hendrix, Amy Winehouse en Bon Scott rondwaren. Afsluiter “Tijdbom” is een protestsong tegen de toenemende chaos en geweld in de wereld. Op deze track kreeg BEUK versterking van Frank Dubbe, die hier voor het eerst in het Nederlands zingt. De Oostendse oerpunkrocker is een vriend van Arno, Marcel Vanthilt en wijlen Willy Willy.
Op ‘Dynamiet’ toont BEUK dat ze geen gebrek hebben aan ideeën, zowel muzikaal als inhoudelijk. We zullen nog lang kunnen genieten van dit zootje ongeregeld. 

donderdag 07 maart 2019 23:07

Echt

De singles “In De Schouwte” en “GVD Joat” lieten al het beste verhopen en Augustijn lost de inmiddels opgebouwde verwachtingen helemaal in op zijn debuutalbum ‘Echt’.  Titelsong “Echt” sprankelt uit je boxen en geeft meteen na een reeks vergelijkingen zijn emotionele lading prijs, over hoe we ons al te vaak beter willen voordoen en wat er over blijft als de maskers afvallen. Dit nummer had op een album van Ertebrekers of Het Zesde Metaal kunnen staan, maar om Augustijn al eens op zijn teksten te pakken: ‘de kopie is beter dan het origineel’. Het is natuurlijk niet echt een kopie. Deze Augustijn schildert zijn eigen meesterwerkjes, al zal hij wel beïnvloed zijn door de grote Vlaamse meesters.
Augustijn speelde alle instrumenten zelf in. Dat heeft niets te maken met wat ze buiten die provincie aanduiden als West-Vlaamse gierigheid, maar eerder met een overdosis aan talent om al die instrumenten te bespelen. ‘Echt’ als album kan je daarbij beschouwen als een eerste volwassen meesterproef na jaren proefdraaien in andere bands. Aan dit album hoor je in alles dat geduld beloond wordt. Geduld om eerst in het Engels en dan pas nu in het eigen dialect nummers te gaan schrijven. Geduld om te leren welke composities werken en welke niet. Geduld om een eigen muzikale taal te vinden. Geduld om in stilte te groeien en niet te teren op je familienaam. Geduld om te wachten tot je twaalf voldragen hebt in plaats van na een eerste succes snel snel voor volle zalen te willen gaan spelen. Geduld hebben is tegelijk Iets wat Augustijn vrolijk ontkent in de eerste zin van “Allene Moa Leute”.
Op de americana-blues van “Zoender” zet Augustijn zich schouder aan schouder met Steven Vervaecke van Gesman in het Texas van Vlaanderen. Net zo doorleefd en dooraderd, maar dan zonder de zwarte humor van Gesman. In de plaats krijg je wel een reeks oprechte (zo klinkt het toch) bekentenissen over ‘smans liefdesleven. Wel heeft Augustijn het stemtechnisch niet zo makkelijk op deze half gezongen/half gefluisterde track die zich op een heel gezapig tempo voortsleept. Een splijtende gitaarsolo of een stukje mondharmonica had deze “Zoender” naar een nog hoger niveau kunnen tillen, maar tegelijk alle begrip voor het volledig in eigen hand willen houden van dit debuut.
Ook in “Vergit Me Nie”, over een niet-uitgesproken verliefdheid op het ritme van een heerlijk pompende bas, is Augustijn misschien veel te oprecht dan goed is voor hem. Dergelijke bekentenissen worden meestal in de hij- of zijvorm op papier gezet, of je moet Eels of Guido Belcanto als voorbeeld hebben. Een tweede pluim voor authenticiteit. En een derde voor “In Brande”, waarin de alweer veel te oprechte tekst over een zich als vuur verspreidende verliefdheid mooi contrasteert met de zachte, trage pianotoetsen.
 “Zie Je Nog Mee” is tekstueel heel sterk, over de waan van de dag op internet. Het zal net als bij “In Brande” ook hier wel als contrast bedoeld zijn, maar de vorm (een ingehouden pianoballad over een slome beat) wringt hier met de inhoud over de steeds snellere evoluerende maatschappij.
Een lekker gitaarlick opent “Noois Content” (nooit tevreden), een vat zelfkritiek over de West-Vlaamse aard. Eindelijk zou je denken, want de meeste andere West-Vlaamse songsmeden hebben het vooral over hun eigenheid en de daaraan verbonden troeven. “Past Up” is een mooie uitsmijter, met helemaal in de staart dan toch een mooi vol, gelaagd groepsgeluid. Dat volle, organische groepsgeluid waarin de lyrics net-niet verdrinken is misschien het enige dat we missen op dit album. 

donderdag 28 februari 2019 10:36

Uma Chine

Uma Chine is niet éénduidig te omschrijven. Van bij de eerste track, “A Cake Spell”,zit je constant op het verkeerde been. Het begint met een soundscape en een rafelige lick op een akoestische gitaar en daar worden steeds laagjes aan toegevoegd: ijl meerstemmig harmonisch gezang dat ergens tussen This Mortal Coil en Enya hangt, handgeklap, dan een drumroffel die vrij klassiek opbouwt en zich dan achteraan in de mix nestelt, enz. Daarmee is “A Cake Spell” een goed visitekaartje voor de rest van het album. De ingrediënten verschillen al eens, maar het recept blijft telkens om instrumenten, stemmen en ritmes heel uitbundig te combineren.
“Lonely Giant” doet iets verfrissend met elektro-jazz en (naar het einde toe) overstuurde gitaren. Het nummer doet mij als oude, grijze muziekreviewer wat denken aan Pas De Deux, maar misschien zoek ik het dan wat te ver terug in de tijd om aanknopingspunten te vinden voor deze bende jongelingen. Pas De Deux waren overigens hun tijd ver vooruit, in 1983, maar vandaag is dit minder exuberant. IJsland is eveneens een referentie die een paar keer spontaan opduikt op dit album als geheel. Denk aan The Sugarcubes, ADHD (de band dan), Aristidir en Sigur Ros. “Heights” heeft – waarschijnlijk onbewust – roots in de experimentele Belgische elektroscene van begin jaren ’80. Denk aan 2Belgen zonder de hits. “Heights” drijft op een onbehaaglijke sound die zo uit de coldwave geplukt is, maar dan met een modern ritme zoals bij SX of Oscar & The Wolf.
“A Tribe” heeft bij momenten een ritme dat je eerder verwacht in de sludgemetal dan in de synthjazz. Ook “Bagman” heeft stonerfragmenten met ruige gitaren en drums die je eerder aan The Girl Who Cried Wolf zou toeschrijven. Het leuke is dat elke track uit heel diverse etappes bestaat, waarbij het gaat van drones naar dromerige pop, van (de late) Radiohead naar Mauro Pawloski, van mysterieus naar eigenwijs, van Frank Zappa naar Air, en van elektronoise naar psychedelica. En toch hangt alles mooi organisch aan elkaar, zonder bruuske zijsprongen of overgangen. Het intrigeert van begin tot eind. Het zijn songs die je als luisteraar niet laten ontsnappen. Ook als je na zeventien luisterbeurten al goed weet wat er waar komt, blijven de songs van Uma Chine je hersenen kietelen.
Referenties geven is dan ook niet makkelijk, maar als je een paar namen herkent uit het rijtje Beach House, Uncle Wellington, Nova Flares, Feliz, Fortress, Aristidir, Future Old People Are Wizards en DaDaWaves, zal je dit vast ook weten te smaken.

donderdag 21 februari 2019 10:18

Encore

Sinds de reünie van 2008 (ongeveer) was het wachten op nieuw werk van The Specials, de band die van 1979 tot 1981 de 2-Tone ska op de kaart had gezet en die tot 2008 in onderlinge ruzies was verzand. Opgetreden werd er al wel opnieuw gedaan.

Van de oorspronkelijk zeven Specials zijn er op ‘Encore’ nog drie over: zanger Terry Hall, gitarist Lynval Golding en bassist Horace Panter. Een beetje jammer dat ze toaster Neville Staples, recent weer in goeden doen, over het hoofd hebben gezien, maar wie de bandgeschiedenis een beetje heeft gevolgd, snapt ook wel waarom.

The Specials hebben zichzelf een nieuwe band cadeau gedaan, met Nikolaj Torp Larsen, Steve Cradock, Kenrick Rowe, Tim Smart en Pablo Mendelsohn. Voor de opnames van Encore kwamen daar nog een strijkertrio, een cello-speler en gastzangeres Saffiyah Khan bovenop. Deze laatste mag op dit album de stem van MeToo vertolken op “10 Commandments“. Het klinkt een beetje als een knieval voor de (licht) vrouwonvriendelijke lyrics uit de begindagen van The Specials. Chapeau dat ze zo openlijk schuld bekennen en daarvoor zelfs het heilige huisje van Prince Buster durven slopen.

En het valt op dat deze versie van The Specials heel goed bij de les is, met zowat actuele issues op een rij: racisme (“Black Skin Blue Eyed Boys” (van The Equals) en “Black Lives Matter”), de U-bochten van politici (“Vote For Me”), de risico’s die de wereld neemt door presidenten als Trump de code van kernwapens toe te vertrouwen (“The Lunatics” (Have Taken Over The Asylum, een cover van Fun Boy Three), de druk van het internet en social media (“Breaking Point”), wapendracht (“Blam Blam Fever”), het moeilijk vinden van mentaal evenwicht (“The Life And Times (Of A Man Called Depression)”. Zelfs de jeugd met hun hoodies en gangs krijgt een ferme veeg uit de pan op “Embarrased By You”.

Het valt overigens op dat ‘Encore’ geen volbloed ska-album is geworden. “Black Skin Blue Eyed Boys” is disco-pop en ook “Black Lives Matter” drijft op een oldschool discodeun en met die parlando/halve rap eroverheen doet deze track wat denken aan “Rapture” van Blondie. “Vote For Me” doet inzake toon en sfeer dan weer heel hard denken aan het morbide van “Ghost Town”, de oude wereldhit van deze Specials. Volbloed-Specials is “Vote For Me” dus zeker wel, maar een volbloed ska-track zeker niet. “The Lunatics” is ska op een wals-ritme, wat als geheel een beetje klinkt als The Nits.  Pas op “Breaking Point” valt er voor ska-liefhebbers muzikaal al wat te rapen, maar nog veel meer kunnen zij hun hart ophalen op “Blam Blam Fever” en “Embarrased By You”. “10 Commandments” en “The Life And Times (Of A Man Called Depression)” zijn opnieuw parlando/half rap en zeker die tweede mellow track is er eigenlijk al te veel aan. Het goud zit zoals wel vaker helemaal op het einde van de mijngang: “We Sell Hope” is een met doom en gloom overladen reggaeballad met harmonische zang en zelfs een leuk strijk-arrangementje. Pas op deze track bewijst het overblijvende trio dat ze ook zonder Jerry Dammers recht in de roos kunnen mikken.

Wie een beetje uitkijkt kan dit album als CD aanschaffen met een bonus-CD. Daarop krijg je liveversies van een reeks Specials-klassiekers als “Gangsters”, “A Message To You Rudy”, “Stereotype”, “Too Much Too Young” en “Ghost Town”, aangevuld met het betere coverwerk (o.a. “Redemption Song” van Bob Marley).

Hoe zou het nog zijn met de Young Gods? Jong kan je frontman Franz Treichler (Franz Muse) en knoppendraaier Cesare Pizzi (Ludan Dross) bezwaarlijk nog noemen. Daarvoor zit er intussen al wat teveel grijs in hun respectievelijke paardenstaarten. Aan de opkomst voor hun shows te zien, kan je ook Gods al schrappen. In de afgerond 20 jaar dat ze naar België komen voor shows, zijn ze de capaciteit van de Botanique niet kunnen ontgroeien. Hun godenstatus maken ze dan weer wel waar als andere bands en artiesten in interviews vertellen waar ze de mosterd gehaald hebben. Dan komen o.m. Pitchshifter, U2 en David Bowie al eens vaak bij dit Zwitserse trio uit.

Eerder dit jaar verscheen er eindelijk nog eens nieuw werk van deze industrial elektro-rockband. ‘Data Mirage Tangram’ kwam tot stand in 2015 op het Cully Jazz Festival en is drie, vier jaar later pas afgeraakt.  Op dit twaalfde album, het eerste sinds 2010, doen The Young Gods het meer atmosferisch, maar vooral langer en trager. Gelukkig doen ze dat in stijl. Er zit nog steeds een flinke dosis rock en techno in hun nieuwe tracks, maar deze band heeft z'n eigen plekje gevonden in het muzieklandschap, met onverwachte gitaren en breaks, maar een stuk verder weg van hun aan Front 242-verwante EBM van de begindagen.
De Young Gods starten hun set in Brussel met “Entre En Matiere” uit hun jongste album. Het nummer start met een ambient-vibe en heel minimale belichting. Heel jammer dat de sfeer nog verpest door een heel ijverige roadie die nog wat kabels moet controleren. De gitaarklanken van Franz Muse doen hier vaag wat denken aan The Cure tijdens “Fascination Street”. Het publiek reageert meteen enthousiast maar ondanks dat deze Zwitsers reeds acht of negen keer eerder in deze zaal speelden, kan er aan het begin van de set niet meer begroeting af dan een wel heel zuinig ‘bonsoir’.
Het tweede nummer in de set is “Figure Sans Nom”, ook al van ‘Data Mirage Tangram’, een stuk dansbaarder en met die heel repetitieve tekst die als een mantra de zaal wordt ingeblazen. Nog meer nieuw werk volgt met “Tear Up The Red Sky”: aanvankelijk krijgen ze het publiek hiermee niet veel verder dan wat heen en weer wiegen, maar met een mooi opgebouwde, bulderende finale komt er eindelijk wat leven in het publiek. Opnieuw krijgt het enthousiaste publiek een wel heel zuinig ‘merci beaucoup’ teruggekaatst van Franz Muse.
Ook “All My Skin Standing” komt van het nieuwe album en krijgt een net iets warmere ontvangst. Tribale drums, EBM en explosieve gitaarnoise in de stijl van Thurston Moore (Sonic Youth) worden in deze track op een hoopje gegooid in een wel heel lange versie van deze track. We zijn dan al 40 minuten ver in de set en er zijn nog maar vier tracks gepasseerd. Maar het publiek geniet met volle teugen.
“Moon Above” valt live wat tegen. Hier mixen de Young Gods improvisatie-jazz met noise en dikke geuten blues, met zelfs een stukje mondharmonica.
Daarna komt eindelijk ouder werk aan de beurt met “About Time” uit 2007. Op “Envoyé” laat Franz Muse voor het eerst zijn gitaar aan de kant. Op dit oudje uit 1987 gaan de fans helemaal los. De reguliere set wordt afgesloten met een track uit het nieuwe album die als beste aansluit bij het oudere werk: “You Gave Me A Name”.
De bisronde is één grote dankbetuiging aan de fans, met de Young Gods-klassiekers “Kissing The Sun”, “Gasoline Man” en “Skinflowers”. Anders dan in Londen of Parijs krijgt het Brusselse publiek nog een extra toegift: “Everythem”.

Young Gods is één van die zeldzame bands die erin slaagt om zijn publiek te laten meegroeien met de band. Niet in aantallen fans, maar in de muzikale reis die afgelegd wordt.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/the-young-gods-24-03-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/amute-24-03-2019

Organisatie: Botanique, Brussel.

Pagina 9 van 24