zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Ollie Nollet

Ollie Nollet

vrijdag 06 april 2018 02:00

Blitzen Trapper - Degelijke countryrock

Blitzen Trapper - Degelijke countryrock
Blitzen Trapper
De Zwerver
Leffinge
2018-04-04
Ollie Nollet

Vito was oorspronkelijk het soloproject van Vito Dhaenens maar staat intussen voor een vijfkoppige band (uit Gent) die me meteen verraste met een brok stevige americana (catchy refrein, melancholische tussenstukjes en een spijtende gitaar in de finale). Daarna zochten ze het in wat eigentijdser klinkende folk geïnspireerde indiepop die al even beklijvend klonk terwijl ze één keer ook een zonovergoten garagepopsong uit hun mouw wisten te schudden. “Onlangs derde geëindigd in Westtalent”, wist iemand me te vertellen. Derde pas? Ik meende hier overduidelijk een winnaar aan het werk te zien. Of zou West-Vlaanderen bulken van het talent? Wat ik moeilijk kan geloven. In ieder geval bleek Vito hier een erg volwassen groep met een trits aanstekelijke nummers. Natuurlijk was niet alles even sterk. De song die de toetsenman ten gehore mocht brengen viel wat tegen omdat het te ver richting synthpop dreef. Maar met de uitstekende en charismatische zanger, Vito, die duidelijk wat genen van zijn vader, Derek (van The Dirt), geërfd heeft, in de gelederen lijkt de toekomst verzekerd.

Ik maakte voor het eerst kennis met Blitzen Trapper in 2007 in de Botanique, in het voorprogramma van Two Gallants. Het werd toen geen onverdeeld succes : americana pareltjes werden afgewisseld met draken van elektropopsongs. Een jaar later zag ik de groep uit Portland, Oregon al terug in de 4AD, opnieuw met Two Gallants. En er bleek toch iets veranderd. Ze hadden net een plaat uit op Sub Pop, ‘Furr’, waarop er voor een eenduidiger geluid (wat traditioneler met veel seventies –en countryrockinvloeden) werd gekozen. Goeie plaat maar net niet goed genoeg om een blijvertje te zijn. Ook de platen die zouden volgen konden me nooit helemaal overtuigen.
Na tien jaar zag ik ze nu opnieuw en lieten ze een meer coherente indruk na. De songs klonken mooi uitgebalanceerd, badend in een Laurel Canyon sfeer waarbij de wat experimentelere en arty sound van vroeger ingeruild werd voor een conventioneler geluid. Zanger Eric Earley, wiens frasering me soms aan Bob Dylan deed denken, speelde deels op akoestische en deels op elektrische gitaar wat de afwisseling zeker ten goede kwam. Gitarist Erik Menteer vertelde ons op een gegeven moment dat hij niet het gewenste geluid uit zijn gehuurde synthesizer kreeg en dat hij voor die song dan maar de tamboerijn zou bezigen. Waarop ik dacht : waarom een synthesizer huren voor die enkele songs en gewoon niet alles op gitaar erdoor jagen. Schitterende gitarist trouwens, net als Eric Earley. Die ene keer dat ze in duel gingen , smaakte dan ook duidelijk naar meer. Ook de rest van de groep waren voortreffelijke muzikanten. Wat ze bewezen toen ze zowel “When I’m dying” als “Thirsty man” lieten eindigen met een lang uitgesponnen outro. Die twee adembenemende jams klonken wat psychedelisch en spooky, een mix van het beste van Grateful Dead en Ryley Walker , en waren wat mij betreft de mooiste momenten van de avond. Na een lange set tijdens dit eerste optreden van de tour was er toch nog tijd voor een uitgebreide bisronde. Eerst tweemaal Earley solo waarna de band terugkwam voor “Wild Mountain Nation”, waar iemand om geroepen had, en “Rock and roll (was made for you)”.

Mooi concertje, dat zeker, maar toch niet van die aard om meteen een spurtje in te zetten naar het platenstandje.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Ik weet niet of het ene met het andere te maken heeft maar daags na dit optreden werd ik geveld door een gemene griep waardoor mijn herinneringen aan deze avond soms wat wazig zijn.

Na een eerdere ontmoeting wist ik dat Drums‘n’Guns mijn ding niet is. Maar zie, dit vijftal uit Waregem begon met een brok geïnspireerde postrock die me meteen weer hoop gaf. Helaas keerden de gitaren, vanaf het tweede nummer, hun steven richting (post)metal en leek Sam Dufoor met zijn zwaar aangezette zang en theatrale armbewegingen te solliciteren voor een stek bij een progrockband. Wat het moest voorstellen weet ik niet maar hier had ik geen enkele affiniteit mee. De laatste twee songs klonken dan plots weer melodieuzer en ontdaan van dat botte gitaargeluid zodat het toch nog even mooi werd.

Het echtpaar Lisa Kekaula en Robert Vennum (Riverside, Californië) zag ik reeds talloze keren aan het werk. Meestal als The BellRays maar ook een paar keer gewoon als Bob & Lisa of laatst (2015) in volle glorie samen met een uitgebreide Spaanse band als Lisa & The Lips op Sjock.
Nu was het blijkbaar tijd om The BellRays, acht jaar na de vorige en uitstekende plaat, “Black Lightning”, nieuw leven in te blazen. Onder de deskundige leiding van Jim Diamond werd een nieuwe plaat, “Punk funk rock soul Vol 2” (vol 1 is een EP’tje) opgenomen en daaraan werd ook een tour gekoppeld.
Afgaande op die titel leek er weinig mis te kunnen gaan, toch bleef ik bij de eerste nummers wat met gemengde gevoelens zitten. Het gitaarspel van Vennum klonk wat steriel en balanceerde vervaarlijk tussen harde rock en hardrock waarbij het te vaak het laatste werd. Gelukkig beterde dat gaandeweg, niet in het minst door de ongebreidelde gretigheid van zowel de bassist als de drummer terwijl Vennum zelf ook steeds beter de rock-‘n-roll finesse in de vingers terugvond.
Maar de pijler van de groep is uiteraard Lisa Kekaula, zowat de mooiste stem uit de garagerock. Dit optreden had eigenlijk vorig jaar al moeten doorgaan maar werd toen uitgesteld wegens stemproblemen. Problemen die blijkbaar helemaal van de baan zijn want die stem klonk krachtiger en soulvoller dan ooit en als je ze met iemand wil vergelijken kom je uit bij de allergrootsten zoals Aretha Franklin. Een geboren frontvrouw ook, twijfel over wie de leiding had kon er niet zijn. Toen ze op een gegeven moment van plaats wilde wisselen,  deed ze dat met een teken aan manlief zoals je een hond naar zijn mand verwijst. En een publieksmenner. We werden herhaaldelijk gevraagd om wat meer lawaai te maken (het is hier net een kerk) waarop ze zelfs even tussen het publiek ging lopen om ons aan te moedigen. Hilarisch werd het toen ze tijdens een wat stiller nummer aan twee tetterende dames aan de zijkant vroeg of ze soms de microfoon nodig hadden. Toen er geen reactie kwam volgde een bulderend “Shut up” maar ook dat kon de twee niet uit hun, wellicht diepgaand, gesprek halen.
‘Punk funk rock soul Vol.2’, waaruit alle nummers de revue passeerden is een wat misleidende titel. Rock, vooral rock en een beetje soul hoorden we maar punk of funk? Een blues : “Every chance I get” en wat powerpop : “I can’t hide”, dat wel. Niet alles uit die plaat is even sterk maar tijdens de mindere momenten was er dan nog steeds de immer begeesterende Kekaula. Zelfs tijdens die enkele nummers die ze niet zelf zong , bleef ze prominent aanwezig. Niets uit het verre verleden wel  een drietal songs uit ‘Black lightning’ en eentje uit ‘Hard,sweet and sticky’ (2008). Het was misschien niet de meest originele bis, “Johnny B Goode”, gezongen door Robert Vennum, inclusief poging tot duckwalk, maar dit monument van Chuck Berry gaat er bij mij nog steeds in.

The BellRays, terug van eigenlijk nooit ver weggeweest!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

dinsdag 27 februari 2018 01:00

The Molochs - Tijdloze songs

The Molochs - Tijdloze songs
The Molochs
café De Zwerver
Leffinge
2018-02-25
Ollie Nollet

Openers van dienst waren Danny Blue & The Old Socks, een vijftal uit Antwerpen die hun muziek zelf omschrijft als uptempo tropical bikini-rock. Wat ik me daarbij moest voorstellen was me niet meteen duidelijk waardoor ik me op het ergste had voorbereid. Bikini-rock en temperaturen die een heel eind onder het vriespunt doken , leken me trouwens geen al te beste combinatie. Maar uiteindelijk bleek de groep dan toch een aardige opwarmer te zijn. De zanger had een t-shirt van Mac DeMarco, wat een indicatie leek in welke richting we het moesten zoeken. Slacker pop met weldadig jengelende gitaren gegoten in simpele songs die af en toe net iets té voor de hand liggend klonken. Verder zag ik een groep die er ‘stond’ met een sterke zanger, een soms iets te uitbundige jongen achter de toetsen en een heerlijk bekkentrekkende drummer (Danny Blue). Hoogtepunt vond ik het vaag aan de Stones herinnerende “Cookie”, compleet met een toefje mondharmonica. Terwijl afsluiter, “King of the trachcan”, ideaal leek om meegebruld te worden op een, uit de hand gelopen, fuif.

Intussen is ‘America’s velvet glory’, de tweede en alom gewaardeerde plaat van The Molochs (uit L.A.) meer dan een jaar oud terwijl er reeds een nieuwe zit aan te komen. Qua timing was deze tour, in de vluchtige tijden waarin we leven, dus niet zo’n gelukkige zet. Toch was de belangstelling meer dan behoorlijk en terecht want The Molochs maakten de belofte, die ze met die plaat maakten, volledig waar. Ook hier, net als bij de eerste band, jengelende gitaren maar die klonken nu wel een stuk verfijnder. Grootste troef waren echter de mooi uitgebalanceerde songs, alle geschreven door Lucas Fitzsimmons die ze met een nasale stem en veel zin voor nuance zong. Het enige wat je hem misschien kon verwijten , was dat hij te hard zijn best deed om de studioversies te evenaren. Vooral de trage nummers hadden een wat potigere aanpak kunnen gebruiken. Enkel tijdens “New York” liet hij de teugels wat vieren waardoor de song een wat afwijkende koers mocht varen en meteen ook een stuk aan glorie won. Maar toen hadden we de eindmeet reeds bereikt.

Toch hoor je me niet klagen want de buit aan tijdloze en verslavende nummers, die soms in de buurt van The Monkees, Modern Lovers of zelfs de vroege R.E.M. kwamen, was intussen behoorlijk groot. Ook live bleef “No more cryin’” mijn favoriet. De song met de duidelijkste hang naar de sixties en voorzien van een spetterende mondharmonica.
‘America’s velvet glory’ werd er volledig doorgejaagd terwijl er naar het einde toe ook twee nummers van de nieuwe, nog te verschijnen, plaat werden prijsgegeven. Wat mij betreft behoorden die zelfs tot de betere van de avond waardoor ik nu al reikhalzend uitkijk naar dat nieuwe album.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

maandag 05 februari 2018 01:00

David Nance - Pretentieloos en meeslepend


De eerste band, Topanga (Brugge/Gent) had een hele schare supporters, inclusief gillende meiden (dat was lang geleden!), weten te mobiliseren. En één ding moet je ze nageven, Topanga had een frontman bij die naam waardig. Een wonderbaarlijke kerel, strak in het pak, zo strak zelfs dat een broekspijp volledig openscheurde toen hij zich aan een dansje waagde in het ledige (het publiek had zich weer knus rond de toog teruggetrokken) halfrond voor het podium. Er viel dus wel wat te beleven. De vier brachten dansbare synthpop waarin je met een beetje goede wil krautrockinvloeden of een enkele keer een Sonic Youth gitaartje kon horen. Maar de meeste tijd hoorde ik niets dan opdringerige synths, iets waar de jeugdiger medemens ongetwijfeld vrolijk van wordt maar bij mij dus niet werkte. Toch benieuwd wat de jongens ervan zullen bakken in de Rock Rally.

David Nance maakte, wat mij betreft, met “Negative boogie” één van de beste platen van 2017. Nooit eerder had ik iets van deze kerel uit Omaha, Nebraska gehoord. Toch bleek dat hij reeds jaren aanmodderde met als resultaat een kluwen van cassettes, cd-r’s en enkele vinylplaten. Zo nam hij ook een paar dingen op met Simon Joyner, die in 2016 ook al de 4AD bezocht, waaronder een complete herneming van de Stones LP ‘Goat’s head soup’. Dat opnieuw opnemen van een volledig album blijkt een hobby van hem te zijn. Zo nam hij ook ‘Berlin’ van Lou Reed, ‘Beatles for sale’ en ‘Doug Sahm and Band’ onder handen. Een ander aanknopingspunt is dan weer Brimstone Howl (nog in de Pit’s gezien) met wie hij uitgebreid de hort op ging. Toch is ‘Negative boogie’ zijn eerste ‘serieuze’ plaat, hoewel... Het hele zootje werd in amper één dag opgenomen.
De verwachtingen waren hoog maar vanaf het eerste nummer wist je dat dit goed zat. Die opener “Poison”, een homp bloeddoorlopen rock, klonk me zo bekend in de oren dat het wel een cover moest zijn. Ik heb me suf gepiekerd zonder resultaat en ook op zijn onoverzichtelijke discografie is het nergens terug te vinden. Na die knaller bleef het mooi, zij het wat anders dan verwacht. Zo duurde het ontzettend lang eer hij een nummer uit zijn laatste plaat speelde. Het enige manco van de avond was dan ook dat hij prijsbeesten als “More than enough (reprise)”, “5,2 and 4” en “River with no colour” op stal liet. Jammer maar hetgeen we in de plaats kregen was ook niet mis. Verre van. Weidse songs met heimwee naar de seventies (niet alles was toen slecht) en meestal voorzien van meanderende gitaar outro’s. Wat klonken die gitaren immer warm en beklijvend, nooit opdringerig, eerder achteloos en geen seconde vervelend. Ik heb het over gitaren, want naast David Nance was er ook nog ene Jim Schroeder die het al even goed in de vingers had. De man had blijkbaar vooraf reeds met een deel van het volk verbroederd want zijn naam werd af en toe gescandeerd. Verder bestond de groep uit de wonderlijke drummer, Kevin Donahue, en de al even doeltreffende Tom May op bas. Met de stompende “hit”, “Negative boogie”, werd het tempo plots gevoelig opgetrokken. Meteen de start van een lange spetterende finale met als definitieve uitsmijter “Coming home”, een verschroeiend epos waarin alle remmen werden losgegooid. We waren nog naar adem aan het happen toen David Nance zich verontschuldigde omdat hij verder geen nummers meer kende. Uiteraard moest hij nog eens terugkomen en ze speelden dan maar twee covers. Eerst de ontwrichtende tearjerker, “Silver wings”, van Merle Haggard, nadat een verdwaalde country liefhebber erom geroepen had, gevolgd door ”Don’t cry no tears” van de onvermijdelijke Neil Young. Want als er één naam was die tijdens dit optreden geregeld door mijn hoofd spookte was het wel de zijne.

Een erg bescheiden David Nance, die er met zijn beslijkte broek eerder uitzag als een grondwerker (wat een contrast met die dandy van Topanga), bleek wat conventioneler dan wat op basis van ‘Negative boogie’ verwacht kon worden. Dat was evenwel geen bezwaar om hem stevig in de armen te sluiten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Ondanks onheilstijdingen als zou de rock-‘n-roll dood en begraven zijn, die de laatste weken weer niet uit de lucht waren, wisten The Sonics, pioniers van de garagerock, de Kreun toch mooi vol te laten lopen. Rock-‘n-roll dood? Niet lucratief genoeg meer voor de media, dat wel.

Vooraleer het echte feestje kon beginnen werd ons The Error Team als aperitief geserveerd. Mijn verwachtingen voor dit trio uit Gent waren niet bijster hoog maar het werd een aangename verassing. Een Rhodes piano en een Hammond orgel (Matto Le D, ex Fifty Foot Combo), geflankeerd door soepele drums , zorgden voor een warme sound en knappe nummers, waarvan er enkele zeker niet hadden misstaan op ‘Sounds of the unexpected’, een uitmuntende verzamelaar die vorig jaar verscheen op Ace Records. De drie hielden het volledig instrumentaal en leken me een gedroomd combo voor bij de koffiekoeken. Misschien net iets minder geschikt als opener voor The Sonics. André Brasseur was een betere uitdager geweest, ze hadden de ouwe zeker nog het vuur aan de schenen kunnen leggen.

Het verhaal van The Sonics is genoegzaam gekend. Na twee uitstekende platen, ‘Here are the Sonics’ en ‘Boom’, midden jaren ‘60, hielden de vijf het wegens gebrek aan succes het voor bekeken. Hun muziek raakte echter, mede dankzij de talloze covers van onder meer The Cramps, Bruce Springsteen, The Black Keys en The Fall, echter nooit vergeten en eens de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en er een zee van tijd vrijkwam besloten de drie frontmannen samen met een nieuwe ritmesectie in 2007 The Sonics nieuw leven in te blazen. Eerst waren er slechts sporadisch optredens waarbij Sjock Gierle (ere wie ere toekomt) één van de eersten was om hen een plaatsje op de affiche te geven. Dat concert blijft één van de meest memorabele die ik ooit zag.
En ook The Sonics zelf hadden nu  de smaak te pakken. De tours volgen elkaar in snel tempo op en er komt zelfs een nieuwe plaat : ‘This is The Sonics’ (2015). Maar de leeftijd valt niet weg te cijferen en in 2016 kondigen gitarist Larry Parypa en toetsenist Gerry Roslie aan niet langer te zullen touren. Hun plaatsen worden ingenomen door respectievelijk Evan Foster (Boss Martians) en Jake Cavaliere (Lords Of Altamont). Vorig jaar slaat dan het noodlot toe wanneer bassist Freddie Dennis (de man met de fenomenale Little Richard strot) getroffen wordt door twee beroertes. Naar verluidt verloopt zijn herstel voorspoedig. Enkele Amerikaanse optredens dienen gecanceld te worden maar voor de Europese tour wordt Don Wilhelm, die er bij het prille begin van de reünie ook even bij was, heropgevist.
Als vanouds werd er afgetrapt met “Cinderella” maar het maakte ons niet meteen euforisch. De stem van Don Wilhelm was nauwelijks te horen terwijl de sound één doffe brij was. Was de man aan de mixtafel nog een uiltje aan het knappen? Gelukkig volgde er toch beterschap. Saxofonist Rob Lind, het enige overgebleven originele lid, genoot er zichtbaar elke seconde met grote teugen van. Ondanks zijn (vermoedelijk) 73 lentes werkte zijn enthousiasme aanstekelijk en de paar keer dat hij uithaalde op mondharmonica waren verschroeiend. Nu we de oerschreeuw van zowel Roslie als Dennis moesten missen (het enige minpuntje naast de lamentabele start van de soundman) werd er door iedereen behalve de drummer gezongen. Die drummer, Dusty Watson, was, met een verleden bij o.a. Dick Dale, Surfaris, Davie Allen and The Arrows, Lita Ford, Supersuckers, Slacktone en Agent Orange, trouwens geen van de minste.
Ook het verse bloed legde The Sonics alvast geen windeieren. Vooral gitarist Evan Foster kwam bijzonder snedig voor de dag terwijl Cavaliere op zijn beurt voor een tweetal gesmaakte nieuwe songs zorgde. Buiten die twee nummers was er trouwens zo goed als niets veranderd op de setlist vergeleken bij de vorige keren. Een paar Little Richard covers : “Lucille” en “Keep a knockin’”.
In de jaren ‘60 speelden ze zowat al zijn songs en was hun ambitie om minstens even goed als hem te zijn. Verder covers van tijd- en streekgenoten, The Wailers (“Dirty robber”), The Lords Of Altamont (“Get in this car”), Eddy Cochran (“C’mon everybody”), Richard Berry (het onverwoestbare en geheel eigen gemaakte “Have love, will travel” en “Louie Louie”) en Barrett Strong (“Money”).
De ene hit na de andere, swingend als nooit tevoren, om het kookpunt te bereiken met “Boss Hoss” en uiteraard “Psycho”.

Ook de bisronde kende geen verrassingen maar wie zou daarom malen : “I don’t need no doctor” (Ray Charles), “Strychnine” en “The witch” (de song waar het allemaal mee begon) liet de meute helemaal uit haar dak gaan. Nee, The Sonics zijn nog lang niet uitgezongen. Er wordt zelfs gedacht aan een nieuwe plaat.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-sonics-26-01-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-error-team-26-01-2018/

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

vrijdag 01 december 2017 02:00

M.O.T.O - Big in Brazil?

M.O.T.O - Big in Brazil?
M.O.T.O.
Pit’s
Kortrijk
2017-11-29
Ollie Nollet

M.O.T.O. (oorspronkelijk Masters Of The Obvious) kent maar één constante : zanger-gitarist Paul Caporino, een onvermoeibare doorzetter uit New Orleans die zich telkens met andere muzikanten weet te omringen en zo reeds 36 jaar (!) aan de weg timmert. In 2011 was hij al eens te gast in de Pit’s, toen enkel met een drummer voor amper acht geïnteresseerden. Dit keer was er heel wat meer volk komen opdagen maar daar zat het voorprogramma deels voor wat tussen.

Het Gentse drietal, Strangeways, was al bezig toen ik arriveerde en de eerste song die ik hoorde had wel wat weg van The Wipers. Een mooiere binnenkomer kon ik me niet wensen. Daarna werd het spectrum van de eighties postpunk verder afgetast en hoorde ik in het immer flamboyante gitaarspel nog flarden The Cure en zelfs Johnny Marr. Helaas red je het niet met alleen een gitaar. Sommige nummers waren ondermaats en het licht vibrerend geneuzel kon me geen volledige set blijven boeien. Een set die trouwens veel te lang was. Wat ziftwerk had hier zeker niet misstaan en zo werden bovendien nodeloos kostbare minuten van M.O.T.O. ingepikt.

Dit keer had Caporino een heuse band (gitaar, bas, drums) meegebracht. In de loop der jaren heeft hij zich aan talloze genres (waaronder soul en zelfs metal) vergrepen, gelukkig hield M.O.T.O. het deze avond bij simpele garagepunk.
Korte, eenvoudige, soms kinderlijk aandoende songs waarin de gitaren het al eens vuil mochten spelen en voorzien van geestige teksten. De titels alleen al : “We are the rats”, “Gonna get drunk tonight”, “I hate my fucking job” of het aan Jonathan Richman refererende “Dance dance dance dance dance to the radio”. De Ramones waren nooit ver weg terwijl Paul Caporino een geboren entertainer leek. Hij leek wat op Daniel Johnston, voorzien van een indrukwekkende mimiek met twee zware wenkbrauwen die elk een geheel eigen leven leidden, en had zo zijn rituelen (na elk nummer ‘dankjewel merci’ en zijn flesje bier hoog in de lucht).
Net als de vorige keer was er een volbloed fan aanwezig. Dit keer was het een Braziliaan die zich vooraan de ziel uit het lijf stond te dansen en op een gegeven moment op het podium sprong om een volledige song mee te zingen tot groot jolijt van de groep. Veel fans hebben ze waarschijnlijk niet maar dit was er één van het zuiverste water en een godsgeschenk voor dit soort, in de marge, opererende bands.
Baanbrekend was M.O.T.O. allerminst maar mijn respect voor dit soort koppige volhouders is grenzeloos. De man tourde in 2013 trouwens in China, samen met Round Eye, die eerder dit jaar ook al te gast was in de Pit’s. Hoeveel andere rockgoden zouden zoiets op hun cv hebben staan?
Check https://www.youtube.com/watch?v=2U_6rTXXf3g

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Emma Ruth Rundle - Donkere, atmosferische schoonheid
Emma Ruth Rundle + Jaye Jayle 
Café De Zwerver
Leffinge
2017-11-23
Ollie Nollet

Alweer een afgeladen café De Zwerver, dit keer voor Emma Ruth Rundle die duidelijk over een trouwe cultaanhang beschikt. Deze chanteuse uit Los Angeles, die ook actief is bij Red Sparowes en Marriages, laat zich begeleiden door haar favoriete band, Jaye Jayle, met wie ze ook een split EP opnam en die hier tevens als openingsact mocht fungeren. Vreemde naam en ook hun muziek was niet meteen alledaags te noemen. Donkere indiefolk met zowel roots als krautrock invloeden die me soms deed denken aan Nick Cave, Wovenhand of Madrugada. Ondanks een, met instrumenten en effect pedalen volgestouwd, podium klonken de composities telkens uitgekleed tot de essentie. De songs, waarin de gitaren en de toetsen beurtelings het voortouw namen, werden met een lage, ruwe stem krachtig gezongen door Evan Patterson. Niet alles was even geslaagd maar het bleef intrigeren tot de laatste seconde.

Jaye Jayle mocht dan al de begeleidingsgroep van Emma Ruth Rundle zijn, toch moest Corey Smith (keys, gitaar en percussie) het veld ruimen. Zijn plaats werd ingenomen door drummer Neal Argabright, die hier de synths voor zijn rekening nam, terwijl er een mij onbekende drummer ten tonele verscheen. Rundle won meteen de sympathie van het publiek door zich uitgebreid te verontschuldigen voor een eerder dit jaar gecancelled optreden in De Zwerver. Dit was het eerste optreden van de tour maar meteen werd duidelijk dat de groep en de zangeres al eerder samenwerkten en elkaar perfect aanvoelden. Donkere, gothic folk waarin de niet altijd even makkelijke zanglijnen ingebed werden door atmosferische gitaren en synths waarbij Mazzy Star en Chelsea Wolfe mogelijke aanknopingspunten waren. Knappe songs, waartussen het weidse “Heaven” me het meest beviel, en knappe uitvoeringen die toch soms iets te veel afgevijld waren of te weinig variatie kenden. Wie zich evenwel liet verzwelgen door die best impressionante sound heeft aan dat laatste uiteraard geen boodschap.
Voor de bis greep Rundle eerst naar een akoestische gitaar om dan toch (veilig) met een elektrisch exemplaar een nummer solo te brengen. Uiteindelijk kwam die akoestische song er toch en bewees ze dat haar songs ook naakt overeind konden blijven.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

maandag 20 november 2017 02:00

Daddy Long Legs - Stompende blues

Daddy Long Legs - Stompende blues
Daddy Long Legs
l’Abattoir
Lillers (France)
2017-11-18
Ollie Nollet

Geen optreden in België tijdens deze tour van Daddy Long Legs maar geen erg, zo kom je nog eens ergens. Meer bepaald in het Noord-Franse Lillers waar ze één van de oudste muziekcafés van de streek hebben : l’Abattoir.  Deze mythische bruine kroeg bestaat al zo’n 43 jaar en ondanks de beperkte ruimte (capaciteit : 50 personen) waren hier reeds heel wat bekende namen te gast : Elliott Murphy, The Vibrators, Terry Lee Hale, Washington Dead Cats, The Animals, Dr. Feelgood, Gong,...
Een unieke plaats waar je de optredens zowel zittend (op banken aan tafels) als staand kan meemaken terwijl het podium er ondanks de krappe behuizing ‘gigantisch’ (zeker 1/3 van de opp.)  is.

Daddy Long Legs (oorspronkelijk uit St. Louis, Missouri nu Brooklyn, New York) was er reeds voor de tweede maal en zag het net als wij volledig zitten. Zelf op een stomende mondharmonica ramde hij ons samen met gitarist Murat Aktürk en drummer Josh Styles een set stompende blues met een hoge rock-‘n-roll factor door de strot. De meebrulbare punkblues, “Motorcycle madness”, met een perfecte imitatie van ronkende motoren; prijsbeest “Blood from a stone”; het solo gebrachte “Bourgeois blues” (Lead Belly) waarin hij zingt met de harmonica in zijn mond en het aanstekelijke “Shake your hips” (Slim Harpo).
Ik zag het allemaal reeds een paar keer eerder maar ik word er nog steeds wild van. Bovendien zaten er dit keer enkele nieuwe songs tussen die het beste laten verhopen voor de nieuwe plaat die er nu eindelijk eens mag komen. Dat zou dan meteen een reden zijn om onze contreien nog eens op te zoeken, want hier krijg ik nooit genoeg van.

Organisatie: l’Abattoir, Lillers

dinsdag 21 november 2017 02:00

Together Pangea - Sprankelend en dynamisch

Together Pangea - Sprankelend en dynamisch
Together PANGEA
café De Zwerver
Leffinge
2017-11-19
Ollie Nollet

Ik had mijn huiswerk vooraf niet gemaakt en wist totaal niet wat ik mocht verwachten van Lookapony, de eerste band van de avond. Het werd een aangename verrassing. Dit jonge kwartet uit Eindhoven, dat onlangs debuteerde met ‘Ha-Satan’, bracht energieke garagepop voorzien van snedige gitaren die voor de nodige dosis rock-‘n-roll zorgden. De zanger had een krachtige, wat lijzige stem en leek wat aangeschoten. Toch kon hij enkel een brede grijns op mijn smoelwerk laten verschijnen. Heerlijke frontman die langs zijn neus weg vroeg wie er allemaal van Leffinge was. Zo wisten we het ook eens en het resultaat bleek behoorlijk mee te vallen voor het kleine dorpje in de schaduw van Oostende.

Together PANGEA was in 2015 al eens te gast in De Zwerver en wist me toen niet helemaal te overtuigen. Dit keer lukte dat wel. Vreemd, want hun laatste plaat, ‘Bulls and roosters’, is niet direct van die aard om me in jubelstemming te brengen. Verkeerde ik in een zeldzaam milde bui of hoorde ik vooral oude nummers, die in de loop der jaren wat rijper geworden waren? Ik gok op het laatste. Together PANGEA staat voor zonnige garagerock of -pop, stijl Burger Records, maar met net iets meer ballen aan het lijf dan de meeste andere bands op dat label.
Dynamische, sprankelende melodieën, aanstekelijk gezongen door de sympathieke William Keegan, werden vooruit gestuwd door de drummer en een zeer aanwezige bassist, Danny Bengston, waarbij een kader spontaan van de muur viel. Tweede gitarist Roland Cosio (ook actief bij Charlie and The Moonhearts) stelde zich heel bescheiden op maar zijn verfijnde gitaarspel was minstens van even cruciaal belang. De songs uit ‘Badillac’, de plaat waarmee ze hier enige bekendheid verwierven, bleken nog steeds de beste maar ook het nog oudere “Too drunk to cum” (wie zoiets uit zijn pen kan knijpen heeft bij mij altijd een streepje voor) behoorde tot de hoogtepunten.

Twee straffe bands die beiden niet zouden misstaan op de affiche van Rock Zerkegem.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Daniel Romano – In rock’n’roll gedaante
Daniel Romano en The Tubs
4AD
Diksmuide
2017-11-11
Ollie Nollet

Ik was nog niet helemaal bekomen van het trieste nieuws van het overlijden van Fred Cole dat die dag bekend gemaakt werd. Dan maar, na een Dead Moon t-shirt uit de kast te hebben gevist en wetende dat de herinneringen zullen blijven, gelijkgestemde zielen gaan opzoeken. En ja hoor, zowel The Tubs als Daniel Romano droegen een song op aan onze rock-‘n-roll held.

Maar eerst was er nog Steven Lambke die reeds eerder met The Constantines in de 4AD te gast was. Niet dat hij er nog veel van wist. Enkel het feit dat ze er hun busje schoonmaakten en de vuilnis ergens achter de 4AD (illegaal) over een muur kieperden. Dat komt hij dan vertellen in een club die duurzaamheid hoog in het vaandel draagt. Maar zijn eerlijkheid siert hem. Ook zijn songs waren eerlijk en simpel, gezongen met een warme, wat gebarsten stem. Toch was ik blij dat, na één nummer solo te hebben gebracht, de groep van Daniel Romano, met zowaar de baas zelf achter het drumstel, hem kwam vervoegen. Zonder die bredere muzikale aankleding waren zijn songs wellicht niet van die aard om lang te blijven boeien.

The Tubs (Gent) kwamen hun gloednieuwe plaat, ‘Happily ever jaded’, voorstellen en op basis van het optreden vermoed ik dat het een hele goeie moet zijn. Helaas kon het vinyl dat achteraf niet bevestigen omdat het persen (weer al eens) vertraging had opgelopen. Na eens goed zijn broek te hebben opgetrokken zette zanger Simon ‘Wife Life’ in, een brok rammelende countryrock die zo op een plaat van  The Rolling Stones, begin jaren ‘70, had kunnen staan. “Favorite gun”, meteen daarna, was americana van de beste soort met een heerlijke lapsteel en een Neil Young gitaarsolo als outro. En zo bleven The Tubs de parels aaneenrijgen waarbij oudere sterkhouders als “Writing on the wall” en “Every day I’m wastin’” niet werden vergeten. Slechts één keer bleef mijn goedkeurend gebrom achterwege wanneer Simon, nochtans gans het optreden verrassend goed bij stem, zich een crooner waande. Ach, de eeuwige dwarsligger die in hem schuilt mag toch ook eens van de ketting. Nadat we eerder al een flard Status Quo hadden gehoord volgde nog een echte cover en wat voor één, “You ain’t goin’ nowhere” (Bob Dylan/ The Byrds)! Met de hulp van de zanger van Mind Rays, die vanuit het publiek het podium beklom, maakten ze er een feestelijke versie van. Gans de set was eigenlijk een feest vol ongedwongen countryrock met duidelijk seventies invloeden van een groep die na lang ploeteren volwassen is geworden maar zichzelf nu ook weer niet al te serieus neemt.

Daniel Romano houdt ervan om ons op het verkeerde been te zetten. Zo heet zijn nieuwe begeleidingsband The Jazz Police maar met jazz had dit niets van doen, met rock-‘n-roll des te meer. Romano lijkt de country volledig te hebben afgezworen. Weg is de excellente pedalsteel van Aaron Goldstein terwijl ook de akoestische gitaar en de accordeon (die was er de vorige keer ook al niet meer bij) verbannen waren. In plaats daarvan kregen we zwaar door de seventies geïnspireerde rock, die voortdurend aan Dylan deed denken (en dat kwam niet enkel door die stem), gekruid met een vleugje glamrock. De groep zag er trouwens erg ‘glam’ uit met bassist Roddy Richmond, jasje boven blote bast (lang geleden dat ik dit nog zag) en broer Ian Romano, wat weggemoffeld achter een enorm drumstel maar wel met pet, zonnebril en imperméable.
En Daniel zelf lijkt wel een nieuwe David Bowie die bij iedere nieuwe plaat van look verandert. Hier liep hij erbij als een dandy met een rood hemdje dat perfect combineerde met de salopette van Kay Berkel. Visueel zat het dus snor terwijl het muzikaal erg strak gehouden werd.
Geen tijd om het publiek te pleasen, snedige rock-‘n-roll met een opvallende rol voor de Farfisa van Kay Berkel. De songs werden uit zowat al zijn platen geplukt maar het (country) meesterwerk ‘Come cry with me’, waaruit ik slechts één nummer meende te herkennen,  kwam er erg bekaaid vanaf. En hoorden we daar plots “My Generation” van The Who niet? Alsof hij ons helemaal wou duidelijk maken dat hij tegenwoordig rock-‘n-roll is. Het was niet meer de hartverscheurende Daniel Romano van een paar jaar terug maar hetgeen we in de plaats kregen vonkte meer dan genoeg om ons helemaal over de streep te trekken.


Organisatie: 4AD, Diksmuide

Pagina 7 van 15
FaLang translation system by Faboba