zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Erik Vandamme

Erik Vandamme

donderdag 03 januari 2019 14:13

The Island

The Heard is een gloednieuwe rock/doomband uit Zweden. Nu ja, nieuw kun je deze band niet noemen. De leden van The Heard hebben al wat watertjes doorzwommen. The Head bestaat uit Crucified Barbara-gitariste Klara Force Rönnqvist Fors, bassiste Ida Evileye Stenbacka en drummer Nikki Wicked (a.k.a. Jannicke Lindström) in samenwerking met Deathstars-bassist Jonas Skinny Disco Kangur (leadgitaar) and performer, model en zanger Pepper Potemkin. Dat er op dit debuut van de band 'The Island' geen speld tussen te krijgen is? Het is dan ook niet zo verwonderlijk. Deze schijf kwam op de markt via Despotz Records. We legden ons oor even te luisteren.
Variatie, gecombineerd met technische perfectie. Waarbij de hoge dosis spelplezier niet uit het oog wordt verloren. Het is de rode draad op deze knappe plaat geworden. In een introductie over dit debuut lezen we het volgende: ''In the deep, dark waters of the Baltic Sea there is an island. A very peculiar island. At first glance it might seem beautiful and peaceful, idyllic even, but the island’s seductive powers are not all they seem." Het gaat dus inderdaad over een conceptalbum over een onbekend eiland dat zijn geheimen prijsgeeft, maar heel subtiel wel blijft hangen binnen walmen van mysterie van een donkere soort.
Opener “The Island” is een heel aanstekelijke hardrocksong, met een knipoog naar de jaren '70. Meteen zet de band je op het verkeerde been, want de rest van de schijf bevat zoveel verschillende laagjes dat je eigenlijk geen muziekstijl kunt kleven op de muziek van The Heard. Bij “A Death Supreme” bevinden we ons plots in een doomsfeer, waarbij de vocale aankleding je kippenvel bezorgt en de muziek traag en dreigend aanvoelt als een klauw uit het donkere bos die je de keel dichtknijpt. Angst en vreugde zijn heel dicht met elkaar verbonden. We doorstaan wilde stormen met “Caller Of The Storm” of voelen een gemoedsrust over ons neerdalen, een teken van hoop en zonnetjes achter de donkere wolken? Zoals bij het lekker up tempo “Tower Of Silence”, waarbij wederom die heel kristalheldere, hoge stem ons kippenvelmomenten bezorgt. Een lijn die verder wordt doorgetrokken op daaropvolgende songs als “Queen Scarlet”, “Sirens”, “Leaving The Island” en het prachtige sluitstuk “It”.
Eerlijk is eerlijk: het is daarbij niet zozeer één element binnen de band dat ons aanspreekt. Het feit dat iedereen duidelijk dezelfde kant uitkijkt binnen The Heard zorgt ervoor dat hier een parel van een gevarieerde schijf wordt afgeleverd, die donker en licht perfect met elkaar verbindt. ‘Island’ was voor de band een ontsnapping uit de realiteit, door het creëren van een eigen eiland waar het ondanks die duisternis goed vertoeven is, lezen we eveneens in diezelfde voornoemde introductie. De band slaagt erin datzelfde gevoel over te brengen naar de aanhoorder.
'Island' is een gevarieerd debuut geworden, boordevol tempowisselingen, duisternis en lichtpuntjes. Waardoor je prompt, met de ogen gesloten vertoeft op uw eigen onbewoond Eiland. Dat gevoel op die bijzondere plek tot rust te komen, ook al voel je dreigend gevaar uit de verte komen doet dan ook eerder deugd dan dat het je angst inboezemt.

Tracklist: The Island 04:38; A Death Supreme 05:03; Tower Of Silence 04:38; Caller Of The Storms 02:30; Revenge Song 04:31; Queen Scarlet 05:46; Sirens 05:52; Leaving The Island 04:41; Crystal Lake 05:09; It 04:08

donderdag 03 januari 2019 14:09

Sad Sad Sad

Sad Sad Sad is een vrij nieuw project rond artiesten die al de nodige watertjes hebben doorzwommen. Niné Cipoletti kennen jullie misschien als vocalist bij Krakow, een band die medio 1998 hoge ogen gooide. Deze band heeft zijn stempel gedrukt op het slowcoregebeuren in binnen en buitenland. Gert Cool (bas) en Wim  Smets (gitaar) deden eveneens de nodige ervaring op bij Krakow. Sad Sad Sad ontstond in 2016 en werd later aangevuld met drummer Bert Hornikx. Sad Sad Sad brengt nu zijn debuut op de markt via FONS records en blijkt zijn naam trouwens niet te hebben gestolen. Hoewel dat verdriet eerder uitmondt in een warm deken tegen koude winterdagen, dan je doet belanden in depressieve toestanden.
In songs als “You & I” en “You Know I Love You” voelen we tranen opwellen, dankzij die kristalheldere vocale aankleding die je prompt doet zweven naar andere oorden. En dan zijn we vertrokken voor een toch wel donkere trip, doorheen weemoedigheid en melancholie. Echter zien we telkens die zon piepen achter de donkere wolken van het leven. Zelfs bij songs met veelzeggende titels als “Broken Lovers”, “Gone Forever” en”Storm” voelt het dus niet aan dat er geen hoop meer is in je leven. Ergens doet de pijn vooral een gemoedsrust neerdalen in je hart, en hopen op betere tijden. Sad Sad Sad kiest bovendien bewust voor een sound waarmee een ruim publiek kan worden aangesproken. De toegankelijkheid van deze plaat is immens groot.
Echter wordt er angstvallig op toegezien dat de best breekbare songs niet al te  klef gaan klinken. Net door de intensieve duistere walmen die je voelt neerdalen over “In The Dark”, “Let Us Love” en afsluiter “Bird Can’t Fly” schippert Sad Sad Sad voortdurend tussen dat ruim publiek aanspreken, maar de aanhoorder die houdt van intensieve dreampop ook over de streep trekken.
We zijn er ons van bewust dat deze muziek nog het best zal floreren in kleine clubs waar die breekbare muziek het best tot zijn recht komt. Maar waarom zou een festivalweide als Pukkelpop ook niet in zwijm kunnen vallen voor zoveel innerlijke schoonheid, waar pijn en verdriet hand in hand gaan met vreugde en gemoedsrust.
Sad Sad Sad vult de leegte die Krakow heeft achtergelaten met een knap debuut vol dreampop en indiefolk. Net op tijd voor deze donkere dagen, want elke song voelt aan als een donker deken tegen koude winternachten. Dat is uiteraard de verdienste van indrukwekkende muzikanten in de band die je als het ware betoveren. Maar het is de wonderbaarlijke stem van Niné die je telkens bedwelmt, tot tranen brengt en de ultieme doodsteek toedient. Allemaal binnen een breekbare, melancholische omkadering waarbij harten worden geraakt, zonder dat hart te verbrijzelen dus. Maar eerder door een al even donkere gemoedsrust te doen neerdalen.

Tracklist: You & I 03:08; You Know I Love You 03:19; Broken Lovers 03:43; Gone Forever 03:44; In The Dark 02:46; We're Done Here 03:39; Let Us Love 04:22; Storm 07:24; Bird Can't Fly 03:17

donderdag 03 januari 2019 14:05

Breakout

Britpop is een genre dat vooral in de jaren '90 hoge ogen gooide. De twee belangrijkste vaandeldragers waren Blur en Oasis. Maar ook Suede, The Verve en Manic Street Preachers droegen bij tot de populariteit van deze strekking medio 1990 tot 1996. Vandaag proberen verschillende bands in de voetsporen van die grote bands te treden, met wisselend succes. Lucid Dream is zo een Britpop-/alternatieve rockband uit Tielt die eveneens een poging waagt en daar met brio in slaagt. "Lucid Dream tast een donkere en dromerige kant af van de alternatieve Britrock." staat te lezen in de biografie op de vi.be-pagina van de band. Lucid Dream bracht een EP op de markt: 'Breakout'. De band zet hiermee zijn stempel op Britpop  en het alternatieve rockgebeuren.
Dat Wout Debacker (gitaar, toetsen, stem), Lander Stevens (gitaar), Jonas Hoflack (bas) en Tess Debacker (drum) één voor één top muzikanten zijn, daar bestaat niet de minste twijfel over. Dat bewijzen de gestroomlijnde gitaar- en drumlijnen die aan je ribben blijven kleven al bij “For A Girl”. Een song die al direct gevoelige snaren raakt, op een meeslepende en weemoedige wijze. De kristalheldere stem van Wouter kan gezien worden als een extra kers op de taart, waardoor je naar andere atmosferen lijkt te zweven.
Songs als “Breakout”, “Should I Be?”, “For A Girl” en “In My Blood” blijken bovendien heel toegankelijk te zijn, zonder al te klef te gaan klinken. Die weemoedige tot melancholische walmen die je hoort waaien doorheen de gehele plaat raken een gevoelige snaar, maar door de nogal vrij donkere omkadering kan ook de alternatieve muziekliefhebber worden aangesproken.
Met andere woorden, met deze EP wordt een heel ruim publiek over de streep getrokken, net door dat schipperen tussen beide uitersten. Luister maar naar heel aanstekelijke songs als “Troubled Mind” of “Losing Sleep”. Maar hoor vooral hoe die songs zodanig zijn opgebouwd dat duisternis en licht in elkaar vloeien alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.
Lucid Dream brengt met 'Breakout' een EP uit boordevol aanstekelijke, dansbare songs omgeven door walmen van melancholie waardoor je eveneens een traan wegpinkt. De leden van deze band bespelen hun instrumenten als tovenaars, maar het is de weemoedige en heldere stem van Wouter die ons die ultieme krop in de keel bezorgt, als perfecte kers op de taart laat ons maar zeggen.
Deze EP straalt duisternis uit, maar baadt eveneens in het licht van hoop. Daardoor kan deze band een ruim publiek aanspreken van liefhebbers van aanstekelijke Britpop tot de alternatieve rockliefhebber die houdt van de weemoedige en melancholische kant van de zaak. Een aanrader van formaat dus voor de Britpopfan die verder kijkt dan zijn neus lang is.

Tracklist: Breakout 02:27; Should I Be 05:38; For A Girl  05:01; Troubled Mind 03:12; In My Blood 04:56; Every Other Day I'm Fine 02:20; Losing Sleep 03:37

donderdag 03 januari 2019 14:01

Demo

KNA LHART bestaat uit Jeroen van Den Vriese, bekend van vele metalprojecten waaronder Bliksem. Samen met Ineke een multi-instrumentaliste vormt hij dus KNA LHART . Zij heeft een wonderbaarlijke stem die heel goed past bij Jeroen en speelt keyboard, trompet en synth & drum programmering. Twee virtuozen, zowel vocaal als instrumentaal, die al even perfect worden aangevuld door Gunther die de drumvellen bedient alsof zijn leven daarvan afhangt. Toen we de band zagen optreden op Catacombfest in Wilrijk schreven we daarover: ''KNA LHART heeft duidelijk het rockhart op de juiste plaats en straalt behalve perfectie een dosis spelplezier uit waardoor we niet alleen tot rust komen na al die mokerslagen, maar eveneens ons rockhart diep wordt geraakt. Een betere kers op de taart en afsluiter van deze meer dan geslaagde dag en avond konden we ons niet dromen.'' Voor ons reden genoeg om die band eens wat beter te leren kennen. Naderhand vernamen we dat KNA LHART een demo heeft uitgebracht.
"Match up a jazz/pop singer and a metal guitarist, give them recording equipment, synths and other gear. Wait and listen what they deliver…" staat te lezen op de vi.be pagina van de band. Met andere woorden wat gebeurt er als je elektronische muziek verbindt met gitaar-virtuositeit? Dat hoor je al bij songs als “Almost Not Sharing”. Een kruisbestuiving die toch vrij uniek kan genoemd worden en waar twee heel aparter werelden elkaar vinden alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Het voordeel is dat hiermee een ruim publiek kan worden aangesproken.
De metal komt terug in de gitaarinbreng van Jeroen die zijn enorm indrukwekkende talent compleet in de weegschaal gooit, waarna sprankelende synthesizergeluiden je doen zweven doorheen de kamer. Voortdurend vullen de artiesten elkaar zodanig perfect aan dat deze perfectie zelfs wordt overschreden. Luister maar naar het aanstekelijke “The Blood” tot “Holy Synth”. Het lijkt wel alsof metal en synthpop, binnen een bevreemdend aanvoelende omkadering, elkaar letterlijk de hand reiken.
Een demo is doorgaans een visitekaartje. Hieruit blijkt vooral dat het nog alle kanten uit kan gaan met KNALHART. De band slaat aan het improviseren en experimenteren tot in het oneindige met zowel jazz, synthpop als metal. Maar vooral wordt dus letterlijk geknald vanuit het hart. De bandnaam is dan ook heel goed gekozen. En dat allemaal door middel van riffs die kleven aan de ribben te combineren met lekker verschroeiende beats. De vocale inbreng is een extra kers op de taart die we wel kunnen smaken.

Tracklist: Almost Not Sharing; The Blood; Holy Synth; MK DOS; Must Be Beautiful

donderdag 03 januari 2019 13:57

Self

Tot in den treuren toe gaan we het blijven herhalen: punk is niet dood, het is geëvolueerd. Dat bewezen al meerdere punkbands in het verleden en dat zullen er in de toekomst ook doen. Neem daarvoor vooral eens een kijkje in wat leeft in het undergroundgebeuren, zowel in het buitenland als in eigen land. Neem nu Diss Guy. Deze band ontstond in 2015 en heeft ons live al kunnen overtuigen van zijn kunnen. Op de CD-voorstelling van CLCKWS, een andere veelbelovende punkband die ons land rijk is, zagen we Diss Guy ook aan het werk en schreven daarover: ''Prompt gaan al die heilige huisjes naar beneden en ontstaat ook in ons hoofd een razende wervelstorm die we al lang niet meer hadden gevoeld. Het buitengewone aan deze band, deze muzikanten spelen eveneens op technisch hoog niveau. Alsof ze al meer dan twintig jaar samen spelen.''
Diss Guy bracht een album uit, 'Self'. Dat staat boordevol snelle punksongs die door je strot worden geramd tot je compleet murw geslagen in de hoek van de kamer achterblijft. Het album lijkt op een speedboot die in een razend tempo over het wilde water vliegt. Dat daardoor alles dezelfde lijn uitgaat, stoort totaal niet. Hoewel de band niet is te vergelijken met Ramones - het gaat meer de weg van bands als Black Flag en dergelijke uit - voelt deze schijf net door dat tempo aan als vele bollen energie die in je gezicht als vuurwerk uiteen spatten. Mokerslag na uppercut krijg je te verwerken. Tot geen spaander geheel blijft van je hersenpan. Het soort punk waardoor ook wij ooit fan zijn geworden van het genre trouwens, schotelt de band ons hier voor. Na “Intro” en “Can't Feel My Face” is er dan ook geen houden meer aan. Diss Guy zet alle registers open en stopt pas als alles plat is gewalst.
Niet teveel woorden aan vuil maken en de volgende mokerslag uitdelen in de vorm van “Fuck No”, “Burning Kross”, “Self”, “Final Seconds” en “Timtation”. Dat verschroeiende tempo blijft Diss guy aanhouden tot het einde met “F.U.K.”, een song van twee minuten en een kwart kort. Kort en bonding zijn de heren dus zeker. Met een duurtijd van gemiddeld één tot twee minuten vliegen de songs in een razend snel tempo over ons hoofd heen. Voor je het weet is alles voorbij, maar voel je de neiging die trip nog eens mee te maken. En nog eens. Tot in het oneindige.
Niets wordt aan het toeval overgelaten. Diss Guy bewandelt typische punkwegen zoals dat moet zijn in deze muziekstijl. De aanhoorder bij het nekvel grijpen, stevig door elkaar schudden en als een losgeslagen bulldozer over de hoofden heen denderen. Geen fratsen en/of teveel overdreven show verkopen. Gewoon in een verschroeiend snel tempo alles plat walsen, tot geen spaander van de woonkamer geheel blijft. Tot je letterlijk zelf de aandrang voelt opkomen die heilige huisjes één voor één omver te gaan stampen. Waardoor de band compleet in zijn missie is geslaagd: hun opgekropte frustratie en woede overbrengen naar de luisteraar.

Tracklist: Intro; Can’t Feel My Face; Cut Loose, Fuck No; Burning Kross; Self; Not Desired; Not My Problem; Final Seconds; Timtation; New Beginning; F.U.K.

Op 14 december zakten we af naar Pluto Metal Fest in Oosterzele. Eén van de headliners op dit festival was Thorium. Deze band wist in 2018 zijn stempel te drukken op het globale metalgebeuren in ons land, niet alleen door het uitbrengen van een tot de verbeelding sprekend debuut, maar ook live wist Thorium al meerdere podia plat te spelen. Net voor hun optreden op Pluto Metal Fest hadden we een heel fijn gesprek met de band over heden en verleden, maar vooral over de toekomst.

Uiteraard kennen we de band ondertussen, maar vertel zelf eens hoe alles is begonnen?
Tom & Dario: Wij - Dario, Stripe en Tom - waren van plan nieuwe nummers waaraan we hadden gewerkt uit te brengen met Ostrogoth. Door onvoorziene omstandigheden is het wat anders gelopen. Daarom besloten we een gloednieuwe groep op te richten onder de naam Thorium. Met aanvulling van Louis op drums en zanger David Marcelis was de line- up compleet en zijn we de studio ingedoken om ons debuut op de markt te brengen.
Kunnen we stellen dat 2018 een succesvol jaar was voor jullie?
Tom: Jazeker! Het was soms een vrij turbulent jaar, maar we kunnen wel stellen dat we met Thorium als groep – en als muzikanten – veel dichter naar elkaar zijn toegegroeid doorheen het voorbije jaar. Door onze debuutplaat eindelijk uit te brengen is natuurlijk alles in een stroomversnelling gekomen. Het is heerlijk om te zien hoe immens goed het album overal wordt ontvangen!
Dario: Er is dit jaar ook een oerdegelijke basis gelegd naar de toekomst toe. We zitten op dat vlak compleet op schema! We kijken toch vooral vooruit; naar volgend jaar, naar de komende vijf jaar, enzoverder. Alles verloopt mooi volgens plan – en als de basis is gelegd daarvoor, dan is dat inderdaad wel in 2018 gebeurd.
Ik heb de indruk dat het publiek vandaag op Pluto Metal Fest vooral voor Thorium is afgezakt naar het festival, of heb ik het mis?
Dario: Ik zou dat zo niet direct stellen: alle krediet naar de organisatoren van dit festival, want ze bieden een gedurfde en heel gevarieerde affiche aan waar een groot publiek aan metalliefhebbers vanuit alle hoeken op af is gekomen! Ik denk dat er dus een publiek zowel voor ons zal zijn als voor de andere bands; dat is de grote sterkte van dit festival. Ze hebben een keuze gemaakt tussen ofwel thema-gebonden, ofwel gevarieerd, en voor het tweede gekozen. Dat verdient een pluim op de hoed. Dus nee, ik denk niet dat het publiek voornamelijk voor ons komt, maar net voor dat heel gevarieerde aanbod. Ik hoop dus oprecht dat de organisatie er iets aan overhoudt om ook in de toekomst nog meer edities te brengen van dit concept!
Thorium wordt vaak omschreven als typische heavy metal, maar ik hoor ook zijstapjes naar progressieve metal en power metal, ... Zijn jullie het daar mee eens en werd daar bewust voor gekozen?
Tom: Langs de ene kant hebben we daar heel bewust voor gekozen, omdat we ons niet willen vastpinnen op één stijl. Onbewust omdat het gewoon in verlengde ligt van wat we graag horen. En dan komen we terug op onder meer klassieke progmetal, U.S.-metal, powermetal, Bay Area-thrash, NWOBHM en allerhande speedmetal. We willen dus niet enkel heavymetal brengen of enkel NWOBHM, maar wel degelijk een gevarieerd aanbod afleveren. Daarvoor hebben we wel heel bewust gekozen. Het zijn genres die we allemaal graag horen en waar we compleet achter staan. Alles wat catchy is, maar tezelfdertijd oerdegelijk ineenzit op muzikaal vlak, is welkom bij ons!
Hoe waren de reacties tot nu toe?
Dario & Tom: Zowat alle recensies van het album zijn uiterst positief! En ze blijven zo te zien maar komen ook. Daar zijn we natuurlijk heel blij om.
Op het album valt me de song “Ostrogoth” op. Is dat een verwijzing naar jullie verleden bij Ostrogoth?
Dario: Het is in elk geval geen verwijzing naar de band zelf: de tekst gaat over de stam der Ostrogoten, die in de vroege Middeleeuwen z’n stempel drukte hier op het Europese vasteland tijdens en na de val van het Romeinse Rijk. We moeten daar dus niet meer achter gaan zoeken dan dat.
Het vaarwater van heavymetal is enorm groot. Is er eigenlijk nog plaats over voor een band als Thorium? En waarom?
Dario: Zeker en vast! Als je kijkt hoe de bands van circa 35 jaar geleden, zoals Priest en Maiden, nog steeds toonaangevend zijn en volle zalen en festivalweides platspelen, dan is er zeker nog plaats voor nieuwe bands in dit genre.
Tom: Wat nieuwe bands in deze stijl (zoals wij) betreft: het is niet altijd zaak om het warm water opnieuw uit te vinden en razend vernieuwende dingen te brengen. Zelfs binnen een genre of stijl waar de meeste paden reeds platgetreden lijken, kun je nog steeds gewoon oerdegelijke, kwaliteitsvolle songs brengen die uniek zijn. Het is ons vooral daar om te doen.
Tijdens de zomer heb ik het sommige bands gevraagd: het is voor een Belgische band moeilijk om op grote festivals in ons land als Graspop terecht te komen. Ik heb daaromtrent al veel verklaringen gehoord. Wat denken jullie daarover?
Dario: Ik heb al op Graspop gestaan. Het probleem is dat iedereen op Graspop wil staan. Er zijn duizenden metalbands ter beschikking. Vaak zijn daar bands bij die hun eigen voorprogramma's meenemen op tournee, waardoor de plaatsen steeds beperkter zijn. Dan moet je als Belgische band al veel geluk hebben om opgepikt te worden in die scene. Het kan lukken. Het is sommigen al gelukt.
Ik had een interview met Dust Bolt. Dat is een heel goede band, maar hier toch ook niet zo super groot. Maar die stonden wel op Wacken Open Air.
Dario: Wacken werkt onder andere ook met een soort Wacken Battle per land. Daardoor maak je een kans daar eventueel te geraken. Het maakt het zo voor een band dus ook iets gemakkelijker dan op Wacken terecht te komen dan Graspop, waar je toch afhangt van een lange lijst van bands die daar willen spelen.
Wat zijn de plannen voor 2019? Zijn er ook plannen naar het buitenland toe?
Dario: Het plan voor 2019 is vooral onze plaat verder promoten, inderdaad eveneens in het buitenland. We bouwen ijverig verder aan de toekomst. Opnieuw de studio induiken hoort daar uiteraard ook bij: onze doelstelling is een nieuwe plaat uitbrengen tegen het voorjaar van 2020. In 2019 gaan we ook optreden waar we nog niet hebben gestaan, zoals in de UK en in Tsjechië onder andere.
Jullie hebben reeds in het buitenland gestaan. Aan welke plekken hebben jullie de beste herinneringen?
Dario & Tom: Duitsland is in Europa zowat het metal-land bij uitstek. Daar staan is steeds super! Maar aan Spanje hebben we tot hiertoe de beste herinneringen. Een altijd heel warme ontvangst, alles tip top in orde, heerlijk qua sfeer en een ongelooflijk gepassioneerd publiek.
Is er een soort einddoel? Iets wat jullie absoluut willen bereiken? Laat ons zeggen, waar zien jullie jezelf binnen circa tien jaar om maar iets te zeggen.
Dario & Tom: We willen vooral een band blijven die spelplezier uitstraalt. En dat het publiek zich amuseert. Als we naar onszelf kijken binnen tien jaar, dan willen we vooral diezelfde band blijven waar het publiek naar gaat kijken, en een topshow aangeboden krijgt waar de spontaniteit van afstraalt. Ons doel is dus dat we binnen tien jaar zeker en vast groter willen zijn, maar nog steeds met de beide voeten op de grond staan. We werken er alvast hard aan verder de komende jaren!

Bedankt voor dit fijne gesprek, en alvast veel succes in de komende jaren. We blijven jullie uiteraard op de voet volgen!

Op zaterdag 15 december zakten we af naar Pluto Metal Fest. Eén van de optredende bands daar was Hunter. Ondanks een nieuwe naam binnen de scene, hebben elk van de leden van deze band heel wat kilometers op hun teller staan. Zij zorgden voor een fijn concert waarover we schreven: ''Twintig jaar ervaring kan er namelijk voor zorgen dat een band trapt in de val van het afleveren van een flauwe routineklus. Dat is bij Hunter dus totaal niet het geval, integendeel. Hier staat een band op het podium boordevol enthousiaste vrienden die in het vel van ouwe rotten in het vak tekeer gaan als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Zonder meer is Hunter dan ook een band om in het oog te houden en de bovendien nodige speelkansen te geven. Want op basis van hun status als ervaren muzikanten en de spontaniteit waarmee de band op het podium staat op Pluto Metal Fest kan Hunter met het grootste gemak er menige daken doen afgaan. Bij deze een oproep aan concertorganisatoren: Boeken die handel! Het loont de moeite."
We hadden naderhand een fijn gesprek over heden, verleden en toekomst. Maar ook over het festival zelf.

Wij kennen jullie ondertussen al een beetje, maar wie zijn Hunter? Hoe is alles begonnen. Ik heb ook vernomen dat jullie nog in andere projecten hebben gezeten.
We spelen al ruimschoots twintig jaar samen. We hebben allemaal sinds het jaar 2000 in verschillende combinaties met elkaar samengespeeld in bands zoals Crusader, rond 1998 - 1999 en Monster Joe. Sinds 2011, met de komst van ons jongste lid Thomas, speelt deze line-up samen als de Twisted Sister-tributeband Fisted Sister. Omdat we een beetje uitgekeken waren op het tributegebeuren, hebben we besloten om ons aan eigen nummers te wagen. Wat het moeilijkste is om een band samen te stellen, is gelijkgestemden vinden, maar dat is ons uiteindelijk gelukt. Want we zijn ook allemaal niet meer van de jongste, dus is het belangrijk dat iedereen dezelfde kant uitkijkt.
Hoe zouden we de muziekstijl die jullie brengen nog het liefst omschrijven? Welke bands waren jullie grote invloeden?
Heavymetal in de stijl van bijvoorbeeld Judas Priest, is een basis. Maar door het feit dat we eigenlijk allemaal naar andere bands luisteren en elkaar dus aanvullen daarin, is het uiterst moeilijk om op onze muziek een label te kleven, denk ik. De muziek waar je naar luistert, verandert bovendien doorheen de jaren. Ook dat heeft een invloed op de stijlen die we brengen (of stijlbreuken).
Bij het eerste interview hadden jullie net meegedaan aan Statiewedstrijd in de Casino in Sint-Niklaas. Heeft dat een paar deuren geopend?
Deuren openen is misschien veel gezegd. Het was eigenlijk het startschot voor een jaar waarin we komen piepen en ons toch wat meer hebben kunnen tonen, langzaam maar zeker. Laat ons stellen dat 2018 een eerste fase kan genoemd worden en dat we op die weg willen verdergaan. We zijn intussen bezig met nieuwe nummers schrijven. We moeten uiteraard met verschillende punten rekening houden, bv. dat we allemaal mensen met vast werk zijn. En we zien elkaar daardoor enkel in het weekend. We willen vooral meer optredens spelen. We hebben dus zeker ambitie. Maar willen nog niet vooruit lopen op de zaken. Het is ook niet gemakkelijk om optredens te boeken. Daarvoor moet je in België eerst wat bekend zijn in het buitenland. Bovendien hebben we nog geen CD of zo en dat speelt toch ook een rol. Maar ook daar gaan we werk van maken.
Komt er dan een nieuwe plaat uit binnenkort?
We gaan binnenkort de studio induiken en we gaan toch proberen om tegen volgend jaar iets te op de markt te brengen. Want eerlijk, op elk optreden opnieuw vragen mensen ons of we CD's hebben. Het is toch iets dat leeft bij het publiek. Ze willen, ondanks alles, iets in handen hebben dat ze naderhand kunnen beluisteren. Het uitbrengen van een EP of CD is voor ons dan ook de volgende logische stap. En dan het liefste zo spoedig mogelijk. Je moet eerst de juiste mensen vinden die daaraan mee willen werken, ook dat is belangrijk. Eens we die vinden, lanceren we zeker iets. Maar mensen moeten ons zien, dan pas kunnen we die stap voorwaarts zetten. Ook op dat vlak is er veel veranderd voor ons. We hadden vroeger veel contacten, maar veel van die contacten zijn ondertussen verdwenen. Zo was er vroeger ook een website speciaal voor metal, ook die is verdwenen. Forums en zo, ook weg. Het is allemaal een beetje anders georganiseerd dus en vaak zelfs moeilijker geworden. We moeten ons tegenwoordig eigenlijk rechtstreeks wenden tot nieuwe bronnen. Face to face-reclame is opnieuw belangrijk geworden. Daarom is het ook belangrijk dat we kunnen optreden.
Heeft de bandnaam Hunter een bepaalde onderliggende betekenis of is het gewoon de vertaling van jager? En waarom jager?
Na enkele momenten van brainstormen op het werk, wilde ik iets dat blijft hangen. Iets krachtig, maar ook de cultus rond de jager, in de brede zin en ook de figuurlijke zin van dat woord, spreekt ons aan. Eigenlijk wilden we een eenvoudige naam, die dus ook krachtig klinkt en blijft hangen. En zo zijn we op Hunter uitgekomen. Je kunt dat woord heel breed bekijken. 'Jagen op mensen bijvoorbeeld', om maar iets te zeggen. Het is kortom een naam die tot de verbeelding spreekt, maar die toch ook gemakkelijk is om te onthouden en zo.
De laatste vraag, zien jullie veel dingen die veranderd zijn tussen dit en twintig jaar geleden?
Aan de ene kant worden er dus veel meer metalfestivals georganiseerd doorheen het jaar, zelfs in de winter zoals nu op Pluto Metal Fest, maar aan de andere kant zie ik veel minder jonge gasten dan vroeger, of het moet eens uitzonderlijk zijn. Eigenlijk keren dezelfde gezichten als uit 2000 nu terug. Maar toch soms zien we jonge gasten van 16 jaar en dan spelen we vergeten songs van bepaalde topbands, en dan blijken die dat te kennen. Wat ook is veranderd: vroeger kon je in elk dorp in een metalcafé optreden of een jeugdhuis. Dat is dan weer moeilijker geworden. Het is wellicht beter georganiseerd wat festivals betreft. Maar losse optredens in een café of jeugdhuis, dat verdwijnt. Zoiets als Pluto Metal Fest is prachtig, goed gelegen, heel goed podium, heel goed geluid en licht. Dat is nog zo een verandering, want vroeger ging het er allemaal toch minder professioneel aan toe op zulke kleine evenementen. Nu is er een professionele podiumopstelling. We hopen dat mensen blijven naar zulke evenementen als Pluto Metal Fest gaan, want evident is het niet om zoiets te organiseren. Dat kleinschalige is voor bands als ons heel belangrijk, ook naar de toekomst toe. Losse optredens versieren is lang niet meer zo evident voor bands.

Bedankt voor dit fijne gesprek en veel succes in het nieuwe jaar 2019!

dinsdag 18 december 2018 22:32

Hell City - We’re back

Op zaterdag 15 december zakten we af naar Pluto Metal Fest. De review daarvan kunnen jullie elders op deze site vinden. Over het optreden van Hell City schreven wij: ''Want dat is nog het meest opvallende feit, merken we tijdens het optreden op Pluto Metal Fest: Hell City is een band die bewijst dat bij de pakken blijven zitten niets uithaalt, integendeel. Ook op het podium straalt Hell City een zelfzekerheid uit waardoor alle stormen kunnen worden overwonnen. Maar vooral zien we dus anno 2018 een band terug die, geruggesteund door klassemuzikanten en een bedwelmende, vuurkrachtige vocale inbreng, na al die pijnlijke jaren de draad terug heeft opgenomen en meer dan ooit dezelfde kant uitkijken." We hadden eveneens een heel gezellig gesprek met Michelle en Tommy van Hell City.

Om met de deur in huis te vallen, jullie hebben er een zware periode opzitten. Na het overlijden van bassist Michael Konovaloff hing het leven van de metalband aan een zijden draadje, maar jullie gaven niet op, verwerkten het verlies en zetten de schouders onder het maken van nieuwe muziek. Daarvoor moet je heel sterk in je schoenen staan. Hoe hebben jullie die zware periode overleefd?
Gemakkelijk is dat niet natuurlijk. Als band zit je bijna constant op elkaars lip, zowel in positieve als minder positieve zin. Het is met Michael allemaal vrij snel gegaan, die impact was dus enorm groot. Belangrijk om als band zoiets te overleven, is dat je allemaal dezelfde richting uitkijkt. Na het overlijden van Michael hebben we een aantal shows met zijn vieren gedaan, met Michael’s baslijnen die als sample meespeelden en zelfs met een stuk van zijn zang in “Ice Cold Rage” (van het album 'Victorious'). Dat nummer brachten we toen als eerbetoon aan hem. We hebben onze schouders eronder gezet en besloten om door te gaan. Dat was niet altijd even gemakkelijk uiteraard, maar we denken dat we anno 2018 deze zwarte bladzijde min of meer hebben omgedraaid. Hij is evenwel nog niet vergeten en zal nooit worden vergeten.
Wat mij betreft keren jullie met de nieuwste schijf sterker, agressiever en beter dan ooit terug. Hoe waren de reacties op de jongste worp 'Flesh & Bones'? Is er, vergeleken met de beginperiode, muzikaal bekeken eigenlijk iets veranderd?
Er is uiteraard iets veranderd. We zijn ooit begonnen met een zanger als een soort oldschool heavymetalband met stonerinvloeden. Michelle achter de micro was op zich al een hele verandering, maar ook muzikaal is alles een stuk zwaarder, agressiever en technischer geworden dan op onze eerste EP ‘Here Comes The Sin’. Laat ons stellen dat we zijn blijven evolueren en dat zullen we blijven doen.
Opvallend op die nieuwe plaat is ook een vocale inbreng van de drummer, Tommy. Hoe waren de reacties daarop? Voor mij vormt dat een extra meerwaarde in het geheel (zonder afbreuk te doen aan de inbreng van Michelle uiteraard)
Michelle: Bij sommige songs voelde het aan dat er iets extra nodig was in het vocale compartiment, mede omdat de muziek een stuk agressiever is geworden. Met Tommy’s inbreng kreeg ik wat meer ademruimte en zijn grunts sluiten perfect aan op de nieuwe songs.
Tommy: In het verleden heb ik (in mijn vorige band Death’s Bride) nog gewerkt met de combinatie drums/zang. Het is natuurlijk niet zo simpel, maar oefening baart kunst. Aan de reacties te horen en de reviews te lezen lijkt het toch dat dit vrij goed is gelukt.
Michelle: De combinatie werkt erg goed, en ja de reacties zijn positief. Dus voor ons is de missie geslaagd.
Kunnen we stellen dat 2018 een succesvol jaar was voor jullie? Zijn jullie opgelucht? Hoe hebben jullie het jaar zelf ervaren?
Michelle: We kunnen stellen dat we er terug staan. We moeten misschien nog wat vechten om terug onze plaats te veroveren maar we zijn back.
Tommy: We waren een aantal jaar geleden inderdaad erg goed op weg om potten te breken met verschillende shows in het buitenland, twee keer Graspop, enz … Maar goed, we zijn dus druk bezig om die plek weer in te nemen.
Liever een kleiner podium of toch een grote festivalweide (Graspop)? Naar wat gaat jullie voorkeur en waarom?
Het is beide leuk en elk van die opties heeft zijn voordelen. Op een klein festival of een kleinere show ervaar je de energie en het directe contact met de fans beter. Maar spelen op een groot podium voor zo een groot publiek, dat doet zeker wat met een mens. Geef ze ons maar alletwee dus.
Laten we even naar de toekomst kijken. Wat zijn de plannen voor 2019? Zijn er wat dat betreft ook tourplannen in binnen- of buitenland?
Uiteraard zijn die plannen er, maar het is er allemaal niet gemakkelijker op geworden. Ze kennen ons in België, maar in het buitenland aan de bak komen is niet eenvoudig voor een band van hier. Maar plannen voor buitenlandse podia en meer optredens doen om onze nieuwe plaat te promoten, dat staat zeker op de agenda.
Is er iets als een einddoel? Waar zien jullie jezelf binnen laten we stellen tien jaar? Met andere woorden wat zijn de ambities?
Je kunt stellen dat het onze ambitie is om op nog meer coole plaatsen op te treden, als we de kansen blijven krijgen, en om muzikaal nog te blijven evolueren. We willen opnieuw die plaats innemen waar we stonden een aantal jaren geleden. Maar op basis van de nieuwe plaat en al de feedback eromheen lijkt dat wel goed te komen.
Veel succes in elk geval, heel blij dat jullie na deze heel zware periode volledig terug zijn …

Lajos Van Peteghem (trombone), Guido Ros (piano), Danny Verleyen (saxofoon en klarinet), Arnold De Schepper (bas) Marcel Vermeir (banjo), Koen Van Peteghem (drums) en Jan De Coninck (trompet) vormen samen The N.O. Train Jazzband. We kunnen stellen dat hier een legendarisch concept op het podium staat van de Lokerse Jazzklub. We citeren uit de biografie op de website van Jazzklub. "De wortels van de New Orleans Train Jazzband (ontstaan in 1974 en al 37 jaar het huisorkest van de Lokerse Jazzklub liggen in Dendermonde, waar de leider van de band,  trombonist Lajos Van  Peteghem, medestichter was van de Jeggpap New Orleans Jazzband en van  de Honky Tonk Jazzclub. Hij is nu penningmeester van Jazzcentrum Vlaanderen in Dendermonde." Dat is toch heel wat, mede omdat dit concept tot ver in het buitenland gekend is binnen het jazzgebeuren. Een perfect kerstfeest dus, vanuit inderdaad de wortels van waaruit jazz is ontstaan, om een concert- en festivaljaar met een knal af te sluiten.

De Lokerse Jazzklub is niet enkel een begrip in Lokeren, het is een vermaarde jazzclub met allures tot over de taal en andere grenzen. We keren even terug in de tijd. De Lokerse JazzKlub werd opgericht in 1964 en is intussen zowat de oudste muziekclub van het Waasland en zelfs één van de oudste van het land. Klinkende namen binnen de scene als Toots Thielemans, Philippe Catherine en Jef De Neve hebben in de Jazzklub gestaan. Oud-voorzitter Guido Ros - zelf een icoon in Lokeren en omstreken trouwens - leeft letterlijk voor de  jazz en kent enorm veel mensen in die scene. Dat opent natuurlijk veel deuren. Meer nog, mede dankzij stichtend lid Marc De Gryze stond de Jazzklub circa veertig jaar geleden aan de wieg van Lokerse Feesten. Ook dat is een statement om mee uit te pakken toch? De Jazzklub moest in 2014 verhuizen naar een andere locatie. Wie ooit in die locatie in de Gasstraat in Lokeren is geweest, weet dat dit een gezellige zaal was die al even iconisch kan genoemd worden als de club zelf. Het was een beetje afwachten hoe die nieuwe locatie de fans zou bevallen. Het voormalige atletieklokaal van AVLO is echter heel goed gelegen. Er is voldoende parkeerplaats en bij het binnenkomen van de intieme zaal en bar voel je jezelf ondergedompeld worden in een gezellige atmosfeer, die je prompt doet terugdenken aan de tijd van toen. Huidig voorzitter is Iwein van Malderen.  
Missie geslaagd zo blijkt nu, want men vertelde ons bovendien dat men dit jaar zeker niet hoeft te  klagen over de opkomst naar de concerten die daar plaats hebben gegrepen in 2018.

Jazz leeft!
Ook op deze zaterdagavond was het gezellige zaaltje goed volgelopen. Het gerstenat vloeide tierig, de trompet en sax klonken warm en gemoedelijk. En iedereen applaudisseerde met evenveel enthousiasme na weer eens een magische solo. Nergens valt er een speld tussen te krijgen als de blazers instrumenten samenwerken en een wolk over de zaal jagen, die aanvoelt als een warme gloed die je hart binnendringt. Waardoor prompt menig gevoelige snaar wordt geraakt. Echter beland je hierdoor niet in een tranendal, want de sfeer is gemoedelijk en de humor en kwinkslagen vliegen eveneens in het rond. Ondanks de gezegende leeftijd van de bandleden op dat podium, stralen ze trouwens nog steeds een jeugdige spontaniteit uit van jonge wolven in het vak. De soort jazz die ze brengen is de basis waarrond die muziekstijl is ontstaan, maar waaruit ook de moderne free jazz van heden den dage is ontsproten, net door die zin om te improviseren tot in het oneindige tentoon te spreiden.

Nog zo een opvallend gegeven, dat met verstomming slaat: pianist Guido Ros komt iets later aan, terwijl de band er toch al een paar songs heeft opzitten, gaat aan de bar achter een fris potje gerstenat. Hij slaat een babbeltje met mensen in het publiek en gaat met een kwinkslag achter zijn piano zitten om daar plots magie uit te toveren alsof hij al twee uur aan het spelen is. Dat alleen al getuigt van grote klasse. Een soort klasse dat elk van de leden van The N.O. Train Jazzband uitstraalt trouwens. Menige saxofoonsolo van Danny Verleyen of trompetgeschal van Jan De Coninck doen de haren op onze armen recht komen van innerlijk genot. Bovendien blijkt daarbij het drumwerk van Koen Van Peteghem en de verdovende baslijnen van Arnold De Schepper een meerwaarde te zijn binnen het geheel. Om niet te spreken over de zwevende banjo klanken die Marcel Vermeir uit dat instrument tovert. De kers op de taart wordt geleverd door Lajos Van Peteghem die niet alleen een virtuoos is met zijn trombone, maar bovendien een klasse entertainer blijkt te zijn, en geregeld zijn warme jazzstem in de strijd gooit.

Laat echter één ding duidelijk zijn, ook al is elke inbreng apart  indrukwekkend te noemen, net door het feit dat elk van de heren dezelfde kant uitkijken en evenveel spelplezier aan de dag leggen ontstaat het soort magie dat ons terug doet keren naar de hoogdagen van de jazz. Heel, heel lang geleden. The N.O. Train Jazzband bewijst daardoor dat jazz, of toch de soort jazz van bijvoorbeeld de jaren '40, nog steeds springlevend is. De band bestaat trouwens uit topmuzikanten die niets meer moeten bewijzen, als je weet dat de band in zijn circa veertigjarige carrière op jazzfestivals van Dendermonde, Gent, Namur, Breda, Eindhoven, Tilburg, Enkhuizen, Dunkerque (F), Brecon en Llangollen (Wales), Dresden (ex-DDR) en Nürnberg (D) heeft gestaan. Maar ze mochten ook ons land vertegenwoordigen op Expo 98 in Lissabon (Portugal), op Expo 2000 in Hannover (D), Expo 2005 in Aichi (Japan) en in 2008 in Zaragoza (Spanje). Dan hoeven we daar toch geen tekeningetje bij te maken? En toch weigert de band een routineklus af te werken, maar doet ze net door die spontaniteit en het oneindige improviseren eerder een oorgasme ontstaan, waardoor we wegzweven naar verre jazz-oorden. En met een brede glimlach, een traan wegpinken van innerlijk genot. Bij elke sax, trompet of piano aanslag. Tot in het oneindige.

De toekomst van Lokerse Jazzklub
Dat Lokerse Jazzklub ook vooruit kijkt? Dat is een vaststaand feit. Bekijk even het programma voor 2019, en je stelt vast dat deze Jazzklub telkens heden, verleden en toekomst met elkaar verbindt.
INFO: http://www.lokersejazzklub.be/ en of de facebook pagina van De Lokerse Jazzklub: https://www.facebook.com/lokersejazzklub

Organisatie: Lokerse Jazzclub

donderdag 20 december 2018 15:28

O Hi Mark

De Limburgse oorspronkelijke vooral noiserock-gerichte band El Yunque ontstond in 2013. Puur muzikaal wordt de band nogal vaak vergeleken met een kruisbestuiving tussen het oorverdovende van Swans en Lighting Bolt. Echter hen in een hokje duwen is anno 2018 deze band enorm tekort doen. Op hun nieuwste schijf 'O Hi Mark' komen avant-garde-invloeden bovendrijven, maar blijft El Yunque, binnen een donkere omkadering, eveneens de ziel beroeren.
Met een langgerekte “Googol” - circa acht minuten en een kwart - zet de band de toon voor de volledige plaat. Geen hapklare hapjes vlees, maar muziek waarvoor de luisteraar een zekere inspanning moet doen. Dreigend, verschroeiend en duister. Dat is wat je voorgeschoteld krijgt. De band houdt duidelijk ook van potjes experimenteren tot in het oneindige. Dat is ook nodig met songs van een duurtijd van rond de zes minuten tot elf minuten. Zoals het wonderlijke “Siri, Please (I,II &III)”.
Het grote verschil met vroeger? De band hoeft geen geluidsmuren meer op te trekken om je murw te slaan. El Yunque doet dit door je op een uiteenlopende wijze gewoon tot waanzin te drijven. De songs hebben ene hypnotiserende invloed op je gemoed en doen je op het puntje van je stoel gespannen zitten luisteren. Waanzin is inderdaad een andere rode draad doorheen dit duister meesterwerk waar grenzen worden verlegd, waar er feitelijk geen grenzen zijn. Op diezelfde elan blijft de band doorgaan op daaropvolgende langgerekte meesterwerken als “Earily” en “Boneyfacio” waar El Yunque net door die enorm dreigende ondertoon angstaanvallen bezorgd.
Absurdistan, daar zijn we aanbeland als we deze plaat enkele stevige luisterbeurten geven. Want inderdaad, de hoofdmoot is absurditeit, waanzin, bevreemdende klanken fabriceren, experimenteren en zichzelf voortdurend heruitvinden. Het zijn de rode draden doorheen 'O Hi Mark'. Song na song zet El Yunque je op het verkeerde been, vaak door traag maar enorm dreigend op je in te hakken. Op geen enkel moment haak je af, net door die enorm hypnotiserende inwerking op je gemoed. Kortom, El Yunque brengt een bijzonder kunstzinnige klasseschijf uit in het verlengde van zijn voorgangers, maar net heel anders. Door avant-garde-invloeden te combineren met noise en porties freejazz, verlegt de band weer eens een nieuwe grens, op momenten waar we dachten dat er geen grens meer was.
Tracklist: Googol 8:46; Sword Beach 5:42; De Milo 6:23; Siri, Please (I, II & III) 10:58; Earily 5:27; Boneyfacio 6:04

Pagina 32 van 43
FaLang translation system by Faboba