• Democrazy Gent: events
    Democrazy Gent: events Democrazy Gent: events Concerten - Beperkt in aantal door de coronamaatregelen Concerten blackwave. , Vooruit, Gent op 9 oktober 2020…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

PESCH - Mag ik nu verder de invasie van de USA voorbereiden?

Peter Slabbynck van Red Zebra en Chesko (Geert Vandekerkhof) van Der Klinke hebben samen een nieuw project opgezet. Voeg daarbij Sam Clays die zowel bij Red Zebra als Der Klinke speelt en je hebt het trio PESCH.
Dat wordt een EBM-knaller en er zijn reeds een handvol songs klaar. Musiczine mocht al eens gaan luisteren en hoorde twee tracks die een tip van de sluier lichten. Denk aan een mix van het beste van Star Industry, Praga Khan, Enzo Kreft en Signal Aout 42.
In dit interview doet Peter Slabbynck het relaas van PESCH.

Hoe is dit project op de rails geraakt?
Peter: Zoals zoveel artiesten had ik door de coronacrisis plots heel weinig om handen. Er was voor 2020 heel wat gepland voor de 40ste verjaardag van “(I Can’t Live In A) Living Room”. Gelukkig kon ik terugvallen op akoestische shows met een beperkte bezetting, maar er bleef nog veel tijd om te doden. Daarop vielen twee zaken samen: mijn eindeloze verzameling Atoma-schriftjes waarin ik allerlei songtitels en lyrics noteer en een vroeger idee om ‘ooit’ eens samen muziek te maken met Chesko. Ik had al een paar keer laten vallen dat ik al heel lang zin heb om eens iets in elektro te doen. Dat viel niet in dovemansoren.

Wij mochten al even luisteren, maar zet de lezers eens op het juiste spoor. Wat wordt PESCH?
Peter: Het wordt Electronic Body Music, met twee voeten vooruit. Chesko levert de beats en de synths. Denk aan het vroegste werk van Front 242 en The Neon Judgement. Of aan het oudere werk van The Human League, op ‘Travelogue’. Chesko levert topwerk af: stevig, donker en dreigend, en ik moet als zanger - in de beste EBM-traditie - enkel een paar rake zinnen toevoegen. Maar eigenlijk zijn we met drie zangers, waar bij iedereen zijn eigen manier van zingen heeft. Dat is interessant om de nummers vocaal verder aan te kleuren.

Er zijn al een handvol nummers klaar? Vertel!
Peter: Twee zijn er zo goed als klaar. Dat zijn “What’s Wrong With People” en “Let’s Invade America”. Die laatste track willen we uitbrengen op de dag van de Amerikaanse verkiezingen, 3 november dus. In mijn lyrics wil ik op het snijvlak zitten tussen ernst aan de ene kant en anderzijds satire en humor. Voor wie mij al langer volgt: PESCH neem ik een heel stuk ernstiger dan bv. indertijd de John Lennon Riffle Club. In PESCH zit veel humor, maar we doen dit niet even snel voor de fun. Ik wil er dus echt wel tijd en energie in investeren. Hoever we geraken, zien we wel.

“Let’s Invade America” is een sneer naar Donald Trump, mag ik veronderstellen?
Peter: Tuurlijk. Die man is al een grap op zichzelf. Je kan Trump niet overtreffen in absurditeit. Daar kan je als songschrijver gewoon niet meer over met een grappige tekst. Als het straks slecht afloopt in de USA, zit er niks anders op dan een interventiemacht te sturen. Een invasie dus.

Hoe gaat PESCH te werk?
Peter: Het voordeel van de formule van PESCH is dat de composities vlot vooruit gaan. Chesko componeert en speelt alles in in zijn thuisstudio en ik bedenk bij mij thuis de lyrics zodra ik de track op de mail krijg. Al heb ik meestal wel een titel in gedachten. Het is een heel andere dynamiek dan bij Red Zebra, waar het allemaal iets complexer is. Met een band heb je misschien twee maand nodig voor één nummer, terwijl wij met PESCH - bij wijze van spreken - elk half uur een kunnen maken. Intussen is dus ook Sam Claeys lid van  PESCH. Als je weet dat PESCH de samentrekking is van de eerste letters van onze voornamen (Peter en Chesko), dan was het logisch dat er nog iemand met een S in de voornaam mee komt doen. De verwijzing naar het Franse pêche (perzik) geeft iets fris aan het project. Maar een perzik is natuurlijk geen onschuldig stuk fruit. Vraag dat maar aan The Stranglers. Zou het Franse woord voor zondigen daarom pécher zijn? Om maar te zeggen dat nummers over sex niet uitgesloten zijn.

Komen er optredens met PESCH ?
Peter: Dat is zeker de bedoeling. De première gaat naar de Sinner's Day dag, op 11 augustus in Waregem waar we meteen op de affiche staan met Front 242 en The Neon Judgement. Maar eerst wat try-outs in de aanloop. We moeten zeker mikken op Duitsland, maar zolang we met het coronavirus te maken hebben, heeft het weinig zin om veel plannen te maken. De muziek van PESCH is ook niet bedoeld om van te genieten aan een tafel en een stoeltje, zoals de coronaconcerten vandaag.
Nummers uitbrengen is in deze omstandigheden dan een stuk makkelijker. Zo kunnen we misschien al een interessant repertoire opbouwen tot we met PESCH concerten gaan spelen waarop de mensen uit de bol gaan. Ik heb meer dan genoeg ideeën voor songtitels en lyrics. We zijn nu nog vooral bezig met het creatieve en nog niet met het zakelijke. Werk genoeg. En vooral veel fun. Maar een maxi voor volgende zomer met een vijftal nummers moet zeker haalbaar zijn.

Voor jou is dit niet het eerste project naast Red Zebra
Peter: Ik moet af en toe kunnen uitbreken. Nu met al die regeltjes die we moeten volgen tijdens de viruscrisis heb ik dat gevoel nog meer dan anders. Er wordt al eens geïnformeerd naar een reünie van De Lama’s - wat ik zeker niet uit de weg zou gaan -, voor Red Zebra heb ik nog zaken die ik wil uitwerken, en er is nu PESCH, en dan ben ik nog Nederlandstalige teksten aan het schrijven voor een mogelijk nieuw project. Voor buitenstaanders lijkt het er misschien op dat ik een chaoot ben, maar ik heb al die uitlaatkleppen tijdens maar ook buiten corona. Financieel gezien zou ik me misschien beter enkel toeleggen op mijn werk als zelfstandig copywriter of vertaler, maar dat zit niet in mijn aard. Ik aard niet in één hokje.

Komt er behalve van PESCH nog nieuw of heruitgebracht materiaal uit binnenkort?
Peter: De vinylverkoop boomt heel hard op dit moment. Dat biedt mogelijkheden. Heruitgaves van Red Zebra, of zelfs De Lama’s, op vinyl zou ik graag voor elkaar krijgen. Maar zelfs met die grotere interesse voor vinyl blijft er het feit dat je als band je muziek het makkelijkste verkoopt na een optreden. Zolang er maar met mondjesmaat optredens zijn voor telkens een beperkt publiek, zullen weinig bands investeren in nieuwe muziek. Ik zie wel voordelen aan de hele situatie, met name voor Red Zebra. Het zal mogelijk nog even duren vooraleer de buitenlandse bands en artiesten opnieuw massaal op tournee komen naar ons land. Als de concertzalen coronaproof blijven organiseren of als ze straks opnieuw zoals vroeger kunnen werken, zal dat in de eerste plaats zijn met Belgische bands. Maar je vroeg naar vinyl? Wel er zit er een speciale heruitgave van “Living Room” aan te komen. Dat wordt iets voor het voorjaar.

“Living Room” van Red Zebra blijft na 40 jaar een onverwoestbare klassieker. Ben je nog steeds tevreden met dat nummer?
Peter: Het was oorspronkelijk slechts het B-kantje van “Innocent People”, maar het is inderdaad ons bekendste nummer geworden. Ik ben er nog steeds fier op en ik ben dankbaar dat ik dankzij dat nummer al die kansen gekregen heb. Maar het blijft zelfs na al die jaren een vreemd nummer in de set van Red Zebra. Ik ben nog net iets meer fier op de nummers van ‘Bastogne’.
Ik kan alleen maar hopen dat PESCH hier en daar ook de nodige aandacht krijgt. Het zijn ook andere tijden, wellicht zou “Living Room” nu weinig kansen krijgen. En mag ik nu verder de invasie van Amerika voorbereiden?

donderdag 15 oktober 2020 18:17

Irish Coffee - Ik ben nog niet uitverteld!

Irish Coffee - Ik ben nog niet uitverteld!

Irish Coffee mocht deze zomer zijn zesde album voorstellen in de meer dan 50 jaar dat de band bestaat. Of het nieuwe ‘Heaven’ net zo’n collector’s item wordt als het debuutalbum uit 1971 , valt nog af te wachten, maar daar ligt zanger William Souffreau niet meteen wakker van. Volgend jaar wil hij wel wat zaken in gang zetten voor het gouden jubileum van single “Masterpiece” en het debutalbum. Wie weet komt er wel een box uit met alle albums van Irish Coffee …

We beginnen liefst bij het begin. Hoe is Irish Coffee ontstaan?
William Souffreau: Irish Coffee ontstond onder de naam Voodoo als coverband, zoals er eind jaren ’60, begin jaren ’70 veel waren in Vlaanderen. Wij speelden de hits na van bv. de Bee Gees, maar ook wat ze toen het hardere werk noemden: Deep Purple, Led Zeppelin, Spooky Tooth en Blind Faith. Daarmee maakten we het verschil met de meeste andere bands van die tijd.
Als Voodoo waren we het huisorkest van de El Gringo in Hekelgem (Aalst) en speelden we daar bijna elke zaterdag. Louis De Vries had ons eens geboekt als voorprogramma van The Pebbles. Hij was manager van die band, die hij naar een hit had geleid in Vlaanderen en Spanje, en hij was ook manager van o.m. Ferre Grignard en Middle Of The Road. Hij had in België optredens georganiseerd met Jimi Hendrix, Fleetwood Mac, Toots Thielemans, Pink Floyd en Procul Harum. Niet de eerste de beste dus. Hij zag ons bezig en zei dat er voor ons misschien meer in zat. De voorwaarde was dat we dan eigen nummers moesten maken en hij dacht ook al aan een nieuwe naam. Een beetje dezelfde formule waarmee hij van The Pebbles een succes maakte. Onze ‘eigen’ single werd dan “Masterpiece”, een nummer over rauwe armoede, en op de B-kant “The Show.”

Toen “Masterpiece” uitkwam was de bandnaam reeds veranderd
William Souffreau: Louis De Vries trok met die single naar de Midem, de jaarlijkse muziekvakbeurs in het Franse Cannes. Daar regelde hij dat die single onder licentie uitkwam in Nederland, Spanje, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, maar ook in de Verenigde Staten, Brazilië en Mexico. Daar waren ‘grote’ labels bij als Ariola en Barclay. In de Verenigde Staten werd de single uitgebracht door Parrot, het label van o.m. Tom Jones, The Zombies en Engelbert Humperdinck. In al die landen was het succes bescheiden en al zeker niet groot genoeg om bv. een internationale tournee op te zetten.
Maar aan Cannes hebben we wel de naamsverandering van Voodoo naar Irish Coffee overgehouden. De Vries had een Amerikaan ontmoet die ons in de VS wou lanceren, maar daar waren al te veel bands die iets met voodoo in de bandnaam hadden. Onze nieuwe bandnaam Irish Coffee hebben ze naar verluidt gewoon afgelezen van de prijslijst in de bar waar ze aan het onderhandelen waren. In het begin waren we niet zo gelukkig met de nieuwe naam, maar uiteindelijk wende dat wel. Voodoo was al bij al ook niet zo een toffe naam.

Hoe werd die single ontvangen in Vlaanderen?
William Souffreau: Die single kwam uit in 1971, het jaar van “Du” van Peter Maffay, “Pour Un Flirt” van Michel Delpech en “Rozen Voor Sandra” van Jimmy Frey. Ik denk niet dat Vlaanderen al helemaal klaar was voor een hardrock-single, van eigen bodem bovendien.
Ik zou het moeten opzoeken, maar ik denk niet dat we met “Masterpiece” hoger geraakt zijn dan plaats 20 in de Vlaamse of Belgische hitparade van toen. We werden niet heel vaak gedraaid op de Vlaamse radio, iets meer in het Franstalige deel van België. We kwamen wel op TV: in Tienerklanken op de toenmalige BRT en in Popshop op de RTBF. Later hebben we ook in Frankrijk eens een week in een kasteel gelogeerd voor de opnames van een tv-show van Annie Cordy. Dat leverde ons wel heel wat optredens op en De Vries stuurde ons het hele land door.

Na de single kwam er het album
William Souffreau: Die Amerikaan wou ons enkel lanceren in de VS als er ook een album was. Dat debuutalbum zijn we dan maar snel gaan opnemen in Schelle. Ik weet dat ik voor een aantal tracks nog de lyrics aan het bedenken en uitschrijven was terwijl de rest van de band de track al aan het inspelen was. Ik had gelukkig al wat ervaring in het schrijven van songs en lyrics, van in mijn vorige rockbandjes. We hadden ook uitstekende gitaristen en een toetsenist die zeker op internationaal niveau meekon. Onze toetsenist Paul Lambert, die eerder bij Rocco Granata speelde, stond op hetzelfde niveau als Jon Lord van Deep Purple.
Zelf waren we op dat moment niet zo tevreden over ons debuutalbum. Het onze was opgenomen in een paar dagen en op zes sporen, terwijl de Amerikaanse en Britse bands soms maanden in de studio zaten en op zestien sporen opnamen. En dat verschil viel ons natuurlijk meteen op.
Dat album is uiteindelijk nooit uitgebracht in de VS, enkel in België. Als je de prijzen ziet die ze daar nu voor betalen, zullen we toch wel iets goed gedaan hebben. Ik hoor dat er duizelingwekkende prijzen betaald worden voor het originele album uit 1971 (nvdr: volgens de gespecialiseerde website discogs gemiddeld 750 €, met uitschieters tot wel 1.500 €).

Werd het album beter ontvangen?
William Souffreau: Het album deed het goed in België, maar ook niet uitzonderlijk goed. Omdat we één van de weinige harde bands waren, werd Irish Coffee wel geregeld gevraagd om het voorprogramma te spelen van ‘hardere’ bands die op tournee waren in België: Uriah Heep, Focus, Dr. Feelgood, Golden Earring en Flash, de band van de gitarist van Yes. Stel je daar geen Sportpaleizen of de wei van Werchter bij voor. Dat waren vaak kleine zaaltjes of kermistenten.
Het concertgebeuren was nog lang niet zo goed georganiseerd als vandaag. Er werd veel geïmproviseerd. Dankzij de steun van de Franstalige nationale radiozender konden we vaak in Wallonië spelen, al was dat dan vaak in een hooischuur of op het binnenplein van een vierkantshoeve. De RTBF heeft ooit zelfs eens een concert van ons live uitgezonden. Ik hoop nog altijd dat die opnames ooit eens zullen opduiken. Eén van de albumtracks uit 1971, ‘When Winter Comes’, is in 2017 nog als sample gebruikt in “Kill You” van de Amerikaanse rapper Pounds.

Wat gebeurde er in de jaren na de single en het album?
William Souffreau: Er kwamen nog wel singles, maar niet meer met de impact van “Masterpiece”. Na het album daalde de vraag naar optredens elk jaar wat meer. In België heb je snel in elke venue gespeeld waar je terecht kan, terwijl je in pakweg Duitsland of de UK meer tijd kreeg om te touren en te groeien. Er werd geen nieuw materiaal uitgebracht en na het overlijden van toetsenist Paul Lambert ging in ’75 zowat de hele band – op Souffreau na – spelen als begeleidingsband van kleinkunstenaar Wim De Craene.
Ik zette een nieuw project op poten onder de bandnaam Joystick, met nog de bassist en drummer van Irish Coffee en de Brit Tony Boast. Toen brachten we funk, met zelfs een blazerssectie erbij, terwijl de hele wereld net in de ban was van de punk. Enkel de beginletter verschilt, maar we kwamen met het verkeerde genre voor dat moment. Omdat er toen nog altijd weinig ‘hardere’ Belgische bands waren en mijn telefoonnummer nog in het adresboekje stond van heel wat organisatoren stond, hebben we met Joystick twee keer als support voor Motörhead gespeeld. Die twee keer hebben we de blazers wel thuisgelaten. Dat was in de Okapi in Aalst en zaal Maekeblijde in Poperinge.
Met Joystick zijn er jammer genoeg nooit opnames uitgebracht, maar ik ‘recycleer’ al eens een Joystick-nummer voor een nieuw album van Irish Coffee of voor een solo-album.

Maar stilaan groeit dan al de legende van Irish Coffee
William Souffreau: Onze naam en onze singles waren bij heel wat mensen blijven hangen. Wij waren de eerste hardrockband van het land. Mensen stonden ervan versteld dat dat kon in België. Vooral de single “Masterpiece” kon op dat moment wedijveren met de singles van andere Europese bands. Ook onze shows moeten indruk gemaakt hebben. In de jaren ’80 en ’90 ving ik al eens op dat leden van een Belgische hardrock- of zelfs metalband dankzij Irish Coffee zelf met muziek begonnen zijn.


Terwijl William Souffreau na Irish Coffee en Joystick heel verschillende muzikale paden bewandelt, groeit de legende. Het zijn vaak kleine zetjes die die sneeuwbal doen rollen. In 1990 staat “Masterpiece” op de CD-reeks van ‘Wit-Lof From Belgium’ en wordt de band vermeld in het begeleidende boek van Gust De Coster en Geert De Bruycker. Twee jaar later volgt de heruitgave van het album op CD in België en Italië, waar het album ook een niet-officiële heruitgave op vinyl krijgt. Daarna komen er nog meer illegale releases op vinyl en CD, officiële en minder officiële verzamel-CD’s en meer vermeldingen in naslagwerken.

Na de eeuwwisseling komt Irish Coffee met een aantal oud-leden samen voor nieuw werk. In 2004 was er een album dat op CD uitkwam en in 2005 was er een show op de Duitse tv-zender WDR. Hoe is dat gebeurd?
William Souffreau: Ik kreeg een telefoontje of we met Irish Coffee een concert konden spelen dat ze dan gingen opnemen en uitzenden. Dan moet je niet lang nadenken, natuurlijk. De Dire Straits hebben  dat gedaan, net als Cheap Trick, Grateful Dead en Rainbow. Ik kon wel een band bij elkaar krijgen die nummers van Irish Coffee kon spelen, alleen hadden we geen drummer. Maar iemand kende de drummer van Yevgueni. En die was zo vriendelijk om tijdens de rit naar Duitsland al onze nummers te beluisteren en ook nog eens meteen te memoriseren. Gekkenwerk, maar het is gelukt. ‘Live At Rockpalast’ werd in 2008 uitgebracht als dubbel-album.

Daarna volgden nog meer nieuwe albums van Irish Coffee, zoals ‘Revisited’ uit 2013 en ‘When The Owl Cries’ uit 2015, met steeds minder oud-leden
William Souffreau: Ik schrijf nog steeds nieuwe songs. De ene keer bundel ik die in een solo-album, zoals recent nog op ‘Tobacco Fields’, een andere keer steek ik die in een Irish Coffee-jasje. Het is niet dat ik kost wat kost de legende rond Irish Coffee in de aandacht wil houden. Het is eerder dat ik aanvoel dat het verhaal van die band nog niet helemaal verteld is. Ik ben het enige originele bandlid, maar we hebben nu opnieuw een heel sterke bandbezetting. Johan, Erik en Frank speelden eerder samen bij The Balls en Ditch en vroegen al eens of ik een nummer kwam meezingen op hun shows toen. Nu heb ik ze ingelijfd bij Irish Coffee, samen met drummer Bruno Beeckmans van Bellemont.
Dit is niet mijn begeleidingsband, maar eerder een reïncarnatie. Met hen wil ik graag nog een Irish Coffee-album opnemen waarbij zij nog meer inbreng hebben in het schrijven en arrangeren van de nummers.

Je bent 74. Voel je dat de klok tikt?
William Souffreau: Ik zit nog vol plannen. Zo wil ik nog een crooneralbum maken met violen en alles erop en eraan. Het blijkt dat ik er nu de ideale stem voor heb. Ik heb voorts nog over genoeg zaken iets te vertellen. De drang om verhalen te vertellen en er de juiste muziek op te zetten, die is nog niet weg. Ik sta nog elke morgen op met het idee dat ik een nieuwe gitaar wil gaan kopen. Mocht het binnen een paar jaar niet langer lukken om live te spelen, dan zal je mij nog wel in de studio vinden. Jullie zijn nog niet van mij af.

De viruscrisis zorgt dat de live-agenda van Irish Coffee zo goed als leeg is
William Souffreau: Dat is voor elke band hetzelfde. Het is voor ons jammer dat we de nummers van ‘Heaven’ nu niet live kunnen laten tot leven komen, maar onze tijd komt nog wel. Het mooie van kunnen ouder worden is dat je tijd en geduld in een heel ander perspectief gaat zien. Net als succes. Niets moet nog, maar alles is meegenomen.

Zijn er nog zaken die je wil afvinken op zijn to do-lijstje?
William Souffreau: Het respect voor Irish Coffee is groot. Misschien is het de moeite om eens in het archief van de VRT en RTBF te duiken voor een Belpop-aflevering op de Belgische tv-zender Canvas. De aanzet is al gegeven toen ze met de theatershow Belpop Bonanza zopas naar Aalst kwamen en mij uitnodigden voor een gesprek op het podium. Hetzelfde geldt voor de organisatoren van pakweg Graspop en Alcatraz: als zij de eigen pioniers van de hardrock en metal willen eren met een plek op hun podium, zullen wij wel voor een memorabele show zorgen.

donderdag 01 oktober 2020 21:05

Cross The Line -single-

Donna Cannone bestaat voor de helft uit twee voormalige bandleden van Thundermother, aangevuld met zanger/guitarist Bjorn Strid van Soilwork/The Nightflight Orchestra en nog de Italiaan Luca d’Andria (Warm Sweaters For Susan). Twee Italianen en twee Zweden, twee dames en twee heren, genoeg passie en agressie voor een leuke rock/hardrock-single zou je denken en dat klopt ook voor deze “Cross The Line”. Het is über-catchy, heel up-tempo en direct meezingbaar, ook al heb je geen idee waar het nou precies over gaat. Je bent meteen helemaal mee over de streep getrokken. Begin volgend jaar volgt er een album.
https://www.youtube.com/watch?v=1O56XVgO-5o

donderdag 01 oktober 2020 21:01

Lepers -single-

Doodseskader is een nieuwe band met alvast twee bekende gezichten: Tim De Gieter (Amenra, Every Stranger Looks Like You, …) en Siegfried Burroughs (Kapitan korsakov, The K, …). De twee kennen elkaar al lang, maar dit moet hun eerste samenwerking zin. Er is een album op komst en dat wordt een mix van metal, sludge, grunge en hiphop, beloven ze zelf. De eerste single heet ‘Lepers’ en is een mix van vooral grunge en sludge die een beetje atmosferisch klinkt en met een groove die de ramen doet rammelen. Het is interessant genoeg om vol verwachting uit te kijken naar het album.

https://www.youtube.com/watch?v=PX2OQnqt3Es

donderdag 01 oktober 2020 20:58

Momoyo EP

De Gentse band momoyo komt na twee singles (“Breath” en “Colours”) met zijn debuut-EP, op vinyl en digitaal. De vier nummers die we bovenop de singles krijgen, liggen mooi in het verlengde van de singles: nachtelijk warm en zwoel, dansbaar maar niet altijd voluit, soms zwevend tussen urban light en intiem, synth-driven en toch heel organisch, … Elk nummer is een zoektocht naar de juiste balans in de mix voor elk instrument. Beperking en zuinigheid werden verkozen boven overdaad en het eindeloos laagjes over elkaar leggen. Die zuinige dosering geeft de nummers soms iets fragiels. De hoofdrol is wel telkens weggelegd voor de vocalen van Frie Mechele: bezwerend zonder dat echt te willen nastreven. En ook zij zingt geen half woord te veel. Net genoeg om je vast te grijpen.
Elk nummer is een klein kunstwerkje van sfeer en emotie op zich, wat het moeilijk maakt om positieve uitschieters aan te duiden. Naast de singles is dat misschien toch “Skin”, met die viool die met Frie wedijvert om de aandacht van de luisteraar. Mooi is dat. Zo heeft elk nummer wel een bijzonder kantje. Het is ook leuk om vast te stellen dat de viool hier als een volwaardig instrument behandeld wordt en niet - zoals zo vaak - pas bij de productie wordt toegevoegd om nog wat extra sfeer te zorgen.
Deze EP omvat heel veel dingen die samenkomen: een muzikale ontdekkingstocht, een evenwichtsoefening, een verhalenbundel, … en hoe je het ook zelf invult, deze EP laat je geen seconde los.

donderdag 01 oktober 2020 20:47

Agnes EP

Als ze bij het Belgische EBM-label Alfa Matrix een single of een EP uitbrengen met de titel “Agnes”, dan veren wij recht. Het zal toch geen cover zijn van “A.G.N.E.S.” van onze vaderlandse newwave-legende 1000 Ohm? Dat is “Agnes” van het Noorse Lights A.M. jammer genoeg niet. Maar niet getreurd. Daarmee is nog niet alles verloren.
Erlend Eilertsen, ook van de band Essence Of Mind, schreef deze instrumentale track voor zijn overleden hond met dezelfde naam die hij 16 jaar had. Het is contemplatief, space-like en voluit nostalgisch en retro. Denk qua referenties aan Brian Eno, Jean-Michel Jarre, Tangerine Dream, Ozric Tentacles en zelfs aan “Aurora” van het Nederlandse Nova.
Met “A Mystery After Sunset” bevat deze EP nog een tweede track en die ligt helemaal in het verlengde van titeltrack “Agnes”, maar daar wringt het schoentje een beetje. Net als we na deze nummers helemaal in die vibe zitten, houdt het alweer op. Voor een EP, zelfs een digitale, had dit best nog wat langer mogen duren.

Elektro/Dance
Agnes EP
Lights A.M.
Alfa Matrix
 

donderdag 01 oktober 2020 20:41

Beer And Loathing

Tien albums ver in hun carrière is het duidelijk dat er bij The Real McKenzies maar één echte McKenzie is en dat is zanger Paul McKenzie. Hij is de enige die er reeds sinds 1992 bij is, hoewel de namen van de bezetting en gastmuzikanten van ‘Beer And Loathing’ vast wel bekend in de oren zullen klinken bij de fans. De formule van de Celtic punkrock uit Canada is inmiddels ook duidelijk: ergens tussen punkrock en pubrock in en met af en toe een doedelzak of een folk-viool erbij.
In de lyrics herkennen we een zanger die weigert om volwassen te worden, wat tegelijk een vloek en een zegen is: veel stoere drinkebroersverhalen, heel wat gebroken harten en gevechten tussen macho’s en daarbovenop nog een flinke portie heimwee naar het Keltische homeland van weleer.
Na de instrumentale opener “A Widow’s Watch”, eentje met heel veel doedelzak, gaat het naar het folky “Overtoun Bridge”, een plek waar bovennatuurlijke krachten honden tot zelfmoord zouden drijven. Zowel muzikaal als tekstueel een interessant nummer. Daarna gaat het tempo flink omhoog voor “Big Foot Steps” en titelsong “Beer And Loathing”. Basic punk- en pubrock, maar gebracht met veel authenticiteit. De folk-traditional “Cock Up Your Beaver” klinkt weinig onschuldig, maar in 1792, het jaar waarin het gedicht zou geschreven zijn, betekende het gewoon dat een echte gentleman zijn haar moest bedekken met een hoed gemaakt van knaagdierhuiden. Voor alle andere interpretaties bent u zelf verantwoordelijk. The Real McKenzies brengen ‘m met een puberale knipoog.
“Nary Do Gooder” is een ouderwets dronkemanslied en “Death Of The Winnipeg Scene” verhaalt de teloorgang van de punkrock-scene in die Canadese stad. Dan volgen een paar geschiedenislessen met “36 Barrels” over de mislukte aanslag op koning James I en "The Ballad of Cpl Hornburg” over een Canadese soldaat die het leven liet in Afghanistan. De twee absolute parels op dit album zijn "Whose Child Is This” en “The Cremation Of Sam McGee”, een song die eerder al eens opgenomen werd door Johnny Cash.
Na tien albums weten ze bij The Real McKenzies perfect wat hun publiek verwacht en dat leveren ze op ‘Beer And Loathing’.
Als dit je eerste kennismaking is met deze Keltische punkrockers uit Canada en je vindt het leuk, dan kan je meteen de negen vorige albums in huis halen.

donderdag 01 oktober 2020 20:34

Us + Them

De viruscrisis zorgt ervoor dat heel wat ‘gewone’ releases uitgesteld worden en in de plaats krijgen we een heel pak live-albums. Zo kunnen we het gemis aan optredens met ‘veel’ publiek alvast een beetje counteren. Van Roger Waters, die vroeger bij Pink Floyd zat, krijgen we zo op ‘Us + Them’ de concertregistratie van zijn tournee van 2017 en 2018. Opgenomen in Amsterdam, dus er is een kleine kans dat daar ook wat Belgen in het publiek stonden. Hoewel, Waters deed op die tournee ook al Antwerpen aan. Die tournee had 156 haltes en in totaal waren er voor die shows 2,3 miljoen bezoekers.
Waters wisselt op dit live-album mooi het bekendere werk van Pink Floyd (“Breathe”, “Money”, “The Wall”, “Great Gig In The Sky”, …) met het beste van zijn solo-album ‘Is This The Life We Really Want?’ uit 2017 (“Déjà Vu”, “Picture That”, “The Last Refugee”, …). De uitvoering is smetteloos, bijna perfect zelfs. Zodra de reacties van het publiek wegsterven, is dit nauwelijks te onderscheiden van een studio-opname, of het moet zijn dat Waters niet altijd de noten zingt die hij wil halen. Er wordt gelukkig maar weinig voluit gezongen op dit album. Het is vooral de knap uitgewerkte progrock die de show mag stelen.
Is dit nu een onmisbaar album voor de fans van Roger Waters en Pink Floyd? Voor wie er bij was, zal het zeker een leuke herinnering zijn. Dan moet je nog kiezen of je gaat voor het zuiver muzikale (CD of vinyl), of misschien wil je het visuele er ook nog bij en dan kies je voor de DVD of Blu-Ray.  Er is intussen zoveel materiaal van Pink Floyd uitgebracht dat ieder wel zijn zin vindt.
Deze live-registratie is dan vooral een extraatje voor wie zijn collectie compleet wil hebben.

donderdag 01 oktober 2020 20:27

West Coast vs Wessex

Fat Mike van Fat Wreck heeft een leuk concept bedacht voor het splitalbum West Coast vs Wessex. NOFX covert vijf nummers van Frank Turner en omgekeerd. Op de hoes maakt Fat Mike er zelfs een boksmatch van, met NOFX als kampioenen en de Brit als uitdager. Het maakt je benieuwd wie na de aangekondigde tien ronden tegen het canvas gaat.
NOFX start met de grappige breakupsong “Substitute”  met de voor heel wat muzikanten herkenbare quote ‘I wrote her fifteen songs, still we had to part’. Daarna duwen de Amerikanen het gaspedaal nog wat dieper in met “Worse Things Happen At Sea” om dan over te gaan in de vrolijke ska van “Thatcher Fucked The Kids”. Het zal mij verbazen dat de kids vandaag nog weten wie Thatcher was of dat ze beseffen dat de roots van de punkrock inderdaad bij de ska liggen. “Ballad Of Me And My Friends” is een song die vertelt hoe leuk het wel is om met je punkrockbandje in een busje te stappen om te gaan optreden. Het eigenaardige is dat dergelijke zelfverheerlijking enkel of toch vooral in punkrock opduikt. “Glory Hallelujah” is de meest overbodige cover op dit album. In half gospel, half punkrock wordt eindeloos herhaald dat ‘There Is No God’. Slaapverwekkend. Heb je echt ballen aan je lijf en wil je religie tackelen in een song, probeer dan eens een religieuze strekking die moeilijker om kan gaan met kritiek.
Dan weet Frank Turner zijn covers net iets beter te kiezen. “Scavenger Type” is subliem en “Eat The Meek” gaat daar nog over. Die laatste is nauwelijks nog punkrock, eerder stadionrock, maar dat kan de pret niet drukken. “Bob” is dan weer eerder overbodig, terwijl “Perfect Government” een deur intrapt die wel heel open stond. “Falling In Love” wordt in de handen van Turner een breekbare ballad die overloopt van rust en emotie. Mooi hoe hij dat doet, maar het past misschien niet helemaal in het opzet van het split-album.
Zowel NOFX als Frank Turner delen een paar fraaie uppercuts uit in deze boksmatch, terwijl je op andere momenten zit te hopen dat de scheidsrechter zal ingrijpen. Er zat meer in dit nochtans heel leuke en originele split/cover-concept. Hopelijk krijgt het concept nog een paar herkansingen.

West Coast vs Wessex
NOFX vs Frank Turner
Fat Wreck Records/Sonic Rendezvous
 

Sound Of Noise 2020 - Better Times Will Come
Sound of Noise 2020: Evil Invaders - Spoil Engine - Dyscordia
Départ XXL
Kortrijk
2020-10-10
Filip Van der Linden

Een metalconcert met honderden mensen in het publiek, dat is toch al langer geleden dan we zouden willen. De ploeg achter het Alcatraz-festival kreeg het voor elkaar op het coronaproof evenementenplein in Kortrijk, misschien niet toevallig de stad van metalburgemeester Van Quickenborne (sinds kort metalminister).
Corona-shows kennen we intussen: met een persoonlijk stoeltje voor iedereen en hier met ook de drankjes en snacks die aan je zitplaats werden gebracht. Het moeilijkste was misschien nog dat iedereen zijn mondkapje moest ophouden als hij/zij niet aan het drinken was, maar na een paar opmerkingen van de security was ook dat snel duidelijk.

De aankondigingen werden gedaan door  Franky De Smet-Van Damme, tegenwoordig actiever als brouwer dan als zanger van Channel Zero.
De eerste band die hij mocht aankondigen was Dyscordia. Voor deze progmetalband was het, het tweede grote concert dit jaar in Kortrijk. Begin dit jaar stonden ze in De Kreun voor de releaseshow van hun album ‘Delete/Rewrite’. Het vervolg daarop, met een drukke festivalagenda, daar stak het coronavirus een stokje voor. De band verkeerde ondanks het gebrek aan ‘wedstrijdritme’ in bloedvorm.  Dyscordia koos op Sound Of Noise voor een ‘best of’-set die mooi verdeeld was over hun drie albums ‘Delete/Rewrite’, ‘World In Ruins’ en ‘Twin Symbiosis’.
Bij de start om 18 u, bij de eerste tonen van “Delete/Rewrite” waren er nog een paar lege stoelen, maar de meeste fans waren goed voorbereid en ruim op tijd voor dit bijna unieke optreden.
Voor Dyscordia is spelen in Kortrijk zo goed als een thuismatch en hun ‘Dyscordia Army’ was goed vertegenwoordigd. De sfeer zat mede daardoor al van bij het begin van de avond goed en de band speelde een foutloze set. Het was voor heel wat muziekliefhebbers een verademing om nog eens een band te zien op een groot podium, niet akoestisch en met een perfect uitgekiende lichtshow.
Volgend jaar mag Dyscordia nog eens een concert spelen in Kortrijk, op Alcatraz, als de viruscrisis dan hopelijk volledig achter de rug is.

Bij metalcoreband Spoil Engine verontschuldigde zangeres Iris zich bij de start voor haar bindteksten in het Engels, wat te maken heeft met het feit dat het concert opgenomen werd, terwijl ze later vaak Engels en Nederlands afwisselde. Bij Spoil Engine lag het zwaartepunt van de set op het album ‘Renaissance Noire’, waarvan liefst zeven tracks gespeeld werden. Die werden aangevuld met drie tracks van ‘Stormsleeper’. “Disconnect” mocht de set afsluiten en werd door Iris aangekondigd als een fuck you-song. En dus gingen eens niet de hoorns, maar wel de middenvingers de lucht in.
Metalcore voor een zittend publiek is geen evidentie en Iris spoorde de mensen meermaals aan om toch maar zittend te headbangen. Ze klom ook op de luidsprekers zodat ze nog net op coronaveilige afstand van de eerste rij kwam.
Het evenwicht tussen interactie zoeken en het voor iedereen veilig houden, was voor alle bands de rode draad doorheen de avond. Zittend op het plein werd het al snel koud, maar de energieke zangeres van Spoil Engine deed op het podium toch haar lederen jasje uit, om die nog tijdens hetzelfde nummer weer aan te trekken.
Hartverwarmend was dan weer de massale respons met aanstekers en gsm-lichtjes toen Iris bij het begin van “Golden Cage” vroeg ‘Show some light. We’re all in this together’.

Evil Invaders sluiten de metalavond af met een heel energieke pot thrash die bijna letterlijk de tracklist volgt van hun live-album ‘Surge Of Insanity’, maar dan zonder “Shot To Paradise” en “Master Of Illussion”.
Van de drie bands van deze avond stond Evil Invaders misschien wel met de grootste gretigheid op het podium. De sfeer zit er ondanks de koude nog altijd goed in en tot helemaal achteraan het plein gaan de vuisten de lucht in. Hoewel het bier rijkelijk vloeide, blijft de discipline al die tijd bewaard.
Een beetje verrassend wordt de Venom-cover “Witching Hour” als laatste nummer aangekondigd, hoewel de Invaders nog twee nummers voorbereid hadden. Het is dan nog lang geen ‘uur van de heksen’, maar de klok tikt al tegen 22 u aan en de voorwaarden om Sound Of Noise te mogen organiseren in het stadscentrum zijn bijzonder strikt. We gunnen Evil Invaders als verdiende headliner een volledige set en zelfs een bisronde, maar dat extra kwartier hebben ze dus nog te goed als ze volgende zomer op Alcatraz spelen. Of zoals Joe van de Invaders het publiek naar huis stuurde: ‘Better times will come’.

De Alcatraz-ploeg heeft met Sound Of Noise op het Kortrijkse evenementenplein getoond dat het kan: coronaproof concerten organiseren voor een groot publiek. Hopelijk volgen er nog meer dergelijke avonden, van dezelfde ploeg of van andere organisatoren.

Organisatie: Alcatraz Music - Rock Tribune

Pagina 1 van 38
FaLang translation system by Faboba