zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 21 februari 2019 10:18

Encore

Sinds de reünie van 2008 (ongeveer) was het wachten op nieuw werk van The Specials, de band die van 1979 tot 1981 de 2-Tone ska op de kaart had gezet en die tot 2008 in onderlinge ruzies was verzand. Opgetreden werd er al wel opnieuw gedaan.

Van de oorspronkelijk zeven Specials zijn er op ‘Encore’ nog drie over: zanger Terry Hall, gitarist Lynval Golding en bassist Horace Panter. Een beetje jammer dat ze toaster Neville Staples, recent weer in goeden doen, over het hoofd hebben gezien, maar wie de bandgeschiedenis een beetje heeft gevolgd, snapt ook wel waarom.

The Specials hebben zichzelf een nieuwe band cadeau gedaan, met Nikolaj Torp Larsen, Steve Cradock, Kenrick Rowe, Tim Smart en Pablo Mendelsohn. Voor de opnames van Encore kwamen daar nog een strijkertrio, een cello-speler en gastzangeres Saffiyah Khan bovenop. Deze laatste mag op dit album de stem van MeToo vertolken op “10 Commandments“. Het klinkt een beetje als een knieval voor de (licht) vrouwonvriendelijke lyrics uit de begindagen van The Specials. Chapeau dat ze zo openlijk schuld bekennen en daarvoor zelfs het heilige huisje van Prince Buster durven slopen.

En het valt op dat deze versie van The Specials heel goed bij de les is, met zowat actuele issues op een rij: racisme (“Black Skin Blue Eyed Boys” (van The Equals) en “Black Lives Matter”), de U-bochten van politici (“Vote For Me”), de risico’s die de wereld neemt door presidenten als Trump de code van kernwapens toe te vertrouwen (“The Lunatics” (Have Taken Over The Asylum, een cover van Fun Boy Three), de druk van het internet en social media (“Breaking Point”), wapendracht (“Blam Blam Fever”), het moeilijk vinden van mentaal evenwicht (“The Life And Times (Of A Man Called Depression)”. Zelfs de jeugd met hun hoodies en gangs krijgt een ferme veeg uit de pan op “Embarrased By You”.

Het valt overigens op dat ‘Encore’ geen volbloed ska-album is geworden. “Black Skin Blue Eyed Boys” is disco-pop en ook “Black Lives Matter” drijft op een oldschool discodeun en met die parlando/halve rap eroverheen doet deze track wat denken aan “Rapture” van Blondie. “Vote For Me” doet inzake toon en sfeer dan weer heel hard denken aan het morbide van “Ghost Town”, de oude wereldhit van deze Specials. Volbloed-Specials is “Vote For Me” dus zeker wel, maar een volbloed ska-track zeker niet. “The Lunatics” is ska op een wals-ritme, wat als geheel een beetje klinkt als The Nits.  Pas op “Breaking Point” valt er voor ska-liefhebbers muzikaal al wat te rapen, maar nog veel meer kunnen zij hun hart ophalen op “Blam Blam Fever” en “Embarrased By You”. “10 Commandments” en “The Life And Times (Of A Man Called Depression)” zijn opnieuw parlando/half rap en zeker die tweede mellow track is er eigenlijk al te veel aan. Het goud zit zoals wel vaker helemaal op het einde van de mijngang: “We Sell Hope” is een met doom en gloom overladen reggaeballad met harmonische zang en zelfs een leuk strijk-arrangementje. Pas op deze track bewijst het overblijvende trio dat ze ook zonder Jerry Dammers recht in de roos kunnen mikken.

Wie een beetje uitkijkt kan dit album als CD aanschaffen met een bonus-CD. Daarop krijg je liveversies van een reeks Specials-klassiekers als “Gangsters”, “A Message To You Rudy”, “Stereotype”, “Too Much Too Young” en “Ghost Town”, aangevuld met het betere coverwerk (o.a. “Redemption Song” van Bob Marley).

Hoe zou het nog zijn met de Young Gods? Jong kan je frontman Franz Treichler (Franz Muse) en knoppendraaier Cesare Pizzi (Ludan Dross) bezwaarlijk nog noemen. Daarvoor zit er intussen al wat teveel grijs in hun respectievelijke paardenstaarten. Aan de opkomst voor hun shows te zien, kan je ook Gods al schrappen. In de afgerond 20 jaar dat ze naar België komen voor shows, zijn ze de capaciteit van de Botanique niet kunnen ontgroeien. Hun godenstatus maken ze dan weer wel waar als andere bands en artiesten in interviews vertellen waar ze de mosterd gehaald hebben. Dan komen o.m. Pitchshifter, U2 en David Bowie al eens vaak bij dit Zwitserse trio uit.

Eerder dit jaar verscheen er eindelijk nog eens nieuw werk van deze industrial elektro-rockband. ‘Data Mirage Tangram’ kwam tot stand in 2015 op het Cully Jazz Festival en is drie, vier jaar later pas afgeraakt.  Op dit twaalfde album, het eerste sinds 2010, doen The Young Gods het meer atmosferisch, maar vooral langer en trager. Gelukkig doen ze dat in stijl. Er zit nog steeds een flinke dosis rock en techno in hun nieuwe tracks, maar deze band heeft z'n eigen plekje gevonden in het muzieklandschap, met onverwachte gitaren en breaks, maar een stuk verder weg van hun aan Front 242-verwante EBM van de begindagen.
De Young Gods starten hun set in Brussel met “Entre En Matiere” uit hun jongste album. Het nummer start met een ambient-vibe en heel minimale belichting. Heel jammer dat de sfeer nog verpest door een heel ijverige roadie die nog wat kabels moet controleren. De gitaarklanken van Franz Muse doen hier vaag wat denken aan The Cure tijdens “Fascination Street”. Het publiek reageert meteen enthousiast maar ondanks dat deze Zwitsers reeds acht of negen keer eerder in deze zaal speelden, kan er aan het begin van de set niet meer begroeting af dan een wel heel zuinig ‘bonsoir’.
Het tweede nummer in de set is “Figure Sans Nom”, ook al van ‘Data Mirage Tangram’, een stuk dansbaarder en met die heel repetitieve tekst die als een mantra de zaal wordt ingeblazen. Nog meer nieuw werk volgt met “Tear Up The Red Sky”: aanvankelijk krijgen ze het publiek hiermee niet veel verder dan wat heen en weer wiegen, maar met een mooi opgebouwde, bulderende finale komt er eindelijk wat leven in het publiek. Opnieuw krijgt het enthousiaste publiek een wel heel zuinig ‘merci beaucoup’ teruggekaatst van Franz Muse.
Ook “All My Skin Standing” komt van het nieuwe album en krijgt een net iets warmere ontvangst. Tribale drums, EBM en explosieve gitaarnoise in de stijl van Thurston Moore (Sonic Youth) worden in deze track op een hoopje gegooid in een wel heel lange versie van deze track. We zijn dan al 40 minuten ver in de set en er zijn nog maar vier tracks gepasseerd. Maar het publiek geniet met volle teugen.
“Moon Above” valt live wat tegen. Hier mixen de Young Gods improvisatie-jazz met noise en dikke geuten blues, met zelfs een stukje mondharmonica.
Daarna komt eindelijk ouder werk aan de beurt met “About Time” uit 2007. Op “Envoyé” laat Franz Muse voor het eerst zijn gitaar aan de kant. Op dit oudje uit 1987 gaan de fans helemaal los. De reguliere set wordt afgesloten met een track uit het nieuwe album die als beste aansluit bij het oudere werk: “You Gave Me A Name”.
De bisronde is één grote dankbetuiging aan de fans, met de Young Gods-klassiekers “Kissing The Sun”, “Gasoline Man” en “Skinflowers”. Anders dan in Londen of Parijs krijgt het Brusselse publiek nog een extra toegift: “Everythem”.

Young Gods is één van die zeldzame bands die erin slaagt om zijn publiek te laten meegroeien met de band. Niet in aantallen fans, maar in de muzikale reis die afgelegd wordt.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/the-young-gods-24-03-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/amute-24-03-2019

Organisatie: Botanique, Brussel.

donderdag 14 februari 2019 19:44

Lebensnehmer

Soms pik je uit het aanbod een band of album omdat je al meteen een woordgrapje in gedachten hebt. Zo dook bij het nieuwe album van Ellende spontaan het idee op dat dit album ‘een schoon ellende’ of ‘een doffe ellende’ zou kunnen zijn. Ellende is ook gewoon een Duits woord en dus de geknipte naam voor een Oostenrijkse atmosferische blackmetalband.
De band Ellende werd in 2011 opgericht als studioproject  door de Oostenrijkse multi-instrumentalist LG en heeft reeds twee albums uitgebracht. Vooral het tweede, ‘Todbringer’, wist heel wat Europese blackmetalfans te bekoren.
Met ‘Lebensnehmer’  legt Ellende, sinds enige tijd een duo, de lat een stuk hoger dan op ‘Todbringer’. Vooral het drumwerk  is beter. Bij heel wat studioprojecten in de (atmosferische) blackmetal wordt met drumcomputers of andere elektronica gewerkt en dan maak je met een echte drummer toch wel het verschil. Met’ Lebensnehmer’ zet Ellende nog twee stappen vooruit ten opzichte van ‘Todbringer’. Niet alleen inzake opname, productie en mix, maar ook inzake compositie.
De instrumentale intermezzo’s tussen de echte songs gaan al na een paar luisterbeurten vervelen, maar daarvoor bestaat de doorspoelknop (toch als je niet op vinyl luistert). Wel meteen raak is “Augenblick”, een flinke portie dood en verderf die zonder genade je oren wordt binnengeduwd. Hier klinkt het atmosferische het zwaarst door. Ook “Die Wege” is een heel sterk nummer. De lijkenliefhebberij gaat door met “Der Blick wird leer” en “Du wärst eine schöne Leiche”. Die laatste track is echt veruit het beste nummer van dit album en wordt terecht als ambassadeur naar voren geschoven. Hij begint als een kopstoot van agressieve riffs, vertraagt even, gaat dan naar een lange break en daarna komt nog een lang eindoffensief met agressieve en toch bijzonder melodieuze riffs. Het is vooral die combinatie van agressieve blackmetalzang en die mooie, heldere gitaarmelodieën die van Ellende een unieke band maken. “Atemzug” is een fraai staaltje speed-blackmetal om een fijn album mee af te sluiten.
Ellende heeft met ‘Lebensnehmer’ een ellendig mooi (te mooi om te laten liggen) album gemaakt. Fans van Drudkh en Wiegedood moeten dit zeker eens checken.

donderdag 07 februari 2019 18:30

The Keg -single-

“The Keg” is de eerste track van de EP ‘The Dead People’ die later dit jaar uitkomt. Net als op eerder werk van deze Limburgse band krijgen we hier opnieuw diep-donkerblauwe melancholie en huilende en treurende gitaren. Het is prachtig hoe Marino Roosen een schijnbaar banale break-up vertaalt naar een doodernstige en diepdroeve ballad: een meisje vertelt haar partner dat voor haar het vat (the keg) af is. Bonfire Lakes maakt er op een vreemde manier toch een oprechte song van. De gitaren worden in het huilen nog naar de kroon gestoken door een paar breekbare pianotoetsen en de zoet-zacht scheurende fluwelen stem van Roosen, tussen praten en zingen in.
Voor fans van Portland, Bony King Of Nowhere, Mooneye, Isbells, And Then came Fall, SJ Hoffman, The War On Drugs en Milo Meskens
Belgium
https://www.bonfirelakes.com/
Facebook : https://www.facebook.com/Bonfirelakes/
Bandcamp : https://bonfirelakes.bandcamp.com/

donderdag 07 februari 2019 12:14

Bail Was Set At $6,000,000 (rerelease)

Om de dertigste verjaardag van hun album ‘Bail Was Set At $6,000,000’ te vieren, brengt de Nederlandse psychobillyband Batmobile in samenwerking met Butler Records een speciale 30th Anniversary Edition van het album uit. De plaat is compleet geremastered, bevat twee exclusieve bonustracks en krijgt extra artwork. Behalve op CD verschijnt bij Music on Vinyl ook een beperkte oplage op geel vinyl.
Batmobile is opgericht in 1983. Nadat ze enkele maanden oude rockabillysongs gecoverd hadden, besloten zij om hun eigen nummers te gaan schrijven. Dit sloeg direct aan, zowel in binnen- als buitenland. Zo waren ze de eerste niet-Britse band die mocht optreden in de invloedrijke psychobillyclub Klub Foot in Londen. Met ‘Bail Was Set at $6,000,000’ wilde de band in 1989 een sound neerzetten die nog beter bij hun livegeluid zou passen. Door meer de nadruk op de gitaar te leggen heeft de plaat een iets zwaarder geluid dan voorheen. Op de plaat staat een aantal nummers die later zou uitgroeien tot livefavorieten zoals “Kiss Me Now” (een ode aan Jailhouse Rock van Elvis), “Calamity Man” en natuurlijk de heerlijke Motörhead-cover “Ace Of Spades”. Die nummers blijven ook na al die tijd nog overeind. Voor een band met een retrogeluid is het moeilijk om gedateerd te klinken. Maar ook: zelfs na 30 jaar is het nog steeds één van de belangrijkste albums in de geschiedenis van Batmobile.
Van twee nummers (“Kiss Me Now” en “Magic World Called Love”) krijgen we de demoversies te horen uit 1987. Dat is leuk en je verwacht het ook bij een heruitgave, maar het voegt niet zo veel toe aan het verhaal.

donderdag 07 februari 2019 12:07

Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)

Het nieuwe album van de Italiaanse metalband Ancient Bards heeft liefst vijf jaar op zich laten wachten, maar het was het wachten waard. ‘Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)’ bouwt voort op de weg die deze band reeds eerder ingeslagen was: die van de bombastische, symfonische powermetal.  De ondertitel (met … Part 2) verwijst nog naar het eerste volledige album uit 2010 van deze symfonische metalband, ‘The Alliance Of The Kings (The Black Crystal Sword Saga Part 1)’, maar ondertussen staat deze band een heel eind verder.
Muzikaal leunt dit opnieuw aan bij Rhapsody of Fire, Imperial Age en Nightwish, maar dan met nog meer pathetiek en drama. De hoofdrol in deze band is zonder meer weggelegd voor zangeres Sara Squadrini en zij kan dat gewicht aan emotie, power en details, makkelijk dragen. Niet alleen is Squadrini stemtechnisch een toptalent (groot bereik, heel helder, toonvast, …), ze weet ook perfect de juiste emotie te leggen in wat ze zingt. De rest van de band doet heel hard zijn best om niet de hele tijd in haar schaduw te moeten staan, en dat levert muzikaal vuurwerk op.
Op dit nieuwe album verkent Ancient Bards de grenzen van het subgenre dat ze voor zichzelf gecreëerd hebben. Van powermetal gaan ze naar  speedmetal, dan naar progmetal en dan naar breekbare, trage ballads, als tegengewicht voor de heldere stem van Sara en de typisce symfo-metal-koortjes komen er al eens agressieve grunts langs, in de lyrics gaan ze van Scandinavische mythes naar Japanse legendes en science fiction, … Als luisteraar moet je wel het kopje erbij houden om de verhalen te kunnen volgen. Of je kan je ook gewoon laten meedrijven door deze Italianen.  Productioneel hebben ze voor een knappe prestatie gezorgd. Elke track op zich en alle tracks onderling hangen heel organisch aan elkaar.
Enkel de laatste track springt er wat uit. Op “The Great Divine”, een song in drie delen, trekken de Italianen in het tweede deel de kaart van de groove-metal en vallen ze een beetje uit hun rol, want daar verliezen ze in alle power de zorg voor de details. Ze blinken uit in hun vertrouwde setting, maar hun opgefokte groovemetal is een beetje doorsnee. Maar toch extra bonuspunten omdat ze de risico’s niet uit de weg gaan.
Het lange wachten is niet vergeefs geweest. Maar een volgend album moet niet nog eens vijf jaar duren.

donderdag 31 januari 2019 16:00

Stay Rudel Stay Rebel

De Duitse skapunkband Rantanplan, vaagweg vernoemd naar de hond van Lucky Luke, heeft reeds tien albums op het conto, maar is in België nog niet doorgebroken. Daar zullen hun teksten in het Duits wel voor iets tussen zitten. Ze hebben best wel een kritische maatschappijvisie en een flinke dosis (zwarte) humor, maar dan moet je iets meer begrijpen dan vakantie-Duits. Nochtans is hun muziek wel heel universeel en van de bovenste plank, met blazers die zuinig maar efficiënt accenten leggen. Het zijn ook vooral de blazers die het etiket ska toevoegen aan de punkrock van deze Duitse band.
Hun tiende album ‘Stay Rudel Stay Rebel’ heeft heel catchy punk-nummers. “Maschine” doet zowel in tekst als muziek een beetje denken aan het recente werk van TV Smith, terwijl titeltrack “Stay Rudel Stay Rebel” mij doet denken aan de Belgische band Mise En Scene. “An Aus” is net iets te drammerig en heeft teveel tekst om te kunnen bekoren. Het jazzy-nightclub-achtige “Nachtzug Nach Paris” en “The Rudel” zijn dan weer te traag, waardoor de beperkte vocale kwaliteit van zanger Törben pijnlijk duidelijk wordt. Evengoed zijn er genoeg nummers waarop het plaatje helemaal klopt: “Foodporn”, “Kein Richting Heimat”, “Kill Den Spiegel” en het vrolijke “Partytrick”.
“Rudegirl From Outta Space” is een gemiste kans. Met zo’n titel hoop je op skapunk meets spacerock, met een vette uptempo-beat en breed uitwaaierende solo’s. In de plaats daarvan brengt Rantanplan je op dit nummer trage en mierzoete reggae.
Met dit album wil Rantanplan het leven in een roedel bewierroken en in dat opzet zijn ze geslaagd. ‘Stay Rudel Stay Rebel’ is een verzameling van bijten, blaffen, samen rennen, samen eten en knuffelen. Hondenfluisteraar Cesar Millan zal fan zijn.

donderdag 31 januari 2019 15:36

Big Trouble In Outer Space -single-

Retro-space-surfrock is misschien een goede omschrijving voor wat Les Robots brengen. Dit duo Nederlanders wordt live uitgebreid tot een quintet, maar in de studio doen ze het dus met z’n tweetjes op allerlei instrumenten. De single “Big Trouble In Outer Space” is bijzonder leuk, met heerlijke retro-spacegeluidjes in de mix. Dat past prima bij de retro-robotpakjes die de band aantrekt voor de liveshows. Het doet een beetje denken aan Man Or Astro-Man?, maar waar die band al eens opschuift naar andere genres en thema’s, blijft Les Robots op deze single mooi binnen de lijntjes van de surf. Wel hebben ze dezelfde opzet: ze komen uit de ruimte en de bandleden hebben retorfuturistische pseudoniemen.
“Big Trouble In Outer Space” is ook gewoon instrumentaal, zoals toen veel vaker dan nu gebeurde. Met toen bedoelen we dan de periode van de 50’s en 60’s waaraan Les Robots openlijk schatplichtig zijn, zowel in geluid en instrumenten als in songopbouw.
Het B-kantje kreeg “Whiskas Watusi” als titel. Hier geen retro-space, maar lekkere laidback/loungy popcorn-surfrock. Vermakelijk en tot in de details helemaal juist, maar net iets minder spannend dan de A-kant. Meer Booker T & The MG’s dan Dick Dale.
Eén kleine opmerking: het artwork is minder retro dan wat pakweg Man Or Astro Man? of Messer Chups doen. Je kan van mening verschillen of dat nou echt moet of niet, maar als je dan maar een beetje retro doet, komt het allemaal niet mooi uit de verf.
Dit is nog maar de tweede single van Les Robots. Een volledig album is in de maak. Wij supporteren alvast dat Les Robots de troon van Man Or Astro-Man? kan overnemen.  

donderdag 31 januari 2019 15:31

biMENTAL

De Mexicaanse band Le Butcherettes zal wel altijd een snoepje voor de kenners blijven, een curiosum waarover je kan opscheppen tegen collega-liefhebbers van afwijkende muziek. Een  doorbraak naar het grote publiek zit er niet meteen in. In 2016 stonden Le Butcherettes nog in De Kreun in Kortrijk, met een ander rariteitenkabinet (the Picturebooks) als support. De zaal was slechts half vol, maar vanwege de unaniem positieve respons kwam opper-Bucherette Teri Gender Bender, badend in het zweet en met uitgelopen make-up, na de bis-nummers iedereen  - zonder uitzondering - persoonlijk een knuffel geven.  Dat soort band is Le Butcherettes.
De Mexicanen hebben een nieuw album uit dat deze keer net iets toegankelijker is. Dat probeerden ze reeds ongeveer op vorige albums, via samenwerkingen met o.m. Iggy Pop, John Frusciante (ex-Red Hot Chili Peppers) en brulboei Henry Rollins. Deze keer pakken ze dat iets bescheidener aan, met gastrollen voor Jello Biafra (Dead Kennedys), de Chileense singer-songwriter Mon Laferte en Alice Bag (van The Bags, maar vooral een collega-feministe voor Teri). De beste zet van Le Butcherettes was echter om na drie albums Omar Rodríguez-López (van At The Drive In en The Mars Volta) uit de producersstoel te duwen en hem te vervangen door Jerry Harrison. Deze ex-Talking Head is dan wel van een andere generatie dan Le Butcherettes, hij verstaat de kunst om ‘afwijkende’ muziek toegankelijk te maken zonder dat een artiest of band zijn ziel moet verkopen.
Op het nieuwe album ‘bi/MENTAL’ krijg je als luisteraar dan ook precies dat: ‘moeilijke’ muziek die toch heel poppy klinkt en vlot binnenkomt. Dit is heerlijk rebels. Elke song gaat een nieuwe richting uit, met strakke drums en bas en Teri Gender Bender als onwelvoeglijke stoorzender op gitaar, aan de synths en achter de microfoon. Denk aan de furie en tegendraadsheid van de jongste versies van Sineaid O’Connor en PJ Harvey op een muzikaal bedje van The Gossip, David Bowie, Brian Eno en – toch wel - Talking Heads. Ook liefhebbers van pakweg de Evil Superstars zullen hier hun gading vinden.
De lekkerste brokken zitten in de eerste helft van het album. Het openingstrio met het onheilspellende “spiderWAVES” (alleen al die titel), de met metal opstartende bluesrocker “giveUP” en het stevig rockende liefdeslied “strongENOUGH” zijn om duimen en vingers van af te likken. Daar tegenover zijn “fatherELOHIM” (Blondie!) en “littleMOUSE” muzikaal niet zo overtuigend, maar toch boven de middelmaat. Eens voorbij halfweg gaat de snelheid er wat uit en dan zal het voor sommige luisteraars wel even doorbijten zijn. “struggleSTRUGGLE” maakt zijn naam helemaal waar. “motherHOLDS” kan nog net gedelibereerd worden, maar “BREATH” krijgt voor elk vak een onvoldoende, ondanks een stevig rockende finale. En “sandMan” is jammer genoeg geen cover van Metallica. Daar zouden we nochtans blij van worden: het half-verontrustende slaapliedje van James Hetfield dat door de mangel gehaald wordt door een subversieve punkrockband die niet vies is van een beetje experiment. Waar blijft dat cover-album van Le Butcherettes?

donderdag 31 januari 2019 14:56

The Grave Brothers

The Grave Brothers, uit Gent en Antwerpen, bestaan reeds twaalf jaar en zijn nu pas toe aan hun eerste volledige album. Er waren al wel een split-album met ‘Adios Pantalones’ in 2013 en een EP in 2009, maar voor het overige moesten de fans het stellen met de liveshows. Dat er zo weinig output is voor een band met een puike reputatie heeft er natuurlijk mee te maken dat de leden van The Grave Brothers tegelijk in tal van andere bands spelen, zoals Fifty Foot Combo, The Mudmen, Demented Scumcats en Speedball Jr.
Het genre dat The Grave Brothers brengen, laat zich nog het best omschrijven als cowpunkabilly. Het cow-element komt daarbij van de op alle tracks aanwezige banjo van Tijl Van Buuren die nu eens melodie en dan weer lead of solo’s toebedeeld krijgt. Om maar te zeggen dat die banjo echt wel tot het DNA van de band behoort en dat het niet even snel een sample of een gastrolletje is. Aansluitend komt er nog wat cowboy-pathos om de hoek loeren dankzij stoere drinkliederen (“Drunk” en “Blood, Beer & Fire”). Psychobilly is ook niet echt ver af (“Death Is A Gift” en “The Crow Road”) en de resterende gaten worden gevuld met flinke dosissen punk, garage, bluegrass en rockabilly.
Het moet gezegd dat deze Gents-Antwerpse band heel zorgvuldig tewerk is gegaan. Het geluid klinkt op elk moment perfect, elk instrument zit op de juiste plek in de mix en elke song heeft inzake songopbouw en lyrics meer dan voldoende vlees aan het been. Hoogtepunten daarin zijn “Snake Struck”, “Under Locks Key” en “From The Hills Up North”.
Het is dan op het eerste zicht jammer dat er ook twee covers aan boord worden gehesen, vooral als er eentje bijzit van de (softe) countryrocker Dwight Yoakam. Toch is de versie van The Grave Brothers van Yoakam’s “This Drinking Will Kill Me” inzake sfeer één van de hoogtepunten van het album. Wat ze doen met “Mother Of Earth” van The Gun Club is dan weer iets minder spectaculair, toch krijgen ze nog een pluim om die band even uit de vergeetput van de muziekgeschiedenis te halen.
Dit album is zo sterk dat het ook te genieten is voor wie doorgaans een hekel heeft aan bluegrass of psychobilly.  

Pagina 7 van 21