zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

zondag 02 juni 2019 07:01

Papier-Mâché -single-

De Brit Michael Jablonka speelde enkele jaren in de begeleidingsband van superster Michael Kiwanuka en probeert onder die vleugels uit te komen. “Papier-Mâché” is reeds zijn vijfde single dit jaar en misschien wel de beste in het rijtje. Eerder waren er “Flump” (Smashing Pumpkins meets Tame Impala), “I Found You” (een mix van neo-soul, blues en indie-pop), het grungy “Peacefully” en het dromerige “Mantra”. Die laatste single doet mij wat denken aan DaDaWaves.
Jablonka is een degelijke componist in elk van de aangehaalde genres. Op de nieuwe single “Papier-Mâché” toont hij voor het eerst (toch in die rij van singles) dat hij een heel goede gitarist is. Maar dat is niet genoeg om er een oorwurm van te maken. Daarvoor zit de solo te ver achteraan verstopt. De lyrics en de bezongen thema’s zijn een beetje doorsnee en Jablonka’s stem is eveneens een passe-partout. Toch is er een stemmetje dat fluistert dat deze Brit wel eens zou kunnen uitgroeien tot een grote artiest. Dan moet hij wel één duidelijke richting kiezen en niet steeds het geweer van schouder veranderen.

donderdag 03 januari 2019 13:33

Weslanda -single-

“Weslanda” is de nieuwe single van Tristan, het alter-ego van zangeres, songwriter en producer Isolde Van den Bulcke. Het is de voorbode van de EP ‘Delidoumia’ die in maart 2019 uitkomt.
Met “Weslanda” zet Tristan zichzelf in het rijtje van SX, Oscar & The Wolf, Uncle Wellington, Uma Chine en Wwwater. Het rijtje van donkere en tegelijk arty new urban elektropop, maar hier dan nog net iets minder dansbaar en minder vlot toegankelijk voor het brede publiek.
Tristan heeft een eigen Spotify-lijst met inspiratiesongs en die bevestigt onze vermoedens na het horen van de single: jazz in een hoofdrol, maar minder dan op de vorige EP van Tristan, en daarnaast eigenzinnige artpop zoals FKA Twigs en Dijf Sanders. Eigenlijk kan je nog verder terug in de vaderlandse muziekgeschiedenis een goed referentiepunt vinden: “Zanna” van Luc Van Acker en Anna Domino. Denk ook, voor wie oud genoeg is, aan Luna Twist, 2 Belgen en Lavvi Ebbel.

donderdag 20 december 2018 16:21

Bidole EP

Tien Ton Vuist is een rockduo dat nog niet zo heel lang aan de weg timmert en zopas zijn eerste (fysieke) EP losliet op de wereld. Op de release-show voor ‘Bidole’ in Oudenaarde klonk het duo als een huwelijk tussen de Pixies en de Black Keys, op de EP klinkt het een stukje braver, maar het blijft wel spannend. De energie en intensiteit van een optreden vertalen naar een opname in een studio is geen makkelijke klus, zeker voor een jonge band. Je moet dus een beetje tussen de lijnen luisteren om de goudklompjes op te delven.
De EP telt zes tracks en opent met “Boom Lala”. Dat openingsnummer heeft een warrige intro en heeft relatief veel tijd nodig om op gang te komen. Dan nog klinkt het niet vet/gelaagd genoeg om te knallen en blijft deze track hangen op lo-fi-grunge. Pas met de uitgang in zicht wordt het distortion-pedaal ingeduwd en dat venijn in de staart maakt nog veel goed. Eens op volle snelheid klinkt dit als Wolfmother: rauw en intens.
Knallen van in het begin doet Tien Ton Vuist gelukkig wel op het aanstekelijke “Askinguy” (asking you why) en op het vinnige “Youvegotagoodfacebutashittyattitude”, maar veel minder op “Todaywedie“ en “Schmetterling“. Hoewel ze soms wat weerhaken missen, zijn dit vier kleine bommetjes: bijzonder catchy en met heel efficiënte lyrics. Het materiaal van Tien Ton Vuist smeekt om nog meer laagjes gitaren en distortion, maar krijgt die niet altijd. Het maakt van de Oudenaardse band bijna een tweekoppig monster: vuil en smerig op het podium tegenover braaf op de opnames. Je zou ook kunnen stellen dat het spectrum van Tien Ton Vuist zich uitstrekt van Ben Folds en Phosphorescent tot Nirvana en Death From Above 1979.
Als SONS wekenlang de Afrekening van Studio Brussel kan domineren met “Ricochet” dan moet er op de Vlaamse podia ook wel ruimte zijn voor Tien Ton Vuist.
‘Bidole’ is een eerste schot voor de boeg. Genoeg om onze aandacht te trekken, maar nog niet genoeg om helemaal overstag te gaan.

donderdag 20 december 2018 16:11

Tales Of Woe

Silas J Dirge is het nieuwe alias voor één van de leden van The Information, ooit één van de finalisten van de Grote Prijs van Nederland, te vergelijken met de Rock Rally in Vlaanderen. The Information is nooit helemaal doorgebroken, maar vormt wel de basis van dit fijne album van Jan Kooiker. Hij krijgt op elektrische gitaar overigens hulp van zijn voormalige
bandmaatje Harald De Ruiter.
Silas J Dirge’s album ‘Tales Of Woe’ is een fijn, maar gitzwart album met americana en roots, aangelengd met bluegrass, country en funeral-folk. Aan elke song hangt een rouwband. Kooiker heeft een diepwarme, doorleefde stem die perfect past in het tranendal dat hij schept. Het helpt ook dat hij alles brengt zonder ‘Europees’ accent. Denk aan de soundtrack van Broken Circle Breakdown, 16 Horsepower, Willard Grant Conspiracy, Johnny Cash, Eriksonn Delcroix en Mary’s Little Lamb.
“Sirens Of The Tar” heeft een heel tastbare Johnny Cash-vibe. “Reaper” bezorgt je kippenvel of toch een onveilig gevoel. Het soundtrack-achtige “On The Train Of Aches” had op het jongste album van TGMS kunnen staan en roept herinneringen op aan de tranensongs van Hank Williams. Op “Old Scars” hoor ik zelfs een vocale uithaal zoals Roy Orbison dat vroeger deed. “Tender Eyed” heeft een heerlijk onheilspellend begrafenis-orgel als leidraad. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Save Me” en “Below And Above”.
https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=OPO__EuVV3Y

donderdag 20 december 2018 16:06

Losing Form

Als je met referenties aandraaft als PJ Harvey en Tori Amos moet je dat natuurlijk ook kunnen waarmaken. Zangeres-celliste Polly Panic doet een poging die bijna doel raakt. Laat ons zeggen dat haar album ‘Losing Form’ een voorzet is waarbij elke supporter de adem inhoudt, maar dat de bal toch net over het doel zweeft.
Polly Panic maakt het zichzelf ook niet makkelijk, met enkel haar stem en haar cello en met dan nog zuinig wat drumwerk. Uit haar cello puurt deze Amerikaanse hele bergen emotie en ook haar teksten klinken heel doorleefd. Op de zowat akoestische songs van ‘Losing Form’ (“Annie”, “Beggar Rose”, “Precious”, “Twisted Up”, …) komt ze inderdaad in de buurt van Tori Amos, maar Polly Panic vergeet om de luisteraar echt de song in te sleuren met een knappe compositie of een refrein dat je in je ziel treft. Haar vuur brandt ook niet zo hard als bij de jonge PJ Harvey ten tijde van “Sheela-Na-Gig”.
“Purpose” heeft een murderballad-vibe die me doet denken aan “Diane”, zowel in de versie van Therapy als in die van Hüsker Dü.  “The Sidepiece” roept herinneringen op aan het Franse RoomMe en aan het Belgische The Girl Who Cried Wolf, twee referenties die eigenlijk doorheen het hele album opduiken.
De luisteraar mee de song insleuren lukt al beter op titeltrack “Losing Form” en ook op “Hollows” en “To The Bone”, tracks waarop ze haar cello als een elektrische gitaar (met een klein leger aan effectpedaaltjes) laat klinken en uitkomt in de slipstream van Morphine. Dan heeft ze mijn aandacht wel. Maar drie sterke nummers zijn niet genoeg om een volledig album te dragen.

donderdag 20 december 2018 16:00

XVII

Op ‘XVII’ van NONN zijn de jaren ’80 helemaal terug. Ritmes uit de hoogdagen van de coldwave en de synthpop, zelfs heel herkenbare drumcomputers, diepe baslijnen, die typische songopbouw, de ijle gitaarsound, … het hele plaatje klopt en roept herinneringen op aan de begindagen van Front 242, Neon Judgement en Poésie Noire. Suicide is ook een beetje een referentie. Soms gaat het wat meer in de richting van industrial en drone, maar de geest van de jaren ’80 blijft telkens intact.
Alleen tekstueel mangelt er een en ander bij NONN. Niet zozeer de monotone, zeemzoete fluisterzang is het probleem, wel dat je nergens duidelijk te horen krijgt waar de nummers over gaan. Dat was in de jaren ’80 wel anders. Met die fluisterzang krijg je ook geen refrein of catchfrase die zich echt in je hoofd nestelt.
NONN twijfelt op dit album tussen pop en underground. In pop-nummers als “Pray” en “Believe” zijn ze degelijk, maar ook inwisselbaar met de betere synthpop. Als ze meer naar de underground-sound gaan, zoals op “Beyond”, krijgt NONN ook meer een eigen gezicht.
De beste momenten van deze ‘XVII’ zijn de catchy single “Clear”, de coldwavetrack “Hide” en de industrial-stamper “Where”. “Reach” is heerlijke moderne postpunk die ook op het album van Whispering Sons had kunnen staan, maar mist net als wel meer tracks op dit album een eigen gezicht. Nog wat schaven en schuren en het volgende album van NONN zal er boenk op zijn.

donderdag 20 december 2018 15:55

X

Matches is een Duitse band die het midden houdt tussen postpunk en fuzzpunk. Het tempo van punk, de fuzz in de overall sound en de weemoed in de teksten. Hoewel je met dit recept doorgaans in de donkere jaren ’80 uitkomt, klinkt Matches op ‘X’ heel erg bij de tijd.
De gitaren klinken als die van Red Zebra, maar dan met nog meer galm en distortion, richting de shoegaze van de Jesus & Mary Chain. De drumritmes duwen deze band dan toch in het vakje van de punk en zelfs posthardcore. Het analoge geluid en de eenvoud van de opnames lijken dan weer uit een genre als garage te komen. Is Matches daarmee dan een poging om van verschillende walletjes tegelijk te eten? Het is maar hoe je het bekijkt. Voor de die-hard-punkfan zijn de nummers op ‘X’ vast te soft. Omgekeerd zal de gemiddelde fuzzrock-liefhebber zijn neus ophalen voor het hoge tempo en zal de doorwinterde postpunkfan het misschien na een paar nummers al opgeven. Het kan met andere woorden alle kanten op.
Wat in dit verhaal wel als een paal boven water staat, is dat deze Duitse band meer kan dan een juiste sound neerzetten. De nummers lijken eenvoudig, maar zijn heel efficiënt in opbouw en timing. Ook de refreinen zijn herkenbaar en meezingbaar. ‘X’ heeft niet echt nummers die erbovenuit steken, maar als je deze band wil ontdekken, begin dan misschien bij “Lost” en “Let Go”.
https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=AorDqKCrQRs

donderdag 20 december 2018 15:49

De Boerdrie Tapes: 1998-2002

Sinds de doorbraak van Het Zesde Metaal wordt zowat alle pop en rock in het West-Vlaams doodgeknuffeld, maar de bands die eerder (mee) aan de kar gesleurd hebben, worden al eens vergeten.
Gèsman is één van die bands die al lang en nog steeds hun weerbarstige americana aan de man brengen vanuit het Texas van Vlaanderen en in het Kortrijks. Hun eerder dit jaar uitgebrachte album ‘Olput Blues’ was een eerste stap naar eerherstel. Voor hun oudere albums heb je al wat speurwerk nodig, maar Mayway Records maakt het ons alvast gemakkelijk met ‘De Boerdrie Tapes: 1998-2002’, een soort van handleiding of overzichtstentoonstelling van het vroegste werk van Gèsman, van de periode vóór hun eerste officiële release. Deze Boerdrie Tapes worden enkel digitaal uitgebracht, maar dat mag de pret niet drukken.
Het is een verzameling van wat we vroeger demo’s noemden: nog geen definitieve versies, geen perfecte opnames, veelal akoestisch met enkel zang en gitaar. Zo staan er demoversies op van Gèsman-klassiekers als “Mathieu” en “Lattet An U Erte Kom’n” van het debuutalbum ‘Slich Van ’T Eten’ uit 2004. “Buenas Tardes Amigo” van Ween wordt in de versie van Gèsman het droefgeestige “Ei Doa”. “Fucking With My Head” van Beck wordt bij Gèsman het hilarische “Kerstdag In Min Uoft”. Dat laatste is echt helemaal zo’n nummer dat zich voor lange tijd tussen je oren nestelt. Zeg niet dat we U niet gewaarschuwd hebben. En zo weten we bovendien waar deze fijne band de mosterd haalt.
Het is niet al goud wat blinkt op deze ‘Boerdrie Tapes’. Aan “Meiskes” is zowel muzikaal als tekstueel nog wat schaaf- en schuurwerk, net als aan “Zwoare Combinatie”, maar je merkt wel reeds de klasse van deze band. Andere nummers kunnen dan weer meteen op een album, mits de strenge hand van een producer en een degelijke mix. Het vaag naar Gorki ruikende “Indioan’ is er zo een. Of “Mr. Vervaeke”. Of het spacerockende “Ip Boane Ut Space”. Alvast drie parels die we nog eens in hun volle glorie willen horen op een volgend album van Gèsman.
“Spekke” is geen lied, maar een minutenlang aangehouden, hopelijk verzonnen verhaal over de ontstaansgeschiedenis van de band. Die zwarte en toch kwajongensachtige humor, die ook dik aangezet in de andere nummers van deze ‘Boerdrie Tapes’ zit, hebben we een beetje gemist op ‘Olput Blues’.
https://open.spotify.com/album/7ANdIZEE4PzRY8Fd1DGVHb?si=20OeYjYDQpuxR2LSJWgptg

donderdag 20 december 2018 15:41

Eye On You -single-

Front Line Assembly was vorige zomer één van de toppers op het W-Festival. Eén van de andere top-acts daar was de Deutsch-Amerikanische Freundschaft (DAF) van Robert Görl. Of de samenwerking in Amougies afgesproken is, dat zouden we eens moeten vragen, maar feit is dat Görl meedoet op “Eye On You”, de nieuwe single van Front Line Assembly.
De single is de voorbode van het album ‘Wake Up The Coma’ dat ergens begin 2019 uitgebracht zal worden. In de album-mix is “Eye On You” vintage Front Line Assembly, ondanks de medewerking van Görl. FLA en DAF liggen overigens muzikaal niet zo gek ver uit elkaar. De gitaren werden in 2012 opgeborgen en het ziet er niet naar uit dat ze voor ‘Wake Up The Coma’ opnieuw bovengehaald zullen worden. Dit is ebm volgens het boekje, lekker old school.
Bij de single horen nog twee remixes, zonder zang, zo gaat dat tegenwoordig. Terence Fixmer gooit er wat extra dansbare beats tegenaan, maar kan het geen zes minuten spannend houden. Orphx neemt het risico om het nummer nog één minuut verder op te rekken en kampt met hetzelfde probleem: dansbaar dat wel, maar ergens halfweg zullen de meesten al afgehaakt hebben.

donderdag 20 december 2018 15:34

My Cake -single-

Cocaine Piss is inmiddels een gevestigde waarde in noise en smerige punk. Reviewers dachten bij hun debuut dat de nieuwe Sonic Youth was opgestaan. Live zorgen die van Cocaine Piss voor veel ongeleide energie en vervelend wordt het nooit. Het album dat ze opnamen met de legendarische producer Steve Albini krijgt binnenkort een vervolg, met alweer Albini achter de knoppen, maar de vooruitgestuurde single “My Cake” belooft niet veel goeds.
“My Cake” duurt amper 45 seconden en omvat vooral het hysterische geschreeuw van de zangeres dat iedereen van haar cakeje moet blijven en een paar ‘fucks’ als bonus. Niet dat wij moeilijke mensen zijn en wij houden zelfs van stronteigenwijze singlekeuzes, maar het mag toch net iets meer zijn. Heel even dacht ik nog dat dit een verkapte MeToo-boodschap was, maar ik vrees dat dat te mainstream is voor Cocaine Piss en dat ze al zeker niet de moeite zouden nemen om zoiets te verbloemen tot ‘touch my cake’. Bovenop de tekstuele leegte komt nog dat deze track ook muzikaal weinig voorstelt. Intens en overlopend van energie? Of het muzikale equivalent van een vuurpijl afschieten?
B-kantje “Pretty Pissed” is beter. Niet omdat het nummer bijna de anderhalve minuut haalt, maar omdat er muzikaal en inhoudelijk iets gebeurt in dit nummer. Het belangrijkste pluspunt is toch dat we hier wel het gevoel hebben dat we naar een ‘compleet’ nummer luisteren. Toch, Sonic Youth is nog ver weg.
Er is ook goed nieuws. Cocaine Piss heeft de gewoonte om oud werk te laten ‘herinterpreteren’. Wat de Luikse Party Harders gemaakt hebben van “Inner Unicorn”, daar worden wij (zelfs als rabiate gitaarliefhebbers) nu eens meteen vrolijk van. Als dancetrack is dit geheid een floorfiller, met een heel knappe songopbouw. Djohndoe’s remix van “Treehouse” leunt dan weer sterk aan tegen de weerbarstige noise van het origineel, maar in OTON’s remix van “Pinacolalove” worden de dansschoenen opnieuw aangetrokken. Er is dus nog hoop.
Mocht dat nieuwe album van Cocaine Piss niet zo schitterend zijn, kan deze band nog even verder als muze voor de nationale elektro-scene.

Pagina 9 van 21