zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 29 november 2018 12:11

The Legacy Of Atlantis

De nog relatief onbekende Russische metalband Imperial Age staat hoog aangeprezen bij Christopher Johnsson en Thomas Vikstrom van het veel bekendere Therion. Zij namen de band uit Moskou al een paar keer mee op tournee en zowat de helft van Therion speelt ook mee op het nieuwe album ‘The Legacy of Atlantis’.
Imperial Age werd in 2012 opgericht door Alexander Osipov en Jane Odintsova. De band kende reeds veel verschillende samenstellingen, maar Alexander en Jane zijn samen met zangeres Anna Moiseeva de vaste waarden. Producer van dienst was Sergei Lazar (bekend van Arkona). Het Moscow Conservatory Chamber Choir speelt een belangrijke rol op het nieuwe album. De gastmuzikanten op het album zijn o.m. Nalle Pahlsson, Christian Vidal en Thomas Vikstrom van Therion. Dat is niet te verwonderen. Op het moment dat Therion die van Imperial Age meevroegen op de tournee van dit jaar, bestond Imperial Age nog slechts uit Alexander, Jane en Anna. Maar er waren al ideeën voor een album en die hebben ze samen met het trio van Therion opgenomen (voor de shows werd inmiddels een nieuwe band bij elkaar gesprokkeld). En ‘The Legacy Of Atlantis’ komt uit bij Adulruna Records, het label van Christopher Johnsson.
‘The Legacy Of Atlantis’ is dus duidelijk schatplichtig aan de en symfonische operametal van Therion. Theatraler dan pakweg Within Temptation of Epica. De compositie en de focus op de vrouwelijke en mannelijke stemmen en koren zijn prima te vergelijken met de aanpak van Therion. De Russen voegen er natuurlijk nog wat extra bombast (wat wij hier eerder als kitsch zouden omschrijven) aan toe, net als die typisch Slavische weemoed en melancholie en donker drama. Dat aanhouden van die bombast maakt het op een volledig album wat eentonig, maar het is nog net verteerbaar. Een aantal tracks hebben flink wat power en tempo, maar deze band voelt zich vooral thuis in vals-trage powerballads en midtempo-tracks. Het hele album heeft één thema en verhaal, maar je kan ook gewoon ‘zonder handleiding’ luisteren.
Imperial Age was al verschillende keren te zien op Belgische podia, als support van Therion en Orphaned Land, en voor volgend jaar kondigen ze hun eerste tournee als headliner aan. België staat voorlopig nog niet op de agenda, maar ze komen wel naar het heel nabije Lille (net over de grens met Frankrijk) en na die show staan nog een aantal data open. Het kan nog.

Nits, vroeger The Nits, kwamen in Sint-Niklaas hun jongste album ‘Angst’ voorstellen. Ondanks hun palmares met een lange reeks radiohits doen ze dat heel bescheiden, on-Nederlands bescheiden. In plaats van ‘Angst’ integraal te spelen en dan een paar hits in de bisronde, voeren ze het publiek al van bij het begin van het concert enkele klassiekers. Zo blijft iedereen bij de les, band en publiek.

Geen voorprogramma voor Nits in De Casino, wel een begeesterde ode in dichtvorm aan een band die al zoveel watertjes heeft doorzwommen. Is dat een dichtende Jan De Smet van De Nieuwe Snaar die zich verbergt onder die hoed? Het moet wel bijna. Enkel een generatiegenoot kan de essentie van een andere dinosaurusband treffend in enkele woorden en halve zinnen vatten.

Het Nederlandse trio stapt met weinig omhaal en blije gezichten het podium op. Henk Hofstede zit strak in het pak, met een kraaknet wit hemd tot helemaal het bovenste knoopje toegeknoopt. Als een deftige heer op weg naar de zondagmis, geen greintje rock ’n’roll. Ook toetsenist Robert-Jan Stips en drummer Rob Kloet zien er stilaan eerder uit als een stel gezellige opa’s die hun dagen vullen met in de schuur te sleutelen aan een oude brommer. Nits hebben niks meer te bewijzen, maar het spelplezier druipt van de nieuwe nummers uit ‘Angst’ en het enthousiasme is zelfs op het einde van deze langgerekte tournee, die vorig jaar in december begon, nog bijzonder groot. Ze zijn nog lang niet toe aan het bejaardentehuis.
Nits zetten in Sint-Niklaas in met “Oom Pah Pah” en laten dat meteen overlopen in “Les Nuits”.  Twee vrolijk stuiterende artpopnummers die al langer op de playlist prijken. Beetje industrial, beetje jazz, beetje Zappa en toch pop. Dan pas het eerste nummer uit ‘Angst’: “Flowershop Forget-Me-Not”, veel klassieker van structuur en arrangementen dan die eerste nummers. Meer aansluitend bij ‘Urk’ dan bij ‘Ting’. Hofstede neemt bij elk nieuw nummer uitgebreid de tijd om de context te duiden, zonder dat dat de vaart uit de avond haalt. Als je al sinds 1974 op de planken staat, kan je inderdaad perfect inschatten hoeveel praatjes een publiek kan hebben.
Het publiek van vooral veertigers en vijftigers krijgt daarna een eerste hit: “JOS Days”. Maar dan in het Nederlands. Ook het arty “Soap Bubble Box” wordt nog steeds met applaus onthaald bij de eerste noten. Daarna dreigt het even mis te lopen. De lang aangehouden hoge noten in “Nescio” lijken net een brug te ver voor de zanger in Hofstede en het publiek neemt niet spontaan die langgerekte noten over. Zonder het nummer oneer aan te doen, maakt Hofstede er toch nog iets moois van. Het helpt natuurlijk dat de toetsen van Stips en de drums van Kloet wel nog feilloos aansluiten bij de herinnering van de fans.
‘Angst’ wordt uiteraard de hoofdmoot van de avond. Als het Vlaamse publiek gerustgesteld is dat de Nits-hits niet zullen ontbreken, wordt een salvo nieuwe nummers afgevuurd: “Yellow Socks & Angst”, “Radio Orange”, “Lits-jumeaux”, “Along A German River”, “Two Sisters” en “Cow With Spleen”. De reeks wordt enkel onderbroken door het ‘oude’  “Sketches Of Spain”, het enige nummer waarvoor de elektrische gitaar wordt omgegord. De inspiratie haalden die van Nits bij Elvis in Duitsland, Rudi Carell, de Avro, familieverhalen over de oorlog, de Beatles. Een beetje typisch aan ouder worden is dat de verhalen van vroeger belangrijker worden. Ook het net iets oudere publiek in De Casino laaft zich aan die herinneringen. En aan de radiohits van The Nits: de new wavepop van “Cars & Cars”, de mariachi van “No Man’s Land” en de artpop van “A Touch Of Henry Moore” bouwen op naar de finale. Nog één nieuw nummer (“Pockets Of Rain”) en dan wordt de set afgesloten met het bulderende “Port Of Amsterdam”, waarvoor Hofstede de grote trom van de hoes van ‘Urk’ nog eens bovenhaalt en Kloet vooral in volume naar de kroon steekt.
De bisronde wordt voor Nits een drietrapsraket. Eerst worden nog braafjes “Zündapp Nach Oberheim” en “Giant Normal Dwarf” voorgeschoteld.
Daarna komen ze nog een tweede keer terug voor een langgerekte versie van “In The Dutch Mountains”, een nummer dat nog niets van zijn intensiteit verloren heeft. Het publiek neemt intussen spontaan de langgerekte noten over van Hofstede, wat ze ook al deden bij “Sketches Of Spain”.  De derde toegift wordt het meesterlijke “Adieu Sweet Bahnhof”. Fantastisch om te zien hoe een band nog met volle overgave een nummer kan brengen dat ze al duizenden keren hebben ‘moeten’ brengen. Hoe ze daar nog steeds van genieten, en niet alleen omdat het publiek het leuk vindt, maar omdat ze het zelf nog altijd een uitstekend nummer vinden.

Deze Nits kunnen nog wel een tijdje mee. Ze zijn als wijn die rijpt: de smaak wordt ronder (minder uitschieters), maar vooral intenser. De nieuwe nummers liggen mooi in het verlengde van hun beste albums, ook al halen ze vandaag minder vlot de nationale radio. Het is vooral jammer dat de twintigers en dertigers afgehaakt hebben voor de Nits. Zo zullen we de sporen van deze fantastische band niet terughoren in de popmuziek van vandaag en morgen. Dan moeten de veertigers en vijftigers maar zelf hun albums van (The) Nits doorgeven aan de volgende generaties. Of ze met een smoes meelokken naar dat volgende optreden van de Nits.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/173
Organisatie: De Casino

donderdag 22 november 2018 16:08

Mathilda -single-

LeWis (Louis De Roo) heeft muzikaal al een lang parcours afgelegd en dat hoor je in zijn nieuwe single "Mathilda". Op het eerste gehoor past hij in het rijtje zoetgevooisde jongemannen waar we eerder Milow, Milo Meskens en Mooneye ondergebracht hebben. Of als we buiten de landsgrenzen gaan kijken: George Ezra en Bastille. Maar er is meer. Deze “Mathilda” is heel matuur in de arrangementen en songopbouw, waardoor alles ook net iets langer blijft hangen. Ook de lyrics getuigen van een combinatie van talent, ervaring en het je laten omringen met de juiste mensen.
Het is bovendien een heel raak gekozen single, want een beetje relationeel drama in een ballad van een knappe jongeman doet het tegenwoordig goed. Er kan maar weinig fout gaan met de carrière van LeWis.
Singles als deze smeken om opgepikt te worden door Radio 1, Radio 2 of zelfs Studio Brussel en ook Spotify zal ongetwijfeld voor de bijl gaan. Is het niet met deze “Mathilda” dan wel met één de volgende singles.
https://www.youtube.com/watch?v=WrlWakXAv6Y

donderdag 22 november 2018 16:05

Autumn Skies EP

Het Gentse label Vuilbak grossiert doorgaans in ambient en experimentele muziek, maar brengt regelmatig ook knappe lo-fi uit. Zopas is er de EP 'Autumn Skies' van singer-songwriter Sleath.
In de goede Vuilbak-traditie krijg je hier ongepolijste 'slaapkamer-opnames' van een artiest die nog zijn weg zoekt, maar die hebben hun charme. Sleath heeft niet veel meer nodig dan zijn stem en een akoestische of elektrische gitaar en met beide weet hij de juiste accenten te leggen. Zodanig dat de percussie op het voorts prachtige “Blue Monochrome” eerder stoort dan iets toevoegt. Op de Red House Painters-cover “Uncle Joe” klopt het plaatje met de percussie wel.
“The Last Twist Of The Knife” heeft een lekker psychedelische gitaar-outro die nog te vroeg afgebroken werd. Het parlando op “Survival Kitten” enerveert meer dan het scoort. Het is vooral op titeltrack “Autumn Skies” dat Sleath een grote onderscheiding haalt, met een outro die doet denken aan REM in hun begindagen.
Deze EP doet in zijn doodeerlijke aanpak een beetje denken aan het Hitchhiker-album van Neil Young, aan de jonge Lou Reed, Fred Abong, Dee Calhoun of – dichter bij huis – Pauwel De Meyer. Als songwriter moet Sleath nog een stuk groeien en nog eelt op de ziel kweken. Er is nog wat schaafwerk aan de lyrics, maar ik kijk uit naar wat deze Sleath zou doen met een volledige band, voldoende studiotijd en de strenge hand van een ervaren producer.

donderdag 22 november 2018 16:01

Murder Style -single-

Blak Juju werd in 2015 opgericht door Dirk Jans (drummer bij De Mens en Brasseur), zangeres Sibyl Jacob (Moiano, DJ4T4, Buscemi) en DJ Dirk Swartenbroekx. Later werd de band aangevuld met zanger/rapper TD Rankin (Steve Emmanor en Buscemi) en bassist Ben Brunin (Vive la Fête, Isolde et les Bens). De bandnaam telt één ‘c’ minder dan Black Juju, de song van Alice Cooper en de naam van een Griekse doommetalband.
Blak Juju focust in de eerste plaats op stomende liveshows waarbij dub, reggae, electro en EDM op originele  en exotische wijze  blenden tot een oververhitte dansvloer.
Volgend jaar komt er een volledig album, maar nu is er reeds de single “Murder Style”, met een Buscemi die het groepsgeluid zeker niet overheerst. Het zijn de muzikanten en de zanger en zangeres die hier de show stelen, anders dan op de eerste tracks die op Bandcamp gezet werden. “Murder Style” klinkt alsof het in Jamaica opgenomen werd en is dansbaar van begin tot eind. Positif vibes all the way. Als alle tracks van dat komende album dit niveau halen, zal het inslaan als een bom.
https://www.youtube.com/watch?v=4VveExVYWxc&feature=youtu.be

donderdag 22 november 2018 15:53

Flesh & Bones

Heavymetalband Hell City haalt hard uit met het comeback-album ‘Flesh & Bones’. Over de term comeback kan je wat discussiëren, maar deze Limburgers hebben toch een tijdje stilgelegen na het onverwachte overlijden van hun (vorige) bassist. Dat gegeven had de basis kunnen zijn voor een flinke dosis melodrama, maar de band koos ervoor om Michael Konovaloff in de eerste plaats te eren met een sterk album. Een keuze die op zich al ons respect verdient.
Op ‘Flesh & Bones’ is het enthousiasme om muziek te maken bijna tastbaar. In vergelijking met de vorige albums van Hell City is dit een pak zwaarder en agressiever en daar is drummer Tommy Goffin verantwoordelijk voor, die met zijn grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle Nivelle. Enkel op de relatief korte anti-Trumptirade “Bogus Potus” zijn de grunts de leadvocalen. Ook de andere bandleden presteren hier bovengemiddeld sterk.
Een aantal tracks steken er bovenuit: de singles “Your Darkest Hour” en “Supernatural”, het vinnige “Me My Enemy” en de epische titeltrack “Flesh & Bones”. Inzake songopbouw, lyrics en speeltechniek moet de vernieuwde bezetting van Hell City geen lessen meer krijgen en met een sterproducer als Dan Swanö kozen band en label voor topkwaliteit.
Met dit album kan Hell City opnieuw meespelen in de Europa League van de heavymetal.  

donderdag 22 november 2018 15:50

Sunshine Rock -single-

De single “Sunshine Rock” van Bob Mould is de voorloper van het gelijknamige album dat begin volgend jaar uitgebracht wordt. Bob Mould kennen we nog van Hüsker Dü en Sugar en van zijn solowerk. Hij verhuisde in 2015 naar Berlijn en dit is het eerste album sinds de Amerikaan in Duitsland woont.
De nieuwe single sluit aan op dat van Sugar ten tijde van ‘Copper Blue’ en van zijn vorige solo-album ‘Patch The Sky’: veel energie en snelheid en luide gitaren met die typische Mould-sound en -akkoorden. De gitaar overstemt het meeste van de lyrics, maar je weet dat het ondanks de zonnige titel waarschijnlijk niet over bloemetjes en bijtjes zal gaan.
Hoewel … deze single klinkt een stuk minder donker dan de gemiddelde track op ‘Patch The Sky’. Er zitten deze keer wat strijkers in en dat zijn we nog altijd niet gewoon bij Mould’s muziek, maar hier storen ze niet. Ongewoon zomers voor een rabiate treurwilg als Bob Mould. Benieuwd of hij de zon kan laten schijnen over een volledig album.

donderdag 22 november 2018 15:11

Mean Phases

King Dick is een ongeleid synthpop-projectiel met o.m. roots in de Antwerpse jazz-scène. Als King Dick gaat Wim De Busser aan de slag met vooral eighties-elektronica en stemvervormers en voorts zowat alle elementen van een klassieke rockbandbezetting. Het resultaat op ‘Mean Phases’, het vierde album van King Dick, is een homogeen klinkend knip-en-plakwerk dat in de meest poppy rockmomenten doet denken aan het vroege werk van Beck en Eels.
In de Lage Landen zou ik verwijzen naar Pascal Deweze’s ‘Cult Of Yes’, naar LR Flores ‘Sportsmen In Doubt’ of naar My Baby’s ‘Mounaiki’. Tegenover al die referenties is King Dick op dit album evenwel heel wat naïever, vaak kwajongensachtig en vooral minder gepolijst. Alles wordt bewust lo-fi gehouden en ideeën worden met opzet niet of weinig uitgewerkt, of zo wil King Dick het toch laten overkomen. Alsof je naar een demo luistert die nog een eindmix moet krijgen. Gladde en platgeproducete synthpop hebben we al in overvloed, dat klopt. Maar je moet dus wat stof wegblazen om de pareltjes te zien op ‘Mean Phases’.
Het sterk aan Air schatplichtige “Puppy Love” is zo een pareltje. Eentje dat je bovendien nog redelijk makkelijk als parel herkent. Andere ruwe edelstenen vergen al wat meer aandacht en luisterervaring, zoals single “Prayer” en voorts de psychedelische mantra “Pale White Moon” en “Baby Needs Love”. Hoewel alle elementen aanwezig zijn om dansbaar te zijn, is het in dat verband vaak een verhaal van ‘net niet’ op ‘Mean Phases’.
En ook niet elke track op dit vinylalbum kan helemaal overtuigen. Een paar keer verdenk ik deze Koning Lul ervan dat het concept, de formule van de song belangrijker was dan het resultaat. Maar misschien zie of hoor ik dat volledig verkeerd.

donderdag 22 november 2018 15:07

Spider In My Beer And Other Songs

De Amerikaanse band Stop Calling Me Frank is de ultieme reïncarnatie van pubrock, een genre dat nochtans onmiskenbaar Brits is. Zowel in de muziek als in de lyrics is dit één grote ode aan cafébezoek, dronken rockdromen en toogpraat. Hun muziek is die die daar het beste bij past: easy going rock ’n roll zonder veel franjes: beetje rhythm’n blues, beetje punk, beetje rockabilly, beetje soul. De enige vreemde eend in dit verhaal is de saxofoonspeler, die op zijn eentje deze pubrock vijftig extra tinten kleur geeft. Het is het eerste studiowerk van de band in meer dan 30 jaar, terwijl de bandbezetting nauwelijks wijzigde.
Zelf geven ze aan dat ze de mosterd halen bij Stax, Motown, Ramones, the Mighty Mighty Bosstones en the Real Kids. Wij horen vooral echo’s van The Smithereens, The Fratellis, Dr. Feelgood, Eddie & The Hot Rods, Treat Her Right en Morphine (die sax, natuurlijk).
Op het eerste gehoor is dit een album met weinig muzikale ambitie. Pas na een paar luisterbeurten begin je te beseffen hoe vernuftig deze puzzelstukjes aan elkaar hangen en met hoeveel métier dit in elkaar gebokst werd. Eenvoud en efficiëntie zijn de sleutelwoorden: geen noot te veel en net genoeg akkoorden om catchy te zijn. Tegenover die door ervaring aangescherpte compositie-kwaliteiten zijn de lyrics eerder lichtvoetig en de grapjes goedkoop. Liever hadden we hier een tekstschrijver gehad die zich kon meten met Nick Lowe, Warren Zevon of de jonge Elvis Costello, drie namen die in hun vroegste werk niet zo heel ver van de pubrock stonden, maar Stop Calling Me Frank geraakt tekstueel niet verder dan het niveau van Kid Rock, Sheryl Crow en (heel soms) Tenacious D.
De nummers waarop alles op zijn plaats valt, zijn “Gimme Life”, “My Baby Is An Ax Murderer From The State Of Wisconsin”, “Beat That Dog”, “Drinking After Work” en “5.000 Miles”.
Stop Calling Me Frank brengt rock die je het beste kan horen met een frisse pint in je hand. Haal deze band naar Europa voor een tournee langs kleine zaaltjes en grote cafés. Succes verzekerd.

donderdag 15 november 2018 20:42

Lonely Giant -single-

“Lonely Giant” is na “Screens” de tweede single van Uma Chine (ofwel Human Machine). Over de debuutsingle schreven we dat het zomerse, gelaagde en psychedelische elektronoisepop was. Met “Lonely Giant” kunnen we zowel bevestigen als schrappen. Zomers en psychedelisch zijn hier minder van tel. Gelaagd en elektronoisepop blijven over. Het gelaagde zit niet enkel in de muziek, maar nu ook duidelijker in de soms engelachtige driestemmigheid.
Op deze tweede single schuift Uma Chine meer op in de richting van SX en Uncle Wellington. Iets donkerder dus en minder dansbaar.
Ze worden vergeleken met Twin Peaks-componist Angelo Badalamenti en dat duistere en mysterieuze hebben ze nu nog wat dikker in de verf gezet. De sfeer zit goed, alleen kan de songopbouw niet helemaal overtuigen.
https://www.youtube.com/watch?v=fGesRWAYywY

Pagina 10 van 21