logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Vive La Fête - ...
DIIV 6-03-2024
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 18 oktober 2018 14:17

Subtle Science (single)

Sun Gods tekende deze zomer bij het Kortrijkse label MayWay Records. De eerste (digitale) single is "Subtle Science". Pas in het najaar van 2019 komt er een volledig album.
Sun Gods komt niet uit het niets. Aan de basis van deze band ligt Barefoot And The Shoes. Eén van de bandleden is Vincent Lembregts die ook in Chackie Jam en Glints speelt.
Sun Gods zit een beetje in hetzelfde straatje als de landgenoten van Portland, Milo Meskens, The Bony King Of Nowhere, Douglas Firs en Mooneye: prachtige, licht-melancholische dreampop met een mooie stem die helemaal in de spotlight gezet wordt. Die van Brent Buckler heeft op “Subtle Science” zelfs nauwelijks begeleiding nodig. De band kleurt prachtige herfst-pasteltinten, maar blijft netjes op de achtergrond.
Het label geeft nog Peter Gabriël en The War On Drugs mee als referenties, maar op deze single komt dat er nog niet helemaal uit. Bon Iver en Daniel Lanois horen we dan weer wel. Of Strand Of Oaks, of Beach House. Of Smith & Burrows (met Tom Smith van de Editors).
Eén single is nog wat weinig om een oordeel te vellen over het talent of het potentieel van deze Sun Gods, maar dat deze “Subtle Science” al opgepikt werd door radiozenders in Vlaanderen, Nederland en Mexico, geeft al aan dat er iets mooi te verwachten valt. Het najaar van 2019 is nog lang wachten. Hopelijk wachten deze Vlaamse zonnekinderen niet zo lang om nog zo’n bloedmooie single op ons los te laten.

donderdag 18 oktober 2018 14:11

Hail To The King

Riven is de funeral-doomband van de Antwerpenaar Tom Mesens. Het is een beetje een experimentelere vorm van doommetal, met veel minder aandacht voor het metalaspect dan bij pakweg Iron Man. In de plaats komen violen, kerkorgels en piano heel prominent op het voorplan. En heel diepe grunts. Die lijken van nog dieper te komen dan de onderbuik. Het is een soort guturale grind-ruis die als een deken over de muziek gelegd werd.
Het debuutalbum ‘Hail To The King’ bevat drie tracks van elk zowat een kwartier lang. Ondanks dat er niet wordt opgebouwd naar één of meer punten, blijf je als luisteraar wel gefascineerd door deze slepende, zeurende doom, die soms naar de drone-metal van Sunn O))) lijkt te willen opschuiven.
Inzake compositie zijn de drie tracks elkaar waard, al is er een lichte voorkeur voor “The Bells Sound Once More”. Mesens heeft elk instrument een moment om te schitteren, alleen de drums hadden nog wat meer aandacht en liefde verdiend bij de opnames en in de productie (mix).
Dit is niet weggelegd voor de gemiddelde rock- of metalliefhebber, maar wie een beetje moeite wil doen en zich hier kan aan overleveren, krijgt er een fascinerende trip voor in de plaats. Wie er voor openstaat, kan altijd eerst eens de Bandcamp- of Spotifypagina van Riven checken. Als richtingaanwijzers zou ik Gateway, Svarthart, Eye Of Solitude en Mournful Congregation naar voren schuiven.

zaterdag 13 oktober 2018 13:11

Tien Ton Vuist: tien ton adrenaline

Tien Ton Vuist stelde zopas zijn eerste, in eigen beheer uitgebrachte EP voor in zaal Harmonie in Oudenaarde. Het duo speelde zo goed als een thuismatch en had het café-orkestje 't Kliekske aangezocht om het publiek op te warmen. Misschien om het contrast duidelijk te maken tussen het verleden en vandaag of om te koketteren met Oudenaarde als ingedommeld provinciestadje. Behalve die bedenkingen voegde ’t Kliekske weinig toe aan de avond.

De breuk met het verleden werd door Tien Ton Vuist nog eens opgerakeld door als openingssong “I’m On Fire” van Bruce Springsteen door de mangel te halen. Later in de set gaven ze dezelfde weinig respectvolle behandeling aan “American Woman” van de Guess Who. Om maar te zeggen dat het Oudenaardse duo al eens graag tegen de schenen schopt. “Where Is My Mind” van de Pixies werd dan weer wel met veel respect gebracht. Maar het gaat bij een EP-voorstelling natuurlijk in de eerste plaats over de eigen nummers.
De EP werd ‘Bidole’ gedoopt en twee nummers ervan, die de band eerder reeds opname en online plaatste, zaten helemaal vooraan in de set in de Harmonie: “Youvegotagoodfacebutashittyattitude” en “Askinguy” (asking you why). Als visitekaartjes voor Tien Ton Vuist zijn die beter dan de eerder vermelde covers. Ruige rock met weinig compromissen, grungy, overlopend van energie, uptempo en toch plaats voor nuances en details in de intro’s en de rustiger stukken. “High-Low”, “Best Plan Ever” en “Peaks And Valleys” doen wat denken aan SONS, die andere jonge en brutale rockband uit Vlaanderen. Net zo catchy en toch met genoeg weerhaken om het publiek bij de les te houden. Bovendien smokkelen ze bij Tien Ton Vuist al eens een boogie-lick of een disco-beat in hun nummers. Dat helpt ook.
Zanger-gitarist Tijl had in Oudenaarde een paar nummers nodig om helemaal in de flow te komen, maar vanaf dan ging hij er compleet voor: over het podium stuiteren, het publiek opjutten, de rand van het podium opzoeken, tussen het publiek gitaar spelen, al crowdsurfend een nummer beëindigen, … geen rock ’n roll-cliché is hem vreemd. Gelukkig niet zo destructief als Kurt Cobain, want zelfs al gaat hij helemaal op in het moment, dan nog legt Tijl netjes zijn gitaar veilig weg vooraleer er iets stoms kan gebeuren.
Op drummer Nikki kan je veel minder het etiket ‘punk’ of ‘grunge’ kleven. Hij blijft heel subtiel en zelfs wat jazzy in de intro’s en de rustiger passages en haalt hard en strak uit als ook Tijl voluit gaat, maar dan nog zit hij zo stoïcijns als Charlie Watts achter zijn drums. Nikki voegt voorts in kleine dosissen een scheutje waanzin toe aan de energie op het podium. Zo zit er van bij het begin een banaan over de staander van één van zijn bekkens (cimbaal) en ergens voorbij halfweg begint hij die op te eten. Vermoedelijk eerder een ingeving van het moment dan een knipoog naar Red Zebra of de Velvet Underground. Ook heeft de drummer naast de gitaarversterkers een schermpje opgesteld waarop een tekenfilm van Platvoet speelt, ‘voor de mensen die ons niet leuk vinden’.
Over dat laatste hoeft Tien Ton Vuist zich alvast geen zorgen te maken. Naarmate de set vorderde, at het publiek in de Harmonie uit de handen van Tijl en Nikki. In de finale zaten de drie resterende nummers van ‘Bidole’: “Smetterling”, “Todaywedie” en het door het publiek luid meegezongen “Boomlala”. Als toegift wordt “Askinguy” nog eens hernomen omdat de band door zijn nummers heen zit.

Altijd fijn om te zien en te horen dat er nog steeds jonge bands luide gitaarrock omarmen en daarmee zelfs nieuwe generaties publiek warm kunnen maken. Het wordt tijd dat de Belgische of buitenlandse labels wakker worden, want Tien Ton Vuist is een band met toekomst.

Organisatie: Harmonie Oudenaarde.

De Limburgse heavymetalband Hell City stelde zijn album ‘Flesh & Bones’ voor in de Muziekodroom in Hasselt en in muziekcafé Elpee in Deinze. Het album en de release-shows moeten de band opnieuw op de kaart zetten, en dat is met verve gebeurd.

Carneia mag in Deinze het publiek opwarmen en doet dat met een mix van emotioneel geladen en groovy metal en agressieve post-metal en post-hardcore. Carneia is de ‘andere’ band van zanger Jan Coudron, die ook bij het net iets bekendere King Hiss achter de microfoon staat. Carneia werd in snelheid gepakt. De band was van plan om dit najaar met de pas gevonden nieuwe drummer een nieuw album op te nemen. Maar toen bekend werd dat de band beschikbaar was voor optredens, zat de agenda meteen vol en moest meteen worden gerepeteerd in plaats van gecomponeerd of opgenomen. Het nieuwe album zal daardoor waarschijnlijk pas voor volgend jaar zijn. In Deinze werden alvast twee nieuwe nummers uit hun kooi gehaald: “Alter Ego” en “The Making Of The Universe”. Voor het overige veel nummers uit ‘Symmetry Of Mind’, het uitstekende vorige album van Carneia.

Hell City was van 2012 tot 2015 goed op weg om het helemaal te gaan maken in België en vooral in het buitenland. Knappe albums met spraakmakende producers als Mikey Doling van Soulfly en Channel Zero, kunnen spelen op Graspop, Dokkem Open Air, Summer Breeze en Suikerrock, tournees in de UK, Frankrijk en Denemarken, … Alles liep gesmeerd tot bassist Michael plots sterft na een val. Op dat moment valt het raderwerk stil en dat betekent bijna het einde van de band, maar twee jaar later staan ze er weer, met een nieuwe samenstelling en met een nieuw album. Dat werd opgenomen met de bekende producer Dan Swanö (Millencollin, Therion, Opeth, …) en uitgebracht bij het Nederlandse Painted Bass Records.
Zodra Hell City het podium van de Elpee opstapt, is aan niets te merken dat de band een paar jaar stilgelegen heeft. De band kijkt het publiek met veel vertrouwen in de ogen. De bandleden zijn perfect op elkaar ingespeeld en het enthousiasme staat op hun gezicht te lezen.
Deze reïncarnatie van Hell City brengt alle tracks in dezelfde volgorde als op het album, te beginnen met de introsong “Resurrection” en “Playing With Fire” als eerste echte track. Daarna volgt de catchy single “Your Darkest Hour” die aan het album vooraf ging en even later is het de beurt aan “Supernatural”, de tweede single. De cleane vocalen van zangeres Michelle zitten mooi vooraan in de mix en ter afwisseling is er af en toe de grunt van drummer Tommy. Zingende, dan wel gruntende drummers zorgen vaak voor een statisch live-gebeuren, maar hier werkt het perfect omdat Tommy slechts de accenten moet leggen. hij kan zich qua grunten eens helemaal laten gaan op de anti-Trumpsong “Bogus Potus”, terwijl Michelle tijdens die track het publiek ingaat om mee te headbangen. Bij titeltrack “Flesh & Bones” geeft Michelle nog de boodschap mee dat we allemaal gelijk zijn, van vlees en bloed, en dat we daar beter wat meer zouden moeten naar handelen. Het is, met het einde van de set in zicht, het eerste nummer waarop de band wat gas terug neemt.
Na het hele ‘Flesh & Bones’-album, was er in Deinze nog tijd voor twee tracks uit het vorige album ‘Victorious’: “Victorious” en “Ice Cold Rage”.

De trein van Hell City is opnieuw vertrokken. Hopelijk kunnen ze nu snel voortbouwen op de successen die ze eerder in het buitenland hadden, want in eigen land ben je snel rond als liveband.

Organisatie: Elpee, Deinze

donderdag 04 oktober 2018 21:25

Pan!c

Diane Grace maakte indruk tijdens de finale van Humo's Rock Rally. Of viel toen toch minstens op dankzij een liveshow met een dominatrix, een kwaadwillige dwerg en een alpenhoornspeler. Muzikaal leken ze - toch in verhouding tot het spektakel - minder indruk te maken met hun gestoorde punkrock die teruggaat tot The Stooges, MC5 en Black Flag. Met een moderne twist en een scheut Suicide komt Diane Grace uit bij ander volk dat naar dezelfde roots grijpt: The Caveman en Heck/Baby Godzilla. Dat zijn niet toevallig ook bands waarbij er echt wel iets gebeurt op het podium op het moment dat de zaallichten gedoofd worden en die tegelijk nog een deftige song in elkaar kunnen boksen.
Sinds kort is er de debuut-EP Pan!c van het trio, die digitaal uitgebracht wordt door Starman Records. De drie songs verschenen – eentje per week - sinds 7 september op alle digitale platformen, samen met de drie video’s die deel uitmaken van de 7 minuten durende kortfilm ‘Pan!c’, een visuele trip in en regie van Kris Verdonck. Die is intussen geselecteerd voor het filmfestival van Napels.
Deze EP leert ons dat de muziek van Diane Grace ook zonder gestoord gespuis op het podium en zonder YouTube-beelden overeind blijft. Het is smerige, rauwe en huilende bluespunk. Die wordt met een grove korrel en zonder veel nuances opgediend, maar dit soort muziek kan dat wel verdragen. Heeft dat zelfs nodig. Vernieuwend is het allemaal niet, maar niet elke muziekfan zit reikhalzend op een nieuw geluid te wachten. Dat nog steeds nieuwe, jonge bands teruggrijpen naar wat eind jaren ’70 van vorige eeuw als vernieuwend werd beschouwd, geeft mij zelfs het vertrouwen dat het wel goed komt met deze generatie van bands. Laat deze Diane Grace maar donker en wild stoeien op het podium. Met of zonder gestoord gespuis, maar laat dit vooral nooit saai worden.

donderdag 04 oktober 2018 21:21

The Mountain (single)

The Nits, maar dan met meer melancholie als die Nederlandse band. Dat is het eerste wat in je opkomt als je "The Mountain" hoort, de debuutsingle van El Mischi, het pseudoniem van Bart Michiels. Met zijn fluwelen stem en zachte piano-poprock komt hij ook in de buurt van Henk Hofstede van The Nits, maar ook van Frank Boeijen of het solowerk van Henny Vrienten. In eigen land zie ik hints naar Slow Pilot en zelfs Jasper Steverlinck.
Dat is al veel lof bij elkaar, maar evengoed zijn er nog wat werkpunten. Het Engels is niet helemaal foutloos en de tekst kleeft nog wat aan het papier. Dat laatste willen we meteen met de mantel der liefde bedekken, want je hoort toch wel behoorlijk wat potentieel in dit ene nummer. Als er wat routine komt in het songschrijven en het opnemen, misschien met een ervaren producer erbij, zal alles wel een stuk vlotter klinken. Durf en vertrouwen komen niet zomaar op bestelling. Maar als je die vocale uithaal net voor het einde voor elkaar krijgt, dan zit je op de goede weg. Muzikaal zit het wel meteen helemaal goed: knap gecomponeerd en foutloos ingespeeld.
Dit is het soort nummers dat ons hoopvol stemt over de toekomst van de Belgische popmuziek.

donderdag 23 augustus 2018 11:12

Not Again (single)

In Nederland is de bal al flink aan het rollen voor Kita Menari: de band mag opdraven in de beste tv-shows, haalt de nationale radiozenders, zit in de juiste Spotify-lijsten, is regelmatig live aan het werk, … En dat allemaal zonder de ruggensteun van een label.  Dan kan je jezelf goed verkopen of heb je een flinke dosis talent in huis.
Voor Kita Menari, de band van Micha De Jonge, geldt duidelijk het tweede. Afgaand op vorig werk van de band beschikt De Jonge over het talent om een vrolijke hit te componeren en hij heeft ook nog eens een fluwelen stemgeluid dat daar perfect bij past. Hij heeft ook een fijne band bij elkaar.
Het resultaat is degelijke pop met een beetje dance en een beetje rock door de aderen. Coldplay is een prima referentie voor de single “Not Again”. Licht dansbaar en zomers vrolijk. Catchy en energiek vooral, en nog ver weg van de navelstarende urban en zelfverheerlijkende rap die we maar al te vaak te horen krijgen in de pop. Kita Menari brengt nog songs volgens de aloude songsmeedkunst, maar dan zonder veel pretentie.
Je vindt “Not Again” en ander materiaal van Kita Menari makkelijk op Spotify.

donderdag 20 september 2018 11:10

Dark Angel (single)

Ishani is één van de rijzende sterren in de UK. Haar muziek zit ergens tussen triphop en donkere synthpop. (De vroege) Hooverphonic is een goede referentie, al zit er ook een snuifje gothic-bombast à la No Doubt en This Mortal Coil in haar mix.

Ishani gaat de moeilijke onderwerpen zeker niet uit de weg op haar singles. Met “Dark Angel” vraagt ze aandacht voor zelfmoord en geestelijke gezondheid. Eerder deed ze hetzelfde voor verkrachting (op “Don’t Stop the Fight”), de gevolgen van slaapstoornissen (op “Insomnia”) en vier jaar geleden ook al eens voor zelfmoord (op “One Can Jump”).

Dat Ishani een beetje een getroebleerde ziel is, kan je ook afleiden uit de covers die ze kiest. Op haar Soundcloud-pagina hoor je o.m. een heel etherische cover van het bitterzoete “Love Song” van The Cure.

“Dark Angel” overtuigt niet helemaal als track. Muzikaal en in de teksten klopt het plaatje, maar het gehijg en de wellust die ze in haar stem legt, smaken een beetje wrang in combinatie met het onderwerp. Maar als het publiek zo naar het niet mis te verstane onderwerp van “Dark Angel” getrokken wordt, zien we dat meteen over het hoofd. Een titel als “One Can Jump” was daarin misschien iets te direct.

 

donderdag 20 september 2018 11:07

The Far Side (single)

M1NK is het nieuwe samenwerkingsproject van de Brit Barry Snaith (The Inconsistent Jukebox) en de Griekse Erika Bach (Lola Demo). Als M1NK brengen Snaith en Bach op hun eerste single "The Far Side" een mix van synthwave en triphop.

Het doet wat denken aan een zwoelere versie van het werk van Anne Clark. Het is zelfs meer dan zwoel. Lust is zowat het hoofdbestanddeel van deze song. De single is donker, een beetje gothic en vooral heel elektronisch.

“The Far Side” klinkt een beetje als de oer-versie van Hooverphonic die een soundtrack maakt voor een film of serie van David Lynch, met een hitsige Lana Del Rey achter de microfoon.

Als single is dit best vermakelijk, maar of dit duo een volledig album vol krijgt en daarbij de aandacht van de luisteraar niet verliest, is nog maar de vraag. We geven deze M1NK voorlopig het voordeel van de twijfel. 

donderdag 20 september 2018 21:55

Inhale slowly and feel

Kloot Per W/Claude Perwez. De man is een monument in de vaderlandse indierockscene. Hij speelt sinds de jaren ’70 in talloos veel bands en is als gastmuzikant of producer betrokken bij heel wat muzikale projecten. Nu heeft hij zich gewaagd aan een tribute-album voor de Velvet Underground, een band die hij reeds lang bewondert. Mauro Pawlowski mocht als één van de gasten meespelen.
Per W heeft wel iets met tribute-albums. Hij was samensteller van een dubbelalbum met vooral Belgische en enkele internationale bands die nummers van The Ramones coverden (en maakte deel uit van een reeks bands op dat dubbelalbum). Op ‘1,2,3,4... A Lo-Fi Ramones Tribute’ uit 2001 staan heel wat covers die dicht bij het origineel blijven, maar evengoed tracks waarin je nog nauwelijks iets van het origineel herkent.
Per W is onder het pseudoniem The Claudio Serpentino in 2015 ook het brein achter het Wide Album, een door sommigen als pastiche aangeduid album met zo goed als onherkenbare Beatles-tracks. Hij is ook de spilfiguur van de ‘coverband’ Belpop Bastards, de behoeders van het Belgische rockerfgoed.
Op ‘Inhale Slowly And Feel’ blijft Per W verrassend dicht bij de originele versies. “Real Good Time Together” is geen platte kopie, maar wel meteen herkenbaar. “European Son” krijgt een postpunk-bas die diepe voren ploegt in de intro en eigenlijk in heel de track. Per W benadert het experimentele sitar-achtige gitaarsolo-geluid van het origineel, maar dankzij de prominent aanwezige volle, warme bas en de fijne keyboard-lijntjes, is deze versie makkelijker te verteren voor een ‘gemiddeld’ rock-publiek. Ook het oorspronkelijk arty “Venus In Furs” krijgt een donker postpunk/Bauhaus-jasje met broeierige drone-drums.
Wat na een paar nummers opvalt: Per W is een betere zanger dan Lou Reed of John Cale ten tijde van de Velvet Underground. Op “Lady Godiva’s Operation” zit hij ergens tussen de eerder vermelde postpunktoets en het oorspronkelijke, kalere geluid en komt hij vocaal in de buurt van de jonge Lou Reed, al had het net zo goed de jonge David Bowie kunnen zijn. “Foggy Notion” is in zijn oorspronkelijke versie al een – toch voor de Velvet Underground – heel rechttoe-rechtaan bluesrocktrack en Per W doet daar nog een klein schepje bovenop.
Per W’s dochter Mona krijgt de rol van Maureen Tucker op “Afterhours”, een lekker onschuldig nummer dat al werd gecovered door Eddie Vedder, REM, Babyshambles en The White Stripes. Mona brengt een leuke versie van het nummer, die dicht bij het origineel blijft. Ook “Sweet Jane” is reeds vele malen verschenen als cover. Per W’s versie is een brave, klassieke rock-variant. Gelukkig probeert hij de solo’s niet noot voor noot na te spelen, maar kneedt hij die naar zijn eigen gevoel.
De vinyl-versie van ‘Inhale Slowly And Feel’ stopt na “Run Run Run” en “What Goes On”, maar elke koper van het vinyl krijgt tegelijk een CD met het album en nog vijf extra nummers: “Pale Blue Eyes”, “Can’t Stand It Anymore”, het heel bekend “Waiting For The Man”, “Beginning To See The Light” en “Femme Fatale”, met Mona als Nico.
In zijn poging om The Velvet Underground te rehabiliteren heeft Kloot Per W de meeste scherpe kantjes van de tracks afgevijld. Een beetje een gemiste kans, want als je een muzikaal enfant terrible van zijn niveau loslaat op het reeds tegendraadse werk van die band, hoop je eigenlijk ergens uit te komen voorbij de Evil Superstars en de Ugly Papas. Het is pas bij bonusnummers als “Can’t Stand It Anymore” en “Waiting For The Man” dat Per W voorzichtig de teugels viert en het nummer zijn eigen weg laat zoeken. Tegelijk zijn er op dit album nog genoeg scherpe kantjes om de originele intenties van de tracks te herkennen.
Zo kan dit album een respectvolle introductie zijn om alsnog het werk van de Velvet Underground te gaan ontdekken.

Pagina 90 van 99