zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 25 maart 2021 13:46

Kingdom Of Oblivion

Tradities zijn er om in ere te houden, er gaat geen jaar voorbij zonder minsten één nieuw Motorpsycho album. De fans weten ondertussen al wat hen te wachten staat met het zoveelste nieuwe schijfje van deze hardnekkige Noren. De band gaat inmiddels al een paar decennia onverstoord door met het brouwen van hun gekende prog-rock sound die zich steevast vertaalt in alweer een marathon-album. In vinyl termen gaat het hier zowat altijd over een dubbelaar met daarop gegarandeerd een stel flink uit de kluiten gewassen songs die niet zelden tegen de tien-minutengrens aan schurken. 
Ook met het nieuwe ‘King Of Oblivion’ is het weer van dattum. Niets nieuws onder de zon dus, maar dat hoeft daarom geen slecht nieuws te zijn, integendeel. Motorpsycho doet immers gewoon waar ze zo goed in zijn. Daarom is ‘King Of Oblivion’ geen verrassend album, wel een aangename aanvulling van hun inmiddels indrukwekkende discografie.
Het zijn alweer de langste songs die met de schoonheidsprijzen gaan lopen. Zo klinkt opener “The Waning Pt 1&2” heel vertrouwd in de oren met een bronstige riff waar een resem heerlijke gitaarsolo’s achteraan schuren. Ook “The United Debased” en “At Empire’s End” zijn in die zin parels van het zuiverste formaat, Motorpsycho op zijn best. Absolute topper is “The Transmutation Of Cosmoctopus Lurker”, een uitgebreide psychedelische stonertrip die de verste uiteinden van het heelal verkent.
Motorpsycho flirt wel eens met bombast, maar nooit gaan ze erover, check “Dreamkiller” dat via een akoestische intro overgaat in een orkestrale apotheose maar nergens opgezwollen klinkt.
‘Kingdom Of Oblivion’ ademt de gekende Motorpsycho sound uit alle mogelijke poriën, wij zouden het niet anders willen.

donderdag 25 maart 2021 13:42

Pick A Day To Die

Wie vertrouwd is met de muziek van Sunburned Hand Of The Man mag nu zijn vinger opsteken. Niemand? Troost u, wij ook niet. Even de backcatalogue van deze weirdos checken? Veel plezier ermee, wij tellen meer dan 80 albums in een dikke 20 jaar. Daar kunnen andere halve gekken als John Frusciante, Thee Oh Sees of Ty Segall een puntje aan zuigen.
Als u zich er toch zou aan wagen zou u wel eens na enkele maanden totaal verward uit dit avontuur kunnen komen, want dit is nu niet bepaald het meest toegankelijke of hapklare muzikale voer. Maar het helpt wel als u geregeld een portie Sun Ra, Heliocentrics of CAN achter uw kiezen kapt.
Laten we het hier dus voorlopig houden bij de nieuwste plaat ‘Pick A Day To Die’.
Fijne titel alvast. Als dit maar goed komt. Het is donker, maar nu ook weer niet meteen om een koord om uw nek te binden. De ingehouden krautrock van de titelsong klinkt verslavend als de pest en “Flex” heeft iets van de elektronische rave-post-rock van Maserati, maar dan in een soort van slow-motion modus. “Solved” is JJ Cale die met Fat White Family een met helium geladen opblaasbol binnenwandelt en “Prix Fixe” is ontspoorde noise rock die halverwege plots in een relaxed badje stapt waarin een stukje oude Pink Floyd ligt te garen. Om een geschifte en bedwelmende song als “Initials” tot u te nemen twijfelen we er niet aan dat u dat best doet in combinatie met de nodige geestesverruimende middelen, maar dat heeft u niet van ons gehoord.
Bevreemdende maar spannende plaat. Nog een stuk of tachtig te gaan.

In 1992, in volle grunge periode, kwamen de culthorror adepten van White Zombie aanzetten met ‘La Sexorcisto : Devil Music vol 1’, een klassieker wat ons betreft, een hap die met een serieus korreltje zout werd geserveerd, wat een zeer aangename verwelkoming was in een tijd waarin rockmuziek veel te serieus werd genomen. Op ‘La Sexorcisto’ konden horror, metal en humor het perfect met elkaar vinden en werd de fun verpakt in een resem geweldige riffs. White Zombie had eigenlijk zomaar een nieuw genre uitgevonden. Wij zouden het culthorror-comedy-metal durven noemen, iets waarvan je de roots misschien bij Alice Cooper mag gaan zoeken, maar dan in een nineties griezelkleedje gehuld.
White Zombie heeft met hun daaropvolgende releases nooit meer ‘La Sexorcisto’ kunnen evenaren en gaf er in 1998 de brui aan. Frontman Rob Zombie maakte tussendoor een heuse horror-movie maar ging gelukkig ook door met het creëren van gortige metalplaatjes met een vette knipoog, overladen met gortdroge riffs en doorspekt van allerhande horror-uitstapjes.
Met het nieuwe -hou u vast voor alweer een prettig gestoorde albumtitel- ‘The Lunar Injection Kool Aid Eclipse Conspiracy’ heeft Rob Zombie misschien wel zijn allerbeste nekschot in jaren afgevuurd. Waar zijn vorige platen -hoe geestig, straf en wild die ook klonken- een beetje leden aan een gebrek aan variatie, is dit album voorzien van talrijke spitsvondige uitstapjes, verrassende tempowisselingen, gestoorde tussendoortjes, stampende riffs en vlammende songs die al eens diverse richtingen durven uit te gaan. Toch klinkt het allemaal vooral als vintage Rob Zombie, met name knallende metal in een geestige horrormarinade. Er worden wederom een paar gekscherende uitstapjes gemaakt die het spektakel steeds spannend houden. Het is de combinatie van die typische Zombie-akkefietjes met prettig gestoorde metalsongs die van deze plaat een absolute voltreffer maakt.
Met “The Triumph of A King Freak”, “The Ballad Of Sleazy Riders”, “Shadow of The Cemetery Man”, “The Eternal Struggles of The Howling Man” en “Get Loose” deelt Zombie een stel mokerslagen uit die langs alle kanten de pan uit swingen. Zo is “Crow Killer Blues” is een beest van een hardrocker waarvoor Zakk Wylde een moord zou begaan.
Als Rob Zombie zich even buiten zijn comfortzone begeeft is het hek helemaal van de dam,
“18 th Century Cannibals, Excitable Morlocks and a One Way Ticket on the Ghost Train” gaat schaamteloos over van country-hillbilly naar verschroeiende metal en weer terug, “Boom Boom Boom” klinkt als Depeche Mode die zich na een zware acid trip aan de blues waagt en zelfs een onvervalste mijmerende instrumentale ballad als “The Much Talked of Metamorphosis” is hier volledig op zijn plaats.

Rob Zombie is op dreef zoals hij in jaren niet is geweest. Dit is bruisende zombie-fun.

donderdag 11 maart 2021 16:25

Putain Royale

Fijn dat er nog bandjes zijn die de volumeknop genadeloos in het rood draaien en zonder omkijken de gitaren door een bos van noise en distortion jagen. Pink Room zal daarom met het overstuurde ‘Putain Royale’ geen nominatie voor de Mia’s binnenrijven, dat kunnen we u al vertellen. Deze plaat is immers mijlenver verwijderd van de gangbare mainstream bagger. Om maar te zeggen, dit is niet de nieuwe Foo Fighters.
Dit scheurt, bijt en jaagt een gespleten boorhamer door uw hersenpan. ‘Putain Royale’ is het soort album dat je best niet opzet als oma met haar gepimpte poedel op bezoek komt, het arme beest zou wel eens een beroerte kunnen krijgen. Als oma het al niet is voor geweest.

“Losing” zet er meteen stevig de hakbijl in, een motherfucker van een song die uit de startblokken schiet als stomende Viagra Boys. Klinkt alvast veelbelovend. Van dan af wordt het alleen maar sneller en vettiger. “Hail Satan” is een beuker met een ultrasmerige riff die heeft liggen rijpen in een bad van slangenbloed en rattenvergif. Op “Colin” komen Viagra Boys nog eens langs de achterdeur naar binnen en elders dwalen onze gedachten wel eens af naar Pissed Jeans en het prille werk van Fucked Up. En niet zelden neigt Pink Room naar het onvolprezen en fantastische Mclusky, een waanzinnig furieus driftkoptrio dat nooit de aandacht kreeg die het verdiende. Onze grenzeloze bewondering voor Mclusky in acht genomen, mogen die van Pink Room dit als een joekel van een compliment beschouwen.

Lang duurt het allemaal niet, de songs op ‘Putain Royale’ zijn kort, smerig, pisnijdig en ze rammen dat het geen naam heeft. Noem het noise-punk voor ons part, het klinkt alleszins vuil, oprecht en kwaad.
Afsluiter “Stay Black”, een hardcore splinterbommetje, knalt met waarlijkse Black Flag allure nog een keertje dwars door de geluidsmuur en dan is het na amper een dikke twintig minuutjes al gedaan. Een onbetwistbare knock-out na 9 welgemikte muilperen, dat kan tellen.

Pink Room - Losing - YouTube

donderdag 18 februari 2021 10:15

End Of Forever

Samsara Blues Experiment is een Duitse band die zich al sinds hun eerste album ‘Long Distance Trip’ (2010) geen zak aantrekt van de gangbare trends in de rockmuziek. Het maakt hen niet uit dat een ander hun sound oubollig, ouderwets of eindeloos langdradig vindt. Ze doen wat ze willen en smeden hun muziek alsof de seventies, de psychedelica en de papavervelden nooit zijn weggeweest.
Samsara Blues Experiment zweert bij songs die niet zelden boven de 10 minuten uitstijgen, die de verre ruimte intrekken zonder te weten waar ze uiteindelijk zullen uitkomen, songs die zich als slangen voortbewegen doorheen een stelsel van ruimtekokers waar maar geen einde aan komt. Keyboards trekken het mushroom-bos in, gitaren treden gewillig buiten hun oevers. En daar hebben wij nu eens helemaal niets op tegen. Wij zetten met name geregeld ook iets op van Earthless en daar duren de gitaarsolo’s zowat een etmaal. Niet te geloven hoe heerlijk dat zoiets klinkt.
Deze keer lijkt Samsara Blues Eperiment zich wel te hebben verdiept in ‘Meddle’ van Pink Floyd. Opener “Second Birth”, al meteen een joekel van 11 minuten, laat zich immers na 5 minuten vermengen met een goedje dat verdacht veel naar Floyd’s “Echoes” ruikt. Maar geen probleem, het werkt, en hoe. Pink Floyd met Kyuss in een stoombad, moet kunnen.
Ze zijn nog niet helemaal het bad uit en kruipen al met Santana de sauna in, de intro van “Southern Sunset” swaffelt zo wel heel nadrukkelijk tegen “Soul Sacrifice” aan.
Verder is Smasara Blues Experiment vooral zijn eigenste zelf, een trippende stonerband waarbij het op geen kwartiertje steekt. De groep moet het niet zozeer hebben van de loodzware riffs zoals de doombands die ze wel eens tegenkomen op festivals als Roadburn of Desertfest, de Duitsers laten de gitaren en keyboards liever rondzweven op een vliegend Indisch tapijt dat hen naar hogere oorden brengt. Denk aan verwante bands als Weedpecker, Yuri Gagarin, My Sleeping Karma of Monkey3.
De titelsong “End Of Forever” zou niet misstaan op een plaat van All Them Witches en “Orchid Annie” ontpopt zich als een harmonieus bloementapijt met heerlijke gitaren en dito keyboards, maar nergens wordt het klef. Met “Jumbo Mumbo Jumbo” heeft dit album ook een stevige instrumentale afsluiter in huis, kwestie van er nog een monumentale stonerlap op te geven.
Lekker album alweer van deze hallucinerende Duitsers. Komt sterk in de buurt van het ongenaakbare “Long Distance Trip”.
In de buurt, begrijpt u, waarmee we willen zeggen dat die debuutplaat toch nog altijd iets straffer is.

Warmduscher - Prettiest Eyes - Life - Opwindende triple affiche

Prettiest Eyes is een gitaarloos trio uit California met Puerto-Ricaanse roots die onderdak gevonden heeft bij Castle Face Records, het label van Johnny Dwyer van Thee Oh Sees. En we mogen hun sound gerust in die richting gaan zoeken, opgehitste garage rock met een psych randje. De opzet is al even uniek als geslaagd. Een zingende drummer, een bassist en een keyboardspeler. De keyboards worden zo naarstig door de reverb-molen gedraaid dat we nergens een gitaarsound missen, een beetje zoals bij de fantastische James Leg. Met de nadruk op het fijne laatste album ‘Vol 3’ heeft het hitsige trio een stel potige en driftige songs in de aanbieding, check “Johnny Come Home”, “It Costs To Be Austere” en het opvliegende punkbommetje “The Shame”. Een klein uurtje geslaagd Californisch entertainment met een hoek af. Top.

Over naar de UK dan, waar we LIFE gerust een plaatsje mogen geven binnen de nieuwe lichting opzwepende bands als Shame, Idles, Slaves en The Murder Capital. Een oer-Britse sound met een ferme scheut punk in de aderen. Met ‘A Picture Of Good Health’ heeft LIFE een knap tweede album uitgebracht die mag wedijveren met de al even vinnige recente plaatjes van voornoemde bands. Frontman Mez is duidelijk de stuwende kracht achter dit bandje, hij voelt zich op het podium als een visje in wild water en gutst er met tonnen energie stomende songs uit als “Good Health”, “Moral Fibre”, “Bum Hour”, “It’s A Con” en “Popular Music”. Een sterk staaltje van de meest opwindende  gitaarrock die er dezer dagen op Brits grondgebied te vinden is.

Britser dan LIFE kan het niet klinken, maar zotter wel. Enter Warmduscher, een bont allegaartje die een eigen sound heeft gecreëerd met wat overschotjes disco, punk en funk. Het klinkt allemaal best wat rommelig, maar bij wijlen ook bijzonder funky en uiterst opwindend. Warmduscher heeft een stel bijzonder aanstekelijke songs, waaronder het uiterst dansbare “Midnight Dipper” dat onlangs nog door Soulwax met verve in een nog strakker danskleedje werd gestoken.
De Britten zitten ook niet verlegen om een portie onbeschaamde disco in “Disco Peanuts” of een vleug levendige hip-hop in “Burner”. Het stomende “Fill It, Don’t Spill It” neigt dan weer naar de vette seventies funk van Funkadelic en Betty Davis. Op de meest rommelige momenten heeft alles een onvervalste punkspirit, Warmduscher raast er ook alles aan een sneltempo door, vaak overschrijden hun songs de één-minuut grens niet. Check regelrechte punkertjes als “Big Wilma, “The Chimp”, “Tainted Lunch” of “Grape Face” waarin de geest van The Fall schuilt.
Je moet het allemaal met een korreltje zout nemen, maar Warmduscher heeft humor, pit en attitude.

Organisatie: Aéronef, Lille

A.A. Williams weet onze aandacht te trekken met haar verstilde post-rock in de richting van Emma Ruth Rundle, Chelsea Wolfe en Esben & The Witch. Best knap. Vraag is of ze haar streng zal kunnen trekken in een genre waar het echt wel dringen wordt. Geef haar nog wat tijd, A.A. Williams.

Bij Brutus gaat er het al heel wat heviger aan toe. Het trio is nog maar net terug van een Amerikaanse toernee maar er zit nog genoeg adrenaline en power in hun stomende mix van metal en post-rock om de Trix plat te spelen. Stefanie Mannaerts schreeuwt en timmert het er met volle teugen uit en de gitaar klinkt wederom furieus en barstend. Wat een band ! wat een sound ! en wat een songs !
“Cemetery”, “Horde II”, “Drive”, “War”, “Justice De Julia” beuken dat het geen naam heeft. En wat is afsluiter “Sugar Dragon” wederom fantastisch. Een kanjer ! Brutus is van het meest opwindende wat ons Belgenlandje op heden op een podium te bieden heeft.
Dit is maar een tussenstap, ze zijn al weer vertrokken naar Engeland. Maar nog eventjes eerst in de AB, Brussel op 14 december! De wereld veroveren, zo hoort het.

Ieder kind moet een naam hebben. Vandaar dat ook ooit post-metal is geboren. Een genre dat, hoewel het zich doorgaans in een daglicht-schuwende ondergrond voortbeweegt, ondertussen toch wat oververzadigd is geraakt. Wanneer te veel bands in hetzelfde donkere water gaan vissen, dan gaan die stilaan ook op mekaar beginnen lijken en zien wij het bos door de bomen niet meer.
Ons lijkt het altijd interessanter om dan terug te grijpen naar de bron waaruit al dat gevaarte is ontsproten. Bij de bron zijn immers de ruwste parels te vinden.
Dan denken wij bijvoorbeeld aan het geweldige Neurosis, maar die komen helaas maar sporadisch nog eens uit hun donkere hol. Of aan Isis, helaas zijn die dan weer al enkele jaren geleden ten grave gedragen (gelukkig is uit hun as het onheilspellende Sumac opgerezen, een zowaar nog ruiger en zwaarder vehikel).
Dan komen we uit bij het Zweedse combo Cult Of Luna, een band die vanaf het eerste album anno 2001 gestaag doorgroeide tot vaandeldragers van de post-metal. Hun recentste monsteralbum ‘A Dawn To Fear’ lijkt een nieuwe mijlpaal te gaan worden in hun repertoire, een geweldige brok onheil die wij op hetzelfde schavotje durven zetten als het meesterwerk ‘Vertikal’ uit 2013.
Met vier knoerten van songs uit ‘A Dawn To Fear’ en drie uit ‘Vertikal’ zit het dus wel goed vanavond. De band zet een sound neer die staat als een bunker. Cult Of Luna is dan ook een omvangrijke bende, een half leger zeg maar. Drie gitaristen, twee drummers, een bassist en een keyboard speler zorgen voor de meest pompende, ruige, massieve, rauwe en verzengde post-metal die wij in jaren gehoord en gezien hebben. Ze doen ons terugdenken aan het al even geweldige Isis die wij hier nog in diezelfde zaal van jetje hebben zien geven, het moet zowat een decennium geleden zijn.
Een Cult Of Luna gig is er weer zo eentje die je ondergaat, waar je volledig wordt in meegezogen. Ze pompen, ze barsten open, maar ze kunnen ook op tijd en stond de gevoelige snaar raken zoals in het verstilde “And With Her Came The Birds” of het zwevende “Passing Through”. De intro van “Lights On The Hill” is hemels en bloedmooi, de songs stevent vervolgens af op een allesvernietigende moordende climax. Briljante herrie ! Cult Of Luna ontploft zo wel meermaals met een apocalyptische knal. Check “Nightwalkers”, “In Awe Of” of de allesverslindende afsluiter “The Fall”. Allemaal ferm uit de kluiten gewassen bloedzuigers van songs die zich in ons nekvel vastzetten en er de eerste dagen niet meer zullen uit geraken.
Een bommenwerper van een concert, een helse belevenis. Miljaardedju, hier zijn we efkes niet goed van.

Organisatie: Trix, Antwerpen

woensdag 30 oktober 2019 12:54

The Murder Capital - Straffe Ieren

The Murder Capital uit Dublin heeft met ‘When I Have Fears’ één van de meest opwindende debuutplaten van het jaar uit. De band grossiert daarop in een soort postpunk die flirt met de eighties (The Sound, Joy Division) maar die wel degelijk met zijn poten in het heden staat. De jongens mogen met trots het rijtje vervoegen van bruisende nieuwe bands als Shame, Idles en Fontaines DC.

Met amper één album op hun conto kon men maar moeilijk voor een marathonoptreden gaan. The Murder Capital maakte het dan ook kort, na amper drie kwartiertjes was de zaak al beklonken. Maar intens was het wel. En zeer de moeite!
In die beknopte tijdspanne wurmden ze zich door quasi het ganse album, waarbij ze begonnen met de meest intieme en zweverige songs, een heerlijk golvend “Slowdance” en een verstild en prachtig “On Twisted Ground”. Zo bouwde de band de set gestaag op om via gloedvolle songs als “Love, Love, Love”, “Green and Blue” en “For Everything” steeds iets steviger uit de hoek te komen.
Met een paar heuse punk-kopstoten als “Don’t CLing To Life”, “More is Less” en “Feeling Fades” kwam het allemaal in een wilde stroomversnelling en ging de zanger op het eind nog eens als een volleerde slingeraap aan de verlichting hangen. De organisatoren zullen wel even de adem hebben ingehouden, maar er is niets naar beneden gekomen. De nieuwe zaal bleek dus meteen bestand tegen een losgeslagen frontman.
Amper drie kwartiertjes hete postpunk waren genoeg om ons te overtuigen. Dit was inderdaad kort, maar ook krachtig, heftig en bij momenten heel intens en bloedmooi.

‘When I Have Fears’ vonden wij al telkens beter worden bij elke beluistering. Na dit bruisende concertje krijgen wij er nog veel meer zin in. The Murder Capital zal allicht nog groeien en weldra voor grotere zalen staan. Het is hen gegund. Eerstdaags op Sonic City in Kortrijk!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

De jaren tachtig. Een tijdperk waarin, in de naweeën van de punk, heel wat rotzooi gemaakt werd maar eveneens een pak interessante muziek. De new wave kwam de kop opsteken, en dat zorgde in het beste geval voor heel wat goede bands die de furie van de punk geen vaarwel hadden gezegd maar die gewoon in andere banen leidden. In het slechtste geval daarentegen hadden we bands die aan de hand van veel te veel synthesizers een soort plastieken popsound creëerden waar wij nu nog van huiveren.

Neem nu Psychedelic Furs, een band wiens eerste twee platen duidelijk tot die eerste categorie behoorden, maar bij wie het latere werk meer een meer naar de andere kant overhelde.
Dit optreden zou dus een dubbeltje op zijn kant worden, te meer daar we weten dat de band sinds al die jaren eigenlijk weinig of niks heeft zitten uitvreten.

The Psychedelic Furs gooiden meteen twee van hun beste songs in de strijd, “Dumb Waiters” en “Mr Jones”, maar dat bleek geen goeie zet te zijn. De sound zat nog niet goed, de sax worstelde met de mix en Richard Butler zijn stembanden waren duidelijk nog aan een smeerbeurt toe. De songs mankeerden volledig het vuur en de vinnigheid waarmee ze op het album ‘Talk Talk Talk’ staan te schitteren.
Valse start dus. En eigenlijk werd het daarna niet veel beter. Met “Love My Way”, destijds een hit (maar niet in onze perceptie), begon men al vroeg met de door ons gevreesde plastieken slijmbalpop. De band kreeg hiermee wat herkenningsapplaus, maar de uitbundigheid was in het publiek toch ver te zoeken. “Heaven” onderging een beetje hetzelfde lot, ook zo een hitje die eigenlijk altijd al geflirt heeft met een overdosis aan meligheid, niet bepaald het soort song waarvoor wij vanavond naar hier gekomen waren.
Een klassieker als “Pretty In Pink” kwam er wat belabberd uit, de gitaren zaten achteraan in de mix en dat was hoegenaamd niet de behandeling die zo een song verdiende. Jammer.
Nu goed, het was nu ook niet allemaal slappe kost, Psychedelic Furs hadden er eigenlijk wel zin in en voor het grote deel klonken ze best wel vrij entertainend, maar ook niet meer dan dat. Lichtpuntjes voor ons waren een meer dan behoorlijk “Sister Europe”, een ietwat steviger “Into You Like A Train” en een gedreven “President Gas”.
Met de sterke bis “India” (dit moet zowat hun beste song zijn) kwam er nog het meest pit in de zaak, maar toen was voor ons part het kalf al lang verdronken.

Natuurlijk blijven we die eerste twee platen een warm hart toedragen, maar deze makke live vertoning sprak niet echt in hun voordeel.

De support act Red Zebra mocht vanavond wel terugkijken op een geslaagd concertje. Al vrij snel wisten zij het publiek in te palmen met sterke versies van “The Ultimate Stranger”,  “Man Comes From Ape” en “I’m Falling Apart”. Alleen het obligate “I Can’t Live In A Living Room” had niet meer de stuwkracht van weleer en werd hier eerder als een verplicht nummertje afgehaspeld. Maar voor de rest bracht Red Zebra een pittig half uurtje eighties-entertainment die iedereen tevreden stemde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-psychedelic-furs-25-10-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/red-zebra-25-10-2019.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Lawijt 2019 - III - Zoekend naar de uppercuts van de underground
Lawijt 2019
Centrale
Gent
2019-10-16
Sam De Rijcke

Voor de derde keer al organiseert Democrazy ‘Lawijt’ en vormt daarmee een platform voor bands die niet gekozen hebben voor de makkelijkste weg. De term ‘Lawijt’ doet vermoeden dat hier de meest gure noise de revue passeert, maar afgezien van het uitzinnige Youff is er niet zo gek veel verzengende noise te bespeuren. Een overzichtje.

Het Nederlandse bandje Charlie & The Lesbians brengt hitsige punk, dit met een zanger die zichzelf in een Brits groepje waant, althans voortgaande op zijn attitude en zijn snerende Johny Rotten-vocals. Vinnige punkrock, best wel appetijtelijk, helaas voor een quasi lege zaal. Beetje ondankbaar.

King Dick is een buitenbeentje in de Belgische rock. De band gaat steeds zijn eigen vaak geschifte weg en vult zijn songs met humor, geflipte psychedelica en onverwachte breaks. De gekte van Ariel Pink vermengt zich soms met tintelende gitaartjes à la Television. De heren van King Dick blijken stuk voor stuk puike muzikanten te zijn die zichzelf niet al te serieus nemen en ze zorgen voor een best wel originele en gevarieerde set. Toch weet King Dick niet over gans de lijn te boeien, niet alle songs zijn met name even sterk.

De Franstalige vrienden van Mountain Bike spelen een soort potige garage rock met wat pophooks. Klinkt bij momenten best wel stevig, maar helaas ook totaal ongevaarlijk. Dit hebben we al veel te dikwijls gehoord. Niettemin vertonen de kerels een aanstekelijk enthousiasme en razen ze bijzonder driftig doorheen hun set. Vermakelijk en verdienstelijk, maar ook niet meer dan dat.

Voor Hypochristmutreefuzz zijn de verwachtingen misschien wel het hoogst gespannen. De band ziet in deze passage de ideale gelegenheid om hun nieuwe songs (het album verschijnt volgend jaar in maart) op het publiek uit te proberen. Aanvankelijk lijkt dit een voltreffer te worden, Hypochristmutreefuzz gaat furieus van start en weet met hun eerste twee uiterst energieke songs de zaal op zijn kop te zetten. Het is duidelijk dat men met het nieuwe geluid zoekt in de richting van bands als Ho99o9, Death Grips en Show Me The Body, een soort moshpit-gerichte hiphop die stevig uithaalt. Maar naarmate de set vordert begint de machine toch wat te sputteren, de aanvankelijk kwade hiphop verzandt in een soort dertien-in-een-dozijn-hiphop en de band valt te veel in herhaling. De songs klinken niet sterk genoeg en lijken op het eerste zicht onderling verwisselbaar, en dat mag de bedoeling niet zijn. Nog werk aan de winkel dus.

Als er één band is die vanavond aanspraak mag maken op de term ‘Lawijt’ dan is het Youff wel. Met hun verschroeiende noise-rock nagelen ze het overgebleven deel van het publiek (het is ondertussen al voorbij middernacht) compleet aan de grond. Dit beukt er wel heel hard in en is hoegenaamd niet geschikt voor gevoelige oortjes. Achter die verzengende wall of sound schuilt er wel een krachtige band met een gericht doel, namelijk het publiek opzuigen in een razende poel van scheurende gitaren (prille Sonic Youth in een straaljagermotor) en mokerdrums. Melodie is voor watjes, Youff is genadeloos.

Nog een tip voor de organisatie tegen de volgende uitgave van Lawijt : Bij sommige bands duurt de soundcheck langer dan de eigenlijke set. Dit is helemaal niet bevorderend voor de atmosfeer in de zaal, eerder enerverend zelfs. Kunnen we dat de volgende keer vermijden, aub ?

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 1 van 95
FaLang translation system by Faboba