logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...
CD Reviews

Thorium

Thorium

Review Filip - Thorium is de nieuwe band van drie mannen die een tijdlang bij Ostrogoth gespeeld hebben. Op hun debuutalbum schemeren hun roots nog een sterk door, maar hoor je ook een heel degelijke heavymetalband. Vlaanderen kent een opstoot van degelijke bands in dit genre met voorts o.m. Ironborn, Eternal Breath, Hell City en het herrezen Scavenger.
Thorium is schatplichtig aan Iron Maiden, Manowar, Vicious Rumors en Helloween, maar dat geldt eigenlijk voor elke band die zich aan dit genre waagt en die flink wat power in het geluid heeft. Een paar keer gaan ze de moderne toer op en komen ze uit bij Sabaton, zoals op “Powder And Arms”. Nou ja, modern is dat intussen eigenlijk ook niet meer. Je merkt op dit album wel een zekere liefde voor de klassieke heavymetal van de jaren ’80, met wat we dan maar ‘old school’-powermetal en lichte dosissen progelementen zullen noemen. Vernieuwend is het niet, maar je voelt wel de passie van deze muzikanten. En ze kunnen terugvallen op aardig wat jaren ervaring.
“Icons Fall” behoort samen met “Powder And Arms” en “Court Of Blood” tot het beste van dit album. “Icons Fall” ontbeert enkel nog een vlot meezingbaar refrein om een klassieker te kunnen worden. Het vierluik “Four By Number, Four By Fate” omvat vier sterke nummers met op het eerste gehoor weinig muzikale of inhoudelijke samenhang. Afzonderlijk hadden de vier misschien nog meer indruk gemaakt. Door ze te bundelen heb je nu één nummer van een kwartier.
Thorium hinkt op dit album op twee benen. Enerzijds lijkt het alsof de band er nog niet helemaal uit is waar hun sterkste punten liggen. Anderzijds kunnen de sterke composities en de speeltechniek niet verhullen dat dit een band met gerijpt talent is. Een prima debuut.

Review Wim - Drie leden (Dario Frodo, Stripe en Tom Tee) van de legendarische band Ostrogoth waren vol inspiratie en ideeën. Maar niet alles leek in het Ostrogoth plaatje te passen. Na de breuk met Ostrogoth wilden ze alles toch releasen en werd Thorium opgericht. Ze voegden nog drummer Louis Van Der Linden (o.a. 23 acez, Vermillion…) en vocalist David Marcelis (o.a. Lord Volture, Black Knight…) toe aan hun line-up. Daarna werd hun debuut afgewerkt.
Op deze plaat worden elementen uit de klassieke metal, de NWOHBM, speed en trash metal gebruikt in hun muziek. Ook de zang kan je eerder als klassieke metal vocals bestempelen.
Het klinkt stevig, melodieus en goed. Het gitaarwerk doet bij momenten aan Iron Maiden, Iced Earth of Judas Priest denken. De zang is goed. Melodieus en met hoge uithalen. Fans van metal uit de vorige eeuw zullen hier zeker en vast van houden.
Er wordt met een korte, sfeerrijke instrumental “March of the Eastern Tribe” geopend; die dan overvloeit in de tweede song “Ostrogoth”. Het tempo gaat de lucht in en is een echt strijdlied. Met een lijn als “We Are The Ostrogoth” vermoed ik hier toch een kleine sneer naar de oude band waar ze deel van uitmaakten. “Court of Blood” ligt niet zo ver van Saxon. Ook hier duiken ze in de middeleeuwen en de tijd van de ridders en koningen. “Godspeed” opent met een heerlijk  catchy gitaarlijn. Ook de ritmesectie is weer strak. Een mooie song. Dat kunnen we ook van “Godspeed” zeggen. “Powder and Arms” gaat meer richting trash metal. Op “All Manner of Light” beginnen ze de song als een ballad om dan over te gaan naar een Iron Maiden geïnspireerde track. Daarna schakelen ze terug een versnelling hoger met “Return to the Clouds”. Afsluiten doen ze met een stukje progressieve metal (een beetje in de stijl van Dyscordia) van 15 minuten. De intro is een klassiek akoestisch stukje gitaar dat overgaat in klassieke heavy metal. Na een vijftal minuten gaat men terug over naar de akoestische gitaar om daarna een tweede en derde deel aan de song te breien. In deze epische song heeft men alle kenmerken en stijlen van de band gestoken. Een heel fijne song.
Dit debuut van Thorium is ronduit fantastisch. Vernieuwen doen ze niet maar ze waaien een frisse bries doorheen gekende stijlen en genres. Alles samen krijgen we toch een herkenbaar geluid met de nodige eigenheid. Een meer dan geslaagde plaat.

Silas J Dirge

Tales Of Woe

Geschreven door

Silas J Dirge is het nieuwe alias voor één van de leden van The Information, ooit één van de finalisten van de Grote Prijs van Nederland, te vergelijken met de Rock Rally in Vlaanderen. The Information is nooit helemaal doorgebroken, maar vormt wel de basis van dit fijne album van Jan Kooiker. Hij krijgt op elektrische gitaar overigens hulp van zijn voormalige
bandmaatje Harald De Ruiter.
Silas J Dirge’s album ‘Tales Of Woe’ is een fijn, maar gitzwart album met americana en roots, aangelengd met bluegrass, country en funeral-folk. Aan elke song hangt een rouwband. Kooiker heeft een diepwarme, doorleefde stem die perfect past in het tranendal dat hij schept. Het helpt ook dat hij alles brengt zonder ‘Europees’ accent. Denk aan de soundtrack van Broken Circle Breakdown, 16 Horsepower, Willard Grant Conspiracy, Johnny Cash, Eriksonn Delcroix en Mary’s Little Lamb.
“Sirens Of The Tar” heeft een heel tastbare Johnny Cash-vibe. “Reaper” bezorgt je kippenvel of toch een onveilig gevoel. Het soundtrack-achtige “On The Train Of Aches” had op het jongste album van TGMS kunnen staan en roept herinneringen op aan de tranensongs van Hank Williams. Op “Old Scars” hoor ik zelfs een vocale uithaal zoals Roy Orbison dat vroeger deed. “Tender Eyed” heeft een heerlijk onheilspellend begrafenis-orgel als leidraad. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Save Me” en “Below And Above”.
https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=OPO__EuVV3Y

Polly Panic

Losing Form

Geschreven door

Als je met referenties aandraaft als PJ Harvey en Tori Amos moet je dat natuurlijk ook kunnen waarmaken. Zangeres-celliste Polly Panic doet een poging die bijna doel raakt. Laat ons zeggen dat haar album ‘Losing Form’ een voorzet is waarbij elke supporter de adem inhoudt, maar dat de bal toch net over het doel zweeft.
Polly Panic maakt het zichzelf ook niet makkelijk, met enkel haar stem en haar cello en met dan nog zuinig wat drumwerk. Uit haar cello puurt deze Amerikaanse hele bergen emotie en ook haar teksten klinken heel doorleefd. Op de zowat akoestische songs van ‘Losing Form’ (“Annie”, “Beggar Rose”, “Precious”, “Twisted Up”, …) komt ze inderdaad in de buurt van Tori Amos, maar Polly Panic vergeet om de luisteraar echt de song in te sleuren met een knappe compositie of een refrein dat je in je ziel treft. Haar vuur brandt ook niet zo hard als bij de jonge PJ Harvey ten tijde van “Sheela-Na-Gig”.
“Purpose” heeft een murderballad-vibe die me doet denken aan “Diane”, zowel in de versie van Therapy als in die van Hüsker Dü.  “The Sidepiece” roept herinneringen op aan het Franse RoomMe en aan het Belgische The Girl Who Cried Wolf, twee referenties die eigenlijk doorheen het hele album opduiken.
De luisteraar mee de song insleuren lukt al beter op titeltrack “Losing Form” en ook op “Hollows” en “To The Bone”, tracks waarop ze haar cello als een elektrische gitaar (met een klein leger aan effectpedaaltjes) laat klinken en uitkomt in de slipstream van Morphine. Dan heeft ze mijn aandacht wel. Maar drie sterke nummers zijn niet genoeg om een volledig album te dragen.

NONN

XVII

Geschreven door

Op ‘XVII’ van NONN zijn de jaren ’80 helemaal terug. Ritmes uit de hoogdagen van de coldwave en de synthpop, zelfs heel herkenbare drumcomputers, diepe baslijnen, die typische songopbouw, de ijle gitaarsound, … het hele plaatje klopt en roept herinneringen op aan de begindagen van Front 242, Neon Judgement en Poésie Noire. Suicide is ook een beetje een referentie. Soms gaat het wat meer in de richting van industrial en drone, maar de geest van de jaren ’80 blijft telkens intact.
Alleen tekstueel mangelt er een en ander bij NONN. Niet zozeer de monotone, zeemzoete fluisterzang is het probleem, wel dat je nergens duidelijk te horen krijgt waar de nummers over gaan. Dat was in de jaren ’80 wel anders. Met die fluisterzang krijg je ook geen refrein of catchfrase die zich echt in je hoofd nestelt.
NONN twijfelt op dit album tussen pop en underground. In pop-nummers als “Pray” en “Believe” zijn ze degelijk, maar ook inwisselbaar met de betere synthpop. Als ze meer naar de underground-sound gaan, zoals op “Beyond”, krijgt NONN ook meer een eigen gezicht.
De beste momenten van deze ‘XVII’ zijn de catchy single “Clear”, de coldwavetrack “Hide” en de industrial-stamper “Where”. “Reach” is heerlijke moderne postpunk die ook op het album van Whispering Sons had kunnen staan, maar mist net als wel meer tracks op dit album een eigen gezicht. Nog wat schaven en schuren en het volgende album van NONN zal er boenk op zijn.

Matches

X

Geschreven door

Matches is een Duitse band die het midden houdt tussen postpunk en fuzzpunk. Het tempo van punk, de fuzz in de overall sound en de weemoed in de teksten. Hoewel je met dit recept doorgaans in de donkere jaren ’80 uitkomt, klinkt Matches op ‘X’ heel erg bij de tijd.
De gitaren klinken als die van Red Zebra, maar dan met nog meer galm en distortion, richting de shoegaze van de Jesus & Mary Chain. De drumritmes duwen deze band dan toch in het vakje van de punk en zelfs posthardcore. Het analoge geluid en de eenvoud van de opnames lijken dan weer uit een genre als garage te komen. Is Matches daarmee dan een poging om van verschillende walletjes tegelijk te eten? Het is maar hoe je het bekijkt. Voor de die-hard-punkfan zijn de nummers op ‘X’ vast te soft. Omgekeerd zal de gemiddelde fuzzrock-liefhebber zijn neus ophalen voor het hoge tempo en zal de doorwinterde postpunkfan het misschien na een paar nummers al opgeven. Het kan met andere woorden alle kanten op.
Wat in dit verhaal wel als een paal boven water staat, is dat deze Duitse band meer kan dan een juiste sound neerzetten. De nummers lijken eenvoudig, maar zijn heel efficiënt in opbouw en timing. Ook de refreinen zijn herkenbaar en meezingbaar. ‘X’ heeft niet echt nummers die erbovenuit steken, maar als je deze band wil ontdekken, begin dan misschien bij “Lost” en “Let Go”.
https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=AorDqKCrQRs

Gèsman

De Boerdrie Tapes: 1998-2002

Geschreven door

Sinds de doorbraak van Het Zesde Metaal wordt zowat alle pop en rock in het West-Vlaams doodgeknuffeld, maar de bands die eerder (mee) aan de kar gesleurd hebben, worden al eens vergeten.
Gèsman is één van die bands die al lang en nog steeds hun weerbarstige americana aan de man brengen vanuit het Texas van Vlaanderen en in het Kortrijks. Hun eerder dit jaar uitgebrachte album ‘Olput Blues’ was een eerste stap naar eerherstel. Voor hun oudere albums heb je al wat speurwerk nodig, maar Mayway Records maakt het ons alvast gemakkelijk met ‘De Boerdrie Tapes: 1998-2002’, een soort van handleiding of overzichtstentoonstelling van het vroegste werk van Gèsman, van de periode vóór hun eerste officiële release. Deze Boerdrie Tapes worden enkel digitaal uitgebracht, maar dat mag de pret niet drukken.
Het is een verzameling van wat we vroeger demo’s noemden: nog geen definitieve versies, geen perfecte opnames, veelal akoestisch met enkel zang en gitaar. Zo staan er demoversies op van Gèsman-klassiekers als “Mathieu” en “Lattet An U Erte Kom’n” van het debuutalbum ‘Slich Van ’T Eten’ uit 2004. “Buenas Tardes Amigo” van Ween wordt in de versie van Gèsman het droefgeestige “Ei Doa”. “Fucking With My Head” van Beck wordt bij Gèsman het hilarische “Kerstdag In Min Uoft”. Dat laatste is echt helemaal zo’n nummer dat zich voor lange tijd tussen je oren nestelt. Zeg niet dat we U niet gewaarschuwd hebben. En zo weten we bovendien waar deze fijne band de mosterd haalt.
Het is niet al goud wat blinkt op deze ‘Boerdrie Tapes’. Aan “Meiskes” is zowel muzikaal als tekstueel nog wat schaaf- en schuurwerk, net als aan “Zwoare Combinatie”, maar je merkt wel reeds de klasse van deze band. Andere nummers kunnen dan weer meteen op een album, mits de strenge hand van een producer en een degelijke mix. Het vaag naar Gorki ruikende “Indioan’ is er zo een. Of “Mr. Vervaeke”. Of het spacerockende “Ip Boane Ut Space”. Alvast drie parels die we nog eens in hun volle glorie willen horen op een volgend album van Gèsman.
“Spekke” is geen lied, maar een minutenlang aangehouden, hopelijk verzonnen verhaal over de ontstaansgeschiedenis van de band. Die zwarte en toch kwajongensachtige humor, die ook dik aangezet in de andere nummers van deze ‘Boerdrie Tapes’ zit, hebben we een beetje gemist op ‘Olput Blues’.
https://open.spotify.com/album/7ANdIZEE4PzRY8Fd1DGVHb?si=20OeYjYDQpuxR2LSJWgptg

Front Line Assembly

Eye On You -single-

Geschreven door

Front Line Assembly was vorige zomer één van de toppers op het W-Festival. Eén van de andere top-acts daar was de Deutsch-Amerikanische Freundschaft (DAF) van Robert Görl. Of de samenwerking in Amougies afgesproken is, dat zouden we eens moeten vragen, maar feit is dat Görl meedoet op “Eye On You”, de nieuwe single van Front Line Assembly.
De single is de voorbode van het album ‘Wake Up The Coma’ dat ergens begin 2019 uitgebracht zal worden. In de album-mix is “Eye On You” vintage Front Line Assembly, ondanks de medewerking van Görl. FLA en DAF liggen overigens muzikaal niet zo gek ver uit elkaar. De gitaren werden in 2012 opgeborgen en het ziet er niet naar uit dat ze voor ‘Wake Up The Coma’ opnieuw bovengehaald zullen worden. Dit is ebm volgens het boekje, lekker old school.
Bij de single horen nog twee remixes, zonder zang, zo gaat dat tegenwoordig. Terence Fixmer gooit er wat extra dansbare beats tegenaan, maar kan het geen zes minuten spannend houden. Orphx neemt het risico om het nummer nog één minuut verder op te rekken en kampt met hetzelfde probleem: dansbaar dat wel, maar ergens halfweg zullen de meesten al afgehaakt hebben.

Cocaine Piss

My Cake -single-

Geschreven door

Cocaine Piss is inmiddels een gevestigde waarde in noise en smerige punk. Reviewers dachten bij hun debuut dat de nieuwe Sonic Youth was opgestaan. Live zorgen die van Cocaine Piss voor veel ongeleide energie en vervelend wordt het nooit. Het album dat ze opnamen met de legendarische producer Steve Albini krijgt binnenkort een vervolg, met alweer Albini achter de knoppen, maar de vooruitgestuurde single “My Cake” belooft niet veel goeds.
“My Cake” duurt amper 45 seconden en omvat vooral het hysterische geschreeuw van de zangeres dat iedereen van haar cakeje moet blijven en een paar ‘fucks’ als bonus. Niet dat wij moeilijke mensen zijn en wij houden zelfs van stronteigenwijze singlekeuzes, maar het mag toch net iets meer zijn. Heel even dacht ik nog dat dit een verkapte MeToo-boodschap was, maar ik vrees dat dat te mainstream is voor Cocaine Piss en dat ze al zeker niet de moeite zouden nemen om zoiets te verbloemen tot ‘touch my cake’. Bovenop de tekstuele leegte komt nog dat deze track ook muzikaal weinig voorstelt. Intens en overlopend van energie? Of het muzikale equivalent van een vuurpijl afschieten?
B-kantje “Pretty Pissed” is beter. Niet omdat het nummer bijna de anderhalve minuut haalt, maar omdat er muzikaal en inhoudelijk iets gebeurt in dit nummer. Het belangrijkste pluspunt is toch dat we hier wel het gevoel hebben dat we naar een ‘compleet’ nummer luisteren. Toch, Sonic Youth is nog ver weg.
Er is ook goed nieuws. Cocaine Piss heeft de gewoonte om oud werk te laten ‘herinterpreteren’. Wat de Luikse Party Harders gemaakt hebben van “Inner Unicorn”, daar worden wij (zelfs als rabiate gitaarliefhebbers) nu eens meteen vrolijk van. Als dancetrack is dit geheid een floorfiller, met een heel knappe songopbouw. Djohndoe’s remix van “Treehouse” leunt dan weer sterk aan tegen de weerbarstige noise van het origineel, maar in OTON’s remix van “Pinacolalove” worden de dansschoenen opnieuw aangetrokken. Er is dus nog hoop.
Mocht dat nieuwe album van Cocaine Piss niet zo schitterend zijn, kan deze band nog even verder als muze voor de nationale elektro-scene.

El Yunque

O Hi Mark

Geschreven door

De Limburgse oorspronkelijke vooral noiserock-gerichte band El Yunque ontstond in 2013. Puur muzikaal wordt de band nogal vaak vergeleken met een kruisbestuiving tussen het oorverdovende van Swans en Lighting Bolt. Echter hen in een hokje duwen is anno 2018 deze band enorm tekort doen. Op hun nieuwste schijf 'O Hi Mark' komen avant-garde-invloeden bovendrijven, maar blijft El Yunque, binnen een donkere omkadering, eveneens de ziel beroeren.
Met een langgerekte “Googol” - circa acht minuten en een kwart - zet de band de toon voor de volledige plaat. Geen hapklare hapjes vlees, maar muziek waarvoor de luisteraar een zekere inspanning moet doen. Dreigend, verschroeiend en duister. Dat is wat je voorgeschoteld krijgt. De band houdt duidelijk ook van potjes experimenteren tot in het oneindige. Dat is ook nodig met songs van een duurtijd van rond de zes minuten tot elf minuten. Zoals het wonderlijke “Siri, Please (I,II &III)”.
Het grote verschil met vroeger? De band hoeft geen geluidsmuren meer op te trekken om je murw te slaan. El Yunque doet dit door je op een uiteenlopende wijze gewoon tot waanzin te drijven. De songs hebben ene hypnotiserende invloed op je gemoed en doen je op het puntje van je stoel gespannen zitten luisteren. Waanzin is inderdaad een andere rode draad doorheen dit duister meesterwerk waar grenzen worden verlegd, waar er feitelijk geen grenzen zijn. Op diezelfde elan blijft de band doorgaan op daaropvolgende langgerekte meesterwerken als “Earily” en “Boneyfacio” waar El Yunque net door die enorm dreigende ondertoon angstaanvallen bezorgd.
Absurdistan, daar zijn we aanbeland als we deze plaat enkele stevige luisterbeurten geven. Want inderdaad, de hoofdmoot is absurditeit, waanzin, bevreemdende klanken fabriceren, experimenteren en zichzelf voortdurend heruitvinden. Het zijn de rode draden doorheen 'O Hi Mark'. Song na song zet El Yunque je op het verkeerde been, vaak door traag maar enorm dreigend op je in te hakken. Op geen enkel moment haak je af, net door die enorm hypnotiserende inwerking op je gemoed. Kortom, El Yunque brengt een bijzonder kunstzinnige klasseschijf uit in het verlengde van zijn voorgangers, maar net heel anders. Door avant-garde-invloeden te combineren met noise en porties freejazz, verlegt de band weer eens een nieuwe grens, op momenten waar we dachten dat er geen grens meer was.
Tracklist: Googol 8:46; Sword Beach 5:42; De Milo 6:23; Siri, Please (I, II & III) 10:58; Earily 5:27; Boneyfacio 6:04

Viva Death

Illuminate

Geschreven door

Viva Death is het soloproject rond Face To Face-bassist Scott Shiflett. De man laat zich omringen door klassemuzikanten. Hij debuteerde met dit project in 2001. Tot nu toe heeft dit geleid tot drie albums: 'Viva Death' (2002), 'One Percent Panic' (2006) en 'Curse The Darkness' (2010). De line-up is eveneens regelmatig veranderd. Met muzikanten uit bands als Face To Face, Foo Fighters en The Vandals kwam een nieuwe plaat op de markt. Uit 'Illuminate' blijkt het veelzijdige talent van Scott maar ook zijn medemuzikanten meerdere malen.
Het leuke aan deze plaat is dan ook dat uiteenlopende muziekstijlen op één hoopje worden gegooid. Streepjes post-punk en aanstekelijke alternatieve rock, tot een potje experimenteren, het is er allemaal bij. Tot zelfs hypnotiserende psychedelische songs als “Seasons” waarbij we prompt denken aan bijvoorbeeld Pink Floyd.
Viva Death is een project dat aanvoelt als een speeltuin waar Scott gewoon zijn ding kan doen, zonder zich van iets of iemand iets aan te trekken. Daardoor kan hij dus tot in het oneindige improviseren of in zijn muziek zoveel soundscapes verstoppen dat je bij elke nieuwe luisterbeurt weer nieuwe ontdekkingen doet.
Bewust heeft Scott er ook voor gekozen om het de luisteraar niet te gemakkelijk te maken. Muziek tot kunst verheffen? Het is een andere rode draad op deze knappe schijf. Zo horen we bevreemdend aanvoelende vocale en geluiden bij songs als “Unclear” en “Storm” die wel iets dreigends lijken te bevatten. Maar ook daar word je toch op het verkeerde been gezet, want na meerdere luisterbeurten hoor je prompt andere wendingen de revue passeren. Viva Death speelt duidelijk met ons voeten en daar houden we wel van.
We zijn namelijk voorstander van artiesten of bands die durven buiten de lijnen te kleuren wat betreft alternatieve rock, postpunk of aanverwante. Dat is wat Viva Death ook doet. Bij sommige songs hoor ik bijvoorbeeld ook David Bowie naar voren komen, ook al een meester in het experimenteren. Want dat is Scott eveneens. Een magiër die klanken en vocalen uit zijn hoed tovert die je vol bewondering zal doen luisteren, zoals een kind dat kijkt naar een schouwspel van glitter en kleur op de tv. Voelt Scott zich duidelijk thuis in dit project, zijn eigen speeltuin waar hij eigenzinnig zijn eigen ding kan doen zonder zich van een ander iets aan te trekken.

Tracklist: Ready To Go 05:26; Trip 05:35; Sound The Alarm 04:24; Windows 04:28; Don't Box Me In 04:13; Two Hands 05:48; Seasons 06:05; Petitioning The Black Wall 04:06; New Terrors 06:43; Unclear 03:10; Storm 06:47; Slipping Away 04:21; Man In The Street 05:32; Damnatio Memoriae 08:29

Pagina 142 van 394