logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Kreator - 25/03...
CD Reviews

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Fight Like Apes

… And the mystery of the golden medaillon

Geschreven door

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

Daan

Manhay

Geschreven door

Daan vernoemde de cd ‘Manhay’ naar het Waalse dorpje waar hij frisse lucht opsnoof inspiratie op te doen om nieuw materiaal te schrijven. Bij z’n vorige band Dead Man Ray werd ook al een cd vernoemd naar een gemeente, met name ‘Berchem’, waar hij toen woonde.
Hij gooide het muzikaal over een andere boeg. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. We horen eerder de essentie van de pure popsong, die kleur krijgen door sfeervolle toetsen en piano. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed.
Onze ‘James Dean’ lookalike met z’n grauwe, doorleefde stem en brabbelzang en een sigaret in de hand, legde de klemtoon op z’n singer/songwriterschap met enkele mooie ingetogen donkere songs (“Brand new truth”, “Bad boy, bad girl” en “A great retriever”), maar hij klinkt intenser, steviger met compacte, broeierige rocksongs als singles “Exes”, “Crawling from the wreck en  “Your eyes beauty calls collect” . Op ”Icon”, een echte country filler, charmeert hij één van z’n idolen Bobbejaan Schoepen. Breder omlijst door toetsen, piano en blazers  zijn “Friendly fire” en “Decisions”. Spijtig is dat het resultaat in deze nummers niet stedds geslaagd is. Op die manier hebben we met een gevarieerde plaat te maken van hecht klinkend songmateriaal.
Daan wist op het juiste tijdstip duidelijk te herbronnen en ging niet oeverloos verder in die ‘80’s kitsch electro. De ‘new face’ en ‘sound’ van Daan besluit met een hommage aan Johnny Cash, het intiem, breekbare “The stealing kind”.
De broeierige rock/pop/vaudevile americana op ‘Manhay’ betekent een happy return naar het archief van ‘Profools’, ‘Bridge burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode. Hij beschikt nog steeds over een erg geoliede band met vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.

Lovvers

Ocd Go Go Go Girls

Geschreven door

De jonge Engelse pubrockers Lovvers hebben na een paar (korte) EP’s hun debuut uit: rauw rammelende rock’n’roll/punkrock, (mes)scherp, stuwend en broeierig. De songs lijken regelrecht van het repetitielokaal te komen. Twaalf songs in een dertigtal minuten, rechttoe- rechtaan en zonder al te veel franjes. Sommige nummers hebben onbeduidende songtitels, “1-2-34 count”, “Axtxtx…” en “D.boon”. De groep grijpt terg naar de 1, 2, 3, 4 van de Buzzcocks en refereren nauw aan die andere strakke band Wavves en de eerste Thermals. Op een drietal songs klinken ze nog feller en gaan ze harder tekeer (“100 flowers”, “Alone with a girl” en “Human hair”). De zang is er soms over … moeilijk verstaanbaar en overstuurd. Het draagt allemaal bij tot het punkwiel van the good old jaren ’70, die de band hoog in het vaandel draagt.

The Low Anthem

Oh My God Charlie Darwin

Geschreven door

The Low Anthem was een goed bewaard geheim van drie muzikanten uit Rhode Island, Ben Knox Miller, Jeff Prystowski en Jocie Adams. Eerst was hun cd enkel verkrijgbaar via de internet downloads, maar door een groeiende belangstelling en respons werd de plaat op het Nonesuch label uitgebracht. Opzoekingwerk leverde op dat het hier gaat om een do-it-all-self-band, ze aan hun tweede plaat toe zijn, opvolger van het in 2007 verschenen ‘What the crow brings’, waarbij 27 verschillende muziekinstrumenten werden gebruikt over de twaalf songs. De groep put uit de indie/americana en graaft in het verleden van de sing/songwriting van Cohen - Dylan – Young – Waits en plaatst zich geruisloos naast een Bon Iver, Sparklehorse, Great Lake Swimmers en Ray LaMontagne. We horen vooral ingetogen materiaal door de brede omlijsting, wat de songs uitermate gevoelig sfeervol maakt (o.a. “Charlie Darwin”, “To Ohio”, “Home I’ll never be” en “Cage the songbird”). Af en toe mag het eens rocken, beuken en rauw klinken, “Ticket taker”, “The horizon is a beltway” en “Champion angel”). Verslavend inwerkende songs, die bijdragen tot de gevarieerde aanpak. The Low Anthem onderscheidt zich van de doordeweeks americana bandjes …

Why ?

Eskimo Snow

Geschreven door

Het Amerikaanse Why?, uit Oakland California, bepaald door de broers Wolf, is al zo’n kleine vijf jaar bezig en hebben met hun vierde plaat, de opvolger van ‘Alopecdia why?’, mét band uit. Ze maakten van hun pseudoniem de groepsnaam Why. We horen op ‘Eskimo Snow’ tien bezwerende, leuke intens opbouwende indie/rootspopamericana songs. Ze zijn soms rijkelijk ondersteund door allerlei instrumenten en geluidjes (piano, toetsen, xylo, blazers, …) en zorgen voor een kleurrijk palet. Op die manier klinkt het geheel broeierig, dromerig en sfeervol. De zegrap van Jonathan ‘Yoni’ Wolf maakt het nog iets specialer. De vroegere hiphopinvloeden zijn duidelijk ondergeschikt geworden, wat ruimte biedt aan de country en folk van de twee andere groepsleden. Pareltjes zijn alvast “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback” en “This blackest purse”.

Wild Beasts

Two dancers

Geschreven door

Het Britse Wild Beasts uit Leeds, onder de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming, heeft een uiterst sfeervolle plaat uit, met songs die per beluistering steeds beter uit de verf komen. Aanstekelijke doordachte popsongs, die door een fris tintelend gitaarspel en piano/toets dromerig en broeierig zijn, en zelfs richting freefolk overhellen. Daarvoor is de falsetzang van Thorpe verantwoordelijk, een bepalende factor binnen de sfeerschepping, die de band creëert. Hij kan soms hoog uithalen en durft te gillen, maar net op tijd wordt dit opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat net niet verglijdt in een theatraal aandoende Muse.
We horen een vleugje The Veils, Shearwater en Antony (die van the Johnsons) terug. ‘Two dancers’ is een groeiplaatje met enkele overtuigende songs, die zeer zeker een ruime aandacht verdienen: “The fun powder plot”, “Hooting & howling”, “This is our lot” en “The dancers story”. “All the king’s men”, “We still got the taste …” en ook het afsluitende “Empty nest” tonen een bredere stijl aan, en weten door hun meeslepende emotionaliteit en de intrigerende, spannende opbouw als lieflijke rootspop te klinken. ‘Two dancers’ vormt de aanzet tot een geslaagde prachtplaat …

The Big Pink

A brief history of love

Geschreven door

Na het beluisteren van dit plaatje van het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell is het me wel duidelijk dat deze The Big Pink een ‘real’ big pink is. ‘A brief history of love’ is een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop. Inderdaad, het zijn goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; door hun opbouw en invloeden her en der klinken ze uitermate boeiend. De eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips schieten ons rond de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Feit is dat The Big Pink een band is met groeipotentieel; “Dominos” zorgt voor de definitieve doorbraak en biedt de kans om oudere singles als “Too young to love” en “Velvet” terug op te loaden! Aanstekelijk en fris klinkt het allemaal; terecht mag deze band ‘high hip’ worden!
Ze overtuigen sterk door een eigen geluid aan die verschillende stijlinvloeden te geven … Ze hebben alvast héél véél in petto, luister maar eens naar de opener “Crystal visions”, “At war with the sun”, “Golden pendulum”, “Frisk” en “Count backwards from Ten”.
Vorig jaar was er Glasvegas, dit jaar kan de fakkel overgedragen worden aan deze ‘big next thing’, The Big Pink!

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

Pagina 347 van 394