logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_11
CD Reviews

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Passion Pit

Manners

Geschreven door

In navolging van MGMT en het daarop volgende Australische antwoord van Empire Of The Sun, brengt Passion Pit net als de andere twee indie electropop, waar ook zij gretig teruggrijpen naar de jaren '80 van de vorige eeuw. Wat ze nog gemeen hebben is dat dit hun debuutalbum is en zeker in de smaak valt.
Passion Pit was tot twee jaar geleden een éénmansaangelegenheid. Het duurde echter niet lang voor Michael Angelakos met zijn laptop wat bekendheid verwierf in Massachusetts en er al snel enkele personen hun diensten aanboden om samen met hem te spelen. Synths zijn daardoor niet langer het hoofdingrediënt van de groep. Zo namen ze een EP op, dat diende als laat Valentijnscadeau voor zijn toenmalige vriendin. Zij kon hem gelukkig overhalen meer kopieën te verspreiden. Op die manier verkregen ze later een contract bij de platenfirma Frenchkiss Records, waar deze 'Manners' hun eerste verwezenlijking van is.
De nummers werden helemaal door Angelakos zelf geschreven en hij verleent ook zijn stem er aan. Hij heeft een ontzettend hoge stem, waardoor een vergelijking met Scissor Sisters en zelfs La Roux (“Make Light”!) zeker op zijn plaats is. De muziek is aanstekelijk, opzwepend en dansbaar, check vooral maar eens “Make Light”, “Little Secrets”, “Sleepyhead” en natuurlijk de bescheiden zomerhit “The Reeling”.

Chickenfoot

Chickenfoot

Geschreven door

Help! een supergroep. En dan nog eentje bestaande uit vergane hard-rock iconen als Sammy Hagar en Michael Anthony (Van Halen), RHCP drummer Chad Smith en gitaarneuker Joe Satriani. Dat kan niet goed komen. En inderdaad, dit album is nog maar net uit en het klinkt al hopeloos verouderd. Hier staat haar op, veel haar. Het bulkt van de typisch Amerikaanse hard-rock clichés, neigt niet zelden naar de belachelijke jaren tachtig poedelrock en heeft op de koop toe nog een paar drakerige ballads te koop (zo is“Learning to fly” echt pijnlijk, geloof ons).
En ja, die gasten kunnen spelen, het zou er nog aan mankeren. Maar met een beetje inspiratie en creativiteit voor de dag komen ? Ho maar. Satriani mag dan al een meer dan bedreven gitarist zijn (hij zwiert hier met de solo’s dat het niet mooi meer is), Mark Knopfler is dat ook, wat nog niet wil zeggen dat hij goede platen maakt (bij deze laatste toch een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten). De heren kleuren hier volledig binnen de lijntjes van het op zich al belachelijke genre en weten dat ze daarmee, in hun thuisland althans, hun nu al uitpuilende bankrekeningen nog royaal zullen aanscherpen.
In de States is er een markt voor, wij krijgen er diarree van.

Iggy Pop

Preliminaires

Geschreven door

Het is niet omdat ik onvoorwaardelijk fan ben van Iggy Pop dat ik geen bedenkingen zou mogen hebben bij zijn platen. Iggy is tot op heden nog steeds de beste en meeste energieke performer die ik ooit op een podium gezien heb maar in de studio slaat hij nogal dikwijls eens de bal mis.
Zijn nieuwste ‘Preliminaires’ is –godbetert- gebaseerd op het werk van de Franse schrijver Houellebecq, mij (en waarschijnlijk ook u) totaal onbekend, dus dat voorspelt al niet veel goeds. Naar eigen zeggen heeft Iggy die plaat gemaakt omdat hij dat banale gitaarrocken beu was. Het loopt daar niet meer lekker in diens hersenpan.
Met dergelijke aankondigingen deed Iggy dan ook onze verwachtingen dalen naar het nulpunt en, jawel, ze blijken uit te komen.
Het begint al weinig belovend met “Les feuilles mortes” waar Iggy zowaar in het Frans zingt, of zeg maar brabbelt. Potsierlijk. Pop probeert ergens om onbegrijpelijke redenen een soort Gainsbourg te zijn, maar wij denken dat Serge niet meer zou bijkomen van het lachen mocht hij dit hier nog kunnen meemaken.
“King of the dogs” kunnen we nog leuk noemen, vanwege de feestachtige New Orleans stijl, zowat de enige keer waar Iggy iets ongewoons probeert zonder zichzelf daarbij volkomen belachelijk te maken. Ook de akoestische blues “He’s dead / she’alive” is nog geloofwaardig. Elders slaat Iggy meer aan het croonen dan aan het rocken, met uitzondering van “Nice to be dead”, laat ons zeggen een matige rocksong. Vergelijkingen met zijn album ‘Avenue B’, ook al niet bepaald een hoogvlieger, dringen zich dan ook op, alhoewel we deze plaat uit 1999 bij momenten nog iets draaglijker vonden. Deze ‘Preliminaires’ zullen we maar gauw vergeten.
Het enige goede nieuws dat we van Iggy vernamen de laatste tijd is dat hij The Stooges in de bezetting van Raw Power (1973)  terug heeft bijeengeroepen om op tournee te gaan. Laten we vooral daarop hopen.

Barzin

Grace/Wastelands (2)

Geschreven door
Na de helse avonturen van drugs, rechtszaken en vriendinnetjes en de muzikaliteit van Libertines en Babyshambles vond Pete Doherty het tijd om eens een soloplaat uit te brengen. ‘Grace/Wastelands’ is die genaamd. Hij heeft het nog steeds graag over de utopische plek die Engeland in zijn beleven zou moeten zijn. Maar de man van melodieus grillige, rammelende, puntige maar ook hoe-komt-het-uit punkrock, heeft een uiterst sfeervol, gevoelig plaatje uit, dat hij samen maakte met leden van Babyshambles en Blur gitarist (en eveneens solo artiest Graham Coxon. Voor de gelegenheid is er een extra ‘r’ achter zijn voornaam.
’Grace/Wastelands’ is een gevarieerd album binnen die intimiteit, gaande van sober gehouden songs op akoestische gitaar, soms ondersteund door een strijker (viool) of een blazer en mans innemende onvaste stem, waaronder “1939 returning”, “Salomé” en “I am the rain”. Hij combineert het met lichte groovy bluesy en jazzy uitstapjes, zonder aan emotionaliteit in te boeten, luister maar eens naar opener “Arcady”, “Sweet by & by” en “Palace of bone”. De sound kan iets voller klinken door een soft gehouden percussie, een lichte orkestratie, toetsen en/of een pianotoets: “Last of the English roses”, “A little death around the eyes” en “New love grows on trees”. En hij overtuigt toch met popsongs als “Sheepskin tearaway” en “Broken love song”.
Er zijn talloze pareltjes terug te vinden op dit solo album; een uiterst evenwichtig album, waarbij hij niet uit de bocht gaat van de nonchalance die er live kan zijn. De songs krijgen een handige gestroomlijnde draai. ‘Grace/Wastelands’ is een recept van mans talentvol musiceren en vakmanschap, die de punk in hart en nieren draagt …


Future Of The Left

Travels with myself and another

Geschreven door

Het noisepoptrio Future of the Left, gegroeid uit McCluskey, is afkomstig uit Wales, heeft een schitterende opvolger klaar van het debuut ‘Curses’. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe door synths!
Formule: een energieke sound, - heerlijk broeierig, fel en luid -en een hoop vunzige teksten (check er “you need satan more than he needs you” op na!) … één brok dynamiet en messcherp!
We horen een verbeten, krachtig venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop! Andy Falkous, (schreeuwzang/zegzang/gitaar), Kelson Mathias (bas/zang) en Jack Egglestone (drums) vallen nergens uit hun rol in deze twaalf songs, die een muzikale wervelwind vormen: noisy, stekelig en intens materiaal, rauw en krachtig voer, zonder de melodie uit het oog te verliezen … met “Arming eritrea”, “Land of my formers”, “That damned fly” en “You need satan ...” als klassesongs.

Michael J Sheehy

With these hands – the rise & fall of Francis Delaney

Geschreven door

Michael Sheehy (geboren in ’73) was in de jaren ’90 de frontman van de onvolprezen sfeervolle band The dream city film club, die ‘en verve’ subtiel fijnzinnige composities soms met een snedig randje componeerde. De Brit is al toe aan z’n vijfde soloplaat die de opkomst en ondergang behandelt van de fictieve en meelijkwekkende bokser Francis Delaney. Hij brengt dit in veertien afwisselende en gevarieerde songs, die een geheel zijn van sixties pop, rock’n’roll, vaudeville, slepende ballads, indie en van diverse americana stijlen in country/blues. De ‘Delaney’- songs kunnen ingehouden sober zijn tot acapella zelfs (“Goodnight Irene”) of zijn breder , maar beheerst door een instrumentarium van banjo, beperkte drums, strijkers, toetsen, xylo en soundscapes. Het gitaargetokkel en mans stem zijn de sfeermakers binnen dit concept. Maar ook te noteren valt het duet met Gemma Ray “Frankie , my darling”. Invloeden van Walkabouts, Cave, Waits en ons oudje Moondog Jr zijn te horen.
Een plaat die per beluistering wint aan zeggingskracht, zijn intimiteit prijsgeeft en het talent van deze songschrijver onderstreept.

Pearl Jam

Backspacer

Geschreven door

Tot op heden hebben wij Pearl Jam er nog nooit op betrapt een mindere plaat te hebben gemaakt, laat staan een slechte. Ook ‘Backspacer’, hun negende studio-album in 18 jaar, is wat ons betreft alweer een voltreffer. Geen verrassingen, dat niet, daarvoor is Pearl Jam te veel hun eigenste zelf, en dat is maar goed ook. Wij kennen de band als een hecht groepje enthousiastelingen die willen rocken, en dat zonder franjes of opgepompte spektakels van live shows. Wie de groep heeft gezien bij hun laatste doortocht in het Sportpaleis weet waarover wij het hebben, een sobere podiumopstelling, geen pompeuze toestanden, gewoon rechtdoor muziek spelen. En zo klinkt ook deze ‘Backspacer’ die van bij het begin ontploft met vier korte gemene fistfuckers van rocksongs “Gonna see my friend”, “Got some”, “The fixer” en “Johnny Guitar” (ode aan Johnny Ramone ? of is het Johnny Thunders ?), allemaal snel, puntig en gloeiend heet. Kortom, vooruit met de geit.
Pas vanaf nummer 5, de onbeschaamd mooie ballad “Just breathe”, mag het gaspedaal wat worden ingehouden en laat Vedder zich van zijn meest intieme kant bewonderen. Ook in het bijzonder fraaie “Amongst the waves”, een typische Pearl Jam song ergens tussen ballad en rocker, treden de gedreven vocals van Vedder nadrukkelijk op de voorgrond. Een even knap “Unthought known” gaat quasi dezelfde weg op maar daarna wordt de stekker er terug ingeramd met  “Supersonic”, een uiterst potige rocker die even fel klinkt als zijn titel laat vermoeden. We krijgen vervolgens nog de goudeerlijke ballad “Speed of sound” en het met zijn lekkere drive naar The Who refererende “Force of nature” om uiteindelijk de opvallend korte plaat (na 36 minuten is het liedje al uit) af te sluiten met euh… “The End” (het zou inderdaad een beetje vreemd zijn moest de plaat ermee beginnen), weer zo een onvervalste mooie en tedere Eddie Vedder ballad.
Machtige rock met vuur en passie en ontdaan van alle overbodige snufjes of effectjes, ‘Backspacer’ heeft alles in zich wat Pearl Jam zo goed maakt. Maar kunnen we dat niet van bijna al hun albums zeggen ? Jawel, op huizenhoog niveau blijven presteren, noemen wij dat.
Daarom houden wij zo van Pearl Jam, jarenlang zonder veel show of overdreven media-aandacht de meest fantastische nieuwe plaatjes uitbrengen, dat in vergelijking met pakweg de omhooggevallen sterren van U2 die elke nieuwe plaat met veel toeters en bellen aankondigen maar eigenlijk al jaren losse flodders afvuren (ze mogen op vandaag dan al de meest indrukwekkende live act hebben, de laatste echt goeie U2 plaat ‘Zooropa’ dateert alweer van 1993, het jaar waarin ook “Vs.” verscheen, die tweede geweldige knaller van Pearl Jam maar hoegenaamd niet de laatste).
Vandaar, ‘Backspacer’ is beresterk, maar met minder zouden we niet content geweest zijn.

Moby

Wait For Me

Geschreven door

De veganist Moby (NY) vertoeft in verschillende vakjes op muzikaal vlak. Ambient, dance, trance, pop en natuurlijk ook techno, het genre waarmee hij naam en faam verwierf eind de jaren '90 van de vorige eeuw. De hoogdagen van Moby zijn alweer een decennium geleden, toen hij het album 'Play' uitbracht. Sindsdien ging het bergafwaarts, al was '18' best nog te pruimen.
'Wait For Me' is het negende album van de kale singer-songwriter annex dj. Voor deze plaat grijpt hij duidelijk terug naar z’n vroegere platen (zo staat op de hoes een cartoonfiguur die doet denken aan de videoclips van 'Play'). Hou dan enkel de ingetogen en meeslepende songs over, en je krijgt 'Wait For Me'. Waar zijn vorig album 'Last Night' nog bol stond van de dancenummers, is dit de tegengestelde wereld. Een keerpunt in de carrière van Moby zal dit niet worden, want daarvoor is 'Wait For Me' van een maar triestig en middelmatig kaliber. De synths brengen vooral weer de vioolsamples voort die we al zoveel keer gehoord hebben van Moby, samen met weer dezelfde opbouwen in de nummers en zachte beats. Luister maar naar “Division”, “Study War” en “A Seated Night” (die laatste is compleet met kerkkoor) en u zult wel snappen wat we bedoelen. Gelukkig sieren er wel enkele pareltjes het album. “Pale Horses”, “Shot In The Back Of The Head”, “Mistake” en de titeltrack. Zij hebben door de vocalen meer diepgang. Verder vinden we ook wat noise terug zoals “Stock Radio” en “JLTF-1” waar Moby duidelijk de experimentele toer opgaat. Hoezeer we Moby (né Richard Melville Hall) ook respecteren, in tegenstelling tot anderen, we moeten toegeven dat we teleurgesteld zijn. Om het met een nummer van de plaat te zeggen: “Hope Is Gone”?

Pagina 348 van 394