logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Ruben Hoeke

All Saints

Geschreven door

De Ruben Hoeke Band is een formatie die de pure bluesrock vanuit het slop haalt, afstoft en in een nieuw kleedje stopt. En daardoor het doet aanvoelen alsof ze die muziekstijl heruitvinden. Dat resulteerde in eerdere pareltjes als 'Sonic Revolver' (2016), 'Legacy ' (2017) en '25 Live' (2018). Met 'All Saints' bracht de band zopas een vierde album uit.
De appel valt niet ver van de boom. Ruben is de zoon van pianist Rob Hoeke, een topmuzikant die zijn sporen verdiende in rock-'n-roll, blues en boogie woogie. Ruben gaat op ‘All Saints’ even gedreven tewerk als zijn vader, zelfs meer energieker. De bluesrocker zal wellicht al kippenvel en kroppen in de keel krijgen bij de eerste adrenalinestoot bij “Get Bit”. En dan ben je vertrokken voor een rollercoaster trip naar de diepste wortels van rock en blues. Gevolgd door songs gedreven door pompende gitaar riffs, aanstekelijke solo's en een warme zang die de haren op je armen doen recht komen van innerlijk genot. Dat is ook het geval bij daarop volgende rock parels als “(I'm A) Cheap Trick”, “Easy Does” en “Sour Fruit”. Met “Been A Long Time Comin'”' verschijnt een eerste ballad. De vocale aankleding klinkt hier plots broos en breekbaar als porselein, maar de rock houding blijft ook hier stevig overeind staan.
Drummer Eric Hoeke (broer van Ruben) drijft het tempo telkens zo danig hoog op dat die adrenaline blijft stromen door je aders, en eveneens niet te luidruchtig waardoor de bluesinvloeden blijven doorschemeren. Mooi aangevuld door de gitaarskills van Ruben, die niet voor niets bekend staat als één van de meest vooraanstaande Nederlandse gitaristen. Gekruid met de verdovende baslijnen van Mike Kamp wordt de perfectie overal overschreden, zonder die spontaniteit uit het oog te verliezen. De kers op de taart krijgen we telkens voorgeschoteld met de warme en gevarieerde stem van Lucas Pruim. Nergens valt er een speld tussen te krijgen. Zo puur als de mooiste bluesrockdiamant klinkt deze plaat van begin tot einde.
Dat Ruben Hoeke Band een verzameling van topmuzikanten zijn die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn, wordt verder in de verf gezet bij “All Feels”, “Sally Went To The Shore” en het duivelse “The Devil’s Toil”. Als klap op de vuurpijl is er een gedurfde cover van “Love Is Blindness” van U2. Een song waar alle voornoemde elementen nog eens op een hoopje worden gegooid. Het zorgt voor een combinatie van een krop in de keel, vooral als Lucas op een zachtaardige wijze je hart streelt met zijn verdovende stem, waarna Ruben nogmaals het bewijs levert waarom hij als gitarist zo op handen wordt gedragen.
Klasse, het komt altijd boven drijven. Maar daarom hoeft dat nog niet te resulteren in een routineklus. Eerder loeit het spelplezier uit de boxen en gaat ons bluesrockhart sneller slaan.  De bluesrockliefhebber zal dan ook gegarandeerd watertandend klaarkomen bij zoveel adrenalinestoten die The Ruben Hoeke Band hier uitdeelt op 'All Saints'. De ene na de andere mokerslag in het gezicht, die je verdooft of met de luchtgitaar in de hand doet headbangen tot de vroege uurtjes krijg je hier voorgeschoteld.
Ook al is dat allemaal wel ergens voorgedaan, deze muzikanten bezorgen het bluesrockgenre die welgekomen injectie die het kan gebruiken om de muziekstijl ook in 2020 binnen te loodsen.

Blues/Jazz
All Saints
Ruben Hoeke Band

Benedicte Maurseth

Benedicte Maurseth

Geschreven door

De Noorse Benedicte Maurseth bracht een gloednieuw solo-album uit. De violiste bracht onder haar eigen naam al vele CD's uit en ook als gastmuzikante is ze met name in eigen land door haar 'belief in experiment and improvisation' een veelgevraagde en gewaardeerde kracht. Met haar album ‘Over Tones’' uit 2014 op het ECM-label maakte ze in folk- en jazzkringen voor het eerst flink furore over de hele wereld. Sindsdien gaat ze gestaag door om haar kunsten in de traditionele Noorse folk muziek te verbeteren, te vernieuwen en te etaleren. Ook dus op het nieuwste kunstwerkje, 'Bendicte Maurseth',  uitgebracht via het Heilo label.
Veel oude Noorse werken krijgen op dit album een nieuw leven. “Huldre”, “Huldreslatt I, II en III” of “Bygdatrae” krijgen allen een verjongingskeur van ruim 100 jaar tussen. En dat is het meest opmerkelijke aan deze prachtige schijf waar dat instrument viool de belangrijkste plaats inneemt.  Het klankentapijt dat Benedicte in samenwerking met al even indrukwekkende muzikanten uitspreidt is zo veelzijdig en kleurrijk dat je, met de ogen gesloten, wegdrijft naar dat verleden maar toch eveneens met beide voeten in het heden blijft staan. Benedicte Maurseth durft bovendien vaak improviseren en experimenteren met de klanken van toen, waardoor ze die songs heruitvindt. En dat is dus nog het grootste pluspunt aan deze schijf. Song na song ontstaat een magie die verleden en vandaag perfect met elkaar verbindt.
Bij voorkeur raden we aan deze plaat in zijn geheel te beluisteren want het leest als een spannend boek. Alleen wordt je niet geconfronteerd met pijn en smart, maar straalt de muziek wel een soort weemoed en melancholie uit die zo eigen is aan die vroegere tijden. De viool is sowieso een instrument dat die weemoed hoog in het vaandel draagt, en dat zet Benedicte op een magistrale wijze meerdere keren in de verf. Deze bijzonder talentvolle artieste heeft al zoveel watertjes doorzwommen, haar kunnen zoveel bewezen, maar verlegt op haar nieuwe solo-album weer eens een grens, waar grenzen vervagen.

August Kann

How Did All These People Get Into My Room

Geschreven door

August Kann is een Noorse singer-songwriter. Met ‘How Did All These People Get Into My Room’ stelt hij zijn debuutalbum voor. Begeleid door gitaar, piano, percussie en viool hoor je negen poppy klinkende folksongs die je nog het best kunt omschrijven als ‘comfortable easy-listening’, met muzikale referenties naar o.a. Paul Simon, Nick Drake, Leonard Cohen, Bon Iver, Jack Johnson en Thomas Dybdahl.  En daar kan nooit iets mis mee zijn. Toch?
Die zeemzoetige atmosfeer, waardoor je plots alle stress uit je leven vergeet, komt al naar jou tegemoet met “Girl Behind The Trees”, “This Smells Like Paris” en “How Did All These People Get Into My Room”. Liefelijke songs die dankzij de warme stem van August Kann niet klef klinken, maar eerder als een zalfje voor gebroken harten.  De sobere en ingetogen wijze waarop deze plaat in elkaar steekt, staat in schril contrast met de doorgaans experimentele en vaak donkere muziek die we overgewaaid krijgen uit landen als Noorwegen. Het is een verademing te zien en horen dat de eenvoudige positieve energie die deze muziek uitstraalt je ziel even tot rust kan brengen. Nergens worden geluidsmuren afgebroken en zelfs de melancholische ondertoon bij songs als “This Is Bad” of “The Law is The Law” klinken nergens zwaarmoedig. De songs blijven daardoor aan je ribben kleven, maar zorgen er niet voor dat je in een depressie belandt. Integendeel, de zon schijnt altijd achter de wolken. En dat is bij de daarop volgende pareltjes als “Brother” en het prachtige “Green Out Of Grey” eveneens het geval.
August Kann is vooral een artiest die zowel instrumentaal als vocaal 'schittert in eenvoud' hoog in het vaandel draagt. En daar mee wegkomt, doordat de songs op deze schijf zoveel warmte uitstralen dat je als luisteraar niet anders kunt dan je gewillig laten meevoeren over die roze wolk. Tot je in een overweldigende rusttoestand terechtkomt, waaruit je niet meer wil en kunt ontsnappen. ‘How Did All These People Get Into My Room' is een debuut dat een verademing biedt tussen al de oorverdovende geluidsmuren die in ons leven al te vaak op ons afkomen. En daarom een bijzonder smakelijke folk gericht pareltje waardoor deze Noorse topmuzikant en -zanger prompt zijn stempel drukt op het singer-songwritergebeuren.

Stars On Fire

Songs For the Summer

Geschreven door

Enkele maanden geleden bracht Stars on Fire, een nieuwe band rond Cristoph Mark, die sommige misschien kennen via als lid van de band Ampersand, een knappe schijf uit: 'Blue Skies Above'. Een parel van een shoegaze/noispopplaat waarover we schreven: ''Stars On Fire brengt de perfecte dansplaat uit, waarbij het hart eveneens diep wordt geraakt en je naderhand met een gelukzalig gevoel vanbinnen, totaal buiten adem, tot een zekere gemoedsrust bent gekomen waaruit je nooit meer wil ontsnappen.'' Er kwam nu een gloednieuwe EP op de markt 'Songs For the Summer', die een beetje in verlengde ligt van voornoemde, alleen klinkt deze iets meer zonniger en vreugdevoller.
“I Need Nobody (That's You)” is zo een typische aanstekelijke song die je aanzet tot dansen, de horizon tegemoet. Bij het kouder worden van de dagen brengt Stars On Fire een beetje zon in huis. De zomer blijft een beetje hangen doordat de band op dit elan blijft doorgaan bij de daarop volgende poppy klinkende “Salty Kiss”. Wederom valt op dat Cristoph de teugels stevig in handen houdt en zich laat omringen door muzikanten die de kneepjes van het vak meer dan onder de knie hebben. De songs blijven zodanig aan je ribben kleven dat je ze prompt zit mee te zingen. De positieve ingesteldheid waardoor je verlangt naar de zomer, keert eveneens terug op “Summertime”. Dat meezinggehalte is niet alleen de rode draad doorheen deze bijzonder aantrekkelijke EP. Het is ook het grote pluspunt aan 'Songs For the Summer'.
Meteen is het bewijs geleverd dat deze band van vele markten thuis is. Of dat nu een eerder weemoedige kant kiezen is, of luchtige songs voorschotelen zonder te klef te gaan klinken. Stars On Fire is een veelzijdige band die houdt van zowel het donker als het licht. Dat blijkt ook aan afsluiter “2 Late”, weer zo een song die aan die aan je ribbenkast kleeft. Net dat laatste is zo bijzonder aan deze band. De heren kunnen zeer melancholisch voor de dag komen, al dan niet binnen een eerder donkere omkadering, maar bewijzen met deze EP ook kleurrijke de zon te doen schijnen in je hart. Dat is niet de verdienste van één element binnen de band trouwens, het is een kruisbestuiving tussen zoveel getalenteerde muzikanten met een frontman/zanger die met zijn bijzonder warme stem je een glimlach op de lippen bezorgt, en alle zorgen van het leven prompt doet vergeten.
Was het maar weer zomer.. want deze EP zal er eentje zijn om ons te verwarmen bij de koude dagen en nachten die er zitten aan  te komen!

Turpentine Valley

Etch

Geschreven door

Het gaat hard voor postmetalband Turpentine Valley. Ze staan met een lichte overdrijving elk weekend op een podium, hun debuutalbum komt op vinyl uit bij dunk!records en drie tracks daarvan worden gebruikt in de soundtrack van de populaire tv-serie De Twaalf. Je kan die bijval wegrelativeren of nog uitvergroten, maar het geeft alvast aan dat er nog mooie dingen gaan gebeuren voor Turpentine Valley.
‘Etch’ is het verlengde van hun vorig jaar uitgebrachte democassette. Die kreeg op deze site al een mooie score. ‘Etch’ omvat de zes nummers van die democassette, aangevuld met de zevende track “Compassie”. De bespreking van de zes ‘oude’ tracks vind je makkelijk terug op deze site, daarom concentreren we ons op die ene nieuwe. Voor wie de cassette reeds heeft, is één nieuwe track misschien wat weinig. Aan de andere kant vormen die zes tracks één geheel met een organische volgorde inzake emoties en opbouw. Het is een beetje als een extra hoofdstuk schrijven voor een boek dat al uitgegeven is.
“Compassie” past meteen in de instrumentale postmetal van Turpentine Valley zoals we die hebben leren kennen. Geen verrassingen dus. Productioneel blinkt dit nog net iets harder dan de tracks van de demo. De titel vind ik wat dubbel. Enerzijds is er die genadeloze, ijzige riff die bij momenten lijkt weggelopen bij een atmosferische blackmetalband en anderzijds heb je die donkere warmte in het ritme van drum en bas, die rust en vertrouwen brengt.
Opnieuw een klein meesterwerkje dus.

STAKE

Critical Method

Geschreven door

Stake is een soort doorstart van Steak Number Eight. Toen het viertal aankondigde om te stoppen, maar vrijwel meteen daarna aankondigde dat ze met een ander project gingen beginnen, was het afwachten welke richting het zou uitgaan. We kunnen de Steak-fans geruststellen want het nieuwe project ligt niet zo heel ver van wat ze ervoor maakten. Betekent dat dan dat er geen veranderingen zijn? Nee dat ook weer niet. De zang van Brent is nog steeds zoals voorheen maar nu is die iets prominenter aanwezig. De oerkracht is gebleven maar de songs zelf zijn iets strakker en bondiger geworden. Ik zou zelfs durven zeggen dat ze iets toegankelijker zijn. Let wel het is nog steeds geen mainstreammuziek en erg radiovriendelijk is het ook weer niet geworden. Maar hé, malen we daarom? Zeker en vast niet. Opener “Critical Method” is een sterke opener dat hier en daar echo’s van Steak Number Eight laat horen. Het gitaarwerk en de energie doen mij onwillekeurig ook wat aan Brutus denken. “The Absolute Center” is het eerste hoogtepunt. De song heeft een fijne opbouw met de nodige twists and turns. Het gitaarwerk vind ik schitterend. De zang is afwisselend ruw en meeslepend. Ook de bridge halfweg is om duimen en vingers van af te likken. Topnummertje. Op “Careless” wordt de spanning minder opgebouwd en komt men meteen ter zake met een zware riff en fijn drumwerk. “Human Throne” is een tweede hoogtepunt. De psychedelisch klinkende intro gaat over in een weids klinkend nummer met mooi ingehouden zang van Brent en een warme solo in de bridge. “Catatonic Dreams” kenden we al van de videoclip maar het blijft nog steeds een kopstoot van een track. “Doped Up Salvations” is een dot van een nummer met een lekkere doomy riff, snedige zanglijnen, een haast meezingbaar refrein en enkele fijne tempowissels. Afsluiter “Eyes For Gold” begint met veel emotie en is heel toegankelijk. De track wordt gedurende zeven minuten mooi uitgebouwd en bereikt zo een genuanceerde climax naar het einde toe. Ook dit is terug een ferm nummer.
De jongens van Stake klinken bij hun wedergeboorte nog steeds verontrustend, vol energie en soms met een sneer van razernij. Maar ook soms genuanceerd, clean en ingehouden. Zowel de songs als de sound (een perfecte sound waarin elk instrument heel goed klinkt) staan als een huis. Een mengeling van smerige rock met sludge- en doominvloeden. Het is nu alleen nog wachten om ze live los te zien gaan.

Sebastian Straw

Welcome Yesterday

Geschreven door

Sebastian Straw is een Britpop/alternatieve muzikant die al veel watertjes heeft doorzwommen. Hij speelde bij lokale bands en bracht zopas zijn soloplaat 'Welcome Yesterday' op de markt. Een plaat boordevol emoties als woede, teleurstelling en lijden in al zijn vormen. Geen rozengeur en maneschijn, maar toch straalt Sebastian op zijn debuut enorm veel positiviteit uit.
“The lyrics on this album are autobiographical but anybody can read a few their own lives in them. We all – at least once – have fallen and got up on our feet again. Somehow we have found the strength to face our biggest problems without running away by seeking shelter somewhere we feel safe, still facing reality, proud of who we are today and how we arrived here. It was hard but if I look back I still manage to smile. This is where my album ‘Welcome Yesterday’ comes from,”  zegt Sebastian Straw er zelf over.
Dat is al te horen bij “Just Like Yourself”, een song die niet alleen over zichzelf gaat, maar over iedereen die ooit moeilijke momenten heeft beleefd. En toch is er die positieve energie die songs als “My Friend”, “Already Late” en “Happy People Shine” uitstralen die ons niet in een tranendal doet terechtkomen, maar doet vooruitkijken naar betere tijden. De boodschap is duidelijk: niet bij die pakken blijven zitten en doorgaan met wat je bezig bent. De koe bij de horens vatten dus.
Biografische albums zijn vaak emotionele beladen parels waar de artiest zijn ziel blootlegt; dat gebeurt voortdurend op deze knappe schijf. Toch zien we zoveel die zon door de wolken schijnen, dat we prompt die problemen beter aankunnen. Songs als “Walk Towards The Sun”, “Better Than Before” en “Alive Two” mogen dan zwaarmoedig klinken, dat lichtje aan het einde van die lange tunnel trekt ons weer recht. Sebastian Straw gebruikt zijn muziek om net hetzelfde te doen en dat zorgt ervoor dat we van begin tot einde geboeid zitten mee te luisteren en genieten. Terwijl we mijmerend over ons eigen leven, eveneens een traan wegpinken. Geen bittere, want altijd met een glimlach op de lippen en kop vooruit.
Sebastian Straw is een artiest die langzaam is kunnen groeien tot dit hoogtepunt in zijn carrière. Dit door middel van een best emotionele schijf uit te brengen, waarop Sebastian zichzelf blootgeeft. Maar je ook confronteert met uw eigen zieleroersels. Gelukkig laat hij steeds de kans open om die problemen aan te pakken binnen zijn songs. Die boodschap van hoop klinkt oorverdovend, waardoor we prompt onze eigen miserie beter aankunnen. We hopen dat Sebastian zelf kracht vond door het schrijven en brengen van die songs, om zijn eigen problemen het hoofd te bieden. Wat ons betreft, missie geslaagd.

Nar-Cist

Trilogy (EP)

Geschreven door

Nar-Cist is een Nederlandse new-waveband die na 30 jaar opnieuw bij elkaar gekomen is. De aanleiding is het overlijden van de toenmalige zanger (Hendrik Kamerman), dus werd een nieuwe gezocht en gevonden. Robert Bockting heeft een iets ander stemgeluid - hoe kan het ook anders - maar hij klinkt op ‘Trilogy’ wel exact zoals bands in dit genre in de jaren ’80 dat deden. Dat geldt overigens voor de hele band. Er is weinig gebeurd qua update of moderne twist. Deze ‘Trilogy’ haakt zich in compositie en lyrics helemaal in op hun album ‘Strange Fruit’ uit 1988. Dat mag, maar dat ze de productie en mix niet naar deze eeuw hebben gehaald, is dan weer een minpuntje. We zijn misschien streng, maar zelfs voor een eigen beheer-uitgave moet dat net iets beter kunnen.
Van de amper drie tracks kan “February Sunshine” het meeste bekoren. “Kissing An Arab” is slechts in de titel een knipoog naar The Cure’s “Killing An Arab”, waarvan Robert Smith in 2015 de songtitel veranderde naar ‘kissing’. Op de drie tracks weet Nar-Cist de tijdsgeest van eind jaren ‘80 perfect te vatten, maar het klinkt minder dansbaar en catchy dan toen.
Wat we onthouden: blij dat deze Nederlandse band terug is, dat ze nieuw materiaal hebben en vooral dat ze opnieuw shows spelen. Als er nog een plaatsje vrij komt/is op de affiche van W-Fest, zou Nar-Cist daar zeker thuishoren.

Luis Mojica

How A Stranger Is Made

Geschreven door

De Amerikaanse pianist, performer en componist Luis Mojica is een pianovirtuoos die piano en loopingpedaal gebruikt om een breder vocaal bereik te kunnen mixen met beatboxmelodieën. Met zijn debuut 'Wholesome' drukte hij in 2016 zijn stempel op het alternatieve muziekgebeuren met een avant-garde twist. Met 'How A Stranger is Made' brengt hij weer een wondermooie plaat uit waarbij zijn stem en piano zodanig intensief in elkaar vloeien dat u zich prompt in een sprookjeswereld waant.
Mojica beweegt zich voort als een troubadour, een ware verhalenverteller dus. Alleen niet met een gitaar, maar met de piano om die verhalen instrumentaal te begeleiden. Met “Insane” zet hij al de toon van de volledige schijf. Een fantasieprikkelende wereld gaat open, als Luis je letterlijk hypnotiseert met zijn bijzonder warme en kristalheldere stem. En daarmee zijn we vertrokken voor een zinnenprikkelende trip doorheen een vreemd landschap, waar het zeer fijn vertoeven is. Want ondanks de donkere schaduwen die opdoemen bij songs als “Moon Men”, “Witch Lov” of “City Friends” kunnen we de neiging om lekker te gaan dansen in de huiskamer niet onderdrukken. Het is een best aanstekelijk schijfje dat dus eveneens op de dansspieren lijkt te werken. Die aanstekelijkheid die schippert tussen emoties en uit de bol gaan, merken we meermaals op. Ook op het eerder meeslepende, met een donker kantje, gebrachte “Queen Song” voorwaar zelfs één van de donkerste songs op deze schijf. En toch eindigt ook deze met een positieve vibe die een glimlach op je lippen tovert.
Luis Mojica is een componist die zich laat omringen door klassemuzikanten, maar de teugels zelf stevig in handen houdt. Het resulteert in een bijzonder fijnzinnig kunstwerkje, waar avant-garde muziek wordt gecombineerd met lichtjes poppy geluiden en gekruid met de nodige weemoed of melancholie, waardoor je als aanhoorder wegdrijft naar die verre oorden uit je eigen fantasie.
 'How A Stanger is Made' laat een verhalenverteller zien en horen die door zijn gezapige manier van vertellen je aan zijn voeten doet neervlijen in het malse gras, waarna je je gewillig laat meevoeren naar zijn bonte en kleurrijke wereld. Enige voorwaarde is, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, laat de fantasie het werk maar doen. Met de ogen gesloten waant u zich prompt in een sprookjes wereld waar het altijd fijn vertoeven is.

Espen Berg

Free to Play

Geschreven door

De Noorse pianist Espen Berg is van vele jazzmarkten thuis. Doordat hij in zijn muziek zoveel betoverende klanken verstopt die we niet direct kunnen thuisbrengen, verlaat hij eigenlijk dat pad van de pure jazz. Net omdat hij bewust buiten de comfortzone treedt , maakt van hem dan ook een bijzonder interessante componist en muzikant. Met 'Free Play' is hij aan zijn derde album onder de naam Espen Berg Trio toe. Hij laat zich bijstaan door bassist Bardur Reinert Poulsen en drummer Simon Olderskog. Zelf speelt hij naast piano ook celesta.
Met “Monolitt” wordt de toon gezet. Al vrij vlug merk je dat Berg houdt van improviseren tot die lijn is overschreden. Berg beschouwt zijn muziek als een eindeloze reis naar het onbekende. Dat merk je ook aan hoe een acht minuten lange song als “Skrivarneset” is opgebouwd. Alsof je een uitgestippelde wandeling maakt die plots naar een heel andere kant uitwijkt. Het avontuur tegemoet. Dit is eveneens het soort jazz dat je hart tot rust brengt, ondanks dat de artiesten vaak eerder zeer onrustig tewerk gaan. En dat is nu net waar wijzelf het meeste van houden. Verrast worden door plots opduikende klanken die we voorheen nog niet hadden ontdekt.  Dat komt ook terug bij “Camillas Sang” of “Gossipel”. Alsof het trio ter plaatse beslist het plots heel anders te gaan aanpakken. Daarvoor moet je als muzikant zeer sterk in je schoenen staan en goed weten waar je mee bezig bent.
Nog opvallend: ondanks dat bassist Bardur met een warme basklank en drummer Simon voluit hun ding kunnen doen op deze plaat, trekt Berg duidelijk de meeste aandacht naar zijn piano toe. Dat instrument is het toonaangevende instrument op deze plaat. Dat komt nog eens tot uiting als er een lekkere samensmelting ontstaat tussen die drum en piano bij “Gossipel”. Een lekker aanstekelijke song gevolgd door weer een experimenteel en zeer explosief klinkend huzarenstukje als “Episk Agrgressiv Syndrom”, dat inderdaad redelijk agressief van start gaat. Het tempo gaat ook de wat meer gehaaste weg op. De ingetogen momenten zorgen voor een rustpunt, waardoor je niet in slaap wordt gewiegd maar eerder in vervoering achterblijft, wachtende op een volgende puntige uithaal. Die vrij vlug komt. Het zeer mooie en langzame “Furuberget” is een sluitstuk dat u ademloos zal doen achterblijven.
Grenzeloze virtuositeit weet het Espen Berg Trio te combineren met de aanhoorder voortdurend op het verkeerde been zetten. Dit door tot in het oneindige te spelen met explosieve krachten en intieme momenten die je naar adem doen happen. In golvende bewegingen improviseren deze top jazzmuzikanten tot in het oneindige op deze knappe plaat. Daardoor blijft de aandacht scherp gehouden en laat je je gewillig meeslepen naar andere jazzoorden, waar het steeds fijn vertoeven is.

Blues/Jazz
Free to Play
Espen Berg Trio
 

Pagina 117 van 394