logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...
CD Reviews

Cat Power

Jukebox

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

Zornik

Crosses

Geschreven door

Zornik neigde de voorbije jaren te verzanden in meligheid, wat aan eigenheid inboette en hen deed opslorpen binnen de Muse bombast.
’Crosses’ is een van energie barstende nieuwe plaat, die een frisse indruk nalaat door enkele aanstekelijke, snedige, rauwe poprocknummers als “Black hope shot down”, “The backseat”, “Sad she said” en “No”. Ze zijn ondertussen een kwartet, wat een voller geluid biedt en het geheel ten goede komt. “Go” is zelfs nog straffer door z’n strakke aanpak. Ademruimte krijgen we op de trage pianoslepers ‘Straight to the bone’ en ‘There she goes’, die mooi in elkaar overgaan. En Zornik hoeft zelfs z’n catchy rock niet te schuwen, “Lost & Found” is zo’n typische classical. De ‘80’s elektronica klinkt niet té nadrukkelijk.
Puik plaatje van Buyse en de zijnen en … nét op tijd om muzikaal te variëren.

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Sunday at the devil dirt

Geschreven door

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Porcupine Tree

We lost the skyline

Geschreven door

Het is een beetje onduidelijk waarom een band als Porcupine Tree zonodig een nieuwe liveplaat op de markt moet brengen, dat terwijl ze in het verleden met ‘Coma Divine’ (1997), ‘Warszawa’ (2004) en de recente live DVD ‘Arriving Somewhere’ (2006) al sublieme documenten hadden afgeleverd. Maar Steve Wilson wil naast zijn talrijke nevenprojecten ook zijn moederband ‘in the picture’ houden. Dit jaar zullen er waarschijnlijk opnieuw enkele heruitgaven van Porcupine Tree albums verschijnen maar een nieuw album zit er, na het sublieme ‘Fear Of A Blank Planet’ (2007), dit jaar niet in. Dit live plaatje is er dan ook ééntje voor de fans. Een live document in zijn puurste vorm. Want alle songs worden volledig uitgekleed. Het is een beetje teleurstellend dat de akoestische songs enkel gebracht worden door Steve Wilson. Af en toe is er wat hulp van John Wesley, die dan nota bene nog steeds geen vast PT lid is! Mooier was een akoestisch setje geweest met de ganse band.
Maar goed ik heb me laten vertellen dat deze ‘We Lost The Skyline’ vooral mag dienen als introductie op de Amerikaanse markt, waar de band een korte overzeese toer mag volbrengen. De songs blijven subliem, de live uitvoering is hier en daar wat minder. Een stevige song zoals “Even Less” mist het gebalde arrangement en kampt zo met wat bloedarmoede. Enkel voor diehard Porcupine Tree fans want van een volwaardige release kunnen we hier niet spreken!


Natalie Grant

Relentless

Geschreven door

Dat ik een voorliefde heb voor het ‘Contemporary Christian Music’ genre (zeg maar radiovriendelijke pop/rock met een Christelijke boodschap) is voor de lezers van mijn albumrecensies geen geheim meer. Het blijft moeilijk om je te ‘outen’ als liefhebber van dit genre, zeker als je evenzeer genres zoals Metal en Progrock hoog in het vaandel draagt. Deze Natalie Grant is voor mij een ontdekking. Deze uit Seattle afkomstige schoonheid is inmiddels 36 jaar en bracht met ‘Relentless’ haar zevende plaat uit.
Reeds drie jaar op rij werd Grant verkozen als beste vrouwelijke artieste op de GMA Dove Awards (dé Grammy Awards van de Christelijke pop/rock) en dat wil toch wat zeggen.
Het album ‘Relentless’ bevat een puike verzameling power-ballades en up-tempo poprocksongs. “I Will Not Be Moved”, opent de plaat in de beste Kelly Clarkson stijl. Meteen daarna krijgen we met “In Better Hands” de mooiste ballade die ik de laatste jaren hoorde. Zowaar krijg je bij het horen van zoveel geïnspireerde emotie een echt warm gevoel! Ook bijzonder mooi is het up-tempo “Let Go” dat zo van Shania Twain had kunnen zijn. Maar het sterkst is La Grant in de ballades die ze zo bijzonder mooi neerzet. Steeds is er de Goddelijke aanwezigheid in de songs maar dat mag geen obstakel zijn om te genieten van “Our Hope Endures”, “Make A Way” en “In Christ Alone”.
Warm aanbevolen voor liefhebbers van mainstream pop/rock met het hart op de juiste plaats.

Elbow

The Seldom Seen Kid

Geschreven door

De platen van het Britse Elbow uit Manchester laten zich ontdekken per luisterbeurt; ze bieden een weemoedige sound van fraai gearrangeerd, subtiel uitgewerkt materiaal. ‘The Seldom Seen Kid’ volgt ‘Leaders of the free world’ op en is vernoemd naar een bevriende singer/songwriter.
Het is een afwisselend plaatje van heerlijk muziek, grillig, sfeervol, somber als zwierig en poppy. De songs kunnen onverwachtse wendingen ondergaan. “Mirrorball” onderscheidt zich binnen de rustige, dromerige nummers. “The fix”, een duet met Richard Hawley, is leuk door toetsen; “Starlings” wordt bepaald door strijkers, er is het koortje van “One day like this”of je hoort het licht klassieke, door soundscapes gedomineerde, “Friends of ours”. In deze rij besluit “Some riot” heel intiem. “The loneliness of a tower crane driver” straalt een Twin Peaks sfeertje uit en tenslotte is er de dynamiek van de broeierige “An audience with the pope” en “Weather to fly”.
Het geheel klinkt ontroerend, stijlvol en schoon en wordt gedragen door de melancholische stem van zanger/componist Guy Garvey.
Elbow is een erg originele band, die de kunst heeft fijnzinnige pop te schrijven, zonder écht veel grootse hits.

dEUS

Vantage Point

Geschreven door

Een goede twee jaar terug werd een nakende crash van dEUS net onderschept door Mauro, Alan Gevaert en Stephane Misseghers. De spil van dEUS, Tom Barman/ Klaas Janzoons, kon gerust zijn. ‘Pocket Revolution’ liet een band op scherp horen die op gepaste wijze een dosis avontuur stak in hun spannende songs. Live een hecht klinkende band, een geoliede machine, zonder elkaar naar de kroon te steken. Oef dus …dEUS kon opnieuw ademen.
Onder deze bezetting namen ze ‘Vantage Point’ op, genoemd naar hun huisstudio te A’pen. Het is een boeiende en gevarieerde plaat, die een intens broeierig sfeertje uitstraalt; pittig opgebouwd materiaal die een poppy inslag behoudt. De songs zitten goed in elkaar en er valt voldoende afwisseling te noteren:
”Favourite game”, “Slow” (+ vocals Karin Dreijer van The Knife) en “The architect” zijn funky en compact, nerveus en gejaagd. “Oh Your God” rockt en “When she comes down”, “Is a robot” en “The vanishing of Maria Schneider” (+ vocals Guy Garvey van Elbow) klinken bevreemdend, grillig doch aanstekelijk. Er wordt stoom afgelaten door enkele vertrouwde sfeervolle, smaakvolle typische dEUS songs: “Eternal woman”, “Smokers reflect” en het afsluitende “Popular culture”.
’Vantage Point’ is een hechte rockplaat van een homogene band.

Dead Souls

Cognac & Coffee

Geschreven door

Dead Souls is na de gedeelde liefde voor Joy Division op zoek gegaan naar een eigen gezicht binnen de wavepop. Hun ‘Cognac & Coffee’ toont een band in volle ontwikkeling. Het kwartet refereert in de negen songs  aan Interpol, Editors en Joy Division luister maar naar “Zen for bird”, “Six feet under”, “Smash your guitar” en “Peter Chriss”; ze hebben een broeierige opbouw, een diepe bas, snedig gitaarspel en een bezwerende percussie onder een zweverige zang.
De tevredenheid is groot als we de indie van Yo La Tengo horen; “Boxoffice waiters” en de titelsong beklijven door het repeterende ritme. Afsluitende song “Jesus” is het meest ingetogen nummer; de licht orkestrale inbreng en de drums bepalen de sfeer en sombere stemming.
Live zijn ze een energieke, gedreven band.
Dead Souls heeft een moedig debuut uitgebracht.

Battleroar

To Death and Beyond

Geschreven door

Genaamd naar een zin uit het Heavy Load nummer “Singing Swords”, proberen de Grieken van Battleroar de traditie van pure onversneden Heavy Metal vanuit een epische benadering verder te zetten. Hierbij laat men zich inspireren door legendes als Manowar, Manilla Road, Jag Panzer, Omen en natuurlijk ook Heavy Load zelf.
Met ‘To Death and Beyond’ is deze band toe aan zijn derde volwaardige langspeler. Dat men niet aan zijn proefstuk toe is, wordt al onmiddellijk duidelijk. Het acht minuten durende openingsnummer “The Wrathforge” laat namelijk al meteen een enorme indruk. Na een spanning opbouwende intro, galoppeert de rhytm-guitar erop los, aangevuld door melodische leads. Met heroïsche vocalen doet Marco Concoreggi zijn intrede op het album. De zuiders getinte vocalen doen bij momenten denken aan de sfeer die rond Manilla Road hangt, wat enkel een compliment kan zijn! Vooral naar het einde toe groeit dit nummer, wanneer de lyrics een hoger meezinggehalte krijgen en een heldhaftigere toon aannemen!
Zoals bij de ware epische en ‘True Metalbands’ gaan het overgrote deel van de lyrics over heldhaftige prestaties en Metal. Het catchy “Dragonhelm” behoort ook tot deze klasse. Net als de overige nummers op dit album, wordt “Dragonhelm” gesierd door heerlijke gitaarlijnen afgewisseld met galopperende ritmes. Geen enkel groepslid hoeft voor een ander onder te doen. Bovendien weerklinkt een hoop spelvreugde in de muziek, wat het geheel enkel aangenamer maakt om te beluisteren.
Regelmatig worden ook melodische sfeervolle rustpunten in het album verwerkt, zodat er genoeg variëteit aanwezig is om het album aandachtig te kunnen blijven beluisteren. Het acht minuten durende “Finis Mundi” kan hierbij met zijn akoestische intro als ideaal voorbeeld dienen. Het nummer vervolgt in een midtempo ritme, waarbij vooral zanger Concoreggi zich van zijn beste kant laat zien. Halverwege het nummer schroeft men het tempo opnieuw wat terug en krijgen we een rustgevende, melancholisch getinte vioollijn te horen met na verloop van tijd erbij passende zanglijnen, waarna het nummer krachtig afgerond wordt en tot een absoluut hoogtepunt neigt! Ook het later op het album voorkomende nummer “Oceans of Pain” valt met dit nummer te vergelijken al ligt het tempo op dit nummer algemeen lager. Door de gelijkenissen met “Finis Mundi” dingt ook dit nummer mee naar de titel ‘Hoogtepunt van het album’.
Vervolgens komen we aan bij het zwakkere nummer op het album, “Metal From Hellas” sluit helaas wat minder aan bij zijn epische voorgangers en spreekt mij persoonlijk ook minder aan, hoewel het niveau zelfs hier nog bijzonder hoog ligt. “Hyrkanian Blades” deed mij onmiddellijk aan het Britse Conquest of Steel denken, waardoor aangename ervaringen opgeroepen werden. Dit nummer belooft dan ook live een aardige klassieker te worden vanwege het achterliggende enthousiasme. Net omwille van diezelfde reden spreekt het nummer “Born in the 70’s” waarin de invloeden van Heavy Load het duidelijkst te horen zijn, mij enorm aan. Met de nummers “Warlord of Mars” en “Warlord of Disgrace” wordt het album mooi afgerond zonder nog echt iets nieuws toe te voegen aan het geheel. Gezien de kwaliteit van de vorige nummers, vormt dit echter geen enkel problemen.

De balans tussen epische passages en stevige heavy Metal is op “To Death and Beyond” perfect in evenwicht. Het album verveelt geen moment en verschaft tal van aangename momenten! Liefhebbers van het genre zullen dit album met open armen ontvangen.

One Night Only

Started A Fire

Geschreven door

‘Started A Fire’ is het debuutalbum van de Indie pop-rockers One Night Only. De band ontstond in 2003 en heeft als huidige verblijfplaats het Engelse Helmsley. De band was aanvankelijk een coverband die vooral songs coverden van pretpunkbandjes zoals Blink 182. “Just For Tonight”, de tweede single uit dit debuut overtrof alle verwachtingen en werd een grote hit in hun thuisland. De single haalde een bewonderswaardige negende plaats in de UK Singles Top en ook het album haalde ondertussen dezelfde hoogste regionen.
De openingstrack “Just For Tonight” is echter de sterkste song van de plaat. Een bijzonder sterke, gedreven hymne met een aanstekelijk radiovriendelijk refrein. Tekstueel misschien wel de meest simplistische song maar wel de ideale kamp-verzameltune! Daarna daalt het niveau opmerkelijk en stellen een aantal songs serieus teleur. Doch af en toe blijft het wel leuk en probeert men met degelijke melodieën en de klasse van zanger George Craig te imponeren. Dit is gewoon leuke pop, niets meer…niets minder. Verwacht geen felle gitaargevechten, want de sound van One Night Only leunt dichter aan bij bands zoals Keane, The Kooks en Air Traffic.
Verder is het vrij opmerkelijk dat U2 producer Steve Lillywhite de plaat mocht produceren; al toverde hij hun groot opgezette stadiumsound om tot een veilige, banale luisterervaring. De jongens hebben ambitie en als debuutalbum is dit absoluut geen slecht plaatje én de tienermeisjes zullen zich moeiteloos met deze band kunnen identificeren maar voor mij is dit slechts een aardig tussendoortje.

Pagina 369 van 394