logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...
CD Reviews

Gun Barrel

Outlaw Invasion

Geschreven door

Het Duitse Gun Barrel is met ‘Outlaw Invasion’ toe aan zijn 4e langspeler. Met telkens een twee jaar tussen elke release brengen de heren een mooie regelmaat. Dat ze zich niet overhaasten komt de muziek enkel ten goede. ‘Outlaw Invasion’ vervolgt namelijk de hoge kwaliteit van de vorige albums.
Met een mix van stevige hardrock en heavy metal, in combinatie met de unieke stem van Xavier Drexler, brengen deze heren sinds 1999 een aangename afwisseling in het Duitse metal landschap. Echt bekend zullen ze er wellicht niet mee worden, maar dit houdt hen absoluut niet tegen om zich met volle overgave op de muziek te gooien. Ook live konden we dit vorig jaar nog vaststellen in JC Den Ast, waar een kleine horde fans bijeen was gekomen om een geweldige live-prestatie van de band te zien.
Dat men vol overgave aan ‘Outlaw Invasion’ heeft gewerkt, is dan ook duidelijk te horen. Het album klopt op elk gebied en brengt een aangename afwisseling tussen melodieuze en mysterieus klinkende passages met stevige riffs. “Wanted Man” is hiervan een prachtig voorbeeld, waarbij vooral de stevige hardrock van hoog niveau blijkt te zijn. Het meezingbare refrein nestelt zich al snel in het hoofd, waardoor ik al snel een hele dag dit refrein onbewust zat te zingen.
“Cheap, Wild and Nasty” vormt een tweede hoogtepunt op het album. Dit nummer sluit muzikaal meer aan bij de heavy metal, zonder echt vernieuwend of ingewikkeld uit de hoek te komen. De aanstekelijke zangpartijen van Drexler creëren al snel een aangenaam gevoel, waardoor je al snel de neiging krijgt om in het nummer mee te gaan. Ook hier wordt naar het einde toe even heel kort wat gas terug genomen alvorens het refrein nogmaals door de boksen te jagen. Deze onverwachte wendingen in de nummers zorgen ervoor dat je aandachtig het album kunt volgen.
Met “Brother to Brother” krijgen we nog een stevige rock ‘n’ roll hymne voorgeschoteld, die zich ongetwijfeld zal ontpoppen tot het live nummer bij uitstek. De combinatie van een smerig taalgebruik, met een oppeppend ritme en teksten die het samenhorigheidsgevoel versterken, zal ongetwijfeld heel wat fans aanspreken. Ook “M.I.L.F.” bezit heel wat mogelijkheden om zich te ontpoppen tot een waar live-nummer.
Dat men ook de gevoelige snaar kan raken bewijzen de heren met “Tomorrow Never Comes”, waarbij het nummer heel emotioneel wordt ingezet en Drexler zich van een andere kant laat zien. Een kant die hij naar mijn mening wel meer aan bod zou mogen laten komen. Het nummer ontpopt zich tot een semi-ballade, waarbij vooral de zang van belang is, ook al is het nummer muzikaal zeker niet slecht opgebouwd. Vooral de melodieuze gitaarlijn naar het einde toe, sluit goed aan bij het gevoel dat Drexler teweegbrengt met zijn stem.
Met titeltrack “Outlaw Invasion” en outro “Parting Kiss” wordt een mooi einde gebreid aan een schitterende plaat, waarbij vooral de melodische kant van het Duitse combo deed verbazen. Indien je nog met enige twijfels zou zitten, kan ik u aanraden enkele nummers te beluisteren op hun myspace. Indien deze nummers je kunnen overtuigen, kun je gerust overgaan tot de aankoop van dit album!

The Black Crowes

Warpaint

Geschreven door

Zo’n 7 jaar na ‘Lions’ hebben de verloren gewaande Black Crowes nog eens een studio plaat gemaakt. De terug verenigde broertjes Robinson hebben op ‘Warpaint’ qua muzikale creativiteit mekaar opnieuw gevonden, een handvol geïnspireerde songs is het resultaat. Niet dat het geluid van The Black Crowes zoveel veranderd is - de songs zijn nog steeds gebouwd op Stones, Faces, Soul en Southern rock – maar de plaat klinkt terug fris en gedreven. Nieuwe gitarist Luther Dickinson, die even kwam overwaaien van The North Mississippi Allstars, zit daar voor een groot stuk tussen.
Als uitschieters houden we het op de felle bluesrocker  “Walk believer walk”, de gedreven “We who see the deep” die neigt naar het beste van The Faces, de scherpe sleper  “Movin’ on down the line”, de vuile rocker “Wounded bird”, de rock’n’roll stamper “God’s got it” (met vettige slide gitaar!) en de Dylanesque afsluiter “Whoa mule”.
Warpaint is een schaamteloos ouderwets klassiek rockalbum zoals er dezer dagen niet veel meer gemaakt worden (of ’t moest van The Raconteurs zijn). Noem het retro als je wil, dat mag voor ons part, want daar is niks mis mee. Feit is, The Black Crowes zijn terug, en te oordelen aan deze puike ‘Warpaint’ is dat alleen maar goed nieuws.

The Presidents Of The United States Of America

These are the good times people

Geschreven door

Het Amerikaanse drietal The Presidents of the U.S.A, onder zanger/songschrijver en ‘positivo’ Chris Ballew, ontstonden in het postgrunge tijdperk en brachten frisse en opgewekte rauwe, melodieuze gitaarpopsongs. “Kitty”, “Lump”, “Peaches” en Volcano” uit de beginperiode waren maar een paar voorbeelden van deze vaardige muzikale aanpak. Na ‘Freaked out & small’ (’00) hield het trio een sabbat om dan doodleuk in 2005 met ‘Love everybody’ op hun vroeger elan verder te gaan van vrolijke rock.
De opvolger ‘These are the good times people’ klinkt als de titel van de cd: niks aan de hand liggende leuke muziek met opzwepende, groovy ritmes (“ Mixed up S.O.B.”, “Ladybug”, “French girl”, “Truckstop butterfly”, “Ghosts are everywhere” en “Rot in the sun”). Af en toe mindert de vaart,  “Sharpen up those fangs”, “More bad times” en “Loose balloon”, of is er soul te horen, luister maar naar het afsluitende “Deleter”, wat het geheel ten goede komt.
Het bandje klinkt na al die platen nog even vitaal en aanstekelijk.

Vampire Weekend

Vampire Weekend

Geschreven door

Uit de bio van het jong New Yorkse kwartet lezen we dat Talking Heads, Paul Simon en Peter Gabriel voorname inspiratie zijn. Inderdaad, het kwartet brengt op hun debuut aanstekelijke, groovy en zwierige poprock,  gelinkt aan Afrikaanse melodietjes, flamenco en klassiek (strijkers, toetsen en piano).
Hun debuut is een avontuurlijk toegankelijke, subtiele plaat geworden van elf puike, sprankelende  songs, die positivisme uitstralen: “A-punk”, “M79” en “Walcott vallen meteen op, maar onderschat de frisse songstructuur niet van “Oxford comma”, “Campus, “One blake’s got a new face” en “I stand corrected”.
Eenvoudigweg heeft Vampire Weekend een geweldig debuut uit.

Black Mountain

In the future (2)

Geschreven door

De Canadese band was met hun debuut drie jaar terug aan ons voorbij gegaan, maar vorig jaar waren we sterk onder de indruk van hun optreden, die de tweede cd ‘In the future’ voorafging.
Black Mountain intrigeerde door die mixmax van retrorock, stoner, ’70’s psychedelica, americana en postrock, waarbij sprake is van begeesterende gitarsoli, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen.
De groep laveert ergens tussen Black Sabbath, Led Zeppelin, Pavlov’s Dog, Hawkwind en Pink Floyd.
Live klinkt de band adembenemend en overweldigend, op plaat gematigder. Het zijn net de lange, soms uitgesponnen, songs die overtuigen en al die verschillende stijlen samenpersen: “Tyrants”, “Wucan”, “Queens will play” en “Bright lights”; niet-van-deze-wereld muziek, dynamisch, slepend en opbouwend met onverwachtse wendingen.
De andere songs zitten melodieuzer in elkaar, waarbij de band de klemtoon legt op americana en stoner. De zang van Stephen McBean en Amber Webber past mooi in het plaatje van deze hippe alternatieve band.

Steak Number Eight

When the candle dies out…

Geschreven door

Is er hier geen sprake van een hype en wordt niet alles opgeblazen? Een roedel jonge genieën die op amper 15 jarige leeftijd zomaar eventjes de Rock Rally wint? Zullen deze jonge adonissen door hun gebrek aan maturiteit zich niet te snel verbranden? Het antwoord is drie maal: ABSOLUUT NIET.
Wat deze knapen presteren is zonder weerga: heel professioneel, heel aardige songs en  in eigen beheer. Jonge natuurtalenten
Opener “The sea is dying” gaat na tien luisterbeurten niet eens vervelen. Liefhebbers van Mogwai, Godspeed Black Emperor en ja, Metallica en Tool komen ruimschoots aan hun trekken. Minimalistische lijnen worden gelaagd en opgebouwd tot het je strot vastheeft en niet meer loslaat. En dit geldt eigenlijk voor alle nummers.”The holy truth” bijvoorbeeld borduurt op het zelfde elan door zonder echter te vervallen in overdreven en nodeloze arrangementen, zo van ‘ zie ons spelen, zie eens wat we kunnen’: zelfbevlekking is hier absoluut niet aan de orde. Op “Blood on your hands” hoor je een band die precies al veertig jaar bezig is: loepzuiver en perfect ingespeeld op elkaar. Weet dat deze gozers nog maar vijf jaar in hun repetietiekot zitten.
In hun genre zijn ze niet echt vernieuwend maar gelukkig hebben ze niet de pretentie om het warm water nog eens te moeten uitvinden.
‘When the candle dies out’ wordt in eigen beheer uitgebracht en kan je bestellen via www.myspace.com/steakn8.
De streek van Kortrijk is na Ozark, Goose, Balthazar,… weer een enorm potentieel rijker: Steak Number Eight staat aan het begin van een ongelofelijke carrière. Programmators aller Pukkelpops ,Dours en Graspops, verenigt u en boek hen!

Playlist: the sea is dying, my hero, the holy truth, on the other side, falling out of a dream, blood on your hands en after you

R.E.M.

Accelerate

Geschreven door

Eerlijk gezegd hadden wij van REM nooit meer verwacht dat ze ons nog volledig van onze stoel zouden blazen, daarvoor is hun sound te herkenbaar en te weinig verrassend geworden na al die jaren. Met het tamme en ongeïnspireerde ‘Around the sun’ , hun vorige vehikel, hadden we de hoop al helemaal opgegeven en moesten we jammerlijk denken aan de Red Hot Chili Peppers die met hun laatste twee platen ook helemaal het noorden zijn kwijtgeraakt. Maar kijk, REM weet dan toch nog eens fel uit de hoek te komen met ‘Accelerate’, een vooral korte plaat waarop de heren miljonairs als vanouds toch weer vinnig en energiek klinken. Uiteraard klinkt  het nog steeds allemaal heel “REM”, maar de sleur is er uit en er is een hete vlam in de plaats gekomen.
De vonk zit er al meteen in met de felle opener “Living well is the best revenge”, het is jaren geleden dat we REM nog eens zo kwaad geweten hebben. De strakke lijn wordt doorgetrokken met “Man-sized wreath” wat ons gedacht een veel betere singlekeuze was geweest dan het wat te brave en te veel REM-klinkende “Supernatural superserious”, eigenlijk de zwakste schakel op ‘Accelerate’ (maar dan nog bijlange geen slecht nummer, ’t is gewoon dat de rest nog een stuk beter is).
Op “Until the day is done” wordt wat gas teruggenomen en deze mooie ballad zou tevens  niet misstaan hebben op ‘Automatic for the people’. Ook “Sing for the submarine” houdt zich nog wat in maar met de twee venijnige splinterbommen “Horse to water” en “I’m gonna DJ” die de plaat afsluiten, gaan de heren helemaal loos en zetten ze met een felle streep punkrock iedereen die aan de groep durfde twijfelen meteen op zijn plaats.
‘Accelerate’ doet in vele opzichten terugdenken aan REM uit de jaren tachtig, toen ze fris en levendig klonken en ook hun beste platen maakten als ‘Life’s rich pageant’, ‘Fables of the reconstruction’ en ‘Reckoning’. Er staan hoegenaamd geen opvullers op deze nieuwe plaat, enkel sterke en vooral korte en strakke songs die barsten van energie.
Het duurt allemaal maar 36 minuten, en laat dit nu net de sterkte zijn van dit album. Het is met name terug een gitaarrock plaat geworden, één waarop vooral Peter Buck zeer scherp en attent aan het spelen is, een plaat waarop REM zich niet schaamt voor hun roots en niet hardnekkig probeert om met iets nieuw op de proppen te komen. Ze hebben gewoon zichzelf herontdekt.
Neen, zo iets spetterends hadden we van REM helemaal niet meer verwacht. Van een aangename verrassing gesproken.

Joni Mitchell

Shine

Geschreven door

Na een jarenlange stilte liet de Canadese singer/songschrijfster terug van zich horen. Ze keert terug op haar besluit de muziek industrie vaarwel te zeggen. Wat we maar kunnen toejuichen want ‘Shine’ is een  fijnzinnige, sfeervolle, dromerige plaat, bepaald door een instrumentarium van piano, toetsen, elektronica, sax, steelpedal en andere. Een curieuze combinatie die z’n schoonheid verraadt!
De plaat heeft een soort ‘day and night’ side. Het instrumentale “One week last summer” brengt ons in een ideaal ochtendhumeur,  wat wordt aangehouden door “This place”, “If I had a heart” en “Bad dreams”. Haar “Big yellow taxi” (al gecoverd door Counting Crows trouwens!) pakte ze opnieuw aan en klinkt door accordeon en fluit innemend. The night side wordt letterlijk ingezet door “The night of the Iguana”.
Bezwerende muziek van een dame die zich niet meer moet bewijzen en aantoont dat ze er nog altijd staat met kwalitatief sterk luistermateriaal!

The Low Lows

Shining Violence

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap The Low Lows, onder de weirdo zanger/gitarist Noon Parker, heeft hun tweede cd uit, opvolger van het twee jaar oude ‘fire on the bright sky’. Hun sound is te situren binnen de lofi americana, ergens tussen 16 Horsepower en My Morning Jacket,de oude indie van Galaxie 500 en ‘60’s V.U. Het kwartet is niet vies van een vleugje psychedelica en feedbackgeraas.
De eerste twee nummers “Modern romance” en “sparrows” zijn meeslepend en stralen een spannende dreiging uit, door het intense gitaargetokkel, de bezwerende percussie, ‘de ‘70’s toetsen en de zweverige hoge zang van Parker. “Five ways I didn’t die” en “Elisabeth Pier” zijn strakker en krachtiger. Traag slepend, donker materiaal horen we in “Tigers”, “Raining in Eva” en het afsluitende “Honey”. Huiveringwekkend en adembenemend.
Kortom, ’Shining Violence’ bevat aan het nekvel grijpend songmateriaal.

Jon Oliva's Pain

Global Warning

Geschreven door

The Mountain King heerst nog steeds. Jon Oliva, u allen wellicht beter bekend als de frontman van het legendarische Savatage, is met ‘Global Warning’ toe aan zijn derde soloplaat. Met ‘Tage Mahal’ en ‘Maniacal Renderings’ had hij reeds de lat zeer hoog gelegd. Ik was dan ook benieuwd of hetzelfde niveau al dan niet gehaald zou worden.
Bij de eerste luisterbeurt werd mij al snel duidelijk dat dit geen gemakkelijke hap zou worden om te verteren. ‘Global Warning’ opent namelijk met de dreigende bombastische intro “Gobal Warning, waarin reeds schitterende solo’s van de heer La Porte aan bod komen. Deze solo’s vormen trouwens een vaste constante binnen het album. Elk nummer kent zijn eigen technische hoogstandjes, wat het album voor gitaristen bijzonder interessant maakt om te beluisteren.
Na “Global Warning” is het de beurt aan het melancholisch maar stevig klinkende “Look at the World”. Het maatschappijkritische nummer wisselt rustigere passages af, met pompende ritmes, waarbij een aanleiding gevormd wordt naar de agressievere nummers die volgen. De nummers “Adding the Cost” en “Before I Hang” snijden thema’s aan die zeer dicht bij een gevoelige realiteit aansluiten. Het oorlogsthema ontlokt hem veel woede en onbegrip. Deze emoties zijn dan ook duidelijk te herkennen. Dat de doos met Chriss Oliva-riffs nog niet uitgeput is, is trouwens duidelijk te horen op “Before I Hang”. Dit nummer had zo op Streets kunnen staan.
Iedereen die Jon Oliva kent, weet trouwens dat zijn grootste sterkt ligt in het beroeren van de emoties door middel van zijn stem. Het ingetogen, melancholische “Firefly” put ook uit deze bron zijn kracht. Bij het aandachtig beluisteren van de lyrics, ondersteund door de wijze waarop ze gezongen worden, kan je niet anders dan meegesleurd worden in het verdriet. Dit nummer zal ongetwijfeld menige haren doen rijzen, wanneer het live aan bod komt. Jon Oliva’s ode aan de Beatles, zoals hij het nummer zelf beschouwd, is er één om te koesteren.
Het contrast is dan ook groot, wanneer onmiddellijk erna het ontzettend experimentele “Master” wordt aangesneden. Aanvankelijk leek mij dit een zeer vreemde en eigenaardige keuze, aangezien het nummer totaal niet in het beeld en de sfeer van het album past. Nu blijkt dat Jon Oliva dit opzettelijk heeft gedaan, om op alle vlakken te verrassend uit de hoek te kunnen komen. Het nummer klaagt de computerverslavingen aan en blijkt door allerlei vreemde effecten ondersteund te zijn. Zo gebruikte men het geluid van de in met baseballbats bewerkte wasmachine van drummer “Kinder” en wordt de stem van Jon Oliva zelfs vervormd.
Het akoestische “The Ride”, laat naar mijn mening een wat mindere kant van het album zien. Hoewel het ongetwijfeld geen slecht nummer is, kan het mij, ondanks de prachtige en flitsende gitaarsolo, net iets minder bekoren dan de overige hoogstaande nummers. Onmiddellijk erna wordt het niveau echter tot een nieuw hoogtepunt getilt met “O to G”, waarbij onmiddellijk nog een aanslag wordt gepleegd op de emoties van de luisteraar. Als ode aan een overleden vriend, kan dit nummer zeker tellen! Het rustige tempo wordt rustig verder gezet met “Walk Upon The Water”. Qua sfeer sluit het nummer goed aan bij het eerder besproken “Firefly” al is dit eerder een krachtigere complexere variant.
Met “Stories” komt opnieuw een agressievere kant van Jon Oliva naar boven, gepaard gaande met de flitsende melodieën en solo’s die heel wat variatie en frisheid in het nummer leggen. Het simpele refrein en de mogelijkheden tot interactie met het publiek, zullen ongetwijfeld aanslaan bij het publiek op de komende tour. “Open Your Eyes” schroeft het tempo onmiddellijk terug, waardoor we naar het einde van het album toe nog een melodisch hoogtepunt voorgeschoteld krijgen, waarop Jon Oliva zich opnieuw sterk weet te profileren.
Voordat men het album afrondt met het prachtige “Someone/Souls” waarin hij pleit voor de gelijkheid van elke mens, dat overigens perfect op een Savatage-album terecht had gekund, laat men zich eerst nog eens van de stevigere kant zien op “You Never Know”. De stevige flitsende solo die we hierin te horen krijgen is net als die in “Adding the Cost” van de hand van Obituary-gitarist Ralph Santolla.

Hoewel het album enkele luisterbeurten nodig heeft, alvorens het volledig tot zijn recht komt, kunnen we besluiten dat Jon Oliva’s Pain opnieuw een meesterwerk op de mensheid heeft losgelaten. Op deze manier mag men de wereld wel wat meer waarschuwen!

Pagina 371 van 394