logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
avatar_ab_11
CD Reviews

Mint (Belgium)

Hinterland

Geschreven door

Het Limburgse Mint kwam twee jaar geleden in de belangstelling met de cd ‘Magnetism’, en scoorde een paar aardige hits als “Your shopping lists are poetry” en “The magnetism of pure gold”. Pure pop met een psychedelisch randje.
De band onder zanger/gitarist Erwin Marcisz deed opnieuw beroep op poducer John MorlanD, bekend van werk  voor Sparklehorse en Cardigans. We hebben te maken met een uiterst gevarieerd plaatje ,waarbij de band trouw zweert aan dromerige, sfeervolle pop. Luister maar naar “White line” en “Meet me at the Moresko”. Mint klinkt orkestraal op “The more I…” en  “Commuters Untite!” , en ze kunnen er een stevige rocker doorheen halen (“Medicine” en “I save my smiles”). Opener en single “Brand new toy” is alvast een schot in de roos (met kinderkoortje!) en kan een definitieve doorbraak betekenen. Titelsong en afsluiter is gekenmerkt door een sterke opbouw. Tof plaatje van een niet te onderschatten bandje!

Milow

Coming Of Age

Geschreven door

Milow's debuutalbum 'The Bigger Picture' uit 2006 werd onlangs overladen met prijzen. De Leuvense singer-songwriter ging begin februari lopen met drie MIA's (Music Industry Awards). Vooral de single: "You Don't Know" bleek zowel voor het Afrekening publiek van Studio Brussel alsook voor luisteraars van Radio 1 en Radio Donna een erg genietbaar plaatje. Zowat op alle radiostations kreeg Milow dus heel wat airplay (ook bij onze Noorderburen), wat resulteerde in een gouden debuutplaat. Buiten de single vond ik 'The Bigger Picture' nochtans niet zo'n baanbrekende plaat. Het album klonk niet bijster origineel en de man begaf zich toch wel erg dicht in het vaarwater van die andere Belgische singer-songwriter Tom Helsen.
Na het forse succes van het debuut is er nu de tweede plaat van Jonathan Vandenbroeck: 'Coming Of Age'. Het up-tempo nummer "Dreamers And Renegades" werd als eerste single gelanceerd maar werd in Vlaanderen niet echt een hit. 'Coming Of Age' klinkt toch iets anders dan zijn voorganger. Hoewel het album nog steeds steevast kiest voor pure melancholie is er af en toe toch ook een vrolijke noot te horen. Opener "Canada" is bijzonder grappig, al doet Milow hier toch een beetje aan zelfoverschatting. Leuk, maar bovenal een sterke song. Nog meer dan de moeite waard zijn de songs die echt een verhaal vertellen, "Stephanie" (waarin Milow zingt over de moord op Stephanie De Mulder) en vooral "Herald Of Free Enterprise (ja…over de ramp!!) zijn ware pareltjes!
Een meerwaarde op de plaat is zeker de samenwerking met de Britse zangeres Nina Babet. Hun samenzang is bij momenten erg ontroerend. De eenvoudige songs krijgen ditmaal een iets breder arrangement waardoor de plaat aan maturiteit wint. Dit tweede album kan als bevestiging tellen maar toch had ik het net iets avontuurlijk gewild. Voor liefhebbers van grootheden zoals Neil Young, Bruce Springsteen, Damien Rice…maar ook Tom Helsen en Racoon is dit album een hebbedingetje.

Metalium

Incubus: Chapter Seven

Geschreven door

Sinds 1999 werkt het Duitse Metalium aan zijn eigen verhaal. 9 jaar na het ontstaan van de band, brengen deze sympathiek Duitsers hun zevende hoofdstuk uit. Het werkje kreeg bij zijn doop de naam ‘Incubus’ mee.
Met 7 albums, 2 DVD’s en zelfs een stripverhaal op hun palmares in een kleine 9 jaar tijd, zal Metalium wellicht één van de productievere bands zijn. Dit kan tot twee mogelijkheden leiden. Ofwel brengt men onafgewerkte producten uit van lage kwaliteit, ofwel hebben de heren een onuitputtende inspiratiebron, die hen blijft voorzien van stukken.
Bij het beluisteren van ‘Incubus’, wordt al snel duidelijk dat we niet met een onafgewerkt product te maken hebben. Het laatste wat ik van deze band gehoord is was hoofdstuk vijf in de serie, getiteld ‘Demons of Insanity’. Hoewel dit album zeker niet slecht was, bleek het toch niet meer indruk op mij na te laten dan een doorsnee powermetalband. ‘Incubus’ laat bij mij een meer volwassen indruk na.
Metalium opent het album met “Trust”. Deze intro kenmerkt zich door een ritmisch drumpatroon ondersteund door een rustige melodie, die tegelijk dreigend en rustgevend klinkt klinkt. Zanger “Henning Basse” ondersteunt deze sfeer door op een mysterieuze dreigende manier al zingend het vertrouwen probeert te winnen. Meteen na de sfeervolle intro wordt een stevige powerriff voorgeschoteld. Van zodra Basse zijn zangpartijen begint, valt het ritme echter terug en wordt de sfeer van de intro teruggehaald. Geleidelijk aan wordt het tempo terug opgedreven. Deze tempowisselingen worden regelmatig doorgevoerd en bezorgen het album een absolute meerwaarde.
Alles op ‘Incubus’ lijkt te kloppen als een bus en het ongeveer drie kwartier gaat erin alsof het niets is. Op geen enkel ogenblik slaat de verveling toe. De melodische elementen en de ritmesecties vloeien vlot in elkaar over. Ook op de productie valt niets aan te merken. De ritmische stukken klinken krachtig en de melodische teder en sfeervol.
Met ‘Incubus’ laat Metalium duidelijk zien wat ze in huis hebben. Met dit album onderscheiden ze zich namelijk van de doorsnee power-metalband en dit voornamelijk door voldoende tijd te nemen om sfeervolle melodieën en verhalende intro’s in het album toe te laten. De nummers “Gates” en “Take me Higher” groeien grotendeels omwille van deze redenen uit tot de toppers van het album. “At Armageddon” en “Resurrection” moeten het dan weer van andere elementen hebben. “At Armageddon” kenmerkt zich vooral door het hoge meezinggehalte en de vocale prestaties van “Basse”. “Resurrection” haalt zijn sterkte uit de prachtige combinatie van melodie met pure powerriffs.
Mede door deze afwisselingen is ‘Incubus’ toegankelijk voor verschillende situaties. Zo zorgde het al voor de nodige ontspanning tijdens het werken, een krachtige pauze of een genietende luisterbeurt net voor het slapengaan.
Zonder enige twijfel kan ik stellen dat ‘Incubus’ één van de toppers op vlak van powermetal zal worden in 2008. Er zouden namelijk al heel wat bands origineel uit de hoek moeten komen om deze release te overtreffen.

Exciter

Thrash speed burn

Geschreven door

Een goeie pot ouderwetse speedmetal gaat er altijd in. Daar moeten de heren van Exciter zeker niet van worden overtuigd. Trouw blijvend aan hun roots, werkte men het voorbije jaar aan ‘Thrash Speed Burn’, dat sinds 22 februari in de rekken ligt.
Wie de band reeds kent en de vorige albums wist te smaken, zal ik wellicht niet veel nieuws kunnen bijbrengen en raad ik dan ook aan om onmiddellijk naar de winkel te lopen. Een blinde aankoop zal jullie niet ontgoochelen. Wie nog nooit van deze Canadese band heeft kan zich met deze laatste release van de band verwachten aan een lekkere pot snedige oldschool metal.
Buiten de nieuwe zanger klinkt de band nog steeds als bij de start in de jaren ’80 en laat dit nu een compliment zijn. Zelfs met de nieuwste productietechnieken slagen ze er nog steeds in om hun eigen typische sobere geluid te kunnen blijven produceren.
Openingstrack “Massacre Mountain” zet meteen al de toon voor de rest van het album. Razendsnelle en snedige speedmetal aangevuld met de ruwe schreeuw/zangpartijen van nieuwkomer “Winter”, die er niet van terugschrikt om hier en daar een accent te leggen met een hoge uithaal. Zoals we reeds van Exciter gewend zijn, laten ze niet alleen zien hoe snel ze hun instrumenten kunnen bespelen, maar vooral ook dat ze wel degelijk over de nodige vaardigheden beschikken.
Titeltrack “Thrash Speed Burn” legt het tempo nog iets hoger en laat duidelijk blijken dat men met “Winter” op zang een waardige vervanger voor Jacques Bélanger heeft kunnen strikken. Hoewel Winter technisch zeer sterk is, mis ik toch het extra tikkeltje charisma van Bélanger. Het unieke gevoel, dat Bélanger kon teweegbrengen, komt helaas zelden voor op dit album. Al blijkt dit ook niet nodig te zijn om een schitterend product af te kunnen leveren.
Het tempo van het album daalt zelden, maar in het 6 minuten durende “Crucifixion” laat men zich toch van een wat rustigere kant zien. Naar het einde van het nummer toe wordt een dreigende sfeer geschept waarbij Winter het brullen benaderd. Genoeg rust moeten ze gedacht hebben, “Demon’s Gate” wordt opnieuw stevig ingezet en kenmerkt zich vooral door een prachtige snedige solo van John Ricci. Door het hoge meebrulgehalte, kan dit nummer uitgroeien tot een stevig live-nummer.
Na “Hangman” wordt opnieuw een rustmoment ingelast met het bijna zes minuten durende “Evil Omen”. Ondanks het lagere tempo gaat dit nummer op geen enkel moment vervelen. Integendeel zelfs, het nodigt eerder uit om uit volle borst te gaan meezingen en te genieten van de technische vaardigheden van de Canadezen.
Met “Betrayal”, “The Punisher” en “Rot The Devil King” wordt het album stevig afgesloten. Vooral “The Punisher” verdient nog een eervolle vermelding en blijkt tot één van de betere van het album te horen. Voor zover er echt nummers bovenuit steken.
Speedmetal ten top. De ‘Heavy Metal Maniacs’ zijn nog niet vergeten waar ze voor staan en daar zijn we zeer blij om. Wie beslist om naar de winkel te snellen om dit album kan kiezen voor de gewone CD, maar kan ook kiezen om zich in de oldschool sfeer te gooien en de LP aan te kopen. Gelijk welke keuze je maakt, genieten zul je doen! Daar ben ik zo goed als zeker van.

Sheryl Crow

Detours

Geschreven door

Voor wie een beetje de muziekgeschiedenis onder de knie heeft zal Sheryl Crow zeker geen onbekende zijn. Haar debuutalbum uit 1993 'Tuesday Night Music Club' ging in de jaren negentig meer dan 8 miljoen keer over de toonbank. Crow kreeg er in 1995 ook drie Grammy Awards voor. De successingles: "Leaving Las Vegas", "Run Baby Run" en vooral "All I Wanna Do" zijn vrijwel door iedereen gekend.
'Wildflower' uit 2005 was haar laatste wapenfeit en klonk doorgaans wat flauw. Verder kwam Crow vooral in het nieuws toen de breuk met wielergod Lance Armstrong een feit was. Nog in 2006 kreeg Crow borstkanker om maar te zeggen dat La Crow een erg donkere tijd doormaakte.
Maar nu is Sheryl Suzanne Crow helemaal terug met haar zesde studioalbum 'Detours'. Deze Amerikaanse Blues Rock zangeres, gitariste, bassiste, pianiste en songwriter laat op haar nieuwe plaat een bevrijdend geluid horen. Het album werd opgenomen in Crow's studio te Nashville . De eerste single en tweede song uit het album “Shine Over Babylon” is typisch Crow en snijdt meteen een heikel maatschappelijke vraagstuk aan.
Globalisering, wereldvrede, klimaatopwarming zijn de thema's op dit album maar verder haalt Crow ook inspiratie uit persoonlijke ervaringen: “Diamond Ring” (verbroken relatie), “Make It Go Away (Radiation Song)” (het gevecht tegen de kanker) en “Lullaby For Wyatt” (over de adoptie van haar zoontje Wyatt) zijn enkele van haar intiemste songs.
Mooie popsongs, af en toe een beetje rockend, wat folk, wat country….kortom een zeer gevarieerde mooie luisterplaat met bijzonder snijdende teksten. Bovendien geproduceerd door Bill Botrell (die ook tekende voor de productie van haar eerste album 'Tuesday Night Music Club') die de sfeer van haar gouden debuut in deze 'Detours' weet te importeren. Klasse album!

Tegan & Sara

The Con

Geschreven door

Tegan & Sara is een Canadese tweeling die al enkele jaren in het circuit dwalen van de semi-akoestische folkpop. De zusjes komen in de belangstelling met de vierde cd ‘The Con’, geproduced door Chris Walla van Death Cab For Cutie. Hun eerste single “Back in your head” is niet meer weg te denken op de radio en laat de eenvoudige songopbouw (gitaargetokkel en toetsen) en de stemmenpracht van de op elkaar afgestemde (samen)zang horen van het vrouwelijk singer/ songrwitersduo. De dertien –resterende- korte, sfeervolle, intens broeierige songs liggen in het verlengde en doen refereren aan het werk van Indigo Girls, Michelle Shocked, Ani Difranco, Pinback…en ,jawel, Melissa Etheridge. Op een handvol nummers (“Hop a place”, “Nineteen”, “Floorplan” en de titelsong) komt de klemtoon op de poprock. Op “Are you ten years ago”  laten de ‘twins’ zelfs een vleugje elektronica beats doorklinken. Een experimentje die aangenaam verrast binnen deze consistente plaat.
’The Con’ heeft alle troef in handen om in Europa door te breken!

Roland Van Campenhout

Never Enough

Geschreven door

Niemand en tegelijk iedereen kent deze waarschijnlijk meest onderschatte en meest invloedrijke Belgische artiest. Hij speelde als Roland, Roland Van Campenhout, Roland Campenhout, Roland and his bluesworkshop, met Arno als Charles et les Lulus, met Paul Michielsens, met Raymond, met Jean Blaute, met Rory Gallagher (!) en ik vergeet er zeker nog een tweehonderdtal.
Onder het toeziend oog van Tom Vanlaere van Admiral presenteert Onze Vlaamse Tom Waits met zijn achttiende solo ‘Never Enough’ een exuberant staaltje van pure klasse-blues.
Roland is vooral een live-artiest – denk aan een van zijn legendarische optredens op de Gentse feesten, waar hij doodgemoedereerd het podium afstapte en de flikken belde om na zoveel uur zijn eigen band stil te leggen zodat hij eindelijk kon pitten -  maar op zijn platen weet hij toch altijd mee te evolueren met de geest van de tijd. De stijlen die hij hierbij aanraakt gaan van folk & blues over country, rock'n roll, rhythm & blues tot wereldmuziek.
En het buikgevoel en livegevoel weet Ons Wandelend Wijnvat perfect op zijn cd weer te geven, en weet elk stil of luid moment wel te vullen met de nodige dosis humor.
Zijne Gegroefdheid beheerst ook hier de principes van ‘less is more’ en ‘music is the space between the notes’
Opener “Hissing o' the heath'” is alvast een voltreffer. Het nummer mondt uit in een bezwerend refrein waar menig muzikanten een arm voor veil zouden hebben.  Moddervette riffs ( It all has to do with it) worden met verbazend gemak afgewisseld met de meest ontroerende folkjes, banjo’s, jazzy toontjes etc.
Maar vooral hier bevestigt Onze Nicotinefabriek dat hij behalve podiumbeest en muzikale kameleon vooral een begenadigd songsmid is.
We zitten hier godverdomme in ons apenlandje met een van de grootste talenten op deze aardkloot en we beseffen het niet eens.

Track list
Hissing o' the heath / Midnight star / Never enough / Male prostitute / In my time / Officer, kiss me please / It all has to do with it / Fire in the morning / Never too soon / Almost home



Stuck Mojo

Southern Born Killers

Geschreven door

Crossover metal staat er vermeld op het hoesje van de promo-cd, die eventjes geleden in mijn bus belandde. Meestal heb ik geen problemen met wat invloeden uit andere genres, maar om mij met metal doorspekt met rap te kunnen overtuigen, moet er al heel wat kwaliteit in een band aanwezig zijn.
De snedige agressieve sound van Body Count bijvoorbeeld kan mij perfect blijven boeien. Stuck Mojo daarentegen brengt een mengsel van bij momenten stevige en zwaar klinkende riffs met vaak erg slappen naar de r&b neigende invloeden. Het album opende nochtans sterk met een knallende riff om het album te openen. Helaas brengt de klagerige rap van Lord Nelson hier al snel verandering in. Muzikaal behoort dit nummer tot één van de betere van het album, maar het geheel kan mij absoluut niet bekoren.
”Southern Born Killer” kan er vanwege het enthousiasme nog net mee door, maar wanneer het album zich verder zet met het nummer “The Sky is Falling”, kreeg ik al snel de neiging om het boeltje zo vlug mogelijk uit mijn CD-lader te kegelen. Om het nummer en de rest van het album toch een kans te geven, probeerde ik de verleiding te weerstaan. “The Sky is Falling”, is naar mijn mening, nauwelijks de naam ‘Metal’ waardig. Het refrein zou zo uit één of ander slap pop-nummer kunnen komen.
Vervolgens een nummer als “Metal is Dead” voorgeschoteld krijgen, doet mij al snel vrezen dat ze mij na dit album met gemak zouden kunnen overtuigen dat het inderdaad ook zo is. Toch blijkt het nummer onverwacht nog een meevaller te zijn en zowaar zelfs één van de beter van het album. Hoe de band het in zijn hoofd haalde om na dit nummer het album volledig onderuit te kegelen door een ruim vier minuten durend klacht, waarop niemand zit te wachten, in te lassen, blijft voor mij onbegrijpelijk.
Gelukkig wordt mijn geduld beloond bij het horen van “Open Season”. Het nummer is met Oosterse elementen doorspekt en roept een aparte sfeer bij mij op en doet mij opnieuw hopen op een sterk einde. Tot het nummer voorbij is en “Prelude to Anger” opnieuw een vreselijk irritant gewauwel blijkt te zijn. Gelukkig blijft het deze keer beperkt en wordt al snel “That’s When I Burn” ingezet. Ook bij dit nummer blijft het voor mij allemaal nog iets te braafjes.
“Yoko” en “Home” zijn de afsluiters van het album. Mijn hoop om nog iets te horen waarvan ik onder de indruk zou kunnen raken had ik al lang opgeborgen. “Yoko” bleek dan ook een nummer te zijn waar ik, en wellicht betrekkelijk weinig metalfans, bijlange geen behoefte aan hebben. “Home” blijkt nog net wat positieve elementen toe te voegen aan het album en is ondanks het pop-achtige refrein toch nog de moeite waard om gehoord te hebben en zou het wellicht nog niet slecht doen in een aantal hitlijsten.
Verscheidene luisterbeurten later, is mijn mening nog steeds niet veranderd. Slechts 2 nummers zijn de term ‘Metal’ waardig en nog 2 andere lijken binnen hun genre kwalitatief goede nummers te zijn. De zes over(bod)ige tracks zorgen er enkel voor dat de aandacht van deze vier wordt afgeleid. Helaas niet in de positieve zin. Je moet naar mijn mening toch al heel ruimdenkend zijn om aan dit album een boodschap te hebben.

Los Campesinos!

Hold on now, Youngster

Geschreven door

Het jeugdig collectief uit Wales, Los Campesinos, werd met de EP ‘Sticking fingers into Sockets’ al gerekend als één van de beloftes van 2008. Hun bruisende cocktail van gitaarpop en folk is fris, sprankelend, energiek en zwierig, werkt aanstekelijk en is soms meezingbaar door de uptempo melodie. Hun muzikale onbezonnenheid, speelsheid en enthousiasme zorgt voor een overtuigend debuut; ze halen elementen aan van Pavement en zijn een handig alternatief op Polyphonic Spree, Architecture In Helsinki en Broken Social Scene.
Op hun full cd geeft de vier man – drie vrouw band goed gas, maar doseren ze ook, waardoor het geheel dynamisch (“Death to …” en “Drop it doe eyes”) en broeierig (“Broken heartbearts …”, “This is how you spell, …” , “Sweet dreams, sweet chicks”) klinkt. Hun charmante songtitels zijn soms een zin lang.
Ze brengen voldoende variatie aan in hun oorstrelende en feeling good music.

Willy DeVille

Pistola

Geschreven door

‘Pistola’ is een typische Willy Deville plaat geworden. Wat betekent een mengeling van blues, roots, tex-mex, mardi grass en ingehouden maar oprechte rock. Deville is oud genoeg om het allemaal onder de knie te hebben en er een onderhoudende plaat mee te brouwen. Nieuwe fans zal hij er niet  bij krijgen, de bestaande  zullen hiermee evenwel niet ontgoocheld zijn.
Wily Deville is nog steeds een boeiend  verteller en intrigerend zanger. Zijn songs zijn met gevoel op de wereld gebracht, ze zijn simpel en efficiënt. Deville heeft op ‘Pistola’ gewoon gedaan waar hij goed in is, en dat is zijn eigen muziek maken zonder zich iets van de huidige trends aan te trekken. Het zal hem geen moer uitmaken hoeveel mensen daadwerkelijk zijn nieuwe plaat kopen, als hij er maar plezier aan beleeft en zichzelf niet verloochent. En dat is ook zo, Pistola is niet wereldschokkend maar is gewoon een oerdegelijke Willy Deville plaat met de typische ingrediënten. Niet meer, maar ook niet minder.

Pagina 375 van 396