logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...
CD Reviews

Future Of The Left

Curses

Geschreven door

Future of the Left is ontstaan uit het noisepoptrio uit Wales McLuskey, die twee jaar terug na ‘The difference between me & you is that I’m not on fire’ splitten. Bassist Jon Chapple verliet de band. De twee resterende leden konden het goed vinden met een lid van Jarcrew (eveneens een noiseband). Future of the Left werd een begrip en ‘Curses’ het debuut.
Het trio behoudt deels dezelfde aanpak als McLuskey, met avontuurlijke, broeierige noisepop, die een dreigende spanning uitstralen als een Shellac en Barkmarket: “The lord hates a coward”, “Plague of onces”, “Fingers become thumbs”, “My gymnastic past”, “Wrigley Scott” en “Adeadenemyalwayssmallsgood”. Gevatte, spraakmakende titels voor een song!
Er klinkt een vleugje sfeervolle psychedelica door toetsen en piano in songs als “Manchasm”, Suddenly it’s a folk song” en “Team:seed”. De pianoballad “The contarian” besluit het debuut in alle rust.

Dear Leader

The Alarmist

Geschreven door

Dear Leader, onder zanger/songschrijver/gitarist Aaron Perrino, is toe aan hun tweede album ‘The Alarmist’, die nogal snel volgt op het pas vorig jaar verschenen debuut ‘All I ever wanted was tonight’.
Perrino hief een paar jaar terug het onvolprezen The Sheila Divine op en zette z’n muzikale stijl van intens broeierige en frisse gitaarrock doodleuk verder onder Dear Leader. Het is een politiek geïnspireerde stadionrock band als Perrino mogen geloven. Inderdaad, op bedreven wijze spuugt hij z’n gal op de V.S: sommige nummers zet hij kracht bij door z’n schreeuwzang: luister maar naar de schitterende opener “Nightmare alleys” en “Monuments and shrines”.
Perrino is een getalenteerd songschrijver; de songs hebben een sterke opbouw, ondergaan diverse tempowisselingen en zijn subtiel uitgewerkt. Ze balanceren tussen ballad (“Father Baker”, “Lead the way”) en dynamiek, o.a. “Bleed” en “This is our war” hebben een puike opbouw; hoogtepunt vormt “Labor on”: sfeervolle start om dan na een drietal minuten tot explosie te komen. “Radar”, “Empty chair” en “Get civil” klinken het meest poppy .
De politiek geëngageerde teksten geven kleur aan de gevarieerde rockplaat ‘The Alarmist’!

Mortal Sin

An Absence of Faith

Geschreven door

Het huidige Metallica mag dan al klinisch dood zijn, de ziel van de band leeft gelukkig nog verder in talrijke andere bands. Ook het Australische ‘Mortal Sin’ laat de vergane glorie verder leven in zijn eigen muziek.
Mortal Sin bracht zijn eerste album uit een jaar na het laatste killer-album van Metallica, namelijk het geniale ‘Master of Puppets’. Over het eerdere werk van deze band kan ik niet oordelen, maar afgaand op het nieuwe ‘An Absence of Faith’, kan ik mij voorstellen dat deze heren veel bewondering koesteren voor Metallica. Zowel muzikaal als vocaal moet ik namelijk regelmatig terugdenken aan de klassieker ‘Master of Puppets’. Al brengen de heren van Mortal Sin een modernere variant die bij momenten nog harder en sneller klinkt. De zware bassen, dubbele bass en blast-beats zullen hier ongetwijfeld mee te maken hebben (vb: “Say Your Prayers”). Mortal Sin brengt dus genoeg variatie om niet zomaar als een flauwe kopie van Metallica beschouwd te  worden.
Ook op technisch vlak zit het geheel goed in mekaar! Het geheel loopt als een trein en zelfs het 8.50 minuten durende “Tears of Redemption” verveelt geen seconde. Op gitaartechnisch vlak krijgen we geregeld scherpe solo’s voorgeschoteld, die zich doorheen de nummer snijden. De melodieuze fragmenten waarmee de nummers doorspekt zijn brengen de nodige variatie, waardoor het album al heel snel zijn einde lijkt te vinden. Ik was aardig geschrokken toen ik zag dat het album toch een kleine 50 minuten duurde.
Tekstueel varieert de inhoud van politiek over religie tot zelfs kindermishandeling en relaties. Het krachtige “Eye in the Sky” richt zijn pijlen bijvoorbeeld op de “big-brother”-maatschappij van tegenwoordig, waarin we constant door camera’s in het oog worden gehouden, maar enkel resultaat ervan zien wanneer hoge pieten in nood zijn.. Het nummer eindigt dan ook met de krachtige vraag “What sort of country did we become?”.Het eerdergenoemde er hard tegenaan gaande “Say Your Prayers” weerspiegelt de razernij die iemand moet voelen na misbruikt te zijn geweest. Zoals u merkt zijn dit geen onzinnige onderwerpen.
Waar Metallica tegenwoordig een serieus tekort aan heeft, namelijk een ziel in de muziek, heeft deze band meer dan genoeg van. ‘An Absence Of Faith’ mag dan wel niet het niveau halen van ‘Master of Puppets’, het is een erg goed album dat een goede referentie is voor hoe Metallica heden ten dage beter zou klinken, rekening houdende met de modernisering die men daar graag doorvoert. Wie zich ondanks de gelijkenissen, voornamelijk de vocalen van ‘Maurer’ maken dit moeilijk, kan losmaken van het oude Metallica, zal met dit album zeker een kleine 50 minuten meegesleept worden door de krachtige metal van Mortal Sin.

 

The Smashing Pumpkins

Zeitgeist

Geschreven door

Het is niet omdat de nieuwe Pumpkins hard, gemeen en stevig klinkt, dat het daarom een goede plaat is geworden. Trouwens, in hoeverre kunnen we hier echt spreken van een Smashing Pumpkins reünie ? Op vandaag is de groep immers herleid tot enkel boegbeeld Billy Corgan en drummer Jimmy Chamberlain. Geen spoor van D’Arcy  of James Iha. Mijnheer Corgan vindt zichzelf nogal een ‘ubermensch’ en speelt gewoon alles zelf in. De egocentrische klootzak overschat nog geen klein beetje zijn eigen kunnen en staat hier wat aan te klooien en wat wild om zich heen te roepen, maar goede songs ? nee hoor.
Zoals gezegd, de plaat is wel hard, maar ze blijft niet hangen. Kortom, veel lawaai, weinig inhoud. Corgan heeft als gitarist wel een paar rake en vette riffs uit zijn mouw geschud, maar de songs die erop gebouwd zijn vallen te mager uit, op een drietal uitzonderingen na. Het tien minuten durende “United States” vinden we nog sterk omwille van de als vanouds uitfreakende en scheurende gitaren. Ook “Come on let’s go” en “Tarantula” halen nog een behoorlijk niveau maar voor de rest is het  la grande tristesse. En dit voor een rockgroep die ooit nog baanbrekend geweest is en met ‘Siamese dream’, een absolute vijfsterrenklassieker heeft gemaakt, maar dat is ook alweer heel lang geleden.
Deze reünie, die er eigenlijk geen is, had er nooit mogen komen en ‘Zeitgeist’ is bijgevolg een volkomen overbodige plaat waar we verder niet veel woorden meer aan gaan vuilmaken.

Eddie Vedder

Into The Wild (Music For The Motion Picture)

Geschreven door

Er zijn zo van die dagen dat alles fout loopt, en dat slechts weinig dingen het tij kunnen doen keren. Wel, als het je nogmaals overkomt, dan kun je maar beter de nieuwe plaat van Eddie Vedder bij de hand hebben…
Het is niet zijn eerste solowerk (zie o.m. muzikale bijdrage aan de film Dead Man Walking en I am Sam), maar veruit zijn meest beklijvende.
Into the wild is samengesteld uit 11 no nonsense nummers, waarvan 2 covers “Hard Sun” en “Society”. Deze intimistische en ontroerende plaat is zó goed opgebouwd dat ze nooit verveelt. Het is een groeiplaat en zonder de film (in regie van, jawel, Sean Penn) te hebben gezien, geeft de plaat het gevoel dat ook de film de moeite waard is. Op dit vlak doorstaat de plaat moeiteloos klassiekers als ‘Paris, Texas’ van Ry Cooder.
Opnieuw sterk werk van Vedder dus, die het klaarblijkelijk ook zonder zijn sublieme begeleidingsband (Pearl Jam) kan. Slechts begeleid door veelal akoestische gitaar, weet Vedder zich met zijn stem doorlopend te beroeren. Sterker nog, neem alle begeleiding weg, en nog zullen de nummers wellicht overeind blijven. (society – zijn stem draagt als een symfonisch orkest).
Folkwerk dus, al laat Vedder zich een aantal keer ook bijstaan door een goed geoliede groep, met traditionele instrumenten (gitaarbanjo), zoals in “The Wolf”, ”The end of te road” en vooral in “Far behind”.
Bewijs van het feit dat Vedder niet veel nodig heeft om iets magistraals te maken, bewijst hij in “Rise”. Less is more, en dat blijkt opnieuw te kloppen. Deze plaat is echter niet te kloppen! Aanschaffen die boel! CD van de week? Nee, van het jaar!

Tico Verde

Where We Are (EP)

Geschreven door

Tico Verde is de nieuwste ontdekking uit Nederland. De band mocht in hun thuisland openen voor artiesten zoals Keith Caputo, The Sheer, Silverchair en Venice. ‘Where We Are’ is volgens de website van de band reeds hun derde EP. Wij houden het toch liever bij de term CD-single. Want met slechts 3 songs is het bijgevolg ook erg moeilijk om een globaal oordeel te vormen. De band is reeds zes jaar actief, waaronder twee jaar in de huidige bezetting.  Hun muzikale invloeden rijken van Novastar, John Mayer tot singer-songwriter Damien Rice. Het best kan je hun geluid als melodische pop/rock omschrijven. De stem van zanger Lars Kroos is weinig glamourreus maar wel eerlijk en oprecht en vooral stemvast. Het zijn vooral de drie leuke en bovenal sterke composities die dit schijfje zo aantrekkelijk maken. In eigen land kreeg de band lovende kritieken en ook tijdens de liveshows was de stemming nadien uiterst positief. Momenteel probeert de band ook buiten Nederland voet aan wal te zetten, terwijl het ook nog werkt aan nieuw materiaal. Met een eerste volwaardig album zal ik pas een oordeel kunnen villen over deze band maar ‘Where We Are’ klinkt alvast veelbelovend voor de toekomst.

Venice

Garage Demos Part 3 – Other Stuff

Geschreven door

Toen Venice in mei van dit jaar doorheen Nederland trok voor enkele liveshows had het geen nieuw album op zak om mee uit te pakken. Dan maar de ‘Garage Demos’ van stal halen moet men gedacht hebben want ‘Part 3’ werd toen erg gretig gepromoot. Vergis U niet bij het horen van de titel ‘Garage Demos’, want het gaat hier zeker niet om een minderwaardig product. De ‘Garage Demos Part 1 & 2’ werden beiden gereleased in 1995 maar bleven na de vele livehows erg gegeerd.
Onder impuls van Venice webmaster Matt Levitz dook men in het archief en vond men genoeg materiaal voor een nieuwe ‘Garage Demo’. Dat dit echter geen nieuw Venice album is al vlug duidelijk als men de goedkope verpakking in handen krijgt. Over de inhoud (15 songs!) zijn te uitéénlopend (naar Venice normen wel te verstaan) om van een consistent geheel te kunnen spreken. Sommige songs dateren uit de midden jaren negentig, anderen zijn slechts enkele jaren oud. ‘Other Stuff’ is een mix van ‘Slow’ en ‘Fast stuff’. Dit resulteert in een zeer afwisselende collectie songs waarin Venice in verschillende stijlen te horen is. Sommige songs zijn echte pareltjes en het is dan ook zeer te betreuren dat ze nooit op een album terecht kwamen. Deze collectie maakt dit nu ruimschoots goed. De fans zullen er heel blij mee zijn want elke nieuwe song van de Lennons is er voor hen één om te koesteren.

St. Vincent

Marry Me

Geschreven door

St.Vincent, of singer/songwriter Annie Clark uit Chicago, maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens en nam de tijd te werken aan haar eigen project St. Vincent.
De hemels sferische songs op haar debuut ‘Marry me’ hebben een jazzy ondertoon en klinken zowel lieflijk, teder als overstuurd en verbeten. Het zijn knap in elkaar gestoken songs, die eenvoudig en subtiel kunnen klinken (“The apocalypse song”, “Landmines”, “What me worry” en de titelsong) of die een dosis avontuur bevatten door de onverwachtse wendingen, zoals “Now now”, “Jesus saves, I spend”, “Your lips are red” en “Paris is burning”. “Human racing” is een puik nummer in een trippop kleedje en met “All my stars are aligned”, met koor, heeft zij de ideale nachtsong klaar.
De dame treedt in de voetsporen van Feist, My Brightest Diamond, Regina Spektor, Joan As Police Woman en Cocorosie; Kate Bush klinkt zelfs door. De dame verbaast met haar dromerige indie freefolk. En wat nog meer respect afdwingt, ze heeft op haar debuut elk instrument zelf gespeeld: gitaar, basgitaar, cello, viool en toetsen.

Passionworks

Blue Play

Geschreven door

Uit het hoge noorden komt mijn nieuwste ontdekking Passionworks. Deze Finnen zijn aan hun tweede album toe. ‘Blue Play’ is de opvolger van het debuut ‘Passion Play’ uit 2003. Dit viertal (de band heeft blijkbaar nog geen vaste drummer) mag best gezien worden. Vooral de blonde zangeres Harriet Hägglund is een lust voor het oog maar gelukkig kan deze dame ook bijzonder aardig zingen.
Passionworks brengt geïnspireerde gitaargerichte pop/rock met een bombastisch Gothic synthesizersausje er overheen. Het radiovriendelijke karakter van de songs maakt dat alles lichtverteerbaar blijft. De band vergelijkt zich maar al te graag met bands zoals The Rasmus, HIM, Within Temptation of Evanescence. Maar eigenlijk doet het zichzelf te weinig eer aan, want Passionworks zet best wel een eigen geluid neer. De meeste songs worden beter als je ze enkele malen hoort. Al kan er op vlak van ‘songwriting’ best nog wat bijgeschaafd worden. Wat meer variatie in de songs was leuk geweest. Nu lijken sommige up-tempo songs wat op elkaar. Betere songs zoals “Falling” (de eerste single die de top haalde in de Finse Charts), ” Flying”(de tweede single), de ballade “Angels Crossing” en het door U2-gitaren gedreven “Sad” doen het albumniveau duidelijk stijgen.
Deze band heeft dus zeker voldoende potentieel om internationaal door te breken; al is de concurrentie ook in dit genre vrij moordend. ‘Blue Play’ is echter een zeer aangename, eerste kennismaking met Passionworks.

Maskesmachine

Ge kun et

Geschreven door

Het Antwerpse Maskesachine, drie dames (Barbara, Eva en Liesbet) en ene gast (Dajo), spelen zich al een paar jaar in de kijker met hun charmante, speelse, bruisende en frisse folkpop en hun duivelse engelenzang. ‘Folkhop a la capella’ omschrijven ze het zelf, waarbij ze op een uiterst gewaagd pad stappen voorbij Laïs en Värttina. Maskesmachine bewandelt zelfs de psychedelica/freefolk stijl van CocoRosie en Animal Collective. Een dosis avontuur. Om dan nog niet te spreken van hun teksten of …flarden teksten, waarbij zinnen, woorden, neologismen en klankassociaties aan elkaar worden verweven.
Muzikale gekte en een gevatte, absurde en onnozele tekstinhoud zorgen ervoor dat de opvolger van de EP ‘Plaktang’ (productie Tom Pintens) de full cd ‘Ge kun et’ (productie Pascal Deweze, met hulp van Mauro!) een intrigerende, boeiende plaat is geworden met onverwachtse  wendingen, donkere synths en bleeps, bevreemdende percussie, en een al of niet verloren gespeelde noot van  gitaargetokkel, harp, piano of blazer. Luister maar eens naar de opener “Yes nog 6”,  “T-shirt” of “Maskesmachine”; ze halen een worldsound aan op “Attack atab”, er is de swing op “Ons danske” en “Sorry, dan moogde nog is” of ze komen vervaarlijk in de buurt van CocoRosie met “Dancing deer”, “Lalala” en het lieflijke, sprookjesachtige “Nooit de moed opgeven”. “Nostalgie” en “The sky is blue and I love you” zijn de meeste poppy songs van de cd.
Prettig gestoord bandje, die weet met wat ze bezig zijn…

Pagina 383 van 396