logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kim Deal - De R...
Happy Mondays
CD Reviews

Vive La Fête

Jour De Chance

Geschreven door

Het muzikale echtpaar Danny Mommens en Els Pynoo was na ‘Grand Prix’ (’05) op vele festivals te zien en maakte er een feestelijke boel van met hun aanstekelijke groovy no-nonsense electro’kitsch’pop; luchtige, dansbare en genietbare electropop, in het verlengde van vroeger werk  ‘Nuit Blanche’ en ‘Attaque Surprise’. Ze zijn de Belgische Jane Birkin en Serge Gainsbourg door de hitsige en zwoele (hijg/krijs) vocals van Els en de brabbelende zang van Danny. 
Op ‘Jour De Chance’ klinkt het duo gevarieerd, breder en meer rockgetint; een verademing: de kitsch van de voorbije cd’s is op het achterplan, wat inhoudt dat er real good gearrangeerde electropopsongs te horen zijn, onder Els’ verleidelijke stem, af en toe ondersteund door Mommens’ gebrabbel. 
“Aventures fictives”, “Mais”, “Tout va continuer” en “Stupid femme” verwijzen naar de ‘80’s wave van The Cure, DAF, Suicide en Psychedelic Furs. Deze keer horen we een paar ingetogen songs, die een sterke indruk nalaten: “La route” en de afsluiter “Love me, please love me” (oorspronkelijk van D. Polnareff, wat heel origineel gebracht is!).  “Tout fou”, “Une par une” en “Je suis fâchée” zijn de ideale Vive La Fête feestnummers. “Quatsch”, door Mommens alleen gezongen, refereert aan de ‘80’s Neue Deutsche Welle. 
Vive La Fête is geëvolueerd, klinkt rijper en heeft op die manier z’n meest  consistente plaat uit.

Macy Gray

Big

Geschreven door

Macy Gray heeft al een bewogen leven achter de rug. Toen haar debuut ‘On how life is’(’99) verscheen, waren er nogal wilde verhalen van deze beloftevolle souldame; muzikaal counterde ze met freakende soulpop en funk, doorspekt van hiphop en jazz. ‘The id’ (’01) was een logisch vervolg. 
‘The trouble with being myself’  was een volgende stap in haar leven na haar turbulente jaren, een plaat die duidelijk aangaf dat ze rust had gevonden. Het materiaal had een breder concept en de songs waren sfeervol, broeierig en meeslepend. 
Maar vier jaar later heeft Gray haar beëindigde huwelijk te verwerken, en staat ze in voor de zorg aan de kinderen. Het thema wordt in verschillende songs weergegeven: “Strange behaviour” en “Treat me like your money”, waarbij ze niet mals is aan het adres van haar ex-man. 
Muzikaal kan de cd ingedeeld worden in drie stukken: er is de groove op de eerste songs “Shoo be doo”, “Okay” en op de twee songs met gastrollen van Natalie Cole (opener “Finally made me happy”) en Fergie (“Glad you’re here”), het tweede deel is intiem en sfeervol (“One for me” en “Slowly”) en het derde deel is fun, speelsheid en dansplezier door de beats: “Treat me like your money” (dat een vleugje Dead or Alive’s “You spin me round” bevat) en “Everybody”.
De songs worden ondersteund door orkestraties en toetsen, en de vrouwelijke backing vocals geven kleur aan haar gevarieerde soulfunkpop, gedragen door  haar doorleefde, krakerige stem. 
De productie was in handen van Will.I.Am, Ron Fair en Justin Timberlake.

Sinead O’Connor

Theology

Geschreven door
Sinead O’Connor bracht twee jaar terug een popreggeaplaat uit ‘Throw down your arms’, die ze opname met Sly & Robby. Het resultaat was een freakende, groovy, broeierige religieuze sound. Haar optreden met Sly & Robby, gekoppeld aan de plaat, bleek de ideale gospel zondagsmis!
Sinds ‘Universal Mother’ (’94)  wuifde O’Connor grotendeels de muziekindustrie vaarwel, legde zich toe op religie en trok zich terug in een klooster. Haar liefde tot God en spirituele beleving leverde nog puik platenwerk af als ‘Faith & Courage’ (’00), een fijne popplaat, ‘The Gospel Oak EP’ en ‘Sean-Nos Nua’, geworteld in haar Ierse folkroots; ze bevatten naast eigen songs, originele bewerkingen van andermans materiaal. 
Ook de huidige cd ‘Theology’ is opnieuw zo’n voorbeeld van religieus getinte nummers. Het is een dubbelcd waarbij al het materiaal twee keer werd opgenomen, zowel met een volledige begeleidingsband (The London Sessions), als akoestisch (The Dublin Sessions).
The Dublin Sessions komt het sterkst uit de verf: intiem pakkende songs, gedragen door haar mooie, warme stem. Huiveringwekkend. Om kippenvel van te krijgen! Luister maar een naar “Something beautiful”, “Out of the dephts”, “Dark I am yet lovely”, “If you had a vineyard”, “33” en “The Glory of Jah”.
The London Sessions is een logisch vervolg op ‘Faith & Courage’, geraffineerde sfeervolle popsongs, die subtiel uitgewerkt zijn. Geslaagd, maar niet steeds overtuigend!
Haar bewerkingen van Curtis Mayfield “We people who are darker than blue”, de uit Jesus Christ Superstar gehaalde “I don’t know how to love him” en de door Boney M tot hit gemaakte spiritual “Rivers of Babylon” zijn op beide cd’s écht sterk en emotievol.
Hoe dan ook, we zijn en blijven onder de indruk van het zangtalent en de aanpak van Sinead die haar eigen ‘muzikaal religieus pad‘ kiest en bewandelt.

Editors

An end has a start

Geschreven door

Editors, een kwartet uit Birmingham, onder zanger/songschrijver Tom Smith, viel al twee jaar terug op met ‘The Back Room’. Ze halen invloeden uit de huidige postpunk en ‘80’s wave van Joy Division, Echo & the Bunnymen en The Chameleons. Smith zelf noemt Michael Stipe als z’n voornaamste inspiratiebron. Whatever, de tweede cd is een toegankelijk album: het gejaagde tempo, de donker dreigende en beklemende sfeer is geraffineerd en subtieler. Poprockwave dus!
Het is een boeiende, afwisselende plaat geworden. Enkele songs refereren naar het debuut: de single “Smokers outside the hospital doors”, “Bones” en “Escape the nest”. Het tempo is omlaag geschroefd op volgende songs, die inderdaad aan R.E.M. refereren: “The weight of the world”, “The racing rats” en “Push your head towards the air”. “Well worn hand” is een pianoballad en sluit in schoonheid de plaat af. Onderliggend zijn er Coldplay trekjes.
De plaattitel ‘An end has a start’ kan geassocieerd worden met Joy Divisions ‘A means to an end’.
Het is een kwalitatief sterke plaat geworden van een band die een boeiende koers is ingeslagen en een schitterende toekomst tegemoet gaat.

Various Artists

Ex Drummer OST

Geschreven door

Ex Drummer is één van de bekende werken uit het omvangrijke oeuvre van Herman Brusselmans, een verhaal over de wereld van de rock’n’roll, ver van de glitter en de glamour. Koen Mortier is de regisseur van de film, en verrast eveneens met de soundtrack, waarbij enkele bekende Vlaamse artiesten als Arno, Kowlier en Millionaire het hef in handen nemen; ze zorgen voor een paar originele tracks: Arno “Een boeket met pisseblommen”, Kowlier met de stoner’killer’song “De grotste lul van ’t stad” en Millionaire met de Devo cover “Mongoloid”.
Het is een soundtrack van noisy gitaarwerk (Lightning Bolt, Blutch en Millionaire), postrock (Madensuyu en Mogwai), donkere dreigende muziek (Isis), punk/hardcore (Funeral Dress), vettige rockabilly (Experimental Tropic Blues Band) en sfeervolle pop (An Pierlé & White Velvet en The Tritones). 
Op de soundtrack zijn dus een pak schreeuwerige songs te vinden, de link met  de film en Brusselmans’ persoonlijkheid?!

Built To Spill

Built to Spill

Geschreven door

Built to Spill is één van de best bewaarde Amerikaanse underground grunge/indie gitaarbands onder zanger/gitarist Doug Martsch. Platen als ‘Perfect from now on’ (’97) en ‘Keep it like a secret’ (’99) beantwoorden aan het werk van Neil Young & Crazy Horse, Pavement en Dinosaur Jr. De nieuwe cd ‘You In Reverse’ doet de lauwe voorganger van 2001 ‘Ancient melodies of the future’ vergeten. 
‘You In Reverse’ is al vorig jaar verschenen in de VS, maar is pas nu in Europa beschikbaar. Trouwens, de band heeft een Europese tournee gepland, en dat was van ’99 geleden!
Tien songs zijn terug te vinden, waarvan meer dan helft zes minuten klokken. Da’s nu net Built to Spills muzikale formule: intens bedreven en sfeervol dromerige (grunge/indie)gitaarrock, door lang uitgesponnen gitaarlagen, een repetitieve bas en een bezwerende drums, onder Martsch zweverige, zalvende onvaste stem.
Opener “Goin’ against your mind” zet meteen de juiste toon op de cd en is een klasse song zonder meer van meer dan acht minuten. “Conventional wisdom” komt regelrecht uit de Dinosaur stal en met “Just a habit” is er een vervolg klaar op ‘80’s band The Feelies. “Mess with time” flirt met Jello Biafra’s Dead Kennedys en “Traces”, “Liar”, “Wherever you go” en afsluiter “The wait” zijn de sfeermakers op de plaat. 
Martsch ontpopte zich door de jaren als een fervent politicus en kunstliefhebber: zie maar de tekening op de cover en z’n moraalfilosofie van anarchie op een sociaal verantwoordelijke, coöperatieve wijze is in ons hart gegrift!

Buffalo Tom

Three Easy Pieces

Geschreven door

Na het laatste album ‘Smitten’ (’97) is het sympathieke trio uit Boston een kleine tien jaar later opnieuw bij elkaar. En het is alsof de tijd is blijven stilstaan bij het trio Janovitz/Colbourn/Maginnis. ‘Three Easy Pieces’ is een vervolgverhaal op de puike platen ‘Let me come over’ (’92) en ‘Big red letter day’ (’93): meeslepende en intens bedreven emotievolle gitaarpopsongs. 
Het spelplezier druipt er vanaf. Het trio heeft nog steeds de magie om sterke songs af te leveren, onder de afwisselende leadzang Janovitz/Colbourn. 
“Bord phone call”, “Bottom of the rain”, “Good girl”, “September shirt” en de titelsong zijn snedige songs;  “You’ll never catch him”, “Lost downtown”, “Renovating en  “CC and Callas” hebben een spannende, broeierige opbouw en nummers als “Pendletow”, “Gravity”  en de afsluiter “Thrown” zijn sfeervoller door toetsen en steelpedal.
Kortom, Buffalo Tom staat er opnieuw en speelt frisse Amerikaanse gitaarrock op z’n best.

Tori Amos

American Doll Posse

Geschreven door
Na een korte time- out met de geboorte van haar dochter Natashya in 2000,  heeft Tori Amos momenteel drie veelzijdige albums uit, die een lange tijdsduur hebben: ‘A scarlet’s walk’ (’02) (18 songs),  ‘The beekeeper’ (’05) met 19 songs en tenslotte het onlangs verschenen ’American Doll Posse’ met maar liefst 23 nummers. Songs die een bewijs zijn van Amos’ artistiek of die te interpreteren zijn als een handig tussendoortje. Was de voorbije plaat in het teken van zes verschillende tuinen, dan is ‘American Doll Posse’ een concept van vijf Amos’ alter ego’s die op de cd staan afgebeeld. Ze wil de verschillende kanten van een vrouw, gebaseerd op karakters van de Griekse mythologie, zichtbaar maken, waaronder de carrièrevrouw, de vriendin en de minnares. 
Amos geeft dit weer in muzikale diversiteit, de ene maal met intiem pakkende songs (“Yo George”,“Father’s son”, “Code red”, “Mr Bad Man”, “Roosterspur bridge” en “Beauty of speed”), gedragen door haar emotievolle stem en haar begeesterend pianospel, andere zijn sfeervoller (“Big wheel”, “Digital ghost”, “Dark side of the sun” en “Posse bonus”), ondersteund door een softe percussie; er is ook sprake van poprocksongs (de single “Bouncing off clouds”, “You can bring your dog”  en “Secret spell”) en avontuurlijk zijn “Teenage hustling” en “Smokey Joe”; we horen zelfs een rockende Amos op “Fat slut” en “Body & Soul”. Van creativiteit gesproken! 
Niet alle nummers zijn even sterk, maar ‘American Doll Posse’ is een plaat van boeiende luistersongs, een bewijs van Amos’ songwriterschap.

Velvet Revolver

Libertad

Geschreven door

Terwijl Axl Rose de naam Guns ’n Roses meegejat heeft, al een decennium bezig is met het langverwachte Chinese democracy, maar zich vooral bezig houdt met het verheerlijken tot buitenaardse proporties van zijn eigen paranoïde ego, timmeren Slash en co met hun Velvet Revolver rustig verder aan de weg en vergasten ze ons weer op een staaltje van pure power. 
In tegenstelling met het toch ietwat tegenvallende weirdness van de herenigde Stooges krijgen we hier behalve Stoogi-aanse riffs, ook nog verzorgde niet geforceerde melodieën, een strakke  sterke zang en een loepzuivere, doch geen gepolijste productie. Ze rapen dus duidelijk de draad op die The Stooges links lieten liggen. Gecombineerd met de grunge invloeden van zanger  Scott Weiland,  resulteert dit in een schijf met de betere harde rock, waar eigenlijk geen enkel zwak nummer op staat. En dit gebeurt niet veel.  Ok, als spooknummer krijgen we een serieuze country in onze strot geramd, maar het is hen met plezier vergeven. Het is niet meer en minder dan het ‘teasen’ van de typische Amerikaanse hokjesmentaliteit. Meteen de beuk erin met “Let it Roll” en het ironische “American Man” kan  nu al een klassieker genoemd worden. De drie ballads, “The last Fight”, “Can’t get it out of my mind” en “Gravedancer”,  zijn heel sterk gecomponeerd zonder enig zweempje van meligheid.
Aanschaffen die handel!

Bracken

We know about the need (2)

Geschreven door
Bracken is het muzikale project van de helft van het Britse indiecollectief Hood, Chris Adams. De muziek van Bracken knoopt aan Hood: sfeervolle, dromerige grillige pop, trancy beats en psychedelica klanken onder een zweverige (fluister)zang. Muzikale sfeerstukken horen we op “Fight or flight”, “Evil teeth” (de ideale zondagsmis) en afsluiter “Back on the calder line”. In die nummers doet Bracken aan Liars denken, en bengelen ze tussen toegankelijkheid en avontuur; een gematigder aanpak horen we kernachtige songs als “Safe safe safe” en “Four thousand style”. “Athroll slains” en “Heatens” schuwen knisperende elektronica en een dosis experiment niet.
‘We know about the need’ is een fijn gewaagd plaatje van Adams.


Pagina 386 van 394