logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Hooverphonic
CD Reviews

Au Revoir Simone

The bird of music

Geschreven door
Au Revoir Simone, drie jonge deernes uit Brooklyn, debuteerden met de EP ‘Verses of Comfort, Assurance and Salvation’. Stemmige (indie)popelektronica, die veel aan de verbeelding overlaat door de romantisch sfeervolle klanken en de lieflijke meerstemmige zang. ‘The bird of music’ is een vervolgverhaal van de wegdromende muziek van de dames. Af en toe klinkt de drumbeat iets forser en meer uptempo, als op “A violent yet flammable world”, “Dark halls” en “Night majestic”. 
Voor wie houdt van de dames van Electrelane en Stereolab, Björk, Laïka, Mum  en Kings Of Convenience is dit een aanschaf meer dan waard.

The Cinematic Orchestra

Ma Fleur

Geschreven door
The Cinematic Orchestra is een Britse band uit Londen onder Jason Swinscoe. Ze staan garant voor een sound van elegante schoonheid en sentimentaliteit. Ze graven een eigen weg binnen de intieme trippop, die af en toe iets krachtiger klinkt.
Het zijn dromerige, sfeervolle soms breekbare songs die in een filmisch decor passen. Trouwens, de kennismaking met deze band gebeurde met de soundtrack ‘Man without the moviecamera’ (een Russische stomme film in 2003).
Vijf jaar na ‘Every day’ heeft  Cinematic Orchestra  met ‘Ma Fleur’ het muzikale script klaar van een nog af te werken film…
Er zijn enkele gastrollen: Patrick Watson (“That home”, “Music box”), die doet denken aan Antony & The Johnsons, Lou Rhodes zingt op “Time & space”,  wat refereert aan het rustige werk van Lamb en haar vorig jaar verschenen soloplaat, en er is de soul van Fontella Bass.
‘Ma Fleur’ is een fijne, heerlijke sfeerplaat.
Te bezien op 9 oktober in een organisatie van Jazztronaut in de AB, Brussel.

Noisettes

What's the time Mr Wolf?

Geschreven door

“ London’s answer to the Yeah Yeah Yeahs” lettert de NME, en ze zitten er recht op. Niet dat dit zomaar een imitatiegroepje is, maar de gelijkenissen zijn er wel. Een zangeres met ballen, de bevallige zwarte dame Shingai Shoniwa, achternagezeten door een mannenduo die de gitaren en drums geselen en hierbij welgemikte stoten van songs afvuren. We denken ook een beetje aan Be your own pet, maar dan iets minder gestoord, of zelfs aan The Dresden Dolls, met onthouding van het theatrale. Er staan hier verduiveld goeie nummers op om te kunnen spreken van een beloftevolle band met een sterke eigen sound. Noisettes zijn niet vies van een flinke streep punkrock (“Sister Rosetta” en “Nothing to dread”) en evenmin van een welgeplaatste vuile gitaarsolo. In “Mind the gap” gaan ze alle richtingen uit, het klinkt als The Dresden Dolls met wilde gitaren of The Fiery Furnaces na een atoomontploffing. Die diversiteit merken we in meerdere songs, Noisettes pompen verschillende ideeën in één song en toch blijft alles mooi aan elkaar hangen en spatten er geregeld vonken uit. De bij momenten soulvolle stem van de wilde Shingain Shoniwa jaagt de songs op en doet soms denken aan het beste van Skunk Anansie (met het beste van Skunk Anansie bedoelen we dan die enkele goede songs die op hun debuutplaat stonden, want voor de rest was deze band volledig te verwaarlozen). Ook aan Lisa Kekaula en haar The Bellrays denken we wel eens, garage-rock met soul. Alleen dit, Noisettes bieden meer verscheidenheid en zijn niet in één hokje te steken.
Dit is gevarieerde, wilde en strakke rock van een trio die vol verrassingen zit.
Een verdomd fijn plaatje, als je ’t ons vraagt.

Deerhunter

Cryptograms

Geschreven door

Als u al barstende hoofdpijn zou gekregen hebben door naar de cover van deze cd te kijken, gelieve deze groep dan links te laten liggen. Want Deerhunter is een raar groepje. Echte dwarsliggers die niets ontziend hun eigen ding doen. Mooie melodie, herkenbaar refrein of uitgewerkte teksten? Je moet het niet verwachten van dit Amerikaans vijftal.
Verwacht een rauw geluid dat werkelijk alle kanten op kan. Het feit dat de groep wegens financiële en persoonlijke problemen (o.a. het overlijden van de oorspronkelijke bassist) hun tweede album in slechts twee dagen moest opnemen, is daar zeker niet vreemd aan.
“Intro” en titelnummer “Cryptograms” zijn omgeven door een ondoordringbaar muziekgordijn waar je maar niet lijkt door te geraken. Tijdens “White Ink” gebeurt evenveel als je met witte inkt schrijft: niks. En toch is het niet allemaal kommer en kwel. “Octet” is een geluid dat zich sluipend in je hersenpan boort en “Strange lights” is een leuk indierock-uitstapje. Afsluiter “Heatherwood” begint met een stoomtrein die vertrekt en spelenderwijs op voort gewerkt wordt.
Conclusie? ‘Cryptograms’ is geen toegankelijke plaat. Maar als je de tijd en de moeite neemt om het geluid van Deerhunter te ontdekken, kan je soms op pareltjes stoten.

The Decemberists

The Crane Wife

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder zanger/songschrijver Colin Meloy, hangt muzikaal ergens tussen Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. Dwz broeierige, fijne pop! 
De vorige cd ‘Picaresque’ betekende de doorbraak in Europa. Al snel was de opvolger klaar. ‘The Crane Wife’ is de vertolking van een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel, die verandert in een bloedmooie vrouw. Meloys verhaal van ‘The Crane Wife’ wordt verteld in een muzikaal popfolk drieluik (ongeveer 15 minuten). Tweede drieluik is “The island - come and see - the landlord’s daughter” (twaalf minuten lang), een combinatie van pop, freefolk en progrock. De twee avontuurlijke nummers lijken het fundament voor een kortfilmpje. 
Meloy heeft een zwak om songs te schrijven over tragische figuren, ondersteund door een breed instrumentarium.
The Decemberists hebben een overtuigende, uiterst genietbare nieuwe cd uit van  knap gearrangeerd songmateriaal met een intense opbouw.

Tinariwen

Aman Iman

Geschreven door

Aan het nomadengezelschap Tinariwen (wat staat voor lege plekken) gaat een stukje geschiedenis vooraf: ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren. Daardoor kon het uitgebreide gezelschap zich, na talrijke cassettes te hebben uitgebracht, pas vanaf 2000 naar Europa oriënteren.
Een traditioneel instrumentarium werd ingeruild voor een rockend concept, waarbij we opzwepende Afrikaanse ritmes, reggae, dub en blues in een typisch Arabische zang horen. Het is een verademing binnen de worldpop, na Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
“Cler achel”, “Toumast”, “Imidiwan winakalin” en “Tamatant tilay” zijn frisse songs van hun nieuwe plaat ‘Aman Iman’, die een Europese doorbraak kan betekenen.

Björk

Volta

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang, die een dosis experiment en avontuur bevat.  Het is de richting die sinds ‘Vespertine’ definitief is ingeslagen. ‘Medulla’ van drie jaar terug, liet een minimum aan instrumentatie horen en een maximum aan stemmen.
Björk deed beroep op vaste waarde en elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO). Op ‘Volta’ zijn er talrijke samenwerkingen: Timbaland (o.a. de single “Earth intruders”), Antony (van The Johnsons ) op “The dull flame of desire”, één van de hoogtepunten van de cd,  koraspeler Toumani Diabeté (“Hope”) en de Afrikaanse groep Konono n°1.
’red is the color’ van de hoes, en binnenin staat Björk kleurrijk afgebeeld. Ze effent een pad van een avontuurlijk, intrigerend geluid en sfeervolle pop, met slepende beats, bevreemdende elektronica en een blaasorkest.
Ze staat op eenzame hoogte tav andere vrouwelijke songwriters. Een aparte dame!

Gèsman

Omplof!

Geschreven door
Gèsman,  een Kortrijks zevental,  zingt in de eigen streektaal op de tweede cd ‘Omplof!’, opvolger van het debuut ‘Slicht van ’t eten’ uit 2004. De tweede cd  is een frisse, luchtige, vrolijke en ontspannende plaat van twaalf nummers. Het ludieke gezelschap deed beroep op Wim Opbrouck (op “www.godchristus.com”) en Isolde Lasoen (drumster bij Daan en Billie King), backing vocals op de openingssong “Puree” en “Marie Hélène”, één van de sterkste songs op de cd. Fijne pop horen we op “Red min vel”, en “Klwotzak”  onderscheidt zich door z’n intrigerende opbouw met strijkersarrangementen.
Gèsman is de muzikale formule van Doe Maar en Kowlier; door de blazersectie, country en wals is er een vleugje Calexico op te merken. 
Gèsman zit op het ‘Mooi’, een sub label van Play Out (zie Arsenal en Billie King) en trok Reinhard Vanbergen van Das Pop aan als producer. 
‘Omplof!’ is een uiterst gevarieerde cd, kleinkunst, pop en rootsrock zijn met elkaar gelinkt.

Deerhoof

Friend Opportunity

Geschreven door
Uit het onbeminde landschap van de indiepop maakte ik kennis met Deerhoof uit San Francisco, al tien jaar actief en aan hun negende plaat toe. ‘Friend Opportunity’  een dromerige, sfeervolle plaat, onder de frêle hemelse vocals van de Japanse Satomi Matsuzaki, doet muzikaal denken aan de sound van Stereolab, Blonde Redhead en Electrelane. De songs worden bepaald door elektronica, repetitief opbouwende gitaarlijnen, een bezwerende percussie en een dosis experiment. 
De band biedt een pak contrasten door de onverwachtse wendingen en balanceert tussen breekbare pop en avantgarde, luister maar naar “The perfect me”, “+81” en “Believe e.s.p.” Het gezelschap klinkt krachtiger op “Cast off crown” en “Matchbook seeks maniac” lijkt het ideale popnummer. Het ruim tien minuten durend afsluitende avontuurlijke “Look away” is een vingeroefening in gitaarlijnen.
Origineel doordacht plaatje!

John Cale

Circus live

Geschreven door
In de lange carrière van John Cale is dit zijn derde live album na het denderende en ruige ‘Sabotage’ uit 1979  en het eerder makke ‘Comes alive’ uit 1984. Deze keer is het wel een dubbellaar geworden, en voor de freaks is er ook nog eens een DVD bijgevoegd.  Cale, die met de jaren laveert tussen rockmuziek, soundtrack en puur klassiek heeft zich met dit live album terug toegespitst op zijn rockperiode en zorgt hier voor een eerder willekeurig overzicht van zijn repertoire aangevuld met een handvol songs uit zijn laatste twee platen ‘Hobo sapiens’ en ‘Black Acetate’.
Ook zijn VU verleden komt aan bod met een mooi “Venus in furs” als opener van de plaat, maar hetgeen hij iets verder met “Femme fatale” aanvangt is heiligschennis. Wat normaal een prachtige emotionele songs is verwordt hier tot een vervelende en eentonige elektronica trip.
Uit Cales omvangrijke solo catalogus noteren we een fel rockend “Helen of troy” en dito “Dirty ass rock’n’roll”. De bandleden spelen strak en vooral gitarist Dustin Boyer laat zich verschillende keren van zijn beste kant horen. Ook de Rufus Thomas klassieker ‘Walking the dog’ is nog steeds één van Cale’s favorieten en krijgt een sterke freaky versie mee. Mooie rustpunten zijn “Zen” en “Buffalo ballet”.
Maar helaas loopt het ook geregeld helemaal mis. Cale slaat op cd 2 te veel aan het experimenteren en verneukt zijn eigen en andermans songs. “Gun” duurt maar liefst dertien minuten en dat zijn er op zijn minst elf te veel, “Mercenaries” dat zo ruig en agressief klinkt op ‘Sabotage’ is hier een monotoon elektronisch zootje, “Style it takes” is onbegrijpelijk flauw en slap en “Heartbreak hotel”, op een Cale concert normaal altijd een intens kippenvelmoment, is compleet ondermaats, veel te lang en wekt géén greintje emotie los. ‘Pablo Picasso/Mary Lou’ is dan wel weer een schot in de roos, het klinkt bijzonder ruig en spannend en is met zijn 12 minuten nog géén seconde te lang.

Cale heeft de fout begaan te veel aan zijn eigen songs te willen prutsen. Wat meer eliminatie en zelfkritiek hadden wonderen kunnen doen. John Cale had hier één geweldige live plaat kunnen uit puren, maar op dit dubbelalbum staat te veel kaf tussen het koren.
Het betere live album van John Cale is met voorsprong nog steeds het briljante, ruige en gedurfde ‘Sabotage’. Koop die.


Pagina 390 van 397