logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Marc Lavoine

Marc Lavoine vrij routineus …

Geschreven door

Lang geleden was ik regelmatig te vinden in de Fnac van Marseille waar ik me, als uitwisselingsstudent aan een Franse universiteit, wilde verdiepen in het grote Franse lied. Ik liet me toen overhalen tot de aankoop van de net uitgekomen cd van Marc Lavoine, een razendpopulaire zanger, annex acteur, met karakterkop en doorrookte stem, wiens Le Pont Mirabeau, te pas en te onpas op de radio te horen was. Alhoewel snel duidelijk was dat niet alle nummers het niveau van de single haalden, draaide ik de cd toch grijs op mijn kleine studentenkamertje.

Marc Lavoine was dinsdagavond te gast in Vorst Nationaal, naar aanleiding van de release van zijn 10de langspeelplaat, Volume 10. Nu ken ik Lavoine niet zo goed, maar al snel bleek dat zijn achterban vooral bestond uit bemiddelde vrouwen van middelbare leeftijd, die de zanger met luid gegil stonden op te wachten (hij werd onlangs verkozen tot ‘man waarmee de Franse vrouwen het liefst een nacht zouden willen doorbrengen…’). Nochtans was er niet veel om te juichen: Lavoine speelde een vrij routineuze set, leek nooit echt volledig in the game, en niet alle nummers konden overtuigen. Ook zijn wilde danspartijen leken een beetje mechanisch gerepeteerd. Bovendien werd je regelmatig afgeleid door het scherm waarvoor hij zijn ding deed, en waar afwisselend kitscherige beelden van nachtelijke scènes en regenbuien werden vertoond.
Lavoine, wiens oeuvre balanceert tussen licht verteerbare popsongs en Franse chanson, stak nochtans goed van wal met het aanstekelijke “Rue des Acacias”. Daarna wisselden stevigere nummers, o.a. “Je me sens si seul” en het elektronische “Vogue le Magazine”, ballads zoals “Demande moi” en “Reviens mon amour”, een hommage aan zijn recentelijk overleden vader, elkaar af. Vooral de oudere nummers konden op de medewerking van het publiek rekenen, op “Pour une biguine avec toi” danste de zaal gewillig mee. Persoonlijk hoogtepunt was wellicht het nummer “Paris”, gebracht in een jazzy arrangement met zachte drum en melancholische trompet. Afsluiten deed Lavoine, voor de bisronde in maagdelijk wit pak, met “La semaine prochaine”, verkozen tot single van het jaar 2009 door Franse publiek in een uitzending van TF1, en een akoestische versie van zijn grootste hit “Elle a les yeux révolver” uit 1985.

Het waren dus niet echt de songs zelf, begeleid door een uitstekende liveband, die het geheel verpestten, maar veleer de vaak holle lyrics van de songs (“Je m’envole sur ta peau folle”, “Ça n'est pas pour Ann Demeulemeester … C’est pour la fille à l’intérieur”), de bindteksten (“Comme les draps le matin après des longues nuits blanches qui viennent éclairer cet ange qui dort…ma muse”; “Je me sens comme un espagnol tout excité”, “C’est un peu comme les mains des masseuses sur le corps fatigué … pour trouver le noeud (i.e. de knoop, n.v.d.r.) … non, il n’est pas là le noeud!”) en Lavoine zelf die ostentatief zijn veters knoopt met zijn achterste naar het publiek, zijn jas uitdoet om in een marcelleke zijn gespierde armen te tonen en zijn recourante verschijning op het scherm… Beetje vermoeiend, maar hij zal wellicht een imago hoog te houden hebben.
Marc Lavoine is in België met zijn nieuwe show Marc Lavoine Accoustique, op 3 november in het Koninklijk Circus, Brussel en op 4 november in Le Forum, Luik …

Setlist: Rue des Acacias (2009), Je me sens si seul (2005), Demande-moi (2009), Ç’est ça la France (1996), Vogue le magazine (2005), Les dunes blanches (2009), Le Pont Mirabeau (2001), Reviens mon amour (2009), Je ne veux qu’elle (2001), Le monde est tellement con (1987), Pour une biguine avex toi (1985), Quand je suis seul (2009), J’ai tout oublié (2001), Paris (2001), Le Parking des anges (1985)
Bis: La semaine prochaine (2009), Elle a les yeux révolver (1985)

Organisatie: AJA concerts

Beoordeling

Mono

Mono – Mono Machtig Mooi

Geschreven door

Mono op maandag. Kan een mens de week beter beginnen? We denken het niet. Zeker niet als er voluit geput wordt uit het vorig jaar verschenen ‘Hymn to the Immortal Wind’, een album dat ons bij elke beluistering met een open mond opzadelt.
In Het Depot werden van deze moderne klassieker slechts twee nummers (“Silent Flight, Sleeping Dawn” en “The Battle to Heaven”) achterwege gelaten. De eerste noten van “Ashes in the Snow” dompelden ons meteen onder in de feeërieke wereld die de Japanners telkens weer tevoorschijn toveren. Hun veel-lagige postrock wordt frequent gelardeerd met een toets die ook de liefhebbers van klassieke muziek weten te waarderen. Niet te verwonderen dus dat het viertal onlangs zijn tienjarig bestaan vierde met het Wordless Music Orchestra, een samenwerking die eind april op CD, LP en DVD verschijnt.

Hoogtepunten noteerden we maandagavond niet want anderhalf uur lang bleef de kwaliteitslat aan het hoge plafond geplakt. In een krampachtige poging om kritisch te zijn zochten we met de beste wil van de wereld naar minpuntjes, maar het enige waarmee we op de proppen kunnen komen is dat de pauzes tussen enkele nummers soms net iets te lang duurden. U merkt het, we moeten al ferm mierenneuken om Mono een schoonheidsfoutje te kunnen aanwrijven. Een ouderling die zich comfortabel in één van de vele zetelzitjes genesteld had, vertelde ons achteraf dat de balans van zachte en harde klanken tijdens de eerste drie nummers nog niet 100% in orde leek. Wijzelf – die ons in de buurt van de geluidstechnici gepositioneerd hadden – hoorden echter gedurende het ganse optreden een perfecte klank dus dat minpuntje hebben we enkel ‘van horen zeggen’ (en dan nog van een ouderling die door de jaren heen misschien iets te veel gehoorschade opgelopen heeft om een correct oordeel te kunnen vellen?).
Om te vermijden dat de afwezigen onterecht zouden denken dat het geen ramp is dat zij maandag niet in Leuven waren, laten we de volzinnen even voor wat ze zijn en halen we het grof geschut boven door in enkele alfabetisch gerangschikte woorden het concert (en de veelheid aan emoties die we ondergingen) samen te vatten: adembenemend, “af”, atmosferisch, beklijvend, betoverend, bezwerend, imponerend, ingetogen, intensief, machtig, melancholisch, overdonderend, subtiel, verdovend. Mocht het zo klef niet klinken, dan zouden we hier zelfs het woord “romantisch” durven gebruiken.
Als bovenstaande opsomming soms tegenstrijdig lijkt, dan is dit te danken aan het feit dat Mono erin slaagt om een breed spectrum te bestrijken. Wie stil kon blijven staan of zitten, deed dit enkel maar omdat hij/zij murw geslagen werd door de uitgekiende set (een set die de laatste tijd trouwens grotendeels onaangeroerd bleef maar daar dit zullen wij hen niet euvel duiden want we menen dat de opbouw van die set nauwelijks te verbeteren valt). In een zinderende finale nam de bassiste na “Halcyon (Beautiful Days)” plaats achter de keyboards om het ontroerende orgelpunt getiteld “Everlasting Light” in te zetten. Kippenvel van Leuven tot in Tokyo was ons deel. Unisono klonk het achteraf dan ook: Bravo, Mono, voor dit bravourestuk!

De jonge bende van Agents in Panama noemt Mono als één van hun grote voorbeelden, ze maakten in ieder geval geen slechte indruk in hun voorprogramma. Het thuispubliek liet luidkeels blijken dat hun soms wat bluesy en psychedelische postrock in goede aarde viel. De inbreng van de celliste bracht een mooi tegengewicht voor het gitaargeweld. Helemaal overtuigd werden we zelf nog niet maar het was in Het Depot wel duidelijk dat dit vijftal na de release van hun debuut ‘A New Language for Clearer Pictures’ nog progressie gemaakt heeft. Agents in Panama is dus één van de vele Vlaamse bands met potentieel. We kijken samen met u nieuwsgierig uit naar hun nabije toekomst.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Lee Scratch Perry

Kaarsjes uitblazen voor de verjaardagsparty van Lee Scratch Perry & Friends

Geschreven door

De lente bracht de godfather van de dub, Lee Scratch Perry naar de Vooruit en voor zijn verjaardag had hij een aantal grote namen meegebracht. De Vooruit was dan ook afgeladen met een gemengd publiek van tieners met dreads en melomanen die hun ouders konden zijn. Je vraagt je toch af in welk genre je zo’n gemengd publiek kan krijgen en voor welke andere artiesten die hun grootvader konden zijn jongeren de moeite zouden nemen om op zondagavond buiten te komen. DJ Optimo verzorgde de opwarming, maar eens The Congo’s aan hun act begonnen was het platenmoghul Adrian Sherwood, de man achter On-U-Sounds die de geluidsinstallatie voor zijn rekening nam, terwijl op het podium een uitgebreid gezelschap muzikanten als luxe-begeleidingsband voor de krasse reggaeknarren optrad.

The Congo’s waren voor de tweede keer in enkele maanden in Gent. Het blijft een belevenis om deze zeventigers als uitgelaten kinderen over het podium te zien hossen en zonder moeite het hele publiek mee te krijgen met jaren-zeventig-klassiekers als “Fisherman’s Row”. Het concert was wat te kort om de sfeer te scheppen die het Minnemeers-concert van november kon evenaren, maar het was een meer dan leuke opwarmer. Als tweede stond Max Romeo geprogrammeerd die vooral bekend is om zijn hit “Chase the Devil”, die de Prodigy nog hun eerste grote hit bezorgde in Vlaanderen. Zeker ok, maar muzikaal vond ik het persoonlijk wat te vlak, te weinig origineel, hoewel dit natuurlijk wel een artiest van de eerste generatie is.
Tussenin draaide Adrian Sherwood leuke plaatjes die muzikaal al wat uitdagender waren en flirtten met de mengvormen waar zijn On-U-Sounds label voor bekend is en was er tijd om wat van de sfeer te genieten, of oude vinyls om te woelen.

Zo rond elven was het dan tijd voor het feestvarken, Mr. Perry himself die getrakteerd werd op een taart met veel te weinig kaarsen, zelf tussen de nummers in verviel in mystieke psychobabble, waarbij niet altijd duidelijk was of de onverstaanbaarheid aan zijn extreme variant van het Engels of aan een enigszins gestoord contact met de werkelijkheid lag. Tussenin wel leuke nummers gehoord, waarbij je altijd in herinnering moet houden dat deze man het genre zowat uitvond, nog met Bob Marley legendarische platen opnam en vooral als studioartiest de revolutie heeft gepredikt. Maar zelfs ondanks het feit dat we een monument zagen, was het gewoon een sterk concert.
Jammer dat het zondag was, wat mij de kans op een eindeloze afterparty door de neus boorde, maar we komen volgend jaar zeker terug.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Method Man

Method Man, Streetlife, Cilvaringz & Dj Mathematics, of alles waar hip hop om draait!

Geschreven door

Bij aankomst in de Petrol zat de sfeer er al goed in. Het publiek was duidelijk klaar voor de rauwe en meedogenloze hip hop van de familieleden van de Wu-tang Clan. Overal werd al ‘Method Man’ gescandeerd, maar eerst mochten enkele andere leden van de clan de zaal opwarmen. Daar zorgden Cilvaringz uit Tilburg en tevens de eerste Europese rapper binnen de Wu-tang Clan en Streetlife voor. Typerende Wu-tang Clangeluiden en rauwe beats met hier en daar wat ragga-invloeden zweepten de zaal op en de interacties “Make some muthafucking noise!” en “Are you louder than Amsterdam?” waren eigenlijk overbodig. Het dak van de Petrol ging er zowaar al af en het was definitely louder than Amsterdam !!

Streetlife kon op twee oren slapen, het publiek was klaar voor Method Man, zijn associates en hun beatproducer Dj Mathematics. Om het helemaal te gek te maken gooiden ze er zelfs nog wat nieuwe loeiharde “Technoshit” in.

Method Man, ook een beetje bekend onder zijn echte naam Clifford Smith, maakt deel uit van de Wu-tang Clan. Een hip hop familie die in 1993 opgericht werd in de straten van Staten Island New York, met ondermeer RZA, GZA, Method Man en natuurlijk Ol’ Dirty Bastard. Method Man zijn uitstekende raptechniek en vooral zijn opmerkelijke donkere rauwe stem zorgen ervoor dat Method Man binnen dit collectief een opvallende rol speelt.
Ook Dj Mathematics is binnen dit ensemble geen onbekende. Hij is er de officiële dj,  stond in voor meerdere platenproducties binnen de Wu-tang Clan, waaronder GZA's ‘Beneath The Surface’, ‘Method Man's Tical 2000: Judgement Day and Method Man & Redman’s Blackout’, en tekende de wereldbekende Wu-tang ‘W’. Een teken dat al in afwachting van de start Method Man’s optreden overal onder het Petrolpubliek te zien was en de zaal in de ware Wu-tang Clan sfeer dompelde.
Zware beats met de typische Wu-tangklanken, rauwe hip hoplijnen, het startschot was gegeven. Method Man, Dj Mathematics en entourage kozen resoluut voor de Wu-tangschijven vooraleer eigen werk “When the blood clot” van het solo album ‘Tical’ er door te gooien. Daarna volgde een uiterst geslaagde freestyle-sessie.
Het is geen publiek geheim dat Method Man niet vies is van het groene spul. Een ode er aan mocht dan ook niet ontbreken. En het publiek scandeerde “Roll that shit, like that shit, smoke that shit!” graag en luid mee. Vervolgens werd “How high” ingezet, naar de film waarin Method Man en collegarapper Redman speelden. Er komt trouwens een Part 2 !!
Met “The model” zette Method Man één van zijn persoonlijke favoriete nummers in om daarna vrolijk verder de Wu-tang Clan te vertegenwoordigen. Daarbij mocht tevens een ode aan grootmeester ODB niet ontbreken, maar er ging ook een shout out naar Michael Jackson, Amelia, Eazy E, Tupac, Notorious Big en andere gesneuvelde grootheden uit de hip hopwereld.

Method Man mocht dan, naar eigen zeggen, a little beat up zijn, geen enkel moment verloor het gezelschap op het podium de pedalen. De samenhang, de interactie met het publiek, de oh zo aanstekelijke pompende beats en zweverige Wu-tanggeluiden van Dj Mathematics en de flowende rauwe raps recht van de straat, alles waar echte hip hop om draait !! Het publiek zag dat het goed was en Method Man bevestigde “you are definitely louder than Amsterdam!”. Of course we are!!

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Beoordeling

Noah & The Whale

Noah and the Whale – Muzikaal potentieel niet ten volle benut

Geschreven door

Twee jaar geleden scoorde de Londense formatie Noah And The Whale in eigen land een top 10 hit met het aanstekelijke, zomers getinte «5 Years Time». Aan het succes werd een vervolg gebreid toen de reclamewereld dit nummer oppikte en aanwendde bij onder meer enkele TV-filmpjes. Ook hun debuutalbum ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 dat gekenmerkt werd door een mix van pop, folk en rock, mocht op tal wat positieve reacties rekenen.

Het leek de groep dan ook voor de wind te gaan maar toen groepslid Laura Marling niet alleen haar relatie met liedjesschrijver, zanger/gitarist Charlie Fink beëindigde maar daarenboven de  samenwerking met de totale groep staakte om een solocarrière uit te bouwen, maakte de euforie plaats voor gemis en verdriet. In de eerste plaats was het Fink die verweesd en behept met een gebroken hart, achterbleef. Hij vond een manier om de treurnis van zich af te zetten en vooral van zich af te schrijven door de relationele breuk te verwerken - in alle betekenissen van het woord - in de opvolger van hun debuut, het vorig jaar uitgebrachte album ‘The First Days Of Spring’. Of zoals hij zelf zingt in «Love Of An Orchestra», een van de hoogtepunten die daarop te vinden zijn: “I’ll know i’ll never be lonely. I’ve got songs in my blood”.
Weg waren de optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap. In de plaats hiervan kregen een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor de boventoon met daartussen de vocalen van Charlie Fink die als het ware volledig aangepast aan de sfeer van de plaat, veel donkerder doorklonken als voorheen. De bijzonder sterke gelijkenis met het stemgeluid van Adam Green dat op de debuutplaat nog nadrukkelijk aanwezig was, verdween hiermee wat meer achter de coulissen.
Het resultaat van deze koerswijziging was dat naar onze mening Noah And The Whale met  ‘The First Days Of Spring’ niet minder dan een meesterwerkje had gemaakt. In die mate zelfs dat ondergetekende het tot album van het jaar verkoos.

Met bijzonder hooggespannen verwachtingen reisden we dan ook richting Tourcoing alwaar de groep – kan het nog toepasselijker gelet op de albumtitel? – afgelopen zaterdag bij het astronomisch begin van de lente acte de présence gaf in Le Grand Mix.
Opener van de avond was «Blue Skies», een lied voor iedereen met een gebroken hart. Mede door de intro die aanleunt bij de somberheid van het monumentale «Atmosphere» van Joy Division, blijft de studioversie ons na ontelbare draaibeurten nog steeds kippenvel bezorgen. Maar meteen werd duidelijk dat de trieste schoonheid en grandeur die op plaat terug te vinden zijn, niet geëvenaard konden worden op het podium.
De band koos er immers voor om nagenoeg alle nummers van een extra elektrische laag te voorzien met als gevolg dat de set een tweeslachtig karakter kreeg. De op het eerste gehoor eenvoudig klinkende folk van ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ verloor hierdoor namelijk aan sympathie en onschuld, terwijl de emotie wat wegebde bij de nummers uit het  album ‘The First Days Of Spring’.
»Love Of An Orchestra», een liefdesverklaring aan de muziek zelf, vormde hierop een uitzondering. Omwille van de afwezigheid van enig zangkoor, was de uitvoering in Le Grand Mix aardser en minder orkestraal en bleek de eenvoud positief  uit te pakken. Het had zelfs iets weg van een southern rock versie uit de jaren ‘70.
Er vielen ook andere fraaie momenten te noteren, vooral bij de passages waarbij Tom Hobden op het voorplan trad en zich met behulp van viool propageerde als een van de bepalende factoren van de groep. Op de rustige momenten, zoals bij «My Broken Heart», verschafte hij een extra portie gevoeligheid, terwijl de uptempo nummers mede hierdoor extra aangestuurd en onderbouwd werden. Onder meer bij «Rock And Daggers» uit de eerste plaat, was dit duidelijk merkbaar.
In voormelde twee nummers was er ook een mooi samenspel met de basgitaar bespeeld door Matt ‘Urby Whale’ Owens, die als het ware een optreden binnen een optreden aan het geven was door zijn expressieve houding. Geheel in contrast met Fink. Dat hij een introverte persoonlijkheid heeft, is geweten maar nu bleef enige interactie met het publiek grotendeels uit (enkele Franse woorden buiten beschouwing gelaten).
Er kwamen in totaal slechts 11 korte nummers aan bod en het concert zelf duurde amper een uur (wat inhield dat de Rijselse formatie ‘Roken Is Dodelijk’ als voorprogramma langer musiceerde dan de hoofdact). En dit valt dubbel te betreuren.
Alles voltrok zich supersnel (hun «5 Years Time» die terug op de setlist werd geplaatst, werd als het ware afgehaspeld), terwijl het album dat ze kwamen voorstellen, het nu net moet hebben van een voortschrijdende en langzaam opbouwende sfeer.
Bovendien bleken de laatste twee nummers van de set de beste te zijn die we zaterdag te horen kregen. «The First Days Of Spring» was onderhuids dreigend door de mooie gitaarsolo en de expressieve outtro van Fink, terwijl de enige toegift van de avond, zijnde «Tonight’s The Kind Of Night», een swingende uptempo rocker was met een al even vlotte melodie en dito instrumentale ondersteuning. Hobden nam plaats achter de keyboards en toverde er een deuntje uit die zo uit de ‘Born To Run’ plaat van Bruce Springsteen leek gehaald te zijn,  toetsenist Fred Abott nam de gitaar ter hand nam en voegde er een americana rifje aan toe, terwijl drummer Jack Hamson (die vorig jaar Doug Fink – de broer van – verving toen deze zich voltijds wou toeleggen op zijn job als arts) voluit zijn ding kon doen.
Dat de afsluiter van de avond een volledig nieuw nummer betrof en de voorloper is van het later dit jaar te verschijnen derde album, opent perspectieven voor de toekomst maar kon niet meer verhinderen dat de groep naliet over de gehele lijn voldoening te verschaffen.

Wat Noah And The Whale live in Tourcoing bracht, was goed maar moet gelet op het potentieel, als een gemiste kans beschouwd worden.

Setlist: Blue Skies, Give A Little Love, Slow Glass, My Broken Heart, Love Of An Orchestra, Jocasta, Shape Of My Heart, 5 Years’Time, Rock And Daggers, The First Days Of Spring, Tonight’s The Kind Of Night

Organisatie: GrandMix, Tourcoing

Beoordeling

Retribution Gospel Choir

Retribution Gospel Choir: kwalitatief sterk én harder dan Low

Geschreven door

Het was reeds een tijdje geleden dat Alan Sparhawk met Low in België had gespeeld. In 2005 had hij te kampen met een pak psychische problemen en sindsdien waren ze slechts één keer in ons land te zien. Op 19 maart stond hij eindelijk opnieuw op een Belgisch podium, maar dan wel met één van zijn vele andere creatieve uitlaatkleppen, Retribution Gospel Choir.
De muziek van RGC is niet vergelijkbaar met wat Low brengt, alhoewel beide bands trio’s zijn in een klassieke bas/gitaar/drum bezetting en muziek maken die rechtstreeks naar de strot grijpt. Maar daar stopt wat mij betreft iedere vergelijking, want beide groepen hebben een geluid van een totale andere orde.

Met een verse (schitterende) cd onder de arm serveerde RGC vooral nummers uit hun laatste worp en daar was niemand echt rouwig om. Want het moet gezegd, hun eerste was geen vet beestje. We hoorden en zagen een bevlogen band aan het werk die de gitaarescapades niet schuwde. Hun songs hadden, net als op cd, poten en oren, maar live werd duidelijk wat meer buiten de lijntjes gekleurd.
Twee songs benaderden zelfs de 15-minuten grens en dit waren tegelijk ook de meest beklijvende songs. Niet dat de rest minder goed was, bijlange niet. Maar hier zag je duidelijk hoe goed de drie ondertussen op elkaar zijn ingespeeld. Steve Garrington toverde minutenlang magische baslijnen tevoorschijn terwijl Eric Pollard volledig loos ging op zijn nochtans zeer summiere drumstel. En dit allemaal terwijl Sparhawk zich Crazy Horse gewijs volledig gaf op gitaar. Aan zijn gezichtsuitdrukkingen te zien heeft deze mens nog niet volledig afgerekend met zijn demonen.
Ook de rest van de ruim één uur durende set zat strak en was van een constant hoog niveau, één dipje niet te na gesproken, niet toevallig een nummer van hun eerste cd.
Live opvallender dan op de cd is het feit dat Sparhawk zich ook in RGC vocaal laat bijstaan door een tweede stem. Bij Low zorgt zijn vrouw Mimi Parker voor de prominent aanwezige tweede stem terwijl die bij RGC voor rekening wordt genomen door Pollard. Ook hier klopte de combinatie met het toch wel specifieke stemgeluid van Sparhawk volledig.
£Tussen de nummers door waren de drie heren (met uitzondering van Pollard’s witte das, allen in een gitzwarte outfit gehesen) weinig spraakzaam, maar misschien was dit maar goed ook. Zo antwoordde de frontman het volgende op de publieksvraag “How do you feel?” …“Like... the air here... foggy... but with lights...” waarop prompt het volgende nummer werd ingezet. Ik hou wel van groepen die hun sterktes kennen.

De band is duidelijk een stuk harder dan Low, maar daarom niet minder intens. Het heeft geen zin beide bands met elkaar te vergelijken, maar als ik dan toch nog een raakpunt zie, dan is het zeker de kwaliteit van hun concerten.  

Organisatie: de Kreun, Kortrijk 

Beoordeling

Mr. Scruff

U zalig overgeven aan de DJ-set van Mr. Scruff

Geschreven door

De Democrazy had voor de tweede maal Mr. Scruff naar Gent gehaald en door de perikelen met de Minnemeers hadden ze hem deze keer in de concertzaal van de Vooruit geprogrammeerd. Goede keuze als je zag hoe hij blijkbaar in staat is een volledige concertzaal te vullen. Dat heeft er misschien mee te maken dat zijn DJ-sets van verschillende walletjes eten en dus publiek uit verschillende subgenres kan aantrekken. Muzikaal zijn zijn DJ-sets een stuk meer up-tempo dan zijn platen, maar ons hoor je niet klagen. Hiphop vormt nog altijd de basis van zijn platencollectie, maar het gaat evengoed richting pure conga-tracks en de occasionele disco-klassieker of Blaxploitation van de betere soort.

De opwarming gaf al the Ventures en wat sleazy house, maar toen hij eenmaal goed op dreef was, waren het zware hiphopbassen die alles domineerden. Het publiek lustte er bepaald pap van, zelfs het meisje in wiens weg we waren gaan staan. Een van de leuke dingen aan Mr. Scruff zijn altijd de visuals, simpel maar behoorlijk aanstekelijk; er figureren wat gekke mannetjes in die erg aanstekelijk dansen of uit de bol gaan op imaginaire ritmes, en dit wordt dan weer afgewisseld met aanmoedigingskreten aan het publiek om in de grond hun funky stuff te strutten. Big ups voor zelfs Deinze. Al spijt van dat ik me geen T-shirt heb aangeschaft.

Behalve flarden Wu Tang Clan heb ik eigenlijk weinig herkend in het centrale deel van de set, maar zoals elke goede DJ-set is het gewoon zaak om je over te geven aan het ritme, het huppelende congalijntje te volgen en je vooral heel hard te concentreren op je amuseren en dat is eigenlijk zonder meer gelukt. Zo rond een uur of halfvier hebben we er dan maar de brui aan gegeven wegens een behoorlijk drukke agenda tijdens de rest van het weekend en toch ook wel een opspelend hongergevoel. Aangezien de organisatie het voorzien van stempels wat te moeilijk vond, hebben ze ons niet meer teruggezien. Deze man moeten ze eens naar een festival halen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Beoordeling

Under Byen

Under Byen veroorzaakt intieme explosies onder ’t Stad

Geschreven door

 

Weinig volk vanavond in Petrol voor Under Byen, maar ieder nadeel heb zijn voordeel, je kon net voor het podium gaan zitten, zodat je het gevoel kreeg dat Under Byen in je woonkamer kwam spelen.  In april komt ‘Alt er tabt’ (All is lost), het vierde album van deze band uit Aarhus uit. Weg is de piano, aangezien Thorbjorn Krogshede, die vroeger alle songs schreef, de band verliet. In de plaats krijgen viool, cello en gitaar een prominentere rol, samen met subtiele percussie. Door het vertrek van Thorbjorn, hebben alle andere bandleden noodgedwongen de pen opgenomen. Het resultaat is een sobere, uitgepuurde sound, die na verschillende luisterbeurten zijn veellagigheid blootgeeft.

Zo rond halfeen betrad Under Byen het podium, met de cellist Morten Svenstrup, prominent vooraan, terwijl zangeres Henriette Sennenvaldt, in trenchcoat de personificatie van de Scandinavische femme fatale benaderend (of Isobel Campbell, indien je het wat Angelsaksischer wil), de veilige achtergrond opzocht naast bassiste Sara Saxild. Aanvankelijk kregen we vooral rustige, sfeervolle nummers, die omdat ze in het Deens gezongen zijn, een beetje exotisch maar vooral smachtend en melancholisch klinken. Aangezien ik geen woord Deens versta, ben ik eens gaan googelen of die teksten wel degelijk zo melancholisch zijn, of enkel zo klinken. Blijkt dus dat de teksten heel beeldend zijn, met impressies van de natuur, of taferelen in de stad, die voor de ik-persoon een psychologische betekenis hebben. Wat wel opvalt, is dat Henriette Sennenvaldt veel ingetogener zingt dan vroeger, de uithalen zoals we die van Bjork kennen zijn weg, en er is meer plaats voor samenzang met de bassiste. De kenmerkende zingende zaag werd ook maar in een nummer gebruikt, en we kregen ook maar een nummer uit hun doorbraak album
Det er mig der holder træerne sammen (It is me who keeps the trees together)”
Zo ergens halverwege, trad de percussie (xylofoon of marimba, ik haal die twee altijd door mekaar) meer op de voorgrond, en werd het tempo flink opgedreven, zodat het geluid in de buurt kwam van The Arcade Fire. De violist nam ook een deel van de zang voor zich, met een minder geslaagde grafstem, zodat je onbedoeld aan Fred Schneider (B52’s) of de schreeuwlelijkerd van The Sugarcubes moest denken. Van dan af werd het gaspedaal flink ingeduwd, gitaar en viool zorgden voor een flink stukje feedback, in kubistische rock ala Grinderman, aangespoord door het ophitsende tempo van paukestokken of koebellen, wat uitmondde in een grote apotheose, een orkaan van feedback en distortion, die ons lichtjes verdwaasd achterliet. Under Byen’s intieme explosies mikten recht in de roos vanavond.

Tape Tum is opgebouwd rond de broertjes Dousselaere, die ook in The Violent Husbands actief zijn, die nummers brengen in het Engels en het Westvlaams - “Boeren van vroeger” met veel humor. Tape Tum is subtieler, rijk gearrangeerde pop opgebouwd rond de twee keyboards, en met een prominente rol voor de trompet. Bij momenten, had het wel iets van The Cinematic Orchestra (de blue notes), of van de clevere alternatieve pop van Dead Man Ray, maar dan met een electro-sausje. Interessante kennismaking met een nieuwe Belgische band.

Post war years is een Londonse band, sinds 2008 actief, die een album uit hebben ‘The greats and the happening’,waarin ze elektronica en indiepop versmelten, een beetje zoals Friendly Fires of Passion Pit. De jongens gaven een heel korte set, ze waren langer bezig met het opstellen van de instrumenten, met flink wat speelse punkfunk invloeden.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 333 van 389