logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Hooverphonic
Concertreviews

Motorpsycho

Een stomende trip van twee en een half uur van het Noorse Motorpsycho

Geschreven door

Motorpsycho gaat al mee van begin jaren negentig en heeft qua stijl al menige watertjes doorzwommen, van psychedelische hippie muziek tot de meest extreme Sonic Youth erupties. Op vandaag zit de band terug midden in de wereld van de uitfreakende gitaren. Hard, ruig, psychedelisch en lekker freaky zijn op heden de trefwoorden.

De band trok live de lijn door van de laatste twee platen ‘Black hole – black canvas’ en ‘Little lucid moments’, alhoewel ze van deze laatste niets speelden. Om het plaatje helemaal te doen passen hebben de heren ook hun haren en baarden laten groeien. Ze zien er uit als noeste neanderthalers en klinken ook zo. Lang uitgesponnen nummers, soms heel ver verwijderd van de albumversie, waar alle toeters en bellen uit gewist zijn en vervangen door felle gitaarklanken.
Om u maar een idee te geven, Motorpsycho speelde een set van 13 nummers in zo twee en een half uur. Wie een beetje kan rekenen weet al gauw hoelang een gemiddelde song duurt, zei daar iemand ‘70’s? Een unieke sound toch wel, als we een en ander een beetje proberen te situeren dan komen we ergens uit tussen Kyuss, The Doors, Sonic Youth, Black Mountain, Hawkwind en Blue Cheer. Elke song baande zichzelf een weg naar de apocalyps langsheen scheurende gitaren en een bloedstollende ritmesectie. Amper drie muzikanten zorgden voor deze fantastische sound.
Het deed deugd om nog eens een band te horen die er zich niets van aantrok dat lange gitaarsolo’s onhip zouden zijn. De heren van Motorpsycho maakten van hun optreden één lange trip die nog extra versterkt werd door de psychedelische kleurrijke visuals die op groot scherm achter de groep werden geprojecteerd, alsof ze in Andy Warhol’s factory stonden te spelen. En dat de heren niet echt voorzien waren van een begenadigde stem, daar stoorden we ons niet aan, de gitaar was hier de baas. Een werkelijk fenomenale kanjer van een optreden.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Beoordeling

Port O’Brien

Port O’Brien en Son Of Dave: samen goed voor een boeiende performance

Geschreven door

Muzikale indrukken
Ben Darvill
mocht het feest in gang schieten in de 4AD. Dat deed hij met behulp van zijn knotsgekke, voetenstampende zelve als ‘Son of Dave’. Samen met een koffertje mondharmonica’s, rammelaars, een delaypedaal en…het publiek waarvan hij dacht dat ze net ‘from church’ kwamen. Na enig aandringen kreeg hij toch een tweetal op het podium, waarvoor hij prompt een tafeltje met een glaasje neerzette, in ruil voor wederdiensten op enkele carnavalstoeters. Maar naast een boeiende performance zat hij er muzikaal ook niet naast. Hij gaf al beatboxend een nieuwe interpretatie aan de blues, en hij mengde daar zowel funk, soul en rock’n’roll doorheen; in de 4AD werd zijn act dik gesmaakt.

Port O’Brien dan. Zij hadden Diksmuide blijkbaar verkend en staken hun bewondering voor de Westmalle en de plaatselijke chocolatier niet onder stoelen of banken. Ook zij hadden er zin in. Gitarist Zebedee mocht openen met “Lonesome Boulevard. Daarna voegde de rest van de band zich bij hem en zetten “Don’t take my advice in van het debuut ‘All we could do was sing’. Muzikaal hanteert Port O’Brien een folky aanpak. Melancholische indieballads en nummers met stevigere riffs wisselden elkaar mooi af, maar dan zonder de strijkers die op het album toch een belangrijke plaats innemen.
Live kunnen ze nog wat ervaring gebruiken, maar dat mocht in de 4AD de pret niet deren. Op het eind voegde zelfs Son of Dave zich bij de band en onderstreepte met een vreugdedansje de intens broeierige set van het gezelschap.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Don Caballero

It’s all about the drums (link The Ting Tings) voor Don Caballero

Geschreven door

De Antwerpse ring zat weer eens vol op vrijdagavond: De Kreuners en Regi traden namelijk op in de Lotto Arena en het Sportpaleis. Daarvoor waren we echter niet naar Antwerpen gekomen. Nee, de bestemming was Scheld’apen, een nieuwe club, net naast de Petrol, met de allure van een alternatief jeugdhuis. Veel alternatief volk, een oude tegelvloer in de café, banken gemaakt uit zetels van autobussen, zware alternatieve punk waarvan het van de Radio Scorpio fuiven in Leuven geleden was dat ik dat nog gehoord had, en naar het schijnt een goeie keuken. Ideaal dus voor een vrijdagavondje alternatieve rock.

Kazuamsumaki zijn een viertal uit Mol, (het is de laatste keer dat ik die groepsnaam uitschrijf!), en brengen instrumentale punkrock waar de groove centraal staat. De drummer had duidelijk de tics van Ben Crabbé overgenomen, maar het geluid stond als een huis: Fugazi & Shellac zijn duidelijk referenties zodat we ons terug in de eind jaren tachtig, begin jaren negentig waanden. Overtuigende set van K!

Don Caballero heeft ook een frontman op drums (en wat een knoert van een drumstel!), maar bij dit drietal zijn gitaar en een tweede gitaarklinkende bas minstens even belangrijk in hun complexe composities. Don Caballero bestaat al 15 jaar, was een aantal jaren gesplit, ligt aan de basis van de math-rock (zie Battles, en in mindere mate Foals) en bracht dit jaar een nieuw album uit met ‘Punkgasm’, dat maar matig beoordeeld wordt. In tegenstelling tot het concert in ‘t STUK de avond voordien, zat hier alles goed. Er volgde een uitgebreide set, waarbij soms van instrumenten gewisseld werd en het publiek ging een heel eind mee in de groove. Na ruim anderhalf uur werd Don Caballero dan ook door het publiek teruggeroepen voor een bisrondje. Sterke revanche voor de misser in ‘t STUK de avond daarvoor in een nieuw alternatief zaaltje waar we zeker nog sterke club optredens zullen meemaken.

Playlist Don Caballero
Shop, Dick, Bulk, Shit kids, Groove, Acting, Wicked, Palm, Dirty, Gasm, DC3/Afro, Jive Skip
Bis: Slaugh, Barges, Puddin

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Beoordeling

Don Caballero

Don Caballero lost hoge verwachtingen niet in

Geschreven door

Maps & Atlases is een kwartet uit Chicago dat zich uitstekend toeleende om deze avond het podium met hun voorbeeld helden te delen. Ze pasten dan ook naadloos in het straatje van de experimentele mathrock en zouden tijdens hun buurtfeest gemakkelijk met bands als Don Caballero, Hella en Battles de boel in vuur en vlam kunnen steken. Na hun debuut EP 'Tree, Swallows, Houses' uit 2006 teerden ze ook uit hun recentste EP 'You And Me And The Mountain'. Ondanks het nog weinige uitgegeven werk bekoorde Maps & Atlases als een volleerde band en namen ze, zoals hun naam omschrijft, het publiek mee in een reis doorheen een landschap van dynamische gebergten, gelaagde stromingen van wijdse rivieren, exotische en melodieuze nachtgeluiden van een nog uit te vinden fauna, en dit aan tempowissels waar Superman alleen maar jaloers kon van zijn. Niet enkel het polyritmische drum-percussie-en (op kousen!) voetenwerk van Chris Hainey maakte indruk, ook de kunst om dit muzikale avontuur in de structuur van een vier minuten popsong te steken, geflankeerd door de catchy zangpartijen van Dave Davison, die met zijn honkvaste stem klonk als Nick Drake in de reïncarnatie van brilsmurf, maakten van deze vijftig minuten durende show een hoogstaand samenhangend geheel. Mits wat extra groeischeuten uit Popeye's groentenblik kon Maps & Atlases deze avond gerust van plaats in de line-up wisselen. Een band om in de gaten te houden.

Het Amerikaanse Don Caballero uit Pittsburg rond Damon Che dat in 1991 het levenslicht zag en de term mathrock aan de wereld introduceerde stelde in de kleine en gezellige Labozaal van het STUK te Leuven hun recentste langspeler 'Punkgasm' voor. Buiten de toevoeging van zang bij enkele songs als “Celestial Dusty Groove” bleef Don Caballero met deze meest rustige plaat van hun oeuvre trouw aan hun vaste formule en klonk het werk als een logisch vervolg op 'World Class Listening Problem' uit 2006, zonder het vermoeden van grote staatshervormingen te wekken. Niets was echter minder waar. Jason Jouver ruilde voor deze live set zijn eclectische basvingers in voor een plectrum en gitaar. Ik hoor uw hersenen al pruttelen, en met een simpele math-telling komt u nu uit op de berekening dat Damon zich bij deze show liet omringen door twee puzzelende gitaristen. Live boette de band soundgewijs hier absoluut niet in door een kleine ingenieuze ingreep waarbij Jason met behulp van een disto en octaver effect zijn gitaar als een noisy bas deed klinken. Dat Damon als frontman even sociaal en vlotjes overkomt als de schildpad van uw buurmeisje is algemeen wereldbekend, en met deze kwalificaties kan men dan ook nooit voorspellen wat een DC show brengen zal.
Zo ook deze avond. De sfeer in het STUK zat al ietwat raar van in het begin door de, jammer genoeg, magere opkomst van een kleine honderd man, waarvan het merendeel vóór de show op de grond ging zitten al was het een klein Woodstock voor de Leuvense studentenverenigingen. De konten liften zich op bij de inzet van “Who's a Pupy Cat” als intro-sample. Op de set stonden voornamelijk werk uit het recente 'Punkgasm' en voorganger 'WCLP'. Ook de sfeer op het podium zat wat vreemd door onder andere een Damon Che, in ontbloot Cola-papperig bovenlijf en knalrode short, die na het eerste “Awe Man That's Jive Skip” prompt van het podium stapte om zijn oordoppen in te pluggen en zich bij te tanken met Vodka Cola, alsof er geen publiek was om mee rekening te houden. Met een droog “Thank you for coming, you won't regret it” volgden “Bulk Eye”, “Skit Kids Galore”, ”Celestial Dusty Groove” en “Hmm Acting [...]” elkaar probleemloos op. Bij “I Agree ... No! ... I Disagree” liep het echter volledig mis als Gene Doyle met zijn gitaar loops zodanig in de knoop raakte, en hierdoor het nummer opnieuw ingezet werd. Zowel “Acting” als “I Agree”
klonken door de twee gitaren bezetting stukken ruwer en steviger dan het originele met bas. Verder werden onder meer “Wicked”, “Punkgasm” en het fantastische “Loudest Shop Vac In The World” door de speakers geblazen en klonk Don Cab bij momenten echt geniaal, terwijl de totale set een nogal rommelige indruk naliet. Wanneer Damon plots door zijn microfoon “How many minutes do we have to play??” riep, en zeer geïrriteerd raakte als niemand hem een deftig antwoord gaf, besloot hij na amper vijfenveertig minuten met een “No, I'm fucking serious! How many minutes do we have??” te eindigen met “Okey, this is our last song!”.

Was het de magere opkomst en weinige respons, een vergeten drum micro of het slordig spelen dat de meester zodanig irriteerde? We hadden er alleen het raden naar. Wat we wel met zekerheid konden besluiten was dat Don Cab in het sfeervolle STUK jammerlijk teleurstelde en de hoge verwachting van een vlekkeloos en virtuoos ritmefeest NIET kon inlossen.

Organisatie: STUK, Leuven

Beoordeling

The Cranes

Hartverwarmende The Cranes

Geschreven door

Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison. Ze debuteerden op een Belgisch podium tijdens het toen fel gesmaakte Futuramafestival in de Brielpoort te Deinze. Een mooie toekomst was hen weggelegd, want ze speelden voor uitverkochte clubs met de platen ‘Forever’ en ‘Loved’, medio de jaren ‘90. De sound klonk breder en krachtiger, maar behield de donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van instrument en stem.. Na ‘Population’ uit ‘97 verloren we deze onwennig aanvoelende broer –zus band wat uit het oog.

Onlangs verscheen hun titelloze nieuwe plaat, waarbij het sprookjesachtige geluid niet verloren ging, maar wat achterhaald en minder beklijvend klonk. En toch zagen we anderhalf uur lang een goed spelende band, die in de eerste vijf nummers werd geconfronteerd met technische problemen: de bas dreunde en de stem van Alison ging totaal de mist in. Een teneur voor songs als de dromerige waverockers  “Clear” en “Jewel”, en de sfeervolle - met elektronica soundscapes nota bene - “Vanishing point” en “Future song”. Vanaf “Worlds” zat alles goed; de lieflijke intens broeierige nummers “Wires”, “High & low” en “Sunrise” kwamen goed uit de verf.
Broer/zus Shaw en hun band genoten van de respons. De bassist en de gitarist hadden het duidelijk ook naar hun zin en zochten het gepaste evenwicht met de elektronica en het subtiele of het meer uptempo werk: van het intieme “Far away”/ “Collecting stones” (stem –pianotune) tot het snedige “Adrift”, wat hoogtepunten waren in de set.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis: van het ingetogen, sober gehouden “Here comes the snow” naar de lome , slepende beats van “Flute song” tot het rockende “Everywhere” (doorbraak van de groep in ’93 trouwens!) en het repetitief opbouwende “Paris & Rome”. In het akoestisch toongezette “Tangled Up” werd de elfjeszang van Alison onderstreept en in een golf van een galmende gitaarsound besloten ze en verve.

Geen verbazingwekkende set, maar voor wie wou weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, waren The Cranes geen onaardige band waar het zaadje ontkiemde…

Support was Cecilia: Eyes, die ons onderdompelden in een hallucinerende postrock trip: boeiend, fris en aanstekelijk door de opbouw en de tempowisselingen, van traag, slepend naar een meer krachtige aanpak en distortion. Beloftevol bandje die geestesgenoten naar de kroon stak …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

Juana Molina

Juana Molina bracht ons van ons STUK

Geschreven door

Gareth Dickson mocht de spits afbijten in een dan nog grotendeels lege Soetezaal. Zijn intimistische set kon ons maar matig bekoren. Enkele extra gitaarlessen zouden van pas kunnen komen om later wat meer indruk te kunnen maken. Na een drietal steriele songs wou hij ons middels ‘a Celtic tune’ voorzichtig aanmanen tot één of andere collectieve vreugdedans, het verhoopte effect bleef echter uit want de toeschouwers bleven roerloos in hun (trouwens heel comfortabele) zetels zitten. Onze harde conclusie is dus dat de set van Gareth Dickson niet overtuigend was. Wakker hoeft de best sympathieke man daar echter niet van te liggen want - zoals zijn slotnummer luidde - “It’s all nothing”. (Of om het vrij vertaald te zeggen:”Het is allemaal niks, jongske”.)

Een kwartiertje later slaagde Juana Molina er in om ons wel meteen op het puntje van onze stoel te krijgen. De Argentijnse stak namelijk van wal met het titelnummer van haar laatste CD “Un dia”. Geruggesteund door een bassist en een drummer slaagde ze erin om met dit opzwepende lied duidelijk te maken waaraan we ons mochten verwachten. Molina bediende zich volop van haar synthesizer, stem, gitaar en pedalen om middels multitracking ‘loops’ in gang te steken die toelaten om een enorme zuiverheid en kracht te verlenen aan de vaak repetitieve muziek. Ook de twee daaropvolgende nummers waren afkomstig van haar jongste worp waarbij opnieuw opviel dat de tekstpassages het onderspit moesten delven tegen de klanknabootsingen die haar muziek - net dankzij de loskoppeling van één specifieke spreektaal - een universele verstaanbaarheid gaven.
Juana Molina blijkt door de jaren (en haar 5 soloplaten) heen geëvolueerd van een eerder traditionele singer-songwriter naar een vernieuwende artieste, die vrijuit experimenteert met de geluidsmogelijkheden die de elektronica biedt. De nadruk kwam dus almaar meer op de klank te liggen en het stond buiten kijf dat ze deze evolutie aankon. De enkele nummers die ze solo bracht beklemtoonden trouwens dat haar (op zichzelf verdienstelijke) band eigenlijk een overbodige rol vervulde.
Zelf zijn wij niet echt vertrouwd met ’s vrouws oeuvre, noch met de Spaanse taal, dus we gaan ons deze keer niet wagen aan een opsomming van de vele titels die de revue passeerden. Kenners vertelden ons dat ze slechts één ouder nummer bracht en voor het overige putte uit haar recentste albums (‘Son’ en ‘Un dia’).

Het reeds vermelde repetitieve karakter van haar muziek wordt nooit enerverend dankzij het feit dat elk nummer op zichzelf uit een ander vaatje tapte: één enkele keer hoorden we tribale ritmes waartussen schelle synthesizerklanken geweven werden, een andere keer werd het erg ‘groovy’, nu en dan hoorden we een flard “Head hunters” van Herbie Hancock voorbij waaien, één nummer werd gelardeerd met stomende beats en op het laatste meenden we zelfs heel even dat onze eigenste Stijn de knoppen bediende (waarbij Juana echter veel franjelozer op het podium staat dan showbeest Stijn).

Wie dit leest, zal beseffen dat het geheel soms desoriënterend dreigde te worden, maar de aanwezigen die bereid waren tot overgave en zich lieten meeslepen door de maalstroom van klanken, verlieten het STUK met “een smile van Leuven tot in Buenos Aires”. De fysiek frêle Molina stond stevig haar mannetje op het podium, het was een voorrecht om haar van kop tot teen te kunnen aanschouwen want vooral haar voetenspel was vaak fenomenaal. Het zou ons dus niet verwonderen indien ze in haar jonge jaren een balletje trapte met landgenoot Maradonna.

De bisronde werd ingeleid door een ingestudeerd nummertje: met behulp van 1 tafel en 3 plastic bekertjes bracht ze met de band een door ritmisch geklap ondersteund intermezzo dat even origineel als onbenullig was. We durven vermoeden dat hier één of andere weddenschap aan verbonden was (”wedden dat jullie het niet durven om….?”).
Haar half verlegen, half verontschuldigend lachje achteraf maakte immers duidelijk dat we niet al te veel belang moesten hechten aan dit “folieke”. Het publiek zag er echter geen graten in want de enkeling die gedurende het optreden meermaals de moed had om tijdens de liedjes zelf mee te klappen, kreeg na afloop van elk nummer telkens gezelschap van de hele zaal. Die dappere klapper was terecht verbaasd over het feit dat zijn voorbeeld niet massaal werd opgevolgd want af en toe was het inderdaad onmogelijk om de ledematen stil te houden tijdens het overweldigende concert. Het feit dat we nauwelijks bewogen, betekent echter allerminst dat we onbewogen bleven. Of, om het wat toepasselijker uit te drukken: Juana Molina heeft ons in Leuven gewoonweg van ons STUK gebracht. We twijfelen er niet aan dat ze daags nadien ook de Antwerpenaren van hun Arenberg gebracht heeft, als je begrijpt wat we bedoelen…

Organisatie: STUK, Leuven

Beoordeling

Heather Nova

Onthaasten met Heather Nova

Geschreven door

Wanneer Heather Nova het exotische Bermuda inruilt voor het sombere Brussel willen we daar maar al te graag bij zijn. Gedurende twee jaar was ze ‘Lost’ ergens in de Atlantische Oceaan. Naar eigen zeggen om de kippen te voeren en haar inmiddels vierjarig zoontje Sebastian op te voeden. Ondertussen werkte Heather ook aan een nieuw album, dat de titel ‘The Jasmine Flower’ meekreeg. Om dit zevende studioalbum te promoten stond Heather Nova op de bühne van een uitverkochte Ancienne Belgique.

Support-act van dienst was de alternatieve indie rockband Scarce. Zelden heb ik zo’n misplaatst voorprogramma gezien. Velen namen de vlucht tot de bar want het half uurtje Scarce was dan ook een echte beproeving. Dit potsierlijke trio bakte er totaal niets van. Slechte songs en een ‘f**k off’ podiumattitude die nergens op leek. Enkel met de knotsgekke podiumbewegingen van bassite Joyce Raskin konden we ons nog aardig amuseren.

Het was dan ook een echte bevrijding toen Heather Nova even na negenen het podium op kwam enkel met een akoestische gitaar. Opener “Ride” uit het nieuwe album werd meteen één van de hoogtepunten van de avond. Melancholisch, ingetogen….Heather Nova op haar best. Zelfs vanuit de verte zag ze er adembenemend uit in een strak wit geborduurd bloemenkleedje…en ja hoor die kristalheldere engelenstem heeft ze nog steeds.
De band kwam op het podium en een stuwende versie van “Heart And Shoulder” werd ingezet. Nova’s begeleidingsband was trouwens in topvorm. Vooral het geniale drumspel van Geoff Dugmore en het wat vreemde, subtiele gitaarspel van gitariste Berit Fridahl waren bij momenten groots. Een volgend hoogtepunt was “Motherland” dat werd opgedragen aan alle moeders in de zaal. Ook het doorbraakalbum ‘Oyster’ kwam ruim aan bod. Het bovenaardse “Heal” en het poppy “Walk This World” werden gepassioneerd opgevoerd.
Tijdens “Fool For You” uit ‘Storm’ nam Heather plaats achter de piano. Alweer een erg intens, emotievol moment.
Halverwege de set bracht Heather twee akoestische songs uit haar nieuwe album. “Beautiful Storm” & “Maybe Tomorrow” staan op het nieuwe ‘The Jasmine Flower’, een album dat voorlopig in België enkel digitaal te downloaden is.
De hit “Someone New” die ontstond door een samenwerking met de Zweedse indiepop band Eskobar stond ook op de setlist. Al is de versie van Heather Nova eerder flauw en te ongeïnspireerd. Zorgde wel voor kippenvel was een ontketende versie van Nova’s allerbeste song, “Island”. Verbazingwekkend loopzuiver gezongen. “Winter Blue”, waarin flarden zaten van Don Henley’s “Boys Of Summer” sloot de mooie evenwichtige live set af. Heather Nova kwam onder luid applaus nog eenmaal terug en nam met een rockende versie van “Renegade” definitief afscheid van Brussel. Een song die ze eerder opnam met Electronic Dance DJ André Tanneberger (ATB).

Heather Nova live kan men gerust weinig verrassend, noch vernieuwend noemen. Wel is Heather Nova nog steeds in staat om ons even uit dit jachtige leven te ontvoeren…naar een wereld vol muzikale schoonheid en eenvoud. La Nova blijft een bewonderswaardige dame waarvoor mijn adoratie onvoorwaardelijk blijft!

Setlist: *Ride *Heart And Shoulder *Blood Of Me *Motherland *All I Need *Not Only Human *Heal *Walk This World *Fool For You *Redbird *Beautiful Storm *Maybe Tomorrow *Someone New *I Wanna Be Your Light *London Rain *Island *Like Lovers Do *Winter Blue *Paper Cup *Renegade

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis – ‘A Trick Of The Tail’ Tour: Legaal en met

Geschreven door

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Beoordeling

Pagina 367 van 389