logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_14
dEUS - 19/03/20...

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012

Geschreven door - David Goetschalckx en Alain Uyttendaele -

 

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012
Sziget Festival 2012
l’île Obudai
Budapest (Hongarije)

De Hongaarse hoofdstad huisvestte al voor de twintigste keer het Sziget-festival. Na jarenlange positieve verhalen en de officiële bevestiging daarvan met hun verkiezing tot ‘Best European Major Festival’, was het eindelijk aan ons om dit te kunnen bezoeken.
Het festival begon op maandag (‘day -1’) met lokale groepen en dinsdag (‘day 0’) werd als ‘metal day’ bestempeld. Wijzelf waren pas paraat vanaf woensdag, de eerste dag van het internationale luik van het festival.

Uit ervaring met andere grote festivals hadden we ons bij aankomst verwacht aan eindeloze wachtrijen, maar dit bleek bij Sziget geen probleem. Na ongeveer vijf minuten waren we binnen en hadden we reeds onze Sziget-paypass in het bezit, het enige officiële betalingsmiddel op het eiland waarmee je in de talloze drank- en eettentjes terecht kan.
De indruk die we kregen was dus meteen overweldigend. Sziget, in het Hongaars “eiland”, is groot, en wat meteen opvalt is de enorme ruimte en vrijheid die dit eiland biedt. De kampeerders mogen in principe hun tent overal opzetten, en je vindt ze dan ook verspreid terug over het gehele terrein. Er is overal ruimte en dus bewegingsvrijheid genoeg. Ook aan die standjes moet je niet als haringen in een ton gaan kruipen want als je ergens wat volk op hun bestelling ziet wachten, loop je doodleuk enkele meters verder naar het volgende standje waar je niet moet aanschuiven. Welk een comfort! Bijkomend voordeel is dat je in elke eetstand ook drankjes kan bestellen, heel praktisch zodat je telkens in één beweging een compleet menu kan kopen terwijl je hiervoor op andere festivals twee keer mag aanschuiven.
Bovenop de vele podia vind je her en der extra muzikaal vertier in de ontelbare bars die tot club omgebouwd worden. Ook kom je voortdurend DJ’s tegen die vanuit het niks opduiken in de meest originele mobiele installaties. Een gigantische stalen constructie wordt elke avond gebruikt om machtig circustheater op te voeren in openlucht, tientallen masseuses staan permanent ter beschikking voor wie een danspasje teveel gezet heeft, elke dag komen de liefhebbers van de (uiteraard artistiek verantwoorde) regenboogkleurenfilms aan hun trekken in de Magic Mirror-tent, er kan altijd gesport worden in het Olympisch dorp terwijl de minder fysiek maar meer cognitief begaafden eveneens hun kunnen mogen etaleren bij de vele logic games die op verschillende plekken aangeboden worden, twee bungee-jump-installaties draaien de ganse week op volle toeren, een reuzenrad laat toe om het eiland eens op het gemak van bovenaf te bekijken ,…
Het is onbegonnen werk om een volledige opsomming te geven van alle randanimatie want elke keer opnieuw stuitten we op dingen die we ondanks onze vele wandelingen nog niet eerder tegengekomen waren. Ook het decor verandert soms want plots duiken houten constructies op die de dag ervoor in geen velden of wegen te bespeuren waren dus zelfs voor neuroten die steeds dezelfde route nemen, zijn er voortdurend nieuwe ontdekkingen te doen.
Een ander verschil met de meeste festivals is het feit dat je veel minder geconfronteerd wordt met piepjonge festivalgangers die straalbezopen lopen te wezen. Vermoedelijk is dit gelinkt aan het feit dat het publiek zeer internationaal is. We hoorden tussen het volk meer Nederlands, Engels, Duits en Frans praten dan Hongaars. Een erg groot deel van het publiek komt dus van ver en heeft de leeftijd om zonder ouders op meerdaagse vakantie te mogen en heeft dus ook al voldoende katers achter de rug om nog vaak de aandrang te voelen om er zo snel mogelijk een nieuwe te gaan opzoeken.
Denk nu vooral niet dat iedereen daar nuchter rondloopt, maar mede dankzij de lange duur van het festival en de vele ontspanningsmogelijkheden lijkt iedereen meer dan elders geneigd om wat te doseren. Stel u voor: we hebben zowaar niemand zien kotsen en dat terwijl we toch een uur of 45 op het festivaleiland rondgelopen hebben! Op Belgische festivals lukt het nooit om ook maar 5 uur te vertoeven zonder iemand aan te treffen die vol overgave aan de omstaanders illustreert wat hij/zij nutteloos naar binnen gewerkt heeft.

Dit alles bracht ons al vlug tot het besef dat het Sziget-festival de meest indrukwekkende totaalervaring is die we ooit al mochten meemaken. En dat voor een uiterst betaalbare prijs, niet enkel voor het ticket maar ook voor eten en drinken en transport en baden etcetera (tip: de Sziget-CityCard-pass laat je toe om per trein of per boot gratis naar het festival te gaan met daarbovenop gratis openbaar vervoer in gans Boedapest en één gratis bezoek aan één van de vele befaamde badhuizen en korting op musea, enzovoorts….).
U merkt het: de loftuitingen die we hoorden over de fantastische faciliteiten zijn volledig terecht. 400.000 visitors can’t be wrong!

Aangezien er zowel op het eiland als in Boedapest zelf (die baden, die heuvels, die pleinen, die gebouwen, die cafékes,….) te veel te beleven valt om in deze festivalrecensie exhaustief te zijn, beperken we ons hieronder tot een korte review van die optredens waarvan wij tijdens deze dolle week getuige mochten zijn. Een groot deel daarvan betrof een bewuste keuze, maar heel vaak ook lieten we ons leiden tot waar het toeval ons bracht. Iets wat op Sziget haast nooit tot een teleurstelling kan leiden.

dag 1 - woensdag 8 augustus 2012
Op de Main Stage gaf de Japanse groep Gocoo de aftrap. Met elf drummers (waarvan 7 vrouwen) en één didgeridoo-speler bleek deze band de perfecte opwarmer voor het festival. De opzwepende ritmes kregen de menigte meteen in beweging en ook visueel zorgde Gocoo voor het nodige spektakel. De sproeiers boven de weide kwamen voor de eerste keer in actie en zorgden voor welgekomen verfrissing bij de al snel verhitte festivalgangers. Gocoo maakt gebruik van traditionele drums (taiko's) hetgeen zelfs voor een regelmatige festivalbezoeker geen alledaags zicht is.

Ook het Britse Glasvegas bracht het er niet slecht vanaf, dit ondanks het feit dat de frontman de naar eigen zeggen eerste fout van zijn leven maakte waardoor “Geraldine” twee keer gespeeld werd. Iets waar wij helemaal niet rouwig om waren.

Het schitterende decor van de OTP World Stage ontdekten we voor het eerst tijdens de passage van de Amsterdam Klezmer Band, een bende met toeters en trombones getooide mafketels uit Holland die onder andere met de collectief uitgevoerde klompendans (aangekondigd als ‘the dance with wooden shoes’) aantoonden dat onze Noorderburen massaal aanwezig waren op het Szigetfestival. Iets wat nog eens extra in de verf gezet werd tijdens de vrolijke polonaise die erop volgde.

De A38-stage (grootste tent op de festivalsite met een capaciteit van 12000 toeschouwers) werd tijdens warme momenten afgekoeld middels een achttal reuzeventilatoren. Geen overbodige luxe tijdens het optreden van Anna Calvi want gewoontegetrouw kregen we het heel warm van haar verschijning en muziek. Ze begon met nog vrij ingehouden gesoleer op elektrische gitaar om vervolgens als een mix van PJ Harvey en Patti Smith te imponeren met eigen songs als “Desire” en “Love won’t be leaving” alsook met schitterende covers zoals “Jezebel” (Edith Piaf) en “Wolf like me” (TV on the Radio). Kippenvel (en dit keer niet dankzij de ventilatoren) kregen we vooral als ze volop haar duivels ontbindt in gierende gitaarsolo's die vele monden deden openvallen van verbazing. Het enige minpunt van dit optreden was simpelweg het feit dat het te laat begon en te vroeg voorbij was. Maar bon, de kleine veertig minuten die Calvi op het podium stond rechtvaardigden op zichzelf al de aanschaf van een naar Belgische normen belachelijk goedkoop dagticket (45 euro).

Niet dat het toen al tijd was om tent-, hotel- of huiswaarts te keren want in dezelfde tent kropen vervolgens onze landgenoten van dEUS druipend van de goesting op het podium. Met “The Architect” begon een optreden dat ook de niet-Belgen overtuigd zal hebben dat dEUS niet onterecht al voor derde keer op de Sziget-affiche prijkte. Tom Barman droeg een nummer op aan de Russische meiden van Pussy Riot waarmee hij duidelijk maakte dat er een dam geworpen moet worden tegen de in sommige landen opnieuw oprukkende censuur (een boodschap die in de politiek van het hedendaagse Hongarije trouwens niet door iedereen gewaardeerd wordt). Op de setlist stonden nummers als “Sirens”, “Instant Street, “4 Mains”, “Fell off the floor man”. Tijdens “Suds & soda” kregen tientallen festivalgangers de gelegenheid om op het podium hun danskunsten te etaleren. Een geste die altijd op bijval kan rekenen van het enthousiaste publiek maar die de lokale security-mensen uiteindelijk wel tot lichte wanhoop dreef. Vooraleer ze zowel publiek als groep van het podium gejaagd werden, kregen we nog een flard “Sabotage” van The Beastie Boys gepresenteerd. Samengevat kunnen we stellen dat dEUS in Sziget meer zieltjes gewonnen zal hebben dan bij de iets fletsere prestatie die ze onlangs op Rock Werchter leverden.

Op het hoofdpodium stond Placebo geprogrammeerd. Het drietal liet zich af en toe begeleiden door een jongedame die aardig weg kon met de viool en de synthesizer, gelukkig maar want voor het overige viel hun optreden toch wat tegen. De nogal gesloten houding van Brian Molko bracht niet veel beterschap aan de nogal makke publieksreactie. “The bitter end” maakte zijn titel volledig waar en ook een weinig overtuigende cover van “Running up that hill” (Kate Bush) kon de meubelen niet redden. Maar niet geklaagd want over het algemeen bracht onze eerste dag op Sziget al veel meer dan we zelfs in onze stoutste dromen durfden te denken.

dag 2 - donderdag 9 augustus 2012
Dag 2 bracht normaliter The Roots op het hoofdpodium maar blijkbaar hadden de heren ergens een vlucht gemist waardoor het publiek verrast werd met een optreden van Anti Flag. Niet meteen ons ding, eerlijk gezegd, dus aan de prekerige punk uit Pittsburg (Pensylvania) gaan we weinig woorden vuilmaken. Toen ze op het einde van hun set “Should I stay or should I go?” speelden, hadden we dus snel ons antwoord klaar: go!

The Roots
werden een dik anderhalf uur later dan voorzien uiteindelijk op de A38-stage gejaagd om daar hun heerlijke lange jamsessie te houden. Gewoontegetrouw betoonden ze eer aan diegenen die op muzikaal vlak echt ‘roots’ gelegd hebben, zie bijvoorbeeld de ondanks zo vaak gehoord toch nimmer tot verveling leidende versie van “The Seed” van Cody Chesnutt. Ook de Beastie Boys (“Paul Revere”), Guns’n’Roses (“Sweet Child o’ mine”) en Kool & The Gang (“Jungle Boogie”) werden gecovered. Het stomende feestje leidde ertoe dat uiteindelijk iedereen naar de verkoeling brengde blazers toegezogen werd.

Voor de World Stage verzamelde zich aardig wat volk voor HK & Les Saltimbanks. Deze Franse groep herinnerde eraan dat hun vorige president Hongaarse voorvaderen heeft maar ze voegden er meteen aan toe dat ze onder geen beding teruggezonden willen worden naar het Sarkozy-tijdperk. Heel wat volk zong uit volle borst mee met “J'ai travaillé toute ma vie” waarbij men zich oprecht de vraag kan stellen of dit bij sommigen misschien met een zekere ironie gescandeerd werd.

Omdat de heuvel aan de World Stage te uitnodigend is om er zich niet op te laten neervleien, bleven we ook bij Muchachito Bombo Infierno ter plekke. Deze Spanjaarden vallen vooral op dankzij de blijkbaar tot deze band behorende kunstenaar die tegen het einde van de set een wit doek omtoverde tot een best geslaagd schilderij.

Korn
kon op het hoofdpodium misschien de liefhebbers bekoren, maar zelf kozen we voor het meer dansbare Friendly Fires. De uitgebreide percussie zorgde er in combinatie met de twee blazers en de immer uitzinning dansende frontman voor dat ook op dag 2 aardig wat zweet vergoten werd.

Om nog maar te zwijgen van hetgeen Emir Kusturica & His No Smoking Orchestra ten berde brachten op de World Stage. Er werd uit de meeste van zijn films (‘Time of the Gypsies’, ‘Life is a Miracle’, ‘Arizona Dream’, ‘Undergound’, ...) wat muziek gepuurd. Het meeste succes werd geboekt met het uit ‘Black Cat, White Cat’ stammende “Pitbull Terrier”. Zowel een lach als een traan kregen gedurende anderhalf uur een plaats op het podium maar daarbovenop zagen we ook enkele uit de eerste rijen geplukte dames en gejongleer met gigantische strijkstokken en dergelijke meer. Een Balkanfeestje uit de oude (film)doos en menig okselvijver zag dus het levenslicht in het het beperkte deel van het uitzinnige publiek dat nog niet in bloot bovenlijf rondhoste.

dag 3 – vrijdag 10 augustus 2012
Met The Vaccines stond op het hoofdpodium een groep geprogrammeerd die de na ‘slechts’ twee tot vier dagen reeds vermoeide festivalgangers de nodige injectie energie zou geven. Na openingsnummer "No Hope" van de in september verwachte plaat ‘Come of Age’, brachten ze meteen het nauwelijks anderhalf minuut durende "Wrekkin' Bar (Ra Ra Ra)”, voldoende om de weide in lichterlaaie te doen staan. Het meeste succes oogstten ze uiteraard met de nummers van hun debuutplaat ‘What did you expect from the Vaccines’. "Post break-up sex" werd luidkeels door de weide meegezongen en ook "Do You Wanna", "Wetsuit" en "Norgaard" zorgden voor de nodige ambiance bij de crowdsurfende menigte.
Zelf waren we niet geheel tevreden van het optreden, vooral vanwege de slechte geluidskwaliteit waarbij drum en basgitaar zodanig overheersten dat van zang en gitaar nog maar weinig merkbaar was. Misschien een (zeldzame) fout van het geluidsteam, maar mogelijk een indicatie dat zanger Justin Young weer met stemproblemen kampt na het afgelopen jaar reeds drie keeloperaties te hebben ondergaan.

Terwijl plots tussen het publiek een groep Hongaarse volksdansers in traditionele kledij hun beste beentje voorzetten tijdens een zich door het festivalpubliek slingerende demonstratie, begaven wij ons richting World Stage om ons daar met Roy Paci & Aretuska in Siciliaanse sferen te laten onderdompelen. Ambiance verzekerd en dat niet alleen met hun eigen werk maar ook met vrolijke covers zoals bijvoorbeeld het van Prince Buster en later natuurlijk Madness ontleende “One Step Beyond”.

Iets later dan voorzien waren we vervolgens getuige van de bekoorlijke vertoning die Agnes Obel in de A36-tent opvoerde. Gelukkig bleef het publiek geduldig ter plaatse toen het concert wegens technische problemen maar niet van de grond geraakte want nadien maakte Obel samen met haar celliste (die regelmatig ook de achtergondvocalen verzorgt) dat er op het A38-podium minstens evenveel moois te rapen valt als op het hoofdpodium.

Niet dat het daar huilen met de pet op is, integendeel, want tegelijktertijd bevestigde The XX het vele moois dat ze de voorbije maanden al op menig festival laten zien en – vooral – horen hadden. Een beetje spijtig dus dat twee zulke betoverend mooie optredens op hetzelfde moment gepland stonden, maar ja, dat is nu eenmaal eigen aan een festival waar zo veel interessante artiesten geprogrammeerd staan.

Wat denken jullie bijvoorbeeld van The Stone Roses? Hoewel het merendeel van het publiek nog in de luiers of in vaders teelballen vertoefde op het moment dat deze Britten het mooie weer maakten, stond de vlakte voor het hoofdpodium heel goed gevuld om getuige te zijn van een overtuigend optreden. Met “I wanna be adored” zette men de toon voor een aaneenschakeling van hoogtepunten. Nog voor de helft van de set weerklonk “Fool’s Gold” dat een heerlijk lang uitgesponnen versie kreeg. Bovenop de vele muzikale hoogtepunten noteerden we ook dat de verantwoordelijke voor de grote schermen zich eens mocht laten gaan met superspacy visuals. Afsluiten deden The Stone Roses met “She bangs the drums” en het toepasselijk getitelde “I am the ressurection”. Vlak voor die beide afsluiters maakte “This is the one” duidelijk dat dit de groep is die iedereen deze zomer gezien moet hebben, al is het maar voor de meest supercoole basgitaar die er dit festivalseizoen te bezichtigen valt.

dag 4 – zaterdag 11 augustus 2012
De vierde dag begonnen wijzelf met een snuifje Sergent Garcia (World Stage) om vervolgens te gaan postvatten voor het hoofdpodium alwaar de Ieren van Two Door Cinema Club een vijftiental nummers balden in een degelijke set die begon met “Cigarettes in the Theatre” en voorts festivaltoepasselijke titels omvatte als daar zijn “This is the life” en “Costume Party”. Over het feit of titels als “Eat that up, it’s good for you” en de afsluiters “Sleep alone”, “Come back home” en “I can talk” toepasselijk zijn voor het festivalpubliek, valt dan weer te discussiëren.

Tijdens één van de vele wandelingen belandden we in de ‘Magic Mirror’-tent alwaar er zich op dat moment een kleinschalige versie van een Cirque du Soleil-spektakel voltrok. Een afwisseling die we wisten te waarderen. Hetzelfde gold voor de groep (en dan, eerlijk is eerlijk, vooral de zangeres van) Magashegyi Underground dat op het Hongaarse podium een thuismatch speelde. Altijd leuk om te proberen geloofwaardig over te komen bij het meezingen tijdens songs in een taal waar je geen jota van begrijpt. We denken niet dat er één Hongaar was die niet direct doorhad dat we zwaar aan het faken waren, maar bon, op een festival waar tolerantie hoog in het vaandel gevoerd wordt, kraait daar geen haan naar.

Het legendarische Leftfield begon zowel muzikaal als visueel sterk aan hun set in een redelijk gevulde Arena. Zestien jaar jaar geleden zagen we hen in Zeebrugge op de avond dat Fredje goud pakte in het zwembad van Atlanta (en Johnny Rotten op datzelfde Zeebrugse podium goud in neertimmeren van de security, een sport waarvan we hopen dat ze in het post-Rogge-tijdperk toegevoegd wordt aan de lijst van olympische disciplines, wij weten alvast op wie we ons geld inzetten).
We gingen er zaterdagavond 11 augustus 2012 dus ook vanuit dat Tia goud zou halen in Londen maar blijkbaar bestaat er dan toch geen verband tussen het winnen van goud op de Olympische Spelen en onze aanwezigheid op een Leftfield-gig.
Tenzij dat verband enkel geldt indien we tot op het einde van het optreden aanwezig blijven aangezien we er in Boedapest voor kozen om Fink te spotten in de A38-tent. Een keuze waar we dankzij bloedstollende versies van “Yesterday was hard on us” (alweer een titel waar menig festivalganger zich perfect mee kon identificeren), “Berlin Sunrise” (een ode aan Berlijn die volgde na zijn even welgemeende uitgesproken liefdesverklaring aan de Hongaarse hoofdstad) en “Fear is like fire” weinig spijt van hadden. Naar het einde van “Sort of Revolution” toe komt de oude Fink weer naar boven: het bespelen van de verschillende geluidspedalen leidt ertoe dat we live getuige zijn van ’s mans kunde op het vlak van ingenieuze elektronica. Het publiek is zodanig onder de indruk dat het loeihard schreeuwt om een bisronde. Net als we denken dat die er om organisatorische redenen niet zal komen, krijgt het dat ook in de vorm van “Sorry I’m late”.

Aangezien we met onze blijdschap geen blijf weten, achten we de tijd gekomen om ons in het feestgewoel van de Roma-tent te storten. Een uitmuntend idee want aldus zijn we nog een kwartiertje getuige van het prachtspektakel dat Vodku aan het opvoeren was. De Roma-tent is the place to be voor wie zich 100% wil onderdompelen in hetgeen de zigeunercultuur toegevoegd heeft aan het muzikale erfgoed. Zelf probeerden we alle dagen van de sfeer in die tent te gaan proeven, bovenop de hier opgesomde groepen hoorden we dus nog meerdere andere gezelschappen magyar nóta, csardas (een soort boerendans) en verbunk (een opzwepende dans die wat doet denken aan de kozakkendansen) brengen.

De ondertussen al aardig op leeftijd gekomen bende van The Pogues mocht op zaterdag als headliner fungeren op de World Stage. Shane MacGowan bleek zowaar in staat om volledig autonoom richting microfoon te wandelen, deze keer dus geen assistent die hem voor gestruikel of verlorengeloop moest behoeden. Niet dat moeders minst mooie (dat hopen we althans voor zijn eventuele broers en zussen) niet af en toe nood had aan een rustpauze, maar de momenten waarop hij van het podium verdween bleven telkens vrij kort waardoor hij misschien wel zo’n 80% van het optreden vooraan stond (alhoewel bij onze berekeningen met een zekere foutenmarge rekening gehouden moet worden want om niet al te zeer uit de toon te vallen zagen wij ons genoodzaakt om tijdens het optreden zelf af en toe eens te gaan bijtanken aan één van de vele togen).
In zijn geval mogen we hier dus dezer dagen wel degelijk spreken van een olympische prestatie. Zonder MacGowan zijn de resterende bandleden capabel om vrij strak te spelen, iets wat ze o.a. illustreerden middels een snedige versie van het door Spider Stacy met volle goesting gezongen “Tuesday Morning”. Een vocale prestatie die technisch gezien waarschijnlijk het hoogtepunt van het concert betekende. Ook Stacy beseft echter dat de massa The Pogues niet als volwaardig beschouwt zonder de ondanks alles nog levende legende die MacGowan ondertussen al een drietal decennia is. Het is deze laatste die in zijn eentje de pure rauwheid incarneert waarvoor deze groep altijd het referentiepunt zal blijven in de wilde wereld van de folk-rock.
Het van Ewan MacColl geleende “Dirty Old Town” zal - ondanks verwoede pogingen van grootheden als The Dubliners - nooit een betere interpretatie krijgen dan deze die The Pogues er ook nu weer van brachten. Onbegonnen werk om alle hoogtepunten van het optreden op te sommen dus we beperken ons tot de apotheose: een stomende versie van het onverslijtbare “Fiësta” deed het stof nog steviger opwaaien dan voorheen. Soms waanden we ons als wielrenners tijdens een kurkdroge editie van Parijs-Roubaix. Na afloop zullen onze longen alleszins niet minder stof te verwerken gekregen hebben, maar bon, niet geklaagd want zoals eerder gezegd waren er drankstandjes genoeg om ons weer bij onze positieven te brengen (iets wat die coureurs dankzij de dopingjagers nu net moeten proberen vermijden).

Wij kozen voor het standje in de Roma-tent alwaar we eerst Söndörgd en later King Naat Veliov & Original Kocani Orkestar aan het werk zagen (althans, dat leiden we af uit de programmabrochure want we dompelden ons iets te serieus in de sfeer onder om dit op zelfstandige basis te kunnen bevestigen).

De voorlaatste dag was dus opnieuw meer dan de moeite. Gelijktijdig met The Pogues entertainde Snoop Dogg het publiek vanop het hoofdpodium maar een mens moet nu eenmaal kiezen dus we hebben geen flauw benul hoe hij het daar vanaf gebracht heeft. Was Snoop Dogg al volledig getransformeerd in Snoop Lion of teerde hij nog op zijn oude werk? We hebben geen idee maar vermoedelijk bracht hij in Boedapest ongeveer dezelfde set als diegene die hij een vijftal dagen later op Pukkelpop zou opvoeren.

dag 5 – zondag 12 augustus 2012
De vijfde en laatste dag werd op het hoofdpodium in gang geschoten door The Subways. Zoals steeds was het niet moeilijk om Belgen te vinden tussen het publiek. Overal worden immers volop vlaggen rondgedragen. Een ietwat vreemd ogende maar uiteindelijk best sympathiek en spraakzaam blijkende landgenoot vertelde ons enthousiast dat hij in 2004 (of 2005 want zijn geheugen bleek hem wel eens in de steek te laten) in Leeds woonde en zich afvroeg wat te doen op een koude vrijdagavond in North-Yorkshire. Joseph Well’s was altijd een optie om beginnende groepjes in een obscuur achterzaaltje te zien en in 2004 (of 2005?) bleek één van die groepjes The Subways te heten.
Rauw, energiek, onvolmaakt maar met potentieel, dat was zeker. Wat deze ietwat bizarre (maar zoals gezegd dus best wel sympathieke) kerel zich echter vooral wist te herinneren was de sexy, blonde bassiste (Charlotte) die plagerig haar borsten aanraakte en vroeg wie er zin in had. Niet te verwonderen dus dat we die weirdo nu op Sziget terugvonden op het moment dat The Subways van jetje gaven. Was ons dat een uppercut: stevig in het ritme, strak en duidelijk volwassen geworden. Het publiek lustte er ook wel pap van. Songs als “Kiss Kiss Bang Bang”, “Celebrity” en “It’s a party” werden uit volle borst meegezongen. Het was eraan te zien dat Sziget hun favoriete festival was, aldus Charlotte die er met de jaren nog sexier op geworden blijkt te zijn. ‘Being fucked by the gods of electricity’ schreeuwde de zanger na een gitaarpanne. Waarop onze nieuwste kennis brulde dat hij verkoos ‘to be fucked by the goddess of bass players’. Waarop wij verkozen om uiteindelijk toch tijdig afscheid te nemen van onze nieuwe vriend. Niet dat we hem dus niet sympathiek vonden, integendeel, maar god weet hoeveel vuile woorden er nog in deze review zouden belanden als we al te lang onder de invloed van deze prettig gestoorde kerel bleven.

Tijd om ons naar de A38 te begeven waar De Heideroosjes voor een uiteraard voornamelijk Hollands publiek het Hongaarse luik van hun afscheidstour verzorgde. Punkrockers werden op hun wenken bediend middels een aardige selectie uit hun best wel indrukwekkende oeuvre. Met een cover van “Blitzkrieg Bop” van The Ramones werd eer betoond aan hun soortgenoten maar De Heideroosjes durven verder te kijken dan hun neus lang is want ook liefhebbers van Stef Bos kwamen aan hun trekken dankzij “Tussen de liefde en de leegte”. Met “Time is ticking away” werd nog eens uitdrukkelijk verwezen naar het feit dat ze er heel binnenkort definitief een punt achter zetten. Sziget kreeg alvast een gepast afscheid, niks meer maar vooral ook niks minder.

Op de World Stage konden we nog een stukje meepikken van het 11-koppige Fanfara Ciocarlia uit Roemenië. Zoals de naam doet vermoeden, betreft het hier voornamelijk (90,9%, wie kan raden hoeveel dit in absolute aantallen is en het antwoord op een gele briefkaart stuurt naar minister Muyters stuurt, wint onze eeuwige waardering) blazers. Wetende dat er op zondag vele fans van Goran Bregovic op het eiland rondliepen, kozen ze ervoor om verschillende door Goran Bregovic de onsterfelijkheid in gezongen nummers te brengen (bijvoorbeeld “Kalashnikov” waarover later meer).

Best wel de moeite, hetgeen ook gezegd mag worden van Supernem, de ongecompliceerde rockgroep waarvan we op het Hongaarse podium nog een kwartiertje konden meepikken.

Nog beter klonk de puike garagerock van het Zweedse Mando Diao op het hoofdpodium. Zelf waren we niet echt vertrouwd met dit combo maar het tegenovergestelde bleek het geval voor de vele tienduizenden die uit volle borst meezongen met een resem van hun blijkbaar tot hits verworden songs. Hun vijf studioplaten blijken dus vooral buiten België gretig aftrek gevonden te hebben, voor MTV Duitsland mochten de heren bijvoorbeeld een Unplugged-sessie opnemen.

Iedereen moet deze zomer minstens enkele minuten meegepikt hebben van het geflipte LMFAO, maar laat het alstublieft bij die enkele minuten blijven want dan heb je het echt wel gehad met hun monotone party-sound. De jeugd van tegenwoordig gaat hier blijkbaar en masse voor uit de bol maar daarvoor waren wij die zondag in Sziget zelf toch nog iets te nuchter. Misschien hadden we er enkele uren later met volle teugen van kunnen genieten hetgeen nu dus allesbehalve het geval was. Niet dat we per definitie ons veto stellen tegen alles dat meer prefab-product dan vrucht van creatieve arbeid is, maar het gaat ons toch net iets te ver om dit gedoe “goed in zijn genre” te noemen ofzo. Wel leuk om te zien hoe massa’s prettig gestoorden zich uitleefden op deze dus blijkbaar massaal gesmaakte gimmick. En in die zin moeten we dus misschien mild genoeg zijn en als oude zakken toegeven dat het uiteindelijk ook wel zijn plaats heeft op zo’n eclectisch festival. Voor één keertje dan…

In de A38-tent stond gelijktijdig met de partyrock van LMFAO het subtielere Lamb geprogrammeerd. Ze brachten een al bij al redelijk stevige set die niet mis was maar te weinig betoverde om van een groots concert te spreken. We waren ooit al meer onder de indruk van Lamb dus heel lang kon het onze aandacht niet vasthouden.

Als afsluiter op het hoofdpodium stonden The Killers geprogrammeerd. Zelf kozen we echter voor het slotfeest op de immer sfeervolle OTP World stage. Daar kwam namelijk Goran Bregovic and The Wedding & Funeral Band, en ervaring leert ons dat zijn optredens steeds voor een geweldige ambiance en de nodige gekte zorgen. We werden in onze keuze niet teleurgesteld. Het publiek was talrijk opgekomen en vanaf de eerste noten zat de sfeer goed. Ook een plotse korte regenbui (de eerste van het festival) kon de meute niet bedwingen maar zette integendeel aan tot nog meer springen en wild dansen.
Goran Bregovic, in West-Europa vooral bekend geworden na het schrijven van de muziek voor Emir Kusturica's film ‘Underground’, brengt met zijn Wedding & Funeral Band een mix van Gipsy Brass band muziek met elektrische gitaar, traditionele gezangen en strijkers. In zijn muziek weerklinken invloeden van Joodse- en Zigeuner huwelijksmuziek, zowel als orthodoxe en katholieke kerkgezangen. Hij was de persoon die Balkanmuziek met zijn amalgaan van invloeden op de wereldkaart zette en met zijn band zijn ze zeer gevraagd op festivals wereldwijd.
Ook nu weer zorgde good old Goran voor een fantastische afsluiter van een al even fantastisch festival. Aan het begin van de show schreeuwde hij de menigte toe met de woorden "if you don't go crazy, you're not normal", woorden die overbodig bleken want ‘crazy’ ging de menigte sowieso. Crowdsurfen, ronddansen en springen van de eerste tot de laatste toon. Ondanks dat ongetwijfeld slechts enkelen de woorden echt kennen, werd er luidkeels meegezongen op de tonen van "Mesecina", en toen hij zijn twee slotnummers inzette, het anti-facistische lied "Bella Ciao" en het explosieve "Kalashnikov", ontplofte het reeds dolle publiek nog voor een laatste keer. Getuige het filmfragment te bekijken op het officiële Sziget Youtube kanaal: http://www.youtube.com/watch?v=sAEWQ6opwoI. Het was een waardige afsluiter voor het volgens ons leukste podium, de OTP World Music Stage.

Nog nahijgend van dit geschift slotfeest, trokken we de heuvel over naar de Roma-tent alwaar bleek dat het feest nog maar net was begonnen! Eerst zweepte Parno Graszt de boel op en vervolgens zorgde Fanare Savale er voor het laatst voor dat de Roma-tent uit de bol kon gaan op live gebrachte zigeunermuziek van de bovenste plank. De Roemenen zorgden onder andere met “
Două guri în timp ce celălalt este de a picta” voor een meer dan waardige afsluiter van het immense feestje dat tienduizenden een week lang in de ban hield.

Niet dat het dan al gedaan was want de eer om de Roma-tent af te sluiten was voor de tweede dag op rij zowaar gegund aan ons eigen land. DJ Gaetano Fabri & Balkan Hotsteppers slaagden er met de vingers in de neus in om het dolle gezelschap in de tent opnieuw in extase te krijgen. Niet te verwonderen eigenlijk met zo’n familienaam als die van Gaetano. Ongetwijfeld heeft Nonkel Danny hem van jongsaf aan de truken geleerd om een vrolijke bende helemaal in hogere sferen te brengen. Ook neefje Danny Jr. zal als ervaringsdeskundige aan Gaetano waarschijnlijk waardevolle tips gegeven hebben om heet gezelschap nog extra op te hitsen. Wat Danny Jr. een twintig jaar geleden immers opvoerde in de onvolprezen Eddy Lipstick-productie ‘Belgische reetjes’ behoort namelijk tot de hoogtepunten uit onze vaderlandse filmgeschiedenis. Vooral dan  - kwestie van in de muzikale sfeer te blijven - de scène waarin deze steracteur op originele wijze uitbeeldt hoe men een radiotoestel kan finetunen.  Allez, dat is toch hetgeen onze meer cinefiele vrienden ons op het hart drukten. Rep u naar één van de laatst overgebleven videotheken om zelf uw oordeel te vellen.

Ter afsluiting merken we op dat het Sziget-festival dit jaar een officiële live streaming had op youtube. Het resultaat hiervan vind je op http://www.youtube.com/user/szigetofficial. Voorts zal de geïnteresseerde op het internet honderdduizenden (audio-)visuele bewijzen aantreffen voor hetgeen wij hier in zo’n vijfduizend woorden probeerden duidelijk maken hebben: Sziget is en blijft tot nader order het meest complete en beste festival. Al blijven uitnodigingen tot andere festivals uiteindelijk welkom indien iemand meent dit te kunnen tegenspreken.

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.musiczine.net/nl/fotos/sziget-budapest-2012/

Organisatie: Szigetfestival http://www.szigetfestival.fr

Aanvullende informatie

  • Datum: 2012-08-14
  • Festivalnaam: Szigetfestival 2012
  • Festivalplaats: l’île Obudai
  • Stad (festival): Budapest (Hongarije)
  • Beoordeling: 4
Gelezen: 1753 keer