Leffingeleuren mocht dit jaar veertig kaarsjes uitblazen, proficiat!, maar misschien nog belangrijker : dit was de tweede editie in de afgeslankte versie en ook dit jaar bleek dit de meest geknipte formule voor het festival. Het was bij momenten echt op de koppen lopen in het centrum van Leffinge voor het gratis gedeelte van het festival met zijn talloze dj’s, foodtrucks, kinder- en straatanimatie en het ‘Buskerstreet’ podium waar jonge artiesten hun ding mochten doen. Binnen (in de zaal, de kapel of het café) was het minder druk. Soms iets te weinig volk maar dat had dan weer het voordeel dat je als bezoeker altijd alles zonder problemen vanuit een comfortabele positie kon beleven.
dag 1 – vrijdag 9 september 2016
Het parcours begon in de zaal met de tongbreker, Hypochristmutreefuzz. Net als hun naam al liet vermoeden is dit Gentse vijftal niet van één markt thuis. Het ene moment kregen we strakke noise te horen waarna ze enkele nummers later zowaar in (best genietbare) progrock verzeild geraakten. Naast de gekke stemmetjes van Ramses Van Den Heede stonden vooral de synths van Thijs Troch centraal en die zorgden toch wel voor wat gemengde gevoelens. Soms spuuglelijk een andere keer voor een aangenaam warme gloed zorgend. Nu nog iets te wisselvallig maar het potentieel is er. (Ollie)
In de Kapel (een houten constructie in de schaduw van de kerk) zag ik vervolgens de uiterst sympathieke Louis Berry uit Liverpool. Ik had nog nooit van deze voormalige kruimeldief, die via zijn gitaar terug op het juiste spoor belandde, gehoord, maar zijn eerste drie songs behoorden tot het beste wat er dit jaar op Leffingeleuren te rapen viel. Dave Edmunds op de thee bij The Streets, zoiets. Daarna spatte de droom jammerlijk uiteen met een afknapper van formaat, een wansmakelijke popsong die ik eerder vond thuishoren in een circus. Na die monumentale misser liet Louis met dat bijzonder smakelijke accent (“verstaan jullie mij? In Engeland niet!”) het tempo zakken en gaf de rock-‘n-rollgitaar van het begin niet thuis. Maar naar het einde toe kwam middels nummers als “Cocaine” en “Rebel” de magie toch nog onverhoopt terug. (Ollie)
De sympathieke Brit Louis Berry bracht een fris mengelpapje van strakke rock’n’roll, folk en britpop. Wij moesten af en toe denken aan Miles Kane en The Strypes. Berry zijn songs waren misschien niet echt onvergetelijk maar zijn enthousiasme en bij wijlen stevig rockende begeleidingsband maakten veel goed. Laat die kerel nog wat harder werken en iets origineler uit de hoek komen en we gaan er in de toekomst nog van horen. (Sam)
In het café was het stilletjes genieten van de akoestische mijmeringen en de teergevoelige stem van singer/songwriter Christopher Paul Stelling. Geen sentimentele rijstpap maar wel fijne folkrocksongs voor bij het haardvuur. (Sam)
Eagulls uit Leeds zijn begonnen als een post-punk band maar daar bleef zo te horen niet veel van over. Wat was het dan wel? Een indrukwekkende, dicht geplamuurde eighties sound die ik nog enigszins te verteren vond maar de ellendig pathetische zang van George Mitchell die daar bovenop werd gesmeerd , joeg me de gordijnen in. In het beste geval hoorde je een vage echo van The Cure maar meestal riep dit bijzonder nare herinneringen op aan de new romantics, net nu ik dacht dat die verwaarloosbare stroming uit de jaren tachtig definitief uit mijn geheugen was verbannen. (Ollie)
Eagulls is een bandje die wij twee jaar geleden meteen in de armen sloten dankzij dat driftige debuut en een kwiek live optreden ergens in een bouwvallig zaaltje aan de Gentse dokken. Toen wij de heren een jaartje later op Best Kept Secret aanschouwden was onze euforie meteen een heel stuk gekoeld. De band ontgoochelde er met een stel overwegend nieuwe en deprimerende songs waarin het tempo serieus was afgeremd. De driftige punkrock had plaats moeten ruimen voor lauwe en oppervlakkige post-rock. Dit voorspelde al niet veel goeds voor de nieuwe plaat en helaas kwamen die lauwe verwachtingen met ‘Ullages’ ook uit, het is de weergave van een band die zich verlaagd heeft tot tweederangs Cure klonen die geen treffelijke song meer weten bijeen te schrijven. Die lijn trok zich zoals we al vreesden ook door in hun overwegend slappe act in Leffinge die te vergelijken was met de dooie boel van op Best Kept Secret. Bovendien legde de band weinig of geen enthousiasme aan de dag en gaven ze de indruk er helemaal geen zin in te hebben. Een optreden voor in de vergeetput. Jammer. (Sam)
Thurston Moore, de man waarop iedereen zat te wachten, begon zijn set met een ellenlang, repetitief en minimalistisch stuk dat slechts weerspannig zijn schoonheid prijsgaf. Klassiek opgebouwde songs hoef je bij hem niet te zoeken, wel grillige en immer boeiende gitaarexcursies, hier en daar voorzien van een flard tekst die de eeuwig jong ogende Moore toch moest aflezen van een statief. Rond hem een erg solide band waarin weliswaar geen Steve Shelley, maar een mij onbekende drummer met verder de uitstekende bassiste Debbie Googe en zijn ideale sparringpartner op gitaar, James Sedwards. Samen construeerden ze een epische sound die af en toe gedemonteerd werd voor experimentele reflecties en die momenten waren, wat mij betreft, de mooiste van de set. Daarnaast bleef het nieuwe en stevige “Cease fire” het langst in mijn hersenpan nazinderen.
Thurston Moore heeft met het legendarische gitaarnoise gezelschap Sonic Youth serieus zijn stempel gedrukt op de alternatieve muziekscene. Na zijn scheiding van Kim Gordon werd definitief het doek neergelaten over Sonic Youth, maar de geest van deze invloedrijke band hangt meer dan ooit rond in de sound en de songs van Thurston Moore. Moore stak furieus van wal met “Forevermore” en “Speak To The Wild”, twee ongeslepen pareltjes uit die ruwe diamant ‘The Best Day’. Als vanouds scheurde hij met zijn uitmuntende band de songs middendoor en de gitaren mochten heerlijk uit drie bochten tegelijk vliegen om dan telkens weer op hun poten terecht te komen. Moore trakteerde ons ook op fantastisch nieuw werk, bloedende songs waar de geest van Sonic Youth nog heviger in doordrong. En natuurlijk liet het zinderende combo de gitaren af en toe eens fel uitbarsten in een galm van distortion en feedback, some things never change. Het voelde gewoon aan als een heuse geruststelling dat een zeer levendige Thurston Moore met een stel energieke en weerbarstige songs trouw is gebleven aan de stomende en gruizige sound die hij zelf heeft uitgevonden.
Sorry, Lee Ranaldo en Kim Gordon, maar we hebben jullie vanavond geen seconde gemist.
Sonic Youth is dood, leve Thurston Moore! (Sam)
Met “Solicitor returns” maakte Matthew Logan Vasquez (Austin, Texas) één van dé americana platen van het jaar en die kwam hij in het café voor bedroevend weinig volk voorstellen. Jammer want dit was één van de beste optredens van Leffingeleuren 2016. Nadat ze vooraf met een flinke teug Jack Daniels de kelen spoelden , ging het drietal furieus van start met een trits driftige rock-‘n-rollsongs waartussen ze ook nog eens treiterig een Nirvana nummer inzetten. Even vreesde ik voor een rommelig onderonsje maar mits wat rustiger nummers kwam de onmiskenbare klasse bovendrijven. En met een lang Neil Young-achtig epos en het withete “Everything I do is out” kreeg ik de krop nog helemaal in de keel. Matthew Logan Vasquez, onthoud die naam.
dag 2 – zaterdag 10 september 2016
Ooit al gehoord van Mahler? Vanaf nu mag je deze naam niet meer vergeten, want België heeft er duidelijk een pronkstuk van een band bij. Ze wonnen eerder dit jaar Verse Vis en stonden dus op het podium van Leffingeleuren. Volledig terecht, deze band heeft hét! Dromerige synths, een melancholie in de stemmen en hier en daar wat psychedelica in hun gitaarspel. Mahler klinkt catchy én strak tegelijkertijd. Onbegrijpelijk dat deze band tijdens Humo’s Rock Rally niet verder is geraakt dan 1 ronde. O.m. “Bout to go down”, “In my Head” en “Sheria” (gekenmerkt van een heel aanstekelijk refrein) zijn nummers van formaat, om nog maar te zwijgen over al de rest. Even kort gezegd: Mahler weet hoe een goed popnummer in elkaar zit, nu is het enkel nog aan jou om die goede popnummers te ontdekken! (Kimberley)
Ontzettend benieuwd waren we dan weer naar de eerste show van Felix Pallas. De finalisten uit De Nieuwe Lichting 2015 besloten al hun oude nummers in de kast te steken en naar buiten te komen met volledig nieuw materiaal. Eerste twee singles “Rakata” en “Curse” klonken al enorm veelbelovend en we kunnen je verzekeren dat ook de rest van de nummers absoluut niet teleurstellen. Felix Pallas is gegroeid, heeft eindelijk de juiste sound gevonden en staat er meer dan ooit. Elektronica vermengd met melancholie en twee stemmen die perfect op elkaar inspelen. Dansbare muziek waar je tegelijkertijd kan bij wegdromen … (Kimberley)
Mike Krol (Milwaukee, Wisconsin) won vorig jaar de Vera concertpoll en als je de lijst winnaars daarvan (Dead Moon, Jon Spencer Blues Explosion (2x), Godspeed You Black Emperor!,...) bekijkt wil dat toch wat zeggen. De politie-uniformen van dat concert toen in Groningen werd ingeruild voor iets wat nog het meest leek op een gevangenisplunje. En het moet gezegd : Mike Krol gaf zowat alles wat hij in zich had. Hij begaf zich voortdurend in het publiek, zo ver zijn microfoonkabel toeliet. Spurtjes lopend, rollend over de grond, niets was hem teveel en er viel altijd wel wat te beleven. Maar (je voelt het al komen) al die energie stond niet in verhouding met de veel te brave garagepop die we hoorden. Slecht was het niet maar had dit een stuk ruiger geklonken dan kwam ik waarschijnlijk superlatieven tekort terwijl het nu bij een goedkeurend hmm bleef. (Ollie)
De Chileense Föllakzoid tapte vervolgens in de zaal uit een totaal ander vaatje. Soundscapes, vakkundig en geduldig met diverse lagen loops opgebouwd door gitarist Domingo Garcia-Huidobro en van aanstekelijke ritmes voorzien door bassist Juan Pablo Rodriguez en de wonderlijke drummer Diego Lorca. Bleef het eerste nummer nog wat teveel hangen in gepingel, tijdens nummers twee en drie steeg Föllakzoid boven zichzelf uit en werden we meegezogen in een hallucinante trip vol psychedelische gitaren, hypnotiserende en soms etnisch klinkende drums en een stuwende bas. Adembenemend! (Ollie)
De Chileense krautrockband Föllakzoid‘s laatste album “III” dateert van 2015 en werd enorm goed onthaald. Ook live staat deze band er , en is elke show een hele sensatie om naar te kijken. Zowel nummers uit hun gelijknamig album ‘Föllakzoid’ als uit hun album “II” en “III” werden gespeeld. Ingrediënten voor hun muziek zijn hedendaagse elektronische muziek, de kraut en industrial-nalatenschap van Neu!, Kraftwerk en Can met daarbij antieke ritmes vermengd. Terwijl deze band op plaat niet altijd overtuigt, waren wij nu wel razend enthousiast. Dikke bal! (Kimberley)
Vervolgens kon Night Beats (Seattle) in de Kapel niet over de gans lijn overtuigen. Nochtans weet niemand beter dan D. Lee Blackwell sixties garagerock te combineren met de recente psychedelicagolf. Zwetend als een rund maar halsstarrig weigerend zijn hoed af te zetten toverde hij als vanouds de meest wonderlijke klanken uit zijn gitaar. Alleen hadden sommige nummers iets te weinig om het lijf of bleven ze steken in de tonnen gruis die kwistig werd uitgestrooid. Maar wie hield van uit de bocht scheurende psych gitaren, die ondanks alle distortion stijlvol bleven klinken, kwam hier ruimschoots aan zijn trekken. (Ollie)
Soldier’s Heart is nog een artiest uit De Nieuwe Lichting die hier vanavond stond op Leffingeleuren. Ze brachten dit jaar hun debuutplaat ‘Night by Night’ uit, waarmee ze enorm overtuigden . Vrolijke dansbare popsongs die je een gelukkig gevoel geven. En ze hebben een sterke uitstraling. Sylvie Kreusch is een frontvrouw met veel charisma en een schattigheidsfactor. Nummers tijdens de set waren o.a. “New Housie”, eerste single “African Fire” en de onlangs uitgebrachte single “Savage”. Opnieuw werd duidelijk dat Soldier’s Heart een vrij ondergewaardeerde band is in België , ondanks ze deze zomer niet van de festivalweides weg te slaan waren. Hoog tijd om daar verandering in te brengen! (Kimberley)
Na Terakaft vorig jaar stond er opnieuw een Touareg bluesband op het programma in de Kapel. Imarhan komt uit Tamanrassee, een stad uit het zuiden van Algerije en met zijn vijven op één lijn geposteerd , brachten ze aanvankelijk erg gedreven desert blues met de gebruikelijke hypnotiserende gitaren en een opjuttende kalebas. Naarmate de set vorderde probeerden ze wat afwisseling in hun sound te smokkelen door er elementen uit de funk en zelfs hardrock aan toe te voegen. Nobele bedoelingen, helaas met minder gelukkige gevolgen. Gelukkig trok het overwegend vrouwelijk, dansende publiek zich niets aan van mijn randbemerkingen maar (voorlopig) kan Imarhan toch niet tippen aan een Terakaft, laat staan Tinariwen, bij wie ze familieleden in de rangen zouden hebben. (Ollie)
Deze mooie zaterdag eindigde voor mij in het café met een waar splinterbommetje, genaamd Wooden Indian Burial Ground, een drietal uit Portland, Oregon. Waar ik eerder dit jaar hun motor nog hoorde sputteren op het Stellar Swamp Festival werd ik hier totaal van de sokken geblazen. Wat een heerlijke razernij was dit. De gitaar hoog op de borst gedragen vond Justin Fowler zijn inspiratie in zowel surf, psychedelica als garage- en punkrock terwijl hij zong als een Jello Biafra in acute ademnood. En dat aan een moordend tempo, opgejaagd door een onwaarschijnlijke drummer, Dan Galucki, die niet voor niets in de frontpositie had postgevat, en bassist Sam Farell, die zich ook al niet aan de snelheidsregels hield. Opgefokte rock-‘n-roll waar toch even het gaspedaal werd gelost voor een magistrale cover van “Dead moon night”, een eerbetoon aan stadsgenoten Dead Moon.
Toen alle nummers erdoor gejaagd waren en het publiek nog meer wou speelden ze dan maar “Fight for your right” van de Beastie Boys om het feestje compleet te maken. Na afloop diende de drummer even plat op de grond te gaan liggen wat zeker niet onbegrijpelijk was na zo’n inspanning. (Ollie)
dag 3 – zondag 11 september 2016 (Ollie)
Fysiek verval verhinderde me zondag om van het ene naar het andere podium te spurten. Toch miste ik de belangrijkste afspraken niet zoals Aidan Knight (Victoria, British Columbia, Canada) in de zaal. Goed voor intieme, herfstige indiepop, spaarzaam maar mooi ingekleurd door twee bandleden (drums en keys) en zijn eigen melancholisch klinkende gitaar. Na een poosje besloot hij om alleen verder te gaan wat me een stuk minder beviel. De man mag dan al vergeleken worden met Bill Callahan, zijn bijna fluisterende stem raakte nooit in diens buurt. Toen zijn twee begeleiders terugkwamen en het meisje een trompet bovenhaalde werd het opnieuw bijzonder mooi.
Op basis van hun laatste plaat die geproduced werd door tUnE-yArDs’ baas Merill Garbus waren mijn verwachtingen voor Sonny & The Sunsets niet bijster hoog. Wat research achteraf leerde me dat dit reeds zijn zesde LP was en vooral dat hij bij de vorige hand- en spandiensten had gekregen van onder meer John Dwyer (Thee Oh Sees) en San Francisco music scene veteraan Kelley Stoltz.
Het eerste nummer bleek een fausse queue maar daarna werd steeds meer duidelijk dat Sonny Smith verdomd goed wist een song in elkaar te knutselen. Meestal vond hij zijn inspiratie in een ver verleden (doowop bijvoorbeeld) maar wist daar dan telkens boeiende dingen mee te creëren. Meestal klonk hij als Jonathan Richman op valium, waar niets mis mee is. Jammer genoeg waren het niet alleen zijn songs die loom klonken, zelf bleek hij ook enorm traag en zelfs slaperig. Na ieder nummer moest hij telkens ontzettend lang zijn gitaar stemmen wat één keer zelfs totaal niet lukte en hij dan maar een andere pakte. Het haalde de vaart, als die er al was, totaal uit de set. Jammer!
De laatste plaat van Daniel Romano, ‘Mosey’, vond ik een stuk minder dan zijn vorige twee maar na zijn passage in Leffinge klinkt die plots veel beter. Is dit nu net niet de kracht van de allergrootsten om een plaat via optredens aan importantie te laten winnen? En dat Romano een grote is, laat niemand daaraan twijfelen. Weg is het countrykostuum, tegenwoordig houdt hij het bij een leren jekker. Hij opende de set, net als op de plaat, met het Mexicaans klinkende “Valerie Leon” om dan resoluut, met een stem die steeds verder richting Bob Dylan opschuift, de forse rock-‘n-rolltoer op te gaan. Het paste hem uitstekend. Ongeveer halverwege de set wisselde elk van de vijf groepsleden Oblivians-gewijs van instrument en klauterde Daniel Romano net als Greg Cartwright achter het drumstel. Na precies één noot nam iedereen zijn vertrouwde stek terug in zonder dat iemand ook maar een krimp gaf. Hilarisch en toen iemand even later riep “Tell us a story” antwoordde hij kurkdroog “I don’t speak English”.
Ja, het draait hem om de muziek bij Romano en voor de tweede helft betekende dat vooral een geheel eigen interpretatie van wat country zou kunnen zijn. Deze schitterende band zorgde voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren!
Na Aidan Knight en Daniel Romano probeerde ik nog een derde Canadese groep : July Talk uit Toronto. Maar dat bleek een verkeerde keuze. Terwijl de Australische singer-songwriter, Julia Jacklin, het café muisstil hield, zag ik een band proberen belegen seventiesrock nieuw leven in te blazen via een paringsdans tussen Peter Dreimanis en Leah Fay wat niet meteen lukte.
Daarna was het uitkijken naar The Tubs op het Buskerstreet podium. Wat is deze band de laatste jaren toch gegroeid! Van een sympathiek rommelig garagebandje naar een volwassen eigentijdse countryrockgroep. De groep tourde onlangs in de USA en dat heeft hen blijkbaar deugd gedaan. De band speelde strakker dan ooit en zanger Simon lijkt zich nu helemaal onttrokken te hebben aan zijn Daniel Johnston-status. Opvallend ook hoeveel prachtige songs, die zich stuk voor stuk kunnen meten met hun ‘Byrds’-cover “You ain’t going nowhere”, deze band heeft. En die werden erg aanstekelijk en opgesmukt met een lapsteel voor het voetlicht gegooid terwijl er naar het einde toe al eens een scheurende Neil Young gitaar tussen gemoffeld werd. Schitterende groep!
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge
Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…
Werchter Parklife 2026 op zondag 28 juni 2026 - Ontdek de volledige line-up van Werchter Parklife 2026
Werchter Parklife 2026 op zondag 28 juni 2026 - Ontdek de volledige line-up van Werchter…

Concours Live Is Live 2026 – 1 duoticket te winnen voor het concert van Iron Maiden + guests in het Middenvijver Park in Antwerpen, op maandag 29 juni 2026
Win een ticket voor twee personen voor Live Is Live 2026, het metal‑event met Iron Maiden, Epica, Testament, Doro en Fleddy Melculy, op 29 juni 2026 in het Middenvijver Park in Antwerpen. Meer info op: http://www.liveislive.be en hier Hoe win je dit duoticket…
Democrazy Gent - events
Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…
Nederlands
Français 
